logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

The Boojums + Wine Lips - Dubbele Canadese adrenaline-injectie
The Boojums + Wine Lips -

Met twee flitsende Canadese gitaarbandjes trakteert N9 ons op een stuiterend en boeiend avondje no-nonsens rock.

The Boojums hebben nog maar één album uit dat er hier dan ook quasi helemaal wordt doorgejaagd. En dat titelloze debuut is een verdomd sterk plaatje dat in de live versie nog een pak gretiger klinkt.
Het trio vergast ons met een stel rammelende en vlijmscherpe punk-pop songs. Neem nu “Burnin Up”, een bruisende track die al eens aan Bruce Springsteen doet denken, maar dan met een gloeiende staaf dynamiet in zijn kont. Ook “Wings Of Fire” en “Garden of the Sons” tintelen en razen dat het geen naam heeft, maar hebben een onderhuidse pop-touch die hen bijzonder aanstekelijk maakt.
Het frisse “Meet Me in The Middle” neigt wat naar The Vaccines in hun beginperiode, en dat is hun meest opwindende. Frontman Willie Stratton’s vocals contrasteren fijntjes met zijn korte en snedige gitaaruithalen en de bevallige bassiste Sarah Johnston maakt het geheel nog boeiender door wat extra vocals te draperen over haar groovy bastonen.
Achter de schijnbare lo-fi rammelrock van dit gutsende trio schuilt een stel ijzersterke en potente songs, dat is wel duidelijk na een klein uurtje van dit soort puntige gitaarrock.
The Boojums is vast en zeker een bandje om in de gaten te houden.

Om de sound van het flitsende combo Wine Lips te omschrijven, moeten we het niet te ver zoeken. We komen algauw uit bij energieke en stomende bands als Osees en Frankie & The Witch Fingers.
Wine Lips serveert met name super opwindende psych-rock met een snerende punky-edge. Ze doen dit aan een rotvaart waarbij het meermaals naar adem happen is.
Het kersverse album ‘TV Dinner’ is nog maar net van de band gerold en daaruit wordt een flink pak songs in de rollercoaster gedraaid. Daarop hoegenaamd geen koerswijzigingen, vlammende nieuwe tracks als “Cut It” en “Semi Detached Furnished Home” vliegen op ramkoers tussen de al even wilde oudjes als “Stimulation”, “Eyes” en “Get Your Money”.
Frontman Cam Hillborn laat zich vocaal geregeld bijstaan door het hoge stemmetje van drumster Aurora Evans die zo een extra lontje aansteekt aan punkbommetjes als “Projector”, “Thirst Trap” en “Six Pack”.
Heel even mag het tempo een tandje lager, zoals in het fijne “Fingers” waarin een tintelend gitaartje evolueert naar een vunzige riff.
Nog zo een psych-rock feestje is het aan elkaar genaaide combo -en voor hun doen bijzonder lange- “Lemon Party/Suffer the Joy” waarin de stomende riffs, flukse tempowisselingen en hitsige gitaaruithalen lekker tegen elkaar opbotsen, een geweldige dubbelsong en een absoluut hoogtepunt in deze zinderende set.

Organisatie: N9, Eeklo

donderdag 20 augustus 2026 21:44

Reality Awaits

Hoe meer albums The Strokes releasen, hoe meer wij ervan overtuigd zijn dat het legendarische ‘Is This It’, dat inmiddels al 25 jaar oud is, een éénmalige toevalstreffer was. The Strokes hebben nooit nog de intensiteit en urgentie van die mijlpaal kunnen benaderen. Opvolger ‘Room On Fire’ had nog zijn momenten, maar leek toch ook al eerder een lauw doorslagje van zijn fenomenale voorganger. Nadien kon ‘First Impressions of Earth’ er nog net mee door, maar op ‘Angles’ en ‘Comedown Machine’ was het bloedarmoede troef.
Van ‘The New Abnormal’ (2020) werd dan algemeen beweerd dat het eindelijk het onverhoopte geslaagde comebackalbum was. Nooit begrepen waarom, want wat ons betreft was dit ook maar een futloos popplaatje.
‘Reality Awaits’ is van hetzelfde laken een pak. Slappe songs, kabbelende sound, flauwe kermisorgeltjes, verwaarloosbare popdeuntjes, ongewenst vervormde vocals en fletse gitaartjes. Nergens is een verassende wending, een snedige riff of een greintje energie te bespeuren, laat staan een goeie song.
‘Reality Awaits’ is prullenbakwaardig, wat we ondertussen eigenlijk kunnen beweren over het merendeel van hun platen.

Elvis Costello & The Imposters - En of die veelzijdige ouwe rot het nog kan!
Elvis Costello & The Imposters – Radio soul! The early songs of Elvis Costello

Een introtune die herinneringen opriep, “Ghostrider” van Suicide knalde door de boxen. Elvis Costello was het dus niet vergeten, dat tumultueuze en legendarische concert in de AB in 1978 met die iconische band van Martin Rev en Alan Vega in zijn voorprogramma. Een groep die zijn tijd ver vooruit was, maar die op zijn zachtst gezegd niet echt gesmaakt werd door het geërgerde publiek, waardoor Costello zelf ook kwaad werd op zijn fans en zijn eigen set terugschroefde tot een half uurtje. Gevolg, een rel van jewelste, en een concert dat voor eeuwig geboekstaafd staat als een stukje AB geschiedenis. Het was ook nog in volle punkperiode, moet je weten, de toenmalige opschudding paste dus perfect in de tijdsgeest.

Maar liefst 48 jaar later stond er een goedgeluimde, spraakzame en alerte Elvis Costello op datzelfde podium. Hij had met The Imposters én Charlie Sexton, die heel wat diensturen bij Bob Dylan op de teller heeft staan, een stel ervaren rotten meegebracht. Nog beter nieuws, met deze tournee greep Costello terug naar de beginperiode van zijn rijkgevulde carrière, laat ons zeggen zowat de eerste 10 jaar. Dit kon dus niet misgaan.
Costello toonde zich van zijn meest veelzijdige kant, we kregen zowel de frisse rocker, de soulzanger, de jazzcrooner als de intieme singer/songwriter. En telkens was het er pal op, dankzij een 72-jarige rasperformer wiens immer herkenbare stem ook nog steeds uitmuntend en ongeschonden klonk.

Na een gemoedelijke inloopronde met “Radio Sweetheart” en “Watch Your Step” werd Costello zijn elektrische gitaar aangereikt en was “Mystery Dance” een korte stroomstoot die zijn doel niet miste, het greep ongegeneerd terug naar de prille punkjaren. Daarna kregen we meteen een topper met een onverwachte insteek. Middels wat creatief plak-en knipwerk had Costello van “Watching The Detectives” een verrassende doch geslaagde medley gemaakt met “Help Me” van Sonny Boy Williamson. Vanuit die gekende reggae riff werd plots overgeschakeld naar een brok authentieke blues, inclusief een fijne harmonica solo van the man himself. Dat hadden we Costello nog nooit zien doen, zich compleet overgeven aan de blues, en dan nog midden in één van zijn grootste hits, maar hij kwam er fantastisch mee weg.
Een terugkerend fenomeen vanavond, Elvis Costello die er werk van maakte om zijn eigen songs binnenstebuiten te keren en die een frisse nieuwe weg te doen inslaan zonder ze daarbij de nek om te wringen, dit is Bob Dylan niet.
Van achter zijn piano croonde hij zo “Every Day I Write a Book” naar eenzame jazzy hoogtes. En een fris klinkend “Clubland” kreeg zowaar een samba sausje over zich heen. Ook “Honey Are You Straight or Are You Blind” kreeg een intieme 18 karaatsversie mee die niet vies was van een streepje blues.
Het sierde Costello dat hij niet zomaar voor een greatest hits show ging, hij greep regelmatig naar minder bekende tracks die uiteindelijk verborgen parels bleken te zijn. Zo werd “Lovers Walk” een weerspannige, venijnige en tegendraadse rocksong waarin Costello en Sexton duelleerden op zijn Velvet Undergrounds. Ook “Poor Napeleon” kreeg een stel ruwe en ongepolijste gitaren over zich heen.
De gevoelige snaar werd ook meermaals geraakt. Met “Who Will Be the Next Fool to Be” kwam de jazz-crooner in Costello naar boven en “Indoor Fire Works” flirtte met de grens van de country meligheid maar bleef net aan de juiste kant ervan. “Alison” was natuurlijk de tearjerker die voor het nodige kippenvel zorgde en de hartjes van de aanwezige oudjes sneller deed slaan, de defibrillators mochten collectief aan het werk.
Tijd voor een versnelling, “I Don’t Wanna Go To Chelsea” en “Pump It Up” werden in hun meest energieke vorm aan elkaar genaaid en gingen naadloos over in het absolute hoogtepunt van de show, de pure en ongeslepen diamant “I Want You”. Hierin was Costello’s stem in bloedvorm en daarbovenop toverde hij een stel rauwe gitaarsolo’s uit zijn hoed, en hij had die niet eens op. Zo soleerde hij die prachtsong naar ongekende hoogtes. Je moet het maar durven, Charlie Sexton in je groep opnemen om dan zelf doodleuk uit te pakken met de meest briljante gitaarpartijen van de show.
Na een gedreven en snedig “What’s so Funny ‘Bout Peace, Love and Understanding” werd de band getrakteerd op een uitzinnig applaus, maar Costello wou het momentum nog even verderzetten. Toen zijn band nog volop het applaus dankbaar in ontvangst nam zette hij alweer “Oliver’s Army” in waarop de anderen zich moesten reppen om hun baasje bij te benen. “Oliver’s Army” was zo de ultieme eindsprint van een rit die onderweg eigenlijk al lang gewonnen was.

Een geweldig concert. We hadden inderdaad, zoals een paar morrende fans, kunnen klagen over de krakers die hij niet gespeeld had. Maar dit is Elvis Costello, een songschrijver die kan terugvallen op een duizelingwekkend repertoire. Hij had ook 60 songs kunnen spelen in plaats de 23 stuks die hij er nu met klasse, gevoel en toewijding gedurende twee volle uren doorjoeg, maar dan waren we nu nog niet thuis.

Organisatie: Live Nation

Nebula - Stoner-rock protagonisten zijn nog niets van hun pluimen verloren
Nebula , Johnny Nasty Boots

De Mexicaan Johnny Nasty Boots, die zich al een tijdje in LA heeft gevestigd, profileerde zich als een explosieve rockgitarist met een uitmuntende ritmesectie achter zich, een powertrio zoals je die dezer dagen niet zoveel meer tegenkomt. Johnny Nasty Boots deed wel eens aan de jonge Leslie West van Mountain deed denken, zowel qua uiterlijk als qua speelstijl.
De man schitterde meermaals met splijtende en bij momenten freaky solo’s. Het trio maakte ruimte vrij voor psychedelische jams en daarin bleek meermaals dat hier een bijzonder sterke drummer aan het werk was. Het lange “Whiskey and Reeferblues” groeide uit tot een hoogtepunt, met een geestdriftig uit zijn voegen barstend middenstuk, een monsterlijke bluesriff en een stel striemende solo’s.
Johnny Nasty Boots, hou die naam alvast in de gaten, iets wat wij ook zeker gaan doen.

Nebula zijn survivors die hun neus al eind jaren negentig aan het stonervenster kwamen steken, hun legendarische debuutalbum ‘To The Center’ staat in onze platenkast nog steeds fier te pronken tussen ‘Welcome to Sky Valley”’ (Kyuss), ‘The Action Is Go’ (Fu Manchu) en ‘Dopes To Infinity’ (Monster Magnet). De band is het geesteskind van Eddie Glass die destijds uit Fu Manchu stapte om zijn eigen ding te doen. Na diverse personeelswisselingen is hij op vandaag nog de enige constante in Nebula.
Nebula overtuigde in het Wintercircus met in fuzz gedrenkte stoner-rock en psych-rock die voortdreef op Glass’ gruizige gitaarpartijen en een pompende ritmesectie.
Een sound die uiteraard gestoeld is op Sabbath- en Kyussfundamenten, maar die wel een eigen karakter heeft en ons bij momenten deed denken aan de wilde fuzz-rock van Ty Segall. Een zompige bluesy ondertoon vormde de fundering voor machtige slepers als “Aphrodite”, “Anything From You”, “To the Center” en “Wilted Flowers”. Snedige fuzzrock domineerde in de energieke stonerrockers “Giant”, “Highwired” en “Fall of Icarus”.
Nebula had nog een splijtende bisronde in huis met het wervelende “Let’s get Lost” en het kloeke space-rockmonster “Transmission From Mothership Earth”.

De band heeft ons een dik uur zonder oponthoud in een viriele stonermodus gewikkeld, het was zo voorbij, maar het was geweldig. Na al die jaren zijn ze nog geen greintje van hun slagkracht verloren en spelen ze nog steeds aan de top van een drukbezocht genre waarin men ondertussen bijna het bos tussen de bomen niet meer ziet.

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2026, OBSIDIAN DUST 2026 - Natte woestijnrock dondert over Brussel
Les Nuits Botanique
Botanique (alle zalen)
Brussel
2026-05-17
Sam De Rijcke

Veel ‘dust’ was er niet te bespeuren op dag 2 van Obsidian Dust, water des te meer. Zo kon het festival deze keer zijn naam niet letterlijk waarmaken, maar de ‘Fountain Stage’ dan weer wel, want het water zeikte bij momenten naar beneden. Maar goed, het weer had weinig invloed op de vaak sterke prestaties van de diverse bands, en ook het publiek worstelde er zich zonder veel problemen doorheen.

Als u net als ons dacht bij Fuzz Sagrado ‘dit lijkt verdacht veel op Samsara Blues Experiment’, dan was u volledig bij de les. Dit was met name de nieuwe band van Samsara bezieler Christian Peters, en de sound ligt volledig in het verlengde van zijn voormalige band. Want we kregen een klein uurtje psychedelische space-rock die zich manifesteerde als een lange LSD-trip verdeeld over een viertal uitgesponnen songs met benevelde keyboards en freaky gitaren. Deze keer met nogal wat kraut-rock uitweidingen en een stevige noise-eruptie aan het eind. Vooralsnog klinken de platen van Fuzz Sagrado lang nog niet zo goed als die van Samsara Blues Experiment, maar deze live set smaakte absoluut naar meer.

De slome, lauwe en tergend trage doom-metal van Acid King zorgde voor weinig animo, en met de regen die alsmaar heviger naar beneden kletterde zat de klad er algauw helemaal in. Toen de band dan nog eens kwam aanzetten met de meest idiote song van het ganse weekend werden wij overvallen door plaatsvervangende schaamte. Luidop tellen van 1 tot 39, u zal het waarschijnlijk ook ooit moeten doen hebben in de kleuterschool, hier was het -wij verzinnen dit niet- een volledige songtekst. Zelfs in een zorgtehuis vol met alzheimerpatiënten zou men zo een oefening nog te dwaas gevonden hebben om de dementerende oudjes bij de zaak te houden, bij Acid King was het een volwaardige song. Voor ons het moment om Acid King definitief de rug toe te keren.

Neptuniun Maximalism is niet bepaald een hapklare brok, dat zullen we geweten hebben. Als u thuis al eens iets van Sun O))), Earth, Swans of Gnod durft op te zetten dan was dit misschien wel iets voor u, anders was u hier maar beter weggebleven. De band speelde eigenlijk maar één track, en die vertrok vanuit een ellenlange drone-intro die via een berg noise uitmondde uit in een soort van apocalyptische climax. Op de beste momenten had het iets van Yob, maar elders ging het dan weer volledig de mist in. Ergens halverwege waande de frontman zich Michael Gira en braakte hij er allerhande indianengeluiden uit, en dat bleek geen goed idee, want bij de kerel kwam het toch een beetje potsierlijk over. De legendarische Michael Gira lijkt ons inderdaad tot op heden de enige die met dergelijke sjamanistische gebaren echt geloofwaardig overkomt.

Een goede reden om de gutsende regen te trotseren was het immer fantastische King Buffalo. Zanger/gitarist Sean McVay moest er genoodzaakt bij gaan zitten omdat zijn linkerpoot in het gips zat, maar dat weerhield er hem niet van om een beklijvende en briljante set neer te zetten. Het was smullen van die prachtige en lange heavy psych-songs met splijtende en vernuftige gitaarpartijen en heerlijke riffs. King Buffalo was wederom uitmuntend.

Hoeveel lawaai kan een mens verdragen? Dat kon je op eigen risico gaan uittesten bij Dope Purple. De Japanners tastten de grenzen van de extreme psychedelische noise af en gingen er dan los over. Met een op hol geslagen saxofoon in de rangen deden ze soms wat aan Ecstatic Vision denken, maar don nog wilder, luider en chaotischer (voor wie Ecstatic Vision een beetje kent, wil dat wat zeggen). Toch zat er wat inhoud in al die janboel en had het iets verslavend, waardoor we die helse teringherrie op één of andere manier alsnog wisten te appreciëren. Daarom zijn we er nog niet uit wie hier nu echt gek was, wij of die ontspoorde Japanners?

Tijd voor een levende legende op de Fountain Stage, John Garcia, met Kyuss mede grondlegger van de stoner-rock en nog steeds gezegend met een unieke stem die uit de duizend te herkennen is. De man heeft al in ettelijke bands gespeeld, en eentje daarvan, Hermano, werd nu met succes terug tot leven geroepen. Hermano leek een band die is trouw gebleven aan de originele intentie van de stoner-rock, namelijk broeiende desert-rock spelen met laaggestemde heftige gitaren en een regelrechte punk-attitude. Tot grote vreugde van de fans, die deze aanpak wel lustten en enorm genoten van stoner-klassiekers als “The Bottle”, “Senor Moreno’s Plan” en “Landetta”.

Wolvennest serveerde hun set in de Orangerie onder het mom van een soort rituele misdienst, en dat bleek een goede zet. Het altaar stond klaar, de rookmachine deed overuren, er zat heel wat echo op de vocals van meesteres Shazulla en de drieledige gitaartandem gaf op een bezwerende manier van jetje. In ieder geval wist deze band ons volledig in te palmen met hun verslavende, occulte en donkere post-metal met hier en daar wat black-metal invloeden. Als men ons zoals Wolvennest weet te hypnotiseren met almachtige songs als “All That Black”, “Purple Poison” of “Décharné”, dan willen wij gerust terug elke week naar de mis gaan.

Potige, rauwe en compromisloze testosteron-rock zonder pretentie, dat kregen we bij Red Fang. Als een stoomtrein op kruissnelheid raasden de Amerikanen door hun optreden. Het denderde de hele tijd, er zat een ronkende drive in de hele set en via een stel kloeke stroomstoten als “Prehistoric Dog” en “Blood Like Cream” kwamen de fans helemaal onder stoom.

Het fantastische, energieke en ronduit zinderende Gnome mocht in de Orangerie afsluiten. En daar maakten ze een heuse party van, dankzij een superenthousiast publiek dat na een slopende en kletsnatte dag nog heel wat energie leek over te hebben. Gnome maakte er gretig gebruik van om er een ultiem uitzinnig feestje van te maken, en dat met hun prettig gestoorde en uiterst driftige stoner-rock. Vooral de geniale zanger/gitarist Rutger Verbist schitterde met stuiterende riffs en vlijmscherpe solo’s.
Gnome schoot de ganse tijd met scherp, en daarvoor hadden ze ook de perfecte songs in hun wapenarsenaal, zoals “Duke of Disgrace”, “Old Soul”, “The Gods Are Evil” en “Ambrosius”, uiterst boeiende en immer prikkelende tracks die inmiddels tot heuse klassiekers zijn uitgegroeid.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

maandag 18 mei 2026 23:07

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Het Luikse Acid Talk stak de vlam in de pan met een potje ophitsende psychrock à la Osees, Frankie & The Witch Fingers en Psychedelic Porn Crumpets. Zij deden dat wel op hun eigenste manier met lange songs voorzien van geflipte tempowisselingen en hallucinerende gitaren die al eens uit de bocht durfden te vliegen. Fijne band. Hier zat pit in.

Speedozer had hoegenaamd zijn naam ook niet gestolen, hier zat verdomme vaart achter. Het trio raasde doorheen een stel supersnelle, retestrakke en hondsdolle punk’n’roll songs. De volumemeter ging constant over de rooie, de splinterbommen van songs volgden elkaar in ijltempo op, tussenpauzes waren volledig uit den boze. Op het moment dat een normale mens zou denken ‘harder en sneller kan het echt niet meer’, stak Speedozer doodleuk nog een tandje bij. Geniale geëlektrocuteerde pokkenherrie, dat was het.

De teneur van ‘have fun, play fast and en drink beer’ werd fijntjes verdergezet door Nashville Pussy. Want voor geraffineerde of poëtische teksten was je uiteraard ook bij hen niet aan het juiste adres. Voor toogpraat over pussy, whisky, hell en fucking des te meer. Natuurlijk is de soundtrack die daarbij hoort een portie kolkende, vuile en harde rock’n’roll. En die kregen we met volle teugen in splijtende hard-rock songs die naar goede gewoonte gespeeld werden in een no-nonsens punkmodus, zoals in de tracks met fijngevoelige titels “Shoot First and Run Like Hell”, “Go Home and Die”, “Struttin’ Cock” en “Piece of Ass”.
Ook aan ontspoorde southern-rock en dirty-ass blues ontbrak het niet, getuige “Hate and Whiskey” en “Till the Meet Falls of the Bone” dat hier voor de gelegenheid een uitgestrekte versie meekreeg en voorzien was van een guitige klomp boogie-rock.
Nashville Pussy heeft in 8 jaar geen studio album uitgebracht, nieuw werk was er dus niet te bespeuren, wel 2 niet eerder gereleaste songs “Jacking Of and Taking Names en “King Shit of Fucking Mountain”. Daarop geen stijlbreuken, en dat is altijd goed nieuws voor een band als Nashville Pussy.
Dit is immers het soort band waarvan de fans verwachten dat elke nieuwe plaat exact klinkt als de vorige. En daar is niks mis mee, want zo zijn The Ramones, Motorhead en AC/DC groot geworden.

Geen verassingen dus, Nashville Pussy deed wat het al jaren doet en waarin het één van de besten is, namelijk onvervalste, wilde, bronstige en vettige rock’n’roll er op ramkoers doorjagen. Dikke fun.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

donderdag 07 mei 2026 07:20

An Undying Love for a Burning World

Het dood gewaande Neurosis is terug tot leven gekomen met een nieuw album, en dat 10 jaar na het vorige.
Nadat in 2019 boegbeeld Scott Kelly door zijn kompanen uit de band werd gezet na een veroordeling voor huiselijk geweld werd het akelig stil rond de band. Toen ook begin 2025 drummer Jason Roeder aankondigde er mee op te houden, leek Neurosis helemaal ten dode opgeschreven.
Maar op vandaag is daar dan toch een nieuw album, en wat voor één. En nog beter nieuws, voor ‘An Undying Love For a Burning World’ werd de geweldige Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom) aan boord gehesen. En geloof ons vrij, dit is the right man on the right place, alsof hij altijd al voorbestemd was om toe te treden tot Neurosis. Dankzij Turner is dit één van de meest indrukwekkende platen van Neurosis geworden, hij stort zich met lijf en leden in zijn nieuwe missie en de rest van de band lijkt daardoor aangestoken om al hun demonen, adrenaline en agressie in dit album te pompen.
Het resultaat is een stel rauwe brokken post- en sludge-metal die hard aan de ribben kleven.

Kenmerkend voor Neurosis is dat de band bij momenten verschroeiend uithaalt, maar in één en dezelfde song ook heel sensitief uit de hoek kan komen. Zo is “First Red Days” een lange beklijvende track die met overgave al die uitersten opzoekt. Ook in “Blind”, nog zo een joekel van boven de 9 minuten, wordt na een eruptie van woede de stilte opgezocht.
In het compacte “Untethered” houden ze het voor één keer wat korter, het is een frontale metal-vuistslag die geenszins zijn doel mist.
In de staart zitten alweer twee van die uitgesponnen imminente en hardvochtige moordsongs waar Neurosis een patent op heeft. Bij “In the Waiting Hours” neemt Turner ons minutenlang op sleeptouw om uiteindelijk ergens in een donkere kerker te eindigen en het rijzige “Last Light” is dan weer het dichtste dat de band ooit bij Swans is geweest, verslavend, apocalyptisch, neurotisch, slopend en bevreemdend.

Met deze plaat heeft Neurosis zich, na een jarenlange stilte, in één ruk terug vooraan op de post-metal kaart gezet en tonen ze nog eens fijntjes aan volgelingen als Cult Of Luna en Amenra waar de klepel hangt. De intrede van Aaron Turner is een godsgeschenk voor Neurosis, of spreken we hier liever van ‘duivelsgeschenk’? ‘t is tenslotte nog altijd metal.

donderdag 07 mei 2026 07:15

Peaches

Vanaf het slappe ‘Turn Blue’ uit 2014 waren wij The Black Keys kwijt, de heren hadden hun eigen roots onbeschaamd overboord gegooid en leken definitief overgestapt naar onschadelijke en steriele mainstream-rock volledig gericht op mega concertzalen en grote festivals.
Tot daar plots het tussendoortje ‘Delta Kream’ kwam in 2021, een aangename terugkeer naar hun eerste liefde de blues, zoals ze die eerder ook omarmden op schitterende plaatjes als ‘The Big Come Up’, ‘Thickfreakness’, ‘Rubber Factory’ en ‘Chulahoma’. Het bleek echter maar een tijdelijke heropflakkering, want daarna maakten ze alweer een stel ongevaarlijke en onderling inwisselbare plaatjes met de veiligheidshendel constant op (‘Dropout Boogie’, ‘Ohio Players’, ‘No Rain No Flowers’).
Maar kijk, daar zijn ze terug met ‘Peaches’, een rauw plaatje dat niet toevallig aanvankelijk als werktitel ‘Delta Kream II’ meekreeg. Het is opnieuw een ode geworden aan hun bluesidolen, een compromisloos plaatje die de blues in zijn meest pure en primaire vorm weergeeft, hoegenaamd geen Bonnamassa dus.
Het is een verzameling obscure covers waarbij vergeten blueslegendes (RL Burnside, Junior Kimbrough, Robert Cage, Big Lucky Carter, Earl Hooker,…) terug in het leven worden geroepen. De songs worden door The Black Keys op een rauwe manier naar hun hand hebben gezet met steeds voldoende respect voor het origineel. Junior Kimbrough is zo een bluesrot die hen kennelijk nauw aan het hart ligt. De man had met het schitterende ‘Chulahoma’ al een volledig album als eerbetoon gekregen, maar voor The Black Keys was dat nog niet genoeg, hier krijgt “Nobody But You” een lekker nonchalante en relaxe uitvoering vanuit de losse pols. In “You Got to Lose”  (Earl Hooker) gaan ze dan weer een stuk wilder tekeer, alsof ze de lijn willen verder trekken die George Thorogood er mee uitzette op zijn onovertroffen debuutalbum.
“She Does it Right” is een ode aan de rechttoe-rechtaan pubrock van de onvolprezen Wilko Johnson en Dr Feelgood, The Black Keys steken die hier voor de gelegenheid in een zompig ZZ Top achtig kleedje. De blues mag dan weer lekker rollen op “Who’s Been Fooling You” en al zeker op “Tomorrow Night”, waarin de pot vet van ‘Thickfreakness’ terug wordt bovengehaald.
Dit zijn The Black Keys zoals wij hen het liefst hebben, met beide voeten in de modderachtige blues en mijlenver weg van de pompeuze stadionrock. De heren spelen voor één keer zonder enige vorm van pretentie en met de goesting van een stel jonge hongerige wolven.
We kunnen niet anders dan vaststellen dat bij The Black Keys de tussendoortjes stukken beter zijn dan de reguliere (of moeten we zeggen obligate) platen.
Vandaar dat ze waarschijnlijk de komende jaren terug een stel inferieure ‘veilige’ plaatjes zullen releasen om dan na 5 jaar hopelijk terug uit te pakken met zo een fenomenaal vervolg op deze ‘Peaches’. Daar kunnen we mee leven.

woensdag 06 mei 2026 20:20

Amenra - try--out - Door merg en been

Amenra - try-out - Door merg en been

Aan de vooravond van een nieuwe tournee, te beginnen met maar liefst 3 keer AB, kwam Amenra een soort van try-out concert geven in de kleine 4AD voor een paar honderd gelukzakken.
Nou ja, try-out, de set van Amenra zat meteen strak in het donkere lijf, deze band heeft genoeg knowhow en ervaring om blindelings een ijzersterke prestatie neer de zetten. Deze generale repetitie was dus een volwaardig en meeslepend concert dat zoals gewoonlijk lang en hard aan de ribben bleef kleven. En al direct één met een onvergetelijk karakter, want waar kan je op vandaag nog in zo een intieme setting een Amenra gig meemaken?

De knusse 4AD was volgelopen met een bijzonder respectvol publiek dat zich de ganse set lang muisstil wist te houden. Dit was een zegen voor de beleving van die kenmerkende intense stil/luid muziek, want op festivals hebben we ons al te vaak dood geërgerd aan het irritante geroezemoes dat om de haverklap opsteeg tijdens de stiltemomenten. Hier niet, hier waren de overgave en de toewijding van het publiek zo eerbiedvol dat je een vlieg kon horen ademen. Er werd zelfs niet geapplaudiseerd tussen de songs, maar dat kwam vooral omdat Amenra alles telkenmale haarfijn met een subtiel draadje aan elkaar naaide. Pas na de laatste abrupte knal van afsluiter “Silver Needle. Golden Nail” steeg er applaus en gejuich op, alsof we hier op een klassiek concert waren.
Vanavond waren er alvast geen verrassingen in de zin van nieuwe songs, daar is het nog even op wachten, wel een setlist om bloedduimen en zwarte vingers bij af te likken. Van bij de aftrap met “Children Of the Eye” zat iedereen al ‘in the zone’, wat wil zeggen dat men al meteen verdoofd was door de intensiteit en de hypnose die Amenra teweegbracht. Een bloedstollend “.Razoreater.” ging door merg en been en alles wat daar rondhing. Het werd ons ook nog maar eens duidelijk dat een onheilspellend en doordringend “Nowena /9.10” misschien wel de allerbeste Amenra song ooit is, vanuit een intieme inwijding naar een explosieve en immer brandende apotheose. “.Ter Ziele.Tottedood.” sleepte zich met loodzware gitaren doorheen een giftig moeras waarbij de fans in een modus van slowmotion-headbanging verzeild geraakten. Ook “.Am Kreuz.” keerde ons compleet ondersteboven, de Amerikaanse bassiste Amy Thung Barrysmith zorgde hier voor een perfect tegengewicht voor de fanatieke schreeuwvocals van Colin van Eeckhout. “A Solitary Reign” was uiteraard wederom de kraker waar Amenra nooit meer om heen kan, toch verbaasde het ons dat ze die klassieker nog steeds met een verbetenheid en force wisten te brengen alsof ze die song voor de eerste keer brachten.

Dit was naar goede gewoonte alweer een immense ervaring om te ondergaan. Want een Amenra concert, dat beleef je niet zomaar, dat onderga je. Met lijf en leden.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Kristof Acke één van de drie avonden , AB, Brussel (van 06-05 t-m 08-05-2026)
Amenra
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9539-amenra-06-05-2026?Itemid=0


Organisatie:4ad, Diksmuide

Mojo & The Kitchen Brothers - Van hallucinerend tot explosief
Mojo & The Kitchen Brothers, Temple Fang, Heath

Mojo & The Kitchen Brothers hadden hun Nederlandse vrienden van Heath en Temple Fang uitgenodigd voor een psychedelisch rockfeestje in de Trix Bar. Het bleek een drievoudige trip die telkenmale het publiek in een genotvolle stemming bracht.

Heath dompelde alvast de zaal in een smeulend psychedelica bad met amper een drietal songs in ruim 3 kwartier. Het had wel een Doors-sfeertje in huis, met dat verschil dat hier een bruisende harmonica als handelsmerk aan de sound was toegevoegd en dat de songs wel heel lange zijwegen in sloegen. We onthouden vooral het sterke “Nosedive” dat vanuit een zompige bluesy aanvang afstevende op een stomende finale, er broeide een atmosfeertje die bij momenten naar All Them Witches zweemde. 

Ook bij Temple Fang hadden ze op voorhand al de wierookstokjes aangestoken om een neo-hippie sfeertje te creëren dat aansloot bij hun sluimerende en hallucinerende stoner-rock. Wederom lang uitgesponnen songs die na een lange zwerftocht uiteindelijk tot een explosie ergens in de verre ruimte leidden.
Zo was “The River” terug onze favoriet, minutenlang sluipen en sluimeren om dan uiteindelijk die fatale giftige beet toe te dienen.
Temple Fang werkte een klein uur bijzonder hypnotiserend en had ook het publiek in een vaste wurggreep. Fijne ervaring, goeie band.

Terwijl de twee Nederlandse bands ons in een soort van trance hadden gebracht kwamen Mojo & The Kitchen Brothers ons brutaal wakker schudden met stoner-rock voor ADHD’rs, of speed-metal voor epileptici.
Dit hyperkinetische combo bracht stomende psych/stonerrock met de tomeloze energie en gekheid van King Gizzard & The Lizard Wizard en Mr Bungle. Na het avontuurlijke en overigens schitterende album ‘Into The Center of the Cat’s Eye Nebula’, waaruit “Mr Goblin Found the Electric Sugar” wederom met een flinke scheut peper in het gat werd gekatapulteerd, heeft Mojo niet stilgezeten en werd er met open vizier aan vers materiaal gesleuteld dat in de Trix zijn vuurdoop kreeg. De nieuwe songs bleken splinterbommetjes te zijn die duidelijk aangaven dat er volop werd ingezet op snelheid, explosiviteit en geschifte doch gecontroleerde herrie.
Met drie uitmuntende gitaristen in de rangen, elk met een gezonde hoek af, werden er uiteraard een stel moordriffs en spetterende solo’s op ons afgevuurd. Na een knotsgek half uurtje intense en uiterst elektrische uitbundigheid werd gas teruggenomen met een fantastisch, spacy en fascinerend “Into the Center of the Cat’s Eye Nebula” waarvan de hemelse intro (nou ja, intro) uitgesponnen werd tot een muzikaal juweeltje van boven de 10 minuten met heerlijk soleerwerk, totdat er uiteindelijk nog een ultieme splijtende lap werd opgegeven. In deze wonderlijke song gaf dit bruisende gezelschap het beste en gekste van zichzelf, en dat bleek heel wat.
Wat wij al wisten werd hier nog eens met verve bevestigd, Mojo & The Kitchen Brothers is samen met Gnome één van de meest indrukwekkende bands aan het Belgische stonerfirmament en alles wat daarrond zweeft. Laat die nieuwe plaat nu maar snel komen.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 1 van 112