De Amerikaanse zanger en liedjesschrijver Chris Isaak groeide op in het Californische Stockton. Als kind graaide hij graag in de platencollectie van zijn ouders en kwam aldus onder de indruk van artiesten als Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Roy Orbison. Ook zijn bewondering voor John Fogerty stak hij nooit onder stoelen of banken.
Toen Isaak besloot zijn bokshandschoenen op te bergen – zijn meermaals gebroken neus draagt nog steeds de sporen van dit verleden - en na zijn studies te hebben afgerond, besloot hij zich toe te leggen op een muzikale carrière. Hij schuimde gedurende enkele jaren bars en clubs in San Francisco en L.A. af totdat hij via producer Erik Jacobsen een platencontract kon versieren bij Warner Bros. Records. Het prachtige ‘Silvertone’ (1985) was hiervan het eerste resultaat en daaruit bleek hoe groot zijn muzikale invloeden waren op zijn eigen werk. De plaat bulkte van de rock-‘n-roll, rockabilly en blues uit de jaren ’50 en vroege jaren ‘60 maar kreeg een eigentijdse toets via teksten voortkomend uit eigen hart en ziel.
Ondanks het aandringen van de platenmaatschappij om stijlveranderingen door te voeren, bleef Isaak zijn eigen ding doen zonder daarbij in de valkuil te trappen en te verdrinken in pure nostalgie.
En het heeft hem geen windeieren gelegd. Reeds vanaf zijn tweede album verkreeg hij meer internationale airplay met « Blue Hotel » maar een echte hit scoorde hij met « Wicked Game ». Dit wereldnummer is terug te vinden op het album ‘Heart Shaped World’ uit 1989 maar de doorbraak kwam er pas twee jaar later toen David Lynch een instrumentale versie ervan gebruikte in zijn cultfilm ‘Wild At Heart’ (ook op de soundtrack van ‘Blue Velvet’ (1986) stonden overigens twee tracks van Isaak te prijken). Het nummer mét vocalen werd vervolgens opgepikt door radiostations en de nog steeds tot verbeelding sprekende zwart-witte, door Herb Ritts geregisseerde sensuele video waarin Isaak innig topmodel Helena Christensen – die ogen! – mocht omarmen op een strand, zorgde voor het extra promotiewerk.
De rest is geschiedenis. Zijn naam als artiest en status als sekssymbool waren nu definitief internationaal gevestigd en aan populariteit heeft Isaak nimmer moeten inbinden. Het bewijs hiervan is onder meer terug te vinden bij concertprogrammatoren die wanneer ze Isaak boeken, doorgaans ook meteen het bordje ‘uitverkocht’ mogen bovenhalen. Dit was bijvoorbeeld twee jaar geleden het geval in de Brusselse AB en afgelopen zondag waar Isaak in dezelfde zaal aantrad, deed hij deze prestatie nog eens over.
Toch wel opmerkelijk voor iemand die in ruim twintig jaar geen echt grote hit meer heeft gescoord, zijn setlist doorheen tournees nauwelijks wijzigt en zijn concerten voorziet van gimmicks en satire die uit het boekje komen.
Waar ligt het dan aan? Natuurlijk komen er veel toeschouwers – hoofdzakelijk vrouwen – zich verlekkeren aan de looks van Isaak maar nog veel belangrijker en er toe doende is dat deze crooner een fantastische zanger is, prachtige nummers heeft neergepend en zijn groep die ruim een kwart eeuw met hem samenspeelt, rasmuzikanten bevat. Bovendien is het showgehalte steeds hoog en mag er tussendoor hard gelachen worden. Vooral de zelfspot en satire vieren steeds hoogtij.
Daarbij moet gezegd dat ook al is alles steeds goed ingestudeerd (gesynchroniseerde swingende pasjes, bassist Rowland Salley die de hoofdvocalen mag overnemen tijdens « Best I Ever Had », Isaak die de groepsleden en publiek uitdaagt met rake oneliners, reeds vroeg in de set de zaal instapt en zich tot aan de mengtafel onder het publiek begeeft, een oefening die gitarist Hershel Yatovitz overigens mocht overdoen tijdens « Live It Up »), de groep brengt het met zoveel branie en met een brede glimlach dat het publiek het gevoel krijgt dat het enkel voor hen op die specifieke avond weggelegd is. En datzelfde publiek gaat steevast snel door de knieën en laat zich gedwee onderdompelen in deze op en top Amerikaans ogende show. Zo liet Isaak de aanwezigen in de AB in de waan dat de groep extra lang zou spelen omdat ze niet zoveel in Brussel kwamen maar in werkelijkheid stond er zelfs een nummer minder op de setlist ten aanzien van vorige concerten tijdens deze tour - voor de liefhebbers: « That Lucky Old Sun » (oorspronkelijk van Ray Charles) werd geschrapt. Isaak is niet voor niets ook deeltijds acteur.
Het concert afgelopen zondag lag in het verlengde van zijn vorige passage maar bevatte deze keer grosso modo twee grote onderdelen. Vooreerst werd een soort ‘best of’ aangeboden, terwijl nadien het eind vorig jaar uitgebrachte album ‘Beyond The Sun’ centraal stond.
Na een instrumentale intro verscheen – ook al is hij intussen 56 geworden - een nog steeds erg fris ogende Isaak, vetkuif onlosmakelijk incluis en gehuld in een lichtblauw pak dat Elvis Presley moeiteloos had kunnen dragen tijdens zijn Las Vegas shows. De groepsleden daarentegen droegen een maatpak dat gelijkenissen vertoonde met de outfit van de begeleidingsgroep van wijlen James Brown gedurende de jaren ‘60.
Opener van de avond – en kan het nog symbolischer? – was het uptempo « American Boy » en dit effende het pad voor een wisseling tussen ballades en rocknummers. Als hoogtepunten – al moeten we zeggen dat echte inzinkingen niet te bespeuren waren – vielen er bijzonder fraaie en loepzuivere versies te noteren van « Blue Hotel », « San Fransisco Days », « Somebody’s Crying » (wat een melodie), « Wicked Game » (inderdaad een klassieker ten top), « Dancin’ »(nog steeds onverwoestbaar en vergezeld van een lang, toonvast vocaal einde), « Notice The Ring » (met een uitwisseling aan stijlen gaande van rock-‘n-roll tot free jazz en waarbij onder meer percussionist Rafael Padilla en toetsenist Scott Plunkett hun kwaliteiten mochten etaleren) en het broeierige, mysterieuze door bassist Rowland Salley ingezette ‘Baby Did A Bad Bad Thing’. Bij dit laatste, bluesy nummer haalde Isaak zijn diepste stem boven en werd onderstreept dat het geen verwondering mag heten dat Stanley Kubrick dit aanwendde om te laten fungeren in zijn donkere, raadselachtige film ‘Eyes Wide Shut’ uit 1999. Ook mochten daarbij als vertrouwd twee dames het podium op om hun sensuele (dans)troeven uit te spelen. Eentje droeg een t-shirt met als opschrift ‘What The Hell’ waarop Isaak ad rem reageerde en als grap vertelde dat zij bij haar thuiskomst zou kunnen vertellen: “Mam, I went to a concert and I fell in love with a man on the stage. But don’t worry mam, it’s not a musician. It’s a bass player”.
De tweede helft van het concert stond dus in het teken van zijn recentste album ‘Beyond The Sun’, dat – zoals de titel aangeeft – opgenomen werd in de oorspronkelijke Sun Studio’s te Memphis en waarop eer betoond wordt aan muzikale helden die er onder toezicht van platenbaas Sam Phillips hun eerste opnames maakten. Waar Isaak de covers op de plaat braafjes binnen de lijntjes kleurt en aldus te dicht blijft aanleunen bij de originelen zonder zijn versies als bijzonder te laten klinken laat staan de originelen te overtreffen, was dit euvel minder groot tijdens zijn concert in de AB. Daar kregen ze wel meer punch en wonnen ze aan impact.
Er werd voorzichtig aangevat met wat mooie gospel en doo-wop tijdens « Doin’ The Best I Can » (Elvis Presley). Nadien werden versies gebracht van « Ring Of Fire » (Johnny Cash), het ooit van de radio verbannen « Dixie Fried » (Carl Perkins), « Can’t Help Falling In Love » (Elvis Presley) en « It’s Now Or Never » (idem) waar de combinatie van drumborstels, contrabas, piano en de stem van Isaak – die sowieso nauwelijks dichter bij Presley kan geraken – uitstekend werkte.
Nadien werd er ook nog wat meer stevige rock-‘n-roll uit de kast gehaald tijdens « Live It Up », eveneens terug te vinden op ‘Beyond The Sun’ maar wel van de hand van Isaak, en een bijzonder snedig « Miss Pearl » (een parel van de nagenoeg vergeten Sun artiest Jimmy Wages). Bij dit laatste mocht Scott Plunkett zijn kunsten opvoeren en helemaal loos kon hij gaan tijdens « Great Balls Of Fire » (Jerry Lee Lewis) waar hij een nagenoeg perfecte imitatie weggaf van ‘the killer’ zelve, inclusief het aanslaan van de toetsen met behulp van voet en knie en de piano die als apotheose via namaakvlammetjes en ingebouwde rookelementen ‘in vlammen’ opging.
Als eerste toegift werd gekozen voor een flard « Super Magic 2000 », een mooi voorbeeld van instrumentale surfrock, waarna Isaak het podium betrad in zijn bekende zilveren glitterkostuum. Tijdens « Oh, Pretty Woman » (Roy Orbison) verrees een reusachtige pin-up (in ballonvorm weliswaar) en gedurende « Big Wide Wonderful World » mocht Yatovitz nog enkele fraaie bluesakkoorden uit zijn gitaar toveren en Plunkett zijn orgel laten brullen. Afsluiter was het gospelachtige « Worked It Out Wrong » waarbij Salley, Yatovitz en drummer Kenney Dale Johnson als begeleidend koortje dienden en waarbij ondanks hun grappige bewegingen de pastiche nooit de ernst overheerste. En dit was toepasselijk op het hele concert. De herkenningsfactor was hoog en er viel veel te lachen maar bovenal werd er met klasse gezongen en gemusiceerd zodat alle aanwezigen met een warm gevoel naar huis konden gaan.
Op deze verkiezingsdag werden op dat tijdstip regionale overwinningen gevierd, wonden gelikt en de eerste coalities gevormd maar in de AB ging de stem van het publiek unaniem naar Chris Isaak en zijn begeleidingsgroep.
Setlist : (Intro), American Boy, Pretty Girls Don’t Cry, Blue Hotel, We’ve Got Tomorrow, I Want Your Love, San Fransisco Days, I’m Not Waiting, Somebody’s Crying, Wicked Game, Best I Ever Had, Dancin’, Notice The Ring, Baby Did A Bad Bad Thing, Doin’ The Best I Can, Ring Of Fire, Dixie Fried, Can’t Help Falling In Love, It’s Now Or Never, She’s Not You , Live It Up, Miss Pearl, Great Balls Of Fire
Super Magic 2000, Oh, Pretty Woman, Big Wide Wonderful World, Worked It Out Wrong
Organisatie: Live Nation