logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Joe Bonamassa

Muddy Wolf at Red Rocks

Geschreven door

Joe Bonamassa is het soort bluesrock-gitarist die getrouwd is met zijn gitaar, er mee gaat slapen en waarschijnlijk ook gaat kakken. Zo eentje die graag zichzelf hoort spelen en zijn eigen solo’s uitermate fantastisch vindt. Op een Bonamassa optreden kan u tijdens één solo gerust op uw gemak een toiletbezoekje plegen én daarna een pintje gaan pakken in het café ernaast, u bent op tijd terug.
‘Muddy Wolf At Red Rocks’ moet zowat zijn elvendertigste live cd zijn en deze keer is het een eerbetoon aan de al lang overleden bluesgrootheden Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Wat moeten we daar nu mee ? Beide helden waren vermaard omwille van hun authenticiteit, Muddy Waters voor die bruisende combinatie van prachtig doorleefde bluessongs met die typisch wenende gitaar, en Howlin’ Wolf vooral omwille van zijn rauwe songs en die unieke stem waaraan hij zijn naam had te danken (zowel de rasperige kelen van Captain Beefheart, Tom Waits als die van Arno zijn schatplichtig aan de meester).
Qua stem moet Bonamassa sowieso onderdoen voor de twee blueslegendes, hij is een bleekscheet die de blues geleerd heeft op de gitaarschool en niet op de katoenplantages. Bij Waters en Wolf zat de blues onlosmakelijk ingebakken in hun lijf, bij Bonamassa komt die uit de boekjes.
Hij ontbeert dus een hoop talenten als het op de blues aankomt, en als hij die tracht te vervangen door een aan grootheidswaanzin lijdende elektrische gitaar, dan vinden wij dat nogal blasé. Dit live album wordt nog enigszins opgesmukt door een stel soulvolle blazers, maar als Bonamassa het voor de zoveelste keer niet kan laten om uitvoerig zijn gitaar te neuken, dan gaan wij regelmatig een toertje om de blok wandelen. Natuurlijk is het songmateriaal sterk, bijna alle songs zijn klassiekers, echte bluesstandards zeg maar, maar ze zijn al duizenden keren gecoverd.
Bonamassa geeft de songs wat extra bombast maar geen meerwaarde, hij gebruikt ze alleen maar om zijn eigen virtuoze kunstjes te etaleren en uit te vergroten. Of Muddy Waters en Howlin’ Wolf zich hiermee vereerd zouden voelen is maar zeer de vraag.
Maar goed, als u elektrische macho-bluesrock verkiest bovenop authentieke primaire blues, en u kickt bovendien op een overdaad aan narcistische gitaarsolo’s, dan is dit zeker uw ding.

Joe Bonamassa

Black Rock

Geschreven door

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

Joe Bonamassa

Virtuoze powerblues - Joe Bonamassa

Geschreven door

Als Joe Bonamassa de laatste jaren alom geprezen wordt om zijn supertalent, dan gaat het duidelijk niet om zijn songschrijverschap, maar wel om zijn virtuoze gitaarspel. Zijn songs zijn gebouwd op de aloude vaste structuren die al sinds mensenheugenis vastliggen in de wereld van de bluesrock, maar de man onderscheidt zich door zijn indrukwekkende gitaarspel. De sublieme gitarist refereert vooral naar blanke grote voorbeelden als Jimmy Page, Rorry Gallagher en Stevie Ray Vaughan, van de authentieke zwarte blues heeft hij veel minder kaas gegeten.
Op Bonamassa’s platen vinden we dus niet echt onvergetelijke songs terug, maar voelen we wel in de uitvoering ervan de klasse van het schijfje druipen. De coverkeuze is vaak verassend maar al even vaak een beetje ongelukkig, zo verbrandt Bonamassa zich op zijn laatste plaat aan “Stop” van Sam Brown, “Feeling good” (onsterfelijk gemaakt door Nina Simone) en “Jockey Full of Bourbon” (Tom Waits coveren is altijd riskant, nog nooit heeft iemand een Waits song beter gebracht dan the man himself).

Gelukkig voor ons heeft JB de vermelde coverversies vanavond wijselijk links laten liggen, hij speelde wel het reeds platgecoverde “Further on up the road” maar zijn versie mocht er best wezen.
Bonamassa en zijn puike band begonnen de set meteen met de twee sterkste songs van het laatste album ‘The Ballad of John Henry’, namelijk de titelsong en een snedig en scherp “Last kiss”. Hiermee bewees JB meteen een artiest te zijn die je best live aanschouwt (een virtuoze gitarist op een podium aan het werk zien heeft toch altijd iets meer dan gewoon thuis naar een plaatje te luisteren dat overstroomt van de solo’s). Het was een lust voor oog en oor om die kerel met volle overgave op zijn instrument te zien loos gaan. Bonamassa soleerde er op los, al dan niet met bijhorende smoelentrekkerij, beheerste alle mogelijke truukjes van het genre en kon werkelijk geen enkele keer op een foutje of een scheve noot betrapt worden. Overdaad, zegt u ? Bwah, wie geen liefhebber is van een waterval aan gitaarsolo’s had ook geen reden om hier te zijn.
Bonamassa schakelde geregeld over van stevige rockers als “Bridge to better days” naar powerbluesballads als “So many roads” en een heel mooi en lang uitgesponnen “Sloe Gin”.
Een echte demonstratie was “Woke up dreaming”, in zijn eentje en op akoestische gitaar schakelde Bonamassa in die ene song met branie over van snelle boogie naar blues naar zonnige Spaanse oorden en castagnetten.
En van een goeie coverkeuze gesproken : Om te eindigen trakteerde hij ons op een lange en felle versie van “Just got paid” (tijdloze ZZ TOP klassieker) met daarin op geniale wijze een flinke scheut “Dazed and confused” van Led Zeppelin verwerkt. Een stevig hoogtepunt van een toch wel hoogstaand concert.

Liefhebbers van elektrische powerblues hadden hier een vette kluif aan, fans van meer authentieke blues waren vorige week beter af geweest met Seasick Steve. Wij hebben beiden gezien en vonden het vooral een interessant contrast. Waarom niet beiden op één affiche ?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent ism AB, Brussel