Oblivians - Niet meer zó urgent, toch nog altijd een klasse apart
Oblivians
DOKarena
Gent
2016-07-26
Ollie Nollet
The Glücks hebben blijkbaar een patent op het openen van dit soort optredens. Het aantal keren dat ik ze zag bestaat intussen al uit twee cijfers. Ondanks het feit dat ik perfect weet wat me te wachten staat , kan hun overstuurde garagepunk overgoten met een Cramps galm me nog steeds boeien. Hun natuurlijke habitat zal zich eerder in dompige krochten situeren maar zelfs in de openlucht van de DOKarena wisten ze de vonk te laten overslaan.
Lange tijd waren de Oblivians één van de meest geciteerde namen bij de vraag naar invloeden. Daar lijkt nu een einde aan gekomen te zijn, ook al omdat het genre (garagepunk) compleet op apegapen ligt. Toch waren zij het die midden de jaren ‘90 samen met groepen als The Jon Spencer Blues Explosion de rock-‘n-roll nieuw leven wisten in te blazen. Net toen een doorbraak niet meer veraf leek , kwam abrupt een einde aan hun korte, tumultueuze bestaan.
Wat bleef waren drie schitterende, reguliere LP’s en talloze herinneringen aan sensationele optredens. In 2009 (na 12 jaar) gebeurde dan hetgene waar niemand nog van had durven dromen : een nieuwe Europese tour waarbij het oude vuur opnieuw hoog oplaaide. In 2013 verscheen zelfs een nieuwe en meer dan genietbare plaat, ‘Desperation’, maar optreden deden ze nog slechts met mondjesmaat.
En nu, zeven jaar na de vorige keer waren ze opnieuw in Europa en kon ik ze gaan zien in Gent, de stad waar ik ze samen met de Country Teasers destijds ook de allereerste keer zag. Toen in een perfecte zaal (Democrazy, Reinaertstraat), nu in de wat ongelukkig gekozen DOKarena.
De set kwam wat aarzelend op gang hoewel hun hit, “Bad man”, reeds als tweede nummer werd prijsgegeven. Het heilige vuur leek wat gedoofd maar gaandeweg kon ik er me toch steeds meer in vinden en werd nog maar eens duidelijk welk immens talent Greg Cartwright toch is. Wat een hemelse stem heeft hij terwijl zijn gitaarspel in de loop der jaren steeds verfijnder is geworden maar toch nog ruw genoeg blijft voor de ongepolijste garagepunk van de Oblivians. Naast hem kwam Eric Friedl als zanger maar bleekjes voor de dag. Maar dit hoort erbij : zij waren immers het groepje waarin iedereen zong, iedereen gitaar speelde en iedereen ook nog eens moest drummen. Alleen is Eric momenteel met geen stokken meer achter dat drumstel te krijgen.
Intussen werd het steeds beter met songs als “I’m not a sicko, there’s a plate in my head”, “Drill”, “Guitar shop asshole” en “Pil popper”. Toen Jack en Greg wisselden leek het erop alsof er een versnelling hoger werd geschakeld hoewel zijn prijsnummers, “Big black hole” en “The leather”, een net iets trager tempo hebben. Jack was bijzonder goed op dreef, voegde er een mespuntje blues aan toe en bewees in de wondermooie afsluiter “Never change” dat ook hij er als zanger een heel stuk op vooruit gegaan is.
Nadien volgden nog twee korte bisnummers waarna de avondklok er onverbiddelijk een einde aan maakte.
De euforie van vroeger was er niet meer bij maar het was mooi geweest. Er liep iemand voorbij met een t-shirt waarop stond ‘The Trashmen since 1962’ en ik vroeg me of er binnen dertig jaar t-shirts met als opschrift ‘Oblivians since 1993’ verkocht zouden worden.
Organisatie: Heartbreaktunes + Democrazy, Gent