logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Phosphorescent

Phosphorescent - Een versleten stem zonder missers

Geschreven door

Phosphorescent mag dan al jaren meedraaien binnen de indie-folk en americana, toch blijft Matthew Houck een artiest die vooral op gevoel lijkt te varen. Zijn laatste plaat ‘Revelator’ uit 2024 laveerde opnieuw tussen dromerige melancholie, persoonlijke twijfels en warme arrangementen. Sindsdien werkte hij ook aan een soundtrack, maar in Trix leek het vooral een avond te worden waarin hij rijkelijk uit zijn eigen repertoire kon putten. Geen grote verrassingen dus, wel een nieuwe liveband en hopelijk opnieuw die typische warme sfeer waar Phosphorescent ondertussen om bekendstaat.

De opwarming werd verzorgd door Rich Ruth, die later op de avond ook mee op het podium zou staan bij Phosphorescent. Alleen tussen een indrukwekkende verzameling pedalen, elektronica en gitaren bouwde hij drie lange nummers op die balanceerden tussen ambient, jazz en psychedelische elektronica. Soms deed het denken aan Caribou of Tycho, al bleef het geheel wat abstracter en experimenteler. Onder dikke rookwolken en subtiel licht werkte hij met loops, samples en repetitieve gitaarlijnen naar sferische hoogtes toe.
Niet elk moment was even meeslepend, maar Ruth hield duidelijk strak controle over zijn soundscapes. Het publiek reageerde eerder voorzichtig enthousiast, al groeide het respect zichtbaar naarmate zijn set vorderde.

Phosphorescent zelf begon bijzonder sterk. Vanaf “C’est La Vie No. 2” viel meteen op hoe helder de soundmix zat en hoe goed de nieuwe liveband op elkaar was ingespeeld. De subtiele synths, gelaagde gitaren en losse ritmes gaven nummers als “Revelator” en “Wide as Heaven” extra ademruimte.

Houck bleek wel ziek te zijn: zijn stem kraakte geregeld en leek soms op de rand van instorten te balanceren. Toch gaf die extra korrel de songs vreemd genoeg nog meer doorleefdheid. Bovendien stonden er met de tweede gitarist, bassist en drummer bijzonder vaardige muzikanten op het podium, wat nummers als “At Death, a Proclamation” en “Around the Horn” een stevige psychedelische punch gaf.

Halverwege de set werd het iets losser en intiemer. Houck wandelde tijdens “There From Here” over het podium zonder gitaar en zocht zichtbaar het contact met het publiek op. “The Quotidian Beasts” was ondanks zijn bijna volledig versleten stem nog steeds indrukwekkend, mede dankzij een muisstille tussenpassage en een strak lichtspel. Uiteraard bleef “Song for Zula” hét emotionele ankerpunt van de avond, ook al miste de afwezigheid van viool ergens een extra laag magie.
In de bisronde bracht Houck met “Wolves” en “Endless Pt. 1” twee breekbare solomomenten, waarbij hij tussen bindteksten door even zijn draad leek kwijt te raken. Vermoeid, ziek of misschien gewoon wat loom: het maakte hem alleen maar menselijker.
Veel verrassingen bracht Phosphorescent uiteindelijk niet naar Trix, maar dat hoefde ook niet. De warme sfeer, het sterke samenspel en de broze schoonheid van Houcks songs bleven moeiteloos overeind. Zelfs met een stem die zichtbaar afzag, wist hij zijn publiek volledig mee te nemen in zijn melancholische universum.

Geen perfect concert misschien, wel een bijzonder innemende avond die zachtjes bleef nazinderen.

Setlist

C'est la vie no.2 - Revelator - Wide as Heaven - Terror in the Canyons (The Wounded Master) - New Birth in New England -  There From Here - At Death, a Proclamation - Around the Horn - Muchacho's Tune - The Quotidian Beasts - Song for Zula — Wolves - Endless, Pt. 1 - Tell Me Baby (Have You Had Enough) - Down To Go

Organisatie: Trix, Antwerpen

Phosphorescent

Muchacho

Geschreven door

De New-Yorkse sing/songwriter Matthew Houck aka Phosporescent heeft een privécrisis goed overleefd en komt glorieus terug met ‘Muchacho’, dat deels in Mexico is ontstaan . We hebben te maken met boeiend gevarieerde materiaal , sterk gedrenkt binnen de altcontry/ americana/rootsmusic. Als je z’n werk kent , kom je uit op mans zalvende weemoed, luister maar eens naar “Terror in the canyons”, “Muchacho’s tune”, “The quotidian beasts” en “Down to go”.
Maar we zijn aangenaam verrast door de drumbeats, “Song for Zula” en “Ride on /right on” bieden wat meer swing. En een breder instrumentarium als viool en blazers zijn graag meegenomen, die zorgen voor kleur en een broeierige spanning .
De hartverscheurende, beklijvende momenten blijven aanwezig ,  kenmerkend voor Phosphorescent maar door de stijlvariatie en de muzikale rijkdom hebben we vakkundig materiaal die optimisme en levenslust uitnodigen.
We worden zelfs in het begin verwelkomd en op het eind uitgewuifd door barok/gotiek van een kerkkoor, “Sun arise/Sun’s arising” .
De toekomst van Phosphorescent is rooskleuriger.  Voor wie houdt van Bon Iver, My Morning Jacket , Bonnie ‘Prince’ Billy en Neil Young mag deze Phosphorescent niet zomaar links laten liggen …

Phosphorescent

Phosphorescent – een lichtjec in de duisternis bij Bobbejaans heengaan

Geschreven door

Merkbaar nerveus opende Boston Tea Party de avond. Een gebroken snaar gooide onmiddellijk wat roet in het branievol geserveerde eten maar het werd snel duidelijk dat dergelijke pech hun jeugdig enthousiasme niet kon temperen. Het koppel maakt wat ze zelf ‘gestoorde noisepop’ plachten te noemen, een op zichzelf nietszeggende term die dus een heel brede lading kan dekken. Wat we zagen, waren een vinnige jongen op gitaar en een niet minder energieke meid die voor de percussie zorgde. Dit slagwerk werd voornamelijk beheerst door de zelfgemaakte ‘stompbox’, een instrument dat toelaat om een stevige beat te genereren maar na verloop van tijd te eentonig klinkt om te blijven boeien.
Met een beetje fantasie kan men dit tweetal koppelen aan o.a. The White Stripes (om evidente redenen), Anne Clarck (omwille van het krachtig declameren van bepaalde songteksten door de jongedame), Peaches (omwille van de flair en onverschrokkenheid waarmee diezelfde dame bepaalde liedjes durft te zingen) en The Stooges (omwille van de riffs die de gitarist door de boxen joeg). Ook Gossip en The B52’s zouden we als referentie durven vernoemen. Met “The Mercy Seat” brachten ze een Nick Cave-cover die alleszins een zeer eigen stempel kreeg. De jongedame verklaarde de keuze door met een flinke portie ironie te beweren dat dit lied zo dicht bij haar stem ligt. Voor het overige hoorden we een zestal uit hun debuutplaat (“Little trouble kids”) geputte songs waaronder hun eerste single (het eerder donkere “90’s Dream”) en het met een stevige “I wanna be your dog”-gitaarflard gelardeerde “Zero One”.
Afsluiten deden ze met “She made me dance”. We hadden graag hetzelfde beweerd maar dat zou overdreven zijn. Qua inzet krijgen ze minstens een acht op tien, maar hun ruwe rock en technische bagage behoeven progressie alvorens potten te kunnen breken. Het siert hen wel dat ze dit zelf ook inzien, de slotwoorden van de gitarist (die trouwens een ware recidivist bleek op het vlak van snarenvernieling) luidden immers: ‘Volgende keer doen we beter.’ We hopen het met hen. Dat ze weinig pretentie hebben is duidelijk, over hun potentie durven we echter nog geen finale uitspraken doen.

Phosphorescent presenteerde zich tot twee jaar terug voornamelijk als een solo-act. Zo zagen we Matthew Houck op het Domino-festival van april 2008 veelvuldig gebruik maken van loops om de meerstemmigheid van de gelaagde muziek uit het prachtige ‘Pride’ (2007) te kunnen vertalen naar het podium. Sedert de aan ‘To Willie’ (2009) gekoppelde tournee verkiest hij echter het gezelschap van een 5-koppige begeleidingsband. Muzikaal sluit zijn nieuwste CD, ‘Here’s to taking it easy’, trouwens erg aan bij hetgeen hij op dat eerbetoon aan Willie Nelson op plaat liet persen. Terwijl zijn eerste drie albums minder toegankelijk waren en vaak getuigden van een onbestemde en beklijvende sfeer, gooit Phosphorescent het sedert vorig jaar duidelijk over een vlottere countryrock-boeg.
Na een lange instrumentale intro hoort men in het STUK de eerste vier nummers van ‘Here’s to taking it easy’. Dit alles in identiek dezelfde volgorde als op plaat, het hoeft dus niet te verbazen dat Houck apetrots is op zijn laatste werkstuk. Zelf zijn we iets minder opgetogen want geluidstechnisch liep er het eerste kwartier aardig wat mis, pas vanaf “Mermaid Parade” horen we de nodige beterschap. Vervolgens krijgt het op “Pride” onbeschrijfelijk sterk klinkende “A Picture Of Torn Up Praise” een grondige herwerking die ons niet voor het laatst doet beseffen dat de winst aan (samen)speelplezier tot een verlies aan impact geleid heeft. Niet dat die klassesong plots middelmatig klinkt, maar we durven ons afvragen of Houck die nieuwe live-versie zelf beter vindt dan het door merg en been gaande origineel. Gelukkig doet “Tell Me Baby (Have You Had Enough)”ons toch nog verzoenen met de sound die zijn begeleiders creëren. Ook de samenzang in het uit
‘Aw Come Aw Wry’ (2005) stammende “Joe Tex, These Goddam Taming Blues (Are Killing Me)” vloeit mooi over in puike arrangementen.
De Willie Nelson-hattrick (“It’s not supposed to be that way”, “Too sick to pray” en “Reasons to quit”) doet Houck opmerken dat Phosphorescent ballen heeft want dat geleende materiaal is zodanig sterk dat - en we citeren -  ‘the Phosphy-songs will sound as shit’. Een bewering die hij stande pede ontkracht door twee andere hoogtepunten uit ‘Pride’ ten berde te brengen: “Wolves” komt mede door technische problemen wat moeizaam op gang maar vloeit uiteindelijk uit in de prachtige hymne die ons bij elke beluistering een krop in de keel bezorgt, “At Death, A Proclamation” kent evenmin een vlekkeloos verloop maar evolueert naar een verschroeiend slot dat terecht op luid applaus onthaald wordt.

In de bisronde grijpt Houck terug naar
“Aw Come Aw Wry”. Terwijl het solo gebrachte “Dead heart” de zaal muisstil krijgt, bevestigt “Endless” (vocaal begeleid door de gitarist) dat Phosphorescent op zijn best is in zijn meest breekbare versie. Geholpen door zijn hoorbaar vermoeide stembanden is Matthew Houck capabel om koude rillingen op te roepen in een nochtans meer dan voldoende verwarmde Labozaal. Het zou ons niet kunnen deren indien “Endless” zijn titel waarmaakte. Spijtig genoeg komt echter aan alle mooie liedjes een eind, zelfs Bobbejaan Schoepen moest dit dezelfde dag nog onder ogen. Een lang uitgesponnen versie van “Los Angeles” liet alle muzikanten nog eens het beste van zichzelf geven zodat we alsnog een positief eindoordeel kunnen vellen over deze passage van Matthew Houck en de zijnen. Bobbejaan weet zich alleszins verzekerd van een waardige opvolger…

Organisatie: Stuk, Leuven