logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

The Divine Comedy

Bang goes the knighthood

Geschreven door

Toen we twintig jaar geleden de onweerstaanbare dandy Neil Hannon tussen het Britpopgeweld zagen opduiken konden we nooit vermoeden dat deze Noord-Ier ooit nog  tiend cd’s zou opnemen.
Ondanks een geluid dat nooit lijkt te veranderen is Neil er net als Morrissey (het zij in mindere mate) in geslaagd om een hondstrouw publiek rond zich te vergaren.
Na muziek voor TV-series en een heuse musical te hebben geschreven heeft Neil Hannon eindelijk de opvolger klaar van het in 2006 verschenen ‘Victory for the comic muse’ en behalve het feit dat The Divine Comedy het werk geworden is van enkel Neil Hannon is er in weze niks veranderd.
Een ander raakpunt met Moz is ontegensprekelijk het cynisme die Hannon in perfecte popliedjes weet te gooien, zo is “The complete banker” een krankzinnige satire op de afgelopen wereldcrisis en handelt “Neapolitan Girl” over prostitutie.
De muziek van The Divine Comedy klinkt nog steeds erg barok en refereert nog altijd naar tijden toen er in de winkelgalerijen van Bond Street muziek weerklonk van Ray Davies of Burt Bacharach, maar geen fan die ooit zou willen dat The Divine Comedy plots anders zou klinken.
Niks nieuws onder de zon, en voor eens is dat maar goed ook.

The Divine Comedy

The Divine Comedy - Op de slappe koord tussen kunst en kitsch

Geschreven door


Al ruim een kwarteeuw lang mag The Divine Comedy tot één van de meest markante buitenbeentjes van de Britpop scene worden gerekend. De muzikale voorbeelden van frontman Neal Hannon -notabene van Noord-Ierse afkomst en de enige constante in de levensloop van de band- heten dan ook niet The Kinks, The Who of The Jam maar wel Burt Bacharach, Scott Walker en Morrissey. Hannon fikste er zijn eigen brouwsel mee en schopte het van indie held tot een wat atypische mainstream figuur die aan de andere kant van het kanaal zijn barokke kamerpop moeiteloos de hitparades wist binnen te smokkelen.

In het statige decor van het Koninklijk Circus treffen we Hannon temidden de promo tour voor zijn eerste album in zes jaar. ‘Foreverland’ verkoopt als zoete broodjes en wordt gretig opgepikt door Radio 1, maar laten we vooral niet flauw doen: de nieuwste worp staat bol van wel erg luchtige orkestrale popdeuntjes die allerminst de geschiedenis zullen ingaan als hoogvliegers in de back catalogue van The Divine Comedy. Toeval of niet, maar de vijf nummers uit ‘Foreverland’ die de setlist halen zijn de stoorzenders vanavond. Getooid in 18de eeuwse legerkostuums trappen Hannon en zijn vijfkoppig orkest weinig indrukwekkend af met “How Can You Leave Me On My Own” en “Napoleon Complex” uit die plaat. Het eerste kwartier vatten we samen als ‘vermakelijk zonder impact’, maar altijd genietbaar blijft de typische tongue-in-cheek humor van de ironische gentlemen Hannon. Ook op het podium is de sfeer opvallend relaxed: de frontman dolt maar wat graag met zijn muzikale kompanen en trakteert ze zelfs halfweg de set op een wijntje of een frisse pint die hij uit een antieke wereldbol tevoorschijn tovert.
De eerste vonk slaat over als “Bad Ambassador” breed uitwaaierend wordt ingezet. Het nummer heeft alle kenmerken van een tijdloos Britpop anthem, alleen hebben onze radiozenders dat nooit gesnapt. Het is de eerste en meteen ook laatste song uit opus magnum ‘Regeneration’ (’01) die we in Brussel te horen krijgen. Ook de twee daaropvolgende platen die we zonder schroom tot het beste albumwerk van The Divine Comedy mogen rekenen worden wel erg stiefmoederlijk behandeld. Niet getreurd, want Hannon gaat voor kwaliteit eerder dan kwantiteit. Tijdens “Our Mutual Friend” uit ‘Absent Friends’ (’04) heeft de Ier zijn legeroutfit intussen ingewisseld voor een dandy maatpak met bolhoed en paraplu, en slentert hij theatraal door het publiek als een volleerde crooner. Even indrukwekkend is “A Lady Of A Certain Age” uit de laatste echt goeie DV plaat ‘Victory For The Comic Muse’ (’06) waar Hannon zoals alleen Hannon dat kan de leegheid van de Engelse aristrocratie schetst. De Noord-Ier blijft echter niet langer dan nodig stilstaan bij melodrama, want even later haalt hij voorprogramma Lisa O’Neill terug op het podium om met “Funny Peculiar” een lichtvoetig Bennett & Lady Gaga moment te scoren.
The Divine Comedy is het aan zijn mainstream status nu eenmaal verplicht om elke avond de nodige dosis crowdpleasers op te diepen. In de huidige tour blijven die radiohitjes allemaal netjes opgespaard  voor één langgerekte grande finale waarbij het publiek eindelijk eens die luie krent kan opheffen en zich aan een voorzichtig danspasje kan wagen. Het onweerstaanbare duo “At The Indie Disco” en “I Like” uit ‘Bang Goes The Knighthood’ (’10) ligt daarvan het meest vers in het geheugen,  maar voor de gestyleerde  pop singles “Becoming More Like Alfie”, “Something For The Weekend” en “The National Express” moeten we al terug tot diep in de 90ies.
Tijdens de drietal toegiften schakelde de band opnieuw een stuk of twee versnellingen lager, maar op afsluiter “Tonight We Fly” na leek de fut er ineens toch wat uit. Misschien zaten de drie opeenvolgende concertavonden in de Parijse Les Folies Bergère de week voordien daar voor iets tussen, feit is dat de doortocht van Hannon en co in Brussel zonder meer vermakelijk maar niet memorabel te noemen was.

Een meer gewaagde setlist met een lager campy gehalte had de koord tussen kunst en kitsch wellicht een pak strakker kunnen laten spannen. Dante wist wel beter, want volstrekt uniek en ongeëvenaard blijft La Divina Commedia natuurlijk wel.

Organisatie: Live Nation + Botanique, Brussel

The Divine Comedy

The Divine Comedy - Kamerpop ontdaan van alle barokke franjes

Geschreven door

Binnen de ruim twintigjarige bestaansgeschiedenis van The Divine Comedy is de Noord-Ierse zanger en muzikant Neil Hannon dé centrale figuur. Hij is niet enkel de enige constante en overblijvende factor maar hij is bovendien leverancier van de liedjesteksten en hoofdverantwoordelijke voor de muzikale omkleding.

Toen het concert van The Divine Comedy afgelopen woensdag in de Orangerie van de Botanique aangekondigd werd als ‘An Evening With Neil Hannon’ keek dan ook wellicht niemand vreemd op. De verrassing situeerde zich eerder in het feit dat hij de huidige concertenreeks ter promotie van het tiende studioalbum ‘Bang Goes The Knighthood’ voor de allereerste maal in zijn carrière solo afwerkt.
Vier jaar geleden stond The Divine Comedy namelijk nog in dezelfde Botanique in vol ornaat te schitteren en als men weet dat er op de recente platen niet op enkele strijkers of andere toeters en bellen meer of minder wordt gekeken (de muziek wordt daarom vaak te gemakkelijk ingedeeld in de categorie van de zogenaamde ‘chamber pop’), was het de vraag of de typerende warme, orkestrale en vaak sfeervolle klanken niet live zou gemist worden.

Iets na 21 uur zou het antwoord op deze vraag ons aangeleverd worden toen Hannon strak in pak, met een bolhoed op het hoofd en een Sherlock Holmes’ aandoende pijp tussen de lippen geprangd, het podium betrad. Hij begroette het publiek, zette zich aan zijn piano, nam uit zijn aktetas de setlist, nipte wat aan zijn glas wijn en zette “Down In The Street Below” in, gevolgd door het naar cabaret neigende “The Complete Banker” waarin Hannon uitdrukking geeft van zijn zeldzame boosheid over het feit dat naar aanleiding van de recessie de gewone belastingbetaler bleek op te draaien voor de hebzucht van bankiers.
Meteen werd duidelijk dat door de vrij naakte uitvoeringswijze van de nummers (louter piano en zang) de fraaie melodieën overeind bleven en de teksten veel meer op de voorgrond kwamen en dat mag gerust als een extra troef beschouwd worden gezien het feit dat deze schrijfselen doorgaans uitmunten in leuke doch gevatte verhalenlijnen. Hannon is namelijk een meester om rond de vaak meest eenvoudige onderwerpen schitterende nummers te schrijven en deze te voorzien van een prachtige instrumentatie.
Zo heeft hij vorig jaar samen met Thomas Walsh van de formatie Pugwash onder de naam The Lewis Duckworth Method een volledige plaat gemaakt rondom het simpele gegeven van de cricketsport. Lijkt op het eerste gehoor tot niks zinnigs te leiden maar dat zou buiten de vaardigheden van Hannon gerekend zijn want er werd opnieuw een knap werkstukje afgeleverd.
Anderzijds, doordat Hannon ditmaal op de planken niet geruggensteund wordt door een begeleidingsgroep komen natuurlijk wel de eventuele mankementjes nadrukkelijker onder de schijnwerpers te staan. Vooral in het begin van de set werd er als eens een verkeerde noot op de piano aangeslagen en had Hannon het soms moeilijk om de juiste zangtoon aan te houden. Maar met een kwinkslag en vooral veel enthousiasme en droge humor kwam Hannon er moeiteloos mee weg en toverde hij eerder een glimlach op het gezicht van de aanwezigen dan wel dat dit als een storend effect werd aanzien.
Sowieso droeg het massaal opgekomen publiek – het concert was al wekenlang uitverkocht – Hannon figuurlijk op handen en trakteerde hem na ieder nummer op een uitbundig applaus. Hoewel de muziek van The Divine Comedy niet om de haverklap op de radio te horen is, heeft hij intussen duidelijk een vaste fanbase opgebouwd niet in het minst ook door zijn samenwerkingsverbanden met onder andere Charlotte Gainsbourg, Air en Robbie Williams.
En Hannon hield ook voortdurend de aandacht van de aanwezigen vast door hen regelmatig bij het gebeuren te betrekken. Zo nodigde hij hen uit om mee te zingen of extra gezelligheid te brengen via ritmisch handgeklap. Hij onthulde de inhoud van zijn aktetas en zat de toeschouwers ook af en toe wat te plagen en zelfs uit te dagen. Toen er vanuit de zaal volop potentiële verzoeknummers werden aangevraagd, repliceerde hij hierop dat hij zou spelen wat hijzelf wou en vergeleek de schreeuwers als ronddwalende zombies. De mimiek die daarmee gepaard ging, kunnen we u jammer genoeg niet tonen maar het was hilarisch. 
Een ander markant moment viel te beleven bij de single “At The Indie Disco” dat zelfs in sobere pianoversie er niet in slaagde te verhullen dat dit een potentiële wereldhit zou kunnen zijn. Want we willen niemand op slechte gedachten brengen maar als hier aan de hand van een remix een extra beat zou worden aan toegevoegd, moet dit in staat zijn gensters te slaan en niet enkel op de dansvloer van een zogenaamde independent discotheek. “She makes my heart beat the same way as at the start of Blue Monday. Always the last song that they play” zong Hannon en om het plaatje compleet te maken, gaf hij een perfecte imitatie van de intro van New Order’s “Blue Monday” weg door op zijn microfoon te tikken. Om de sfeer van de jaren ’80 aan te houden, gooide hij er zelfs een ‘over the top’ versie van de hitsingel “Don’t You Want Me” van The Human League bovenop, inclusief het nabootsen van de hoge vrouwelijke stemmen. Er zat veel ironie en humor in vervat maar wat was het opnieuw verdraaid knap uitgevoerd.
Ook binnen het eigen repertorium werd af en toe teruggegrepen naar het verleden via ‘old tunes’ (dixit Hannon) als daar zijn: “The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count” (‘Liberation’, 1993), “The Summerhouse” en “Going Downhill Fast” (allebei uit ‘Promenade’, 1994). Uit het album ‘Casanova’ (1996) werden “Songs Of Love” en “Becoming More Like Alfie” geplukt en deze werden ook nog eens op akoestische gitaar vertolkt. Hetzelfde geschiedde voor “Neapolitan Girl” en voor “A Lady Of A Certain Age” uit ‘Victory For The Comic Muse’ (2006). Niet alleen op plaat een meesterwerkje maar ook live een kippenvelmoment dat de gehele zaal muisstil kreeg.
Een ander hoogtepunt vormde onder meer “Assume The Perpendicular” en ook de aanloop naar de finaleronde was er eentje om in te lijsten met prachtige versies van achtereenvolgens “Our Mutual Friend” (‘Absent Friends’, 2004), “I Like” (wat een liefdesverklaring!) en “Tonight We Fly” (‘Promenade’, 1994).
Na de toegiften die bestonden uit publiekslieveling “National Express” (‘Fin De Siècle’, 1998) en het grappige “Can You Stand Upon One Leg”, dankte Hannon iedereen en België in het bijzonder omdat de cover van het laatste album eigenlijk een ‘rip off’ zou zijn van René Margritte. Was het ironisch of surrealistisch bedoeld? Met Hannon weet men nooit maar in ieder geval was dit optreden dat tekstueel en muzikaal slingerde tussen vreugde en verdriet en tussen humor en ernst, bijzonder onderhoudend te noemen en viel er tijdens het anderhalf uurtje volop te genieten.

Neil Hannon onderstreepte duidelijk dat hij symbool staat voor The Divine Comedy en etaleerde dat zijn nummers ook zonder veel franjes overeind blijven. Geen geringe prestatie en wat ons betreft een geslaagde avond.

Setlist: Down In The Street Below, The Complete Banker, The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count, The Summerhouse, Going Downhill Fast , Assume The Perpendicular, Neapolitan Girl, Becoming More Like Alfie, The Lost Art Of Conversation, At The Indie Disco, Don’t You Want Me, Neptune’s Daughter, Have You Ever Been In Love, A Lady Of A Certain Age , Songs Of Love, Geronimo , Our Mutual Friend , I Like, Tonight We Fly
Bis: National Express, Can You Stand Upon One Leg

Neem gerust een kijkje naar de pics

Kijk gerust naar de review op site fr

Organisatie: Botanique, Brussel