logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Rosalyn

All Your Silences

Geschreven door

We lieten jullie begin dit jaar al kennismaken met de vier nummers tellende EP ‘Single Mother’ van Rosalyn (Het zijproject van Fréderic Aellen van The View Electrical). Intussen is het volledige album ook uit en we waren dan ook zeer benieuwd naar het resultaat aangezien we het een aardig EP-tje vonden. Nu we moeten meteen zeggen dat enkel “Rusty” vanop de EP hier op ‘All Your Silences’ terug te vinden is. Op de EP met een piano begeleid, maar hier in een gitaarversie. Het geluid klinkt trouwens ook beter dan op de EP.
Voor de rest liggen de songs in het verlengde van wat hij op ‘Single Mother’ liet horen. Een warme en galmende gitaar samen met mooie harmonieën en gezangen. Dat is de kern van dit album en de songs. De ene keer al wat zwieriger dan de andere keer maar over het algemeen zijn het vrij rustige songs. De teksten hebben iets dromeriger en mijmerend over zich.
Maar soms zijn ze ook bitterzoet en zwart. Zoals opener “The Nineties” dat over zelfmoord gaat. Het gaat er wat zwieriger aan toe op “It Will Pass” doch de tekst gaat over de pijn en het verwerken van een verloren liefde. “Rusty” is een introverte song met occasionele viool die nu en dan voorbijkomt. Maar ze klinkt minder donker dan de versie op de EP. Ze past daarmee ook beter tussen de rest op dit album. Op “A Devoted Man” komt ene Rosalyn ter sprake. Zijn muze? Wie zal het zeggen. Net als “Rise” is dit één van de meest uptempo nummers op ‘All Your Silences’ en zijn ze misschien nog het meest geschikt als radiomateriaal. “Lost In The City Of Light” is een breekbaar en gevoelig nummer dat diep doorheen je hart snijdt. Sterk pareltje. Op “Suspended” komt er zowaar wat moderne percussie langs zonder de organische sound van het geheel te verstoren. Integendeel het is een leuke, ritmisch en uitwaaiend nummer geworden. “These Are The Hands I Care For” heeft een mooie tekst en dito orkestratie. Doch de zang kan mij niet helemaal overtuigen.
In totaal krijgen we hier dus tien kleine en minder kleine songs die soms groots in hun eenvoud klinken.
Wie Milow te melig of te poppy vindt moet Rosalyn eens proberen. Dit is minder vrijblijvend en bevat sterkere lyrics. Dit is een leuk zijprojectje van Aellen en voer voor fans van The View Electrical.

Rancho Bizzaro

Possessed By Rancho

Geschreven door


Stonerrock uit Italië? Moet kunnen, dachten die van Rancho Bizzaro. Deze band grossiert in instrumentale stoner met veel fuzz en psychedelica. Het instrumentale staat soms wat in de weg van het oppikken van een coole vibe, maar even vaak ook niet. Op één track, “The Vengeance Of Lord Humungus”, naar het einde toe, komt een ‘gesproken sample’ langs die uit een zwartwitfilm lijkt te komen en die breekt dan weer de zorgvuldig opgebouwde instrumentale sfeer van deze EP.
Maar de muziek staat op een heel hoog niveau. De solo’s en muzikale bewegingen in de tracks doen soms denken aan wat je al eens in de progrock hoort. De mix is mooi helder en dat ondanks de fuzz en de breed uitwaaierende gitaren. Enkel  van de drumopnames zal je niet vrolijk worden. Het is wel strak ingespeeld, maar het klinkt soms alsof er op karton en blikken dozen gemept wordt en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dat fletse drumgeluid geeft de songs wel een joekel van een retro-feel, maar dan nog.
Het zijn de details die het verschil maken tussen goed, degelijk en fantastisch. Rancho Bizzaro laat een paar punten liggen, maar kan toch naar huis met een goed rapport.

Local Store

Magpie And The Moon

Geschreven door

Vorig jaar verscheen de CD ‘The Diary Of Robert Reverie’ van de Noorse formatie Needlepoint. Een ware mijlpaal. De gitarist/zanger van deze band, Bjorn Klakegg, is ook het brein achter Local Store. Dit keer minder rock, en minder progressief, maar de eerdere 'folky and '70s appeal' is wel overeind gebleven. Met 'Magpie And The Moon' bracht de band een soort feelgoodplaat uit, die over de gehele lijn aan je ribben blijft kleven. Best te beluisteren op een zomerse avond dus, met de versterker op tien en de hoofdtelefoon op, om je tot complete zen te brengen.
Local Store is ontstaan uit de vriendschap van Klakegg met zijn voormalige gitaarstudent Mattias Krohn Nielsen. Met Magnus Tveten (bas) en Tore Ljokelsoy (drum, percussie) vindt Klakegg kompanen die allen dezelfde kant uitkijken. Het spelplezier loeit, al is dat ook ingetogen, dan ook telkens uit de boxen. 'Magpie And The Moon' is een best aanstekelijke start van een trip die deugddoende warmte uitstraalt. Puur muzikaal bekeken zijn er zeker raakpunten met Needlepoint. Al zijn die typische rock- en progressieve rockinvloeden dus duidelijk iets minder merkbaar. De relaxte atmosfeer, met een warme stem van Klakegg is wel overeind gebleven. Het gitaarspel is vooral zwevend, en ingetogen. Nee, de geluidsmuur wordt hier nooit afgebroken. Dat merken we ook bij songs als “Yellow Umbrella”, “Howling” en “Miss Winter”. Allemaal vrij verslavende songs trouwens, die telkens een zeer gevoelige rock- en folksnaar raken. Ook die jaren 70' vibes zijn nergens ver weg. Dat hoor je o.a.  bij songs als “In The Garden”, “The Riverside” en “Vote For The Dog”.
De luisteraar wordt op deze aantrekkelijke schijf ondergedompeld in een bijzonder aanstekelijke folk-atmosfeer, die je als aanhoorder tot complete rust brengt. Die 'feelgood'-sfeer is er eentje waardoor je dan ook de harde realiteit van het leven even kunt vergeten. Klakegg en zijn kompanen verdoven je hart letterlijk, en zorgen voor een warme gloed vanbinnen waaruit je niet meer wil ontsnappen. De verslavende inwerking op je gemoed zorgt er bovendien ook voor dat je deze bijzondere trip, ook na meerdere luisterbeurten nog steeds wil opnieuw beleven. Op een betoverende wijze, zodat je eens gehypnotiseerd in een trance aanbeland, compleet zen zult worden zonder daarbij gebruik te maken van geestesverruimende middelen.

In Motion (Belgium)

Thriving Force

Geschreven door

De naam Tom Tas (aka Tom Tee) is in eigen land al lang bekend van onder meer zijn werk bij Ostrogoth, Thorium, Neo Prophet en 23 Acez. Hij schreef de afgelopen jaren een grote hoeveelheid songs die niet pasten binnen de concepten van deze bands. Daarom begon hij te werken aan albums die verschillende soorten metal verenigen en waar hij fan van is en waar hij een resem gastzangers kan uitnodigen om de vocals in te kleuren. Vorig jaar bracht hij al een sterk album uit met Entering Polaris (met name ‘Godseed’) en nu is er ‘Thriving Force’ van In Motion. Wat is het verschil? De muziek op Entering Polaris is melodischer en de tracks gaan meer de richting prog/power metal terwijl de songs op Thriving Force meer richting melodische death/thrashmetal zijn. Alhoewel enkele songs qua structuur soms naar prog neigen. Alles werd gemixed en gemastered door Simone Mularoni (DGM) in zijn eigen Domination Studios.
Op de instrumentale opener “Inception” krijgen we een rustige intro met sfeervol gitaarwerk. Daarna gaan de gitaren over naar thrashmetal. Op “Thrive” krijgen we knap samenspel van ritmesectie en de gitaren die als een mitrailleur klinken. Gastzangers hier zijn David Davidson (Revocation) en Bjorn ‘Speed’ Strid (Soilwork). Die zorgen voor een afwisseling tussen moderne metalvocals en cleane zang. De langgerekte solo die het einde van de song inkleurt , is geslaagd. “I Bleed Worlds” gaat meer de richting van death metal uit. Op zang horen we Pierre Maille van Dagoba aan het werk. Halfweg de track zit er een rustige passage in met gitaarwerk in de stijl van de intro van “Inception”. Daarna bouwt hij de song en het ritme terug op. Daarna krijgen we “The Dying of Spheres part 1” (gezongen door Jasper Daelman) en “The Dying of Spheres part 2” (met vocals van Matthieu Romarin). Mede door die twee uiteenlopende zangers krijgen we twee songs met dezelfde titel maar met een andere vibe. Interessant om te vergelijken. “Utopia” is een song met drie gastzangers: Mike Slembrouck (After All), Jeffrey Rademakers (Spartan) en Benny Willaert (23 Acez, Gemini). Een song waar heel veel in zit. Qua stijl, ritmisch en dan met de afwisseling in zangstijlen. Slembrouck die de hogere cleane regionen voor zijn rekening neemt, Rademakers die hier grunt en death-gewijs zingt en dan nog Benny Willaert die er zijn invulling aan geeft. Zeker en vast een sterk nummer.  Het langste nummer is “Always In Motion” dat bijna twintig minuten lang is en duidelijke progressieve opzet heeft. Sindre Nedland (In Vain) mag hier zijn keel naast Björn Strid komen openzetten. De song begint vrij atmosferisch maar wordt daarna afgewisseld met nijdige passages. Ook hier terug mooi werk van de ritmesectie waar Jonathan Braeckman achter de drums zit. Hans Audenaerd tekent ook present voor enkele gitaarlijnen en op de akoestische gitaar. Tom Tee doet al het baswerk en ook enkele gitaarlijnen. Er staan nog twee instrumentale nummers tussen. Met name “Lunar” en “Solar” die beide rustige en gevoelige tracks zijn geworden met ruimte voor sax, cello en strijkers.
‘Thriving Force’ is een gevarieerd en goed gemaakt album. Met veel verschillende gastvocals zonder dat je de indruk hebt dat dit afbreuk doet aan de coherentie van de sound van het album.

Hans Fredrik Jacobsen

Øre

Geschreven door

De Noorse multi-instrumentalist Hans Fredrik Jacobsen klinkt niet bekend? Nochtans verleende deze multi-instrumentalist, vooral als fluitist, zijn medewerking aan uiteenlopende projecten binnen pop, jazz, blues, volksmuziek en middeleeuwse en renaissance tot wereldmuziek. Bij het grote publiek is hij wellicht nog het meest bekend doordat hij in 1995 zijn 'penny whistle' bespeelde op “Nocturne” van Secret Garden. Het meeste succes vergaarde hij echter samen met zijn vrouw Tone Hulbækmo met wie hij in 1988 de prestigieuze Spellemannprisen won. Ook maakte hij deel uit van Kalenda Maya, een groep die middeleeuwse muziek speelt. Zijn soloplaten zijn kunstwerkjes, waarop improviseren tot het oneindige de rode draad vormt. Ook op zijn recente werk 'ØRE', een hommage aan het oor, is dit het geval.
Dit quasi instrumentale meesterwerk bestaat uit zeventien songs die trouwens alle kanten uitgaan. Alsof hij die klanken ter plaatse uitvindt en daar iets nieuws aan toevoegt. Telkens zet hij de luisteraar daardoor op het verkeerde been. Die folk-elementen komen wel meermaals bovendrijven, maar vaak maakt Hans Fredrik ook uitstapjes naar Oosterse muziek. Luister maar naar “Rett Fra Levra” en je voelt je wegzweven naar die verre oorden. Naast folk en Oosterse muziek horen we trouwens ook knipogen naar jazz.
Hans Fredrik heeft zich voor deze soloschijf bovendien laten omringen door klassemuzikanten als Jacobsen André Roligheten, Karl Hjalmar Nyberg, Alf Hulbækmo, Gjermund Silset en Hans Hulbækmo. Wat dan weer zorgt voor een extra meerwaarde.
De man houdt duidelijk van extremen. Daar waar je dacht dat de fluit een zeer monotoon geluid voortbrengt, lijkt Hans Fredrik Jacobsen daar zoveel ingrediënten aan toe te voegen, waardoor hij die fluit als instrument als het ware heruitvindt. Alsof hij dat instrument dus als het ware ontleedt door er klanken aan toe te voegen waarvan we het bestaan niet kenden.
De samenklank van altfluit, contrabas, harp en akoestische gitaar zorgt er bovendien voor dat dit een vrij toegankelijke schijf is geworden. En dat is toch opmerkelijk voor een instrumentale plaat die rond één instrument draait. Op het einde horen we ook nog een vocale inbreng, waarvan we stiekem toch hadden gehoopt dat daar iets meer had van ingezeten. Want die stem komt de intensiviteit ten goede. Maar voor de rest hoor je ons niet klagen.
Hans Fredrik Jacobsen brengt met ' Øre' een opvallend veelzijdig schijfje uit dat draait rond dat instrument fluit, waarbij hij - mede dankzij de medewerking van al even grote tovenaars met klanken - grenzen weet te verleggen wat dat instrument betreft, waar wij dachten dat er geen grenzen meer waren. Folk-elementen worden verbonden met stiltes, tot uitspattingen naar blues of jazz alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is.
Dat oneindige improviseren zorgt er dan ook voor dat je geboeid blijft luisteren en genieten tot de toppen van je tenen van zoveel virtuositeit op een klein uurtje tijd. Zonder meer legt Hans Fredrik met ‘Øre’ een zeer kleurrijk klankentapijt neer. Waardoor de muziekliefhebber die zijn oren spitst, en zijn hart ervoor open zet, verwonderd zal zijn van zoveel virtuositeit.

Einar Flaa

Silent String

Geschreven door

De Noorse singer-songwriter Einar Flaa schrijft, volgens menig biografie, al sinds zijn twaalfde songs. Eerder bracht hij enkele zeer gesmaakte folk pareltjes uit ’Songs From A Place Called Melsomvik’ (2011) en ‘Carriage Road’ (2016). Met 'Silent String' keert Einar Flaa terug naar de natuur, of althans door zijn songs wil hij de mensen de ogen laten opengaan om ons klimaat te beschermen. De man laat zich omringen door topmuzikanten op deze belangrijke boodschap te verkondigen. Met drummer Børge Fjordheim (Morten Abel, Sivert Høyem), bassist Nikolai Eilertsen (BIGBANG, Band Of Gold), Christer Knutsen (Sivert Høyem) op piano en Geir Sundstøl op banjo.
Laat één ding duidelijk zijn geluidsmuren afbreken en je zijn mening door de strot rammen, daar doet Einar Flaa niet aan. Eerder wil hij je door een zachtmoedige aanpak, door te zingen over de schoonheid van die natuur, een spiegel voorhouden die er zeer mooi uitziet. Voor de tijd dat het nog duurt echter. Aan bangmakerij doet de man evenmin, ook dat blijkt meermaals. Einar Flaa gooit zijn bijzonder breekbare, kristalheldere en zachtmoedige stem voortdurend in de strijd, waardoor er een gemoedsrust over jou neerdaalt die je enkel voelt bij het aanhoren van vogels in de lucht, of bij een lange wandeling omgeven door de pracht van die natuur. Vanaf de eerste song, “Close To Nature” tot het zeer mooie en sprankelende “Silent String”. Oorverdovende stilte die dus niet je trommelvliezen doet barsten, maar wel een zeer gevoelige snaar raakt. Op “If I Was Our President” vertelt Einar Flaa op een pakkende wijze hoe bezorgd hij is over de toekomst. Maar ook hier doet hij dit op eveneens een zeer zachtmoedige wijze, en toch houdt hij u ook nu weer zeer bewust een spiegel voor. Op datzelfde elan blijft Einar doorgaan op daaropvolgende songs als “Activist”, “Mountain Birch”, “Country Man” en het prachtige “King Winter”.
Door middel van sobere melodieën en een heldere , zeer warme stem, waardoor hij de aandacht opeist en je hart raakt, haalt Einar Flaa een thema naar boven dat brandend actueel is. De bezorgdheid over de toekomst van ons klimaat is nog nooit zo groot geweest. Die oprechte bezorgdheid verpakt Einar in negen sprankelende mooie songs, waarbij dus geen geluidsmuren worden afgebroken noch meningen door de strot worden geramd. Eerder confronteert Einar de aanhoorder met de schoonheid van die natuur rondom jou, om je te doen nadenken en, als dat nodig is, aan  te zetten iets te doen om dat klimaat te redden, eer het te laat is. Wat mij betreft is hij zeker in zijn opzet geslaagd, nu nog uzelf overtuigen van wat deze singer-songwriter met een bijzonder tot de verbeelding sprekende stembereik je probeert te vertellen.

Tracklist: Close To Nature; Old Talking Oaks; So Called Friend; Silent String; If I Was Our President; Activist; Mountain Birch; Country Man; King Winter

Charles in the kitchen

The Fifth Mechanism EP

Geschreven door

Na twee full albums en een split single vorig jaar heeft Charles in the kitchen nu een vijf songs tellende EP uit. Ook nu weer krijgen we powerpop en rockgetinte songs voorgeschoteld. Met melodieuze en vinnige refreintjes. Denk daarbij aan sound dat ergens tussen Fisher-Z en The Kids in ligt. “Slip Through Your Fingers” neigt eerder naar de kant van Fisher-Z of The Stranglers, terwijl “I Wanna Know” eerder naar de kant van The Kids of de Evil Superstars overhelt. De gitaarriff is een duidelijke knipoog naar AC/DC. Het is misschien allemaal al eens eerder gedaan, maar het is met het nodige enthousiasme en geheel pretentieloos gebracht, waardoor het toch aanstekelijk werkt. “Johnny My Kind” is een wat mindere track die hiertussen niet had gehoeven. Maar “The Boy & The Girl” doet hem met al zijn energie gelukkig snel vergeten. Afsluiter “You Never Talk” is een zes minuten durende bluesrocktrack die beelden van zware en bezopen nachten oproept. Precies zoals zo’n track moet klinken.
Charles In The Kitchen is geen band die vernieuwend is, maar wel degelijke songs maakt met de nodige inzet en fun. Een aardig EP-tje.

Carpathia

1912

Geschreven door

Carpathia mag dan een gloednieuwe band zijn in het alternatieve progressieve metalgebeuren, de bandleden hebben al wat watertjes doorzwommen. Multi-instrumentalist Bobby Drinkwater speelt zowel gitaar als viool, piano en drums en was op zoek naar vers bloed voor een nieuw project. Hij vond nogal snel een medestander bij drummer Jason Barsotti. Deze ervaren drummer streelt de drumvellen sinds zijn 10ste jaar. In de vorm van Andrew Miller, met wie Bobby in een vorig project in 2014 al heeft samengewerkt, vindt hij een bassist die perfect in het plaatje past. In de periode 2016 tot 2017 ging de band op toer als een instrumentale band. Tot ze in Samantha Alice en haar bijzondere stem de juiste vocaliste vonden om het plaatje compleet te maken.
Carpathia kreeg dus pas echt vorm in de lente van 2017. Nu komt de band met een debuut-EP op de markt: '1912'. Een visitekaartje waarmee Carpathia zijn stempel wil drukken op het progressieve metalgebeuren.
De zeer meeslepende, langzaam op gang komende aankleding, waarbij de gestroomlijnde gitaarpartijen je koude rillingen bezorgen worden goed aangevuld door een vocale inbreng van de kristalheldere stem van Samantha. Die brengt de aanhoorder op een energieke wijze in vervoering vanaf “Verdijn”. Een elan waarop de band blijft doorgaan bij daarop volgende “Rasing Arrows”. Het meest opvallende is de gevarieerde aanpak. Van eerder zwevend, waardoor je niet anders kunt dan lekker staan headbangen, gaat de band vaak over naar het opengooien van alle registers. Daardoor blijft de aandacht scherp gehouden, ook bij het daaropvolgende “Sacrifce”. Met de daaropvolgende ballad “Molon Labe” gooit de band één van zijn sterkste wapens in de strijd: die bijzonder warme en verdovende stem van Samantha die je letterlijk lijkt te hypnotiseren. Ook al hebben we vaak de indruk dat er meer in zat dan er echt is uitgekomen. Alsof er soms angstvallig op de rem wordt geduwd.
Echter, laat '1912' een band zien en horen die over potentieel beschikt om potten te breken binnen het progressieve metalgebeuren.
Dat elk van de bandleden topmuzikanten zijn die weten waar ze mee bezig zijn, zorgt natuurlijk voor het afleveren van een perfect meesterwerk. Maar je moet dan wel dezelfde kant uitkijken, om die perfectie te overschrijden. En dat is dus net wat over de gehele EP gebeurt. De kruisbestuiving tussen tovenaars met riffs en drumsalvo's, met die kristalheldere stem van Samantha zorgt bovendien voor een magie van zelden hoog niveau.
Met '1912' levert Carpathia dan ook een visitekaartje af waarmee ze nu al hun stempel drukken op het alternatieve progressieve metalgebeuren. Net door een gevarieerde parel af te leveren, die je enerzijds ontroert en anderzijds stevig doet headbangen en uit de bol gaan, bespeelt de band bewust meerdere emoties. En dat laatste trekt ons uiteindelijk nog het meest over de streep.

Tracklist: Verdijn; Rasing Arrows; Sacrifce; Molon Labe

Bjørn Berge

Who else?

Geschreven door

Bjørn Berge is een Noorse zanger/gitarist die, naast meewerken aan uiteenlopende projecten, ook als solo-artiest zijn stempel heeft gedrukt op het blues tot heavy bluesrock gebeuren in binnen en buitenland. Zijn eerste solo-album dateert van 1997. Maar uiteraard heeft Bjorn ondertussen niet stil gezeten. De man is een ware gitaarvirtuoos die klanken uit dat instrument tovert waardoor hij vaak in één adem wordt genoemd met alle grootheden binnen dat gitaarspel. Met zijn ijzersterke reputatie bracht hij onlangs een nieuwe schijf uit: 'Who Else?' Volgens onze bronnen was deze plaat al klaar in 2014, maar kon hij die schijf pas nu afwerken doordat hij werd gevraagd voor de folkrockband Vamp. Op dit nieuwe album wordt Bjorn bijgestaan door Kjetil Ulland op bas en door drie verschillende drummers naargelang de song, alsook door backing vocalist Dagny Christophersen. Deze vormen elk op hun eigen wijze een meerwaarde binnen het geheel.
Op de volledige schijf is die gitaar de rode draad . Elke riff is weer een kunstwerk op zich. Song na song trekt Bjorn alle registers wijd open, en bezorgt hij je kippenvelmomenten bij “Monkey Ship”, “Lost Pearl” tot “Mr. Bones”. Voeg daarbij zijn bijzonder warme stem en je krijgt een perfect bluesrockplaatje, waarbij het tempo gaat van gezapig lijnen uittekenen naar lekker aanstekelijk tot energiek. De aanhoorder krijgt een blues in alle geuren en kleuren, een oorgasme . Berge houdt de arrangementen op deze schijf vaak zeer bewust sober waardoor zijn donkere, warme stem beter tot zijn recht komt.
Met de ogen gesloten vertoeven we weer eens in die donkere, rokerige pub waar we genietende van een glas whisky en luisteren naar een bluesartiest die je doet wegzweven ver van de harde realiteit van het leven. Dat is een gevoel dat ik graag beleef tijdens het luisteren naar blues. Bjorn Berge is een grootmeester die echter eveneens blues met rock weet te verbinden, zoals weinig hem dat hebben voorgedaan. Zo wordt na een gezapig “Bitter Sweet” de volumeknop wat meer opengedraaid bij “Speed Of Light” en alle registers compleet opengetrokken. Puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn. Het zal niet de eerste of laatste verrassende wending zijn die we te horen krijgen op deze perfecte heavy bluesrockplaat. Meermaals blaast hij ons van de sokken, om dan plots je onder te dompelen in intieme en donkere atmosferen. En zo blijft Berge je over de gehele lijn verrassen en op het verkeerde been zetten.
De Noorse gitaar virtuoos Bjorn Berge verbindt met zijn derde soloschijf 'Who Else?' verdovende blues met verschroeiende rockmuziek en bewijst waarom hij in die kringen zo hoog aangeschreven staat. Het is niet zozeer één song die eruit spreekt, het totaalplaatje trekt ons over de streep. Het niveau is constant heel hoog, waardoor die haren op je armen steeds omhoog zullen komen. Als je iets of wat blues of heavy blues minnend bent en ook houdt van een potje rockmuziek van de zuiverste soort, dan is deze plaat dan ook een 'must have' om in je platenkast te hebben.

Tracklist: Monkey Ship (3:33), Lost Pearl (4:03), Mr. Bones (3:27), It Just Ain't So (3:16), Bitter Sweet (4:10), Speed of Light (3:36), The Calling (3:47), Ginger Brandy Wine (3:42), The Sun's Going Down (3:04)

Jazz/Blues
Who else?
Bjørn Berge

Beaten To Death

Agronomicon

Geschreven door

De uit Noorwegen afkomstige grindcoreband Beaten To Death werd opgericht in 2010. Ondertussen heeft de band zijn stempel gedrukt op het genre en blijft hij stevig aan de weg timmeren. 'Agronomicon' kwam eigenlijk reeds vorig jaar op de markt, maar we kregen het pas recent op onze bureautafel gegooid. Volgens sommige biografieën is Beaten To Death 'melodieuze grindcore'. Hoewel dat ons weinig onwaarschijnlijk lijkt binnen dat genre, menen we links en rechts inderdaad wat melodie te herkennen, tussen een orgie van oorverdovende mokerslagen door dan.
Snel, sneller en snelst is zowat de rode draad in de twaalf songs die op 22 minuten door de strot worden geramd. Alle registers worden in een hels tempo opengegooid op “Grind Korn”, waarna we zijn vertrokken voor een rit over hobbelige wegen, waarbij oneindige getimmer op je hoofd ervoor zorgt dat je uiteindelijk tot waanzin wordt gedreven. Beaten To Death slaat er op los, als een losgeslagen bulldozer die alles om zich heen verplettert. Als de pletwals is gepasseerd, blijft er alleen chaos achter. Dat er subtiel ook maatschappijkritische teksten worden gebruld (zingen kunnen we het bezwaarlijk noemen) is een meerwaarde voor het geheel. Want zo houdt Beaten To Death je op een verschroeiend tempo eveneens een spiegel voor die er niet zo proper uitziet.
Tot rust komen is er niet bij. “Catch Twentyfvck”, “Bjornstjern Ibsen” tot “Extermely Run To The Hills” worden op een zodanig snel tempo gebracht dat je daar geen tijd voor hebt. Met het verstand op nul recht op het doel afgaan, dat is wat Beaten To Death doet. En dat is de reden waarom deze typische grindcoreband ook na al die jaren nog steeds toonaangevend kan genoemd worden. Liefhebbers van deze muziekstijl, mogen - moest dat nog niet gebeurd zijn ondertussen - deze knappe schijf zonder verpinken in huis halen. Eigenlijk is het van moeten. Want binnen het genre levert deze Noorse band een verbluffend meesterwerk af, dat je van begin tot einde compleet murw slaat. En bovendien van een uiterst hoog niveau blijkt te zijn, dat we niet elke dag voorgeschoteld krijgen. Kopen die handel!

Pagina 124 van 394