logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
The Wolf Banes ...
CD Reviews

Dream Theater

Systematic Chaos

Geschreven door

‘Octavarium’ uit 2005 was voor vele Dream Theater fans net iets te progressief. ‘Train Of Thought’ klonk dan weer voor velen te hard en te agressief. Dream Theater freaks, je hebt ze in vele kleuren en geuren. Eén ding hebben ze echter allemaal gemeen: ze blijven de New-Yorkse band altijd trouw.
Elk nieuw studioalbum wordt echter gewikt en gewogen. Ook bij het releasen van het nieuwe ‘Systematic Chaos’ zal ongetwijfeld weer de polemiek losbarsten. Persoonlijk draag ik elk Dream Theater album hoog in het vaandel. Tot op heden maakte de band geen enkel zwak album.
Elk album heeft vele verschillen met zijn voorganger. Toch is ook het nieuwe album een typisch Dream Theater schijf, die qua stijl ergens tussen de twee vorige albums in ligt. Meteen is ‘Systematic Chaos’ het eerste album voor het nieuwe Roadrunner Records label, dat naast Porcupine Tree een tweede grote vis aan zijn haak wist te vangen.
Het album kent een wervelende start met het eerste deel van “In The Presence Of Enemies”. Dit belangrijkste werkstuk (zoals “Octavarium”, dat was op het vorige album) wordt deze keer echter in twee delen gesplitst. “In The Presence of Enemies” begint als een instrumentaal epos vol progressieve keyboards en gitaren. Pas na vijf minuten hoor je voor de eerste keer James LaBrie zingen. Dat zingen gaat hem steeds beter af. James blijft deze keer (voor het grootse deel) weg uit de hoogste stemregionen (daar waar hij soms eens geforceerd durft schreeuwen). Na het openingsnummer krijgen we het enige commerciële songgerichte nummer “Forsaken”. Een song die het erg goed zou kunnen doen op de radio. “Constant Motion”, (de eerste single) moet het hebben van zijn stevige riffs à la Metallica of Pantera. Ook “The Dark Eternal Night” is erg stevig en puur metal. Het daaropvolgende “Repentance” is het enige rustpunt van het album waarin de voorliefde voor Pink Floyd opnieuw duidelijk op de voorgrond mag treden. “Prophets Of War” is het beste, meest complete nummer van het album met een aanstekelijk meebrulrefrein. Zowel “The Ministry Of Lost Souls” als “In The Presence Of Enemies Part 2” zouden niet misstaan op het filmische, epische ‘Metropolis Part 2’ uit 1999. Beide songs staan vol technische hoogstandjes, waanzinnige melodielijnen, progressieve elementen en diverse sfeerwijzigingen.
‘Systematic Chaos’ is een erg sterk album dat met zijn acht songs toch goed is voor bijna tachtig minuten progressieve metal van het hoogste niveau. Als klap op de vuurpijl kreeg ik bij de scherp geprijsde special edition ook nog een extra bonus DVD. Daarop een negentig minuten durende documentaire over het maken van het album en een 5.1. Surround Sound Mix van ‘Systematic Chaos’. Dream Theater weet nog steeds hoe het zijn fans moet verwennen!

Travis

The boy with no name

Geschreven door

Het Schotse Travis liet vier jaar op zich wachten en nam de rustig de tijd te werken aan een nieuwe plaat. Travis ontstond in het postOasis tijdperk, eind ’99, en ontpopte zich als een ‘singles’band door songs als  “Why does it always rain on me” en “Turn” uit ‘The man who’ en “Sing” uit “The invisible band’ (’01). Na het tegenvallende ‘12 memories’ was het tijd voor bezinning, wat z’n vruchten afleverde.
Meteen springt het fris sprankelende “Selfish Jean” in het oor. “Battleships” en “Under the moonlight” zetten de hitpotentie verder.
Travis brengt ‘60’s gitaarpop, gekenmerkt door een aanstekelijke melodie en  ritme. Een zeemzoeterige, sfeervolle, dromerige en vrolijke sound onder de bezwerende stem van Fran Healy.
Travis meet zich met de intieme, toegankelijke pop van de nieuwe plaat met hun beginperiode. Tof, ontspannend plaatje!

The National

Boxer

Geschreven door

Net als Editors en Interpol hebben The National iets met de ‘80’s en zitten ze met een knoert van een Joy Division fixatie. Maar in tegenstelling tot voormelde generatiegenoten hoort The National met hun intiemere sound meer thuis in een nachtelijke kroeg dan op de grote podia van de zomerfestivals. Ze zijn ook niet binnengehaald als de nieuwste hype en hebben zonder de druk van opdringerige pers en media deze fijne plaat op de wereld kunnen loslaten. De songs zijn op het eerste zicht niet meteen zo spectaculair, ze moeten wat langer rijpen en komen iets trager uit hun schelp.
The National moet het eerder hebben van onderhuidse spanning en maakt daarbij nuttig gebruik van strijkers, piano, blazers en heel even zelfs een trekzak. De diepe stem van Matt Berninger versterkt het intieme karakter van de songs en zorgt er voor dat dit een warme plaat is geworden met songs die mooi open bloeien als “Green gloves” en “Slow show”. The National hangt hier ergens tussen een ingehouden Tragically Hip en Joy Division zonder zelfmoordneigingen.
Geen uitschieters en ook geen hits op deze ‘Boxer’, wel een verzameling mooie en verwarmende songs met karakter.

Krokus

Hellraiser

Geschreven door

Het leven kan soms mooi zijn. Dat muziek hiertoe kan bijdragen, moet ik jullie waarschijnlijk niet vertellen. Bij het horen van het nieuwe werk van Krokus besef ik dit maar al te goed. Met ‘Hellraiser’ wist hardrocklegende Krokus opnieuw een prachtige plaat af te leveren. Nadat deze band, in 1976 hun eerste album uitbracht, ondergingen ze tal van line-up wissels. Waarvan één van de opvallendste waarschijnlijk de terugkeer van Marc Storace is. Eind 2001 besloot de charismatische frontman, die in de jaren ' 80 Krokus naar grote hoogten hielp, om terug te keren. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik de muzikale koers van Krokus tot nu toe niet echt volgde, maar na dit album gehoord te hebben zal daar zeker verandering in komen.

Krokus mag dan al een dikke 30 jaar bestaan, de melodieuze hardrock waar de band naam en faam mee verwierf, slaat nog altijd aan. Deze band is waarschijnlijk bij de meeste jongeren onbekend, maar de oudere hardrockfans weten wat ze van Krokus kunnen verwachten. Ook dit album mag weer gezien worden. Krokus brengt met ‘Hellraiser’ opnieuw een oerdegelijke hardrock-plaat zonder al te veel originaliteit. Wie de rockende riffs van AC/DC en de melodieuze stukken van de Scorpions weet te appreciëren, zal in dit album een ideale combinatie vinden. De zangpartijen van Marc Storace zijn ongetwijfeld een reden waarom Krokus vaak vergeleken wordt met AC/DC. Bij momenten doen zijn vocals namelijk erg veel denken aan niemand minder dan Bon Scott.
Met als openingsnummer "Hellraiser" is de trend voor het album al onmiddellijk gezet. Met dit nummer laat Storace, Bon Scott als het ware herleven. De bluesy rocktonen brachten mij onmiddellijk in een feeststemming en ik kon het niet laten om mijn hoofd lichtjes heen en weer te schudden. Lead gitarist Mandy Meyer weet perfect de accenten te leggen in "Hellraiser" en zorgt er mee voor dat dit nummer uitschiet op een zeer degelijk album. "Too Wired To Sleep" bouwt verder op het openingsnummer en blijkt dus opnieuw een aardig nummer te zijn. "Hangman" kan jammer genoeg niet aan zijn voorgangers tippen. Het tempo gaat hier wat verloren en het al te vaak herhalen van het refrein, zorgt ervoor dat dit nummer na 2 minuten al wat langdradig begint te worden.
De tempo-daling bleek achteraf wel zijn nut te hebben als aanleiding tot de ballad "Angel Of My Dreams". Dit nummer begint met een vaak terugkerende opgewekte melodielijn. Naast de aardige zangprestatie weet ook Mandy Meyer zich in de kijker te spelen. Het volgende nummer, "Fight On",  moet het vooral hebben van de pure vocals, muzikaal is dit nummer namelijk beperkt tot een zwaardere rythm gitaarriff en een basisdrumlijn. Een niet onaardige futuristisch klinkende solo op het einde van dit nummer is het enige muzikale hoogstandje. Begrijp me echter niet verkeerd, ondanks dit alles, is "Fight On" toch een goede song.
Met "So Long" zijn we aangekomen tot een persoonlijk hoogtepunt. De invloeden van de Scorpions doen zich hier duidelijk gelden. Vooral de melodieuze leads en de rustige sfeer, in combinatie met de hogere vocalen die Storace hier brengt, creëren die Scorpions achtige sfeer. Net op tijd weet Krokus het tempo van de cd weer op te trekken, ondanks het schitterende "So Long" zou een ander rustig nummer er ongetwijfeld teveel aan geweest zijn. "Spirit of the night" is meteen één van de snelste nummers van dit album en toont aan dat Krokus ook een deftige "powermetal" song in elkaar kan boksen. Daarna is het opnieuw de beurt aan een deuntje bluesy rock. "Midnite fantasy" beschikt over een hoog meezinggehalte en zou live waarschijnlijk, tot een ware klassieker kunnen uitgroeien zijn. Ware het niet dat dit nummer hopeloos te laat komt. Nu is het nummer al lang niet origineel genoeg meer. Wat niet wil zeggen dat dit geen schitterende song is.
"No Risk No Gain, No Fight No Glory", dit moet zowat het prachtigste refrein zijn op het hele album. Dit nummer klinkt alsof het met dol enthousiasme werd ingespeeld en stemt me al onmiddellijk een stuk vrolijker. Dit is hoe hardrock voor mij zou moeten klinken. Lekker rockend, enthousiast en met een prachtig meezingbaar refrein. "Turnin Inside Out" zet dit enthousiasme verder. Net als "No Risk No Gain" beschikt dit nummer over een aanstekend rockend ritme, waarbij je niet stil kunt blijven staan.
Met "Take My Love" is het opnieuw tijd om wat emoties boven te halen. Opnieuw daalt het tempo en krijgt Storace de kans om te tonen hoeveel gevoel hij in zijn stem kan leggen. Dit nummer schept voor mij de sfeer van een zomers openluchtfestival, waar je samen met je geliefde laat in de avond zeker van dit nummer zou genieten. De laatste drie nummers "Justice", "Luve Will Survive" en "Rocks Off!", zijn nog stuk voor stuk deftige nummers zonder erg vernieuwend te zijn. Alles wat in deze nummers voorkomt, lijkt al eerder gehoord te zijn, zowel op deze cd als bij andere bands. Toch kan dit de pret niet bederven en zijn dit aardige aanvullers op deze cd.

Fans van Krokus zullen met dit album ongetwijfeld tevreden zijn, maar ook wie Krokus nog niet kent of wie van echte hardrock houdt, kan ik deze cd zeker aanraden. Zelfs al zijn de nummers niet altijd even origineel, Krokus weet het toch te presteren om een album met prachtige nummers te vullen. Laat u dus door niets of niemand tegenhouden om ‘Hellraiser’ te kopen.

Just Jack

Overtones

Geschreven door

Just Jack, het alter ego van de Brit Jack Allsopp, heeft een fijne, intrigerende debuutplaat uit. We horen een uitstekende combinatie van groovy pop, rock, soul, mellowhiphop, funk en jazz, onder een zalvende zang en vertelrap. In het straatje van The Streets te situeren, doch breder en minder fel, verbeten en neuzelend. De eerste songs zorgen meteen voor vermaak en ontspanning: “Writer’s block”, “Glory days”, “Disco friends” en “Starz in their eyes”.
Vervolgens zorgt Just Jack voor voldoende afwisseling: een mellow souljazzy aanpak op “Lost”  en “I talk too much”, die ergens thuishoort in de bruine kroeg van Fun Lovin’ Criminals, de orkestraties op “Mourning mornings”, het semi-akoestische “Hold on” of  het swingende “No time”.
Just Jack heeft een boeiende, bruisende, sfeervolle gevarieerde debuutplaat uit.

Ben Harper

Lifeline

Geschreven door

Ben Harper heeft wel meerdere muziekstijlen onder de knie zoals rock, blues, gospel en funk, maar deze keer heeft hij een echte soulplaat gemaakt. Zijn elektrische gitaar heeft hij in de koffer gelaten, dit is meer Otis Redding en Marvin Gaye dan Jimi Hendrix. Maar net als zijn voorganger, de dubbelaar ‘Both sides of the gun’ (1 goeie en 1 slappe kant),  is ‘Lifeline’ maar een half geslaagde plaat geworden. We zouden zelfs meer zeggen, ‘Lifeline’ is nog een stuk minder en klinkt bij momenten echt melig. Er staan nergens songs op die blijven plakken, ook al zijn ze vakkundig  verpakt door Harpers band The Innocent Criminals. De eerste drie nummers zijn zelfs gepasseerd zonder ook maar enkele luttele seconden onze aandacht te hebben aangewakkerd. Pas met “Needed you tonight”, een knappe weliswaar korte soulsong, komt er een beetje schot in de zaak. Daarna gaat het echter terug bergaf met een slap en lusteloos “Having wings”. In de swingende gospel-soul van “Say you will” wordt het tempo terug wat opgedreven maar lang duurt dat niet. Alleen de instrumental  “Paris sunrise 7” , Harpers interpretatie van Ry Cooder’s “Paris Texas” zeg maar, is nog de moeite waard al was het maar omdat we hier nog eens mogen horen wat een prachtige gitarist Harper eigenlijk is, en dat horen we nu net te weinig op deze ‘Lifeline’.
We hopen van harte dat we onze volgende cd recensie van Ben Harper eens mogen beginnen met “Ben Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt” want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest. Foei, Ben!

Crowded House

Time On Earth

Geschreven door

Crowded House maakt deel uit van de gezegende 2007 reünies. Na veertien jaar zijn ze opnieuw samen, na het laatste reguliere album ‘Together alone’ (’93). Deze reünieplaat begon als een volgende soloplaat van singer/songwriter Neil Finn, maar na de zelfmoord van drummer Paul Hester (’05) kreeg deze plaat met de andere vroegere groepsleden Mark Hart (toetsenist) en  rechterhand Nick Seymour (bas) vaste vorm. Nieuwe drummer is Matt Sherrod. We horen veertien subtiel uitwerkte songs.
‘Time On Earth’ kent een sterke start: “Nobody wants to”, “Don’t stop now” en “The called up”, typische Crowded House songs: fijn gitaargetokkel, sfeervolle toetsen, een repeterende bastune en een softe percussie, onder de emotievolle, melancholische stem van Neil. Intiemer klinkt het viertal op “Pour le monde”, “Heaven that I’m making”, “English trees” en “A sign”, een handvol ideale herfstsongs. Forser en krachtiger zijn “Even a child” en “Silent house”. Op het eind, vanaf “Walked her way down”, daalt de spanning.
Crowded House blijft garant staan voor sfeervolle, fris sprankelende popsongs; luistersongs om te ‘ontstressen’ na een helse werkdag!

Dinosaur Jr.

Beyond

Geschreven door

Het Amerikaanse Dinosaur Jr, de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. In 2005 gaven zij een indrukwekkende comeback op het podium, door hun materiaal van in deze oorspronkelijke bezetting (van vóór ’87) te spelen. Op die manier zijn ze nu toe aan het vierde album, en het achtste onder J. Mascis zelf.
Dinosaur Jr laten de ‘90’s grunge herleven door hun rauwe, broeierige en bezwerende gitaarpoprock: J. Mascis laat z’n gitaar spreken en speelt de ene aardige solo na de andere, er is het martelende basspel van Barlow en er is de strakke drums van Murph. Een sterk samenspel, wat opnieuw een tof plaatje oplevert.
Af en toe is er de typerende, overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en van de pedaaleffects. Het zijn tevens de hoogtepunten van de cd: “Almost ready”, “Been there all the time” en het afsluitende “What if I knew”. Tweemaal klinkt het drietal ingetogener: “We’re not alone” en “I got lost”. Barlow neemt twee songs voor z’n rekening: “Back to your heart” en “Lightning bulb”. Het is steevast een herkenbare formule op de Dinosaur platen.
‘Beyond’ haalt misschien niet het niveau van het ‘oude’ Dinosaur Jr maar ze zijn nog steeds het stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje.

Widow

Nightlife

Geschreven door

In de winter van 2000 besloten de John E. Wooten IV en Chris Bennett om hun voorliefde voor horror om te zetten in muziek. Hiervoor richtten ze de band Widow op, om in 2003 hun eerste album ‘Midnight Strikes’ uit te brengen. In 2005 brengen ze het album ‘On Fire’ uit en ondertussen zijn ze met ‘Nightlife’ toe aan hun derde album. De band zegt beïnvloed te zijn door bands als King Diamond, Crimson Glory, Iron Maiden, Judas Priest en zelfs Yngwie Malmsteen. Gewaagde maar veelbelovende referenties.
Wanneer we het schijfje in de CD-lader stoppen horen we al snel dat Widow niet aan zijn proefstuk toe is. Naast een uitstekende productie beschikt deze cd over een aantal sterke en afwisselende nummers. De bovengenoemde invloeden zijn er grotendeels in terug te vinden. Ook al worden de solo’s rond uw oren geslingerd, toch blijft een referentie met Yngwie Malmsteen wat ver gezocht! Het nummer gaat namelijk niet verloren door het overdreven soleren.
Een belangrijk referentiepunt die deze band zelf niet vermeldde zou 3 Inches Of Blood kunnen zijn. De ‘Death-vocals’ van Chris Bennet doen namelijk sterk denken aan hun zanger (ook al zingt hij minder hoog) en zorgen voor een unieke afwisseling met de uitstekende pot heavy metal die we hier voorgeschoteld krijgen. Daarnaast speelt de man ook nog uitstekend als lead-gitarist binnen deze band, waardoor we heel wat flitsende solo’s te horen krijgen. Ook de vocale prestatie van John E. Wooten IV is bijzonder sterk. Op deze CD bewijst hij meermaals dat hij met zijn krachtige stem ook heel hoog kan uithalen.
Van bij het openingsnummer “First Born” werd mijn aandacht opgeëist. Het nummer kenmerkt zich door de krachtige vocalen van Wooten en een meezingbaar refrein dat zich al snel in mijn hoofd nestelde. Het is meteen ook het hoogtepunt van het album. Hoewel de rest van de nummers zeker niet slecht zijn, halen ze toch net het niveau niet meer van het openingsnummer, al komt het meezingbare “Beware The Night” met zijn snijdende gitaarsolo’s toch aardig in de buurt. Met “Teachers Pet” en het melodische “Cult Of Life” wordt een relatief rustpunt voorzien in het voorbijrazende album. In het eerstgenoemde nummer worden de solo’s wat teruggeschroefd waardoor alles wat minder snel lijkt te gaan. In “Cult Of Life” wordt het tempo dan volledig terug geschroefd om het vervolgens geleidelijk aan melodisch terug op te bouwen en uiteindelijk weer uiterst rustig te eindigen.
De eigen nummers eindigen ook sterk met “Beauty Queen” en titeltrack “Nightlife” waarin alle groepsleden zich opnieuw van hun beste kant laten zien. Na 40 minuten vlot wegluisterende heavy/power metal, maakt de groep ook nog plaats voor een eerbetoon aan Van Halen en Kiss door respectievelijk de nummers “Ain”t Talking Bout Love” en “I Stole Your Love” te coveren. Het eerste nummer ligt minder in de aard van de band waardoor het nogal stroef klinkt zonder echt slecht te zijn. De versie van “I stole your love” daarentegen is een echte knaller die perfect aansluit bij het spel van Widow. Hierbij valt ook op dat de kracht die men in dit nummer kan leggen tevens ook aanwezig is in de betere nummers op dit album.
Een aanrader voor fans van afwisselende heavy metal met schitterende flitsende gitaarsolo’s!

Jamie T.

Panic Prevention

Geschreven door

Nog zo een jonge gast uit de UK die met een eigenzinnige plaat komt aanzetten. Met Arctic Monkeys heeft hij het platte taaltje gemeen, met The Streets de arrogante raps, met Billy Bragg de prominent aanwezige vocals en met The Specials de opgehitste ritmes. Een talentrijke kerel dus met een neus voor frisse en originele songs zoals het lekker voortdenderende “Salvador”, het pittige “Brand new bass guitar” en het aanstekelijke en hitgevoelige “Calm down desert”. De band zorgt voor steeds verrassende baslijntjes, leuke synths en frisse orgeldeuntjes, maar de beste song is toch deze waar Jamie T. het helemaal in zijn eentje doet, namelijk het akoestische “Back in the game”. Het fijne “If you got the money” had van The Kooks kunnen zijn, afsluiter “Alicia Quays” neigt naar The Streets, een band waar deze Jamie T. wel vaker mee wordt vergeleken, onterecht menen wij want Jamie T. klinkt veel  meer geïnspireerd, een pak frisser en stuk minder vervelend dan The Streets. Kortom, hier schuilt talent in, daar waar The Streets al na 3 nummers eindeloos op de zenuwen beginnen te werken wegens een chronisch gebrek aan variatie op hun platen.

Pagina 385 van 396