logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Gavin Friday - ...
CD Reviews

Matt Watts

Queens

Geschreven door

Matt Watts heeft wat van een crooner in een rockband. Hij hangt wat tussen zingen en fluisteren in, wat bijdraagt aan de emotie van zijn albums. De in Brussel aangespoelde Amerikaan heeft een opvolger klaar voor ‘How Different It Was When You Were Here’. Dat was een schilderij in dertien tinten grijs, terwijl hij voor ‘Queens’ het penseel ook in de lichtere, montere kleuren dopte.
Zoals schilder Adriaan Brouwer zich uitleefde in het schilderen van café-taferelen, zo schildert Matt Watts in elke song een personage uit zijn ontmoetingen in café Queens in Sint-Gillis. Net als Adriaan Brouwer beperkt hij zich niet tot het beschrijven van de café-gasten, maar geeft hij een soort van situatieschets. En net als Adriaan Brouwer neemt Watts gretig deel aan dat café-leven. De songs op ‘Queens’ zijn de op muziek gezette bedenkingen die Watts die maakte op de terugweg van het café naar huis. Dat gaat van medeleven en goede raad tot virtueel nog wat verder flirten. Alles wat je bij nacht en ontij op café kan verwachten. Het is ook in die context dat je de cover van Michael Jackson’s “Billie Jean” moet zien: discussies over vermeend vaderschap zijn één van de vaste ingrediënten in de nachtelijke gesprekken op café.
Muzikaal gaat het alle kanten uit, van smoothe rock tot trage folk en americana. Van catchy tot meeslepend. “Sha La La La Jim” heeft nauwelijks een shalalala in de lyrics en heeft dat ook niet nodig om je mee te nemen op zijn easy-rock-fluister-trip. “Lula” is een bezwerende popsong , die wat doet denken aan de eerste tracks van Zita Swoon (toen nog als Moondog Jr).  “Smoke All Around My Brain” is kampvuur-americana-folk die zelfs fans van The War On Drugs zal kunnen bekoren.
Op de trage pianoballad “With Every Heating Mile” wandelt Matt Watts met een ongepast enthousiasme door een diepdonker tranendal. Deze song sluit nog het beste aan op die van ‘How Different …’ en toont nogmaals dat deze Amerikaan een meester is in het vangen van verdriet en ontgoocheling. De vrouwenstemmen die Watts hier van repliek dienen, snijden door merg en been. Zo pijnlijk eerlijk kom je de lyrics zelden tegen, of het zou bij Guido Belcanto moeten zijn. Van hem heeft Watts zijn “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” vertaald en als bonustrack toegevoegd.
“Lay Your Years” heeft een murderballad-sfeer met daarover wat heerlijke, zwevende psychedelica in de synths en de gitaren. Daarna klaart de hemel op bij “Waking Up” of is het maar schijn? Het lijkt een naïef en onschuldig verhaaltje en de muziek stuurt deze track nog wat dieper die richting uit, maar Watts legt er altijd een paar dubbele bodems onder, zodat zelfs een ‘ooh-ooh’ plots een betekenis krijgt. Hetzelfde verhaal ongeveer bij “There I Have Come For You”, een catchy en vrolijke riedel met veel venijnige doornen onder de roos. “Penniless Carpenter” flirt met americana en country en straalt wat dreiging uit. De finale van deze track heeft een Stef Kamiel Carlens-stempel. Samen met “Lay Your Years” en “With Every Heating Mile” behoort dit tot het mooiste drieluik van dit album.
Het is verbazend hoe Matt Watts zijn schilderijtjes kan verpakken in popmuziek van drie minuten, met telkens de treffende kleuren en de juiste accenten. Dat kunnen alleen de groten.

The Rescue

Inhale

Geschreven door

Als we spreken over The Rescue, dan spreken we niet over de door God geïnspireerde, Amerikaanse band maar over het gelijknamige Belgische project dat door keyboardspeler Philippe Gunst werd opgericht. Nog nooit van gehoord? Dat zou best kunnen maar de naam Philippe Gunst zal je misschien wel kennen als de bassist van de Joy Division-tribute band Curtis. Daarnaast zat hij reeds tweemaal in de Rock Rally-finale: een keer met Shangai en een keer met Always Loved You.
Met dit project wil hij vooral eigen nummers brengen. Hij begon alleen aan dit project, maar wordt intussen bijgestaan door bassist Manu Terneus. Recentelijk werd ook zangeres en synthspeelster Sophie Peperstraete aangetrokken. Wat kunnen we muzikaal verwachten van dit trio? Warme instrumentale muziek dat qua inkleuring elektronisch gericht is. Het doet wat aan een minimalistische versie van Orbital denken of aan Johan Troch. Wat zweverig bij momenten, maar toch haast dansbaar en melodieus.
Met dit zal The Rescue geen Rock Rally-finale halen, maar het is muziek waar ze een aantal kanten mee uitkunnen. ‘Inhale’ kan tot een clubtrack gemixt worden. En als je wil kan je het ook ombouwen richting ambient.

Elektro/Dance
Inhale
The Rescue
 

The Milk Factory

Aula

Geschreven door

Edmund Lauret en pianist Thijs Troch, vertegenwoordigers van de avontuurlijke Gentse jazzscene die momenteel furore maakt, kwamen na een duoconcert op het idee om een nieuw project op te starten. Met Viktor Perdieus (tenorsaxofoon), Jan Daelman (dwarsfluit), Kobe Boon (bas) en Benjamin Elegheert (drums) was het collectief The Milk Factory geboren. De band spitst zich bewust toe op een meer melodieuze en intieme aankleding, in een vaak totaal andere richting dan hun andere projecten. Met ‘Aula’ stelde The Milk Factory in janurai 2020 zijn eerste volledige album voor. We horen een warme plaat, waarbij grenzen van jazz worden verlegd naar eerder improviserende muziek. Zonder geluidsmuren af te breken, eerder door harten diep te raken op een intieme maar magisch mooie wijze.
Intimiteit is inderdaad het sleutelwoord bij die eerste song “Verrevan”. Hoewel daarop al lichtjes wordt geëxperimenteerd met klanken , zorgt de band ervoor dat de trommelvliezen niet worden aangevallen, eerder strelend zacht wordt je ziel verwarmd. Warmte die je niet in slaap wiegt, maar eerder terugbrengt naar de essentie van het leven. Songs als “Groef”, “Whistle Island” en “Tref” doen dan ook eerder een gemoedsrust over jou neerdalen.
Daar waar de heren binnen andere bands vaak zodanig experimenteel tewerk gaan dat het soms bevreemdende tot oorverdovend aanvoelt, kiest The Milk Factory er zeer bewust voor de rust te doen wederkeren in je hart. En dat is een verdomd goede keuze, want die rust kunnen we gebruiken in gejaagde tijden van het leven. Diezelfde impact, met voldoende oog voor buiten de lijntjes van jazz kleuren, keert over de hele lijn terug. Daardoor blijf je aandachtig zitten luisteren en genieten tot de toppen van je tenen als jazzliefhebber, die houdt van bands die buiten die comfort zone durven treden van dit genre. Dat is wat de heren voortdurend doen.
Uiteraard bestaat The Milk Factory uit topmuzikanten die al heel wat watertjes hebben doorzwommen. Uit songs als “Aula”, “Gitaar” en “Houtdokken” blijkt die virtuositeit en absolute klasse van elk van hen voortdurend. Echter is er geen enkel element binnen de band dat er uitspringt, wat kan gezien worden als een pluspunt. Het is net die meesterlijke kruisbestuiving tussen elke muzikant binnen dit project, dat ons over de streep trekt. Een stelling die bij afsluiters “Bunny” en “Papegaai” nog maar eens in de verf worden gezet.
Over de hele lijn is 'Aula' een kristalheldere debuutplaat geworden van een band die naast zoveel projecten, op zoek is naar een rustpunt waar ze zichzelf kunnen in terugvinden binnen een gejaagd leven.  Op ons heeft het in elk geval die inwerking dat we even achterover leunen en gewoon genieten van het magische klankentapijt dat The Milk Factory uitspreidt om die noodzakelijke gemoedsrust te doen wederkeren in hart en ziel. Waardoor de band in zijn missie met brio is geslaagd, intimiteit creëren die een gevoelige snaar raakt. Met voldoende oog voor het improviseren en op avontuur trekken door het landschap dat jazz heet.

Tool

Fear Inoculum

Geschreven door

Er is nogal wat geschreven en gepraat over deze schijf. Reeds lang voordat ze uitkwam. Het was dan ook lang wachten op de vijfde release van Tool: niet minder dan dertien jaar. Alleen al hierdoor was de plaat al een succes bij de release ervan. Maar we mogen zeggen dat de plaat daarnaast ook wel steengoed is. Zoals altijd leveren ze geen half werk af. Dat begint met de muziek maar ook met alles ernaast: video’s van de hand van gitarist Adam Jones, het artwork… Ook nu is het artwork bijzonder. Het is voorzien van een oplaadbaar 4inch HD-scherm en een luidspreker waarop een verborgen track staat. Over de kostprijs van het hebbeding gaan we het niet hebben hier , maar wel over de muziek.
Op de fysieke versie staan zeven tracks die goed zijn voor bijna 80 minuten muziek. Er wordt geopend met de titeltrack en de eerste single uit ‘Fear Inoculum’. Zoals steeds wordt alles heel langzaam en doordacht opgebouwd. Alles in een soort van roes en eigenlijk met veel emotie in zang en gitaarwerk. Met monumentale percussie en drumwerk. Wie nog aan hen twijfelde , zal nu wel overtuigd zijn denk ik. “Pneuma” begint een beetje zoals de vorige song maar krijgt daarna een steviger inborst die met horten en stoten komt, maar zich onverwijld doorzet. Er wordt stevig maar beheerst afgesloten met “7emptest”. Hier zingt Maynard vrij stevig en met een echte rockstem. Eén van de topnummers op dit epos.
Staan er verrassingen op dit album? Niet in de zin van dat ze elementen gebruiken die ze nog niet voorheen in hun muziek staken. Je moet geen toestanden met folkmetal of wat anders verwachten. De zang klinkt minder steriel en koud dan vroeger. Ook technisch en op het vlak van melodie blendt alles mooi en zelfs warm tesamen. Dat is misschien wel een verandering en iets dat ik vroeger soms miste bij hen. Verder weten ze met hun doos blokken weer een mooi bouwwerk te maken waar velen niet kunnen aan tippen.
Het album zal niet de impact hebben die hun werk uit de jaren ‘90 had (daarvoor is de tijdsgeest al teveel veranderd) maar ze blijven hier terug flirten met de term meesterwerk. Dit is een ontdekkingstocht van een anderhalf uur lang.

The Guru Guru

Point Fingers

Geschreven door

We leerden The Guru Guru kennen via hun debuut 'P C H E W'. Deze Limburgse formatie wist ons toen al omver te blazen met een stevige noiserockplaat, waarbij uitbundig werd geëxperimenteerd. Absurditeit tot in het oneindige was toen al de rode draad. Met 'Point Fingers' blijft The Guru Guru gewoon diezelfde wegen verder bewandelen en daar zijn wij niet treurig om.
Dat laatste bewijst The Guru Guru al met een knetterend “Mache”. Waar alle registers worden open getrokken. En dan zijn we klaar voor een hyperkinetische trip in een hobbelig landschap. Want tussen de lijntjes kleuren, daar doet The Guru Guru ook anno 2020 nog steeds niet aan. Die gedoodverfde absurde aanpak  vinden we eigenlijk over de hele lijn terug. Agressief rondom zich heen stappen op “Charmer”, “Know” en “Delaware” dat doet de band eveneens op deze knappe schijf. Enkel met “And I’m Singing Aren’t I” gaat de band de iets intiemere toer op. Ook al is dit een understatement, want het dreigende en die heilige huisjes omver duwen is er ook hier volop bij.
Deze band houdt ervan om de luisteraar op het verkeerde been te zetten, ze lappen het ons ook elke keer opnieuw. Slimme gasten die van The Guru Guru. Naast enkele songs met een zekere meezing gehalte als “Know No” of “Delaware” slaat de band liefst duchtig om zich heen en laat geen spaander geheel van de woonkamer. De band blijft compromisloos verder stampen op de geluidsmuur, tot die breekt. Vettige baslijnen (“Skidoo”, “Chramer”) en ongecontroleerde uitbarstingen kleuren Point Fingers. Tegelijkertijd horen we duidelijke popinvloeden en refreinen met een relatief hoog meezinggehalte (“Delaware”, “Know No”). Dat is leuk, als het niet te lang aansleept. En dat gebeurt ook niet, want voor je nog maar de kans krijgt om naar lucht te happen, maakt de volgende scheurende riff zijn intrede. The Guru Guru verveelt nooit. De onvoorspelbaarheid is de grote troef van de plaat. “Origamiwise” lijkt in het eerste geval op rustige, melancholische indiepop. Natuurlijk heeft The Guru Guru ons weer liggen, want plots moet alles weer kapot, waarna de band het nummer weer, volledig uit het niets, afsluit met hetzelfde kalmerende deuntje. In “This Knee On Ice” duikt er zelfs een experimentele gitaarsolo op.
Point Fingers’ slaat de nagel op de kop. Het album is een achtbaan aan hoogtes en laagtes, aan zacht en hard. Het wordt wel heel duidelijk waarom de band ooit de term ‘borderline rock’ uitvond. En terecht, want de band creëerde hun eigen unieke stijl. Ook met ‘Point Fingers bewijst The Guru Guru dat opnieuw.
Info album https://smarturl.it/thegurugurupointfing

Steven De Bruyn

The Eternal Perhaps

Geschreven door

Als mondharmonicavirtuoos heeft Steven De Bruyn ondertussen voldoende zijn stempel gedrukt op de blues en aanverwante stijlen. Dit door middel van zijn medewerking bij bands als El Fish en The Rhythm Junks. Maar ook aan bands en artiesten als Zap Mama, Raymond van het Groenewoud, Eugene Chadbourne en het Brussels Philharmonic leende hij zijn mondharmonicakunsten.
Na al die jaren vond Steven het tijd worden voor een solo plaat. Met 'The Eternal Perhaps' laat Steven in zijn ziel kijken. Iets minder uitbundiger dan we van hem gewoon zijn, maar nog steeds heel aanstekelijke en met de nodige kwinkslagen krijgen we een zeer gevarieerde plaat voorgeschoteld, waar al die aspecten van de mondharmonica uit de doeken worden gedaan tot het oneindige.
Ook al vormt die jazzy en blues aanvoelende mondharmonica klank bij elke song, vanaf “Paradise Blue” over het bijzonder aanstekelijke “Maurice The Boss (Cat)” naar intieme momenten bij “Sometimes” de rode draad op deze plaat.
Je kunt niet voorbij aan de vocale inbreng van Steven zelf, die overigens over een stem beschikt die aanvoelt als een warm deken op koude winterdagen. Ook Annelies van Dinter doet door haar bijzonder soulvolle stem een speelse warmte neerdalen over je koude hart. Om niet te spreken over Jasper zijn contrabas, een grote meerwaarde op het podium - zo bleek op de voorstelling in AB op 10 januari. Ook op plaat blijkt dit dus het geval te zijn. Zowel bij de speelse als intieme songs valt ons dit op. Luister maar naar een song als “BXL Midi” - een melancholische ode aan Brussel - waar beide instrumenten in elkaar vloeien tot een magisch geheel. Indrukwekkend!
Deze sfeer waarbij melancholie en nostalgie wordt verbonden met het leven in een stad, keert eveneens terug op de daarop volgende songs als “Our Dream”, met die bijzonder soulvolle vocale inbreng van Annelies Van Dinter,  “Onder De Regen” en “Ancient Memory”. Het beklemmende maar ook het wondermooie van een stad keert over de hele lijn terug in zijn songs. Of dat nu over Brussel, New York of Londen tot Parijs gaat , maakt hierbij weinig uit. Maar wie van de magie van elk van deze steden heeft geproefd, begrijpt wat ik bedoel. Het sombere van de buitenwijk dat afsteekt tegen de schitterende lichtjes op het marktplein, bij het vallen van de avond. Dat biedt Steven De Bruyn op zijn solo plaat over de hele lijn aan. Waardoor dit een melancholische plaat is geworden voor mensen die houden van de stad en alles daaromheen. Dat wordt nog een laatste keer in de verf gezet bij afsluiter “Stevo Wonder”.
Wie Steven De Bruyn een beetje kent van zijn andere projecten zal wellicht een beetje raar opkijken. Want op deze plaat gaat hij veel intiemer en weemoediger tewerk dan we van hem gewoon zijn. Jazz en blues worden verbonden met melancholie die gevoelige snaren raakt, zoals een artiest als Frank Sinatra dat deed als hij over “New York” song met zoveel liefde voor die stad, doet Steven dat ook als hij zingt en zijn mondharmonica laat samenvloeien met de contrabas van Jasper. En ons doet genieten van de stad en alles daaromheen, met volle teugen.

Blues/Jazz
The Eternal Perhaps
Steven De Bruyn

Snuff

There’s A Lot Of It About

Geschreven door

Snuff is een Britse punkrockband die in het algemeen een beetje ondergewaardeerd wordt. Ze mixen in hun sound de meest catchy stukken van de Britse oerpunk met de toegankelijkheid van de Amerikaanse streetpunk. Als één van de weinige bands in hun genre voegen ze daar nog synths, een orgeltje of een stukje trombone aan toe. De klassieke Britse punk-thema’s (sociale ongelijkheid, politiek, armoede, …) zal je niet vaak tegenkomen in hun lyrics (wel op “Big Shot” en “Patient Zero”), wel de meer gemoedelijke onderwerpen als relaties en - uiteraard - drinken en feesten. In die schijnbaar niet-politiek-geladen songs zit dan weer vaak wel een onderhuidse maatschappijkritiek. Niets is wat het lijkt bij Snuff.
In de Fat Wreck-stal is Snuff een welkome afwisseling tussen al het Amerikaanse punkrockgeweld. Niet enkel de doorschemerende Britse identiteit maar zeker ook de synths zorgen voor een eigen smoelwerk. Zanger Duncan is geen nachtegaal. Zijn stem is al schor door 20 jaar de ziel uit zijn lijf te schreeuwen bij Snuff en dat zal er met dit album niet op beteren. Zijn schorre stem legt dan weer wel een authentiek patina over de tracks. Dat een band met zoveel jaren op de teller nog steeds zoveel ongein in de lyrics steekt, bedekken we met de mantel der liefde. Of we geven ze extra kudo’s voor doorzettingsvermogen en vastberadenheid. De beste momenten zijn “Hey Boff!”, “Dippy Egg”, “A Smile Gets A Smile” en de absolute uitblinker: “Gyoza”.
Dit album zal opnieuw niet de grote doorbraak vormen voor Snuff. Het is wel een nieuwe parel aan hun kroon. Deze band zal waarschijnlijk altijd candy-voor-de-kenners blijven en daar behoort u voortaan ook bij.  

Poliça

When We Stay Alive

Geschreven door

'When We Stay Alive', het ondertussen vierde album van Poliça, komt op de markt na een bijzonder zware periode voor de band. Het leven van zangeres Channy Leaneagh hing na een ongeval in 2018 op een bepaald moment aan een zijden draadje. Deze schijf is geschreven rond het trauma en het verwerken daarvan en nieuwe energie vinden. Muziek kan daarop een helende werking hebben en dat wordt hier op tien pareltjes van songs voortdurend in de verf gezet. Poliça drukt reeds sinds 2011 zijn bijzondere stempel op de synthpop en doet daar met dit zeer persoonlijk verhaal nog een paar schepjes bovenop.
Dat wordt al duidelijk bij “Driving”. Je voelt de vertwijfeling en pijn en hoe Channy die ongelijke strijd toch aangaat. Zoals iedereen die eens wordt geconfronteerd met iets dat zijn of haar leven doorheen schudt, gaat Channy op deze plaat langzaam die ongelijke strijd aan en overwint. Want geleidelijk aan slaat die vertwijfeling om in positieve energie en zelfs enkele voorzichtige vreugde uitbarstingen zoals bij “TATA” of “Feel Life”. Telkens wel binnen een weemoedige omkadering, zo eigen aan een band als Poliça.
Ook al kunnen we bij dit alles niet voorbij aan de sprankelende inbreng van de muzikanten binnen de band, die de instrumentale omlijsting zodanig inkleuren dat het aanstekelijk werkt op je gemoed. Channy trekt onbewust de aandacht naar zich toe. Dat was eigenlijk al in 2012 het geval met het debuut 'Give You the Ghost' , dat is anno 2020 nog steeds het geval.
Wat uitstraling en stem betreft, deed Channy ons altijd wat denken aan Kate Bush, ook al wordt dat soms wel tegengesproken. Dat gevoel dat we ook hebben bij Kate Bush keert toch vaak terug bij Poliça, dus ook op deze nieuwe plaat. Luister maar naar songs als “Forget Me Now”, “Blood Moon” en het wondermooie “Sea Without Blue” en voel diezelfde vibe die een artieste als Kate Bush ook over jou kon doen neerdalen. Echter is het vooral dus die enorm helende inwerking op je gemoed dat het meest frequent uit de doeken wordt gedaan.
Muziek heelt vele wonden, ook als die bijna dodelijk zijn. Channy heeft die pijn en smart van zich afgeschreven op een wonderbaarlijk mooie wijze, waardoor je ook je eigen pijn hopelijk ook kunt bestrijden. Wat ons betreft heeft Poliça ons een sprankeltje hoop gegeven dat een mens kan gebruiken in donkere tijden, binnen een bijzonder melancholische en weemoedige omkadering, waaruit veel positieve energie voortspruit.
Kortom: 'When We Stay Alive' is een synthpoppareltje om te koesteren in de donkerste dagen, als een soort therapie die ervoor zorgt dat je de draad terug kunt opnemen.

Natashia Kelly

Inside The Wave

Geschreven door

Natashia Kelly is een uit Antwerpen afkomstige componiste en zangeres die folkinvloeden verbindt met een dromerige stem, en kruidt met de nodige jazzvibes. In 2016 verscheen Nahashia Kelly’s debuut-EP. Nu volgt het album ‘Inside The Wave’ waarmee ze uitpakt in een double bill met Pentadox waarmee ze trouwens op tournee gaat in het land. Onder de naam Natashia Kelly Group bracht ze een uiterst veelzijdig album uit in eigen beheer. Hiervoor laat ze zich bijstaan door Jan Ghesquière op elektrische gitaar en Brice Soniano op dubbele bas. Het zorgt voor een sprookjesachtig mooie schijf, waar zowel instrumentaal als vocal, intimiteit je tot een gemoedsrust brengt waaruit ontsnappen onmogelijk blijkt.
Ondanks de magistrale inbreng van de muzikanten van dienst, die een enorme meerwaarde vormen binnen dit geheel, is het dat bijzonder uiteenlopend stembereik van Natashia dat ons het meest over de streep trekt. “Tightrope Dancer” is al zo een binnenkopper van jewelste die aan je ribben kleeft. Intiem raakt ze de gevoelige snaar, maar even goed gaan de registers open waardoor je zweeft over de dansvloer in een trance. Nee, geluidsmuren worden niet afgebroken. Maar die gevarieerde aanpak zorgt ervoor dat je gekluisterd aan Natashia’s lippen geboeid blijft zitten luisteren en genieten. Blues, country, folk en jazz, het passeert allemaal de revue. Dat deze virtuose zich niet vastpint op één stijl en met haar muzikanten aan het improviseren slaat tot het oneindige, doet ons nog het meest naar adem happen.
De vele kleuren van de regenboog komen boven drijven bij elke song opnieuw. Daarbij wordt de Ierse achtergrond van Natashia trouwens uitvoerig tentoon gespreid. Binnen deze sfeer gaat ze zeer ingenieus tewerk om de aanhoorder op het verkeerde been te zetten, en voortdurend schippert ze tussen die weemoedige intimiteit en een folky sfeer die op de dansheupen werkt. Luister maar naar “Sacred Song” waar de stem van Natashia zeer gevoelige snaren raakt, om dan lekker de teugels te vieren in een mengelmoes van vreemde geluiden die in een mix van golvende bewegingen de oorschelpen strelen en je gemoed tot een sprookjesachtige soort rust brengen. Binnen diezelfde folkse sferen verlegt Natashia dus meerdere grenzen. En dat blijft ze doen tot het wondermooie “Round Midnight” als afsluiter van dit meesterwerk.
Door middel van melodieën die je hart beroeren en een kristalheldere stem stelt Natashia Kelly group met 'Inside The Wave' een album voor dat zoveel kanten uitgaat dat het je enerzijds ontroert en anderzijds doet zweven over de dansvloer van het leven. Vooral wordt op deze wijze alle emoties van een mens aangesproken, waardoor een al even ruim publiek aan folk, blues tot jazz liefhebbers over de streep zou moeten worden getrokken door deze veelzijdige artieste en plaat, die in golvende bewegingen elke snaar in je hart diep raakt.

Mono Inc.

The Book of Fire

Geschreven door

Mono Inc. is een Duitse alternatieve rock/gothicband die sinds 2000 aan de weg timmert. Hun laatste plaat dateert van 2018: 'Welcome To Hell' . Met hun nieuwste plaat, 'The Book Of Fire', grijpt de band terug naar de donkere middeleeuwen. Een tijd van inquisitie en dergelijke meer. Allemaal mooi uitgebeeld in dit conceptalbum dat ons doet terugkeren naar die tijden, op een intense en zodanige wijze dat je je die beelden voor de ogen haalt. Waardoor de band compleet in zijn opzet is geslaagd.
De toon wordt al aangegeven bij “The Book Of Fire”, “Louder Than Hell” en “Warriors”. Indrukwekkende verhalen over een ver en vooral donker verleden, worden uit de doeken gedaan op een zeer filmische wijze. Het meest opvallende is de verschillende stemmen die zorgen voor een gevarieerde sfeer, die uiteenlopende kanten uitgaat. Duisternis is het sleutelwoord bij Mono Inc. binnen een mysterieuze en mystieke omkadering die je tot een zekere waanzin drijft, zonder die geluidsmuur af te breken. Maar wel door je te confronteren met datzelfde verleden.
Bij “Shining List” krijgt Mono Inc. hulp van Tilo Wolff (Lacrimosa) en dat blijkt een extra meerwaarde binnen het geheel. De sfeer wordt steeds grauwer en doet een huivering door je lijf lopen die je onderdompelt in donkere gedachten. Door zo confronterend tewerk te gaan, slaagt de band in zijn opzet die middeleeuwen terug tot leven te brengen, wat dus ook de onderliggende bedoeling was van dit concept. Een verhaal vertellen, op een zodanige wijze dat je met de ogen gesloten je die beelden voor de ogen haalt. Alsof die tijden zijn teruggekeerd.
Mono Inc. blijft trouwens begane wegen verder bewandelen op de daarop volgende songs als “Death Or Life”, ”Nemesis” en “Right For The Devil” met Tanzwut die de groep versterkt. Afsluiter “Run For You Life” zet bovenstaande stellingen nog maar eens in de verf.
De vervolging, het verdriet en het lijden wat door die bloeddorstige inquisitie ervoor zorgde dat die Middeleeuwen worden gezien als één van de donkerste tijden ooit , worden op een ingenieuze wijze uit de doeken gedaan door deze geweldige muzikanten ; ze doen je dan ook letterlijk reizen in de tijd, en je dat beklemmende gevoel bezorgen van innerlijke pijn en smart binnen een mystieke omkadering die je dan weer doet baden in het angstzweet.
Missie geslaagd, over de gehele lijn.

Pagina 110 van 394