logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...
CD Reviews

1990's

Kicks

Geschreven door

1990s is een Schotse indierockband, opgericht door Jackie McKeown en Jamie McMorrow. In de begindagen van de band (nog voor hun eerste album ‘Cookies’ uit 2007) speelden dé Alex Kapranos én Paul Thomson nog mee. Zij zijn nu beter bekend als respectievelijk frontman en drummer van het al even Schotse Franz Ferdinand. Het eerste album stond garant voor extreme catchy liedjes, met veel paparapa's, lalalala's en ohhohoho's. Soms werden ze afgewisseld met rauwer gitaarwerk (de invloed van Franz Ferdinand komt hier zeker terug). Wij herinneren nog het optreden van 1990s in de Club op Pukkelpop 2007. Toen het publiek het refrein bleef nazingen, reageerde McKeown verrast. “You're singing a song you don't even know”. Daarmee was bewezen hoe hoog het meezinggehalte is.
Met deze 'Kicks' doen ze de succesformule nog eens dunnetjes over. Jamie McMorrow stapte uit de groep en werd vervangen door Michael McGaughrin, maar dat is er weinig aan te horen. Ze zijn nog even catchy en rauw. Meezingers op dit album zijn onder meer de opener “Vondelpark”, “I Don't Even Know What That Means” (denk aan “Cult Status” van het eerste album) en “Everybody Please Relax”. De fellere nummers zijn onder meer “Tell Me When You're Ready” en “The Box”. Laatstgenoemde en “Vondelpark” zijn veruit de beste tracks op dit album.
1990s evenaren ongeveer het niveau van hun debuutalbum en staat weer garant voor lichtverteerbare rocknummers. Vergeet niet mee te brullen mocht je ze nog eens zien op een festivalweide.

Grizzly Bear

Veckatimest

Geschreven door

Grizzly Beren zijn het alvast niet, dit sympathieke kwartet uit Brooklyn, NY. Deze band draait rond de zanger/gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen. Het debuut uit 2004 ‘Horn of plenty’ bracht Droste nog uit op z’n eentje. Toen hij begeleiding nodig had om op tournee te trekken, kwamen de anderen erbij. Die toffe en leuke ervaring zorgde voor de tweede plaat ‘Yellow house’ (2006). De derde cd ‘Veckatimest’, vernoemd naar een klein onbewoond eilandje vlakbij Cape Cod, waar de plaat grotendeels werd opgenomen, betekent de definitieve doorbraak.
Het is een groeiplaatje van magistrale, sfeervolle, opbouwende (folky/americana) popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. De bedwelmende vocals en de meerstemmige (soms hoog uithalend en bedeesd) samenzang bepalen mee het handelsmerk, en durven richting Fleet Foxes gaan. Die vocale stemmenpracht horen we sterkst op “While you wait for the others”.
‘Veckatimest’ bevat poppareltjes. Opener “Souther Point” geeft de maat aan, wat wordt verdergezet op “All we ask”, “Cheerleader” en “Chory”. Ze klinken directer op “Fine for now”, “Ready able” en “About face”.
Grizzly Bear deed beroep op arrangeur Nico Muhly (die o.a. al instond voor Antony & The Johnsons) voor de strijkersarrangementen en de inbreng van een koor. Op de afsluitende songs “I live with you” en “Foreground”zijn deze elementen beheerst en afgemeten ifv de composities. En dan is er nog die popklassieker “Two weeks”.
Grizzly Bear bracht een uiterst boeiende, gevarieerde plaat uit, met een knipoog naar Fleetwood Mac!
We spreken wel eens van prijsbeesten als het over … gaat … op muzikaal gebied rekenen we ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear daartoe… Betoverend en ontroerend plaatje …

The Damned

So, who’s paranoid?

Geschreven door

Yep, The Damned, die bestaan nog. Mogen we niet vergeten dat deze band met ‘Damned damned damned’ in 1977 het allereerste punkalbum op de wereld heeft gebracht (jawel, nog voor de Pistols). Nadien is de groep eigenlijk nooit opgehouden met bestaan, een paar personeelswijzigingen ten spijt, en hebben ze een hoop platen uitgebracht waaronder weliswaar weinig onvergetelijke. Ook de sound varieerde in al die jaren van punk naar een soort goth rock.
Dit nieuwe album heeft niks meer met de punk anno ’77 te maken, en evenmin met goth-rock. Dus Damned fans die daarop zitten te wachten zijn eraan voor de moeite. Op ‘So, who’s paranoid?’ krijgen we wel zowat de originele bezetting, dus met Captain Sensible en zanger Dave Vanian.
Op deze nieuwe plaat is The Damned erin geslaagd zichzelf een soort eigentijdse Britpoprock toe te meten die soms doet denken aan veel jongere bands als pakweg Maximo Park (in songs als “Danger to yourself” en het vinnige “Maid for pleasure”), elders dan weer aan The Who of Alice Cooper. In de sound sluipen al wat theatrale en bombastische momenten (in “Dr. Woofenstein”, “Since I met you” en “Nature’s dark passion”), dus de punk is wel heel ver af. Vanian’s zang doet meermaals aan Julian Cope denken (voor diegenen die niet met Cope’s werk vertrouwd zijn, dit is wel degelijk een compliment) en Captain Sensible laat zich heel dikwijls tot een heuse gitaarsolo verleiden, wat vroeger ook al volledig uit den boze was. Om de fans van het eerste uur nog wat meer af te schrikken krijgen we bovendien nog een lading piano, strijkers, een hoop keyboards en zelfs koorzangen. Zelfs de meest felle en energieke song “Nothing” neigt meer naar hard-rock dan naar punk en is voorzien van een ware hard-rock solo en dito keyboards.
Misschien toch een klein raakpuntje met het geluid van eind jaren zeventig, maar dan niet dat van henzelf : soms is er een zweem van generatiegenoten The Stranglers te herkennen, en dat is volledig te wijten aan een retro-orgeltje dat regelmatig komt voorbijdrijven, zoals in opener “A nation fit for heroes”.
De band eindigt zonder enige vorm van schroom met het 14 minuten durende psychedelische “Dark asteroid”, inclusief een lang uitgesmeerde wah-wah gitaarsolo waar geen einde lijkt aan te komen. U gelooft uw oren niet.  
The Damned heeft met ‘So who’s paranoid?’ het soort plaat gemaakt waar ze in 1977 hardnekkig zouden op gespuugd hebben. Toch is dit album best te genieten, als je maar de punk uit je hoofd kan zetten.

Eels

Hombre Lobo

Geschreven door

Respect. Dat is wat je op z'n minst voor Marc Everett (aka E), de frontman van Eels moet opbrengen. Hij verloor zijn hele familie aan tal van tegenslagen. Zo pleegde zijn zus zelfmoord en verloor hij anderen aan kanker en zelfs een terroristische aanslag. Zowat iedereen zou bij de pakken blijven zitten, maar Everett niet. Hij vond kracht in de muziek die hij componeerde, wat bij momenten héél straffe songs oplevert.
'Hombro Lobo', wat zoveel betekent als weerwolf, is het zevende studio-album van Eels. Everett speelt de weerwolf (die baard!) in de 12 songs die het mooie weer maken op deze plaat. Onder de veelal opzwepende, zomers getinte blues-songs zitten er diepgaandere teksten dan het meer van Loch Ness. '12 songs of desire' staat er op de hoes te lezen. Dat is zeker niet gelogen. Jaloezie, onbeantwoorde liefde, eenzaamheid zijn de thema's en worden aangevuld met veel wolvengehuil. De songs zijn heel rauw opgenomen en dragen hun steentje bij aan het hele weerwolfimago. Topnummers zijn “Prizefighter”, “The Look You Give That Guy”, “Tremendous Dynamite”, “Beginner’s Luck”, “My Timing Is Off” en “What a Fella Gotta Do”. Een pakkend album, maar dat zijn we niet anders gewend van E.

Au Revoir Simone

Still night, still light

Geschreven door

Meisjespop. We hoorden het al eens van Cocorosie, Electrelane en Stereolab. De drie bevallige dames van Au Revoir Simone uit NY brengen zeemzoeterige, dromerige elektronicapop, wat zich het best omschrijft als folktronica. Hun songs zijn een bundeling van fragiele schoonheid op toetsen , klavieren en drumcomputer, die door beats groovy en krachtiger klinken, gedragen door de zacht zalvende stemmen stemmenpracht van Erika Forster, Annie Hart en Heather d’Angelo. Het zijn eenvoudige, repetitieve en opbouwende melodieën, die door het donker ondertoontje passen bij soundtracks van passionele drama’s. Hun intrigerende orgelpartijen passen ook bij de outfit van The Residents. Een tip voor hun  volgende plaat (over vier jaar?!).
’Still night, still light’ biedt net als de voorganger ‘The bird of music’ hartverwarmende en weemoedige romantiek, met “Anywhere you looked” als hoogtepunt.

Patrick Watson

Wooden arms

Geschreven door

Patrick Watson is een jong Canadees talent, ergens tussen Buckley en Radiohead, die een tweetal jaar terug debuteerde met ‘Close to Paradise’. Ongrijpbare sprookjesachtige droompop werd geciteerd.
De opvolger ‘Wooden arms’ is een mooi vervolgverhaal … in de fijnzinnige sfeervolle composities zijn voldoende varianten in klankkleur en orkestraties aangebracht. Watson wil met z’n band sfeer creëren. Het lijkt wel een kamerorkest, ‘een nightclubbing Tom Waits’, die hun charmante pop overdekt met jazzy loops en modern klassiek, durft te experimenteren door onverwachtse wendingen, en de songs een filmische ondertoon biedt. Songs die tot de verbeelding spreken.
Hij is een virtuoos op piano en toetsen en is vocaal tot veel in staat. De dissonante klanken die hij en z’n band produceren kan hij als een volleerd orkestleider ter orde roepen, wat de dromerige chaos stroomlijnt.
’Wooden arms’ is een speciaal plaatje van opmerkelijke songs die zich per beluistering blootgeven. Het vrouwelijk element is aanwezig in de background zang van de Canadese diva Lhasa de Sela (in de titelsong) en Katy Moore op “Big bird in a small cage”. Mooi hoe hun stemmen zich kunnen voegen bij Patricks falset. Geniet van deze wondere wereld (die je voert naar verre oorden) van elf songs die elk op beurt staan als een huis …

Bat For Lashes

Two suns

Geschreven door

Het Britse Bat For Lashes (Brighton) onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) kreeg de verdiende erkenning met de emotievolle single “Daniel” van deze tweede cd ‘Two suns’. Bat For Lashes biedt een uniek geluid van sombere, dreigende, etherische gothic folkpop. De songs zijn mooi uitgewerkt door de doffe apocalyptische drumroffels, de prikkelende elektronica, toetsen, piano, synthbeats en een gitaarloop, gedragen door haar hemelse lichthese vocals. Het gaat van een lichtvoetig duistere “Siren song” naar traag slepende songs als de opener “Glass” tot toegankelijke, dromerige ballads “Peace of mind” en “Travelling woman”. Hoogtepunt binnen die bedwelmende, betoverende liedjes vormt natuurlijk die opmerkelijke single “Daniel”, wat als een classic mag worden beschouwd!
Haar sombere zweverigheid mag geplaatst worden tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze roept de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineert het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze lijkt de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve) en overstijgt probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
’Two suns’ is een uitermate consistent album van een volwassen talent …Te koesteren!

Ray LaMontagne

Gossip in the grain (2)

Geschreven door

Talentvolle heren die teruggrijpen naar de soul van de golden sixties, het is een interessante nieuwe trend geworden, zie o.a. Jamie Lidell en Eli ‘Paperboy’ Reed.
Ook singer/songwriter Ray Lamontagne, gezegend met een heerlijke zachte stem, heeft bakken soul in zich. Dit bewijst hij al meteen met de opener, tevens eerste single, “You are the best thing”, een geweldig soulnummer dat doet denken aan grootheden als Otis Redding en Sam Cooke. De soul vloeit tevens rijkelijk in mijmerende ballads als “I still care for you” en “Let it be me”. Lamontagne ziet het wel wat breder en beperkt zich niet tot één genre, hij kan ook bloedmooie akoestische songs schrijven, getuige het afsluitende titelnummer en zeer zeker “Winter birds”, een naakte prachtsong, meteen onze favoriet van de plaat. Rootsy country en folk horen we achtereenvolgens in “Hey me, hey mama” en het prachtige bluesy “Henry nearly killed me” (we moeten hier even denken aan Peter Case).
‘Gossip in the grain’ is een intiem stukje romantiek, badend in heldere melodieën en zalvende gitaren, een zachte plaat om bij voorkeur bij een mooie zonsondergang te beluisteren. En laat ons nu maar stoppen, want we worden te melig.

Depeche Mode

Sounds of the Universe

Geschreven door

Het trio Gahan, Fletcher en Gore zijn pioniers van de ’80’s electro/synthpop; een handvol wereldhits van in onze jeugdjaren zijn in ons geheugen gegrift als “I just can’t get enough”, “Everything counts”, “People are people”, “Master & servant”, “Blasphemous rumours”, … In de jaren ’90 evolueerden ze naar een gelaagder geluidsdecor, eigen geworden dreigende en twinkelende elektronica, bleeps en gitaarloops. Songs die een bredere aanpak lieten horen en niet gefixeerd zijn op een dreunende, swingende electrobeat.
’Sounds of the Universe’ klinkt minder donker dan de voorgaande platen en heeft met “Wrong”, “Peace” en “Miles away/the truth” drie potentiële hits klaar. De andere songs zitten ingenieus in elkaar binnen het vertrouwde DM concept van sfeervol broeierige luistersongs. We vinden ook een paar synthballads terug, “Little soul”, “Come back”, “Perfect” en “Corrupt” die de cd op innemende wijze besluit. Maar er is ook een keerzijde …het trio slaat af en toe de bal mis door enkele niemandalletjes “Fragile tension” en “Jezebel”.
Maar soit, Depeche Mode heeft geen behoefte om nog electroknallers te produceren. Ze weten met de huidige stijl een breed publiek aan te spreken en boeken nog steeds positieve resultaten na ruim 25 jaar…

Ozark Henry

Grace

Geschreven door

De trilogie die Ozark Henry van zanger/componist Piet Goddaer wist af te sluiten – ‘Birthmarks’ (’01) – ‘The sailor not the sea’ (‘04) en ‘The soft machine’ (’06) krijgt nog een leuk staartje. ‘Grace’ is een compilatie cd van veertien akoestisch toongezette songs, ontdaan van enige franjes, zacht, puur, naakt en oprecht. De essentie van de songs blijft mooi bewaard, bepaald dor mans piano en stem. Af en toe liet Goddaer al deze aanpak doorschemeren op z’n live acts zoals te horen op “Sweet instigator”, “Vespertine”, “Grace” en “Word up”. Een andere, overtuigende kijk …Het rustige en intieme karakter vult het indrukwekkende oeuvre van Goddaer aan. Sommige nummers worden dan toch spaarzaam begeleid, wat de radiovriendelijkheid ondersteunt, waaronder het poprockende “Godspeed”. “Me & my sister” klinkt zelfs bijna onherkenbaar! Goddaer slaagt erin z’n songs alle richtingen te doen uitgaan. ’Grace’ vormt een mooie aanvulling door het sfeervolle, zalvende en rustgevende concept.
Uitkijken wordt het naar de nieuwe plaat die in het najaar zal verschijnen. Voorproefje hebben we al met de single “Remains” .

Pagina 353 van 396