logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
Editors
CD Reviews

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

Mika

The boy who knew too much

Geschreven door

De jonge 26jarige popartiest Michael Penniman (aka Mika), who knew too much, bezit alvast de kunst om aanstekelijke traditionele pophits te schrijven; ze zijn speels, onschuldig, vrolijk en optimistisch. De Britse artiest met Libanese roots scoorde een handvol commerciële nummers van z’n debuut ‘Life in cartoon motion’, waaronder “Love today”, “Grace Kelly”, “Real, take it easy” en “Lollipop”. Hij balanceert ergens tussen George Michael, Scissor Sisters, Queen, Elton John, Bee Gees en Abba.
’The boy who knew too much’ is geen herhalingstoets , maar een logisch vervolg, waarbij bruisende en sfeervolle pop probleemloos naast elkaar kunnen staan. En hij geeft ze zelfs een handige draai tussen dromen en dansen! “We are golden”, “Rain”, en “Blame it on the girls” zijn alvast drie schitterende openers van de nieuwe cd; “Touches me” rockt en “Toy boy” kon regelrecht uit een musical komen, en met songs als “I see you”, “One foot boy”, “By the time” en “Pick up off the floor” weet hij de gevoelige zieltjes te raken.
Kijk, dit is een echte ‘feel good’ en ‘pur sang’ popplaat, of hoe je erin slaagt met een eenvoudige aanpak grootse nummers te schrijven en grootse dingen te doen …

The Jim Jones Revue

The Jim Jones Revue

Geschreven door

Als u uw rock’n’roll echt vuil, gortig en smerig wil dan moet je bij The Jim Jones Revue zijn, een bende vunzige rioolratten uit London die hun sporen verdiend hebben in de garage underground van Thee Hypnotics en Black Moses.
In amper 48 uren hebben zij op 4 sporen hun debuut op plaat gekwakt in een -hoe kan het ook anders- extreem rauwe en gure productie (Raw Power van The Stooges, iemand ?).
Jones zingt met het geweld van een op drift geslagen Little Richard, hij huilt en schreeuwt als vuile honden Lux Interior of Jon spencer. De sound is ruig als The Sonics en splijtend als MC 5. Een stel wilde gitaren barsten niet zelden uit hun voegen en een piano wordt op regelrechte Jerry Lee Lewis wijze zwaar gemolesteerd. In amper een half uurtje worden er aan een hels tempo tien ongeschoren gruizige lappen van songs doorgejaagd. Eigenlijk zijn het simpele -maar soms compleet ontspoorde- rock’n’roll songs voorzien van een ongezonde dosis buskruit.
The Jim Jones Revue staat voor vuile blues, gestoorde hard-rock, gemene rock’n’roll en de goorste garage-rock. Hoera !
Wat ons betreft is dit geweldige rioolrock. We just love it !

Editors

In This Light And On This Evening

Geschreven door

Zo fronsten we een paar keer flink de wenkbrauwen toen we “Papillon” voor het eerst hoorden. Een onherkenbare metamorfose van Editors. Het was snel duidelijk dat ze voor hun derde album de gitaren in een stoffig hoekje gezet heeft en ze voor een resem synthesizers inruilde. Het is niet de eerste band die dit doet (denk maar aan Franz Ferdinand), maar hier gaan ze wel heel drastisch te werk. Editors lijkt in het niets nog zoals op debuut ‘The Back Room’ of doorbraak ‘An End Has A Start’, bijna alsof het hier gaat om een totaal andere groep gaat (of misschien in extremis een zijproject van Tom Smith). De postpunk is hier nergens meer terug te vinden. Enkel de donkere ondertoon in muziek, tekst én stem is behouden. Joy Division meets Depeche Mode om het zo te stellen. De vorige sound was meer dan oké en het is jammer dat die al afgevoerd wordt. Tijden veranderen nu eenmaal. Of is het een poging om de fans van Interpol te sussen?
We betreurden de verandering zeker niet. Editors mag dan wel vriend en vijand verrassen, ze staan er wel als een huis met hun negen songs. Anders dan vorige albums draagt de stem van Smith het geheel meer. Zoals gezegd een overwegen donkere toon zoals te horen in “In This Light…”, “You Don’t Know Love” en “The Big Exit”. Huidige single “Papillon” klinkt dan nog het opgewekst van al. Overigens heeft dat nummer al geschiedenis geschreven door vanuit het niets op nummer 1 te komen in de Ultratop. Het kinderlijk aandoend deuntje in “The Boxer” klinkt in het begin nogal ridicuul, maar door de opbouw verdwijnt dat idee al snel. We verwachten dat “Bricks And Mortar” en “Eat Raw Meat = Blood Drool” nog in de hitlijsten zal geraken. Die nummers liggen gemakkelijk in het gehoor tussen al de zware kost. Afsluiter “Walk The Fleet Road” laat ons een laatste keer horen dat Smith ons moeiteloos laat meeslepen met zijn stem.
De fans zullen geschokt zijn en we weten nu al dat de meningen grondig verdeeld zullen zijn. Geef ze gerust een kans. Het kan geen kwaad toch?

Sunn O)))

Monoliths & Dimensions

Geschreven door

Het Amerikaanse Sunn O ))), Stephen O’Malley en Greg Anderson, masters of doom en dronetrips, bereikten met de vorige cd ‘Black one’ terecht een ruimer publiek. Hun hallucinante tranceachtige trips werden gestuurd en bepaald door logge, lome en repeterende, donkere ritmes van gitaar- bas feedbackgeraas en Moog synths, onder een muur van versterkers en pedaaleffects … Grensverleggend …doom en drones als kunstmuziek.
Op het recente ‘Monoliths & Dimensions’ staan vier indrukwekkende composities (een trip van ruim 50 minuten) van massief, slepende gitaardrones, ingevuld met keelgezangen, mannen – en vrouwen koren, blazers, violen en synths. Een verbluffend geheel …IJzingwekkend, ontroerend en filmisch.
Sunn O ))) staat garant voor avantgarde, een kruispunt van drone, modern klassiek, minimalisme en jazz. For fans of Earth, Oren Ambarchi, Eyvind Kang en Sun Ra…kwestie dat we deze bands niet zouden vergeten melden …

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Passion Pit

Manners

Geschreven door

In navolging van MGMT en het daarop volgende Australische antwoord van Empire Of The Sun, brengt Passion Pit net als de andere twee indie electropop, waar ook zij gretig teruggrijpen naar de jaren '80 van de vorige eeuw. Wat ze nog gemeen hebben is dat dit hun debuutalbum is en zeker in de smaak valt.
Passion Pit was tot twee jaar geleden een éénmansaangelegenheid. Het duurde echter niet lang voor Michael Angelakos met zijn laptop wat bekendheid verwierf in Massachusetts en er al snel enkele personen hun diensten aanboden om samen met hem te spelen. Synths zijn daardoor niet langer het hoofdingrediënt van de groep. Zo namen ze een EP op, dat diende als laat Valentijnscadeau voor zijn toenmalige vriendin. Zij kon hem gelukkig overhalen meer kopieën te verspreiden. Op die manier verkregen ze later een contract bij de platenfirma Frenchkiss Records, waar deze 'Manners' hun eerste verwezenlijking van is.
De nummers werden helemaal door Angelakos zelf geschreven en hij verleent ook zijn stem er aan. Hij heeft een ontzettend hoge stem, waardoor een vergelijking met Scissor Sisters en zelfs La Roux (“Make Light”!) zeker op zijn plaats is. De muziek is aanstekelijk, opzwepend en dansbaar, check vooral maar eens “Make Light”, “Little Secrets”, “Sleepyhead” en natuurlijk de bescheiden zomerhit “The Reeling”.

Chickenfoot

Chickenfoot

Geschreven door

Help! een supergroep. En dan nog eentje bestaande uit vergane hard-rock iconen als Sammy Hagar en Michael Anthony (Van Halen), RHCP drummer Chad Smith en gitaarneuker Joe Satriani. Dat kan niet goed komen. En inderdaad, dit album is nog maar net uit en het klinkt al hopeloos verouderd. Hier staat haar op, veel haar. Het bulkt van de typisch Amerikaanse hard-rock clichés, neigt niet zelden naar de belachelijke jaren tachtig poedelrock en heeft op de koop toe nog een paar drakerige ballads te koop (zo is“Learning to fly” echt pijnlijk, geloof ons).
En ja, die gasten kunnen spelen, het zou er nog aan mankeren. Maar met een beetje inspiratie en creativiteit voor de dag komen ? Ho maar. Satriani mag dan al een meer dan bedreven gitarist zijn (hij zwiert hier met de solo’s dat het niet mooi meer is), Mark Knopfler is dat ook, wat nog niet wil zeggen dat hij goede platen maakt (bij deze laatste toch een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten). De heren kleuren hier volledig binnen de lijntjes van het op zich al belachelijke genre en weten dat ze daarmee, in hun thuisland althans, hun nu al uitpuilende bankrekeningen nog royaal zullen aanscherpen.
In de States is er een markt voor, wij krijgen er diarree van.

Pagina 355 van 402