logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
Biohazard 8/8/2...
CD Reviews

Endless Boogie

Focus Level

Geschreven door

Kan een groepsnaam ooit beter gekozen zijn ? Deze New Yorkers noemden hun band naar een plaat van wijlen John Lee Hooker en zitten er hier mee patat op. Eindeloze boogie in songs die zonder moeite de 10 minuten grens overschrijden. Lange lellen , prettig gestoorde jams voorzien van geschifte vocals, denk hierbij aan Captain Beefheart of aan een ontspoorde Mick Jagger. Wat dacht u hiervan : 10 songs, 80 minuten !! Moordend  slepende brokken als “Executive Focus” en “The mainley vibe”, hypnotische en bezwerende trips met kronkelende gitaren die steeds dieper in uw aderen sluipen. We hebben het de laatste tijd niet veel bands weten doen, met uitzondering van de geweldige Black Mountain dan, of Brightblack Morning Light misschien, maar dan beschouwen deze laatste toch wel als de light versie van Endless Boogie.
Opener “Smoking figs in the yard” is zowat de strafste dirty rocker die we dit jaar al gehoord hebben, de vuilste Stones die in een samenzwering met Captain Beefheart de duivel oproepen en de meest smerige gitaren die van geen wijken willen weten. Endles Boogie bedient zich verder van een soort desert boogie in “Gimme the awesome”, alsof Kyuss zich aan de blues waagt. Op “Steak rock” is een AC/DC riff in de koffiemolen blijven haperen en is dat uitgegroeid tot een sluimerende motherfucker van een song.
“Coming down the stair” is Status Quo op hun smerigst en in “Jammin’ with top dollar” wordt Canned Heat’s “fried hockey boogie” nog eens overgedaan maar dan onder invloed van een kilo spacecake en liters Jack Daniels. Wat er met ZZ Top zou gebeurd zijn als die samen met Captain Beefheart drie dagen aan een stuk onophoudelijk aan de drank, drugs en slechte wijven hadden gezeten hoort u op de 16 minuten-lange LSD trip “Low life”, waarin de groep klinkt alsof ze iets voorbij halverwege de song in slaap tuimelen en ondertussen de meest fantastische klanken uit hun gitaren blijven rollen.  De zanger  gorgelt, kreunt en gromt meer dan ie zingt, stel u min of meer een gedrogeerde brulkikker voor met een voorliefde voor dirty rock’n’roll en mean ass blues. De plaat eindigt met een vlammend  “Move back”, zowaar een song van minder dan drie minuten die rockt als de beesten (ratelslangen, pitbulls en hondsdolle bizons).
Geweldige plaat is dit, maar als u niet van lange uitgesponnen geschifte seventies rock en ontspoorde bluesjams houdt dan blijft u hier beter af. Wij daarentegen zijn er compleet zot van.

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

The Charlatans

You cross my path

Geschreven door

The Charlatans zijn trotse overlevers uit de Manchester scene. Dit is al hun elfde plaat sedert 1990, veel wordt er niet meer om gemaald, want hip zijn ze al lang niet meer. Nu ja, in de UK kan je ook nooit veel langer dan een jaartje hip zijn. The Charlatans zullen er niet wakker van liggen, en terecht. Ze hebben immers terug een sterke plaat afgeleverd. De uiterst herkenbare Charlatans sound heeft zich in een paar straffe songs gewurmd als “A day for letting go”, “You cross my path” en “My name is despair”. Ze zijn catchy, fris, bezwerend en op en top Brits, maar nergens zeurderig.
‘You cross my path’ haalt het niveau van hun beste periode in de tweede helft van de jaren negentig, maar bij nader inzien hebben deze heren eigenlijk nooit een slechte plaat gemaakt en kunnen ze bijgevolg terugvallen op een mooi repertoire, alleen nu zijn ze vooral in de Britse pers gereduceerd tot een banaal bandje en zijn ze al lang niet meer The Next Big Thing. Maar vroeg of laat overkomt het al die hippe groepjes. Als de Arctic Monkeys binnen 15 jaar hun pakweg twaalfde plaat uitbrengen zal daar ook niemand meer van wakker liggen, wat niet wil zeggen dat het misschien hun zoveelste meesterwerkje zal zijn. Om maar te zeggen, ervaren ratten als The Charlatans maken nog steeds bijzonder goede platen, ook al heeft niemand dat gemerkt, ‘You cros my path’ is het levende bewijs.

Artas

The Healing

Geschreven door

Na enkele jaren van oprichtingsverschijnselen is het Oostenrijkske Modern Metal gezelschap Artas klaar om de wereld te veroveren. Dit willen ze doen met hun debuutalbum ‘The Healing’. Maar voor ze dat kunnen doen, moet hun muziek op iets trekken ook natuurlijk.
Gelukkig voor Artas is dit het geval. We kunnen al van een goeie start spreken met de nummers “Barbasso” en “Bastardo”, die gedeeltelijk Spaanse lyrics bevatten. Het zijn beide harde, afwisselende nummers die enkele lekkere Death Metal en moderne Thrash Metal riffs bevatten. Hier wordt me al duidelijk dat de zang zo gevarieerd is dat we zowel grunts, screams als cleane zang te horen krijgen. Ik wordt pas echt verrast bij het derde nummer, dat begint als een heuse Black Metal beuker. Het is maar bij het refrein dat ik plotseling hoor dat de jongens van Artas een soort Black/Death Metal versie gemaakt hebben van Coolio’s “Gangsta’s Paradise”. Hiphop heeft nog nooit zo goed geklonken! Titelnummer “The Healing” is dan weer zo’n nummer dat agressie weet te mengen met een tikkeltje melodie.
Met “Fick Das Fett” krijgen we het eerste nummer van het album dat Duitstalige lyrics bevat, zo volgen er nog een paar. En die nummers klinken absoluut niet als Rammstein. Want veel mensen zouden dat automatisch aannemen bij een Duitstalige groep die dan nog eens moderne Metal maakt ook. Ik hoor soms zelf enkele Amon Amarth invloeden bij sommige nummers.
Is deze plaat wereldschokkend en origineel? Nee. Deze plaat is gewoon een heel goed begin voor de jongens van Artas, waar we ongetwijfeld nog van zullen horen. Een aanrader voor mensen die liefhebber zijn van melodische Death Metal, hardcore of groepen als Pantera.

Destruction

D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.

Geschreven door

Destruction viert dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag, en dat willen de Duitse Thrashgiganten vieren door een nieuw album uit te brengen, getiteld ‘D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.’
Laten we eens zien hoe ze het er van af gebracht hebben.
Na een akoestische intro barst de hel los met het titelnummer “Devolution”. Een heerlijk nummer waarbij ik spontaan de neiging krijg om te gaan headbangen. “Elevator To Hell” is een prima nummer, maar weet me gewoon niet te boeien. Soms klinkt het wat langdradig naar mijn mening.
Heel dit album staat eigenlijk vol typische Destructionnummers die naar eigen zeggen al het goede uit hun carrière combineren. Maar het geheel werd in een modern jasje gestoken, weg ‘old skool’ sound dus. We kunnen wel nog steeds genieten van Mikes solowerk en Schmiers typisch stemgeluid.
Naast Schmiers solo’s kunnen we ook genieten van enkele gastbijdrages, zoals Annihilator’s Jeff Waters tijdens “Urge(The Greed Of Grain)” en UFO’s Vinnie Moore in de titelsong.
Ik heb me nooit echt toegelegd op de Duitse Thrashgroepen, maar dit album bewijst dat ik me bijvoorbeeld eens wat meer moet verdiepen in de werkjes van Kreator of Destruction natuurlijk.
Prima werk geleverd, nog eens vijfentwintig jaar zou ik zo zeggen!

Nicole Atkins

Neptune City

Geschreven door

Uit New Jersey waaide het toffe debuut over van Nicole Atkins, ’Neptune City’. Muzikaal leunt haar muziek aan een Twin Peaks sfeertje en de oude Hooverphonic. Een aanstekelijk dromerige sound, (“Maybe tonight”, “Kill the headlights” en “Party’s over”) die soms wat donker dreigend kan zijn, - “The way it is” en de titelsong -, of door de orkestraties fris en zwierig zijn en een poppy geluid hebben (“Together”, “We’re both alone” en “Love surreal”). Bewust of niet, deze nummers hebben net een Eurovisie gehalte. De plaat werd geproduced door Tore Johansson (Franz Ferdinand, Cardigans en New Order).
’Neptune City’ is een onweerstaanbare gevarieerde plaat, waarbij de songs gedragen worden door haar heldere, krachtige stem.

The Breeders

Mountain battles

Geschreven door

Het Amerikaanse The Breeders, onder de zusjes Kim en Kelly deal, brengen na ruim vijf jaar een nieuwe plaat ‘Mountain battles’ uit, die ‘Title tk’ opvolgt. Als volgt kunnen we de cd omschrijven: charmant speelse, ontroerende rammelende, rauwe lofi gitaarrock, die net het repetitiekot uit zijn. Luister maar eens naar “Overglazed”, “German studies”, “Istanbul en “No way”. Maar binnen die aanpak zijn er ook een handvol sfeervolle melodieuze songs: “Night of joy”, “Spark” en de titelsong. Ze kunnen zelfs hun oude Pixies jaloers maken met “We’re gonna rise”, “Walk it off” en “It’s the love”. En ze variëren trouwens met het intieme “Here no more” en het warme Spaanstalig gezongen “Regalame esta noche”.
Pretentieloos album, gezapige band, die het graag houdt op een gezellig onderonsje!

The Black Angels

Directions to see a ghost

Geschreven door

Voor een psychedelische retrotrip in de beste traditie van Spacemen 3, Spiritualised, Rocky Erickson en BRMC kunnen we terecht bij het Texaanse kwintet The Black Angels. Ze hebben hun tweede cd uit en zorgen voor een hallucinante, hypnotiserende nighttrip van bezwerende ritmes, repeterende drumpartijen, gitaargalm en drones, onder een bezwerende zang. Sommige songs klinken dromerig, zijn opbouwend, mooi uitgesponnen en brengen je in een andere realiteit: “Mission district”, “Deer-ree-shee” met sitar, “Never/ever”, “You in color” en het afsluitende “Snake in the grass”, dat ruim 15 minuten doorborduurt, traag slepend klinkt en loom is. De band lijkt af toe beïnvloed door de ‘90’s Manchester Britpop: een directer poppier geluid horen we op “Doves”, “18 years” en “The return”. En Joy Division kijkt goedlachs op “Vikings”. De band heeft alvast met “You on the run” en “Science killer” twee overdonderende songs uit. Tof bandje samen met Black Mountain en Dead Meadow.

Ross The Boss

New Metal Leader

Geschreven door

True Metal people, raise your fists in the air. A King Of Metal has returned!
Met deze woorden start ik deze review van het eerste album van Ross The Boss, de voormalige snarenplukker van Manowar die zijn passie voor Heavy Metal terug gevonden heeft.
Na intro “I.L.H.” opent Ross The Boss sterk met “Blood Of Knives”, een lekker heavy nummer met een riff die me wat doet denken aan Manowars “Violence And Bloodshed”. Ik heb Ross The Boss altijd al Manowars beste gitarist gevonden, omdat hij boeiende solo’s kan maken zonder een overvloed aan noten te gebruiken. Hij is het blijkbaar nog niet verleerd. Na het leuke “I Got The Right” komen we aan bij “Death & Glory”, waar de snelheid wat opgedreven wordt. Het nummer zelf vind ik niet zo speciaal, maar het bevat wel een typische Manowaroutro, met de shredding van Ross en een hoge uithaal van zanger Patrick Fuchs. Er bestaat  nu eenmaal maar één Eric Adams, dus moest Ross The Boss het stellen met Duitser Patrick Fuchs, die mij toch niet kan boeien met zijn wat saaie zang.
”Plague Of Lies” kon qua stijl en opbouw op Manowars debuut ‘Battle Hymns’ gestaan hebben. De riff heeft zelf veel mee van het nummer Shell Shock. “God Of Dying” is dan weer zo’n episch nummer in de stijl van Gates Of Valhalla, zo heb ik het graag. Want ik heb dit soort epische nummers altijd al de hoogste troef van Manowar gevonden. Na het vrolijke “May The Gods Be With You” wordt het weer wat heavier in de vorm van “Constantine’s Sword”. Dit is tot nu toe het slechtste nummer van de cd, vooral de zang is beneden alle peilen.
”We Will Kill” is ook weer zo’n middelmatig nummer dat niet kan tippen aan de hoogdagen van weleer, ook de backing vocals zijn niet wat ze zouden moeten zijn in een nummer als dit. Matador is een mid-tempo nummer met een Spaans sfeertje, wat uitstekend past bij de lyrics natuurlijk. Na nog een laatste akoestische solo komen we aan bij “Immortal Son”, het laatste nummer van dit album.
Net zoals de oude Manowar albums afgesloten worden met een episch nummer, krijgen we er hier ook één voorgeschoteld. Goed geprobeerd Ross, maar dit nummer kan zeker niet tippen aan klassiekers als ‘Battle Hymn’ en ‘Bridge Of Death’.
Is dit album nu de oude Manowarstijl waar Ross The Boss ons warm voor gemaakt heeft?
Ja en nee. Er zijn veel verwijzingen naar de jaren ’80, zowel qua stijl als lyrics. Maar daarnaast klinkt dit album ook wat als een typische hedendaagse Power Metal band, zoals er zoveel zijn in Duitsland.
Dit album is beter dan Manowars laatste werkje, maar haalt het bijlange niet bij topalbums als ‘Battle Hymn’ en ‘Sign Of The Hammer’.

Volbeat

Guitar Gangsters & Cadillac Blood

Geschreven door

Volbeat heeft een erg succesvol jaar achter de rug. Niet alleen zijn ze er in geslaagd veel nieuwe zieltjes te winnen en erg in populariteit te stijgen. Het is ze ook nog eens gelukt een album op te nemen dat niet moet onderdoen voor zijn twee voorgangers. Al is de sound wat radiovriendelijker geworden, elk nummer blijft hangen en van fillers is er dus geen sprake.
Na een westernachtige intro vliegen de heren van Volbeat er onmiddellijk in met het titelnummer, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood”. Wat een lekker nummer is dit! Alles klopt, de zang, de riffs, alles. “Back To Prom” is zo’n opgewekt, snel pretpunknummer en tevens het nummer met de kortste speelduur van het album(als je de intro niet meerekent). Namelijk nog geen twee minuten. “Mary Ann’s Place” is het vervolg op de nummers “Danny & Lucy”, “Fire Song” en “Mr. & Mrs. Ness” van de twee vorige albums. Er hangt een soort trieste ondertoon in dit nummer, toch triest naar Volbeats maatstaven tenminste. Hier wordt topzanger Michael Poulsen bijgestaan door zangeres Pernille Rosendahl, wat het nummer toch iets extra’s geeft.
“Hallelujah Goat” is weer zo’n typische Volbeatbeuker met heavy riffs en energieke zang. Hier krijg ik bij de zanglijnen en riffs voor het eerst een déjà vu naar de vorige albums. Deze ervaring kom ik nog een paar keer tegen op dit album. Maar zolang ik me er niet aan erger, hebben we niets te klagen. Dan komen we aan bij “Maybellene I Hofteholder”, waar ook een videoclip voor gemaakt werd. Het nummer gaat over een stalker die volledig in de ban is van een stripster genaamd “Maybellene”. Wat er verder gebeurt kun je lezen in de lyrics natuurlijk. Maar dit is één van de beste nummers van de plaat en qua stijl komt het overeen met ‘The Gardner’s Tale’ van Rock The Rebel / Metal The Devil.
Dan weer zo’n nummer waar de country invloeden erg naar boven komen. Verbazingwekkend hoe Michael Poulsen er telkens weer in slaagt zijn zanglijnen zo interessant en boeiend te houden. “Still Counting” start als een soort van reggaenummer en dan vliegen de gitaren er plots in… Lekker! “Light A Way” is gewoon een mooi nummer waar de heavy elementen ingeruild worden voor wat meer emotie en dramatiek. Er wordt zelf gebruik gemaakt van enkele strijkinstrumenten. Bij “The Wild Rover Of Hell” keren de riffs en het tempo terug en krijgen we een song die Metallica invloeden niet onder stoelen of tafels probeert te schuiven.
Ten slotte krijgen we nog een leuke cover van Hank Williams’ “I’m So Lonesome I Could Cry”, en de twee ietwat ‘mindere’ nummers van het album, namelijk “A Broken Man And The Dawn” en “Find That Soul”. Voor zij die de limited edition bezitten is er nog een extra cover voorzien in de vorm van Kelly Wells’ “Making Believe”.
Dat Volbeat een topband is die het nog wel eens kan schoppen tot headliner van Graspop hebben ze weer eens bewezen met dit album, dat ik gerust het beste tot nu toe durf noemen. Hopelijk krijgen we nog meer van deze werkjes voorgeschoteld in de toekomst!
Te zien op 11.10 in Hof ter Lo. Doen!

Pagina 371 van 402