logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Intieme weltschmerz in een pastoraal kader

Geschreven door

Adrian Crowley - Intieme weltschmerz in een pastoraal kader

Toen Ryan Adams in 2005 tijdens een interview met Rolling Stone de vraag kreeg toegeworpen "Who's the best songwriter that no one's heard of" antwoordde deze prompt: “Richard Hawley ... and Adrian Crowley!”. Een compliment dat kon tellen, dat wel, maar schandalig genoeg duurde het nog een kleine tien jaar vooraleer Crowley met het oncomfortabele crooneropus ‘Some Blue Morning’ (’14) op onze muzikale radar verscheen. Intussen is de Ierse singer-songwriter met Maltese roots toe aan album nummer negen, ‘The Watchful Eye of the Stars’, dat samen met sterproducer John Parish werd ingeblikt en alweer lonkt naar een prominente plaats in diverse eindejaarslijstjes.

Crowley’s tourmanager had werkelijk geen betere datum en lokatie kunnen verzinnen voor zijn eerste post-corona optreden op Belgische bodem. Door de felle regen en wind onderweg waanden we ons afgelopen zaterdagavond midden in een roadtrip langs slecht verlichte wegen en desolate dorpjes in Zuid-Ierland, en eens aangekomen in het pittoreske Sint-Denijs maakte de mistige atmosfeer in de schaars verlichte kerk het plaatje werkelijk compleet. Van ‘mist’ naar ‘mistroostig’ is trouwens maar een kleine stap in het universum van Adrian Crowley, die zowaar van wal stak met twee nieuwe nummers. En eerlijk? Eigenlijk maakt het bitter weinig uit welk nummer de Ier nu precies uit zijn mouw schudt: van zodra zijn bariton weerklinkt waanden we ons in een parallele, haast surrealistische wereld waar ook andere muzikale notabelen zoals Leonard Cohen, Richard Hawley en Bill Callahan een stekje hebben veroverd.
Ook muzikaal is het éénmansorkest Crowley niets minder dan een kleine sensatie. In het eerste deel van de set kreeg zijn rode Gretsch het gezelschap van een loop pedaal, waardoor de nummers laagje per laagje in een multidimensionele reverb werden gedrenkt alsof er zich achter één van de kerkpilaren nog een extra muzikant schuil hield. Halverwege de set kroop Crowley vervolgens achter een analoge mellotron, een statement die trouwens kan tellen in een wereld die gedomineerd lijkt door digitale bleeps. Die instrumentwissel leverde alvast een paar van de strafste songs van de avond op zoals “Take Me Driving” waar Crowley vanop de passagiersstoel de eindigheid van vriendschapsrelaties beschrijft. Ook het bezwerende spoken word nummer “Crow Song” dreef op een afscheidsrelaas, dit keer van een gewonde kraai die Crowley’s broer ooit mee naar huis bracht maar zijn herintroductie in de vrije natuur uiteindelijk niet overleefde.
Niet dat Adrian Crowley verlegen zit om voldoende crowdpleasers uit zijn eigen back catalogue, toch stonden er ook twee eigenzinnige covers op het menu met een eerbetoon aan David Bowie als rode draad. De 50ies original “Wild Is The Wind”, ooit door de thin white duke himself opgenomen uit bewondering voor Nina Simone, werd van alle ballast en ritme gestript totdat enkel pure weltschmerz overbleef. Ook de soulvolle soundtrack hit “Cat People (Putting Out Fire)” werd door de mangel (lees: de mellotron) gehaald met een ronduit ijzingwekkende parlando versie als resultaat.

Zijn grootste evergeen “Some Blue Morning” en de wel erg luchtige recente single “Bread and Wine” besloten een avond die helemaal draaide rond het imposante strot van Crowley en diens cinematografische verhalen over De Grote Emoties. “I feel great at this moment, being able to pour my heart out in front of an audience” liet de imposante Ier eerder op de avond al optekenen. En laat dát nu precies de essentie zijn van de intieme Wilde Westen concertreeks ‘In Heaven’ die vanavond een gedroomde post-corona doorstart maakte.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Adrian Crowley

Adrian Crowley is wel heel erg minimaal in de 4AD

Geschreven door


De 4AD was goed gevuld voor een triootje op zaterdagavond. We pikten nog de laatste nummers mee van de Londense Nadine Khouri, die op haar door John Parish geproducete plaat ‘The salted air’ ook hulp kreeg van de hoofdact van vanavond, Adrian Crowley. Te kort dus voor een beoordeling, het klonk allemaal nog al spaars, de nummers die we achteraf googelden, klonken niet slecht: een beetje pop noir, veel sfeer, iets voor fans van Mazzy Star en This Mortal Coil: minimaal, maar toch naar een hoger plan gebracht door de productie van Parish.

Head Full of Flames is een viertal uit het Brusselse dat al een tijd bezig is, maar voorlopig wat onder de radar blijft. De band ontstond aan het Leuvense Lemmensinstituut, en de bassist, Pieter-Seaux, ken je wellicht beter van bij het duo Hydrogen Sea. Head Full of Flames brengen rustige, knap opgebouwde gitaarfolk, je kan ze nog het beste vergelijken met Isbells. De nummers zitten goed in elkaar, de percussie legt subtiele accenten, en de zang mag er zeker zijn. Echte wintermuziek, die melancholisch is maar toch voldoende dynamiek vertoont.

Adrian Crowley staat altijd garant voor kwaliteit. Dit is ook zo op zijn nieuwe plaat ‘Dark Eyed Messenger’, waar hij zijn gitaar achterwege laat, en zijn bariton laat begeleiden door een mellotron. De Ier wordt dan ook heel hoog gewaardeerd door de critici, maar bij het grote publiek blijft deze 50-jarige folkie toch miskend. Crowley tourt dan ook heel low-key door Europa, en dat was eigenlijk het grootste probleem vanavond: bij gebrek aan opsmuk door een begeleidingsband klonk Crowley wel heel spaars: het eerste deel van de set speelde hij gitaar, in het tweede deel begeleidde hij zichzelf op mellotron, maar in beide gevallen was het zeer minimaal, en dit ten koste van de sfeer: stel je voor dat Nick Cave zijn ‘Skeleton tree’ zonder Bad Seeds had opgenomen, dan kwam je ongeveer uit bij wat Crowley vanavond in de 4AD bracht.
De Ier begon er aan met “Silver Beech tree” uit zijn nieuwe album, dat de hoofdbrok vormde van de set. Wij leerden Crowley kennen in 2013, toen we hem aan het werk zagen in de Nijdrop, en qua podium-act was dit heel gelijklopend: Crowley babbelt tussen de nummers door met het publiek, maar voor mij mocht er gerust meer swung en melodie in de uitvoering zitten: het was soms wel erg traag en erg parlando. Toen stelde Crowley zijn plaat ‘I see three birds flying’ voor, en ook vanavond bracht hij met “Fortune teller song” een nummer uit die meer gitaargerichte plaat.
Crowley heeft een goede muzieksmaak, dankzij hem kennen we nu ook een obscure song van The Velvet Underground, “Ocean”, en daar zijn we blij om. De beste songs deze avond waren “Catherine in the dunes” , “Valley of tears”, oud-testamentische hel en verdoemenis in de stijl van Dave Eugene Edwards, en “Unhappy seamstress” waarin hij ons terugvoerde naar de kindertijd met een opwindmuziekdoos: we hebben er ooit ook nog één gehad die “Te Lourdes op de bergen” speelde, dit exemplaar speelde een andere maar even krakkemikkige melodie. Afsluiten deed Crowley met een cover van een van zijn grote voorbeelden, Lee Hazlewood’s “My autumn’s done come”.

De platen van Crowley kunnen we aan iedereen aanbevelen, zijn optredens kunnen een begeleidingsband gebruiken, Crowley is geen Luka Bloom die met zijn gitaar een hele concertzaal kan begeesteren, daarvoor is zijn muziek ook te donker.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Geschreven door

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Adrian Crowley

Some Blue Morning

Geschreven door

De achtste plaat in 12 jaar is dit al voor deze Ierse singer/songwriter, en nu pas blijkt de wijde wereld zijn talent te hebben ontdekt. Een plotse aandacht die hij door dik en dun verdient want ‘Some Blue Morning’ is dan ook een bijna volmaakte plaat die baadt in fluwelen gitaren en strijkers maar nergens in pathos. Het is een uniek kunststukje vol warmte, poëzie en melancholie gewikkeld in elf bloedjes van songs. Wij droomden alvast volledig weg bij sierlijke en zeer behaaglijke parels als “The Hungry Grass”, “The Wild Boar” en “The Hatchet Song”.
Met zijn glasheldere bariton en zijn sensitieve songs begeeft Adrian Crowley zich op het terrein van Leonard Cohen, Bill Callahan, Sivert Hoyem, Richard Hawley en een minzame Nick Cave. Met zo een fijnbesnaard album en een huizenhoog niveau kijkt hij niet gewoon op naar deze grootheden, maar mag hij zich meteen mee in dat prestigieuze rijtje gaan stellen.
Adrian Crowley komt zijn gracieuze en innemende songs voorstellen in de AB Club op 05/02. Uw uitgelezen kans om kennis te maken met dit veel te lang verborgen gehouden talent.

Adrian Crowley

Adrian Crowley brengt Temple Bar naar Opwijk

Geschreven door

Racing Genk was toch aan het verliezen tegen de Duitsers, dus waarom niet eens naar de Nijdrop voor een voor mij onbekende Ierse singer-songwriter die je aangeraden wordt? Adrian Crowley, is 45, woont in Dublin en is eigenlijk voornamelijk bekend in Ierland.
’I See three birds flying’ is het zesde album van de Ierse singer-songwriter, en wordt uitgegeven door Chemical Underground, het Glasgowse label van onder meer Mogwai. Veel nieuwe zieltjes zal Crowley met zijn Europese tour wellicht niet bijwinnen, de koppen kon je vanavond in de Nijdrop letterlijk tellen, en blijkbaar was de opkomst eerder in de week in Trix van dezelfde grootte orde. De positieve kant aan de lage opkomst was dan weer dat dit een bijzonder intiem concert was, alsof deze Ier in je woonkamer kwam optreden.

Crowley speelde vanavond vooral nummers uit zijn laatste plaat, en had enkel zijn elektrische Gretsch-gitaar meegebracht, daar waar hij op zijn platen een redelijk rijke orkestratie gebruikt, met onder meer piano, strijkers en mellotron. Nu, eigenlijk was dit geen probleem, de nummers klonken absoluut niet kaal, Crowley heeft een warme bariton (denk aan Kurt Wagner van Lambchop), en hij toverde met gemak verschillende melodielijnen uit zijn Gretsch, door het gebruik van delay.
Dit cafe-optreden deed me dan ook denken aan Jeff Buckley’s ‘Live at Sin-e’, niet dat Crowley’s stem ook maar in de buurt komt van Buckley, maar het gitaargeluid en de gemoedelijkheid van een artiest die voor individuen eerder dan voor een massapubliek staat te spelen, was toch het grote raakpunt met die opnames.
Zoals alle Ieren, is Crowley een gemakkelijke babbelaar, dus tussen de nummers door, kregen we anekdotes over met twee gitaren met Ryanair vliegen, een lading CDs laten nasturen naar de Trix, of het verblijven in het Amsterdamse Backstage hotel. Crowley’s songteksten zijn heel filmisch en hebben een zekere literaire kwaliteit, wellicht typisch Iers, ook bij Luka Bloom vind je dit terug. Toen hij “From Champions Avenue to Mysery Hill” speelde, waande je zo in de straten van de Ierse hoofdstad, en ook bij “At the starlight hotel” kon je je een typisch ouderwets Iers hotel voorstellen met dikke tapijtvloeren en zware luchters.

Pareltjes van nummers vanavond, van het eerste tot het laatste, vreemd eigenlijk dat Crowley niet meer bekend is. Festivalprogrammators, zoek je deze zomer een rustpunt tussen al het rockgeweld, zet dan deze man op je affiche, het publiek zal je zeker dankbaar zijn.

Als voorprogramma van Adrian Crowley, speelde Imaginary Family. Dit drietal rond de naar Gent uitgeweken Brabantse Joanna Isselé, zat vorig weekend in Duyster, en speelt muziek die perfect in het concept van dit programma passen. De stem van Isselé doet denken aan Stina Nordenstam, en de band kleurt de nummers origineel in, wat een pluspunt is om op te vallen tussen de vele meisje-met-een gitaar groepjes. Isselé heeft veel verbeelding, haar nummers gaan over pinguins, professoren en westerndorpjes, en dat is misschien nog een punt van kritiek, een grotere eenheid in de teksten zou het geheel overtuigender maken, dat is toch wat Crowley vanavond overtuigend demonstreerde.
Neem gerust een kijke naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/adrian-crowley-21-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/imaginary-family-21-02-2013/

Organisatie: Nijdrop , Opwijk