logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Giant Sand

Recounting The Ballads Of Thin Line Men

Geschreven door

Giant Sand heeft het album ‘Ballad Of A Thin Line Man’ uit 1986 opgegraven en heeft een nieuwe soep gekookt van de beenderen op ‘Recounting The Ballads Of Thin Line Men’. De band deed eerder hetzelfde met ‘Valley Of Rain’ (naar ‘Return To Valley Of Rain’).
Er zijn verschillende redenen om een oud album opnieuw op te nemen. Vaak zijn die van financiële of administratieve aard,  maar er zijn ook artiesten die de tracks helemaal willen herinterpreteren. Dat laatste lijkt aan de hand met ‘Recounting The Ballads Of Thin Line Men’. Met de oorspronkelijke opnames was immers niet zo veel mis. Om een of andere bizarre reden werd het oorspronkelijke album van Giant Sand uit 1986 enkel in Europa uitgebracht (en niet in de VS) waar de band meteen op handen werd gedragen. Sindsdien volgden nog meer dan 20 albums van Giant Sand.
De basisbezetting van het heropgenomen album bestaat behalve uit Howe Gelb nog uit Tommy Larkins (drums) en de Deen Thøger Lund (bas). De gasten zijn Paula Brown, de ex van Gelb en voormalig Giant Sand-bandlid. Andere oud-bandleden Winston Watson (drums) en Annie Dolan (gitaar) doen hun ding op “Desperate Man”. De tracklist is ongeveer dezelfde. “All Along The Watchtower” van Bob Dylan en “Last Legs” zijn er niet meer bij. “You Can’t Put Your Arms Around A Memory” van Johnny Thunders is wel opnieuw present. “Reptilians” is een track die bij al eens opdook bij de heruitgave van het oorspronkelijke album, bij de 25ste verjaardag (nu is het 33,3 jaar oud).
De sound van de nieuwe opnames verschilt weinig van die van het origineel. Wel heeft Gelb nog meer zijn stempel gedrukt. Zijn manier van gitaarspelen en zingen is heel kenmerkend. Een beetje ruw en slordig. Daardoor klinkt het heropgenomen album wat meer als grunge.
De algemene sound heeft deze keer iets van ‘Rust Never Sleeps’ van Neil Young, die andere grunge-godfather. Zelfs vocaal komt Gelb dicht in de buurt van Young. Deze band gaat het gevecht aan met de blote vuisten, de knokkels wit van woede, maar wel met de overtuiging dat het gevecht al op voorhand gewonnen is. Ook draaien ze de versterker al eens terug van 10 naar 5, voor een ballad die je bij de strot grijpt. De backings van Paula Brown op “Graveyard” katapulteren die track naar de achtertuin van David Lynch. De invloeden die Gelb had voor het oorspronkelijke album klinken nu nog minder hard door.
Opener “Reptilian” is licht-psychedelische desertrockblues, terwijl “A Hard Man To Get To Know” echt wel leentje buur heeft gespeeld met Neil Young. Niettemin is dit één van de betere tracks van het album en dan nog wel voor de volle zes minuten. “Desperate Man” klinkt minder wanhopig of urgent dan de titel laat vermoeden, maar de sound is wel vintage-Giant Sand. “Tantamount” is verrassend vrolijk en lo-fi, maar krijgt een herkansing als sappige rock in de bonus-song  “Tantamount Blast”. ”Body of Water”, een track die Gelb reeds in 1983 opnam met toen nog Giant Sandworms, klinkt zo hard als de Pixies dat je denkt dat Joey Santiago meespeelt. Het (opnieuw) door Paula Brown gezongen “The Chill Outside” begint als bubblegum-pop, maar landt na een niet zo loepzuivere gitaarsolo toch in Giant Sand-land. “Thin Line Man” is de perfecte uitsmijter. De band gaat er nog een laatste keer hard tegenaan. Met de ‘oude’ outro in gedachten zit je naar het einde wel nog te wachten tot de windvlaag in een storm verandert, maar aan voorspelbaarheid heeft Gelb een broertje dood.

Giant Sand

Een zichtbaar genietende Gelb met z’n Giant Sand

Geschreven door

De Sint bracht deze avond een hoop lekkers uit Tuscon, Arizona voor de muziekliefhebbers van Gent en omstreken die blijkbaar braaf geweest zijn dit jaar.
De groep Giant Sand rond de toch wel lichtjes charismatische godfather of alt.country, Howe Gelb heeft een nieuwe cd uit, ‘proVISIONS’, waarop een aantal fijne muziekjes staan en waarmee weeral een aantal illustere namen toetreden tot de ondertussen grote Giant Sand-familie (oa Isobel Campbell, die er helaas niet bij was).
Het was al vier jaar geleden dat er een Giant Sand-album was uitgebracht, er zijn jaren geweest dat er drie in een jaar verschenen. Geen luierik die Howe, want tussendoor liet hij nog solo en in tal van nevenprojecten op tijd en stond van zich horen. Indien je als die-hard fan van deze man alles in huis wilt halen zoek je best een bijbaantje.
Het oeuvre van de heer Gelb is dus ondertussen zo uitgestrekt dat er gerust een rekje in uw plaatselijke bibliotheek mee kan en zou moeten gevuld worden.

Via een of andere metafysische doorgangspoort flitsten we van een donkere, koude en van een berg natte kerstbomen voorziene Kouter naar de woestijn van Arizona alwaar we werden opgewacht door drie Deense cowboys. Er moet toch écht iets aan de hand zijn met het klimaat wanneer drie gasten uit Denemarken (I kid you not!) countryrock spelen alsof ze zijn opgegroeid op de Ponderosa Ranch. De nieuwe begeleidingsgroep van Mister Gelb mochten drie nummertjes spelen van de grote baas en de toon was meteen gezet; warme soepele gitaren, een relaxte ritmesectie en een paar melancholische nummertjes. En omdat ze zich ‘funky’ voelden mochten ze er zomaar gratis en voor niets nog een vierde deuntje tegenaan smijten.
Hierna mocht een Australische schone haar frêle liedjes brengen.
Ionna Kelly past in het rijtje van vrouwelijke singer-songwriters die de laatste tijd het mooie weer maken. In een verschrikkelijke outfit (zuster Monica zou er sexy hebben uitgezien naast ons Ionna) maar met een prachtige stem (daar faalt zuster Monica dan weer) zong ze haar drie nummertjes, zichzelf begeleidend op gitaar en piano. Mooi, charmant, verdienstelijk, maar niet onvergetelijk.
De Deense cowboys, ondertussen aangevuld met een zangeres met een hese, sexy stem mochten hierna nog een tiental minuten vullen en deden dat dan ook vol overgave en zichtbaar plezier.

Giant Sand: Een korte pauze liet het publiek toe zich volledig klaar te houden en daar kwam hij dan op; een Mephisto-lookalike met een Stem. Want of Gelb nu country, lo-fi, jazz of punkrock speelt, zijn grootste troef blijft zijn warme, gruizige diepe stem. De man was in een mood die een fijne avond beloofde en daar stak hij reeds van wal met een paar stevige maar ingehouden gespeelde countryrockers alsof we op een feestje in het midden van de woestijn zaten, rond een uitbundig brandend kampvuur en een fles zelfgestookt vuurwater in de hand. Na deze introductie ontdekte Mr Helb de piano op het podium en na wat overleg met de band was het tijd voor een jazzy intermezzo, wat een beetje de vaart uit het optreden haalde.
Maar de man genoot zelf blijkbaar van het optreden (en zijn nieuwe hoed, gekocht in Gent) dat je het hem moeilijk kwalijk kon nemen. Toch blijft hij volgens mij op zijn best wanneer hij, met een duivels monkellachje, de gitaar ter hand neemt en een stevig countryrockertje mag spelen. De Denen bewezen nonchalant dat ze ook een snaartje konden beroeren, zeker Anders Pedersen die lapsteelgitaar speelde als zat hij op zijn veranda in Arizona te kijken hoe de cactussen groeiden.
De band had aan twee woorden en een oogopslag genoeg om van het ene nummer naar het andere te switchen en hun frontman te volgen in zijn soms wat grillige parcours. Af en toe begon Howe Gelb aan een nummer en duurde het een paar seconden eer de band doorhad om welk nummer het ging, maar ze losten het altijd naadloos op. Het moet ook niet makkelijk zijn om te spelen met een man die tientallen, zoniet honderden nummers op zijn conto heeft staan, maar alle respect voor de muzikanten die hun frontman relaxt maar vol overgave ondersteunden.

Het publiek was mee, de groep speelde als een trein, het speelplezier straalde er af en ze werden tot tweemaal toe teruggeroepen voor een bis. Hulde voor een zichtbaar genietende Howe Gelb en een warme Kerst gewenst voor zijn duivelse Denen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent