logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

John Paul Keith

John Paul Keith - Master of rock‘n’roll swing guitar

Geschreven door

In 2012 moest ik nog helemaal tot in Groningen rijden om John Paul Keith aan het werk te zien. Dit keer speelde hij aan mijn achterdeur (bij wijze van spreken want toch nog altijd een klein uurtje rijden) maar veel lijkt er toch niet veranderd. Op interesse van de gebruikelijke clubs in België die americana programmeren hoeft hij nog steeds niet te rekenen. Nadat hij eerder deze tour in een Brussels café (Chaff) speelde mocht hij last minute ook nog eens in de Pit’s opdraven en dat is niet echt een plaats waar je hem verwacht.

Ok, John Paul Keith was eerder reeds tweemaal te gast in de Pit’s (2007 en 2010) maar dat was in de band van Jack Oblivian waarin toen ook Harlan T Bobo zat en dat staat toch mijlenver van hetgeen Keith tegenwoordig uitvreet. Dat hij hier niet echt op zijn plaats stond bleek ook uit het voorprogramma.
Afgaande op hun naam, Onkruid, had ik nog gehoopt op een alternatieve folkgroep maar het werd de gewoonlijke Pit’s stuff die ons door de strot geramd werd. Drie jongens uit Kuurne mochten er onder ruime belangstelling hun allereerste set afwerken. Twijfelend tussen hardcore en gore punk brachten ze het er zonder al te veel kleerscheuren vanaf maar ik kreeg het er noch koud noch warm van.

Toen het drietal ermee ophield bleek dat John Paul Keith nog maar net gearriveerd was en ik vreesde, gezien de avondklok (tien uur), al voor een geamputeerd optreden. Maar de mannen uit Memphis wisten hun materiaal in recordtempo op te stellen terwijl de soundcheck slechts enkele minuten in beslag nam. Even opperde de klankman om nog even samen te soundchecken maar John Paul Keith, vastberaden een volledige set te spelen, wou er meteen aan beginnen.
En verdomd, nooit eerder klonk het geluid hier zo helder! De band opende met een enorme pegel, “Anyone can do it”, een lillende song die Buddy Holly vergat te schrijven. Meteen werd ook duidelijk dat Keith twee geweldige begeleiders had meegebracht: bassist Matthew Wilson en drummer Danny Banks die je beide zou kunnen kennen van John Nemeth & The Blue Dreamers.
Samen zorgden ze, zeker het eerste half uur, voor een vrij stevige en rock-‘n-roll getinte sound maar dat kon niet beletten dat veel Pit’s habitués, die hun dosis punk misten, zich terugtrokken in het sanitaire gedeelte van het pand. Zo misten ze onder meer een forse uitvoering van het meesterlijke “We got all night” waarin de drummer even loos mocht gaan. Ergens in Nederland werd JP Keith aangekondigd als “Master of rock-‘n-roll swing guitar”. Terecht want zijn schijnbaar moeiteloos gebrachte, sprankelende gitaarspel liet mijn mond meer dan eens open vallen.
In het tweede deel van de set bracht hij wat meer nummers uit zijn laatste en alweer uitstekende plaat ‘Heart shaped shadow’. Minder rock-‘n-roll maar een eerder moeilijk te omschrijven stijl waarin je zowel roots, country, honky-tonk als rhythm & blues kan ontwaren. Wat zachter van aard ook maar de songs zoals “Ain’t letting go of you” waren steeds van een zeldzaam hoogstaande ambachtelijke kwaliteit waarbij het moeilijk was de heupen stil te houden. Er was zelfs plaats voor “Meet me at the corner”, een song van Motel Mirrors (een nevenproject van hem met Amy LaVere en Will Sexton) waarbij de bassist en de drummer de onmogelijke opdracht kregen de sirenenzang van LaVere te doen vergeten.

Dit was show nummer 32 in een reeks van 35 maar de drie zagen er allerminst vermoeid uit. Integendeel ze blaakten van enthousiasme terwijl het spelplezier ervan af spatte en dat in een punkhol als de Pit’s.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

John Paul Keith

John Paul Keith – verborgen parel

Geschreven door

Het zag er lange tijd naar uit dat het nooit iets zou worden met John Paul Keith uit Knoxville, Tennessee. Na zijn geluk vergeefs gezocht te hebben in het ‘saaie’ Nashville, trok hij op aanraden van zijn zuster naar Memphis. Maar ook daar leek het op een sisser uit te draaien tot hij Jack Oblivian ontmoet. Die pikt hem op voor zijn (samen met Harlan T Bobo) Europese tour in 2007. Die tour leidt hem o.a. naar de Pit's en de 4AD waar toen al bleek dat hij een schitterend gitarist is. In 2009 volgt dan zijn eerste plaat, ‘Spills and thrills’, die hij opneemt met zijn eigen band, The One Four Fives. Een jaar later trekt hij opnieuw met Harlan T Bobo en Jack Oblivian naar Europa maar deze keer mag hij de show openen met een eigen korte set. Vorig jaar verscheen dan zijn tweede plaat (een live-cd buiten beschouwing gelaten), ‘The man that time forgot’ en dat bleek een echte parel die bij de kenners wereldwijd zeker niet onopgemerkt bleef.
Zo kon hij uiteindelijk op zijn 37ste op eigen kracht naar Europa komen en dan blijkt verdomme dat er niemand in België bereid is hem te boeken! In deze tijden waarin beats primeren en ouderwets vakmanschap met een scheef oog bekeken wordt, lok je hier uiteraard geen volle zalen mee maar moet dat dan altijd? Gelukkig bestaat er dan nog iets als de Vera in rock-'n-rollcity Groningen waar dergelijke artiesten steeds welkom zijn en er toch nog zo'n 50 man opdaagden voor de aftrap van JP Keith's Europese tour.

John Paul Keith begon zijn set helemaal alleen met de titelsong van zijn laatste plaat maar het optreden ging pas echt van start toen zijn twee bandleden opdaagden. Dat waren niet The One Four Fives die we kennen van op de plaat maar James Godwin (toerde reeds een paar maal aan de zijde van Jack Oblivian in de States) op bas en youngster Graham Winchester (pas zijn tweede optreden met JP Keith) op drums. Rock-'n-roll : daar gaat het om bij John Paul Keith en die bracht hij met een loepzuivere stem en erg vintage klinkende gitaren, steeds gegoten in melodieuze songs. Al vroeg in de set gaf hij het fantastische "Anyone can do it" prijs, een nummer dat zo op een ‘Best of’ van Buddy Holly had kunnen staan. Maar zijn grootste inspiratiebron bleek toch Chuck Berry te zijn en een paar covers van de meester zelf konden dan ook niet uitblijven ("Oh Carol", "Memphis"). Tussendoor smokkelde hij ook veel obscure instrumentals (o.a. van Ike Turner) de set binnen waarin hij telkens excelleerde op een sprankelende gitaar. De ballads klonken misschien net iets te zeemzoeterig maar dat was in de fifties niet anders, dus nam ik die er zonder al te veel morren bij. Naar het einde toe werd het rechte pad der rock-'n-roll steeds meer verlaten en kregen we met "Let's get gone" zelfs een verschroeiende boogie voor de kiezen. Na een concert van zo'n anderhalf uur waarin de drie werkelijk alles hadden gegeven kwamen ze toch nog terug voor een drietal bissen om in pure schoonheid te eindigen met "Come on let's go" van Richie Valens.

Organisatie: Vera, Groningen