logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Morrissey

Morrissey – De afstand tussen zanger en ziel

Geschreven door

Morrissey – De afstand tussen zanger en ziel

Ik zag Morrissey voor de zesde keer live aan het werk, dit keer in de Lotto Arena in Antwerpen. En hoewel ik inmiddels weet wat ik kan verwachten — de snijdende melancholie, de dwarse keuzes, de nostalgie — wist deze avond me toch weer op een andere manier te raken. Al was het, eerlijk is eerlijk, niet zijn beste optreden.

Mijn band met The Smiths begon eigenlijk pas toen het bijna te laat was: bij het uitkomen van hun laatste plaat, net voor ze uit elkaar gingen. Ik was toen ook erg into The The, en vond het fantastisch dat Johnny Marr daar even later opdook. Maar ook Morrissey’s solowerk raakte me vanaf zijn eerste soloplaat. Die plaat heb ik letterlijk grijs gedraaid. En “Everyday Is Like Sunday?”,  dat nummer is sindsdien nooit meer uit mijn top 10 verdwenen — een anthem, een ode aan verveling, weemoed en schoonheid in het alledaagse, gepaard met pijn, herinnering aan de sterfelijkheid en ontgoocheling — typische en terugkerende thema’s.

Maar goed, over naar het concert. Het viel me meteen op dat de Lotto Arena niet helemaal uitverkocht was. En wat ook vreemd aanvoelde: een echte afscheiding tussen podium en publiek. Dat had ik bij mijn vorige Morrissey-concerten nog nooit meegemaakt. Geen stormloop van fans op het podium, geen fysieke nabijheid. Enkel bij één nummer slaagde een fan erin om Moz daadwerkelijk te bereiken. Morrissey — altijd scherp — merkte op dat hij intussen ‘wel in de negentig was, of tenminste zijn nek.’
Vóór het optreden begon, kregen we een montage van video’s te zien: een bonte mix van obscure clips, sixties-tv, politieke statements. De laatste jaren speelt Morrissey vaker voor een zittend publiek, maar nog voor de video gestart was, stonden de diehard fans al recht aan de barricade. Aan de linkerkant verzamelde zich duidelijk het meest fanatieke deel van de zaal — een soort devotie die bijna religieus aanvoelde.
De setlist was op zijn minst verrassend. Hij opende sterk met “Shoplifters of the World Unite”, een The Smiths-klassieker die meteen de toon zette. Tussen recente nummers (“Sure Enough”, “The Telephone Rings”, “I Ex-Love You”) en minder bekende parels (“The Loop”, “Jack the Ripper”) kregen we ook een paar publiekslievelingen. En ja, “Everyday Is Like Sunday” klonk nog altijd even machtig en tijdloos. “How Soon Is Now?” was een ander hoogtepunt: intens en bezwerend, dankij de uitstekende begeleidingsband.
Een moment dat echt bijbleef — op een andere manier — was tijdens “The Bullfighter Dies”. Op de achtergrond werden ongefilterde, gruwelijke beelden van stierengevechten geprojecteerd: bloedende dieren, doodsangst, brute klappen, het publiek in extase. Morrissey’s dieractivisme is al jaren bekend, maar deze beelden waren rauw en confronterend. De boodschap kwam binnen, hard en zonder nuance. Het nummer werd daardoor geen licht satirisch protestlied, maar een scherpe dolk in het vlees van de wreedheid die het aanklaagt.
Als bisnummer — en nadat alle bandleden één voor één het publiek waren komen bedanken — bracht hij “Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me”, een perfecte afsluiter: dramatisch, melancholisch, groots.

Toch kon ik het gevoel niet onderdrukken dat er iets ontbrak. Er zat afstand tussen Morrissey en het publiek — letterlijk en figuurlijk. De magie was er wel, maar voelde gedempt. Misschien ligt het aan de jaren, misschien aan de setting. Het was een goed concert, zeker, met sterke momenten en een krachtige stem. Maar waar Morrissey me vroeger omver blies met zijn intensiteit en onvoorspelbaarheid, bleef ik dit keer een beetje op mijn honger zitten.
Desondanks: zes keer Morrissey live, en nog geen moment spijt. Zelfs vanop afstand blijft hij uniek. En zolang hij “Everyday Is Like Sunday” blijft zingen, blijf ik komen. Ook al lag er tussen zanger en publiek een kloof waar zelfs geen liefdeslied overheen geraakt.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7670-morrissey-16-06-2025?Itemid=0

Organisatie: Gracia Live

Morrissey

California Son

Geschreven door

Morrissey belooft ons op ‘California Son’ een inkijk in de muziek die hem voor de muziek deed kiezen. Op een handvol songs na zijn het echter onbekende tracks waarvan we ons moeilijk kunnen voorstellen dat de Mozzer ze aan Johnny Marr heeft laten horen om het geluid van The Smiths mee richting te geven. De onsamenhangende productie van Joe Chiccarelli helpt ook al niet om mee te graven naar de muzikale roots van de bejubelde dwarsligger.
"Don’t Interrupt The Sorrow” van Joni Mitchell en "Only A Pawn In Their Game” van Bob Dylan zijn nagenoeg onherkenbaar. Het was ergens wel te verwachten dat Morrissey de aandacht naar zichzelf trekt en niet naar die toch wel prachtige songs. Ook opvallend is dat Morrissey voor bijna elke track hippe gastmuzikanten opgetrommeld heeft, maar dat die zelfs geen plekje in de schaduw krijgen op dit coveralbum. Die reeks hippe vogels zijn o.m. Ed Drooste van Grizzly Bear, Ariel Engle van Broken Social Scene, Petra Haden van the Decemberists, Sameer Gadhia van Young The Giant en singer-songwriter LP (Laura Pergolizzi). Ook Billy Joe Armstrong van Green Day en Lydia Night van punkrockband The Regrettes krijgen niet meer dan een fletse bijrol.
Echt veel wijzer over de inspiratiebronnen van de Mozzer worden we niet op dit album. “Suffer The Little Children” (van Buffy Sainte Marie) en “Days Of Decision” (van Phil Ochs) geven in deze versies totaal geen aanknopingspunten met de man zijn vroege of huidige werk. Hetzelfde geldt voor "Wedding Bell Blues” (van Laura Nyro), “When You Close Your Eyes” (van Carly Simon), “Lenny’s Tune” (van Tim Hardin) of “Some Say I Got Devil” (van Melanie). Heeft Morrissey deze artiesten en nummers met teveel of net te weinig respect behandeld of wil hij het achterste van zijn tong niet laten zien?
Slechts drie keer denken we dat Morrissey oprecht een inspiratiebron naar voren schuift: bij “Loneliness Remembers What Happiness Forgets” (van Dionne Warwick) hebben we een elaborate songtitel zoals Morrissey dat ook wel durft te doen en “Lady Willpower” (van Gary Puckett & the Union Gap) heeft in deze versie onbestemd een vibe die we associëren met The Smiths. Hij geeft echter het meeste prijs op “It’s Over” van Roy Orbison. Nu weten we eindelijk waar hij dat timbre, die toon, dat volume en die melancholieke, doorleefde knik in zijn stem aan gespiegeld heeft. 
Verplicht voer voor de fans. En voor rabiate muziekquiz-spelers.

Flo Morrissey

Tomorrow will be beautiful

Geschreven door

De jonge Britse twintiger ‘FloMo’ is een beloftevolle sing/songwriter die haar materiaal ent op de neofolkypop. De songs zijn ontdaan van enige franjes ; ze hebben een sobere omlijsting, klinken sfeervol, gevoelig en worden gedragen door haar innemende , indringende hoog uithalende vocals . De single “Pages of gold” was hier een overtuigend nummer. “Show me” en “Sleeplessly dreaming” laten de rootsamericana doorsijpelen. Soms doen ze wat orkestraal aan zoals “Betrayed” , “Wildflower” en “Why”. Door de klassieke klemtoon nestelt ze zich ergens tussen Kate Bush , Joanna Newsom, First aid kit in , en in die kenmerkende stijl hebben we een Devandra Banhart en Jeff Buckley.
FloMo laat op die manier een traditionele sound  erg mooi klinken !

Morrissey

Morrissey’s verrijzenis: te kort maar krachtig

Geschreven door

In 1987 werd het fanlegioen van The Smiths abrupt verscheurd in twee kampen. In het ene kamp de fans van het eerste uur, die de creatieve spil Morrissey (aka The Moz) en Johnny Marr op dezelfde eenzame hoogte als Lennon & McCartney de hemel in prijzen, maar Morrissey als solo performer maar een verschrikkelijke zage-vent vinden. In het andere kamp de ware Moz adepten, die in hun platenkast naast oude Smiths albums evengoed ‘Viva Hate’, ‘Your Arsenal’ of ‘Vauxhall And I’ hebben staan. Voor die laatste groep fans leek 2009 heel even het jaar van de ultieme vervloeking te worden: een groot deel van Morrissey’s voorjaarstour werd geschrapt wegens ziekte, en toen de Moz dit najaar dan eindelijk terug op het podium verscheen was het plezier wel van heel erg korte duur toen de prille vijftiger twee weken terug in het Engelse Swindon al tijdens het eerste nummer zijn band in ijl tempo moest inruilen voor een medisch interventieteam. Afgelopen dinsdag klaarde de hemel dan eindelijk toch op boven Rijsel waar een herrezen Morrissey en zijn bijzonder gretig musicerende begeleidingsgroep neerstreken ter gelegenheid van de ‘Swords Tour’.

Ondanks zijn recente medische geschiedenis was Morrissey duidelijk niet afgezakt naar de tot de nok gevulde l’Aéronef voor een gezondheidswandeling. Want geef toe, wie opent met een bijzonder snedige versie van de Smiths evergreen “This Charming Man” krijgt probleemloos iedereen op zijn hand en kan rustig freewheelend nummers uit het jongste album ‘Years Of Refusal’ tussen dergelijke klassieke oudjes smokkelen. Morrissey & co trekken op dat album overigens ongemeen stevig van leer, en ook op het podium werden nummers als “Black Cloud” en de Calexico pastiche “When I Last Spoke To Carol” als potige rockers het publiek ingeslingerd. Maar even goed deed Moz zijn vermeende homosexualiteit alle eer aan en ontpopte hij zich tot een gentlemen crooner op de knappe single “I’m Throwing My Arms Around Paris” en het in vitriool gedrenkte “One Day Goodbeye Will Be Farewell”. Onze favoriete Mancunian bleek overigens opvallend goed geluimd, schudde regelmatig handjes met het publiek en nam dankbaar geschenkjes aan. Het stond allemaal wat in contrast met de ongeziene restricties waaraan elke concertganger zich diende te onderwerpen op expliciete vraag van Morrissey’s management: iedereen werd grondig gefouilleerd, en al wie ook maar aanstalten maakte om met zijn mobieltje een kiekje te nemen werd beleefd op andere gedachten gebracht door de talrijk aanwezige security. De onverlaten die dit laatste toch aan hun laars lapten werden in geen tijd bij de kraag gevat en niet altijd even discreet de zaal uitgezet.
Wie het enkel op de muziek had begrepen kreeg intussen een eigenzinnige ‘best of’ selectie voorgeschoteld. Uit het geslaagde come-back album ‘You Are The Quarry’ (’04) werden “First Of The Gang To Die” en “Irish Blood, English Heart” opgevist, en voor de fans van het eerste uur werd ook een blik Morrissey/Marr composities open getrokken. “Cemetry Gates”, een vergeten pareltje uit het onvolprezen ‘The Queen Is Dead’ (’86) werd op Moziaanse wijze opgedragen aan “people from the city with nothing to do, much like you really”. Nog meer zelfrelativering bij het nog steeds bijzonder catchy “Ask”, waar Morrissey de enthousiaste reacties van het publiek fijntjes counterde met “You see, the oldest songs are the worst”. Maar het prijsbeest van de avond bleek zonder twijfel en tot niemands verbazing toch weer “How Soon Is Now?”. In de persoon van Boz Boorer en Jesse Tobias waren er weliswaar twee gitaristen nodig om Johnny Marr even te doen vergeten, maar het was vooral The Moz zelf die met het nodige gevoel voor pathos deze 80ies classic deed herleven.

Met een vers hemd om het lijf opende Morrissey de bisronde met een verbeten “Something Is Squeezing My Skull”, en net toen het publiek al een volgend verzoeknummer in gedachten had nam hij droogjes afscheid met “Thank you Lille, and of course, thank me!”. De fans keken elkaar dan ook met blikken vol ongeloof aan toen de zaallichten luttele seconden later daadwerkelijk aanfloepten. Misschien moest The Moz zijn set wel beperken tot 75 minuten op doktersadvies? Hoe dan ook, de muzikale verrijzenis van Morrissey is een feit, al had de trip naar the light that never goes out beslist wat langer mogen duren.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelaune, Lille

Morrissey

Morrissey twintig jaar aan het werk

Geschreven door

Het muzikaal avontuur van het songschrijversduo Johnny Marr en Steven Morrissey,The Smiths, één van de exponenten van de (huidige) Britpop, werd stopgezet in 1987.
Morrissey is momenteel twintig jaar solo actief, wat wordt gevierd met een compilatie cd, een nieuwe cd in het najaar en een (mini)tournee. Deze nobele, die wat nors neigende trekjes heeft van Van Morrison, hield halt te Lille.
In de zomer van 2006 trad hij op in de AB te Brussel; we onthielden een frisse, aanstekelijke set en een aangenaam, vriendelijke man.

De set werd ingeleid met zwart/wit fragmenten van artiesten, 40 jaar terug in de tijd: James Dean, Sacha Distel, Claude Brasseur, Brigitte Bardot en New York Dolls. De rock’n’roll twist en de Morrissey ‘lookalikes’ zweepten het publiek op; Morrissey kon rekenen op een horde ‘die hard’ fans, die geen glimp van hun ‘80’s idool wilden missen, en z’n naam scandeerden.
Samen met een jongere begeleidingsband, mooi uitgedost met wit hemd en das - én waarbij we op de drums ‘Some of us is turning nasty’ opmerkten -, vatte Morrissey een twee uur durende set aan, die snedig, bedreven als sfeervol, melancholisch klonk.
Morrissey, half open ogen en het gezicht half gekeerd naar publiek en band, laveerde als een échte nobele Britse gentlemen over het podium; hij was goedgeluimd, schudde handjes met z’n fans op de eerste rij en boog eerbiedig het hoofd na de sterke respons op de songs. Z’n stem heeft nog niks ingeboet aan emotionaliteit: weemoedig, warm en overtuigend.
Morrissey opende ijzersterk met een Smiths klassieker “How soon is now?”: mooi uitgesponnen en een krachtig klinkende opbouw. Trouwens, hij speelde een paar Smiths songs - “You’ve heard this one before”, “Stretch out & wait” en “Death of a disco dancer” -, die aan de set een frisse injectiestoot en een fijne ‘80’s trip gaven.
Morrissey grossierde in z’n uitgebreid oeuvre, doch de klemtoon lag vooral op de recente cd’s ‘You are the quarry’, ‘Ringleaders of the tormentors’ en prijsbeest ‘Vauxhall & I’: “The first of the gang to die”, “I just want to see the boy happy”, “Billy Budd”, “Life is a pigsty” en “Why don’t you find out yourself?”. Hij lichtte dikwijls een tip van de sluier van het nieuwe veelbelovende materiaal: “That’s how people grow up” (nieuwe single!), “All you need is me”, “Something is squeezing my skull”, “I’m throwing my arms around Paris” en “Mama lay softly on the riverbed”; Sfeervolle, dromerige songs met een stevig scherp randje.
Morrissey stevende naar een climax en werd door een paar fanatiekelingen beloond op het podium, die hun ‘80’s icoon omhelsden. Een subtiel opgebouwd ”Irish blood, English heart” sloot de set af.
In de bis hoorden we geen “Everyday is like a sunday”, maar een volledig uitgediepte instant klassieker “The last of the famous international playboys”, wat eervol en overtuigend de avond beëindigde.

Zoals oude kratten wijn, wordt Morrissey er met de jaren beter op. Een weemoedige ondertoon kenmerkt twintig jaar Morrissey, zonder dat de drive verloren gaat.

De uit San Antonio, Texas afkomstige ‘girl’band Girl In A Coma, gehaald van Girlfriend in a coma (?) van The Smiths, wist op z’n  Joan Jett’s en Sleater-Kinney’s rauw, rommelige punky gitaarrock te spelen. De zangeres, met een indringende blik en een felle schreeuwzang, werd geruggensteund door twee corpulente zussen; ze stelden enkele songs van hun debuut ‘Both before I’m gone’ voor.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille