AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Sigur Rós

Sigur Rós - Een goede tweede helft

Geschreven door

Sigur Rós - Een goede tweede helft

In de Brusselse Bozar gaf het IJslandse postrocktrio Sigur Rós twee exclusieve concerten in samenwerking met het Noordpool Orkest, onder leiding van dirigent Robert Ames.
Twee avonden op rij, telkens in twee delen. Door werkomstandigheid kon ondergetekende enkel de tweede helft zien, die loonde zeker de moeite, maar raakte net niet de diepste snaar. Sigur Rós staat al meer dan drie decennia bekend om hun unieke sound: dromerige melodieën, een trage opbouw, en een spanning tussen fragiliteit en dreiging.
Die formule werd in Bozar aangevuld met de rijke klankkleuren van een veertigkoppig orkest. De band presenteerde voor de pauze werk uit hun volledige oeuvre, met een sterke nadruk op het recente album Átta, hun eerste studioalbum in tien jaar tijd.

Deel 2 was een esthetisch meeslepende show, gedragen door warme orkestraties en Jónsi’s etherische stem. De muziek stond centraal, en die klonk bij momenten betoverend mooi. Dit keer geen festivalbombast of spectaculaire visuals, maar een ingetogen, klassieke presentatie. Nummers als Vaka, Samskeyti en Skel dreven op traag pulserende strijkers en fijne details in koper en percussie. Jónsi’s falset stemde perfect af op de warme arrangementen, al leek hij bewust een stap terug te nemen. De focus lag minder op individuele expressie, meer op het collectieve geluid.
Toch bleef de avond wat steken in een sfeer van afstandelijke schoonheid. Het mocht misschien net iets meer gedurfder, net iets meer experimenteel, misschien ook wat meer gitaarnoise? De apotheose kwam er zoals verwacht met Sé lest en Hoppípolla, twee publieksfavorieten. Vooral Sé lest klonk fris en speels, met een zwierige finale waarin het orkest vrolijk los mocht gaan. Hoppípolla, nochtans altijd een hoogtepunt, verloor hier iets van zijn magie door een abrupte inzet en een rechttoe-rechtaan interpretatie. De band sloot af met het instrumentale Avalon, een verstilde coda die het publiek zachtjes de nacht in leidde.

Het concert in Bozar was ontegensprekelijk goed, technisch perfect en artistiek verzorgd tot in de puntjes. De minutenlange staande ovatie was dan ook oververdiend. Maar net in de perfectie school ook de zwakte.
Wie Sigur Rós voor het eerst zag, kreeg een fascinerende introductie tot een unieke muzikale wereld. Voor doorwinterde fans bleef er echter een klein gevoel van gemis hangen…

Organisatie: Live Nation

Sigur Rós

ÁTTA

Geschreven door

Je zou, tussen al dat festival geweld, bijna over het hoofd zien dat Sigur Rós een nieuw album uit heeft. Het eerste album in tien jaar wat niet meteen verwonderlijk is want ze hadden in die lange periode dan ook wel wat katjes te geselen rond vermeend kindermisbruik door de drummer, het vertrek van de toetsenist en vermeend belastingontduiking van de band. De nummers werden opgenomen op verschillende plaatsen: hun eigen studio in IJsland, de Abbey Road Studio in London en op nog enkele locaties in de U.K. en de USA.

Het schrijven van ATTA begon in 2019 toen Jonsi (gitarist/zanger) en Holm (bassist) herenigd werden met toetsenist Sveinsson die de band in 2012 had verlaten. Voor deze plaat werd beroep gedaan op onder andere het London Contemporary Orchestra en de blazerssectie van Brasgat i Bala. Verder wilde men een plaat maken die mooi was en die brak met het eerder agressiever klinkende ‘Kveikur’ uit 2013.
Hen live aan het werk zien met deze plaat zal moeilijk worden want ze doen een selecte toernee waarbij ze telkens samen met een orchestra zullen optreden. De data zijn helaas blijkbaar al allemaal uitverkocht. Hier en daar treden ze ook op zonder orkest zoals laatstleden in Werchter waar ze het publiek in de Barn in vervoering brachten.

De plaat dan zelf: die klinkt heel etherisch, weids, stemmig en eclectisch. En we mogen naast de dosis melancholie en emotie alsook de termen orkestraal en groots in zijn kleinheid niet vergeten te vermelden. De stem van Jonsi klinkt weer engelachtig en haast wereldvreemd. De songs zijn eerder soundscapes ipv nummers.
De instrumentatie is deze keer iets klassieker en minder experimenteel dan we dikwijls van hen gewoon zijn maar het resultaat is daarom niet minder doeltreffend.
De tracks die er voor mij het meest uitspringen zijn “Kettur” met zijn hartslag drum, “Mór met zijn gezang en strijkwerk, de opbouw van “Andrá” en de warmte van “Gold”.
Het album is naar Sigur Rós normen een degelijke en goede plaat geworden. Daarmee is ze kwalitatief en muzikaal een plaat waar nog steeds velen niet aan kunnen tippen. Soms vind ik dat ze de grandeur op sommige momenten ietsje meer hadden mogen temperen. Het had, mijn inziens, soms de song nog beter doen uitkomen., o.m. op “Fall”. Ik spreek nu wel over detail kritiek.
Het is ook een plaat die eigenlijk één uitgesponnen soundscape is geworden. Sigur Rós is terug en dat werd tijd. Dat ze dat dan met deze kwalitatieve langspeler doen is mooi meegenomen.