logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (6 Items)

The Decemberists

What a terrible world , what a beautiful world

Geschreven door

The Decemberists uit Portland , Oregon zijn al zo’n tien jaar bezig en staan garant voor knap gearrangeerde, sfeervolle , broeierige indiefolkpop . Ze passen in het rijtje van Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. Het combo heeft al verschillende wegen bewandeld in het genre en durft te experimenteren tot zelfs een folkopera . Het toont maar aan dat de band tot veel in staat is .
De nieuwe plaat is zeerzeker de moeite met veertien ‘gewone’ songs die afwisselend van aard zijn . We krijgen een reeks melanchole , dromerige nummers en een reeks aanstekelijke , frisse , speelse , onbevangen , zelfs zwierige nummers. Blazers , viool , piano , keys en accordeon vullen aan en geven kleur.
Op die manier laveren we van het intense “The singer addresses his audience”, “Make you better” naar  de zwierige “Cavalry captain”, “The wrong year” of maken we de ommezwaai naar een indringende “Till the water is all long gone” , “Carolina low” met tot slot een rits sfeervolle nummers . Het onderstreept nog maar eens de titel van de plaat en  maakt deze compleet.

 

The Decemberists

The Decemberists - What A Terrible World, What A Beautiful World

Geschreven door


15 jaar en 7 studio albums. Zolang heeft het geduurd vooraleer het uit Portland, Oregon afkomstige alt.countryfolk gezelschap The Decemberists eindelijk de podiumplanken van de AB heeft mogen kussen. Op zich al een kleine schande als je ziet hoe het jonge grut tegenwoordig aan amper een halve hapklare radiohit genoeg heeft om die zaal in een oogwenk te doen vollopen, maar nog groter was onze verwondering toen bleek dat frontman Colin Meloy en zijn gezellen in Brussel voor een halfvolle arena moesten aantreden.

Misschien heeft één en ander wel te maken met het wat ingewikkelde muzikale recept dat The Decemberists door de jaren heen hebben ontwikkeld en verfijnd, en waarin zowel ingrediënten uit pastorale folk, rootsy americana, lichtvoetige country en melodieuze indiepop verwerkt zitten. Hun jongste worp ‘What A Terrible World, What A Beautiful World’ is wat dat betreft niet enkel hun meest veelzijdige werkstuk, het is ook de eerste plaat van de groep waar cynisme zo duidelijk de boventoon voert.
In de epische opener “The Singer Addresses His Audience” kroop Meloy in de huid van de denkbeeldige popster die artistieke credibiliteit heeft ingeruild voor publieke adoratie, een scenario dat heel even niet eens ondenkbeeldig leek voor The Decemberists toen ze op de Grammy Awards in 2012 met “Down By The Water” nipt de duimen moesten leggen voor Foo Fighters als ‘best rock performance’. Deze potige countryrocker waar een groep als The Jayhawks een moord zou voor begaan en die op momenten zelfs naar early R.E.M. rook tekende ook in Brussel voor één van de vele hoogtepunten van de avond.
Aan de oppervlakte lijken The Decemberists een wat duf imago van foute country groep in foute donkere maatpakken te cultiveren, maar in werkelijkheid heeft de band met Colin Meloy een praatgrage entertainer in de rangen die lustig dolde met het Belgische publiek, en met de kleine schare Amerikaanse fans in het bijzonder. De man heeft klaarblijkelijk nooit kunnen kiezen tussen zijn drie grote liefdes: muziek, geschiedenis en literatuur.
Niet toevallig zijn verschillende van zijn songs dan ook geïnspireerd door historische gebeurtenissen of fictieve personages, en dat leverde in Brussel een paar tot de verbeelding sprekende songtitels op als “Grace Cathedral Hill”, “The Legionnaire’s Lament” of “16 Military Wives”.
Meloy is dan wel het gezicht én de spreekbuis van de band, toch etaleerden The Decemberists zich in de AB vooral als een hecht en vlekkeloos musicerend collectief. Toegegeven, de twee voor de gelegenheid meegetroonde achtergrondzangeressen lieten sommige nummers soms gevaarlijk dicht richting kleverige doo-wop afglijden en boden amper meerwaarde. Wel essentieel voor het theatrale geluid van de groep bleek de verbluffende virtuositeit van Meloy’s sidekick Jenny Conlee, die met sprekend gemak zowel keyboards, accordeon, melodica als xylofoon hanteerde. Aan zijn linkerzijde werd Meloy dan weer geflankeerd door gitarist Chris Funk die opgejaagd door de strakke ritmesectie voor de nodige rock’n’roll punch zorgde, maar even goed overweg kon met steel pedal of banjo.
Nogmaals, hoogtepunten legio in de AB, maar de strafste stoot die de zeven Amerikanen als collectief uit hun hoed toverden moet toch ‘
The Island: Come and See/The Landlord's Daughter/You'll Not Feel The Drowning” zijn. Met dit ruim 10 minuten durende epos uit het concept album ‘The Crane Wife’ (‘06) voerde de groep een ware tour de force op waarin pastorale folk en prog een al even onwaarschijnlijke als avontuurlijke flirt aangingen.
Tot twee keer toe stuurde Meloy zijn makkers richting backstage, wat telkens een beklijvend solo moment opleverde. Midden in de set stak het verstilde “Carolina Low”, een van onze persoonlijke favorieten uit de nieuwe plaat waar de uitdrukkelijke knipoog naar alt.country godfather Townes Van Zandt meer dan waarschijnlijk voor iets tussen zit. In de encores stond de frontman opnieuw alleen op de planken, dit keer om met “Wonder” het schuldgevoel wat te temperen omdat hij de verjaardag van zijn negenjarig zoontje vandaag moest missen. “A Beginning Song” sloot de avond af zoals ie begonnen was: episch en groots.

En de moraal van het verhaal hoor ik U vragen? Wel, op basis van hun zonder meer meeslepende prestatie in een schromelijk onderbemande AB zat die reeds fijntjes verborgen in de titel van het jongste Decemberists album: ‘What A Terrible World, What A Beautiful World’.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/serafina-steer-24-02-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-decemberists-24-02-2015/
Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

The Decemberists

The king is dead

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon stonden al garant voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Fairport Convention, Jethro Tull, Belle & Sebastian, Arcade Fire, My Morning Jacket en Sons & Daughters.
Het nieuwe album grijpt terug naar de periode dat we de band rond Colin Meloy leerden kennen, met name ‘Picaresque’ (2006), hun doorbraakalbum. Ze gaan dus ‘back to basics’, met een toegankelijke, directe, gevoelige plaat van vertrouwde, maar ijzersterke songs. Messcherp materiaal met beeldende teksten over oorlog, vrede, liefde en haat. Het collectief neemt afscheid van het werk van het geslaagde ‘The crane  wife’ , dat in een drieluik werd ondergedompeld en de rockopera van ‘The hazard of love’, die eigenlijk geen songs op zich meer bevatte.  Ze gingen een beetje ‘over the top’, maar ze zijn net op tijd terug neergedaald op Moeder Aarde met hun traditionele folkpop, die een sterke country inslag heeft.
Een breed instrumentarium siert en kleurt de songs en we noemen hen in een adem met Noah & The Whale. Ze verloochenen traditionele bands en artiesten als The Smiths, R.E.M., Dylan en Young niet in hun lieflijke, sfeervolle, broeierige en meeslepende songs. “Don’t carry it all”, “Rox in the box”, “Down by the water” en “This is why we fight” zijn alvast meesterlijke songs. Sterke plaat!

The Decemberists

The Hazards of Love

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon wisten door te breken met ‘Picaresque’ uit 2006, wat garant stond voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. ‘The Crane Wife’ uit 2007 werd muzikaal vertolkt in een drieluik van freefolkende pop, een volgende stap in hun oeuvre, waarin een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel schuilt. De tragiek die zanger/songschrijver Colin Meloy verhaalt, komt momenteel in een hoogtepunt door een regelrechte folkrockopera ‘The hazards of love’. E is geen sprake meer van songs op zichzelf (met uitzondering nog van “The rake’s song” die ze als single kozen!), maar ze vormen één concept in een combinatie freefolkrock, progrock en ‘70’s retro. Naast eerder genoemde invloedrijke bands kijken Fairport Convention en Jethro Tull om de hoek.
Het is een ambitieus werkstuk van een uur lang, dat vernuftig goed in elkaar zit. Een boeiende luistertrip die muziek verheft als een hogere kunst in 18 songs van melodramatiek en bombast; in een intens broeierige, dromerige opbouw horen we een groots meeslepende, breed uitwaaierende sound, die soms krachtiger klinkt.
Trouwens het verhaal van ‘The hazards of love’ draait ‘em rond een Shakespeariaans liefdesverhaal gebaseerd op een EP uit 1966 van de obscure Britse folkzangeres Anne Briggs. Shara Worden van My Brightest Diamond speelt een voorname rol als het karakter ‘The forest queen’ en ook Becky Stark (Lavender Diamond) en Jim Jones van My Morning Jacket doen mee . Het draagt tot wat Meloy allemaal in staat is om songs tot iets bovennatuurlijks en hemels lieflijk te maken!

The Decemberists

The Crane Wife

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder zanger/songschrijver Colin Meloy, hangt muzikaal ergens tussen Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. Dwz broeierige, fijne pop! 
De vorige cd ‘Picaresque’ betekende de doorbraak in Europa. Al snel was de opvolger klaar. ‘The Crane Wife’ is de vertolking van een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel, die verandert in een bloedmooie vrouw. Meloys verhaal van ‘The Crane Wife’ wordt verteld in een muzikaal popfolk drieluik (ongeveer 15 minuten). Tweede drieluik is “The island - come and see - the landlord’s daughter” (twaalf minuten lang), een combinatie van pop, freefolk en progrock. De twee avontuurlijke nummers lijken het fundament voor een kortfilmpje. 
Meloy heeft een zwak om songs te schrijven over tragische figuren, ondersteund door een breed instrumentarium.
The Decemberists hebben een overtuigende, uiterst genietbare nieuwe cd uit van  knap gearrangeerd songmateriaal met een intense opbouw.

The Decemberists

Van alle markten thuis

Geschreven door
Lavender Diamond, een viertal uit LA, nestelt zich ergens tussen Bjork, Joanna Newsom, Cat Power en CocoRosie. Zangeres Becky Stark, in een onschuldig kleedje en bloemetjes in het haar, bewoog zich als een ballerina of als een nymf over het water. Het viertal bracht sfeervol dromerige freefolk/elektronica popsongs, af en toe forser en feller, gedragen door de hemels, hoge, breekbare stem van Becky. Het deed me denken aan XTC's ?Grass??looking at the blue sky. De onschuldige flowerpop verraste en werd sterk onthaald.

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder de charismatische zanger/gitarist Colin Meloy en Jenny Conlee op toetsen/accordeon, is een uitgebreid gezelschap, dat al voor de twee maal halt hield in de Botanique. Vorig jaar kwamen ze langs voor de doorbraakcd `Picaresque', en onlangs verscheen `The crane wife'.

Deze Amerikaanse tegenhanger van Belle & Sebastian en Arcade Fire leveren de ideale soundtrack bij bizarre verhalen, legendes en dichtbundels; in hun knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop zit een Keltische folky ondertoon. Ze verwerken zelfs `70's psychedelica van Pink Floyd en Focus. Het songmateriaal is boeiend door de avontuurlijke aanpak, heeft een opzwepend ritme en krijgt kleur door een uitgebreid instrumentarium als staande bas, accordeon, draailier, viool en steel pedal.



The Decemberists boden een fijne, subtiele afwisselende set, betrokken en animeerden het publiek door leuke interventies, verhalen en anekdotes. Een knus en gezellige show van een goed anderhalf uur, waar de klemtoon lag op de recente twee cd's. In een musicalsfeertje vatte het zestal de set aan. Eén van de drie ?The crane wifes?, mooi uitgesponnen, opende de set, gekenmerkt door een spannende opbouw, een intrigerend psychedelisch klinkend orgeltje en een folky inslag. ?The island? en ?Billy? klonken innemender. Een ELO refererende ?We both go down together? klonk broeierig. ?The engine driver? (wat een psychedelica intro!) speelden ze uiterst sfeervol bepaald door fijne gitaargetokkel en toetsen. ?Shankill? werd spaarzaam begeleid, gedragen door accordeon, gitaarspel en Meloys overtuigende stem. Een niet terug te vinden track ?Culling?, was freaky, met de zanger als podiumbeest in een hoofdrol. Na het poppy ?Oh Valencia? jamden ze, op verzoek, ?Breakfast in America? van Supertramp. Plezierig! ?16 military wives? vormde alvast de apotheose: Meloy verdeelde de Bota in vier en liet het publiek in kano `meeoohhen'. Het meeslepende ?Sons & Daughters?, samen met de leden van Lavender Diamond, kreeg een tof tintje: folky/gospel door draailier, accordeon, een meezinggehalte en handgeklap.

De bis werd aanvankelijk sfeervol ingezet met ?Angels & Angels? en ?Eli, the barrow boy?. ?July July?, een snedige poprocksong van hun debuut uit 2002, werd aardig gekruid door een dosis fuzz en distortion; drummer Holbrook waagde een weirdo danspas en Meloy jamde een drumpartijtje, wat het einde van de set betekende.

We beleefden met het sympathieke zestal een fijn avondje speelplezier en animatie. De ideale aanzet voor een zware zaterdagnacht?

Organisatie: Botanique, Brussel