logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 11 april 2013 02:00

Anxiety

De zogenaamde hippe critici zullen u komen vertellen dat Autre Ne Veut (alter ego van knoppendraaier Arthur Ashin) de nieuwste belofte is in popland. Maar dan zijn wij er gelukkig nog altijd om hen de mond te snoeren. Autre Ne veut is gewoon de zoveelste synthpop- of R&B act die met behulp van knopjes, laptops en drumcomputers een steriel geluid voortbrengt. Hij probeert via wat elektronisch gepruts om artistiek te klinken en tracht in het voetspoor te treden van Jamie Lidell, TV On The Radio en Yeasayer, maar dat lukt langs geen kanten. Waarom niet ? Omdat je gewoon hoort dat dit kunstmatige zielloze pop is die uit allerlei machientjes komt. Laptop gezwets zonder enige vorm van emotie, laat staan kloten. Hier en daar een soulvolle stem kan het zootje ook niet redden.
Een artiest om in de gaten te houden ? Ja, in een groot gat (een septische put of zo), en dan dicht metsen die handel.

donderdag 11 april 2013 02:00

Meir

Hoe hard, luid en extreem ze ook mogen klinken, de meeste metalbands kunnen ons niet echt bekoren omdat ze met zijn allen steeds in dezelfde onvruchtbare vijver zitten te vissen en maar zelden met een goede vangst naar boven komen.
Hier en daar komt er bij wijze van uitzondering toch wel eens opwindende band aan de oppervlakte. Het Noorse Kvelertak (Noors voor ‘wurggreep’, what’s in a name?) is er zo eentje, en wel omdat ze een tomeloze energie tentoonspreiden. Die gasten klinken echt boos en rammen hun ophitsende metal dwars een hardcore muur. De zanger bedient zich niet van de gebruikelijke geforceerde metal grom, maar hij kotst zijn vocals eruit met een ongehoorde agressie. We verstaan geen jota van dat Noors, maar we horen wel dat hij kwaad is. Het doet denken aan die gek van het geniale hardcore combo Fucked Up.
Achter het lawaai en de sneltreinvaart zit er vernuftige metal verscholen met mokerslagdrums, gortige riffs, vinnig soleerwerk en hier en daar zelfs een fijne akoestische gitaar. Dit alles verpakt in compacte en vaak korte songs met verrassende tempowisselingen en steeds met een brutale gedrevenheid. Anthems als “Bruane Brenn” en “Kvelertak” zullen luidkeels en met gebalde vuisten worden meegekeeld op menig festival, daar kan je van op aan.
In het tweede deel van de plaat zijn de tracks wat langer en wordt meteen duidelijk dat er naast het brute geweld een pak muzikale hoogstandjes te bespeuren zijn (“Nekrokosmos”, “Undertro” en het pronkstuk van 9 minuten “Tordenbrak”).
Hard, wild, meedogenloos en bijzonder opwindend.

Wij kunnen zo wel enkele redenen bedenken waarom het concert van Counting Crows, ooit toch wel een grote groep, bijlange niet was uitverkocht. Hun laatste twee platen werden straal genegeerd door de Europese pers en media, hoewel ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ uit 2008 tot hun allerbeste werk behoort, een hit hebben ze in eeuwen niet meer gehad en airplay op zenders als Studio Brussel was er de laatste jaren al helemaal niet.

Het publiek bestond vanavond uit overwegend dertigers en veertigers die de glorieperiode van Counting Crows in de jaren negentig van dichtbij meemaakten, ondermeer een paar legendarische passages in Werchter.
Vandaag mochten we vaststellen dat er nog geen sleet zat op de Crows, dat de heren bijzonder goed musiceerden, maar dat er helaas ook te weinig scherpe kantjes aan hingen. De band klonk soms te gelikt en speelde af en toe op automatische piloot, met een paar aangename uitzonderingen zoals ondermeer een scherp en strak “Catapult”. Zonder Adam Duritz zou dit eigenlijk maar een doordeweeks Amerikaans groepje zijn. Het was immers weer Duritz die met zijn fantastische stem, zijn imposante afro kapsel, zijn hoog entertainmentgehalte en zijn nonchalante maar uiterst sympathieke présence de groep naar een hoger niveau tilde. Zeer voorspelbaar, maar alweer bijzonder indrukwekkend, was nog maar eens zijn moment suprème “Round Here”, de song waar iedereen zat op te wachten. Ontelbare keren moeten Counting Crows die song al gespeeld hebben, maar telkens legt een bezielde Duritz er zoveel emotie in dat hij de song na al die jaren nog steeds boven zichzelf doet uitgroeien. Ook vanavond weer was “Round Here” het absolute hoogtepunt.
Duritz schitterde overigens ook nog in “Rain King” en in “Goodnight LA” waarin hij op zijn eentje achter de piano postvatte en meteen de gans Lotto Arena muisstil kreeg, de song vloeide over in een begeesterend “Long December”, nog zo een klassieker uit de gloriedagen.
Amper één song uit de nochtans schitterende plaat ‘Saturday Nights & Sunday Mornings” kregen we, het mooie en ingetogen “Le Ballet d’Or”. Jammer vonden wij dat, die plaat zal blijkbaar voor altijd een verborgen pareltje blijven. Bovendien staan er ook een paar snedige rocksongs op, en net die verbeten rock waartoe de Crows zeker in staat zijn (we hebben het hen al eerder zien doen), mistten wij vanavond een beetje.
Bij momenten was de magie van de betere dagen wel nog aanwezig, maar die momenten waren schaars. Toch was het uiterst aangenaam te mogen vaststellen dat de groep er zichtbaar echt kon van genieten. Het speelplezier droop er af en de band liet de reacties van het steeds enthousiaster wordende publiek graag op zich afkomen.
Als we er even hun setlists van de laatste dagen op nagaan, dan zien we trouwens dat ze elke avond voor een pak andere songs kiezen, zo houden ze zichzelf scherp en houden ze de spanning er in.

Gemengde gevoelens dus. Counting Crows zijn nog niet afgeschreven, maar een nieuwe vlam zou geen kwaad kunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/counting-crows-17-04-2014/

Organisatie: Live Nation

donderdag 04 april 2013 02:00

Chelsea Light Moving

Chesea Light Moving is het post Sonic Youth groepje van Thurston Moore en klinkt als euh… Sonic Youth. Nu goed, de man heeft die gruizige gitaarsound voor een groot deel zelf uitgevonden, waarom zou hij er dan niet mogen op verder borduren. Bovendien vonden wij die laatste solo plaat van Lee Ranaldo ook niet echt iets om over naar huis te schrijven en hetgeen Kim Gordon dezer dagen uitspookt in de ondergrond van de avant garde noise doet pijn aan onze oren.
Moore heeft trouwens zelf al eerder andere paden verkend, zijn singer songwriter uitstapjes ‘Trees outside the academy’ en ‘Demolished thoughts’ waren meer dan verdienstelijke platen, maar toch vinden wij het helemaal niet erg dat hij de distortion knoppen op zijn gitaren terug overuren laat draaien. En als dat dan klinkt als Sonic Youth, so be it, geen mens die het beter doet dan hem.

Moore zijn gitaar vuurt bij momenten heavy riffs af die zelfs al eens neigen naar de machtige stonerrock van Karma To Burn (in “Sleeping where I fall” en het lange imposante gitaarmonster “Alighted”) en in het tegendraadse punkertje “Lip” lijkt het alsof Mike Watt en zijn Minutemen hier een potje meespelen. Voor de rest is dit een plaat die eigenlijk alle ingrediënten van het betere Sonic Youth album in zich draagt. Het knarst, scheurt, is voorzien van de nodige stoorzenders en gaat geregeld uit de bocht maar bij momenten is het heel integer en breekbaar.
De plaat eindigt met een venijnig bommetje, afsluiter “Communist Eyes” is een korte brok snerende lo-fi punk die de jeugdige driften van een rebellerende Thurston Moore nog eens onderstreept.
In een post Sonic Youth tijdperk is dit het beste wat uit die nog smeulende resten is herrezen.

donderdag 04 april 2013 14:25

American Twilight

Na een winterslaap van meer dan 22 jaar zijn de vleermuizen van Crime and The City Solution terug aan de oppervlakte gekomen. De band van Simon Bonney is destijds geboren uit de assen van The Birthday Party en put zijn energie nog altijd uit dezelfde desolate voedingbodem, ergens in de omtrek van de spelonken waar ook andere Australische gruizige holbewoners als The Scientists, Hugo Race, The Drones, Grinderman en Beasts Of Bourbon zich schuilhouden.
De gejaagde grilligheid van “Goddess” en “Riven Man” contrasteert perfect met het sluipende onheil in de donkere ballads “Domino” en “The Colonel”. De bariton van Bonney bepaalt de donkere sfeer van het album en in het verslavende titelnummer dringt hij zich op als een declamerende preacher die het onkuise evangelie van Iggy Pop en Jim Morrison verkondigt.
Bronwyn Adams (violiste, tevens Madame Bonney) en gitarist Alexander Hacke zijn de andere overgebleven krijgers van de vorige generatie. Ondermeer Dave Eugene Edwards komt hier een handje toesteken en dat komt de sound van Crime zeer goed uit.
Crime and The City Solution klinkt nog even grimmig en indringend als vroeger. ‘American Twilight’ is dan ook een plaat die wederom sterk tot de verbeelding spreekt en die ons even hard kan raken als ‘Room of Lights’ uit ‘86.
Een come back plaat die nu al tot hun beste werk behoort.

donderdag 04 april 2013 02:00

King Of Conflict

Ze komen uit Manchester maar Britpop is niet hun ding, The Virginmarys maken compromisloze no-nonsens rock, hard, wild, grungy en zonder veel omwegen. We zouden hen eerder een mooie toekomst voorspellen in de States, hun muziek leunt veel dichter aan tegen Foo Fighters en de betere (lees eerste) platen van Buckcherry dan tegen pakweg Kaiser Chiefs of Arctic Monkeys. De rauwe rasperige stem van Ally Dickaty zit de rechttoe-rechtaan rocksongs als gegoten, het helpt immers altijd als je wat schuurpapier in combinatie met een flinke scheut whisky naar binnen werkt vooraleer je aan het zingen slaat. De gitaren en de beukende ritmesectie doen de rest, namelijk wild om zich heen schoppen en ondertussen een paar rake klappen van songs uitdelen als “Dead man’s shoes”, “My little girl” en, het venijn zit in de staart, de geweldige afsluiter “Ends don’t mend”.
The Virginmarys gaan met ‘King Of Conflict’ niet de prijs der originaliteit winnen, maar ze rocken een flink eind rechtdoor, en veel meer moet dat soms niet zijn.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Comedown Machine

Het is nu al de vierde keer in 10 jaar dat ze ons dit lappen. Telkens als we een nieuw Strokes album in onze handen krijgen vragen we ons verbijsterd af : Is dat dezelfde band die in 2001  het legendarische ‘Is this it’ op de wereld heeft gezet ?
Nu is het echt wel genoeg geweest, we nemen één song mee (“80s Comedown Machine”), trekken de deur resoluut achter ons dicht en laten The Strokes voorgoed stikken.
Een groep die het orgeldeuntje van “Take on Me” van het belachelijke boysbandje A-Ha jat en dat dan nog als single uitbrengt (“One way trigger”), kunnen we echt niet meer serieus nemen, zeker als de rest van het album al even belabberd is. De songs zijn zo mager dat ze elke vorm van leven ontberen. Geen emotie, geen kracht, geen inspiratie, geen hersenen, geen ziel, geen passie. Niets, gewoon niets.
Als The Strokes dit menen dan is er iets heel ergs met hen aan de hand. Als het om te lachen is dan is dit de flauwste grap voor 1 april, die we in jaren gehoord hebben.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Beaten Borders

‘Beaten Borders’, de derde van de Rhythm Junks onderscheidt zich wederom door variatie en veelzijdigheid. Het is een moderne rootsplaat die getuigt van ritme, speelsheid, melancholie en muzikale hoogstandjes. Jazz, blues, americana, world music en pop worden in een bruisend stoofpotje gegoten en er komen fijne dingen uit als “Offline Land” en het op een prachtig deuntje gebouwde “Some people”. Vooral de alweer virtuoze mondharmonica van Steven De Bruyn maakt het verschil, het ding blaast leven, passie en avontuur in de songs. Enkel hij en de kloeke opa Toots Thielemans kunnen zoveel emotie in dat kleine blaasinstrumentje leggen.
Het is de betrachting geweest van The Rhythm Junks om met deze plaat een eigen smoel te krijgen en daarin zijn ze bijzonder goed geslaagd. Het album verkent verschillende richtingen maar vormt toch een hecht sfeerscheppend geheel. Als de lente nu nog mee wil, zijn we er.

Portico Quartet zijn vier jonge gasten uit London die zich voorgenomen hebben om te vertrekken vanuit de jazz en daar de avontuurlijke weg van de elektronica mee in te slaan. Met reeds drie interessante platen (‘Knee Deep in the North Sea’, ‘Isla’ en ‘Portico Quartet’) op hun conto hebben ze in de eerste plaats duidelijk gemaakt dat ze niet in één vakje zijn onder te brengen. Hun volledig instrumentale muziek leunt aan tegen The Cinematic Orchestra, Lamb, experimentele Radiohead, Sigur Ros en zelfs Aphex Twin en Caribou.

In de AB was een opvallend jong publiek aanwezig voor deze niet alledaagse band. Het bleek ook geen voer te zijn voor echte jazz puristen, deze zouden het trouwens op hun heupen gekregen hebben van te veel elektronische uitstapjes. Want live koos Portico Quartet nog een stuk meer de weg van de elektronica, hun overgave aan diverse elektro snufjes en knopjes bleek op het podium nog meer uitgesproken dan op hun platen.
Geheel beheerst en geconcentreerd controleerde Portico Quartet al die toestellen en haalde er opbouwende ritmes uit tevoorschijn die mede dankzij de knappe percussie van Duncan Bellamy en Keir Vine al eens uitmondden in voorzichtige drum’n’bass uitstapjes. Hieraan koppelden ze een knappe jazz toets die zich manifesteerde in de subtiele en bezielde instrumentenbeheersing van de cellist/bassist Milo Fitzpatrick en saxofonist Jack Wyllie. De sax bleek bij momenten een begeesterende free jazz improvisatie die zich nestelde achter de zwoele elektronica, een beetje zoals in “The man with the red face” van Laurent Garnier. Zo ontstonden vloeiende soundscapes waarin het lekker wegdromen was. Het kwartet wist het bevreemdende effect nog te verscherpen met het hemelse instrument de hang drum (the hang) waaruit Keir Vine vooral heldere, mooie en vaak oosters aandoende klanken toverde.

Zo kon Portico Quartet een aardig volgelopen AB Box anderhalf uur lang in de ban houden van hun verfijnde etnische en elektronische jazz interpretatie. Een hele knappe prestatie.
Het moet niet altijd rock’n’roll zijn.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Black Rebel Motorcycle Club - Bij momenten denderend
Black Rebel Motorcycle Club

U heeft er wellicht geen boodschap aan, maar door een uur fileleed in die Brusselse klotetunnel is het eerste half uur van dit concert zomaar aan ons voorbijgegaan. We hebben de setlist er even op nagegaan en meteen vastgesteld dat we 6 kanjers van songs hebben gemist, waaronder (even moeten slikken) “Whatever happened to my rock’n’roll”. Aan de uitbundigheid van het publiek te meten was dit een zeer spijtige zaak.

Er in gedonderd dus met een al aardig op temperatuur gedraaide motorenclub die de venijnige blues “Ain’t no easy way” inzette, gevolgd door de welgemikte wespensteken “Berlin”, “666 conducer” en “Love burns”, drie songs die ons alleen maar meer gefrustreerd maakten omdat we het ongetwijfeld geweldige openingssalvo die er aan voorafging niet hebben mogen meemaken. U moet weten dat wij hier met “Let the day begin”, “Rival” en “Hate The taste” al drie rake kopstoten uit de nieuwe plaat ‘Spector at the Feast’ (jaja, we hadden ons huiswerk al gemaakt) jammerlijk hadden gemist.
Plots ging BRMC dan op de rem staan en haalden ze zelf de angel uit hun optreden, eerst met het melige “Returning”, één van de zwakkere schakels uit de nieuwe plaat, en dan met twee akoestische mijmeringen (“Mercy” en “Devil’s waitin”) die meer kwaad dan goed deden. Het vuur was even helemaal weg, het publiek ging massaal pinten halen.
De lont werd terug aangestoken met een werkelijk splijtend “Conscience killer” gevolgd door een al even explosief “Teenage Disease”, de punk splinterbom uit ‘Spector at the feast’. Het nieuwe te verwaarlozen niemendalletje “Lullaby” hing er nog wat onwennig aan maar met een verbeten “Funny Games”, alweer zo een grofkorrelige nieuweling, werd een verschroeiend slotoffensief ingezet. BRMC ging volop in overdrive met het withete “Six Barrel Shotgun” en het open spattende bluesmonster “Spread your love”, die fenomenale klassieker uit hun debuutplaat die vanavond zelfs nog een stuk heter voor de dag kwam.
In de bisronde was het terug genieten van verduiveld knap nieuw werk. De denderende bas die het stomende en dreigende “Sell it” openscheurde zorgde voor een absoluut hoogtepunt, een moordsong als je ‘t ons vraagt, een uiterst giftige ratelslang die zich ophoudt in het onontgonnen gebied tussen The Black Angels, Crazy Horse, Kyuss en Soundgarden.
Met de sferische en wondermooie afsluiter “Lose Yourself” kwam zelfs even Sigur Ros in onze geest voorbij zweven, zowaar een goed gevoel.

BRMC was vanavond alweer gretig, sluimerend en giftig maar de rustpuntjes en de naar Oasis ruikende ballads mogen ze voor ons part de volgende keer houden voor het intieme kampvuurtje bij de after party, we bedanken vriendelijk voor de uitnodiging.
Voor de rest blijft dit één van onze favoriete bands, steeds paraat voor een portie wilde en stomende rock met gitaren die de muren openrijten.
Kutfile !

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-01-04-2013/
Support http://www.musiczine.net/nl/fotos/transfer-01-04-2013/

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

 

Pagina 65 van 113