logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Johan Meurisse

Johan Meurisse

Een sing/songschrijfster ‘pur sang’, die haar persoonlijke ervaringen vol overgave in de songs steekt, is de Californische Emily Jane White. Ze is toe aan de derde cd, ‘Ode to Sentinence’, die eerstdaags komt te verschijnen en het debuut ‘Dark Undercoat’ (‘07) en de prachtige doorbraak ‘Victorian America’, opvolgt.

Haar semi-akoestische kamerpop vormde in de pittoreske Rotonde het ideale decor en was rustgevend, na de energieke liveset die we net hadden verteerd van Marnie Stern even verderop in de Witloof Bar.
Ze put voor haar meeslepend, bezwerend materiaal uit de americana/folk – bluestraditie en breit er een gotische kleur aan. Invloedrijk waren Chan Marshall (Cat Power), Nico (VU), Cowboy Junkies (Margo Timmins), Nick Drake en Leonard Cohen. Ze plaatst zich moeiteloos naast Lonely Drifter Karen en Iron & Wine.
De weemoedige, droefgeestige songs nemen ons op sleeptouw zonder etherisch te klinken, gedragen door haar zachte, lichthese, lage stem. Sober, elegant en emotievol. Op de huidige tour wordt ze aangevuld met een celliste (Jen Grady) en Henry Nagle die behoedzaam de elektrische gitaar raakte. Emily Jane wisselde akoestische gitaar met piano af. Ze hield van haar publiek die aandachtig was en meegezogen werd in haar hartverwarmende sound.
Ze bracht een gevarieerde set en speelde vooral materiaal van de twee recente platen, zonder enkele dromerige parels van het debuut te vergeten. We raakten snel vertrouwd met het intens spannende, intieme geluid door oudje “Wild tigers I have know”, “A short range out” en “Frozen heart”. “Oh Katerine”, “The cliff” en “The waltz reqium” kondigden het nieuwe werk aan. Vocaal werd ze ondersteund door de andere twee en de instrumentatie vulde elkaar mooi aan.
Intussen had ze een gezonde dosis nervositeit overwonnen. Het stemmen van de instrumenten nam de vaart wat uit het optreden; een grapje tussenin kon wel wat soelaas bieden, maar Ok, we genoten van de sfeervolle, ingetogen sound die af en toe door de aanzwellende opbouw forser en broeierig klonk; terecht, want anders verviel ze in altijd - iets - meer - van – hetzelfde. “I lay to rest California” en “Hole in the middle” waren charmant middenin de set . Songs als het gevoelige, pakkende “Liza”, “Stairs” en “Victorian American” hadden een spaarzame begeleiding en lieten een donker tintje doorschemeren.

De uiterst genietbare, knusse set en het warme onthaal zorgden nog voor een uitgebreide bis, eerst solo ingezet en dan ingehouden met “Clipped wings” en het oudje “Dagger”, die de slotsom maakten van een overtuigend concert van een talentrijke sing/songschrijfster! Volgende week in Brugge, Cactus@MaZ!

Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 23 november 2010 01:00

Zornik speelt op veilig

Het Zornik van Koen Buyse is tien jaar bezig. Ze kwamen toen in de Trix (Hof ter Lo) als groentje optreden op de Humo’s Rock Rally, maar hebben intussen een status opgebouwd in ons landje: Vier platen, tientallen radiohits en niet weg te slaan van de festivalzomers; ze tekenden al voor de grootste festivals, RW & Pukkelpop. Ze haalden talrijke awards binnen en hebben drie gouden platen verkregen.
Ze namen een break na de ‘Crosses’ cd van 2007, ondanks het feit dat deze vierde cd net de meligheid en bombast had weten op te vangen met frisse, aanstekelijke en energieke rocksongs. Intussen hadden we de electropoppende Nitebytes uitstap en heeft Buyse een vaste relatie met Hanne Troonbeeckx.

2010 - Zornik is helemaal terug als kwartet. Ze zijn toe aan de vijfde cd, ‘Satisfaction kills desire’. In het herkenbare rockconcept smeult ‘80s waverock. Je krijgt de indruk dat de elektronica op het achterplan is gedrukt, maar niets is minder waar want ook al zijn er geen synths op het podium, de elektro knalt wel uit de PA versterkers. Ok, dit namen we er live
bij …!
We hoorden tijdens de maar uur durende set een soort ‘Best of’, met een glimp naar de pas verschenen plaat. Als Belgische band mochten ze gerust langer gespeeld hebben om het nieuwe materiaal een kans te geven, naast de pak herkenbare songs.
Wel is het zo dat Zornik een breed publiek weet te bereiken, zo zagen we jonge gasten als dertiger en veertigers al of niet met hun zonen & dochters. Zornik speelde op veilig en liet een geoliede indruk na; de vocalen van Buyse zijn door de jaren wat beperkter geworden. Het decor op z’n beurt was om U tegen te zeggen. De versterkers leken gekluisterd aan roosters waardoor donkere spotlights floepten. Mooi gevonden en een mooi effect!
In het begin zorgden technische problemen voor roet in het eten. Zornik wist zich te herstellen na de matige start van “I want it all”. Een Scabs beeld drong zich eerder op in het poprockende concept van songs als “Believe in me” en “It’s so unreal”, die talrijke energiestootjes opgezadeld kregen en voor de eerste ambiance zorgden. Het opbouwende “Something in the way” klonk krachtiger. Het nieuwe werk piepte even met een puike “Babylon” versie en de single “Satisfaction kills desire”, die een kleurtje kreeg door de vooraf opgenomen synths en orkestraties. Buyse was op dreef gekomen, was stemvaster en ontpopte zich als een Billie Joe Armstrong van Green Day: letterlijk een duracell konijn, waarbij het podium bijna niet groot genoeg bleek voor al z’n looppassen. Net als je dacht hier krijgen we meer van het nieuwe materiaal, schakelde de band over op de ‘Best of’, kracht bijgezet door gitaren, opzwepende drums en vuurwerkbommetjes, namelijk “The backseat”, “Walk” en “Scared of yourself”, dat eerst solo werd ingezet om dan intenser, voller en harder te klinken. Het rijtje werd nog vervolledigd met “Destination zero”, “Black hope shot down” en de bruisende en huidige Afrekening hit “The enemy”; met een uitgesponnen “Goodbye” bereikten ze het hoogtepunt: een schitterende opbouw, gepaste gitaar - drum galm en een refrein dat luidkeels werd meegezongen.

Zornik bracht geen verrassingen, waren wel een hit - boliede en tekenden voor een leuk ontspannend avondje zonder al te veel moeilijke wendingen.

Het Britse vijftal Strange Death of Liberal England zal bij de doorsnee Zornik liefhebber niet veel lichtjes hebben doen branden; het gezelschap filterde hun vroeger rammelend folkrockende sound in een subtieler gepolijst geluid, kleurrijk ondersteund en gedragen door een puike, heldere, indringende samenzang richting Arcade Fire en The Decemberists, zonder echt de punkattitude te verliezen. Ergens te situeren tussen The Clash, The men they could’t hang en The Replacements.

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 25 november 2010 01:00

My father will guide me up a rope to the sky

Swans … toonaangevende band van het NYse underground noise circuit. Swans drukte overal ergens z’n stempel op en werd gewaardeerd voor hun unieke, rauwe, hard expressieve sound. Van duivelse kakafonie, repeterende, logge, traag slepende en opbouwende ritmes, oerklanken en schreeuwvocals … van avantgarde, noiserock/industrial ging het naar een toegankelijker zalvender geluid van meeslepende songs, die energieke stootjes en explosies kregen, om tot slot te eindigen in een ‘Angels of light’ concept van ‘drone’, filmische, ambiente, dreunende soundscapes … De sound werd gedragen en bepaald door de vocale voordrachten en baritonzang van Michael Gira.
Ze hadden met ‘Filth’, ‘Greed’, ‘Children of God’, ‘The burning world’, ‘White light from the mouth of infinity’, ‘Love of life’ spraakmakende platen uit. Het etherische ‘Soundtrack for the blind’ (‘96) trok een definitieve streep onder het Swans concept.
Intussen had spil Gira diverse projecten, z’n eigen label, het Young God label, dat Lisa Germano en Devandra Banhart (met z’n freefolky stijl) een succesvolle carrière bood, was er de breuk met ‘de vrouwe des huizes’ Jarboe en maakte hij talrijke omzwervingen.
En kijk, na dertien jaar zijn Swans terug samen, in die zin dat Norman Westberg (gitarist van het eerste uur) en Gira elkaar terug vonden. ‘Swans is not dead’ lazen we op de Myspace; de cd ‘My father will guide me up a rope to the sky’ is alvast een aangename Swans ‘wake upcall’. Inderdaad, het is een typische Swans plaat van de nineties; bitterzoet materiaal, confronterend, indringend, bezwerend, dwingend en lieflijk, gedragen door die aparte grauwe baritonzang van Gira.
Acht songs, 45 minuten muziek. Hier dienen opener “No words/no thoughts”, “Jim”, “My birth” en “Eden prison” mokerslagen toe, onheilspellend en filmisch-noir!
De grillige Michael Gira liet weten dat Swans geen reünie was, “it’s not some dumb-ass nostalgia act”, maar z’n invloed op diverse stijlen is onmiskenbaar. En hij slaagt er op de comeback probleemloos in ons aan zijn kant te krijgen. En live gaat de volumeknop fors omhoog en heersen de explosieve ritmes van gitaren en percussie . Een wall of sound & noise …Welcome back!

Plan B is het alter ego van muzikant en acteur Benjamin Drew die eerder onopvallend in 2006 al een rapalbum maakte. De opvolger ‘The defamation of Strickland Banks’ haakt in op de huidige soulrage. De nieuwe Britse rapper/sing/songwriter brengt Motownsoul, sixtiesfunk, rock en hiphop samen, soms aangevuld met brede orkestraties en bepaald door een zoetgevooisde, zalvende zangstem en een rauw Brits ‘East-End’ accent, wat hem refereert aan Mike Skinner van The Streets. Hij debuteerde met de singles “She said” en “Prayer” en kreeg al hoge noteringen in de Engelse charts. Hij wordt nu ook met mondjesmaat binnengehaald in ons landje.
De muziek klinkt half zwart, half blank …‘Blue eyed soul’ noemt zoiets ... De plaat vertelt het fictieve verhaal van soulzanger Strickland Banks die, na aanvankelijk succes, ten onrechte in de bak belandt. Er komt hieromtrent nog een gelijknamige film.
Hartverscheurende en trefzekere soulpop met een voorliefde aan Smokey Robinson, Michael Jackson, Charles & Eddie, Terence Trent d’Arby, Eminen, The Streets en de huidige vrouwelijke soul van Amy Winehouse en Duffy.

De soul rockende sensatie Plan B houdt halt in de AB, maar moest het met een matige belangstelling doen in de Splendid in Lille.
Eerst werden we opgewarmd door een beatboxer die erin slaagde een resem instrumenten na te bootsen; opmerkelijk en intrigerend waren de vioolpartijen hierin; dan slingerden een paar explosievere klanken en beats van een paar clubdancehits ons om de oren. In geen mum van tijd had hij het publiek naar zijn hand …
Drew alias Plan B kwam, mooi uitgedost, met een heuse begeleidingsband van synths, gitaar, bas, drums en twee uit de kluiten gewassen zwarte ‘twin’ backing vocalistes het podium gewandeld.
Laat ons eerlijk zijn, niet elk nummer was boeiend, maar hij wist een klein uur lang overwegend aanstekelijke, smakelijke en gedegen soul en hiphop ineen te knutselen, en steeds waren er de overgangen van zang naar rap en weer terug. Hij schuifelde praktisch aanhoudend zijdelings op het podium.
Plan B ging van start met de sfeervolle “Writings on the wall” en “Free”, gekenmerkt van een lichte swing. Het frisse “Praying” volgde al snel en was het eerste uptempo nummer. Vóór het krachtiger klonk en de soulrock het voortouw nam, hadden we de loungy, dromerige, licht heupwiegende “Welcome 2 hell” en “Love goes down”, ideale candlelightsongs met Valentijn, die breder georkestreerd werden.
Onmiskenbaar kwam het rapverleden van de man naar boven op “The recluse”, “Every rule” en “Coming up easy”, die aan elkaar geregen waren.
Leuk allemaal, maar zoals eerder gezegd, wist niet elke song binnen de stijl te raken. De soulpopgroove intrigeerde op het afsluitende ”She said”, Plan B’s nummer one hit, die door vingertics en handclaps elan kreeg.
In de bis volgde een soulmedley van Bill Withers’ “Somebody to lean on” en “Ain’t no sunshine”, Ben E Kings “Stand by me” en “My girl” van The Temptations.
Het werd nog heter; een partycocktail volgde door beatbox, raps en gespeelde rhymes waaronder een “Alors on danse”. De leden ging zelf even uit hun dak, pogoëden en duwden tegen elkaar op een stampende “Stay too long” uit de eigen stal.

Plan B gaf een leuk concert, maar of het een blijvertje zal zijn, is een andere zaak … Intussen kan er nog een artiest worden toegevoegd bij de huidige soulrage …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

donderdag 11 november 2010 01:00

Good things

De dertigjarige E. Nathaniel Dawkins debuteert met een puike retrosoulplaat. ‘Good things’ van Aloe Blacc is meteen een schot in de roos. Een ‘One Hundred & Eighty’ score door de aanstekelijke single “I need a dollar”, die door smachtende rock, een swingende groove en dampende funkbeats inwerkt op de dansspieren.
Hij haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Isaac Hayes en plaatst zich met de plaat probleemloos naast Jose James en Jamie Lidell. De ‘70s toetsen klinken fors door en de songs kunnen breder omlijst worden door blazers en vioolpartijen. Een gevarieerd overtuigend resultaat in z’n geheel.
We vinden alvast nog zo’n paar leuke nummers als “Green lights”, “Miss Fortune”, “Life so hard” en “Loving you is killing me”. Ook de VU cover “Femme fatale” brengt hij er goed van af. Songs als “Take me back” en de titelsong verbazen door een repetitieve toets en gitaarloop. Ook het ingetogener werk valt in de smaak.
‘Good things’ is ‘a real good thing’, die de dollars gaan doen rollen … 

De Noord-Ierse teenagers van Two door cinema club slaagden er bijna in een Aéronef te laten vollopen. De jonge ‘college’ gasten hebben nog maar 1 plaat uit, ‘Toursist history’, tien frisse, lieflijke, fijne, catchy, dansbare indiepopsongs die kort, vaardig en kernachtig klinken. De springerige gitaarsongs zitten knap in elkaar, hebben opbouwende, aanstekelijke melodielijnen en meezingbare, soms neuriënde refreinen. Synths en beats spreken de dansspieren aan en een gillende gitaarpartij zit er mooi tussenin verweven. Een eenheid vormen ze, hebben de juiste drive en worden gedragen door de jonge, hoge, dromerige stem van zanger Alex Trimble.
Ze zitten duidelijk in de lift bij het jonge volkje. Doe het hen maar na om al meteen zoveel ‘jonge’ mensen op de been te krijgen. Chique! De popmelodietjes bleven in het hoofd hangen. Zwierig, leuk en opzwepend allemaal wat het kwartet presteerde … “Cigarettes in the theatre”, “Do you want it all”, “Hands off cash, monthy” en de bruisende singles “Undercover Martyn”, “Something good can work” waren de sfeermakers van in het begin. Boeiend hielden ze het door de tempowisselingen, de forse injectiestoten, de gitaarriedels en de herkenbare tunes van o.m. “This is the life”, “You’re not stubborn” en “What you know”. Ook de nieuwe “La novelle chanson”, “Kids” en “Costume party” moesten niet onderdoen en konden exploderen met dansbare grooves. Telkens werden de jonge wolven sterk onthaald.
Drie songs gooiden ze nog te grabbel in de bis, “Eat that up, it’s good for you”, “Come back home” en “I can talk”.

Die kerels zijn net als Air Traffic, een paar jaar terug, klaar om het grote publiek te bereiken. Ze hebben de kunst om toegankelijke, speelse en intense goede popsongs te schrijven! Dit popvaatje kan een mooie toekomst bieden …

Supports waren het Franse Teenagers en Florrie. Teenagers speelden doorsnee poprock, waarvan de melodieën nu niet direct bleven hangen. Ze voegden er een vleugje ’80s wave en punkfunk aan toe. Charmeren konden ze wel maar muzikaal had het niet veel om handen …
Florrie bracht het er beter van af. Ze verdiende haar strepen al als drumster van Girls Aloud en Pet Shop Boys en die electro en dansbare tunes voegde de jonge Britse singer/songschrijfster uit Bristol, die nu in Frankrijk verblijft, met plezier toe aan de eigen broeierige, funkende electropop. Toegegeven, niet alle songs waren spannend, maar ze hadden de juiste groove en heerlijke overgangen. Watch that lady …

Organisatie: Aéronef, Lille

Het Amerikaanse Warlocks van zanger/gitarist Bobby Hecksher, is al zo’n goede tien jaar bezig en zijn te situeren binnen de rock’n’roll/psychedelica, toen in de voetsporen van BRMC, The Music en Dandy Warhols; ze haalden de mosterd van de VU, Jesus & Mary Chain en legden een link met Ride en Monster Magnet. Een hypnotiserende, bedwelmende, galmende sound creëerden ze door de repeterende en opbouwende ritmes, soms gekenmerkt van gierende gitaren, fuzz en pedaaleffects. Ze blijven in de belangstelling, mede door de huidige rits Black Mountain, The Black Angels en Tame Impala.
Maar zoals bij vele bands ontwikkelde het uitgebreide combo met de jaren een gevoelige touch, wat hen gematigder en meer slepend en ingehouden deed klinken. Overdonderen met platen als ‘Rise & Fall’ en ‘Phoenix’ doen ze wel niet meer, maar nog steeds weet hun materiaal ons te raken. Onlangs verscheen ‘The mirror explodes’. De uit LA afkomstige band onderneemt nu een heuse world tour en houdt halt in de Grand Mix en de Bota (eind november).

Heel wat volk was opgedaagd om de doorwinterende spacerockende ratten aan het werk te zien, die lekker grossierden in hun heuse collectie. De set moest eerst wat op gang getrokken worden met “Red camera” en “Isolation”. De afwisseling van drie gitaren, synths en pedaaleffects werkten gaandeweg verslavend en aanstekelijk; het uitgesponnen “Shake the dope out” werd een hoogtepunt. Eerder genoten we van “Song for Nico”, een VU hymne en “Baby blue”. Publiek en band vonden elkaar en een ‘rolloverlaydown’ gevoel hadden we door een perfecte afstemming: de tempowisselingen en de aanzwellende, swingende ritmes in hun slepende, overwaaiende sound klonken overheerlijk, ondersteund van de zweverige vocals. Enkele nummers vloeiden op die manier in elkaar over.
Het aanstekelijke “Come save us” was een terechte afsluiter, kreeg middenin een avontuurlijke, alternatieve draai en werd op het eind in een poel van wah wah en pedaaleffects gedropt!
Het warme onthaal tijdens de nummers gaf de band een hart onder de riem; op vijf extra nummers trakteerden ze ons. In een juiste dosis ‘muzikale dope’ stelden ze o.m. onderbouwd en gevat “You make me wait”, “Starpower we need” en “Eyes saw …” voor. Op het podium zagen we binnen deze ‘wall of sound’ donkere schimmen die hun instrumenten deden afzien zonder zich te verliezen in oeverloze fuzz en distortion.

The Warlocks toonden hun tanden binnen de huidige retrostonerpsychedelica bands… Ze waren nog eventjes de grotere, wijzere broer en bewezen dat ze nog niet afgeschreven zijn …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 04 november 2010 01:00

The Hundred In The Hands

Eerder waren we sterk onder de indruk van de EP ‘This desert’ van het jonge duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY, die intrigeerden door elektronische stuiterpop vs indierock, geïnjecteerd door aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en ‘pop noir’ van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles en is samen met Lonelady en School of 7 bells de komende revelatie. Hun songs kregen een luchtige toon. De zes songs waren meer dan de moeite waard en deden veelbelovend uitkijken naar de full cd.
De nummers klinken gematigder, hebben een zalvende groove en fijnere subtiele basses. Het is en blijft heerlijke, lekkere, zweverige, sfeervolle electropop met een wavetoets, maar ze hebben een mindere krachtige beat. De songs overtuigen door de goede melodieuze opbouw maar ademen een sfeer van melancholische, mistroostige (trage) ‘80s new wave.
De nummers op de full cd liggen alllemaal wat in dezelfde lijn en zijn geleest op de openers “Young aren’t young”, “Lovesick (once again )” en “Killing it”. “Dressed in Dresden” en “Last city”, die op het eind van de plaat staan, zijn meer rock en klinken krachtiger. Het ingetogen ‘The beach’ besluit de cd, net alsof we op een zwoele zomeravond op een terrasje aan het strand rustig zaten te keuvelen.
Al bij al een goede full cd, maar fronst minder de wenkbrauwen en klinkt minder verkwikkend en beklijvend dan de EP … Afwachten hoe het verder evolueert …

Het NY se Liars manifesteert zich binnen de avantgarde scène en is binnen de middens een paradepaardje. Het eigenzinnig combo, intussen tot een kwintet uitgegroeid, haalt ritme en melodie door een mallemolen, schuwt een dosis alternatief en experiment niet en geeft de songstructuur een onverwachtse en verrassende, bizarre push … Een interessante, boeiende dolgedraaide boel met oog voor subtiliteit en finesse, gedragen door een bezwerende, hemelse, zoemende praatzang en screams. Hun stijlen van rock, wave, noise en psychedelica zijn vernuftig, gewaagd, avontuurlijk, tegendraads én gestoord! Hun (donkere, filmische) sound kan alle richtingen uitgaan en wordt bepaald door repetitieve drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica. Liars houdt (oude) vrienden als Swans, PIL, Gang of Four, A Certain Ratio, Einstürzende Neubauten, The Birthday Party, The Fall, Killing Joke en Sonic Youth hoog in het vaandel.

In hun uur durende set putten ze uit de cd’s ‘Drum’s not dead’, ‘Liars’ en het recent verschenen ‘Sisterworld’. Meteen werden we ondergedompeld in die unieke muzikale wereld door de trance van “Its all blooming now Mr Heart Attack” en de geschifte ritmes van “Scarecrows on a killing slant”. Af en toe konden we op adem komen en werd wat gas teruggenomen door de slepende en bezwerende tunes van songs als “No barrier fun” en “It fit when I was a kid”. Maar de huiveringwekkende sound van donker dreigende repetitieve ritmes, die plots explodeerde in krachtige, soms weirde noiserock overheerste, ondersteund van een acapella zang en galmzang; “I still can see an outside world” en vooral “Scissor” leken op een gitzwarte mis waar Sunn O)) om de hoek jaknikkend piepte. Het opbouwende “Houseclouds” verloor na enkele minuten z’n subtiliteit en op het afsluitende “Plastercats of everything” schemerden Indiase geluiden in hun moerassige poel van stijlen en wendingen door, en leek het erop dat ze een soort schreeuwtherapie voorstelden.

Kijk, dit was een op en top Liars gig, vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads, zonder de melodie en ritme uit het oog te verliezen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

vrijdag 05 november 2010 01:00

Tame Impala – Retro beeldrijk

Eerder waren we al onder de indruk van de jonge Aussies Tame Impala, die de 25ste Pukkelpopeditie als één van de openers elan gaven. Ze schoten als een komeet de lucht in met een debuut ‘Innerspeaker’ om U tegen te zeggen. In het Galacticastelstel brachten ze ons back in time van de late sixties, early seventies … retrostonerpsychedelica noemt zoiets …

De nummers werden lekker uitgesponnen, door de soli, effectbejag, galm, echo’s en stemvervorming. Het kwartet zocht muzikaal een weg door de hersenspinsels en aderen, speelde een aanstekelijke set en zorgde voor handclaps en een lichte schreeuw tussenin. Genieten doe je dus van die bezwerende retro - ingrediënten, die een leuke muziekquiz opleverden. Een poel aan invloeden passeerde de revue in de knappe, fijne psycherock, die verrassende en boeiende wendingen onderging door de slepende ritmes en de stevige groove, gekruid van overwaaiende, onstuimige gitaren. Ingehouden, gemoedelijk, krachtig en exploderend, met een rommelig, verdwaasd, dwarrelend kantje; een kleurrijk totaalgeluid, ingenieus, gedistingeerd en doordacht.
Leuk is het dat je tal van bands kunt oproepen, van Cream, Pink Floyd, Roky Erickson, Jimi Hendrix, Rare Earth, Pierre Henry, Hawkwind naar The Feelies, Stone Roses, Pale Saints, Ozric Tentacles, Soundgarden tot de huidige rits Black Mountain, Black Angels, MGMT en Midlake.
Leuk is de spacey trip van filmische, beeldrijke verhalen uit de ‘National Geograhic’ series, stoned weed vogels, golvende en zwevende dolfijnen en walvissen of de ‘neverending’ sneeuwlandschappen, bergpassen, vervroren meren van de Alaska documentaire ‘Ice car truckers’ …
En leuk was dat zo’n bandje kwam aantreden in het kleinste zaaltje van de Bota, tussen de gewelven waar band en publiek elkaar maar half zien, maar goed horen.
Tja, het heeft allemaal z’n charme … Dik bijeengepakt konden we een goed uur genieten van het muzikaal en beeldrijk spektakel. Toegegeven, niet elke song overtuigde even sterk, maar niks anders dan een glimlach op songs als “It is not meant to be”, die de boel op gang trok, al onmiddellijk gevolgd door de emotievol rammelende, voortkabbelende single “Solitude is bliss”; “Make up your mind” en “Alter ego” klonken intenser en hadden een forsere opbouw. “Expectations”, middenin de set ergens en op plaat ook al subliem, vormde hierin een hoogtepunt. Een dipje is er altijd wel … op weg naar de cover, “Remember me” van Blue Boy, naar het eind van de set geserveerd, verloren ze wel eens de draad door het gefreak, maar OK, het wordt dan net op tijd opgevangen. Hoed af voor het schitterend avontuurlijk, spacerockend kleedje aan het nummer, die ook op Pukkelpop de aandacht trok …
Tot slot kwamen ze imposant voor de dag met een langgerekte versie van “Half full of glass”, terug te vinden op een eerder verschenen EP, - stiekem achterna beluisterd én verdomd goed! Hier bundelden ze hun collectie favorieten in freakende retro, crazy ritmes, soms donker en loodzwaar, en wahwah pedaaleffects.

Tame Impala verbaasde zoals Black Angels en Black Mountain hen voordeden bij het eerste optreden. Alvast hebben ze het retro – inzicht en de muzikale kwaliteiten om een mooie toekomst uit te bouwen. De band verdient het!

De Engels zingende band uit Parijs rond Melody Prochet, My Bee’s Garden, opende gezapig de avond. We hoorden sfeervolle, dromerige zweefpop en ijle vocals die ons op wolken dreef. Met een knipoog naar Stereolab en Au Revoir Simone. Een déjeuner sur l’herbe en ietwat gemoedsrust lonkte … 

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 279 van 339