Cactusfestival Brugge 2010 - Elvis Costello en Jamie Lidell niet enkel hoofd - maar ook topact
Telkenmale we het festivalterrein van het Brugse Cactusfestival betreden, wordt het ons keer op keer meteen duidelijk waarom wij zo weg zijn van dit driedaagse gebeuren. Het festivalterrein is prachtig gelegen midden het Minnewaterpark en slechts enkele stappen verwijderd van het historisch centrum. Het laat zich ook kenmerken door een gemoedelijke en ontspannen sfeer en er dienen geen hartverscheurende keuzes gemaakt te worden welke groep (niet) te gaan zien op welk podium. Alle artiesten passeren namelijk de revue op slechts één podium. U kan derhalve gemakkelijk de dorst lessen en de honger stillen zonder het idee te hebben diverse ontdekkingen of uitzonderlijke concerten te missen.
En dat deze combinatie niet enkel door ons gesmaakt wordt, getuigt het feit dat de kaartenverkoop - in het zog van het succes die concerten al enkele jaren mogen genieten - jaar na jaar crescendo toeneemt (ook deze keer mocht in de loop van de namiddag het bordje met het niet mis te verstane opschrift ‘Uitverkocht’ bovengehaald worden). Daarenboven is er nu ook internationale erkenning. Zo heeft het festival sinds januari van dit jaar de European Festival Award op zak voor het beste kleine festival van Europa.
Zelf koos uw recensent van dienst dit jaar voor dag 2 en zagen daar meteen Balthazar (***1/2) als leuke opwarmer – dat mede gelet op de officiële hittegolf in het vizier ook letterlijk zo opgevat mag worden - fungeren. Dit (van origine) Kortrijkse vijftal is aan een heuse opmars bezig. Hun dit jaar verschenen debuutalbum ‘Applause’ lokte erg positieve reacties en beoordelingen uit en als beloning staan ze geprogrammeerd op zowat alle grote Belgische festivals (afgelopen vrijdag mochten ze op Rock Werchter bijvoorbeeld nog de Pyramid Marquee op kwaliteitsvolle manier voor geopend verklaren). Ook nu was hun passage bijzonder geslaagd. Nummers als « Fifteen Floors » en « Hunger At The Door » klonken nog hoekiger, snediger en weerbarstiger dan we op plaat van hen gewoon zijn en het oogde ook allemaal iets minder verkrampt dan in de Werchterse tent, mede door de kleinschaligere omkadering – die dus al meteen opnieuw enkele troeven kon uitspelen. Dat Jinte Deprez en Maarten Devoldere door de felle zon moeite hadden om te zien of de gitaarpedalen al dan niet ingeschakeld waren, kon hen niet deren. Het aantal handen die Balthazar op elkaar kreeg van de reeds aanwezigen zou zaterdag een hele tijd overeind blijven als het meest intensieve, zeker omdat het publiek nog massaal aan het binnenkomen was.
Wie beter wel wat meer en steviger de pedalen had ingedrukt, was het Zweedse Little Dragon (*1/2). Op hun platen ‘Little Dragon’ (2007) en ‘Machine Dreams’ (2009) zijn diverse fijne momenten te bespeuren maar zaterdag bleken deze als sneeuw voor de zon weggesmolten te zijn nog voor de eerste noot werd aangeslagen.
Zangeresje Yukimi Nagano die via haar felgekleurde kimono haar deels Japanse afkomst accentueerde, had duidelijk haar dagje niet. Wij zagen haar nog ooit op fraaie wijze de gastvocalen voor haar rekening nemen bij het Zweedse elektronica-jazz duo Koop maar daar was zaterdag niks van terug te vinden. Als dieptepunt noteerden wij « Never Never », nochtans in wezen een totaal niet onaardige song.
Ook de begeleidende synthesizergeluiden die Håkan Wirenstrand er omheen strooide, waren ondoeltreffend en verre van origineel. De verveling sloeg snel toe en hoe zeer we ook ons best deden om ons er tegen te verzetten, de set had meer weg van een compilatie met herkenbare deuntjes die doorheen de nummers verweven zaten en ze zelfs gingen meebepalen. Een selectieve opsomming: Harold Faltermeyer en « Come Live With Me » (Heaven 17) waren present bij « Feather », een vleugje New Order en Sisters Of Mercy bij « Blinking Pigs », « The Man With The Red Face » (Laurent Garnier) en « The Lebanon » (Human League) bij « My Step » en « Gypsy Woman » (Crystal Waters) en « Put Your Hands Up For Detroit » (Fedde le Grand) bij « Swimming » dat – en het moet gezegd - dan weer wel beter klonk dan op plaat.
In het programmaboekje stond bij de omschrijving van Little Dragon vermeld dat het ging om “een samenwerkende vennootschap die soul, jazz, r&b en lounge fijntjes vermaalt tot een licht verteerbare doch bitterzoete delicatesse”. Tot op vandaag zijn wij nog steeds op zoek naar één woord uit deze omschrijving die strookt met wat het Little Dragon liet horen en zien in Brugge. We moeten het antwoord schuldig blijven. Lag het aan de warmte, het te vroege uur of aan het ontbreken van een nog intiemere clubsfeer? In ieder geval trakteerde de groep ons grotendeels op een draak van een concert.
Meer hoop en vertrouwen hadden wij in het Canadese Black Mountain (***). De groepsleden zien er niet alleen uit alsof een teletijdmachine hen rechtstreeks uit de jaren ’70 heeft overgebracht, hun muziek klinkt ook zo. Via een mix van klassieke (prog)rock en psychedelica roepen zij herinneringen op aan pakweg Deep Purple, Led Zeppelin en Jefferson Airplane (de stem van zangeres Amber Webber klinkt zelfs als deze van Grace Slick). Maar toch leggen zij via het toevoegen van onder meer bepaalde orgelklanken en een portie stonerrock bepaalde accenten waardoor hun werk boeiend en niet integraal gedateerd klinkt.
Of (ook) zij hun meerdere moesten erkennen in de kracht van de zon, is ons niet duidelijk maar de set begon traag en wat inspiratieloos (getuige « Angels » uit hun recentste plaat ‘In The Future’, 2008) en het duurde tot « Tyrants » (eveneens uit het voormelde album) vooraleer het publiek het de moeite vond om wat extra applaus terug te schenken. Dat er ook divers nieuw en onbekend materiaal (onder meer « Rollercoaster ») uit de op 13 september te verschijnen nieuwe plaat ‘Wilderness Heart’ voorgesteld werd, zal ook wel mede aan de basis gelegen hebben van de lauwe reactie van het publiek.
Het beste hielden ze tot op het laatste via een bij Queens Of The Stone Age aanleunende « Don’t Run Our Hearts Around » (uit het debuutalbum, 2005) en een stomende « Stormy High » (uit ‘in The Future’ van 2008). Een goed concert maar het miste de nodige drive – vooral Webber keek meermaals doelloos voor zich uit - om het te catalogeren als overweldigend ten tijde van hun bezoek aan Pukkelpop twee jaar terug.
José James (***) heeft zopas met onze landgenoot en pianotalent Jef Neve samengewerkt en dit mondde uit in een gezamenlijke plaat ‘For All We Know’ waarop covers te vinden zijn van tien jazz- en popstandards. Afgelopen zaterdag stond hij er met zijn eigen werk, geruggensteund door een eigen groep.
José James mag dan een vriendelijke persoon op zich zijn, live is hij een charismatische lefgozer. Nadat hij met « Code » zijn set opende, trok hij voluit de kaart van de jazz waarbij hij met zijn fantastisch klinkende bariton stem de uitdaging aanging om met zijn bekwame muzikanten – die hij diverse malen uitvoerig dankte - in duel te gaan teneinde via een soort freestyle hun instrumenten te laten anticiperen op zijn stemkunsten. Dat hij een fantastische zanger is, staat buiten kijf maar het leek er op dat hij dit via een opeenstapeling van repetitieve stemklanken iets te veel wou etaleren.
Voor een jazz festival of een zaalconcert zou dit perfect passen maar voor een openluchtfestival als Cactus impliceert dit een serieuze uitdaging. Het publiek aanhoorde de show maar liet het wat over zich heen gaan.
Door de bijdrage van de bevriende zangeres Jordana de Lovely uit Brooklyn, New York (het zwoele en intense « Love Conversation »), de toenemende mix van soul, contempary R&B, hiphop (« Made For Love ») en dubstep (zie onder meer « Warrior ») kwam er wat meer zwier en opwinding in de set en kreeg hij meer en meer luisterende oren mee. “I bring the jazz to the hop” zong José James. Volgende keer de stijlen wat meer evenwichtig verdelen en er mag een sterretje aan de beoordeling toegevoegd worden. Een mooi en gedurfd concert, maar wel eentje voor de fijnproevers en de doorzetters.
Waar vroeger de zondag werd voorbehouden voor voornamelijk wereldmuziek werd de formule door de organisatoren van het Cactusfestival de voorbije jaren geheel aangepast in die zin dat alle stijlen en genres doorheen alle dagen verweven worden. Dit is niet enkel commercieel een goede zet gebleken maar het biedt aan het publiek de mogelijkheid om zich ook geluiden toe te eigenen waar het normaal niet mee in aanraking komt of zich niet mee vertrouwd voelt. Dit jaar was dit dus een beetje het geval met José James maar bovenal met het collectief Balkan Beat Box (***) die als ‘vreemde’ bijt geprogrammeerd stonden tussen overwegend rock- of popgroepen.
Door een amalgaam aan instrumenten en stijlen is het geluid dat dit Israëlisch/Amerikaans collectief voortbrengt een duidelijk toonbeeld hoe eclectisch muziek kan zijn. Rockmuziek, hiphop, klanken uit het middenoosten, opzwepende ritmes uit de Balkan en daarenboven wat Afrikaanse invloeden: het werd allemaal door het publiek fel gesmaakt en hun concert mondde uit in een waar feest. Vanaf de allereerste noot zat de stemming er in en dit bleef aanhouden tot het einde met als apotheose enkele meisjes die op het podium mochten mee swingen.
Voor wie houdt van Goran Bregovic, Shantel & Bucovina Club Orkestar of Gogol Bordello (medeoprichter Ori Kaplan maakte daar trouwens nog ooit deel van uit), of voor iedereen die lekker wil feesten, is dit een aanrader. ‘Hear, see, feel the world’ is de festivalslogan van Cactus en dat was integraal van toepassing op het concert van de Balkan Beat Box. O ja, en voor wie begaan is met het natuurbehoud: u mag gerust zijn. Bij navraag is gebleken dat alle bloemen in het park het hebben overleefd.
Na tien jaar en wat solowerk besloten Sarah en Gert Bettens nog eens als K’s Choice (***) samen de studio in te duiken en een nieuw album uit te brengen. Ze lieten zich omringen door vorige groepsleden Eric Grossman (basgitaar) en Koen Lieckens (drums), alsook door een nieuwe gitarist en toetsenist in de persoon van respectievelijk Thomas Vanelslander en Reinout Swinnen. ‘Echo Mountain’ was het resultaat en kwam dit jaar in de winkels te liggen. Het werd meteen een dubbelaar waarbij de ene kant is gevuld met rustige liedjes en op de andere plaat rocknummertjes terug te vinden zijn die een publiek moet kunnen aanspreken in de leeftijdscategorie van 7-77 (waarbij uitschieters aan beide kanten zelfs niet tot de onmogelijkheden behoren). Niet dat we hiermee enige kritiek willen uiten op het sympathieke duo en hun muzikanten maar we willen aangeven dat als de muziek gehoor vindt bij zo’n grote bevolkingslaag, dit er op duidt dat de scherpe kantjes er van afgehaald zijn.
En dat is ook wat het optreden in Brugge uitstraalde. Gedegen en goed maar zonder uitschieters. Nog in negatieve noch in positieve zin. Extreme, alternatieve of provocerende horizonten werden niet opgezocht maar dat verwachten de fans wellicht ook niet.
Sarah was haar uitbundige zelve en Gert musiceerde goed maar hield zich wat afzijdig mede doordat hij een tijd buiten strijd was wegens. Enige uitzondering vormde zijn mooie gitaarintro bij « If You’re Not Scared ». Het rustiger songmateriaal zoals « Killing Dragons » genoot onze voorkeur. De klassieke rockers klonken namen te weinig als echte rock. « Cocoon Crash », « I Will Carry You » en het onmiddellijk daarop aansluitende – want de intro is intussen zo herkenbaar geworden – « Not An Addict » klonken allemaal wat vlak. »‘God Is In My Bed » vormde wel een mooie afsluiter maar kon niet verhinderen dat dit alles net een nodig extraatje mistte.
Wij keken vooral uit naar de komst van Elvis Costello And The Sugarcanes (****). Na eerdere uitstapjes richting onder meer klassieke muziek en jazz blikte Mr. MacManus (beter bekend als Costello) vorig jaar de uit blues, bluegrass, zydico, americana en country opgetrokken plaat ‘Secret, Profane & Sugarcane’ in. Hij deed dit samen met een begeleidingsgroep bestaande uit ervaren muzikanten als Jeff Taylor (accordeon), Mike Compton (mandoline), Dennis Crouch (contrabas), Jerry Douglas (dobro), Stuart Duncan (viool) en niet in het minst Jim Lauderdale (gitaar).
Ook in Brugge werd Costello door voormelde zes groepsleden omringd en er kwam een afwisselend aanbod van nieuw en bekend werk.
Het begon een beetje aarzelend met « Complicated Shadow » en « Blame It On Cain » waarbij de instrumentatie nog niet perfect aansloot bij de zingende en gitaarspelende Costello.
Maar vanaf dan zou het hoogtepunten regenen (onthoud dit werkwoord). « Down Among The Wine And Spirits », « New Amsterdam » dat naadloos verweven werd met het van de Beatles afkomstige « You've Got To Hide Your Love Away », « Brilliant Mistake », « Good Year For The Roses » (met een intro die het publiek even op het verkeerde been zette) en « (The Angels Wanna Wear My) Red Shoes » waren allemaal bijzonder mooi en het ouder werk klonk met de nieuwe manier van uitvoering toch fris.
En frisjes werd het helemaal toen bij « The Delivery Man » de weergoden besloten om de hemelsluizen helemaal te openen en het Minnewaterpark te laten onderdompelen in grote waterplassen. Waarvoor kon gevreesd worden, namelijk dat zowel het publiek als de artiesten zich hierdoor zouden laten imponeren, was onterecht. De aanwezigen bleven enthousiast in de handen klappen en ook Costello bleef onvermoeibaar verder musiceren en gooide er diverse gevatte en ‘droge’ Britse humor en woordspelingen tegenaan (zeker bij de aankondiging van « Jimmie Standing In The Rain ».
Dit zorgde voor een bijzondere sfeerschepping en er volgden nog fraaie momenten waaronder een verrassende cover van The Grateful Dead (« Friend Of The Devil »), een schitterend « Everyday I Write The Book » in een donkere, uitgeklede versie die in schril contrast stond met het van een stevige ritmesectie voorziene « Don't Lie To Me » dat massaal door het publiek werd meegezongen.
Apotheose vormde ons inziens het door de begeleidingsgroep sober maar zo accuraat uitgevoerde « I Want You » dat slingerde van hartverwarmend naar hartverscheurend. Met « Sulphure To Sugarcane » en « Happy » werd een – opnieuw - bijzonder straf concert van en door Costello afgesloten. De natte kledij had het publiek er duidelijk graag voor over.
Jamie Lidell (****) speelde op 24 uur tijd drie concerten in ons land met voor hem gevoelsmatig als hoogtepunt het voorprogramma van Prince op de weide van Werchter. Dat dit op dezelfde dag plaatsvond als zijn bezoek aan Brugge zal er ook wel iets mee te maken hebben gehad dat niet Costello maar wel hij als hoofdact van de tweede dag van het Cactusfestival werd geprogrammeerd (ook vorig sloot hij Cactus af maar dat was ter vervanging van een zieke Joss Stone).
En ook hier bleek de keuze van de organistoren een schot in de roos te zijn. Niet alleen Lidell maar ook zijn jonge, nieuwe begeleidingsgroep verkeerden nog steeds in euforie van het feit dat ze op hetzelfde podium mochten staan als waarop een van hun grote voorbeelden nadien zijn opwachting zou maken. Dit was overduidelijk en muzikaal kwam dit tot uiting in het feit dat zij onmiddellijk in het goede ritme zaten en niet alleen hun instrumenten maar ook hun lichamen ostentatief lieten swingen.
»The Ring » (uit zijn zopas verschenen album ‘Compass’) en « Wait For Me » zetten meteen de toon en blonken uit in opzwepende funk. De muzikanten bleken gelukkig de gretigheid van hun zanger te kunnen volgen. Het nieuwe als eerbetoon aan Prince opgevatte « I Wanna Be Your Telephone » werd voorzien van nerveuze pianogeluiden en diepe beats geproduceerd door een volledig uit zijn dak gaande toetsenist. Lidell zelf maakte bij zijn zangpartij ook gebruik van zijn intussen vertrouwde megafoon.
Er was natuurlijk ook een solomoment voor Lidell weggelegd waarbij hij ter attentie van de old school liefhebbers zichzelf al beatboxend op tape vastlegde, dit mixte, hierover heen zong, er diepe beats aan toevoegde en dit geheel als echo het Minnewaterpark instuurde.
Bij « When I Come Back Around » vond een jamsessie plaats en toen tijdens « Little Bit Of Feel Good » de drummer plaatsnam aan de percussie en daarbij zoveel enthousiasme aan de dag legde, sneuvelden enkele cimbalen. Ondertussen kwamen ook nog « Enough’s Enough », « Where D’You Go » en « Multiply » aan bod en kon ook hierop gedanst worden.
Grappig waren dan weer de inleidende woorden van Lidell bij het van ‘Compass’ afkomstige « Your Sweet Boom ». Dit blijkt namelijk een eerbetoon te zijn aan de ‘fine derrière’ van zijn vriendin. Blijkbaar verschaft dit lichaamsonderdeel hem nog steeds de nodige inspiratie want hij ontpopte zich volop als klankentovenaar.
Lidell dankte het publiek voor de steun gedurende de voorbije jaren en droeg ‘Compass’, het titelnummer van het nieuwe album, op aan alle verloren zielen die een extra steuntje kunnen gebruiken. Net zoals op plaat was het ook op de Brugse planken een van de hoogtepunten. Hoewel ietwat steviger uitgevoerd, droop niet alleen het zweet maar ook de intimiteit er met vele druppels vanaf.
Na « Another Day » dat een a capella stukje meekreeg waarop het publiek gretig inpikte en Lidell beatboxend de basgeluiden verzorgde, kwam hij nog eenmaal solo terug voor een afsluitend bisnummer.
Lidell beschouwde het Cactusfestival als een perfecte afsluiter van een ongelooflijke dag. Wijzelf zagen een tweede festivaldag gevuld met enkele matige tot goede concerten maar bovenal bleken Elvis Costello And The Sugarcanes en Jamie Lidell niet alleen de hoofdacts maar duidelijk ook de muzikale topacts te vormen.
Organisatie: Cactus Club, Brugge