logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 18-01 Xink (ism Stricto Tempo) (new date) 19-01 Lydia Lunch & Marc Hurtado play Suicide (+ the songs of Alan Vega) 23-01 Axelle Red (ism Stricto Tempo) 24-01 Nah Mean, NewYear celebration (Org: Do vzw) 28-01 Nicolas…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Erwin Vanlaere

Erwin Vanlaere

Eind vorig jaar lanceerden de organisatoren van de Botanique een nieuw initiatief onder de noemer ‘New Talents, Cool Prices’. Het doel daarbij was van meet af aan artiesten die aan het begin van hun carrière staan, de kans te geven om in een  professionele omkadering het beste van zichzelf te geven en zich in de kijker te spelen van een nieuwsgierig publiek, mede geruggensteund door het feit dat de toegangsprijs tot een minimum wordt herleid opdat dit geen obstakel mag zijn om de eventuele sterren van morgen aan het werk te zien.

En dat het concept werkt, getuigt de toch wel aardige opkomst voor het concert van het Canadese Woodpigeon afgelopen zondag in de Rotonde van de Botanique. Het  uit Calgary opererende achtkoppige collectief onder leiding van zanger-liedjesschrijver Mark Hamilton, past dan ook perfect in dit plaatje. Hun melodieuze, vaak integere mix van folk en pop nestelt zich namelijk erg goed in een zaal als de Rotonde en behalve enkele EP’s hebben ze tot nu toe twee volwaardige platen, ‘Songbook’ (2006) en ‘Treasury Library Canada’ (2008), op hun actief staan die pas nu hun verspreiding in Europa kennen zodat de groep op het Europese vasteland nog aan een veroveringstocht moet beginnen.

Dit laatste voor ogen houdende, zou je verwachten dat de groep dan ook bij hun concert in Brussel de setlist in de eerste plaats zou samenstellen op basis van deze twee te promoten platen maar dat is dan buiten de eigengereidheid van Woodpigeon gerekend. Ja, via songs als “Songbook / The Sound Of Us Playing Together” en het afsluitende, akoestisch en solo door Mark Hamilton gespeelde “Feedbags” werd geplukt uit ‘Songbook’ en met “Emma Et Hampus”, “I Live A Lot Of Places” en de  tijdens de eerste bisronde gebrachte “Bad News Brown” en “Knock Knock” werd inderdaad een inzage geboden in het zopas gelegde ei ‘Treasury Library Canada’.
Maar voor het overige was het een en al verrassing. Niet alleen ving het concert meteen heel sober aan toen louter de violiste en celliste op het podium verschenen en een versie van “Salut D’Amour”, een klassieke instrumentale compositie van Edward Elgar, brachten, maar onderweg kregen we ook uitstekende versies van nog twee andere – niet voor de hand liggende - covers te horen, namelijk “Joga” (Björk) en “Lay All Your Love On Me” (Abba).
Dit alles werd afgewisseld met het
bijzonder sterke “Oberkampf” uit de EP ‘Houndstooth Europa’ en met nieuw, nog niet op plaat uitgebracht werk als “The Saddest Music In The World”, “As Read In The Pine Bluff Commercial”, “Edinburgh / L’Appelle D’Vide” en “The Pesky Druthers (Parts 1 & 2)”. En dat het daadwerkelijk om nieuw werk ging, liet de groep duidelijk verstaan via de bindteksten of door erg regelmatig naar de partituren te staren.
Door deze stap in het onbekende kreeg het publiek zijn duifje dus niet op een schoteltje aangeboden en genoot het op een rustige manier. Dit kwam vooral tot uiting toen zanger Mark Hamilton polste naar het volkslied van België. Weinig of geen respons kwam uit de zaal en meteen werd ook Canada met de neus op de hier heersende communautaire, politieke verwarring gedrukt. Gelukkig bleef de humor zowel op als voor het podium onaangetast.


Op plaat maakt Woodpigeon vaak gebruik van een uitgebreid arsenaal aan  instrumenten en wordt daarmee in de pers meermaals vergeleken met gelijkgestemden als Sufjan Stevens, Belle And Sebastian of Camera Obscura om er een paar te noemen. Hun passage in Brussel verliep heel wat soberder. Zo was de bezetting herleid tot zes muzikanten en ondanks gebruik van akoestische (slide)gitaar, glockenspiel, piano/synth, viool en cello bleven een aantal instrumenten in hun thuisland staan, met niet in het minst de blaasinstrumenten (op basis waarvan ze vorig jaar nog een tournee met onder meer Calexico konden versieren) en de drums. Dit werd gecompenseerd met veelvuldig ritmisch handgeklap en de prachtige, bij momenten pakkende harmonische samenzang, maar toch had wat meer omkadering de songs en de zachte stem van Mark Hamilton extra kracht en impact kunnen geven. Nu bleef bij sommige nummers de voor Woodpigeon typerende opbouw tot een muzikale climax enigszins uit.
Het concert dat bol stond van de melodie, was lief en hartverwarmend en vormde dan ook een aangenaam avondje uit om een koude, regenachtige zondag te doen vergeten. Dit smaakt naar veel meer en kan tellen als ‘een introductie tot …’ (ondanks twee bisrondes duurde de set net iets meer dan een uurtje).

Omdat de meeste groepsleden ook nog deel uitmaken van andere formaties luidt de vraag hoe de toekomst van Woodpigeon er verder zal uitzien maar gelet op het aantal nieuwe nummers die in de Botanique gebracht werden, lijkt het einde verre van in zicht. Gelukkig maar, want Woodpigeon vraagt zeker uw aandacht om gespot te worden. U hoeft daarvoor geen gepassioneerd ornitholoog te zijn. De groepsnaam heeft namelijk niet zozeer iets te maken met de gelijknamige vogelsoort.  ‘Woodpigeon’ is gewoon een favoriet woord van Mark Hamilton omdat het schuin geschreven, lijkt op een achtbaan.
Dit verduidelijkt zijnde, houdt ondergetekende voor hun album ‘Treasury Library Canada’ nu alvast een plaatsje vrij in het eindejaarslijstje.

Organisatie: Botanique, Brussel.

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Voor Duyster adepten had het Cactus Muziekcentrum het voorbije weekend heel wat in petto. Zo stonden vrijdagavond niet alleen Sleepingdog en Timesbold op de planken maar afgelopen zondag heetten zij in Brugge ook Ólafur Arnalds en support act Gregor Samsa welkom. Om het weekend ontspannen af te sluiten, koos ondergetekende voor laatstgenoemde optie.

Het Amerikaanse Gregor Samsa werd acht jaar geleden in Richmond opgericht door Champ Bennett (zang, gitaar en piano) en Nikki King (zang, rhodes piano en keyboard). Het duo (sinds september vorig jaar ook een echtpaar) is de enige constante binnen de groep want de voorbije jaren vonden er ruim 30 personeelswissels plaats.
Na twee EP’s, een full album en twee split EP’s met respectievelijk The Silent Type en Red Sparrows, brachten zij zopas een nieuw volwaardig album uit, genaamd ‘Rest’. De nummers op dit album, via email geschreven en in een periode van ongeveer 8 maanden opgenomen in New York, vallen onder de globale noemer van postrock en slowcore en kennen steeds een geduldige, verzorgde en gelaagde opbouw. Nog meer dan op plaat werd dit live in de verf gezet en won het songmateriaal aan kracht en intensiteit. Dit werd niet alleen meteen duidelijk via opener “Jeroen Van Aken” (inderdaad een verwijzing naar de geboortenaam van de grootmeester Hieronymus Bosch), maar ook in nummers als “Ain Leuh” en “Abutting, Dismantling” (allemaal afkomstig van het nieuwe album). Het septet musiceerde steeds erg geconcentreerd en behoedzaam. Zo werd er wel eens van instrument (piano, gitaar, viool, klarinet, xylofoon) en plaats gewisseld en de groepsleden gingen daarbij zo voorzichtig te werk alsof ieder extra geluidje de gecreëerde spanning zou breken.
Een vanuit fluisterstand ingezette “Young And Old” uit het album ‘55:12’(2006) sloot crescendogewijs de set af.

Hoe ingetogen maar intens de muziek van Gregor Samsa bij momenten ook klonk, het was totaal niet te vergelijken met de verfijnde en o zo breekbare composities van Ólafur Arnalds.
Deze amper 22-jarige muzikant afkomstig uit het IJslandse Mosfellsbaer, speelt weliswaar mee in een folk/postounkgroepje van een vriend, My Summer As A Salvation Soldier, en is drummer bij hardcorebands als Fighting Shit en Celestine, maar de grootste aandacht momenteel toch naar zijn eigen werk dat wordt gekenmerkt door een combinatie van klassieke muziek, postrock en ambient elektronica.
Vergelijkingen met Max Richter en zijn landgenoten Jóhann Jóhannsson en Hilmar Örn Hilmarsson en liggen daarbij zo voor de hand.

Ólafur Arnalds stond in Brugge al voor de derde maal dit jaar op een Belgisch podium en de set bestond uit nummers van zijn debuutalbum, het bejubelde ‘Eulogy For Evolution’, en van de nieuwe EP ‘Variations Of Static’. Tevens kwamen er enkele nieuwe songs van het later dit jaar te verschijnen tweede album aan bod.
Ook deze keer liet hij zich begeleiden door zijn vaste strijkerkwartet, namelijk drie vrouwelijke violisten en één mannelijke cellist (tevens dezelfde muzikanten die ook meewerkten aan zijn nieuwe EP). ‘Begeleiden’ is echter te zwak uitgedrukt want veelal was net het omgekeerde het geval, namelijk dat de strijkers de bepalende factor waren en dat Ólafur Arnalds voor de omlijsting zorgde via subtiele piano, laptop en af en toe ook wat loops en beats.
Al vanaf de eerste noot liet het publiek zich meevoeren op de ijle klanken. De muziek sprak voor zich. Oogcontact of zelfs interactie met het publiek werd door de groep tot het uiterste minimum herleid en beperkte zich overwegend tot een vriendelijke dankbetuiging voor het applaus van het publiek Enkel toen de erg verkouden Ólafur Arnalds iets voorbij halfweg de set moeite had om niet te hoesten doorheen een nummer, excuseerde hij zich hiervoor uitvoerig en hoopte hij dat dit geen hypotheek zou leggen op het verdere verloop van het Europese luik van zijn tournee, temeer daar zijn concert in de Cactus Club pas het tweede van de nu al dertig geplande concerten was.
Met “Himininn er ad hrynja”, en “Störnurnar fara pér vel” uit de EP ‘Variations Of Static’ werd de eigenlijke set afgerond maar de groep kwam terug voor nog één toegift. Daarbij mocht het publiek kiezen tussen een nieuw dan wel bestaand eigen nummer of een cover. Ook indien het publiek géén nummer meer wenste, kon men hem dat ook gerust laten weten, merkte hij schalks op.
Zelf hadden we graag nog eens zijn vrije interpretatie van het nummer " Marching bands of Manhattan" van Death Cab For Cutie gehoord maar het werd een volstrekt nieuw nummer waar Ólafur Arnalds de werktitel “Postrocksong” aan gaf. Meteen het einde van iets minder dan een uurtje verstilde pracht.

Op basis van wat ons de voorbije jaren ter ore is gekomen, lijkt het muzikale talent in IJsland al even talrijk als het aantal plaatselijke meren en rivieren. Welnu, ook Ólafur Arnalds mag als een revelatie beschouwd worden.

Organisatie: Cactus Club Brugge


De Noor Erlend Æye wordt nog steeds (te) vaak in één adem genoemd met de zogenaamde New Acoustic Mouvement, een muziekstroom die in 1999 in het leven geroepen werd door de Britse pers nadat binnen de muziekwereld een verhoogde belangstelling voor de akoestische gitaar werd vastgesteld en bepaalde groepen succes oogsten door in hoofdzaak gebruik te maken van dit instrumentarium. Eén van die bands was onder meer Kings Of Convenience, een samenwerking tussen Erlend en zijn landgenoot Erik Glambek Bøe. Met albums als ‘Quiet Is The New Loud’ en ‘Riot On An Empty Street’ konden ook zij een breder publiek bekoren, mede wellicht ook door de verschijning van Erlend Æye zelf (die altijd te grote brilmonturen!).

Of deze hem ook letterlijk een bredere kijk op de wereld verschaften, laten we in het midden maar in ieder geval begon Erlend ook nieuwe horizonten te verkennen en distantieerde hij zich meer en meer van het genre waar hij bekend mee geworden was. Zo ging hij als dj aan de slag, maakte een ambient, elektrogetint soloalbum, stelde  een verzamel-cd in de befaamde DJ Kicks reeks samen, verleende zijn medewerking aan nummers van andere artiesten uit de elektronicawereld, waaronder “Poor Leno” van Röyksopp, en richtte hij vanuit Berlijn samen met b
assist Marcin Öz, drummer Sebastian Maschat en keyboardspeler Daniel Nentwig de groep The Whitest Boy Alive op. En het was met deze formatie dat Erlend Æye afgelopen vrijdag op de planken van de Handelsbeurs stond.

Als voorafje kregen we het Zweedse
Slagsmålsklubben (een vertaling van de filmtitel ‘Fight Club’) geserveerd. Deze groep kwam eind 2000 tot stand in Norrköping en hoewel voortvloeiend uit de progressieve rock groep ‘The Solbrillers’, heeft de muziek die ze brengen met dit genre geen enkele uitstaans meer. Integendeel, zelfs. Ze maken integraal gebruik van  oude 8-bit (spel)computers en mocht je pakweg Trans-X, The Moog Cookbook en Apparat Organ Quartet samen in een shaker voegen, dan zou het resultaat aardig in de buurt komen van de klanken die het Zweedse zestal uit hun arsenaal van instrumenten halen.
Het concert in de Handelsbeurs was meteen ook hun eerste op Belgische bodem. Dat dit echter niet zonder problemen zou verlopen, werd al meteen duidelijk toen de groep door fileperikelen later dan voorzien in Gent arriveerde en de set ingekort diende te worden. Maar dit euvel belette niet om op basis van slechts vijf nummer meteen het aanwezige publiek in te pakken en hen aan het dansen te krijgen. Op de tonen van de weliswaar vaak érg foute maar zo aanstekelijke nummers als onder meer “Hänt” en “Sponsored By Destiny” (beiden uit hun vorig jaar verschenen album ‘Boss For Leader’) leefde het publiek zich uit, terwijl ondertussen het jonge vijftal (waar het zesde groepslid gebleven was, is ons een raadsel) opgesteld achter hun, op enkele tafels geplaatste elektronische apparatuur druk in de weer was om aan de knoppen te draaien, flesjes bier te ontkurken en snoepgoed het publiek in te slingeren. Veel te vroeg naar de zin van het publiek en van de groep zelf, werd een einde gemaakt aan de miniparty om plaats te maken voor hun Noorse collega Erlend Øye en zijn groep The Whitest Boy Alive. Wat ons betreft, mogen zij hun oefening deze zomer nog eens komen overdoen op een zomerfestival. Programmeer deze in de Dance Hall of in de Boiler van Pukkelpop en pret en dansplezier gegarandeerd!

De vraag was of The Whitest Boy Alive het dansfeestje verder zou zetten of zich toch eerder zou houden aan de typerende stijl van hun enige album tot nu toe (‘Dreams’ uit 2006), zijnde een warme, vaak ingetogen sound met een mix van rock, pop en subtiele elektronica.

Snel werd duidelijk dat qua tempo de set opbouwend was samengesteld. Het concert begon namelijk rustig door middel van enkele nieuwe nummers afgewisseld met reeds bekend werk als “Golden Case”. The Whitest Boy Alive gaf daarbij impliciet mee dat de nummers van het later dit jaar te verschijnen tweede album, qua groepsgeluid in het verlengde zullen liggen van het debuut, getuige onder meer “Gravity” en “Intentions”.
Telkens zweefde de zo typerende zachte, melancholisch aandoende stem van Erlend Øye mooi over de afgemeten muzikale begeleiding van de Fender Rhodes en de Crumar synthesizer bespeeld door Daniel Nentwig, de sobere basgeluiden van Marcin Öz en het geconcentreerde drumwerk van Sebastian Maschat.
Pas met “Fireworks” werd er wat meer vaart in de set gestoken en dit op uitdrukkelijke vraag van Erlend zelf die het idee had dat zij nog nooit zoveel rustige nummers na elkaar hadden gespeeld. Meteen de aanleiding voor de zanger/gitarist om aan te tonen dat hij niet de nerd is waar velen hem voor aanzien en om zijn verborgen entertainerkwaliteiten ten toon te spreiden. Erlend zweepte het publiek op, vroeg aan de lichtman de zaal in duisternis te hullen en dreef aldus de spanning op. Ook Daniel Nentwig liet zich niet onbetuigd en kantelde zijn Crumar synthesizer richting publiek om het nummer aldus van een spetterend einde te voorzien. Na “Above You” begon hij zelfs wat te tafeltennissen en te frisbeeën.
Meteen de start van een gedaantewisseling van de groep want het publiek kreeg een pompende cover van “Show Me Love” (Robin S) dat vakkundig verweven werd met “Gypsy Woman (She’s Homeless)” (Crystal Waters). Over de geslaagdheid ervan kan getwijfeld worden (de stem van Erlend kwam wat zwakjes over om weerstand te bieden tegen de drumpartij en de beats) maar de impact op het aanwezige publiek was treffend. Onder luid applaus en gejuich werd er al snel massaal een dansje geplaatst, zeker toen de publiekslieveling, het onvermijdelijke “Burning”, niet alleen op plaat maar ook live het meest swingende eigen nummer, werd ingezet.
Als toegift kregen we uiteindelijk nog een mooi, vertederende “Don’t Give Up” waarbij een duozang met bassist Marcin Öz werd aangegaan, terwijl een cover van “Music Sounds Better With You” (Stardust) en een stukje “Move Your Body” (Marshall Jefferson) de definitieve afsluiters van dienst waren. Daarbij werden nog eens alle remmen los gegooid zowel op (Erlend bespeelde - wijselijk zonder zijn reusachtige bril - de cimbalen met zijn voorhoofd) als voor het podium. Enkele meisjes begaven zich almaar dichter richting de groep in een ultiem verlangen de aandacht te trekken van Erlend. Dit was ook hem niet ontgaan en hij trok resoluut een jonge deerne het podium op om zich met haar aan een dansje te wagen. Het gaf meteen aanleiding tot hilarische taferelen, zeker omdat de stijl die Erlend daarbij via zijn molenwiekende armen aan de dag legde, letterlijk en figuurlijk alle kanten uitging. Het wérkte want het publiek ging nog meer door het lint en trakteerde de groep op een uitbundig applaus.
Meteen bleek ook dat het ietwat sullige voorkomen van Erlend Øye slechts een façade is en geheel niet strookt met zijn geaardheid. Hij weet verdomd goed hoe hij de fans voor zich moet winnen en welk effect hij heeft op vrouwelijk schoon.
En om het bij het muzikale te houden, ook de nummers van The Whitest Boy Alive klinken op het eerste gehoor misschien wat eenvoudig en onsensationeel maar verraderlijk als ze zijn, blijven ze toch snel hangen en onbewust gaat men er gedwee bij neuriën. Dit was nu niet anders. Ook al vonden we hun passage op Pukkelpop vorig jaar straffer en strakker, afgelopen vrijdag was het opnieuw genieten geblazen.

De groepsleden bleken achteraf zelf niet onverdeeld positief te zijn over hun prestatie. Eén geldig excuus konden ze alleszins inroepen. Een drietal weken geleden brak Erlend Øye namelijk zijn arm en kreeg hij doktersverbod om een instrument te bespelen. Het was dus überhaupt een prestatie dat The Whitest Boy Alive een leuk concert kon geven, laat staan dat de tournee wordt afgewerkt.
De avond nadien, 17 mei, trad de groep op in de Muziekodroom te Hasselt en op 17 juli zijn ze ook nog  te zien en te horen op het Dour Festival.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Achter de Naam Dirt Music gaan drie veelzijdige, multi-instrumentale artiesten schuil die binnen de alternatieve muziekscène niet alleen onder eigen naam platen hebben uitgebracht maar ook deel hebben uitgemaakt van of een bijdrage hebben geleverd aan diverse groepen. Het betreft niemand minder dan Chris Eckman (The Walkabouts, Chris and Carla en meegewerkt aan platen van onder meer Willard Grant Conspiracy, Midnight Choir en Tosca), Hugo Race (wordt momenteel begeleid door True Spirit, heeft een aantal zijprojecten en was eerder ook gitarist bij The Bad Seeds) en Chris Brokaw (Come, Codeine en samengewerkt met bijvoorbeeld Evan Dando, Steve Wynn, Willard Grant Conspiracy en Karate).

Vorig jaar ontstond het idee om ook samen iets te doen. Aan de hand van enkele concerten in Centraal Europa werd het individueel bij elkaar geschreven songmateriaal uitgetest om dit vervolgens in november op te nemen in een analoge studio nabij Praag. Het resultaat was een gelijknamig album en dit kwamen ze nu afgelopen zondag voorstellen in de Gentse Handelsbeurs.
Op de plaat werd de muzikale omlijsting doelbewust zo karig mogelijk gehouden en de muziek tot de essentie herleid. Ook op het podium koos het drietal voor dezelfde aanpak. De urban folkblues zoals ze hun stijl zelf noemen, kreeg via een afwisselende instrumentatie een psychedelisch en bij momenten donker randje.
De set bestond – met uitzondering van het instrumentale “Erica Moody” - uit  afwisselend (samen)gezongen en drumloze, overwegend op elektrische gitaar gebrachte nummers die werden aangevuld met slide, banjo, melodica en orgel. Dit leidde tot erg mooie resultaten, zoals onder meer bij “The Other Side” (als The Gutter Twins zoveel – terechte – aandacht krijgen, waarom dit nummer dan niet?), “Sun City Casino” (duister als de nacht), “Still Running” (een nummer dat Terry Lee Hale of  Robbie Robertson vergeten zijn op te nemen), het ritmische en tekstueel rijkelijke “Ballad Of A Dream” en “Wasted On” (zou zo op een plaat van The Walkabouts passen).
Wat het laatstgenoemde nummer betreft, was het trouwens ook nog zo dat meteen daarna Hugo Race het publiek bedankte en het podium wou verlaten. Een kleine misrekening qua tijdsindeling want vooraleer twee toegiften te brengen, zou er nog een ander nummer gespeeld worden. Na een kleine terechtwijzing van de grappende  Chris Eckman, kon er genoten worden van een slepende en van aanzwellende outro voorziene versie van “Morning Dew” (oorspronkelijk van Bonnie Dobson).
Vanzelfsprekend werd geput uit het enige album maar omdat er vooral geschreven en geëxperimenteerd wordt tijdens de tournee, kregen we ook al een weergave van enkele nieuwe nummers, zoals – onder voorbehoud dat dit ook de definitieve titels worden – “New Caledonia” en “Ready For The Sun”.

Of het mooie weer er voor iets tussen zat, velen met een korte werkweek in gedachten al op vakantie vertrokken waren dan wel de naambekendheid van de groep op zich nog niet voldoende groot is, in ieder geval waren er slechts een gering aantal toeschouwers komen opdagen. Jammer voor de groep en de organisatie, maar anderzijds gaf dit het wél aanwezige, aandachtige publiek de mogelijkheid om gezellig zittend op een barkruk de ideale soundtrack bij een mogelijke road movie van erg nabij te beluisteren en te beleven. De beelden van weidse landschappen mocht men er naar vrije keuze zelf bij bedenken.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Als de dag van gisteren herinner ik me nog hoe in 1990 de kennismaking met The Posies verliep. “Mrs. Green” en de eerste single “Golden Blunders” uit het album ‘Dear 23’ waren heel sporadisch te horen in de nachtuitzendingen van onze nationale radiozenders en onder invloed van de mooie melodieën en gitaarstructuren werd overgaan tot de aanschaf van het volledige album. Dit betekende meteen het begin van een nog steeds durende muzikale appreciatie. Ook nadien vond het platenwerk van The Posies namelijk gemakkelijk een weg naar onze cd-speler.

Toen Jon Auer en Ken Stringfellow, de twee spilfiguren van de groep, een tijdje terug aankondigden dat ze naar aanleiding van het 20-jarige bestaan van hun debuutplaat, als duo en akoestisch zouden toeren, werd dan ook reikhalzend uitgekeken of ze ook ons land zouden aandoen. En we werden door enkele concertorganisatoren meer dan verwend want de afgelopen dagen waren ze niet minder dan driemaal te zien en te horen op een Belgisch podium, namelijk in Brussel, Oostende en Antwerpen. Musiczine zond meteen zijn recensenten uit: op elk van deze locaties was er wel één of meerdere redacteur te bespeuren (zie overzicht concertbesprekingen). Vreemd is dit niet te noemen, want ook bij de medewerkers zijn The Posies geregeld het voorwerp van gesprek.

Ondergetekende koos deze keer voor de Trix Club en net als de voorgaande twee data deed het – eveneens voor de gelegenheid als duo samengestelde - Utrechtse The Gasoline Brothers het voorprogramma. De beide groepen kennen elkaar al enkele jaren en tijdens het luikje van de tournee in de lage landen fungeren de Noorderburen niet alleen als chauffeur en opvang van Jon en Ken, maar ook als uitleners van apparatuur en kledij.
Hoewel erg sympathiek en potentieel hebbende, kregen wij de indruk dat afgelopen donderdag de motor bij
Roel Jorna en Mathijs Peeters sputterde. De songs die live werden ontdaan van hun elektrische franjes, klonken wat teveel hetzelfde en de zang was geregeld onvast. De semi-akoestische aanpak leek dan ook niet de geschikte formule.

Gelukkig was dit bij The Posies wél het geval. Hoewel er al onmiddellijk moet opgemerkt worden dat er van een écht akoestische avond geen sprake was. Meteen vanaf de opener “Definite Door” werden de elektrische gitaren ingeplugd en dit zou ook zo blijven tijdens het gehele concert.
Er werd nagenoeg integraal gegrossierd uit de drievuldigheid ‘Frosting On The Beater’ (1993), ‘Amazing Disgrace’ (1996) en ‘Success’ (1998). Enkel via “Compliment” (uit het debuut ‘Failure’, 1988), “Conversations” (‘Every Kind Of Light’, 2005) en “Apology” (‘Dear 23’, 1990) werd hiervan afgeweken.
Of Jon dan wel Ken de hoofdvocalen afwisselend voor hun rekening namen, hét kenmerkende en dé kracht blijft toch nog steeds de harmonieuze samenzang tussen beiden. Door de sobere aankleding van de melodieuze, veelal in powerpop gedrenkte songs werden hun vocale capaciteiten zelfs nog meer in de verf gezet. Dit kwam duidelijk tot uiting in nummers als “When Mute Tongues Can Speak”, het ingetogen “Earlier Than Expected”, het van subtiele gitaarklank voorziene “Flavor Of The Month”, het eerder vermelde “Conversations” en “You're The Beautiful One” dat opgeluisterd werd met enkele strofen a capella zang.
Het meest aangrijpende moment van de avond bevond zich ongetwijfeld halfweg de set in de vorm van “Burn & Shine”, niet alleen omwille van de wijze waarop het werd gebracht maar bovenal omdat Jon en Ken dit met oprecht respect en sympathie opdroegen aan een eerder dit jaar op véél te vroege leeftijd overleden dierbare vriend en tevens trouwe medewerker aan deze website.
Met “Coming Right Along” dat op het einde een lang uitgesponnen gitaardistortion meekreeg, werd een erg mooi concert afgesloten.

Toeval of niet, maar The Posies speelden deze avond exact twintig nummers. Als ze deze rekensom aanhouden, dan belooft dat voor hun 40-jarige bestaan!

Setlist:
Definite Door / Who To Blame / Throw Away / Please Return It / Daily Mutilation / Compliment? / World / When Mute Tongues Can Speak / Burn & Shine / Farewell Typewriter / Dream All Day / Earlier Than Expected / Flavor Of The Month / Ontario / Conversations / Solar Sister / Apology / Terrorized / You're The Beautiful One / Coming Right Along.

Organisatie: Trix,  Antwerpen

Joe Henry bouwt al jarenlang een artistiek hoogstaande carrière uit. Hij is niet alleen een begenadigde songschrijver maar ook als producer heeft hij al mooie dingen laten horen via platen van onder meer Teddy Thompson, John Doe, Aimee Mann, Mavis Staples en Mary Gauthier. Bovendien stond hij achter de knoppen van de albums ‘Don’t Give Up On Me’ (2002) van Solomon Burke en ‘I’ve Got My Own Hell to Raise’ (2005) van Betty LaVette. Voor beide artiesten leverde dit een comeback van jewelste op, terwijl Joe Henry zelf voor het album van Solomon Burke een Grammy Award in ontvangst mocht nemen.
En ondanks al deze mooie resultaten gaan de eigen albums van de bezige bij Joe Henry niet in grote aantallen over de toonbank. Ook het vorige jaar uitgebrachte ‘Civilians’, zijn 10de en wat ons betreft opnieuw te koesteren soloplaat, zal daar vermoedelijk niet veel aan veranderen. Dat gelukkig niet iedereen kwantiteit als een noodzakelijk synoniem van kwaliteit beschouwt, getuigt het feit dat alle (zit)plaatsen voor zijn concert in de Gentse Handelsbeurs reeds wéken voor datum uitverkocht waren.
Omdat Joe Henry op zijn platen telkens andere accenten legt en nieuwe richtingen wil inslaan, met aandacht afwisselend op onder meer rock, country, soul en funk was het dan ook de vraag hoe de songs afgelopen woensdag zouden gebracht worden. Welnu, op deze tournee laat Joe Henry zich enkel omringen door bassist David Pilch en drummer Jay Bellerose zodat het doel duidelijk was: de soberheid van zijn recentste plaat vertalen naar het podium.

Het concert begon met niet minder dan vijf nummers uit ‘Civilians’, zijnde het titelnummer, “Scare Me To Death”, “Civil War”, “Time Is A Lion” en “You Can’t Fail Me Now” (neergepend samen met Loudon Wainwright III die dit zelf ook nog eens op mooie wijze uitbracht op zijn album ‘Strange Weirdos: Music from and Inspired by the Film Knocked Up’). Joe Henry, die zich onmiddellijk excuseerde dat hij niet de taal van ons land machtig was, speelde afwisselend piano en akoestische gitaar.
Dat Jay Bellerose een uitstekende drummer is, daar moet u ons niet van overtuigen (zie maar wat hij recentelijk heeft gepresteerd op ‘Raising Sand’, het album van Robert Plant en Alison Krauss), maar tijdens de aanvang van het concert vonden we zijn slagen toch wel iets te overheersend (vooral bij “Time Is A Lion”). Misschien was de geluidman eenzelfde idee toegedaan maar feit was wel dat dit nadien leek bijgesteld te zijn zodat de inbreng van de drie muzikanten veel meer op één lijn kwam te liggen en het muzikale evenwicht werd hersteld. Dit bleek meteen bij “This Afternoon” en het prachtig vertolkte “Sold” uit het vorige album ‘Tiny Voices’.
Ondertussen bracht Joe Henry solo op akoestische gitaar “I Will Write My Book”, een lied over onvoorwaardelijke liefde waarbij hij grappend meedeelde dat hij hoopte dat een artieste als Diana Krall dit zou coveren en dat het aldus hem veel geld zou opleveren. Dat zelfrelativerende dat Joe Henry zo typeert, kwam nadien ook duidelijk tot uiting toen hij “Stop” inzette. Hij schreef dit namelijk samen met zijn schoonzuster Madonna (Joe Henry is immers getrouwd met haar zus) en hij merkte droogjes op dat hij van het nummer een tangoversie maakte terwijl zij er onder de titel van “Don’t Tell Me” een megahit mee te pakken had.
Vervolgens werd teruggegrepen naar wat ouder werk via achtereenvolgens een ritmisch “Like She Was A Hammer”, “Fuse”, “Trampolene” en “Flag”. De impact van het gebrachte werk ging duidelijk crescendo en bereikte een absoluut hoogtepunt via opnieuw twee nummers uit ‘Civilians’.
Zo was er eerst “God Only Knows” (niet te verwarren met de gelijknamige Beach Boys klassieker maar een nummer dat eigenlijk speciaal geschreven was voor Mavis Staples) waarbij Joe Henry, gezeten achter de piano, vakkundig werd begeleid door ingetogen baswerk van David Pilch en de drumborstels van Jay Bellerose. De andere climax betrof het als bis gebrachte “Our Song” dat nóg kaler en scherper klonk dan op plaat waarna de drie muzikanten die opnieuw een perfecte symbiose vormden, onder een staande ovatie het podium verlieten.
Er was uiteindelijk ruimte voor nog een toegift in de vorm van “Edgar Bergen” waarin een flard “I’ve Got You Under My Skin” werd verweven.

Het publiek heeft kunnen genieten van een rasartiest (een vergelijking met Tom Waits ligt om diverse redenen zo voor de hand) die zijn vakkundige, tekstueel erg sterke songs op het podium liet schitteren, geruggensteund door twee sterke begeleiders én de akoestische troeven van de Handelsbeurs.
De alt-country nummers uit zijn beginperiode en jammer genoeg ook een prachtige plaat als ‘Shuffletown’ werden onaangeroerd gelaten. Evenmin werd de ‘Map Of Belgium’ uit de kast gehaald. Maar wie weet wijst dit erop dat Joe Henry ook zonder landkaart één van onze podia heeft weten te vinden. Hopelijk herhaalt hij dit binnenkort nog eens. Uit het gesprek dat we achteraf nog met hem hadden, bleek dat hijzelf alvast vragende partij is. Dus organisatoren: grijp uw kans!

Setlist: Civilians, Scare Me To death, Civil War, Time Is A Lion, You Can’t Fail Me Now, This Afternoon, I Will Write My Book, Sold, Stop, Like She Was A Hammer, Fuse, God Only Knows, Trampoline, Flag, Our Song, Edgar Bergen / I’ve Got You Under My Skin

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

vrijdag 09 november 2007 00:00

Drie op een rij voor Wilco

Wilco was dit jaar al tweemaal te bewonderen in ons land, namelijk op het Dour Festival en eind mei in de Gentse Vooruit. Vooral dat laatste concert werd door pers en publiek alom met superlatieven overladen en blijft nog steeds nazinderen.

De vraag was dan ook of Wilco in Brussel die status zou weten te behouden en hoe het gesteld zou zijn met de gemoedstoestand van Jeff Tweedy. De zanger en spilfiguur van de groep was de voorbije jaren verslaafd aan pijnstillers in de hoop aldus zijn regelmatig terugkerende migraine te bestrijden en bovendien had hij ook af te rekenen met paniekaanvallen, wat er toe leidde dat tournees afgelast dienen te worden en op een bepaald ogenblik de toekomst van de groep sterk gehypothekeerd werd. Jeff Tweedy kreeg zijn problemen gelukkig onder controle, er kwam dit jaar  een nieuw, op roots rock geënt album ‘Sky Blue Sky’ uit en zoals al aangegeven, gaf de groep de voorbije maanden het beste van zichzelf op de podia.

Al snel werd afgelopen dinsdag duidelijk dat er geen reden tot twijfel diende te zijn en dat ook het publiek in Brussel zou beloond worden op een prachtige muzikale avond.
De opening van de set was enigszins verrassend te noemen met “Sunken Treasure” uit het album ‘Being There’ en met “When The Roses Bloom Again”, een onuitgegeven song uit de ‘Mermaid Avenue’ sessies, waarbij Wilco samen met Billy Bragg enkele teksten van Woody Guthrie van muziek voorzag. Met “You Are My Face” en “Side With The Seeds” werd vervolgens een eerste keer in ‘Sky Blue Sky’ gegrossierd.
Via “She’s A Jar (Summerteeth)” werd een rustig moment ingelast waarbij Jeff Tweedy, getooid met een witte Stetson, het nummer een extra mooie klankkleur gaf via mondharmonica. Nadien werd enkele versnellingen hoger geschakeld. Het op luid applaus onthaalde “I Am Trying To Break Your Heart”, afkomstig van het uitstekende ‘Yankee Hotel Foxtrot’ album, werd voorzien van een chaotisch maar berekend elektronische intro en een uitzinnig rockende outtro en hiermee werd meteen de toon gezet. “Pot Kettle Black”, “Handshake Drugs”, “A Shot In The Arm” (gitaren werden zelfs tegen de versterkers aangeschuurd), “Impossible Germany” (dat in het middenstuk zelfs wat weg had van The Eagles en waarbij de input van gitarist Nels Cline zeker dient vermeld te worden) en vooral “Via Chicago” (waarbij het leek alsof Jeff Tweedy het gezelschap had gekregen van The Crazy Horse) ondergingen allemaal een extra stevige rock and roll behandeling.
Er werd via “Too Far Apart” ook teruggegrepen naar het debuut ‘A.M.’ waarvan Jeff Tweedy er – verkeerd - van overtuigd was dat dit album in België nooit was verschenen. Ietwat ingetogener nummers zoals “Jesus, Etc.” en “I’m The Man Who Loves You”, allebei uit opnieuw ‘Yankee Hotel Foxtrot’, “Walken” uit het recente album en “Hummingbird” uit ‘A Ghost Is Born’ sloten het eerste deel van de set af.
Maar de trouwe fans wisten dat er nog een mooi toemaatje zou komen en de groep vulde via twee uitgebreide bisrondes de verwachtingen in. Passeerden de revue: “Hate It Here”, “Poor Places”, een ruim tien minuten durende “Spiders (Kidsmoke)”, “Califonia Stars” (een nummer uit het ‘Mermaid Avenue Vol.1’ album), het erg knappe “Heavy Metal Drummer” om uiteindelijk af te sluiten met drie nummers uit ‘Being There’, zijnde “Red-Eyed And Blue”, “I Got You (At The End Of The Century” en “Outtasite (Outta Mind)” waarbij alle groepsleden zich de naad uit het lijf speelden.
Jeff Tweedy beroerde zijn gitaar, kon/wou een glimlach niet wegsteken en genoot duidelijk van het enthousiaste en naar zijn zeggen gedisciplineerde publiek. “Ik wil iedereen gelukkig maken in de zaal”, liet hij weten.

Welnu, 24 nummers en 2 uur verder, was de slotsom dat hij dit ook verwezenlijkt had. Maar niet alleen hij, op het podium stond de gehele avond een collectief sterke, op elkaar ingespeelde groep waarvan elk lid zijn rol te vervullen heeft.
Wilco deed het dus opnieuw en scoort een duidelijke drie op drie!

Organisatie: Live Nation.

Nauwelijks een jaar na ‘Foxtrot’ bracht Genesis in 1973 het al even indrukwekkende ‘Selling England By The Pound’ uit. Dit album kan - net als haar voorganger - niet enkel als één van de hoogtepunten uit de artistieke carrière van de groep beschouwd worden maar mag zelfs tot één van de absolute meesterwerken uit de geschiedenis van de progressieve en symfonische rock gerekend worden.
De kwaliteit van de epische songs kwam ook tijdens de daarop aansluitende tour duidelijk naar voor, niet in het minst omdat Genesis een nieuwe dimensie wilde geven aan het begrip rockconcert en via een kruisbestuiving tussen muziek en theater een – zeker voor die tijd - schitterend spektakel bracht.
Genesis startte de ‘Selling England By The Pound’ tour in september 1973 met enkele concerten in Europa waarna men ook naar de VS en naar Canada ging om nadien in januari tot midden februari 1974 opnieuw enkele bijkomende voorstellingen in Europa te geven (waaronder eentje in Brussel). Deze concerten staan bekend als de ‘White Shows’. Vanaf maart tot mei 1974 voegde Genesis ook nog eens een aantal shows toe in de VS en Canada maar zij veranderden daarbij heel wat aan het visuele aspect ervan. Zo kwamen er bijvoorbeeld zwarte gordijnen, twee grote ronde projectieschermen en alle instrumenten en accessoires werden zwart geschilderd. Deze voorstellingen, de zogenaamde ‘Black Shows’, werden nooit in Europa gebracht en er bestaan ook slechts enkele foto’s van.
Toen eind vorig jaar werd aangekondigd dat Genesis na 15 jaar opnieuw op tournee zou gaan, werd door de fans van de ‘vroege Genesis’ (de periode dat Peter Gabriel nog deel uitmaakte van de groep) gehoopt dat dit in de topbezetting zou zijn, namelijk: Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford. Maar al snel werd duidelijk dat de droom geen werkelijkheid zou worden want zowel Peter Gabriel als Steve Hackett haakten af, allebei om de officiële reden dat zij al een overdruk programma af te werken hadden.

Gelukkig is er ook nog de Canadese groep The Musical Box die zich sinds halfweg de jaren ‘90 toelegt op het met minutieuze precisie nabootsen en -spelen van concerten die Genesis begin de jaren ’70 gaf. En dat dit tot in de kleinste details gebeurt, getuigt het feit dat élke noot, élke beweging, élke make-up, maskers, kostuums en élke projectie of lichtshow wordt gekopieerd. Er wordt daarbij zelfs gebruik gemaakt van originele stukken (zoals de geprojecteerde dia’s) die zij als enige via een officiële licentie mogen gebruiken van Genesis en Peter Gabriel. Zelfs de verhaaltjes die Peter Gabriel als bindtekst tussen de nummers vertelde, worden door de zanger Denis Gagné woord voor woord nagesproken (in Brussel weliswaar in het Frans).
The Musical Box is dus veel meer dan een gewone covergroep en wil het publiek via een virtuele teletijdmachine dertig jaar terug in de tijd slingeren en daarbij de illusie wekken dat zij de echte Genesis te zien en te horen krijgen. Afgelopen zaterdag toen ze in het Koninklijk Circus de voormelde legendarische ‘Black Show’ van de ‘Selling England By The Pound’ tour brachten, trokken ze alle registers open om in hun opzet te slagen.
Op de tonen van de mellotron bespeeld door David Myers werd in aanvankelijke volle duisternis geopend met “Watcher Of The Skies” afkomstig uit het ‘Foxtrot’ album. Terwijl alle andere groepsleden in een wit kostuum getooid waren, was zanger Denis Gagné gehuld in een lange cape voorzien van vleermuisvleugels. Zijn ogen waren omringd door fluorescerende make-up en keken de toeschouwers indringend toe, terwijl op de grote ronde schermen ook nog eens ogen werden geprojecteerd die zijn voorbeeld leken te volgen.
Bij “Dancing With The Moonlit Knight” dat gaat over het mythologische verleden van Engeland, verscheen Denis Gagné op het podium met een ridderhelm op het hoofd en met een borstplaat met daarop de afbeelding van de Union Jack.
Vervolgens werd na het vertellen van een aangepaste versie van het Romeo en Julia verhaal, “The Cinema Show” ingezet met een harmonieus gitaargeluid waarbij een draaiende glitterbal verlicht door twee lampen, het Koninklijk Circus voorzag van een intieme sfeer.
“I Know What I Like (In Your Wardrobe)” werd via een verhaal over de vijf rivieren opgevolgd door het prachtig gespeelde “Firth Of Fifth” waarbij een klassiek aandoende piano intro onder meer werd aangevuld met dwarsfluit en een lange gitaarsolo van François Gagnon. Nadien kwam ‘The Musical Box’, een surrealistische song handelend over dood, reïncarnatie en lust uit ‘Nursery Cryme’ (1971), aan de beurt.
Volgend op “Horizons”, een kort instrumentaal stukje uit ‘Foxtrot’ dat solo gespeeld werd door François Gagnon, werd onder luid applaus “The Battle Of Epping Forest”, ingezet. Bij dit nummer werd niet alleen erg knap gemusiceerd maar het werd ook expressief uitgebeeld.
Een meer dan 20 minuten uitgevoerde versie van “Supper’s Ready”, het afsluitende nummer van ‘Foxtrot’, vormde het orgelpunt van de set door onder meer de klank van drie simultane gitaren, waaronder een authentieke Rickenbacker double neck (bass en een semi-akoestische gitaar) bespeeld door Sébastian Lamothe. Ook werd hier opnieuw voorzien in een visueel mooi spektakel omdat Denis Gagné – een constante gedurende het volledige concert trouwens - geregeld van kleding wisselde, zoals het bekende bloemenmasker en het fluorescerende rode geometrische masker.
De échte Genesis hield er van om af te sluiten met “Supper’s Ready” maar in enkele shows werd ‘The Knife’ uit het album Trespass (1970) als toegift gebracht. Ook The Musical Box deed dit in Brussel. Het meest rockende nummer uit de Peter Gabriel periode slaagde er ook nu weer in om via een krachtige riff, doeltreffend keyboard, zware bas, dwarsfluit en een aldoor goede drumpartij van Gregg Bendian een publiekslieveling te zijn.

Was het nu 1974 of 2007? Als toeschouwer kan men best voor zichzelf uitmaken in welke mate men zich laat meeslepen door het spektakel van The Musical Box maar een concert van deze Canadezen is voor al wie houdt van Genesis, en in de eerste plaats van het meer arty deel van hun discografie, alsook voor iedere liefhebber die progressieve en symfonische rock een warm hart toedraagt, een sterke aanrader.
We geven alvast mee dat The Musical Box volgend jaar opnieuw naar België zou komen, en meer bepaald op 11 en 12 oktober. Zij brengen dan respectievelijk in Luik (Le Forum) en Brussel (Koninklijk Circus) een voorstelling van de ‘A Trick Of The Tail’ tour.

Het voorprogramma werd overigens verzorgd door het Italiaanse The Watch, die hun nieuwe album ‘Primitive’ kwamen voorstellen en die, afgaande op hun groepsgeluid, duidelijk óók zijn beïnvloed door de vroege Genesis.

Setlist:
Watcher Of The Skies, Dancing With The Moonlit Knight, The Cinema Show
I Know What I Like (In Your Wardrobe), Firth Of Fifth, The Musical Box, Horizons, The Battle Of Epping Forest, Supper's Ready, The Knife

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Transformatie van de Oude Beestenmarkt

De weersomstandigheden van gisteren indachtig, keken we toch maar even naar boven toen Herman Dune op het podium verscheen en de 4de dag van Boomtown 07 opende. Gelukkig bleek de zon de regen te kunnen verdringen en was het publiek in de mogelijkheid zich rustig te focussen op de vrolijk klinkende pop folk van Herman Dune, een groep die vooral gevormd wordt rond de half Franse, half Zweeds broers David-Ivar en Andre Herman Dune en sinds 2001 ook door Neman Herman Dune. Deze laatste is dan weer van Zwitserland afkomstig.
Ze hebben behalve diverse zijprojecten ook al een aantal lo-fi albums op hun actief staan (als Herman Düne, let op de minieme naamsverandering) maar het is pas met het vorig jaar, op een Frans label uitgebrachte en van iets ruimere arrangementen voorziene album ‘Giant’, dat ze hier enigszins wat bekendheid beginnen te krijgen. 


Op het podium oogt Herman Dune totaal onhip. David-Ivar heeft een onvaste stem die ons ook wel deed denken aan deze van Jonathan Richman, hij weet zich soms niet goed een houding aan te nemen en sommige songs lijken wat met los zand aan elkaar te hangen. En toch: schijn bedriegt. Wat is het allemaal sympathiek, leuk en vooral goed gedaan. Of het nu de huppelende, door trompet ondersteunde, “I Whish That I Could See You Soon” of “Take Him Back To New York City” betreft, dan wel gekozen wordt voor het meer rustige “When The Water Gets Cold & Freezes On The Lake” (alledrie afkomstig van ‘Giant’), het roept telkens een mooi vakantiegevoel op. Het publiek wiegde dan ook ongedwongen mee op de door Herman Dune gebrachte antifolk.
Er werden ook enkele nieuwe nummers zoals “My Baby’s Afraid Of Sharks” en “My Home Is Nowhere Without You” gebracht maar hét moment was misschien wel toen Neman zijn drumstel verliet en “I’d Rather Walk Tan Run” met kleine cimbaaltjes van het nodige ritme voorzag, daarbij dansend als een ballerina.

De band vond het zelf ook allemaal best gezellig en wou maar blijven spelen, ware het niet dat men vanuit de zijkant van het podium teken deed dat de tijd er op zat. Erg jammer, maar er moest plaats gemaakt worden voor het Vlaamse ‘fenomeen’ Fixkes.

Want inderdaad, het gaat snel, érg snel voor de Stabroekse dialectpoppers. Pas eind november 2005 bezig maar intussen alom op de radio aanwezig met hun van weemoed doordrongen single “Kvraagetaan”, een nummer dat trouwens alle records van de Ultratop heeft gebroken en er toe heeft geleid dat Fixkes de eerste Belgische groep ooit is die getekend wordt door het Nederlandse
Excelsior Recordings.

Het was dan ook niet vreemd dat de Oude Beestenmarkt een grondige transformatie onderging. Het publiek kwam niet alleen in groot aantal naar het festivalterrein afgezakt, ook de samenstelling zag er toch wel helemaal anders uit dan bij het concert van Herman Dune: veel jongeren al dan niet in het gezelschap van familie, scanderende jeugdbewegingen maar vooral verliefde tienermeisjes die zo dicht mogelijk bij het podium wilden postvatten om niks te moeten missen van hun nieuwe idolen.

Toen “de” Sam
Valkenborgh, zanger en liedjesschrijver, op het podium verscheen en akoestisch “(Ik Zen Van) Stabroek” inzette, schoot de lichaamstemperatuur bij velen de hoogte in, zeker ook toen “Liefdesdier” en “Seuzeke” gebracht werden. “Kvraagetaan” werd onmiddellijk daarna op de set geplaatst en of dit een goed idee was, kan betwijfeld worden omdat na afloop diverse mensen weggingen, duidelijk dus gekomen voor dat éne nummer en op zoek naar ander vertier op de Gentse Feesten.
Of de Fixkes nu reggae speelden (“Lepeltje”) of een cover van de Antwerpse hiphopformatie ‘Freestyle Fabrik’ brachten, bij het nog aanwezige publiek – en dat waren er nog heel wat – konden ze niks verkeerd doen.
Natuurlijk konden ze niet anders dan op het einde enkele bissen te spelen en omdat ze zo ‘Kei cheap zijn’, aldus Sam Valkenborgh, werd het enthousiaste publiek ter afsluiting getrakteerd op een ietwat overbodige reggaeversie van – hoe kan het ook anders – “Kvraagetaan”.

Zelf zagen we een gevarieerde set met nadruk op eenvoudige instrumentatie (Peter Deckers voorzag enkele nummers van een meerwaarde via zijn mondharmonica) en we hoorden ook enkele goedgevonden tekstregels. Maar hoewel ongetwijfeld deze mening door het gros van Vlaanderen en omstreken niet gevolgd zal worden (en dat hoeft ook niet), was ondergetekende echter niet onder de indruk. Daarvoor vertoont het huidige songmateriaal nog teveel ongelijke kwaliteiten. Het is echter aan de Fixkes om het tegendeel te bewijzen via hun later dit jaar te verschijnen debuutalbum.

Het zal het aanwezige publiek een zorg zijn. Het kreeg waar het om vroeg, namelijk een concert van Fixkes.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


Pagina 5 van 6