logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 04 april 2013 02:00

King Of Conflict

Ze komen uit Manchester maar Britpop is niet hun ding, The Virginmarys maken compromisloze no-nonsens rock, hard, wild, grungy en zonder veel omwegen. We zouden hen eerder een mooie toekomst voorspellen in de States, hun muziek leunt veel dichter aan tegen Foo Fighters en de betere (lees eerste) platen van Buckcherry dan tegen pakweg Kaiser Chiefs of Arctic Monkeys. De rauwe rasperige stem van Ally Dickaty zit de rechttoe-rechtaan rocksongs als gegoten, het helpt immers altijd als je wat schuurpapier in combinatie met een flinke scheut whisky naar binnen werkt vooraleer je aan het zingen slaat. De gitaren en de beukende ritmesectie doen de rest, namelijk wild om zich heen schoppen en ondertussen een paar rake klappen van songs uitdelen als “Dead man’s shoes”, “My little girl” en, het venijn zit in de staart, de geweldige afsluiter “Ends don’t mend”.
The Virginmarys gaan met ‘King Of Conflict’ niet de prijs der originaliteit winnen, maar ze rocken een flink eind rechtdoor, en veel meer moet dat soms niet zijn.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Comedown Machine

Het is nu al de vierde keer in 10 jaar dat ze ons dit lappen. Telkens als we een nieuw Strokes album in onze handen krijgen vragen we ons verbijsterd af : Is dat dezelfde band die in 2001  het legendarische ‘Is this it’ op de wereld heeft gezet ?
Nu is het echt wel genoeg geweest, we nemen één song mee (“80s Comedown Machine”), trekken de deur resoluut achter ons dicht en laten The Strokes voorgoed stikken.
Een groep die het orgeldeuntje van “Take on Me” van het belachelijke boysbandje A-Ha jat en dat dan nog als single uitbrengt (“One way trigger”), kunnen we echt niet meer serieus nemen, zeker als de rest van het album al even belabberd is. De songs zijn zo mager dat ze elke vorm van leven ontberen. Geen emotie, geen kracht, geen inspiratie, geen hersenen, geen ziel, geen passie. Niets, gewoon niets.
Als The Strokes dit menen dan is er iets heel ergs met hen aan de hand. Als het om te lachen is dan is dit de flauwste grap voor 1 april, die we in jaren gehoord hebben.

donderdag 28 maart 2013 01:00

Beaten Borders

‘Beaten Borders’, de derde van de Rhythm Junks onderscheidt zich wederom door variatie en veelzijdigheid. Het is een moderne rootsplaat die getuigt van ritme, speelsheid, melancholie en muzikale hoogstandjes. Jazz, blues, americana, world music en pop worden in een bruisend stoofpotje gegoten en er komen fijne dingen uit als “Offline Land” en het op een prachtig deuntje gebouwde “Some people”. Vooral de alweer virtuoze mondharmonica van Steven De Bruyn maakt het verschil, het ding blaast leven, passie en avontuur in de songs. Enkel hij en de kloeke opa Toots Thielemans kunnen zoveel emotie in dat kleine blaasinstrumentje leggen.
Het is de betrachting geweest van The Rhythm Junks om met deze plaat een eigen smoel te krijgen en daarin zijn ze bijzonder goed geslaagd. Het album verkent verschillende richtingen maar vormt toch een hecht sfeerscheppend geheel. Als de lente nu nog mee wil, zijn we er.

Portico Quartet zijn vier jonge gasten uit London die zich voorgenomen hebben om te vertrekken vanuit de jazz en daar de avontuurlijke weg van de elektronica mee in te slaan. Met reeds drie interessante platen (‘Knee Deep in the North Sea’, ‘Isla’ en ‘Portico Quartet’) op hun conto hebben ze in de eerste plaats duidelijk gemaakt dat ze niet in één vakje zijn onder te brengen. Hun volledig instrumentale muziek leunt aan tegen The Cinematic Orchestra, Lamb, experimentele Radiohead, Sigur Ros en zelfs Aphex Twin en Caribou.

In de AB was een opvallend jong publiek aanwezig voor deze niet alledaagse band. Het bleek ook geen voer te zijn voor echte jazz puristen, deze zouden het trouwens op hun heupen gekregen hebben van te veel elektronische uitstapjes. Want live koos Portico Quartet nog een stuk meer de weg van de elektronica, hun overgave aan diverse elektro snufjes en knopjes bleek op het podium nog meer uitgesproken dan op hun platen.
Geheel beheerst en geconcentreerd controleerde Portico Quartet al die toestellen en haalde er opbouwende ritmes uit tevoorschijn die mede dankzij de knappe percussie van Duncan Bellamy en Keir Vine al eens uitmondden in voorzichtige drum’n’bass uitstapjes. Hieraan koppelden ze een knappe jazz toets die zich manifesteerde in de subtiele en bezielde instrumentenbeheersing van de cellist/bassist Milo Fitzpatrick en saxofonist Jack Wyllie. De sax bleek bij momenten een begeesterende free jazz improvisatie die zich nestelde achter de zwoele elektronica, een beetje zoals in “The man with the red face” van Laurent Garnier. Zo ontstonden vloeiende soundscapes waarin het lekker wegdromen was. Het kwartet wist het bevreemdende effect nog te verscherpen met het hemelse instrument de hang drum (the hang) waaruit Keir Vine vooral heldere, mooie en vaak oosters aandoende klanken toverde.

Zo kon Portico Quartet een aardig volgelopen AB Box anderhalf uur lang in de ban houden van hun verfijnde etnische en elektronische jazz interpretatie. Een hele knappe prestatie.
Het moet niet altijd rock’n’roll zijn.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Black Rebel Motorcycle Club - Bij momenten denderend
Black Rebel Motorcycle Club

U heeft er wellicht geen boodschap aan, maar door een uur fileleed in die Brusselse klotetunnel is het eerste half uur van dit concert zomaar aan ons voorbijgegaan. We hebben de setlist er even op nagegaan en meteen vastgesteld dat we 6 kanjers van songs hebben gemist, waaronder (even moeten slikken) “Whatever happened to my rock’n’roll”. Aan de uitbundigheid van het publiek te meten was dit een zeer spijtige zaak.

Er in gedonderd dus met een al aardig op temperatuur gedraaide motorenclub die de venijnige blues “Ain’t no easy way” inzette, gevolgd door de welgemikte wespensteken “Berlin”, “666 conducer” en “Love burns”, drie songs die ons alleen maar meer gefrustreerd maakten omdat we het ongetwijfeld geweldige openingssalvo die er aan voorafging niet hebben mogen meemaken. U moet weten dat wij hier met “Let the day begin”, “Rival” en “Hate The taste” al drie rake kopstoten uit de nieuwe plaat ‘Spector at the Feast’ (jaja, we hadden ons huiswerk al gemaakt) jammerlijk hadden gemist.
Plots ging BRMC dan op de rem staan en haalden ze zelf de angel uit hun optreden, eerst met het melige “Returning”, één van de zwakkere schakels uit de nieuwe plaat, en dan met twee akoestische mijmeringen (“Mercy” en “Devil’s waitin”) die meer kwaad dan goed deden. Het vuur was even helemaal weg, het publiek ging massaal pinten halen.
De lont werd terug aangestoken met een werkelijk splijtend “Conscience killer” gevolgd door een al even explosief “Teenage Disease”, de punk splinterbom uit ‘Spector at the feast’. Het nieuwe te verwaarlozen niemendalletje “Lullaby” hing er nog wat onwennig aan maar met een verbeten “Funny Games”, alweer zo een grofkorrelige nieuweling, werd een verschroeiend slotoffensief ingezet. BRMC ging volop in overdrive met het withete “Six Barrel Shotgun” en het open spattende bluesmonster “Spread your love”, die fenomenale klassieker uit hun debuutplaat die vanavond zelfs nog een stuk heter voor de dag kwam.
In de bisronde was het terug genieten van verduiveld knap nieuw werk. De denderende bas die het stomende en dreigende “Sell it” openscheurde zorgde voor een absoluut hoogtepunt, een moordsong als je ‘t ons vraagt, een uiterst giftige ratelslang die zich ophoudt in het onontgonnen gebied tussen The Black Angels, Crazy Horse, Kyuss en Soundgarden.
Met de sferische en wondermooie afsluiter “Lose Yourself” kwam zelfs even Sigur Ros in onze geest voorbij zweven, zowaar een goed gevoel.

BRMC was vanavond alweer gretig, sluimerend en giftig maar de rustpuntjes en de naar Oasis ruikende ballads mogen ze voor ons part de volgende keer houden voor het intieme kampvuurtje bij de after party, we bedanken vriendelijk voor de uitnodiging.
Voor de rest blijft dit één van onze favoriete bands, steeds paraat voor een portie wilde en stomende rock met gitaren die de muren openrijten.
Kutfile !

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-01-04-2013/
Support http://www.musiczine.net/nl/fotos/transfer-01-04-2013/

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

 

vrijdag 29 maart 2013 01:00

Clock Opera - Een scheet in een fles

De zoveelste sensatie die uit Engeland komt overgewaaid blijkt een scheet in een fles te zijn. De debuutplaat ‘Ways to Forget’ van het Britse indie bandje Clock Opera houdt zichzelf overeind via welgeteld drie echt goede songs (“Once and for all”, “Lesson No7” en “Move to the mountains”), de rest kan onverbiddelijk de prullenmand in. Met enige argwaan dus richting Botanique getrokken, en terecht zo bleek.

Het waren ook diezelfde drie songs die op het einde van de set voor de zeldzame momenten zorgde waar er even vonken van het podium spatten. Voor het overige was dit een makke bedoening, ondanks de sterke vocale capaciteiten van Guy Connely, het brein achter deze band. Als dit Pukkelpop was, dan zouden we na twee nummers al andere oorden zijn gaan opzoeken.
Bij sommige bands kan het gebruik van elektronica wel degelijk een toegevoegde waarde zijn, bij Clock Opera was het net datgene wat hen vanavond de das omdeed. De groep had er niets beters op gevonden dan de helft van de keyboardpartijen en gitaarakkoorden op voorhand in hun machinerie te draaien. Keyboardspeler Dan Armstrong stond wat ongelukkig aan diverse knoppen te frunniken, maar de melodieën kwamen duidelijk uit een vooraf geprogrammeerde decoder, of hoe je zo een onding ook moet noemen. Makkelijke oplossing, maar toen het tuig midden in het derde nummer plots dienst weigerde stond de groep mooi voor aap en mochten ze met het schaamrood op de wangen de song herinzetten. Pijnlijk.
Voor de rest vielen de songs, met uitzondering van de al eerder vermelde uitzonderingen, veel te mager uit en sloeg de verveling toe. Wij kregen het ook alsmaar meer op onze heupen omdat de klanken maar bleven uit die klotetoestellen komen, we hadden die irritante keyboardspeler annex knoppendraaier maar al te graag een toef op zijn bakkes verkocht.
Clock Opera speelde een uur waarvan er maar een kleine 10 minuten echt voor opwinding zorgden. Veel te weinig voor een groepje die nog maar eens ‘The Nex Big Thing’ genoemd wordt.

Clock Opera is dan ook volgens ons het zoveelste popgroepje die heel even een hype geweest is maar die al even snel in de vergeethoek zal geraken, en daar zitten ze goed.
… En zeggen dat we de dag ervoor nog een fenomenaal Foals mochten aanschouwen, van een ontnuchtering gesproken.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 28 maart 2013 01:00

Foals is HOT

Foals is een band die in topvorm verkeert, een groep die in de huidige tournee steevast elke avond het kookpunt bereikt. Enkele dagen geleden moest de AB er aan geloven, nu ging ook de l’Aéronef in Lille voor de bijl.

De band heeft een fameuze live reputatie en na hun acte de présence van vanavond kunnen wij daar alleen maar een joekel van een uitroepteken achter zetten, want dit is het meest opwindende wat we dit jaar al gezien hebben.
Foals broeide, bruiste en kolkte in een compleet volgepropte Aéronef (in Frankrijk betekent het bordje uitverkocht zoveel als sardienen in een blik). Een uiterst aanstekelijke vibe heerste over de zaal en de groep liet hun stekelige beestjes van songs los op een bij momenten uitzinnig publiek. Frontman Yannis Philippakis zijn gitaar sprankelde en tintelde en ook collega gitarist Jimmy Smith haalde de meest fantastische echo’s uit zijn instrument. Dit klonk als Bloc Party in hun beste dagen of als de jonge Chilli Peppers toen die nog echt hete peper in de kont hadden (heel, heel lang geleden dus).
We konden niet weerstaan aan de verslavende dance groove van die heerlijke single “My Number”, de song die na een inloopronde definitief het vuur aan de lont stak. Een vuur dat alsmaar verder werd aangewakkerd met het tot een climax opbouwende “Milk & Black Spiders”, “Providence”, “Electric Bloom” en een explosief “Red Sox Pugie”. De band kwam meerdere malen tot ontploffing en Philippakis gooide zich in al zijn enthousiasme tot tweemaal toe in het publiek, met gitaar en al. Het werkte de uitzinnige sfeer alleen maar in de hand, het dak moest en zou er af gaan. Foals sleurde ons mee in hun broeiende en energieke cocktail van funk en rock met opgejaagde ritmes.

De band kwam in een fenomenale wervelende bisronde ver boven het kookpunt uit met een superheet en uiterst geweldig “Inhaler” en een hotsend en klotsend “Two Steps, Twice”.
Een uniek, dansbaar, hitsig en uitermate opwindend geluid wist Foals hier neer te zetten. En dan heeft men nog een klepper als “Cassius” doodleuk in de kast laten zitten. Dit is zo iets als FC Barcelona die Messi 90 minuten op de bank zet en toch nog een verpletterende match speelt.
Dit was een knaller van formaat en een must voor de festivals.
Bij ons heeft Chokri het door dat deze band hot is, ze staan geprogrammeerd op de derde dag van Pukkelpop. Wie daar niet kan zijn krijgt zelfs nog een herkansing in Het Koninklijk Circus te Brussel op 11/11. En zeg nu niet dat wij het niet gezegd hebben.

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de AB, Brussel op 15 maart 2013 ll
http://www.musiczine.net/nl/fotos/foals-15-03-2013/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Aéronef, Lille)

zondag 24 maart 2013 01:00

I Am Kloot - Semi akoestische pracht

I Am Kloot kwam de kop aan het venster steken in 2001 met een knappe debuutplaat ‘Natural History’. Er was toen een revival van akoestisch muziek aan de gang en I Am Kloot paste daarin perfect met hun warme en emotievolle songs. Een vijftal albums verder is er van een stijlbreuk geen sprake, hooguit wat accentverschuivingen, en heeft de band alweer een fijne nieuwe plaat uit met ‘Let it all in’, in een productie trouwens van Elbow boegbeeld Guy Garvey, en dat is er aan te horen.

Vanavond bleek eens te meer dat de centrale figuur in deze band John Bramwel is. De man was snipverkouden, maar dat ontnam hem geenszins de zin om er een mooie avond van te maken. Bramwell toonde zich, ondanks de kriebel in de keel, een begenadigde zanger die met tonnen bezieling zijn vaak bloedstollend mooie songs vertolkte. Zijn akoestische gitaar werd met de nodige zachtheid behandeld en dompelde de songs in een heerlijke warme sfeer. De band speelde feilloos en haalde op de juiste momenten de piano, de blazers en zelfs een occasionele accordeon boven.
Het klonk akelig perfect maar ook zeer toegewijd, I Am Kloot kleurde mooi binnen de lijntjes maar deed dat met zoveel bezieling en verfijning dat het intens genieten was. Vooral de gitarist toverde bij momenten een paar wonderlijke solo’s uit zijn instrument, heel beheerst maar behoorlijk indrukwekkend.
Er werd vooral geput uit de laatste twee platen met als hoogstandjes van de avond “Let Them all in”, “Bullets”, “To the Brink” en een prachtig “Hold back the night” waarin de hele band met muzikale genialiteit schitterde.
Ook in een uitmuntend “Lately” werd op het hoogste niveau gemusiceerd en met de door Bramwell in zijn eentje gebrachte “No fear of falling” en “At the sea” steeg de intimiteit met een extra aantal graden. Op die momenten werd het ijzig stil in de Orangerie, een zaal die voor dit soort concerten lijkt te zijn gemaakt
Later in de set was er voldoende ruimte en herkenningsapplaus voor de hartveroverende songs van het eerste uur en klassieke pareltjes “Proof”, “Twist” en “From your favourite sky”.

Bramwell plakte er, ondanks zijn door het griepvirus geplaagde stembanden, toch nog de hoge noten van “To you” aan. Met de nodige hulp van het publiek steeg ook deze track uit tot een hoogtepuntje, het was meteen helaas ook de laatste song van deze ontzettend mooie semi akoestische avond.

Organisatie: Botanique, Brussel

Zullen we nog maar eens met de teletijdmachine terug naar de sixties reizen, deze keer met Foxygen. Tijdens de reis is een onbeperkte dosis LSD in alle maten en gewichten beschikbaar en knallen jonge Stones, Bob Dylan, The Doors, The Kinks, The Mothers of Invention, Funkadelic en The Flaming Groovies door de speakers. De psychedelica vloeit rijkelijk door de ruimte, we zien het leven door een kleurrijke bril en we gooien allerlei substanties achterover. ‘We are the 21st century ambassador of peace’ is de perfecte soundtrack bij onze geestesverruimende retro trip en we laten ons gewillig meevaren met de feelgood flow van Foxygen.
Het doet maar vreemd aan als we hierna terug in de bewoonde wereld komen. Wat een heerlijk plaatje.

Het Antwerpse Dylan Rufus and The Sons of Monarchy zet een vettige van VU en garage rock doordrongen sound neer. De gitaren scheuren wild door de bochten en een paar songs blijven wel degelijk aan de ribben hangen. Snerpende, vunzige en bezwerende rock is het. Nu nog wat meer aan een stel songs met poten en oren werken en er kan wel degelijks iets moois (of iets vuils in hun geval) uit voort groeien.

Niet alleen qua sound maar ook qua klederdracht en kapsel hebben de Zweden van Dean Allen Foyd de klok maar liefst 40 jaar teruggedraaid. Dit is pure retro, we zien en horen Cream, Hendrix, Hawkwind, Zeppelin en Sabbath. Hun acid-rock brouwsel wordt aangelengd met een vloeiende lap garage nuggets psychedelica en een gesmoorde streep blues. Als er al enige raakpunten zijn met hedendaagse bands, dan zijn het ook weer net die groepjes die al even onbeschaamd voor een retro sound hebben gekozen, denk Wolf People, Howlin’ Rain, Radio Moscow en Graveyard.
Dean Allen Foyd laat de eerder magere opkomst in de Trix niet aan hun hart komen en doet de heavy psych met Hendrixiaanse solo’s, psychedelische rifs en ware seventies keyboards door de ruimte zweven. Naast een hap met weed overgoten songs uit die fameuze debuutplaat ‘The sounds can be so cruel’ komt de groep hier hun pas verschenen nieuwe EP ‘Road to Atlas’ voorstellen. Daaruit puren ze een handvol zweverige tracks die ook al van de nodige geestesverruimende substanties doordrongen zijn. Het klinkt begeesterend, spacy en behoorlijk wild.
Doorheen die onbezonnen sixties en seventies flow valt ons toch zeker de muzikale kunde van deze halve hippies op. We staren ons trouwens zot naar de drummer die op een wel heel schamel drumstelletje zeer bedrijvig te werk gaat, zijn drumwerk is even indrukwekkend als zijn blonde afro kapsel. Met daarnaast een keyboard speler die de kunsten van pakweg Jon Lord en Ray Manzarek benadert en een gitarist die regelmatig naar de ongenaakbare Hendrix lonkt, mogen we toch wel van aan aardig stel uiterst bedreven jonge muzikanten spreken. En van een bruisend concertje !

Het kan ons geen fluit schelen dat er ongegeneerd uit de sixties en de seventies gejat wordt, we houden van dit soort groepjes.
In de Trix weten ze daar trouwens wel weg mee, voor de liefhebbers van geschifte psychedelische rock staat er nog veel lekkers geprogrammeerd : Eternal Tapestry (17/04), Endless Boogie (21/04), Lumerians (11/05), Danava + Lecherous Gaze (15/05),  Thee Oh Sees (20/05), Wolf People + Uncle Acid and The Deadbeats (01/06). Vergeet uw gerief niet !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dean-allen-foyd-20-03-2013/

Organisatie: Trix, Antwerpen

 

Pagina 64 van 111