logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Deadletter-2026...
Concertreviews

Arsenal

Een fris en enthousiast zomers opzwepende cocktail van Arsenal

Geschreven door

Moet Arsenal nog worden voorgesteld? De band van de tandem Hendrik Willemyns – John Roan zijn terug, en herdefiniëren hun warme, zomers, sfeervolle, aanstekelijke multi - culturele sound geluid en brêve, iets scherper, venijniger, dwingender en onheilspellender. Live zijn ze het zonnetje in huis en staan in voor lekkere koele en zwoele cocktails, caipirinha, enz … ‘Summertime music’ dus van een opwindende band, die ons anderhalf uur deed afdwalen van de realiteit. Vijf uitverkochte concerten, wie doet het hen na …

Moeiteloos graait de band in de bak van exotische, dromerige, dansbare pop, een mengelmoes van zwoele, opzwepende beats, Braziliaanse klanken en variërende zangpartijen, de combinatie Roan – Gysel is er hier eentje om van te snoepen. Snoepgoed inderdaad, grootse songs als “Melvin”, “Estupendo”  en  “Loungee”, zaten al vroeg in de set en zorgden voor Faithless taferelen in de AB van heupwiegende, dansende en hand klappende  mensen, die de refreinen meezongen … dampend … vonken en vuur ...
Het nieuwe album ‘Lokemo’ kwam in de spotlights en twee gastzangers mochten het Arsenal avontuur en feestje elan en kleur geven. Johnny Whitney, de hyperkineut van The Blood Brothers deelde vocaal z’n ervaring uit de hardcore/punkscène op “High Venus” en de titelsong “Lokemo”, die een meer rockkleedje toegestopt kregen. Mélanie Pain (van het Franse coverende Nouvelle Vague)  nam het ingetogen dromerige “Fear of heights” voor haar rekening, een aangename verfrissing binnen het opzwepende Arsenal aanbod.
We genoten van de broeierige “Pacific”, “The coming” en “One day at the time”. Tussenin zaten nog enkele ophitsende knallers als “Saudade”, “Lotuk” en “Personne ne bouge”, die rock en dance dicht bijeen brachten.

“Tonight it’s our club, here” dweepte Roan de massa op en hij gooide er met Willemyns, Gysel en de ganse crew krachtige en pompende versies van “Switch” en “Mr Doorman” tegenaan. “Glitter & Gold” van het recente ‘Lokemo’, kreeg door Whitney opnieuw een rockende groove.
Uitzinnig werd Arsenal onthaald en ze werden op handen gedragen. Ze speelden nog een reprise van “Melvin” en “Lotuk,  die nog frisser en enthousiaster klonken …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)

Beoordeling

Arsenal

Arsenal - Tropische storm raast door Brussel

Geschreven door

Ze zijn zeldzaam, maar ze bestaan: concerten waar de performers zowaar nog gelukkiger zijn/lijken dan hun al extatische fans. Blij dat we er nog een keer zo eentje mochten bijwonen: de opener van de reeks van vijf AB-concerten van Arsenal van het duo Hendrik Willemyns - John Roan. ‘Wreed de max !’ (sic).

Een grappig-fijne Mélanie Pain (Nouvelle Vague, maar nu solo) had de broeierige meute al aan het zingen gekregen als voorgift op Arsenal. En ze zou later in de set nog terugkeren voor een meer dan geslaagde stand-in. Maar toen de hoofdact – tegen een skyline verwijzend naar hun heel recente album ‘Lokemo’, maar ook vermeld in “Mr Doorman”  van hun eerste cd  – het podium opzwierde, was het meteen duidelijk: dit zou een zwoel feestje worden.

“Nog vóór de nieuwe single en nog vóór de nieuwe plaat hebben jullie de kaarten al gekocht. Respect (met de vette Gentse R) man!”, bulderde frontman John Roan en onmiddellijk gooide het zestal de beuk erin met “Melvin”, hun al immens gedraaide voorproever van de nieuwe cd. Stemvast ook -wat in vorige concerten van Arsenal niet altijd het geval was - en bulkend van bijna arrogante energie – wat hij wél altijd is – leidde Roan het lichtrijke concert stevig en gedreven.

Zijn sidekick Leonie Gysel ontpopte zich evenzeer tot een entertainer pur sang, ook al omdat er een prettig hoekje af is bij de zwarte zangeres die constant en humorvol oogcontact zocht met individuen in het publiek. Nochtans prutste ze – zeker in het begin – nogal naarstig aan haar transmitter en leek het geluid haar niet optimaal te staan. Niet dat daar iets van te horen was, al haalde ze – bij wijze van verontschuldiging – meermaals haar schouders op terwijl een ze een pruillipje trok of haar tong uitstak. Dat ze bij het nieuwe “Satellites” moest spieken naar de tekst die op de grond gekleefd was, stoorde niemand. Of was haast niemand opgevallen. Leonie is een show in de show, een ongepland struikelmoment over een luidspreker op “Loungee” incluis. Een dirigent met haar linkerhand ook, waarmee de visbewegingen het publiek lieten meevaren.
Klinkt Arsenal op plaat eerder gepolijst en gemaakt, live zijn ze een superfeestband ! Ze duwden hun oude, zwoelere nummers gemeten in het lijstje nieuwe ‘Lokemo’-ritmes. Of is het omgekeerd? De mix was in elk geval perfect. En vooral de goesting droop er af.
Minder geslaagd – en naar onze mening (en die van vele anderen ook)  geen meerwaarde - was het opvoeren van Johnny Whitney (The Blood Brothers) die net als Mélanie Pain gastperformers zijn op hun  nieuwe album. Het opgefokte Duracelkonijn mocht front ’man’ spelen op “High Venus” en “Lokemo” en leidde de aandacht van het feestje volledig af.
Nadat de originele Arsenalbezetters “Saudade” en “Pacific” (met een heel sterke bassline) weer voor hun rekening namen en de sfeer er weer helemaal in brachten, mocht Mélanie Pain de enige slow van de avond “Fear of Heights”, heel gevoelig inzingen. Dàt was een meerwaarde.
Met een knappe gitaarintro roldebolde het verder met “The Coming” waar Roan zelf ook weer naar de snaren greep, net als op “Loungee” eerder. En de AB danste lekker door tot ze “One day at a time” als hun laatste nummer aankondigden. “Ach, ge kent dat, dan applaudisseren jullie en dan komen we terug”, glimlachte Roan.
En zo geschiedde. “Switch” schalde door de zaal en op een sublieme manier lieten ze het publiek met handgeklap tegen een zwart-wit lichtspel “Mr Doorman” op gang trekken. Het laatste bisnummer (“Glitter and Gold”) gaven ze jammer genoeg weer weg aan de overspannen springveer Whitney.

Maar ze kwamen terug, zoals gepland, met “Melvin” voor een laatste streep adrenaline. Laatste streep? Het publiek had er nog massa’s over en – zo bleek – ook de band had er nog zwaar zin in, al was het vooral Gysel die Roan on stage hield. “Dees is er fucking over”, glunderde hij en ze waren weg voor nog een rondje “Lotuk”.

Wat een inzet van het reeksje concerten in de Ancienne Belgique. En van de zomerfestivals, want ze sluiten straks Rock Werchter af op vrijdag 1 juli na Kings of Leon. Een gewaagde zet van de Schuur? Denk het niet. Als de zomer mee wil dan, wordt dit een waardige tropische muziekstorm.

Setlist
1. Integral 2. Melvin 3. Satellites 4. Estupendo 5. Loungee 6. High Venus 7. Lokemo 8. Saudade 9. Pacific 10.Fear of Heights 11.The Coming 12. Lotuk 13. Personne ne bouge 14. One day at a time
Bis 1: 15. Switch 16. Mr Doorman 17. Glitter and Gold
Bis 2: 18. Melvin
Bis 3: 19. Lotuk

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)


Beoordeling

Hannah Peel

Hannah Peel - Ierse toverfee daalt neer in Gent

Geschreven door

The next big thing heeft niet alleen oren naar het fris gitaargeweld want gisteren werd niemand minder dan Hannah Peel in de Gentse Charlatan verwelkomd. Voorlopig is deze Ierse roodharige hier nog een nobele onbekende maar over de Noordzee halen de journalisten het grote woordenboek boven om haar debuutcd ‘Broken wave’ te bejubelen en al bij al lijkt het erop dat deze jongedame het zelf nog niet kan geloven dat ze haar folkpop voor een zaal mag brengen.

Hannah stond een dagje eerder op het podium van de Botanique als voorprogramma van Lisa Germano en meteen werd dit gisteren haar tweede optreden buiten de UK.
Om dat de eenvoudige pracht die haar debuut zo groots maakte niet steeds simpel op een podium uit te voeren valt, zocht zij steun bij Laura Groves.
Naast de feeërieke verschijning worden alle aandachtspunten naar de stem van deze Ierse sirene gelegd waarbij je zonder meer moet denken aan het mystieke klankspel van Kate Bush.
Net als Kate lijkt het erop of deze Hannah Peel zich wil verschuilen in een fantasiewereldje en blijkbaar lustte het Gents publiek er pap van.
Staat de Charlatan nu niet meteen bekend als de meest stille zaal uit het Gentse, kon je gisteren zoals men zegt de muisjes horen rondlopen.
Hannah’s muziek valt het best te omschrijven als minimale folkpop waar naast een prachtige stem er eerder zuinig omgesprongen wordt met de muzikale begeleiding. Soms is dat een elektrische piano, soms een synthesizer uit de eighties maar het meest beklijvende is wel als Hannah haar muziekdoos bovenhaalt en waarbij ze net als de Fransen van Nouvelle Vague haar eigen interpretaties geeft van 80’s klassiekers als “Blue Monday”, “Tainted love” of “Sugar hiccup” van Cocteau Twins.
Naast de drie covers was er ook plaats voor eigen werk waarbij we vooral “The Almond tree” en het wondermooie “Song for the sea” onthielden.
Wie folk zegt, zegt ook traditionals en dat kregen we met “Calin das cruite Na mBo” voorgeschoteld en u mag er gif op innemen dat Musiczine goed begrepen heeft dat dit Iers is voor een meisje die haar koe melkt.

Minpunt van de avond was misschien dat Hannah het, net als op de cd, na tien nummers voor bekeken hield maar voor de rest hebben die journalisten weer eens gelijk want mits wat maturiteit is Hannah inderdaad the next big thing!

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Noah & The Whale

Noah And The Whale – Gezwind en met oog voor verandering de nacht in

Geschreven door

Met het zopas uitgebrachte ‘The Last Night On Earth’ heeft de Londense formatie Noah And The Whale een derde koerswijziging in evenveel albums doorgevoerd. Waar de debuutplaat ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 (met het aanstekelijke, zomers getinte « 5 Years Time » als exponent) gekenmerkt werd door een mix van pop, rock en een stevige dosis folk, stond opvolger ‘The First Days Of Spring’ (2009) bol van cinematografisch uitgedrukt gemis, verdriet en dramatiek. De aanvankelijke optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap hadden daarbij plaats gemaakt voor een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor met daartussen de donkere vocalen van zanger/gitarist en tekstschrijver Charlie Fink.
De ommezwaai kwam er niet zozeer omwille van enig gebrek aan succes (het debuut was meteen goed voor een top 10 notering in eigen land) maar situeerde zich eerder op het gevoelsmatige. Want op dat vlak heeft Charlie Fink het de voorbije periode niet onder de markt gehad.
Toen zijn broer, steun en toeverlaat Doug uit Noah And The Whale stapte om zich toe te leggen op een professionele loopbaan als arts maar vooral ingevolge het feit dat  voorafgaand hieraan groepslid Laura Marling niet alleen voor een solocarrière opteerde maar daarbij ook een punt zette achter haar jarenlange relatie met Fink, bleef deze met een gebroken hart achter en kon hij dit enkel verwerken door alles van zich af te schrijven. Het muzikale werkstuk dat hieruit voortvloeide, was weliswaar prachtig (uw recensent van dienst plaatste dit trouwens bovenaan het lijstje van beste albums uit 2009) maar als we de groep vorig jaar in Frankrijk zagen concerteren, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat ondanks de goede optredens, Fink zich afstandelijk opstelde en een zekere tristesse bleef uitstralen.

Maar kijk, amper een jaar verder blijkt op de nieuwe plaat optimisme de hoofdtoon te voeren.  Dit wordt geëtaleerd in een uitgebreidere instrumentatie via o.m. het toevoegen van synthesizers en wat gospel (Jen Turner van Here We Go Magic en de Water Sisters die indertijd te horen waren op Michael Jackson’s « Wanna Be Startin’ Somethin’ » verzorgen onder meer de vocalen). Mede daardoor wordt ook een ander, meer gepolijst en radiovriendelijk geluid gecreëerd dat in de pers en bij de fans op gemengde gevoelens onthaald werd. Hoe dan ook, van het star vasthouden aan één enkele succesformule kan men Noah And The Whale niet beschuldigen en bovendien kan men niet om de knappe melodieën en het tekstschrijverschap van Fink heen.
Voor het eerst besloot Fink vanuit de derde persoon te schrijven en is ‘The Last Night On Earth’ minder autobiografisch te noemen. Het thema van de plaat is de onbegrensde mogelijkheid die de nacht biedt, alsook de opwinding en vrijheid om te veranderen en aldus een nieuwe persoon te worden.
Tekstueel worden daarbij « Bone Machine » van Tom Waits en « Berlin » en « New Sensations » van Lou Reed als invloeden naar voor gebracht en qua productie haalt Fink geregeld in interviews platen als ‘Before And After Science’ en ‘Another Green World’ van Brian Eno, ‘Calling Out Of Context’ van Arthur Russell en ‘Dirty Mind’ van Prince aan.
Dé referentie vormt evenwel het gedicht ‘The Laughing Heart’ van Charles Bukowski en de zin “Your life is your life, know it while you have it” in het bijzonder. Er wordt aangeraden te leven alsof het de laatste nacht op aarde is.

Vanaf de aanvang van hun concert afgelopen dinsdag in een uitverkochte AB Club, stond Noah And The Whale inderdaad te musiceren alsof het hun ultieme vertoning zou worden. Gezwind, vol overgave en bijzonder uitgelaten werden de nummers hoe divers ook van aard, gepresenteerd.
De sfeer op als voor het podium zat er meteen goed in met heel wat lachende gezichten. Dit werd tijdens het optreden onder meer onderstreept tijdens een opzwepende uitvoering van « Love Of An Orchestra » via samenzang, viool (bespeeld door Tom Hobden), piano (via Fred Abott) en gerichte drumslagen (van de 21-jarige nieuweling Michael Petulla) dat enthousiast door het publiek werd onthaald en het nummer via ritmisch handgeklap begeleidde.
De meeste groepsleden waren getooid in strakke pakken met dito das en leken hiermee het frivole en nieuwe nog extra in de verf te willen plaatsen. Dit werd nog aangewakkerd door de klankkleur van de recentste plaat live niet te behouden maar eerder te opteren voor een meer algemeen rockgetint geluid met daarbij enkele keyboards die niet zozeer prioritair maar wel complementair aangewend werden.
Waar bijvoorbeeld « Tonight’s The Kind Of Life », dat de volgende single zal worden, op de nieuwe plaat nog associaties oproept met Bob Seger of Tom Petty, leek de in de AB Club uitgevoerde versie meer te refereren aan Bruce Springsteen of op kleinere doch niet minder beminde schaal aan Steve Wynn.
Door de aanpak klonk de groep overwegend eerder Amerikaans dan Brits. Zonder haar eigenheid te verliezen, kon het swingende en melodieuze « Waiting For My Chance » van de hand van Wilco geweest zijn, « Rocks And Daggers » begon net als op de debuutplaat folky mede door de vioolpartij van Hobden maar mondde na enkele tempowisselingen uit in southern en countryrock die niet zou misstaan bij Drive-By Truckers (evenals het bijzonder snedige « Shape Of My Heart ») en « My Door Is Always Open » was dan mede door de slide van Fred Abott, een secuur bespeelde basgitaar door  Matt ‘Urby Whale’ Owens en vooral de samenzang, in het fraaie straatje van The Low Anthem terug te vinden.
In het verlengde van laatstgenoemde nummer was er ook ruimte voor enkele fraaie rustige passages tijdens de zoals – een overigens spraakzame – Fink liet weten “Romantic section of the show”. Zo werd de akoestische gitaar bovengehaald en de lichten gedoofd bij het breekbare « I Have Nothing » en bij het prachtige « Wild Thing » werd met behulp van een vleugje elektronica, een Chris Isaak aandoend gitaarrifje en spanning brengende viool de warme voorzomerse bries die buiten heerste, muzikaal de zaal ingeblazen.
De reguliere set werd afgesloten met het indrukwekkende « The First Days Of Spring » dat via een paukenintro, viool en een aanvankelijk spaarzame doch crescendo gaande gitaar de zwaarmoedige sfeer van het gelijknamige album perfect naar voor bracht. Mede door een uitgesponnen outro leek zowaar postrock zich onderhuids de groep te willen nestelen.

Drie toegiften volgden nog. Vooreerst kwam er ons met het broze en ingetogen « Old Joy » een nieuw hoogtepunt ter ore om vervolgens plaats te maken voor de huidige single « L.I.F.E.G.O.E.S.O.N » -  perfect op maat gemaakt voor het komende festivalseizoen -  en het onvermijdelijke « 5 Years Time » dat ietwat te overhaast en enkele kleine slordigheden bevattende na 1u20’ een einde maakte een bijzonder aangenaam concert waarbij Noah And The Whale veel hechter en op alle vlakken pakkender uit de verf kwam dan bij hun passage vorig jaar.

In het voorprogramma stond niet de in eerste instantie aangekondigde Hannah Peel (die naar de Botanique verhuisde) maar wel het jonge Britse groepje Exlovers. In onze contreien nog vrij onbekend maar via hun combinatie van shoegaze en dreampop zijn muzikale gelijkenissen met pakweg Teenage Fanclub, Lush of The Pains Of Being Pure At Heart nooit ver weg. Mede door de samenzang tussen Peter Scott (zanger/gitarist) en Laurel Sills (zangeres/ keyboards) klonken nummers als « Silhouette », « Unlovable » en « Clouds » lieflijk terwijl de huidige single « Blowing Kisses » gekenmerkt werd door het snelle drumgeroffel van Brooke Rogers. Vernieuwend noch wereldschokkend maar een niet onaardige opener.

Setlist :
Give A Little Love, Blue Skies, Tonight’s The Kind Of Night, Give it All back, Love Of An Orchestra, Just Me Before We Met, Life Is Life, Jocasta, The Line, I Have Nothing, My Door Is Always Open, Wild Thing, Rocks And Daggers, Shape Of My Heart, Waiting For My Chance, The First Days Of Spring
Bis: Old joy, L.I.F.E.G.O.E.S.O.N., 5 Years Time

Organisatie: Ancienne Belgique, Brusse


Beoordeling

Lisa Germano

Lisa Germano - Klassieke pracht

Geschreven door

Niet dat je het haar zou toegeven, maar Lisa Germano is ondertussen reeds 52 jaar geworden en in die jaren heeft deze vrouw gezien hoe een ster kan rijzen maar ook hoe ze kan dalen. De Amerikaanse begon haar eerste muzikale stappen bij John Cougar Mellencamp en eens ze het solopad verkoos, viel ze al gauw in de gratie van 4-AD baas Ivo Watts-Russell.
Niet alleen waren haar eerste platen op dit label de bekende kip met de gouden eieren maar werd zij ook betrokken bij het superproject This MortalCoil.
De liefde had echter zijn beperkingen want toen Germano op toer was met The Smashing Pumpkins bemerkte ze tot haar verbazing dat 4-AD haar prompt gedropt had omwille van de teleurstellende verkoopcijfers van ‘Slide’.
Het resulteerde in een gedegouteerde Germano die de muziekindustrie liet voor wat het was. Als bij wonder werd zij opgepikt door Swans-opperhoofd Michael Gira die de diva een nieuw dak toewees onder diens Young God Records.

Germano zou nooit meer de undergroundster worden die ze destijds was, maar het leverde haar naast een reeks sterke albums wel een horde trouwe fans op die gisteren wederom present waren in een volle Orangerie. De stoeltjes wezen er op dat dit geen rockconcert ging worden en inderdaad, vrouwe Germano had deze keer genoeg aan een piano. Zoals steeds was Lisa de gezellige kletskous waarbij je doorheen de humor ook de tragiek kon zien.
Zo verwees ze bij een ingetogen “From a Shell” naar 9/11 en dus naar de dood. Zoals we van haar gewoon zijn, kon ze het niet laten om haar, bij momenten macabere, gedachten op het publiek los te laten en wat haar bij momenten die bekende clown met zijn lach en traan maakte.
Een vrouw gedurende een uur op een piano zien pingelen kan best vervelend zijn, behalve als ze Lisa Germano heet. We werden getrakteerd op ruim een uur klassesongs die voornamelijk uit haar laatste albums ‘
Lulllaby For Liquid Pig’ en ‘Magic Neighbour’ kwamen, naast ook nog een nummertje uit haar repertoire met OP8, een samenwerking met Giant Sand, die haar eerder in de Botanique bracht.

Nadien kwam Lisa tot tweemaal toe terug. Deze keer was het om verzoekjes te spelen, ook al was de voorwaarde dat het bespeelbaar op piano moest zijn.

Toen “Reptile” niet bepaald de ideale keuze bleek, beloofde Lisa dat ze de volgende keer haar gitaar zou meebrengen. Wedden dat wij er volgende keer weer staan?

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Asian Dub Foundation

Asian Dub Foundation - Gedateerde cross-over doet de AB daveren

Geschreven door

Het publiek ligt anno 2011 niet meer wakker van de jaren ’90 want het zijn plots weer de jaren ’80 die toonaangevend zijn. Wie weet zal dit veranderen binnen een tiental jaartjes maar gisteren werd het gauw duidelijk dat de hoogdagen van Asian Dub Foundation voorbij zijn, ook al was de trouwe aanhang aanwezig.
Misschien zijn de mensen gewoon het cross-overgeluid wat moe geworden en dat zal deels te verklaren zijn doordat er gewoon een overaanbod in het genre was.
Zonder twijfel waren Asian Dub Foundation één van de meest originele in hun soort en dat is natuurlijk te verklaren door de Aziatische klanken want op Cornershop na was zoiets destijds nieuw en revolutionair.
Ondanks diverse personeelwisselingen bleven Asian Dub Foundation de nodige albums uitbrengen en in het kader van hun meest recente ‘A history of now’ bracht deze bende de Brusselse rocktempel een bezoekje.

Er zijn groepen die hun vuurwerkstokjes sparen tot de bisnummers maar in het geval van Asian Dub Foundation was het meteen prijs met opener “Bride of Punkara” waarbij meteen daarna met “Rise” de zaal helemaal ontplofte.  Naar aloude gewoonten deden ze dat met hun welgekende mix van Westerse crossovergeluiden en dansgeluiden van Aziatische origine.
De twee zangers (of zijn het nu rappers?) Al Rumjen en Aktarv8r die er sinds 2007 bijkwamen, deden er alles aan om het publiek op te dwepen en eens  “Target” en “London Eye”  door de boxen galmden, wist je dat ze in hun opzet geslaagd waren.
Wie Asian Dub Foundation zegt, heeft het natuurlijk ook over de nodige politieke boodschappen en bij “History of now” werd meteen steun gegeven aan de mensen die in het Midden-Oosten rebelleren tegen de heersende dictators.
Ook al was de opkomst een tegenvaller kon je dat niet merken aan de arme vloer van de AB want als er één groep is die een publiek massaal kan doen springen dan is het Asian Dub Foundation wel.
Na een uurtje verdween de groep van het podium om tot tweemaal terug te komen. Niet alleen besloten enkele fans om het podium te bekruipen maar kreeg extreem rechts ook nog eens op zijn donder tijdens “Rebel” , een boodschap die des te meer doordrong tijdens “Free Satpal Ram”.

De muziek die Asian Dub Foundation gisteren bracht was misschien bij momenten wat gedateerd want je kan moeilijk gaan beweren dat deze groep door de jaren heen veel evolutie heeft gekend maar we zagen wel een groep die zich ten volste gaf en die nieuwe goden een poepje liet ruiken als het op energie aankomt.
Een groep die te belangrijk is om zomaar uit de muziekgeschiedenis te wissen en dat begrepen de aanwezige fans van gisteren maar al te goed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel



Beoordeling

Carl Barât

Carl Barât - Everybody can be a Libertine

Geschreven door

Het is woensdag  6/10/2010, ik zit te studeren achter mijn bureau en kan maar aan 1 ding denken: “Godverdomme, vandaag komt de CD van Carl Barât uit in België!”
Na een aantal vruchteloze pogingen om mij verder te verdiepen in mijn leerstof besloot ik toch maar richting CD-winkel te trekken en het album te gaan kopen.
De cover maakt het album, stel u ‘London Calling’ van The Clash voor met een andere cover, het zou hetzelfde niet zijn. Deze albumcover was gewoonweg lelijk, compleet in strijd met het fraaie artwork waar ex-compaan Peter Doherty mee kwam aanzetten bij zijn soloplaat. 
Ook het luisteren van de plaat was ondraaglijk, de nummers pasten helemaal niet in het Libertines-ethos en het was moeilijk om te geloven dat dit Carl Barât was.
Toen hij dan op 30 oktober naar de Botanique kwam, verkoos ik om mij van kop tot teen in het zwart te verkleden en de sfeer te gaan opsnuiven in Hasselt voor Sinner’s Day.

Een aantal maanden en luisterbeurten later raakte bekend dat hij weer naar Brussel kwam en deze keer twijfelde ik niet, Carl Barât is en blijft Carl Barât en hem 2 keer missen zou een schande zijn voor een Libertines-fan als ik. Helaas annuleerde hij het concert in ware Libertines-stijl en werd het verplaatst naar 15 april.

Voorprogramma van dienst was TBHB oftewel The Big Hat Band. Een mengeling tussen Schotten en Brusselaars, The Jam meets Buzzcocks, een fantastisch optreden. Ze pakten mij dan ook wel helemaal in toen ze zeiden: “The next song is delicated to Mick Jones.” Mick Jones! De punkheld! De Guitar Hero! Maar ook de producer van de 2 Libertines platen!

Toen moest Carlos komen, gelukkig moest ik niet al te zenuwachtig zijn of hij al dan niet zou komen, vrienden van mij hadden hem al gezien en gesproken. Maar tegen de verwachtingen in strompelde iemand op het podium… Wie hebben we daar? Kurt Cobain on stage! Euh, ik bedoel een langharige blonde kerel die als 2 druppels water op Ons Kurtje leek. Met een fles wijn in de hand kwam hij met de boodschap dat Barât hem gevraagd had wat songs te spelen. 5 nummers en weg he, Kurtje, het publiek snakt naar de ex-Libertine.
En zo geschiedde, na 5 nummers en een overdonderend applaus kwam de begeleidingsband en 20 seconden later Carl Barât himself op podium, waarop het publiek de controle verloor. “The Magus” en “Run With The Boys” (de 2 hoogtepunten van de CD) gevolgd door “The Man Who Would Be King”, het was een droomstart.
Vervolgens een rustmoment met het wondermooie “Carve My Name”. Want zo zag ik de nummers uit z’n soloplaat, als ideale rustmomenten in afwachting van nummers van The Dirty Pretty Things en vooral The Libertines. We werden verwend tot en met, “Up The Bracket” en “Death On The Stairs” van The Libs en “Deadwood” en het knallende “Bang Bang You’re Dead” van DPT.
Maar het verwenarrangement bleef maar duren, we kregen een bisronde die minstens even lang duurde als de set. Biggles fungeerde als wandelende Libertines jukebox! “France, Ballad of Grimaldi”, absoluut hoogtepunt “Music When The Lights Go out” en de kaakslagen “Time For Heroes” en “Don’t Look Back into the Sun” als laatste 2 nummers van de avond.

De interactie met het publiek was fenomenaal … ‘Everybody can be a Libertine’; platen signeren, bier geven aan dorstige fans, een Britse vlag aannemen, een scheut wijn drinken van een fan en discussiëren met mezelve of ik nu al dan niet op podium met hem “Don’t look back into the sun” mocht gaan zingen. “You look like Pete, but you probably can’t sing like him, so it won’t work out…”
Toch ging ik mijn kans en sprong ik het podium op, helaas werd ik weggehaald door de security. Wat een verschil met de early Libertines periode waar er meer publiek op dan voor het podium stond!
Nu ja, Carl wordt ook ouder en zoals hij het zelf zegt: “Ik kan niet blijven rond cruisen met een gestolen fiets met Pete op de bagagedrager…’

Het raakte ook bekend dat Carlos naar Les Ardentes komt, ik geef jullie alleen 1 gouden tip: Don’t you fuckin’ miss it! In een gesprek met een fan verklaarde Biggles trouwens ook dat “hij zeer graag op Pukkelpop wil spelen.” Chokri, boeken die Libertines!

Organisatie: Botanique, Brussel


Beoordeling

James Leg

James Leg - Echt vuurwerk pas na de pauze

Geschreven door

Nadat de tour van de Soledad Brothers samen met James Leg jammerlijk niet door ging werd ter elfder ure nog een nieuwe Europese tour voor James Leg alleen in elkaar geflanst waarbij ons land over het hoofd werd gezien. Dan maar de grens over naar Kaffee 't Hof in Middelburg, een aangename kroeg waar de patron een goeie muzikale smaak heeft. Alleen moest je er wat tijd hebben want het optreden, dat uit twee delen bestond, begon pas rond 22u30.

James Leg (echte naam John Wesley Myers) is de zanger-pianist van de Black Diamond Heavies, één van de indrukwekkendste live-sensaties van de jongste jaren, die momenteel noodgedwongen onder eigen naam opereert nu zijn partner in crime, drummer Van Campbell, het wat rustiger aan wil doen na zijn huwelijk. Sinds het (voorlopige) verscheiden van de Black Diamond Heavies was de eeuwig tourende Myers al eens in Europa met Cut In The Hill Gang, maar dat was eerlijk gezegd toch een halve ontgoocheling. Er viel dus nog wat goed te maken en we waren dus benieuwd wat hij er met zijn nieuwe drummer en oude vriend, Andy Jet Jody, van zou bakken. "Gewoon Black Diamond Heavies met een andere drummer" had hij me na het optreden van Cut In The Hill Gang beloofd maar dat pakte toch enigszins anders uit.
Aanvankelijk kon James Leg het optreden in Middelburg met de beste wil van de wereld niet van de grond krijgen. Er waren wat problemen met de klank die niet meteen opgelost raakten maar dat was echt niet de enige reden. Op zijn nieuwe plaat ‘Solitary pleasure’ vaart Leg toch een wat andere koers en precies die meest afwijkende (i.v.m. Black Diamond Heavies) songs zaten in het eerste deel van de show. Nummers waarin het distortionpedaal met rust werd gelaten en zijn Fender Rhodes zowaar klonk als een New Orleans piano. Mogen "Nobody's fault" (kon zo geplukt zijn uit Tom Waits' ‘Closing time’, "No license (song for the caged bird) of "Whatever it takes" op plaat beslist overtuigend klinken, live vielen ze nogal slapjes uit en konden zeker niet beklijven.
Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik dit niet meteen terug moest zien, dat terwijl ik BDH minstens tien maal aan het werk zag en nog steeds naar meer snakte. Maar was het geen Nederlander die ooit zei "'t kan verkeren"? Met de gospelstamper "Georgia", dat klonk alsof ik het mijn hele leven al kende maar toch gewoon van de nieuwe plaat afkomstig is, sloeg het vuur uiteindelijk toch in de pan. Eindelijk hadden beide heren de juiste drive te pakken en net nu de stomende trein goed op de rails stond werd er een break ingelast en kwam de twijfel weer de kop op steken. Misten we dan toch die fantastische Van Campbell op drums?
Blijkbaar had James Leg onze gedachten gelezen want het tweede deel van de avond was van een compleet andere wereld. De ‘Fender Rhodes fingerfucker’ snauwde zich met die indrukwekkende growl van hem en druipend van het zweet als vanouds door zijn songs, hierbij zijn piano en basorgel voortdurend molesterend. Dit terwijl Andy Jody onze twijfels de deur uit mepte en één blok zinderende rock-n'-roll bleek. Heeft waarschijnlijk niet voor niets ooit bij Barrence Whitfield & The Savages gespeeld. Een groot zanger is hij niet maar de door hem gezongen cover, "Oh sweet nuthin' " van de Velvet Underground, was verdomd één van de hoogtepunten van de avond. En zo waren er nog bij de vleet : het onverslijtbare " Poor brown sugar", de Link Wray-cover " Fire and Brimstone" en "Drinking too much" waarbij James de daad bij het woord voegde en zijn whisky met een biertje doorspoelde.
Met een zelden geziene gretigheid raasde dit duo door die tweede set, geen seconde verslappend en o, zo fel contrasterend met het eerste deel van de avond. Je wou dat er nooit een einde aan kwam maar met een koppel bluessongs gebeurde het onvermijdelijke toch : het nog steeds hypnotiserende "Take a ride" van T-Model Ford en "Got my mojo workin' ", bekend van Muddy Waters en waarbij James zijn drummer op de proef stelde want dit hadden ze nog nooit eerder gespeeld.

Nog één keer kwamen ze terug om alles en iedereen (de Stones incluis) te verpletteren met een razende versie van "Jumpin' Jack Flash". Daarna konden we enkel naar adem happend de frisse buitenlucht opzoeken.
Achteraf vernam ik dat James Leg dit jaar opnieuw komt naar het Folks Blues Festival in Binic, Bretagne (eerste weekend van augustus, net als Left Lane Cruiser (!!!), Radio Moscow, Bloodshot Bill en Mark Porkchop Holder (in het prille begin derde lid van BDH).

Organisatie: Kaffee ’t Hof, Middelburg

Beoordeling

Pagina 300 van 386