logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic
Concertreviews

The Low Anthem

The Low Anthem straalt gemoedsrust uit

Geschreven door

The Low Anthem uit Rhode Island overschaduwde zichzelf als een goed bewaard geheim. ‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. Hun passages in de AB en op Crossing Border zal de fan wellicht niet vergeten, en … hun optreden op Pukkelpop ook niet toen in de grote Marquee tent rock’n’beats binnendrongen van de andere kant van het terrein …
De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak neemt een voorname plaats in. De nieuwe plaat ‘Smart flesh’ verschijnt nogal vlug na het vorige materiaal, overtreft zijn voorganger niet, maar biedt ook veel klasse door het warme kamergehalte.

Na een uitbundig dagje Vlaamse kermis in de Ronde was het contrast toch erg groot met de zondagavond rust van The Low Anthem. De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is of ze houden het klassiek, eenvoudig en omarmen je letterlijk door een vierstemmige zang, dicht bij elkaar achter 1 microfoon; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
Een ‘close harmony’ dus, die een hoogtepunt bereikte op “This God dawn house”, toen in het tweede deel van de ingehouden song we naar elkaar mochten bellen, de speaker aanzetten en de stemmetjes en bleeps allerlei feedback opleverde. Spitsvondig en Sterk!
Eerder hadden we de schoonheid van de sobere “Ticket taker” en “Ghost human blues” die door de opstelling van akoestische gitaar, staande bas, klarinet en ander leuks de stemmenpracht beklemtoonde. “Sally, where did you get your liquor from“ en “To the ghosts who write history books” toonde de veelzijdigheid, finesse en subtiliteit van het kwartet aan en intrigeerde folk, 70’s retro en americana. De respons was enorm voor de band, die door de fans in het genre op handen wordt gedragen …
Toegegeven, niet alles intrigeerde zoals bij hun vorige concerten; ze klonken ietwat eenduidiger en gewoontjes, maar hun présence werkte bedwelmend en ademde gemoedsrust uit. Of de stemming was uitbundiger door krachtiger materiaal “They all you hippies” en “Boeing 737”. Met z’n vieren dicht bij elkaar maakten ze een puike indruk, van een Irish folksong (“Old triangle”), een aan ‘In the Pines – Triffids’ neigende, pakkende versie van “To Ohio”, “(Oh my God) Charlie Dawn” en een keur aan covers die toegevoegd werden, “Evangeline (Robbie Robertson) en “Bird on the wire” (Cohen). De band graaft graag in het verleden van sing/songwriters.

Vreemd genoeg hielden ze het bij een beperkte bisronde met de broeierige neofolky titelsong “Smart flesh”, titelsong van de nieuwe cd. Juist, we konden niet klagen, anderhalf uur lang.
Ze eigenden zich een uniek plaatsje in deze scène toe, bleven misschien nu wat ter plaatse trappelen, maar bezorgden ons nog steeds een bijzondere avond!

Ook de support The Head & The Heart klonk uiterst aangenaam, meeslepend en fijngevoelig. Dromerige en broeierige neofolky/indie, kleur gegeven door piano, toetsen, viool en een mooie samenzang sierden en overtuigden. Het intense materiaal van het sextet werd net als The Low Anthem steevast sterk onthaald.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

John Grant

John Grant: Gouden stem in hete AB Club

Geschreven door

Zaterdagnamiddag, drie uur, buiten is het vierentwintig graden, en de terrasjes rond de Beurs zitten bomvol met mensen die van de eerste echte lentedag genieten. Wij zijn echter opweg naar de donkere clubzaal van de Ancienne Belgique: net zoals onlangs by Kyuss, was de belangstelling voor het concert van John Grant zo groot, dat er een matinee-concert ingelast werd, dat ook op één, twee, drie uitverkocht was.

Tien jaar geleden, zou John Grant, toen leider van het indie-rock zestal The Czars, wellicht vol ongeloof gereageerd hebben moesten ze hem verteld hebben dat hij in 2011 voor volle zalen zou spelen.  Hoewel The Czars goeie kritieken kregen, hielden ze het in 2004 voor bekeken bij gebrek aan succes.

In 2010 was John Grant’s solo-debuut ‘Queen of Denmark’, opgenomen met de leden van Midlake, een van de sterkste platen van het voorjaar. Vorige zomer zagen we John Grant in de Handelsbeurs, tijdens het Boomtown festival. Toen viel de set wat tegen, door het overwicht van de drums, waardoor de stem van John Grant niet kon schitteren. We waren dus benieuwd naar de bezetting en de uitvoering in de AB-club.
Geen uitgebreide band deze keer, een vleugelpiano en een tweede keyboard speler konden al doen vermoeden dat het een intiem concert zou worden.

John Grant had er zin in, hij begon met zich te verontschuldigen bij het publiek omdat ze bij zo een lekker zomerweertje in een donkere, zwetigere club naar hem moesten komen luisteren, en zou tijdens het hele, anderhalf uur durende concert, voortdurend over zijn ervaringen vertellen.
Het eerste nummer, “You don’t have to”, was meteen al een staalkaart van hoe heerlijk John Grant’s teksten vloeken met de melodie: het nummer begint heel romantisch, maar bevat wel zinnetjes zoals: “Remember how we used to fuck all night long, neither do I because I always passed out”. Niet meteen een typische romantische heteroseksuele ballade dus, hoewel het nummer perfect op Radio Eén na de zondagsmis kan gedraaid worden, als je even niet op de teksten let. John Grant houdt er duidelijk van om de donkere, fucked up kant van zichzelf en anderen op te roepen, maar altijd met een sarcastisch gevoel voor humor, waarbij het duidelijk wordt dat hij zichzelf eigenlijk niet zo serieus neemt. Dat bleek nog meer toen hij een meisje op de voorste rij aanmaandde om even ziek en fucked up te zijn als hijzelf.
Grant groeide op in Michigan, en verhuisde op zijn elfde naar Denver, Colorado, waar hij door op de highschool altijd als een buitenstaander behandeld werd. Heimwee naar de vroege onschuld van de kindertijd in Michigan, en gevoelens van verwarring en vervreemding, ook door zijn homoseksualiteit, zijn dan ook de grote thema’s van John Grant’s nummers.
Van namiddag werden we heen en weer gevoerd tussen die twee uitersten:  onschuld en nostalgie in “Marz” , over de snoepwinkel uit zijn jeugd, “Fireflies “ , over vuurvliegjes en het lokale kerkhof, en “Little pink house” , een nummer van The Czars, over het huis van zijn grootmoeder, en vervreemding, angst en woede in “Sigourney Weaver”, (de Aliens die je ieder moment op de nek kunnen springen), “Drug” en “Silver plate club”.
Midden in de set werden de songs wat luchtiger qua melodie, met honky-tonk en ragtime elementen, in nummers zoals “ Chicken bones” en “ Jesus hates faggots”. Dit middenste deel van het concert bleef het minst aan de ribben plakken, deze nummers waren beter gediend met een volledige live bezetting met drums en gitaren. De eenvoudige piano arrangementen in deze nummers deden ons hier iets te veel aan de spreekwoordelijke pianist in de hotellobby denken.
Gelukkig schakelde John Grant voor het laatste deel van zijn anderhalf uur durende set terug over naar de fucked up lovesongs en melancholische ballads waar zijn gouden bariton het best tot zijn recht komt.

John Grant bleef meesterlijk controle houden, net als je dacht dat het toch iets te melig werd, zette hij je op het verkeerde been met een tekst als ‘I wanted to change the world, but i could not even change my underwear, and when the shit got really, really out of hand, i had it all the way up to my hairline”. Je tegelijkertijd ontroeren en sardonisch doen lachen, er zijn weinigen die het kunnen, maar John Grant doet het, en kreeg dan ook een staande ovatie van het oververhitte publiek.
Halfzes ’s namiddags, en de overgang van een zinderend concert naar een zonovergoten Anspachlaan was redelijk brutaal, maar we hadden geen spijt dat we de zaterdagnamiddag niet op een terrasje doorgebracht hadden.

Setlist You don’t have to , Sigourney Weaver, Where dreams go, Marz, Outer space, Chicken bones, Silver platter club, It’s easier, Jesus hates faggots, TC and honey bear, L.O.S., Drug, Queen of Denmark, Fireflies, Caramel, Little pink house

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

…And You Know Us By The Trail Of Dead

... Trail Of Dead - Krachtige pletwals met melodie

Geschreven door

Noem het gewaagd of eigenzinnig, feit is dat …And You Will Know Us By The Trail Of Dead hun set begonnen met “Strange news from another planet”, het zestien minuten durende sluitstuk van hun fantastische nieuwe plaat. Wij vonden het alvast een even gedurfde als geslaagde binnenkomer, de song mocht dan al lang duren en daarbij verschillende keren van richting veranderen, het deed ons denken aan The Who in hun beste periode. Er werd gewoon even duidelijk gemaakt dat een lange song niet langdradig hoeft te zijn. Nog zo een knallers van dat album waren de uiterst stevige songs “Pure radio Cosplay” en “Summer of dead souls”, beiden klassiekers in wording.

Polyvalente kerels zijn het, drummer en gitarist verwisselden halverwege gewoon van instrument, het kwam de intensiteit van deze bende alleen maar ten goede. Er werd immers verduiveld goed gemusiceerd, maar de term progrock (die je bij beluistering van hun platen voorzichtig even mag bovenhalen) zal je maar best achterwege laten bij een concert van The Trail Of Dead. Soms kregen we het heftige en bijtende punk, elders gecontroleerde chaos, hard was het alleszins.
De keyboards die op ondermeer de nieuwe plaat alomtegenwoordig zijn, hebben ze thuisgelaten, vandaar dat de band live een stuk forser en ruiger klinkt. Eén van de sterktes is dat de groep nogal eens het gaspedaal voorzichtig kan lossen om er dan later een genadeloze patat op te geven. Zo werd het prachtige “Will you smile again ?” hard en furieus ingezet, als een volbakken punksong zeg maar, om er dan na een ingehouden en melodieus middenstuk terug met de hakbijl in te vliegen. Ook de voltreffers “Another morning stoner” en “It was there that I saw” uit die geweldige plaat ‘Source Tags and codes’ werden er meedogenloos en stevig doorgeramd. En het noise- en ook wel punkgehalte ging nog wat de hoogte in met “Fake fake eyes”, een donderslag uit hun debuut (1997) waarin zoals in de goeie ouwe tijd Sonic Youth niet zo gek ver af was. Ook die memorabele plaat ‘Madonna’ uit 1999 werd niet vergeten, daaruit haalden ze met forse kracht de spetter “A perfect teenhood” en helemaal op het eind de noise eruptie “Totaly natural” tevoorschijn.

Wij waren enorm onder de indruk van de tornado die … And You Will Know Us By The Trail Of Dead veroorzaakte. Strak zittende rock, loeihard maar nooit richtingloos, met oog voor melodie en een potige punk spirit, gegoten in een reeks wervelende songs die op een podium nog meer imponeren dan op de albums. Uitermate fantastisch.

Voorheen hadden we al een portie fijne nostalgie gekregen met Rival Schools, de band van ex Quicksand frontman Walter Schreifels, die nu 10 jaar na hun debuutalbum ‘United by fate’ (een bescheiden klassieker) met ‘Pedals’ een nagelnieuw plaatje hebben gemaakt. Schreifels stem was vanavond niet altijd even goed bij de les maar de energetische kracht van zijn bandje is gelukkig intact gebleven. Een paar oude krakers als “Used for glue” en “het instrumentale “Hooligans for life” wekten nogal wat beroering los in de voorste gelederen en de klassieker “Undercovers on” deed ons nog altijd denken aan het betere werk van Buffalo Tom. Ook de nieuwe songs waren veelbelovend, net als op ‘United by fate’ klonken die heftig en recht door zee.

Een fijn concertje dus met enkele vocale misstapjes maar met een lekkere primitieve stuwkracht. Doch een half uurtje later zou blijken dat de verdienstelijke poging van Rival Schools in het niets verging vergeleken met de pletwals die er zou op volgen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Lady Linn & Her Magnificent 7

Lady Linn & Her Magnificent 7 – stijlvolle tryout in Ieper

Geschreven door

Feest in Ieper! De cultuur in de Westhoek kreeg een voorname push met een prachtige nieuwbouw, Cultuurcentrum Het Perron. Ook het JOC kreeg een nieuwe zaal en ze trakteerden het publiek met een ‘master’ optreden van Lady Linn & Her Magnificent 7 en een dansparty met o.m. Merdan Taplak; de werking kon definitief van start gaan. In stijl dus!

Het was een exclusieve tryout van de charismatische en talentrijke ‘lady’ Lien De Greef en haar 7 leden, in afwachting van de binnenkort te verschijnen (nieuwe) cd, ‘No Goodbye at All’. Lady Linn won al twee MIA’s als beste vrouwelijke artieste en beste popartieste. Muzikaal duikt ze de jaren ’30 en ’50 in met een jumpin’ jive, ballroom jazz, soul en bebop; eerder verdiende ze al haar strepen met Bolchi en Skeemz. Samen met Red D is ze nog actief om eens te dj-en. Ze bracht vóór haar debuut al met de band covers van jazz- en swingnummers en op het debuut ‘Here we go again’ van enkele jaren terug, hoorden we het verwerkt in sensuele, zwoele, broeierige jazz/soulpop.
Het was vanavond het tweede concert ter voorbereiding van de clubtour, die volgende maand van start gaat. Een uiterst genietbare set van een balorkest van 4 blazers, een pianist, een contrabassist en een drummer; in het midden een ‘lady in red dress’, die met haar indringende, heldere stem de songs naar een hoger niveau brengt! Een boombalswing, een jive, lekkere grooves, aanstekelijke ritmes en ingetogen nummers, die ons op een wolkje naar Dromenland dreven.
“Anything for you” en “Good old Sunday blues” knipten officieel het lint door, ideale openers dus. De instrumentatie nam meer ruimte in op het intense materiaal “Little bird”, “Over” en “Didn’t know what to say”. Ze hield ons ‘close’ bij elkaar in de sober gehouden “Always shine” (piano/stem) en “Nina” (blazers /stem). Maar na deze downtempo/slow momenten, werd vaart gezet; een bigband waren ze op weekendvoltreffers  “That’s allright” en “Love affair”, middenin de set.
Een gevoelig ingehouden “Here we go again” en een broeierige “Cool down” volgden. Mooi en gevarieerd! De swing zat er dan helemaal in op de groovy single “Cry babe” en Katy B’s “Katy on a mission”, die stevig rockte. Meezingers hier. Tot slot pakten ze ons helemaal in met een acapella version, “Good morning, misty morning”.
In de bis bracht ze ons in ‘close harmony’ op het warme “Love song” en in het intieme “No goodbye at all” (stem/piano). Natuurlijk kon haar grote hit, met de bezwerende hitsende reggae ritmes, “I don’t  wanna dance” (Eddie Grant ) niet ontbreken, die vanavond aardig opviel door de acapella zang.
 
Sferen en stijlen vloeiden door de afwisselende aanpak van het ensemble in elkaar over. De klemtoon kwam iets minder op een partycocktail, maar iets meer op song en emotie.
Lady Linn is met haar magische 7 er terug klaar voor om het publiek dichter bij elkaar te brengen en op het uptempo materiaal in te palmen.

Merdan Taplak en ook de plaatselijke Bloodyhornycrew wisten gaandeweg het publiek te overtuigen een feestje te bouwen, de ene door z’n unieke mix van Balkan, elektro en dance, de anderen door dancefloorkillers.
Kijk, Het Cultuurcentrum en het JOC gaan een mooie toekomst tegemoet.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: (CC) Het Perron, JOC en Hypnoiz

Beoordeling

Luc De Vos

Luc De Vos – solo

Geschreven door

Luc De Vos kennen we al jaren als de frontman van Gorki. Na een goeie 20 jaar met zijn groep op bijna elk festival in Vlaanderen te hebben gestaan vond hij de tijd rijp om er alleen op uit te trekken. Op de solotournee die een jaar duurde was hij enkel gewapend met enkele akoestische gitaren, één elektrische, een drum en een synthesizer.

Tijdens zijn show liet hij zien dat hij een entertainer in hart en nieren is, die weet hoe hij zijn publiek moet bespelen, het voorlezen uit zijn laatste boek ‘Het werk van de duivel’ en zijn vele spontane reacties op het publiek zorgden voor een komische noot.
De nummers die hij bracht waren erg zorgvuldig uitgekozen en gaven een perfect overzicht van wat Gorki al allemaal gemaakt heeft. Openen deed hij met “Adem in en adem uit” gevolgd door “Surfer Billy”; “ Ons Brave Wonderkind” werd dan weer met gepaste ironie aangekondigd als het enige biografische nummer dat hij ooit maakte. Naast het Gorki repertoire was er ook plaats voor een ode aan zanger en kleinkunstmuzikant Jan De Wilde en aan schrijver/dichter Willem Elsschot.
Tijdens zijn twee voordrachten uit zijn boek vertelde hij een absurd verhaal over de zeldzaamheid van seks en het ereburgerschap van Gent. Verder trakteerde hij ons met de intro van “Enter Santman” (Metallica) en maakte hij een parodie op hitmachine Milk Inc. Als afsluiter bracht hij een ingetogen maar daarom niet minder mooie cover “ Northern Sky” van Nick Drake.


Luc De Vos liet zien dat zijn solotournee meer is dan een opsomming van Gorki nummers en hij genoeg in huis heeft om een hele avond te kunnen boeien! De echte grote fans van Gorki hoeven echter niet lang meer op hun honger te blijven zitten want tegen half april wordtv de nieuwe Gorki-plaat op ons afgevuurd!

Playlist
1. Adem in en adem uit 2. Surfer Billy 3. Plan B 4. Ode aan Jan de wilde: Wij houden stand 5. Ons brave wonderkind 6. Drie koningen 7.Voordracht: Zeldzaamheid van seks 8. Joeri
9. Samen in dat donkere huis 10. De olifant is grijs 11. Voordracht: Het ereburgerschap van Gent 12. Ode Willem Elsschot: K’heb in mijn jeugd gezopen als een beest 13. Wie zal er voor de kinderen zorgen 14. Schaduw in de schemering 15. Die valse teef 16. Lieve kleine piranha
17. Cover: Enter Santman (Metallica) 18. Cover: Milk Inc 19. Mia 20. Cover: Misty Morning Albert Bridge (The Pogues) 21. Cover: Northern Sky (Nick Drake)

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Selah Sue

Selah Sue - Supertalent

Geschreven door

Het moet geleden zijn van Eddy Merckx dat ze in België nog zo een talent hebben gehad. Selah Sue is er eentje om te koesteren. Het is sowieso al een mooie verschijning met die prachtig fonkelende ogen, maar als ze aan het zingen slaat wordt het pas echt hemels. Wat een stem, wat een présence, en ook wat een unieke sound.
Want Selah Sue is niet zomaar een antwoord op buitenlandse dames als Amy Winehouse of Duffy. Zij is veel meer dan dat, haar songs zijn nergens een afkooksel van het werk van deze dames. Selah sue overtuigt op alle gebied, ze flirt op een heel frisse manier met reggae, ze rapt overtuigend en mijdt daarbij probleemloos de clichés van het genre, ze heeft een ongelooflijk mooie stem en schrijft adembenemend mooie songs. Bovendien wordt ze daarin bijgetreden door een werkelijk schitterende band.

Ook het Franse publiek in een uitverkochte Grand Mix komt tot die vaststelling, ze dragen Selah Sue en haar voortreffelijke groep op handen. De Fransen zijn kennelijk goed vertrouwd met de schitterende songs als “Raggamuffin” en “Crazy Vibes”, nummers die ook hier op een enthousiast herkenningsapplaus onthaald worden. Maar al de rest is even heerlijk, vinnig en levendig. Het concertje bruist van begin tot eind. En dat hebben we vooral te danken aan uiteraard de dame zelf, aan de variatie in de songs en aan de fraai musicerende groep.

Selah Sue is een goudhaantje, als dit geen internationaal fenomeen wordt, dan is de wereld onrechtvaardig (helaas is ie dat ook, dus het wordt toch afwachten).
Afspraak op Rock Werchter in die magische Marque, waar zij de pannen van het dak zal spelen.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Black Mountain

Black Mountain - Eenzame klasse

Geschreven door

De Zwerver liep, een beetje tegen de verwachtingen in misschien, niet helemaal vol voor Black Mountain. Maar deze groep uit Vancouver rijgt hun tournees dan ook aan een waanzinnig tempo aaneen. Om nog te zwijgen over de concurrentie die avond van Justin B. in Antwerpen.

Als sparringpartner had Black Mountain dit keer gekozen voor het mij tot dan toe onbekende Spindrift uit Los Angeles. De vier heren en dame omschrijven zichzelf als ‘psychedelic spaghetti western pioneers’ en die vlag dekt de lading volledig. Ze zagen eruit als een stelletje stoffige cowboys terwijl de bassist (op dubbele hals gitaar : bariton gitaar en bas) zo leek weggelopen uit een morsige seventies softpornofilm. Hun muziek leek gemaakt voor al dan niet denkbeeldige westerns. Simpele, meestal trage tunes die voortdurend deden denken aan Ennio Morricone en Calexico maar toch iets te mager waren om echt te blijven boeien. Instrumentaal kon het er nog mee door maar wanneer er gezongen werd (gelukkig niet veel en meestal beperkt tot wat ‘ooh's’ en ‘aah's’) kwam de pijngrens soms akelig dichtbij. Tot plots, toen er al veel volk naar de bar was gesukkeld, er een, naar eigen zeggen, nagelnieuw nummer werd gespeeld die wel aan de ribben hield. Een simpel eindeloos herhaald toetsenmotiefje waarrond de gitaar slissend meanderde en de lapsteel behoorlijk creepy klonk. Als dit de richting is die Spindrift uitwil dan komt alles nog goed met deze verlopen cowboys.

Dit was reeds de zesde keer dat ik Black Mountain aan het werk zag. De verrassing is er dus al een tijdje vanaf maar toch blijft een optreden van hen steeds een belevenis waar ik naar uitkijk. De groep heeft een uit duizenden herkenbare sound die moeilijk te plaatsen is. We horen duidelijk invloeden uit de seventies progrock, Black Sabbath verwante riffs en breed uitgesmeerde toetsenpartijen die we bij om het even welke andere groep schabouwelijk zouden vinden maar hier perfect passen. Dit alles weet Black Mountain een eigentijdse draai te geven zodat men haast zou geloven dat ze met totaal iets nieuws op de proppen komen.
In Leffinge gaven ze hiervan nog maar eens een demonstratie, op hun sloffen want imagebuilding of visuele hoogstandjes laten hen Siberisch koud.
Reeds zeer vroeg in de set werden we op een fantastisch en misschien wel HET hoogtepunt getrakteerd met het wonderlijke "Wucan". Een complexe song van een sprookjesachtige schoonheid waarin het sirenengezang van Amber Webber me koude rillingen bezorgde. Ok, veel uitstraling heeft ze niet, nu toch al iets meer dan een natte dweil. Een rockdiva zal ze nooit worden maar wat een stem! Hopelijk doet ze daar ooit nog iets mee in haar nevenproject Lightning Dust.
Halverwege de set werd flink wat gas teruggenomen en volgden enkele rustiger, meer folkgetinte nummers. Misschien net ééntje teveel want bij deze groep horen we het liefst die voortjakkerende gitaar van Stephen McBean die strak in het gareel gehouden wordt door bassist Matt Camirand en drummer Josh Wells, twee schitterende muzikanten die van cruciaal belang zijn bij Black Mountain.
Na die meer ingetogen passage werd het tempo systematisch opgedreven en werd er vakkundig naar een spetterende finale toegewerkt om uitbundig te eindigen met "Don't run our hearts around", een song uit hun prille beginperiode. Hun allerbeste optreden was het niet maar toch kwam het einde weer veel te vroeg. Hier krijg ik nooit genoeg van!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Vzw De Zwerver, Leffinge

Beoordeling

The Twilight Singers

The Twilight Singers - Weinig dynamiet, veel intensiteit

Geschreven door

Aardig wat volk was vroeg van de partij om getuige te kunnen zijn van Deadsets, een Belgische groep die op een klein half uurtje tijd met een afwisselende set een overtuigende indruk kon maken. We hopen van harte dat hun EP ‘Mature Swingers’ gretig aftrek vond aan de merchandising-stand, live klonk hun melodieuze en gretig gearrangeerde muziek alleszins meer dan behoorlijk. Onze verwachtingen zijn alvast hooggespannen.

Dat waren ze trouwens ook voor The Twilight Singers die na een sfeervol instrumentaal stukje op hun gemak het podium betraden. Weinig verrassend begonnen ze aan “Last Night in Town”, het openingsnummer uit het recente ‘Dynamite Steps’ dat ze in de Ancienne Belgique uitgebreid kwamen voorstellen. Althans, dat was de bedoeling.

Na een gedreven “Fat City (Slight Return)” leek “The Beginning of the End” een songtitel als een andere te zijn, totdat Greg Dulli na afloop van “Forty Dollars” niet meer kon maskeren dat alle dynamiek uit zijn lijf weggevloeid was. Het werd dus al na minder dan twintig minuten duidelijk dat het begin van het einde zich effectief al aandiende. De zanger excuseerde zich voor de lamentabele toestand die hem overvallen had, iets wat enkele jaren terug trouwens ook het geval toen The Gutter Twins de AB met hun bezoek vereerden.
Gebruikt de kok van de alom bejubelde AB-keuken kruiden waar Dulli allergisch op reageert of moeten we de oorzaak elders zoeken?
Beteuterd diende het rock-minnende deel van publiek dus te aanvaarden dat de klemtoon kwam te liggen op het meer rustige werk. “Elk nadeel heeft zijn voordeel” want terwijl er stevig ingeboet werd op dynamiek en kracht, kregen vele nummers nu onverhoopt wel extra intensiteit.
Vooral violist Rick Nelson kreeg door het regelmatig weglopen van Greg Dulli meermaals de kans om een subtiele toets aan het geheel toe te voegen. Gewoon al het feit dat je letterlijk kon zien hoe de ongelukkige frontman zich - zittend op een stoeltje dat door een meelijdende roadie toegestopt werd - zwaar in het zweet werkte om de avond toch niet op een sof te laten uitdraaien, stemde het publiek voldoende mild om hem verschillende keren op een welverdiend applaus te trakteren. Iets wat blijkbaar deugd deed want meer dan eens hoorden we hem opgelucht “Thank you so much!” zeggen.
Op het einde van de fel ingekorte set werd er met “The Twilite Kid” teruggegrepen naar hun debuutplaat, de live-versie klonk trouwens zodanig stevig dat we begonnen te hopen dat men backstage uiteindelijk toch het juiste ‘pilleke’ gevonden had, maar dat bleek ijdele hoop want de bisronde werd beperkt tot één nummer (“The Killer” uit ‘Blackberry Belle’) daar waar er feitelijk vier voorzien waren (want ook “Esta Noche”, “Love” en “Annie Mae” prijkten op de setlist die we aan de P.A. onder ogen kregen). Net als het overgrote deel van de reguliere set werd dat ene bisnummer echter gebracht met een inzet die gezien de omstandigheden ontroerend aandeed.

Conclusie: we waren getuige van een bijzonder concert. Het was allesbehalve een overrompelend optreden (daarvoor ontbrak echt wel de vereiste energie), maar wel één dat dankzij de overgave van Greg Dulli enerzijds en het beheerste en subtiele spel zijn begripvolle bandleden anderzijds voldoende was om ons niet bekocht te voelen.
Voor de volledigheid presenteren we als afsluiter hetgeen niet van de setlist geschrapt werd.

Verspreid over ongeveer 70 minuten betrof dit: “Last Night In Town”, “Fat City (Slight Return)”,  “The Beginning of The End”, “Forty Dollars”, “She Was Stolen”,” Don’t Call”, “Too Tough To Die”, “Bonnie Brae”, “Get Lucky”, “Teenage Wristband”, “Candy Cane Crawl”, “Never Seen No Devil”, “Martin Eden”, “The Twilite Kid” en als bisnummer “The Killer”.

Organisatie : Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 302 van 386