logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

T-Model Ford

T-Model Ford en Tinariwen: AB in trance

Geschreven door

De jarige AB (30 lentes) houdt dit najaar een eerbetoon aan musicoloog Alan Lomax (1915-2002) met een reeks concerten, tentoonstellingen en filmvoorstellingen. Alan Lomax was samen met zijn vader de ontdekker van Leadbelly en Woody Guthrie maar minstens even belangrijk is zijn immense verzameling fieldrecordings van onbekende maar des te authentiekere figuren die ons laten kennismaken met de wortels van de blues en de folk. Voor het concert konden we hier eens van proeven via de film ‘The land where the blues began’ waarin enkele van die fascinerende kerels hun verhaal mochten doen.

Een documentaire waarin T-Model Ford zeker niet uit de toon ging vallen. De naar eigen zeggen 89-jarige James Lewis Carter Ford – zo heet hij echt – moet zowat de laatste markante artiest zijn die de blueswereld nog heeft. Na tien jaar gezeten te hebben voor moord werd hij op hoge leeftijd alsnog opgevist door Matthew Johnson van het Fat Possum-label. De man is al jaren slecht te been, kreeg vorig jaar nog een pacemaker ingeplant maar dat alles belet hem niet nog eens te gaan toeren wat hem dus ook naar de AB bracht voor een concert. En het ging hem fantastisch af. T-Model Ford bracht bijzonder primitieve blues, gezongen met die typische rauwe strot van hem. Zijn vingers gleden letterlijk over de snaren en produceerden vrij repetitieve patronen. Hierbij werd hij prima bijgestaan door Tommy Lee Miles, een prachtige drummer maar toch miste ik de extraordinaire Spam van enkele jaren terug een beetje. Nuchter bekeken kan men zeggen dat het allemaal een beetje veel van hetzelfde was (soms effectief dezelfde nummers) en dat het technisch niet zoveel voorstelde. Langs de andere kant zagen we hier toch een set waar het spelplezier zó van afdroop en eenmaal meegezogen in het universum van T-Model Ford was er geen ontkomen meer aan. Trouwens, ik zie het weinigen op hun 89-ste nadoen.

Na de Amerikaanse blues werd ons nog een portie Saharablues voorgeschoteld. “Every Touareg in the Southern Sahara is a member of Tinariwen” zegt men vaak, gelukkig volstond het zaterdag met acht. Het blijft een indrukwekkende verschijning op het podium: die mooie traditionele gewaden, allen gesluierd behalve de Jimi Hendrix lookalike Abaraybone. En ook muzikaal werden we werkelijk overrompeld. Vreemde ritmes, Arabisch aandoende, monotone gezangen en die steeds ingetogen maar toch sublieme gitaren zorgden voor een onweerstaanbare cocktail. Met vier leadvocalisten die elk hun ding mochten doen ontbrak het zeker niet aan afwisseling, terwijl enkele dansende leden ervoor zorgden dat er ook visueel voortdurend van alles te beleven was. Ondanks die unieke sound kwamen er toch gelijkenissen met de Amerikaanse blues bovendrijven. Vooral dat hypnotiserend effect hebben ze frappant gemeen met de onevenaarbare Junior Kimbrough. Allen waren het schitterende muzikanten maar ik maak graag een speciale vermelding voor de bijzonder soepel spelende bassist die het geheel van een ongelooflijke drive voorzag, waarbij hij zich soms aan de meest gekke sprongetjes waagde. Tinariwen kreeg schijnbaar moeiteloos zowat de ganse zaal in trance en hoewel er drie elektrische gitaren voortdurend actief waren hadden we hier geen last van gitaarsolo’s, iets wat de meeste hedendaagse blues zo onverteerbaar maakt. Neen, voor de echte blues moet je tegenwoordig in west Afrika zijn.
Abaraybone zei ergens tijdens het optreden dat het altijd speciale optredens waren in Brussel en de groep een speciale band heeft met deze stad en voor één keer was ik geneigd dat te geloven want enkele jaren geleden werd ik door hen al eens omver geblazen op Les Nuits Botanique.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Emiliana Torrini

Het knuffelgehalte van Emiliana Torrini

Geschreven door

De immer sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini is érg geliefkoosd in ons landje … Al voor de derde keer is haar concert uitverkocht. Ze voelt zich thuis bij haar Belgisch publiek in de AB, en ze vertelde ontwapenend over haar songteksten, liefdesliedjes in leuke anekdotes. Een charismatische lady die ons meteen overstelpte met enkele sfeervolle, ingetogen, intieme luistersongs van haar twee belangvolle cd’s ‘Fisherman’s woman’ en ‘Me & Armini’. Haar songs werden sober, elegant en minimaal begeleid. Temidden haar uitgedoste band in hemd, ondervestje en bolhoed, leek ze zelf wel een elfje met haar jurkje.

We hoorden en aanstekelijke start met de sfeervol opbouwende “Fireheads” en “Heartstopper”, waarin vooral het intrigerende gitaargetokkel, de kleurrijke synths en haar emotievolle stem in de verf stonden. Naast deze zaken, kwam haar songwritertalent centraal in de dromerige “Today has been ok” , “Big jumps” en “Lifesaver”. En op die manier kabbelde de set rustig verder met het ingetogen “Sunny road”, “Hold heart” en “Nothing brings me down”. Haar gitarist ontpopte zich als een multi-instrumentalist op keys en bas. En elke song had zo z’n eigen verhaaltje … Haar betrokken houding en charisma bood zeggingskracht. Haar twee uptempo nummers “Jungle drums” en “Me & Armini” zaten middenin de set. Ondanks de volle instrumentatie klonken ze iets soberder dan op plaat. Het knuffelgehalte koesterde ze met de intieme “Tuna fish”, “Beggars prayer” en “Birds”, die breder van opzet was! Het leidde het broeierig intens prachtige “Gun” in, die door de synths, (rauwe) gitaarloops en repetitief opbouwende drums een spannende dreiging kreeg, krachtiger was en op schitterende manier de bijna anderhalf uur de set beëindigde.
De bis was er eentje om van te snoepen … ze maakte na een pakkende versie van de titelsong “Fisherman’s woman” een prachtige overstap naar de “Dear prudence” cover: akoestisch en intiem toongezet, om dan krachtiger en feller te klinken. Het poppy “Heard it all before” besloot definitief de hartverwarmende gig van deze lieflijke dame en haar band.

Haar melodieus integere pop werd uiterst stijlvol gebracht en we kunnen maar pleiten dat onze Emiliana meer mag betekenen dan enkel haar paar muzikale uptempo buitenbeentjes.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's.

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

We Have Band

We Have Band: catchy, groovy, dansbaar ...

Geschreven door

We Have Band is een trio draaiende rond Darren Bancroft en het echtpaar Dede WP en Thomas WP. Ze brengen een gezonde mengeling van dance en rock en gaven in de Rotonde het startschot van hun tournee. Catchy, groovy en dansbaar …
Onze fotograaf Viktor Gil was van de partij: neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pere Ubu

Bring me The Head of Ubu Roi - Pere Ubu onthoofd!

Geschreven door

Terwijl we ons na de laatste passage van Pere Ubu wat beklaagden over het feit dat er niet veel nieuws te rapen viel aangezien de set grotendeels overeenkwam met die van de voorlaatste passage, brachten David Thomas en zijn vijfkoppige band deze keer in de Orangerie een volledig nieuwe show. Het zittende publiek werd vergast op ‘Bring me The Head of Ubu Roi’, een soort muziektheater-versie van ‘Ubu Roi’, het uit 1896 daterende toneelstuk van Alfred Jardy. De muziek van deze productie ligt sedert enkele weken in de winkels onder de titel ‘Long live Père Ubu’. Op die studioplaat (alsook tijdens vroegere opvoeringen van de bewuste productie) vertolkt Sarah Jane Morris, in een vorig leven werkzaam bij The Communards, de rol van Mère Ubu. In de Botanique probeerde drummer Steve Mehlman als volwaardige travestiet hetzelfde te doen.

Als theaterliefhebber en bescheiden bewonderaar van Pere Ubu hadden we dus onze zinnen gezet op een boeiende avond. Bij deze kunnen we echter al vertellen dat we na afloop met een gevoel van teleurstelling huiswaarts keerden.
Om acht uur stipt was het showtime, een bij reguliere rockconcerten vrij ongebruikelijke stiptheid maar zoals gezegd werd ons een speciale avond beloofd en conform het theaterconcept viel dus wel te verwachten dat laatkomers ongelijk zouden hebben. Op de tonen van “Ubu Overture” betraden de muzikanten dansend het podium. Tijdens “Song of The Grocery Police” kwam David Thomas het gezelschap vervoegen, zich bedienend van theatrale gestes en vocaal wisselend tussen lieflijke kinderstemmetjes en raspend geschreeuw. Op de achtergrond verzorgden The Brothers Quay allerhande visuals. Zij boden de toeschouwers tevens de ganse avond lang enig overzicht door elke nieuwe act en scène aan te kondigen. Een dergelijk overzicht was best welkom want Pere Ubu zelf raakte al vrij vroeg de draad kwijt.
Het publiek bleef - zoals het een welopgevoed theaterpubliek betaamt - beleefd en lachte de missers weg. Uiteindelijk kunnen deze pioniers van hetgeen ze zelf gekscherend als ‘avant garage’ bestempelen immers rekenen op kilo’s krediet van de kenners die beseffen dat wat wanorde simpelweg thuishoort in een optreden van Pere Ubu. Zelf zagen we er het eerste halfuur dan ook geen graten in en lachten we mee met het vaak komische gestuntel van de alweder in een dichtgeknoopte regenjas getooide David Thomas. Niemand die gadeslaat wat deze man van 56 op twee uur tijd door zijn keelgat giet, is verbaasd over de blunders die hij hoe later (lees: hoe zatter), hoe meer begaat.
Na verloop begonnen we echter wel onze bedenkingen te krijgen bij dat voortdurende gestuntel. We wisten dat men ons allesbehalve traditioneel werk zou presenteren maar als het geheel uiteindelijk een aaneenschakeling van onderbrekingen en ter plekke aangepaste gedeelten betreft, kan men zich de vraag stellen of de hele opvoering überhaupt wel de moeite loont. Thomas merkte - ter verantwoording of ter relativering? - op dat de tekst elke avond herschreven wordt en dat de vele fouten te wijten zijn aan het voortdurend evolueren - of zeggen we misschien beter “devalueren”? - van de voorstelling maar uiteindelijk ziet een blinde dat zijn alcoholconsumptie - die eigenlijk even theatraal aandoet als de rest van het stuk - hem echt wel parten speelt.
Misschien past men deze show effectief voortdurend aan om zelf wat aan het keurslijf van een vaste structuur te kunnen ontsnappen maar indien dit het geval zou zijn, zou men zich beter bezinnen over de vraag of het artistiek wel verantwoord is om maandenlang met deze productie rond te touren. Het almaar knulliger aandoende amateurisme kan misschien wel grappig zijn maar de eerlijkheid gebiedt ons om te besluiten dat de toeschouwer geen waar voor zijn geld kreeg. Pere Ubu strompelde zich immers letterlijk en figuurlijk naar het einde van de avond. Pas nadat “The End” geprojecteerd werd en de groep in de bissen eindelijk de kans kreeg om vrijuit zijn gang te gaan, werd het toch nog een beetje van een feestje. Enkele enthousiastelingen verlieten hun zitje en kwamen vlak voor het podium de armen en beentjes losschudden. Heel erg talrijk werd die bende die-hards echter niet want de vier korte bisnummers waren niet voldoende om de ganse zaal te doen rechtveren. Had men het toneelstuk gelaten voor wat het was en onmiddellijk geput uit het ontegensprekelijk indrukwekkende oeuvre, dan was het hoogstwaarschijnlijk een heel leuke avond geworden en ware een staande ovatie op zijn plaats geweest. Quod non…

Ons respect voor de verdiensten van Pere Ubu zal eeuwig blijven bestaan maar het doet ons pijn aan het hart dat dit respect weinig wederzijds blijkt. David Thomas liet in de bisronde zijn kwaadheid de vrije loop door zich te beklagen over de Europese instellingen en het feit dat die instituten teren op de vele taksen en belastingen die ze zijns inziens onterecht innen. E.U.-bashing die een deel van de immer ietwat anarchistische aanhang als muziek in de oren klonk en waaraan hij zich ook van ons mag bezondigen zoveel als hij wil…..als hij zelf ook maar wat moeite zou doen voor de mensen die geld neertellen voor een avondje Pere Ubu. We hebben niks tegen een portie experiment en anarchisme en zeker niet in het toneel of de muziek, integendeel! We hopen dan wel dat het ofwel beklijft, ofwel beperkt is tot een kort komisch intermezzo.
Honderd minuten slordig alterneren tussen halfslachtig theater en halfslachtige muziek is echter te veel van het goede. Volgende keer beter (lees: wat minder of wat beter theater enerzijds en wat meer muziek anderzijds) of we zullen ons tot onze spijt een andere vaderfiguur moeten zoeken.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Ben Alison

Ben Alison and Man Size Safe: down to Earth …

Geschreven door

In de schitterende Domzaal van de Vooruit in Gent maak ik voor een tweede keer kennis met de uitzonderlijke muzikale kwaliteiten van Ben Alison. Zijn vorige passage op het Kortrijkse Parkjazz in 2008 staat nog in het geheugen gegrift… (passage in Hasselt in februari geskipt! Snif)

Alison is een gezegende bassist. Punt. Alison is geboren in 1966 in New Haven, Connecticut, zijn parcours is ronduit indrukwekkend te noemen:Hij toert momenteel door Europa met zijn band Man Size Safe, een kwintet, die het experiment niet schuwt. Maar Alison blijft toegankelijk, met invloeden uit de pop-, rock- en wereldscene.
De set was grotendeels opgebouwd rond zijn ronduit schitterende nieuwe plaat ‘Think free’ (uitgebracht bij Palmetto Records). Het schitterende “Broker” en “Kramer vs Kramer”, groeien gegarandeerd uit tot standards in het genre, als het van mij afhangt. Ook “vs Godzilla” en “Green All” passeerden de revue. ‘Little things rule the World’, zijn vorige plaat, kwam wat minder aan bod, maar de instrumentale uitstapjes in de composities van deze plaat genieten toch mijn voorkeur. Het zal met de onbekendheid van de plaat te maken hebben.
Zijn muzikaliteit ligt niet zozeer in zijn individuele kwaliteiten, maar in het regisseren van zijn schitterend kwintet. De man is zo down to earth – wat niet van alle jazzmusici kan gezegd worden - , en straalt dit ook constant over op zijn band. Elk krijgt zijn ruimte, niet als het hem uitkomt, maar als het de muziek en de compositie uitkomt. ‘Kijk eens mama, zonder handen’ , staat dan als quote ook niet in zijn woordenboek.
Steve Cardenas op gitaar, Shane Endsly op trompet, Jenny scheinman op viool en Royston op drums.

Een schitterend concert op een schitterende locatie …

Organisatie: Vooruit, Gent

Beoordeling

Future Of The Left

Future of the left: rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen

Geschreven door

Noisepoptrio Future of the Left is afkomstig uit Wales en ontstond uit het fel onderschatte McCluskey; de voorbije zomer lieten ze op Pukkelpop al verschillende songs horen van de pas verschenen tweede cd ‘Travels with myself and another’, die het debuut ‘Curses’ van 2007 opvolgt. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe!

Een energieke sound, vunzige teksten, en een uitgelaten trio …één brok dynamiet, fel en messcherp … We hoorden een verbeten krachtig, venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop!
Ze trokken meteen fel van leer met een vaardig en snel gespeelde “Arming eratrea” en “Chin music”. De schreeuwzang van Andrew Falkous kwam regelrecht van uit de onderbuik, tergde als een gekeeld varken en kon moeiteloos overstappen naar een meer toegankelijke zangpartij of zegzang, refererend aan Gavin Friday in z’n hoogdagen.
Ze wisselden het nieuwe met het oude werk af, want hierna volgenden “Wrigley Scott”, “Plague of ones” en “Manchasm”, die na twintig minuten een mooi hoogtepunt vormde in de set door de spannende, broeierige opbouw en de huppelende psychedelica, die dan noisy kon  ontaarden.
Bassist Kelson Mathias was het showbeest, deed z’n bas afzien, maakte allerlei hoekige danspassen en daagde graag, zonder bijbedoelingen, z’n publiek uit. Humor en sexuele uitspattingen …En artiesten als Sting, P. Collins en P. Swayze moesten eraan geloven! Op het eind dook hij zelfs met bas en al het publiek in, gaf z’n bas af aan een fan op de eerste rij, die rustig doordramde op het instrument en werd in de pittoreske Rotonde op handen gedragen! De band ging er gretig tegenaan, want ook de drums sloegen halverwege de set door; het probleem werd al gauw door de leden aangepakt en opgelost.
Op geen enkel moment vielen de duivelse bandleden uit hun rol, die achterna op gemoedelijke en rustige wijze een praatje sloegen. Op “God needs Satan more than he needs you” wisselden Falkous en Mathias van instrument. De synths zorgden voor een gepaste groove. De mate van toegankelijkheid hoorden we op “Stand by your Manatee” en “Land of my formers”.
Na een goed uur besloten ze op kruissnelheid met “My fingers became thumbs”, “Gymnastic past” en “Adeadenemysmellsalwaysgood”. De fuzz- en noiseadepeten hoorden we in een jam tussen één van de fans en Mathias die zich na z’n crowdsurf een weg gebaand had richting drumstel. Een ontregeld zootje dat op sterk gejuich werd onthaald …

Future of the Left hield het tempo hoog en was een muzikale wervelwind. Rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Reverend & The Makers

Reverend & The Makers: opwindend, fris, speels en ontspannend!

Geschreven door

Uit de Arctic Monkeys stad Sheffield komt er een volgend tof bandje aandraven, Reverend & The Makers. Spil is de imposante zanger Jon ‘The Reverend ‘McClure - goede vriend trouwens van Alex Turner -, een man met een typical Britpop uitstraling, maar eentje met het muzikaal hart op de juiste plaats. Samen met z’n band staat hij garant voor Britpop meets indie in een web van aanstekelijke, dansbare synths. Op die manier zijn ze te situeren ergens tussen Blur, Oasis en de psychedelica van Primal Scream.

Ze speelden een afwisselende set van hun twee cd’s ‘State of things’ en ‘A french kiss in the chaos’. We hoorden en zagen een frisse, beweeglijke band en een zanger/performer, die een resem opzwepende, groovy songs bracht, maar al te graag z’n publiek vermaakte en hen nauw betrok bij hun materiaal, wat een dolenthousiaste menigte opleverde, die genoot van de overtuigende set in de Rotonde. Het draaide ‘em rond energie en charme bij dit zestal. De maatschappijkritische, soms messcherpe, teksten van McClure kregen door de vrolijke tunes een luchtig karakter.
Het nieuwe “Silence is talking” trok meteen de aandacht, snel gevolgd door de hitsingle van twee jaar terug “Heavyweight champion of the world”, waarbij McClure zich een gewonnen bokser waande. De zalvende intrigerende synths, de toevoeging van trombone en de backing vocals en danspasjes van Laura Manuel (op keys) gaven elan aan de set, zoals op “Bandits”, “No wood…”, “Open your window”, en het sfeervol opbouwende “Hidden persuaders”. Ze trokken de lijn door van strakke, snedige nummers, huppelende, springerige ritmes en fors klinkende psychedelicasynths op “Miss Brown”, “He said he love me”, “The machine” en afsluiter “Armchair detective”. Compromisloze opzwepende indiepop dus. En tot slot intrigeerde “Manifesto/People Shapers” door de spannende dreiging, het avontuurlijke karakter en de onverwachtse wending, net als het intense “Hard time for dreamers” dat een krachtiger staartje meekreeg, wat duidelijk aantoonde dat deze Reverend & The Makers veel in hun mars had en een ietwat moeilijke tweede cd, live probleemloos kon ombuigen in heerlijke, vrolijke, ontspannen pop!
Reverend & The Makers profileerde zich als een grootse band, die kon rekenen op een dankbaar publiek, die hield van de bindteksten en de grappen en grollen van de zanger McClure. Op het eind nam hij alvast de herinnering mee om het handjesschuddende publiek op foto vast te leggen.
En of McClure van z’n publiek hield … want na de opwindende set in de Bota nam hij iedereen letterlijk onder de arm in de tuinen van de Bota (“You, and me , outside”, haalde hij aan) en breide er nog een aardig geslaagd vervolg aan. Enkel begeleid van akoestische gitaar en stem, bracht hij nog een paar eigen songs (waaronder “State of things” en “Long long time”) en enkele covers, met een obligaat eerbetoon aan The Beatles’ “Revolution”.

Reverend & The Makers: puike liveband, die aanstekelijkheid, speelsheid, groove en stijl onvoorwaardelijk samen bracht …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Klaus Schulze & Lisa Gerrard

Klaus Schulze & Lisa Gerrard: Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje

Geschreven door

Klaus Schulze mocht in de Ancienne Belgique een uitverkochte zaal verwelkomen en dat is ergens toch wel verbazingwekkend. De fans van Krautrock zijn waarschijnlijk best wel talrijk, maar ze vallen niet bepaald op en kwamen dan voor deze gelegenheid talrijk uit hun coconnetjes. Het voordeel was natuurlijk dat door het duo-concert met Lisa Gerrard ook heel wat new-wave-fans de weg naar Brussel gevonden hadden, hoewel ik eerlijk gezegd wat meer vleermuizen verwacht had. Maar goed, de new wave ligt ook al weer ruim twintig jaar achter ons en je mag veronderstellen dat ze ondertussen ook al wel een beschaafd leven opgenomen hebben. In ieder was het op zich boeiend om het toch wel wat oudere publiek te observeren, en het waren in ieder geval muziekliefhebbers met een brede smaak en respect voor het monument dat Klaus Schulze toch is. Er werd geluisterd en ferm geapplaudisseerd wanneer het mocht. En daar was de man, blijkens zijn reactie, zelf erg verguld mee. Het was haast schattig om te zien hoe hij als een toffe opa Lisa Gerrard omhelsde. Als je zijn platen hoort denk je met een kluizenaar te maken te krijgen, zeker als je hem zo ziet zitten tussen zijn felgekleurde toren synthesizers, maar hij leek gewoon een hele aardige vent. Als hij nu nog wat aan zijn jasjes doet is het helemaal goed, maar kom, vergeleken met de vestimentaire gruwel waar hij in de jaren zeventig nog mee pronkte, is er toch wel vooruitgang.

Zo’n concert is op zich vrij moeilijk te recenseren omdat het om een soort uitgesponnen improvisatie gaat waar dan Lisa Gerrard haar Gregoriaanse zanglijnen boven uit doet komen. Het resultaat klinkt heel sacraal en het gaat traag, maar dat is eerder een compliment. Tijdens de beide helften van het concert begon Schulze zijn synth-lijnen te borduren, waarna Lisa Gerrard pas na een tijdje opkwam. Met name in het begin van het tweede deel begon hij behoorlijk zwaar te experimenteren met allerlei spacy geluidseffecten, waar hij wat mij betreft nog wat verder in had mogen gaan. Het deed bij momenten echt denken aan Gas, die in het begin van het jaar nog op Kulturama stonden, maar dan zonder dat alles door de dub-mangel gehaald was. Maar evengoed zat je op het tipje van je stoel, die ik niet had, bij de engelachtige vocale pirouettes die Lisa Gerrard daarna ten beste gaf. Je krijgt toch het gevoel dat dit binnen honderd jaar als de klassieke muziek van onze tijd zal worden beschouw, met toch zeker een grotere kans dan de Regi’s en Britneys dezer wereld. Knap, maar blijkbaar ook wel belastend voor de stembanden want een regelmatige pauze was blijkbaar vereist.

Volgens zijn bio heeft Schulze onderhand zo om en bij de vijftig platen gemaakt, en het is niet iedereen gegeven om die zo maar allemaal te kennen, maar dit concert smaakt zeker naar meer. Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 347 van 389