logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_12
Epica - 18/01/2...
Concertreviews

The Jr. Walker All-Star Band

The Jr. Walker All-Star Band: 50 jaar Tamla Motown

Geschreven door

Tamla Motown, het legendarische platenlabel uit Detroit dat de zwarte muziek respectabel maakte en in de diverse hitparades bracht, bestaat 50 jaar. En dat hebben we vorige vrijdag gevierd.
In het begin van de sixties kwam uit de Tamla Motownstal een nieuw geluid aanwaaien. Het was het rauwe geluid van de tenorsax van Jr. Walker en zijn band The All-Stars. De sax, gecombineerd met het ongepolijste stemgeluid van Junior Walker ( echte naam: Autry DeWalt Mixon Jr.) was een echte sensatie. In die tijd was het bij ons iedere dag feest bij het afzoeken van de middengolf naar totaal nieuwe sounds, en bijvoorbeeld te belanden bij zeezenders als ‘Radio London’, een met Amerikaans geld opgericht radiostation dat ongekend goede muziek bracht die onmiddellijk door andere – al dan niet obscure zenders - werd overgenomen. Op deze manier werden de hits van Amerikaanse soullabels als STAX, Atlantic, Hotwax, Curtom en natuurlijk Tamla Motown, in gans Europa bekend.
Jr. Walker was één van de vele getalenteerde instrumentalisten van het bekende label uit Detroit. Hij werd op slag beroemd met “Shotgun” in 1965. De vocalist die ingehuurd was om het nummer te zingen kwam gewoon niet opdagen, zodat Jr. Walker zich genoodzaakt zag het nummer zelf in te zingen. Zijn rauwe stem paste wonderwel bij het geluid van zijn saxofoon en Motownpaus Berry Gordy besloot de plaat zo uit te brengen. Eens te meer bewees the boss echt visionair te zijn. Er volgde een gestage stroom hits tot 1972, waarna Jr. Walker andere paden ging bewandelen. Tien jaar later kende zijn carrière nog een korte opflakkering. In 1995 stierf hij aan kanker.
Maar zijn muziek leeft voort en wordt wereldwijd uitgevoerd door de Jr. Walker’s All-Star Band, een samenwerking tussen zeven zwarte muzikanten (waaronder nog twee oorspronkelijke leden) en The Ladeez, drie zwarte zangeressen die de stijl van de Motown meidengroepen levendig houden.

Een balorkest met een soort Tamla Motown Revival Show, zal je denken. Misschien wel, maar dan één met getalenteerde, echte Motownmuzikanten uit Detroit. Deze combinatie is in staat de meest diverse songs te brengen, van Jr. Walker’s hits tot Tina Turner en Michael Jackson! Het optreden in de Magdalenazaal in Brugge was zeer goed opgebouwd en deed het publiek, dat voornamelijk bestond uit jonge goden en deernen van rond de vijftig, serieus uit de bol gaan.
De zaal is zeer geschikt voor zo’n optreden en haast iedereen stond mee te dansen en in de handen te klappen. Vooral vlak voor het podium was de interactie met de muzikanten heel intens.
Door de keuze van “Get Ready” als openingssong, was de toon en de drive van in het begin gezet. Het gehele optreden was goed voorbereid en ingestudeerd en was ook visueel oogverblindend door de cyclaamkleurige ‘spaghetti-dresses’ en de bijhorende lichaamsbewegingen van The Ladeez.
Was alles dan perfect? Neen natuurlijk. The Ladeez waren schitterend als koortje, maar wogen individueel toch wat te licht om in de solozang Tina Turner of Diana Ross te evenaren. Een versterking met middelmatige galm zou beter geweest zijn voor deze zaal, de snaredrum (toch een belangrijk ingrediënt van de Motownsound) was te weinig prominent aanwezig en de kopersectie mocht uitgebreider geweest zijn (met trombone en/of trompet bijvoorbeeld). Eén saxofoon is wat weinig om een vol “soulgeluid” te geven.
Maar ondanks dat hebben we uitbundig genoten van dit optreden. En wat willen we eigenlijk nog meer?

Tot slot de samenstelling van de groep en de setlist:
Ronnie Nelson (drums), Ernest Atkins (keyboards), Tony Washington (drums), Robert Penn (gitaar), Charles Jackson (bas), Acklee King (percussie), Esther Todd (zang), Phyllis Parham (zang), Kimberly Smith (zang), Martinus Montgomery (saxofoon). Tony Washington en Acklee King zijn de enige overgebleven leden van de originele Jr. Walker All-Star Band.

Setlist: Get Ready, Shake & Finger Pop, How Sweet It Is, These Eyes, Cleo’s Back, Pucker Up Butter Cup, Roadrunner, Medley (met Walk The Dog, Mustang Sally en I’m Losing You), Way Back Home, Stop In The Name Of Love, Where Did Our Love Go, Mr. Postman, Dancin’ In The Street, I Heard It Through The Grapevine, I’ll Be There, Billy Jean, Ain’t To Proud To Beg, My Girl, Papa Was A Rolling Stone, Unchained Melody, What Does It Take, Proud Mary, Shotgun.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

 

Beoordeling

Milk Inc

Belgisch dansformatie bij uitstek: Milc Inc. (Première concert!)

Geschreven door

25 september 2009, 20.30u … de populairste dance-formatie die ons land rijk is, begint aan de eerste van zes concerten in het Antwerpse Sportpaleis. Moet er nog zand zijn …we hebben het natuurlijk over Regi en Linda van Milk Inc.

In 2006 stond Milk Inc. voor het eerst in het Sportpaleis in het kader van hun 10 jarig bestaan. Sindsdien is de band met Antwerpen als maar nauwer geworden en vinden elk jaar meer en meer dance-liefhebbers de weg naar de Milk Inc-shows. Wat de vorige jaren ‘Supersized’ en ‘Milk Inc Forever’ heette werd nu gedoopt tot ‘Blackout’.

Een jaar lang werd er naartoe geleefd, zowel door het publiek als door de band zelf, en dan is het zover, iedereen gaat in een muzikaal coma, zoals Regi het zelf filosofisch verwoordde. Hoogtepunten volgden elkaar op met te beginnen, het doek die letter viel bij “Tonight”. Sjiek hé, voegde Regi eraan toe. En of het sjiek was! Een bijna 200 vierkante meter groot scherm kwam tevoorschijn en zorgde voor passende live-beelden en aanvullende achtergrondanimatie.
Dan de handschoentjes. Er werd in de aanloop van deze shows duidelijk op gehamerd om niet in het wit te komen. 12.000 handschoentjes zorgden in combinatie met de geplaatste blacklights voor een wit tapijt op de dansvloer. Over diezelfde dansvloer was het dat Linda zich begaf bij “Walk on Water”. De uitschuifbare brug die een afstand van 48m overbrugde en zo ‘Linda en Regi’ terug herenigde in het midden van de zaal. Op datzelfde podium was het dat jeugdidolen 2 Unlimited voor de verassing zorgden.”Jump for joy” werd zoals vanouds terug letterlijk opgenomen, en de massa ging uit z’n dak.
Ze waren zeker niet de enige gasten van de avond. Zo zorgden 50 dames van Scala voor een waar kippenvelmoment toen de tonen van “I Fail” door de boxen klonk. Ook boezemvriendin Silvy (Sylver) was van de partij en bracht met verve “I don’t care”. En niet te vergeten, Nelson die zich in ware Daniel Bovie -stijl volledig uitleefde bij de hit van het jaar “Love me”.

We kunnen er moeilijk om heen, het is van het beste wat ons land te bieden heeft. Milk Inc zorgde voor verassing, spektakel, afwisseling en vooral voor 150 minuten pure ambiance. Op 10 oktober vind al het laatste concert plaats, enkel voor de voorstelling van donderdag 1 oktober zijn er nog tickets. Als ook die de deur uit zijn gaat de droom van Regi in vervulling en die gaat over zo’n 100.000 fans. We noteren alvast enkele data van volgend jaar: 24 en 25 september 2010 want ook voor de editie van 2010 zijn nu al reeds tickets op de markt. Wees erbij! En laat de kritiek van in Werchter aan U voorbij gaan en geniet van de dance en beats van Milk Inc.

Setlist
I. Intro/Take Us, Back in time, No angel, Blackout, Tonight, Blind, Storms, Oceans, I Fail, Sleepwalker + Land of the living (met Scala), I don’t care, Medley, Sunrise
II. Never again, Race, Stop playing with me + Love me (met Nelson), The sun always shine on TV, Twilight zone, Jump for joy + No limit + Walk on water (met 2 Unlimited), Breathe without you, In my eyes, Insomnia (met Sylvie), Run, La Vache + Go to Hell
Bis: Blackout, Forever, Whisper

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Beoordeling

The Low Anthem

The Low Anthem – Ingetogen of fel, het lukt hen allemaal wonderwel

Geschreven door

De recentste plaat van The Low Anthem, ‘Oh My God, Charlie Darwin’, verscheen reeds vorig jaar maar nadat deze in 2009 werd heruitgebracht en -verdeeld door het Nonesuch label en de daarop geëtaleerde combinatie van folk, rock, country en blues mocht rekenen op uitermate lovende recensies in onder meer diverse gereputeerde muziektijdschriften, begon ook een ruimer publiek hun muziek op te pikken. Ook hier gaat de groep intussen al vlotter over de tongen, in die mate zelfs dat afgelopen donderdag de AB Club in een mum van tijd uitverkocht was voor hun eerste passage op Belgische bodem.

Vooraf mocht Marcisz de temperatuur en de spanning in de zaal al wat doen toenemen met een innemende, overwegend akoestische set. ‘Marcisz’ is het eenmansproject van Erwin Marcisz, vooral bekend als zanger en gitarist van het Limburgse vijftal Mint en verantwoordelijk voor melodieuze popgetinte liedjes als “Your Shopping Lists Are Poetry” (de titel alleen al neigt al naar pure poëzie) en “The Magnetism Of Pure Gold”.
Zopas heeft hij met ‘Songs From Red Brick Road’ een eerste soloplaat uitgebracht. Hierop staan tien tot de basis van folk en rock herleide miniatuurtjes die thuis met enkele microfoons en een 4-track recorder zijn opgenomen en een veruiterlijking zijn van enkele ideeën die niet onmiddellijk pasten in het concept van Mint maar die toch te goed bevonden werden om ze ongebruikt te laten wegkwijnen.
Live werd hij in de AB bijgestaan door niemand minder dan Ilse Goovaerts (alias Neeka) die percussie, achtergrondzang en het bespelen van een oude casio en een xylofoon op zich nam, alsook door Raf Timmermans (alias Lazy Horse) die eveneens instond voor achtergrondzang en percussie maar zich vooral in het gehoor speelde via een resem snaarinstrumenten, zoals slide gitaar (“The Miller’s Wife”), mandoline (“Be Lazy”), jumbus (“The Golden Boy”) en banjo (“Darkness Go!” en “Mad Love”). Mede hierdoor klonk de set straffer dan op plaat en voorzagen de instrumentale extra’s de liedjes van de nodige bijkomende stroomsnelheid en ze zich aldus niet reduceerden tot een voortkabbelend beekje.
Nagenoeg alle nummers van ‘Songs From Red Brick Road’ kwamen aan bod en werden in de volgorde van de tracklist van het album gespeeld. Op het einde kwam er nog een mooie uitgeklede versie van “Enjoy The Silence”. Wat Milow lukte aan airplay en respons met zijn herwerking van “Ayo Technology”, daar zou Marcisz minimaal ook moeten kunnen in slagen met de aanpak van deze klassieker van Depeche Mode.

We vermeldden daarnet dat bij de set van Marcisz enkele malen van instrument werd gewisseld. Welnu, dat was nog maar een fractie van wat The Low Anthem opvoerde tijdens hun concert. Alle 27 instrumenten die de Amerikaanse band uit Providence, Rhode Island aanwendde tijdens de opnames van het recentste album (die overigens plaatsvonden in een tot studio omgebouwd vakantiehuisje), werden donderdag niet meegebracht naar Brussel maar het kleine podium in de Club stond wel aardig volgepakt. We noteerden onder meer een gitaar, klarinet, drumtoestel, contrabas, althoorn, viool, alsook een oud, gerestaureerd orgel en zowaar een crotales (dat hier niet enkel als een slaginstrument werd gebruikt maar ook met een strijkstok werd bespeeld). Voor de groepsleden was het dan ook steeds behoedzaam slalommen tussen en voortdurend wisselen van plaats, en dus ook van plaats. Tot een verlamming van het gebeuren leidde dit niet, integendeel het gebeurde – mede door de gedempte belichting – zo vlot dat het telkens opnieuw uitkijken was waar wie stond opgesteld. En met ‘wie’ bedoelen we Ben Knox Miller en Jeff Prystowski, de samen de groep in 2006 hebben opgericht, en Jocie Adams die hen een jaar later kwam vervoegen.

Vanaf de eerste noten waarbij Ben Knox Miller de hoofdzang voor zijn rekening nam, klonk alles goed en had men de aandacht van het publiek vast en dit zou het komende anderhalf uur niet wijzigen. Niet alleen de diversiteit aan geluiden maar vooral ook het enthousiasme, het gemak, de precisie en vooral de overgave waarmee gemusiceerd werd, was verbluffend.
Hoogtepunten opsommen, het heeft geen zin want het gehele concert mag in feite als een aaneengesloten climax beschouwd worden. Of het nu ingetogen was zoals bij “To The Ghosts That Write History Books” (opener van de avond), “Charlie Darwin”, “Señorita”, “Ticket Taker”, een verbluffende “Cage The Songbird” of een al even wondermooie versie van “This God Damn House” (geschreven door Dan Lefkowitz, die een tijd ook lid van The Low Anthem was en die in de AB de groep tijdens enkele nummers kwam vervoegen), dan wel wanneer de groep een metamorfose onderging en de fraaie samenzang en rustige instrumentatie plaats maakte voor rauwe blues zoals tijdens hun cover van Tom Waits’ “Home I’ll Never Be” (een adaptatie van een tekst van Jack Kerouac) waarbij twee mobiele telefoons dienst deden als nog een extra instrument, het raakte de toeschouwer helemaal en meteen.
Er werd natuurlijk geput uit hun twee albums, ‘What The Crow Brings’ (2007) en ‘Oh My God, Charlie Darwin’, maar behalve “Home I’ll Never Be” werd er ook nog andere covers gespeeld. Zo was er een jazzy “Don’t Let Nobody Turn You Around” (een gospel traditional die reeds in de jaren ’30 door Blind Willie McTell werd opgenomen), “Sally, Were’d You Get Your Liquor From” (van Gary Davis) en een expansief, wild om zich heen schoppende “Cigarettes And Whiskey, And Wild, Wild Women” (neergepend door Tim Spencer).
The Low Anthem grossiert volop in de rijke Amerikaanse muziektraditie en worden meermaals vergeleken met een groep als The Band. Van deze laatste brachten ze een respectvolle, op akoestische gitaar en contrabas gespeelde en van een mooie samenzang voorziene versie van “Evangeline”. Alsof het trio de critici hierop muzikaal van antwoord wilde dienen.
Het eerste deel werd zoals te verwachten afgesloten met “On The Way To Ohio”.
Er werden nog twee bijzonder intieme toegiften gebracht, met name het Dylaneske “Two Sisters” en het al even aangrijpende “(‘Don’t) Tremble”, geschreven voor een vriend in moeilijke tijden. Men kon een speld horen vallen of beter: de deuren van de Club horen klapperen. Toen het geluid van enkele joelende bezoekers aan de set van The Orb (dat plaatsvond in de grote zaal) zich een weg baande naar boven (achteraf zou onze man ter plaatse bij The Orb duidelijkheid verschaffen waaraan het ongenoegen te wijten was), werd op de eerste verdieping van de AB door het publiek gefronst opgekeken. Behalve heel wat applaus (dat het trio beantwoordde met een diepe buiging), was enkel een stil nagenieten toegelaten. Zo zie je maar: twee concerten, twee werelden.

The Low Anthem heeft met ‘Oh My God, Charlie Darwin’ een van de fraaiste albums van 2009 uitgebracht en ook met hun concert in de AB Club mogen ze zich in de bovenste regionen positioneren van wat we dit jaar op een podium te zien en in dit geval vooral te horen kregen.
Op 22 november staan ze ook nog op Crossing Border te Antwerpen. Mis ze niet!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Orb

The Orb: Dr Paterson stoorzender op eigen feestje

Geschreven door

The Orb lag samen met Biosphere, Fsol, The sabres of Paradise en The black dog aan de basis van de ambient scene. De rustige, sfeervolle sound evolueerde verder naar de termen trippende chillout en lounge. Dr Alex Paterson, spil van The Orb, combineerde z’n ambient soundscapes en elektronicableeps met psychedelicaloops, dubby baslijnen (hij deed vroeger o.a. beroep op Jah Wobble, en dat weet u het wel ..), zweverige housebeats en spoken words samples. Een beeldverhaal van golvende spacey trips en zwevende dolfijnen onder een helderblauwe hemel …Een paar platen binnen deze stijl kunnen niet ontbreken, ‘The Orb’s adventues beyond the ultraworld’ (’91), ‘UFOrb’ (’92) en ‘Orblivion’ (’97).

Maar vanavond had de zalvende loungy trip van The Orb, doorheen hun bijna 20 jarige carrière een wrange nasmaak en eindigde de set in groots teneur ondanks het feit dat Paterson zich kennelijk goed amuseerde aan z’n elektronica apparatuur, de knopjes, platen mixen en voicesamples door de boxen sturen. Na ongeveer een uur, op het memorabele “The blue room” was hij plots weg en liet hij de drie andere leden, waaronder die andere knoppenfreak van het eerste uur Thomas Fehlman, een drummer en een dansende rapper alleen achter. Hij liet z’n mixtafel verder dreunen … We hoorden nog een “Billy Jean”- sample en een halfslachtig “Perpetual dawn” waarop dan plots de lichten aanfloepten. Aanvankelijk dacht het publiek dat Paterson zich voorbereidde op een tweede sessie (was The Orb niet gekend van hun ruim twee uur durende sets?!), werd hij nog onthaald op applaus en gejuich, maar toen de roadies kwamen om het materiaal op te ruimen, sloeg de stemming om en werd de sfeer grimmiger, wat ontaardde in boegeroep en drankbekertjes gooien.. Iedereen had er het raden naar wat zich op het podium had afgespeeld: aan de respons en de ambiance lag het alvast niet, maar in de wandelgangen hoorden we praten over een dronken Paterson (hij had alvast een fles straffe drank bij!), die in discussie kwam met z’n drummer …
Wat een domper …het begon nochtans goed bij deze pioniers: de trancy psychedelische soundscapes, de dubs, de deep funkende baslijntjes, reggae invloeden, een opzwepende percussie, het knoppengefreak, de natuur geluidjes en de gepaste voicesamples, af en toe doorkruist met zalvende raps. De visuals van o.a. Close encounters, Star trek, de vloeistofdia’s, de spabubbels en ga zo maar door leverden een prachtig decor voor deze spannende ‘onthaastende’ trip. Paterson en de zijnen plukten enkele songs van het recente ‘The dream’ (’07), “Mother nature” en “Dirty disko dub”, die moeiteloos naast het oudere werk stonden van “Towers of dub”, “Little fury clouds” en “The blue room”. De repetitieve opbouw en de intrigerende zalvende beats en sounds werkten aanstekelijk op de dansspieren. Het leek erop dat The Orb sterk van zich ging afbijten en een lekker stomend feestje presenteerde, met een optie voor een ‘I Love Techno’ event, maar na een uur sloeg het om in dramatiek, wat onbegrip, frustratie en afkeer opleverde. En een classic als “Toxygen” mocht worden opgeborgen…

Ondanks de sterke aanzet, voelden vele fans zich bedrogen van de attitude van den Dr waardoor The Orb niet heeft getekend voor een happy weerzien. Hij was nu zelf het breekpunt op z’n eigen feestje …

Support was het West-Vlaamse Ansatz der Maschine, het indietronica project rond geluidstechneut Mathijs Bertel. Hij kan beschikken over een ruime band, wat z’n dromerige en donkere elektronica doet versmelten met akoestische en elektrische gitaren, blazers, viool en pedaal effects. Ze zorgden voor een warme en een apocalyptische abstracte filmische trip met aangepaste visuals. Door de jazzy aandoende stukken en de ‘70’s psychedelische synths refereerden ze nauw aan ‘Atom heart mother’ van Pink Floyd. Ansatz der Machine plaatste zich probleemloos naast andere bands in het genre als Yuko, Apse, Motek, Toman en The Sedan Vault. Vinger aan de pols kun je houden met hun twee cd’s totnutoe, ‘The postman is a girl’ en ‘Painting bad weather on her body …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Guy Forsyth

Guy Forsyth: Knappe set van een onderschatte muzikant, performer en entertainer

Geschreven door

Het zou Guy Forsyth zwaar onrecht aandoen om hem te omschrijven als een bluesmuzikant, want hij is veel meer dan dat.

In de Handelsbeurs bewijst hij een getalenteerd performer te zijn, een virtuoos gitarist, een fantastisch harmonica speler, een uitmuntend zanger en een verdraaid fijne entertainer. Verder ook nog nooit iemand gezien die zo’n mooie klanken haalt met een strijkstok uit een zaag (jawel, een zaag). Zijn muziek is diep geworteld in het Amerikaanse zuiden (de man is van Texas) maar treedt meermaals buiten de paden van de blues. Forsyth speelt ook rock, gospel, hillbilly, americana en New Orleans style jazz. Een mix van stijlen gegoten in verdomd sterke songs waarin Forsyth speels met alle instrumenten omspringt, en niet in het minst met zijn krachtige stem. Wat hij hier vocaal presteert is weinigen gegeven, hij zingt hoog, laag, soms loepzuiver en soms rauw als een regelrechte Tom Waits. Zijn bandleden, een verduiveld sterk roffelende drummer en een bassist die geregeld zijn basgitaar omruilt voor een heuse tuba, vullen hem perfect aan.
In de States speelt durft Guy Forsyth al eens op te treden met een grotere band achter zich, maar al die gasten meenemen op tournee kost geld. Sporadisch komt er in Gent dan ook een op voorhand opgenomen gitaarritme aan te pas. Forsyth kan wel met alle instrumenten bijzonder goed overweg, maar dit ook niet tegelijkertijd. Hij kan immers niet toveren, ook al heb je wel bij momenten zo de indruk.

De knappe set in De Gentse Handelsbeurs duurt langer dan twee uur, maar de sound is zo rijk en gevarieerd dat dit geen seconde tegensteekt. De twee uren zijn dan ook in een wip voorbij. Een wonderbaarlijk concert van een uiterst bedreven instrumentalist en een stel immer sympathieke kerels.
Om met een cliché te eindigen, de afwezigen hebben weer eens ongelijk, en dat zijn er heel wat want de opkomst vanavond in Gent is aan de magere kant. Dat is dan zowat de enige vermeldenswaardige negatieve noot van de avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

J. Tillman

J. Tillman van ‘songs’ naar ‘sounds’

Geschreven door

Het was pas met zijn vijfde plaat, het begin dit jaar verschenen ‘Vacilando Territory Blues’, dat Josh (kortweg J.) Tillman in menig muziekwinkel opdook. Zijn voorgaande platen kenden enkel aftrek bij een heel beperkte incrowd. Sedert de doorbraak van Fleet Foxes, de band waarin hij achter het drumstel zit en van daaruit ook een groot deel van de vocals verzorgt, is de interesse in ’s mans solowerk echter aanzienlijk toegenomen. Misschien is het vanuit de gedachte dat men het ijzer moet smeden als het heet is dat Tillman dezer dagen ondertussen al een zesde langspeler, getiteld ‘Year in the Kingdom’, op de markt brengt.
Ook de concertgangers worden door hem verwend. Solo was Tillman immers ook al begin maart 2009 in de Botanique te bewonderen en die passage maakte een voldoende goede indruk om ook nu weer alle zitplaatsen in de Rotonde volzet te krijgen. Gezien de superlatieven die velen voorbije zaterdag rondstrooiden na Tillmans optreden op Leffingeleuren (superlatieven die trouwens wederkerig waren want Tillman liet niet na om dat festival te bejubelen) hadden we verwacht in een uitverkochte zaal te belanden, maar daarvoor bleek de mond-aan-mond-reclame nog niet snel genoeg gebeurd te zijn. Niet getreurd echter want zodoende kon iedereen zich in de meest comfortabele omstandigheden schrap zetten voor een veelbelovende avond.

Bassist Zack (of Zach ofzo) kreeg een half uurtje de tijd om te bewijzen wat hij solo in zijn mars heeft. Na het eerste nummer vreesden we even het ergste, het flutliedje en ’s mans dertien-uit-een-dozijn gitaarspel maakten immers allesbehalve indruk. Enkele nummers later waren we echter al milder gestemd want de heel eigen draai die Zack aan nummers van Pavement en The Kinks (“Lola”) kon geven, was op zijn minst verdienstelijk te noemen. Ook enkele hilarische tekstpassages (“If I was your lapdog”) zorgden ervoor dat dit voorprogramma uiteindelijk geen groot tijdverlies bleek te zijn.

J. Tillman en zijn vier bandleden begonnen zelf ook rustig aan de set. De eerste vijfentwintig minuten van het concert werden ontsierd door (eerst nog beperkte maar nadien vrij ernstige) storingen met één van de versterkers, een euvel waaronder Tillman initieel weinig leed maar dat na een tijdje alsnog tot moeilijk te maskeren ergernis leidde. Gelukkig ligt het niet in zijn vredelievende aard om dergelijke momenten humorloos te laten passeren. Hij startte een dialoog met het begripvolle publiek in de expliciet geformuleerde hoop dat zulk een afleidend gesprek er toe zou leiden dat het eerste gedeelte van het concert volledig vergeten werd. Bijna slaagde hij daar nog in ook, alhoewel we moeten erkennen dat veel schwung verloren ging ten gevolge van die technische problemen. Naar het einde van het concert toe verschoof de focus almaar meer van songs naar sounds. Het instrumentarium werd uitgebreid met blokfluiten en cimbalen en enkele eerst karig kabbelende liederen mondden minuten later uit in hevige distortions. Het vijftal deed bij dit alles wel degelijk zijn best maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat men zich na de moeilijke start wat gelaten naar het einde van het optreden sleepte. Het feit dat de bandleden niet terugkeerden voor een bis-ronde verbaasde ons dus weinig. Gelukkig vond Tillman zelf nog de moed om twee bisnummers te brengen want alleen al het bloedmooie “James Blues” uit
Vacilando Territory Blues’ maakte de verplaatsing naar de gezellige Rotonde de moeite waard. Hofleverancier van de avond was trouwens datzelfde album, van de nieuwe plaat werd slechts een tipje van de sluier opgelicht.
Als afsluiter zong Tillman letterlijk “I took you in my arms when the devil shook his head” en daarvan was geen woord gelogen want Josh Tillman bekommerde zich de ganse de tijd wel degelijk om zijn dankbare publiek op een avond die bij een minder groot artiest mislukt zou zijn door die duivelse technische storingen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel


Beoordeling

Ohbijou

Ohbijou: verfrissende mix

Geschreven door

Het sympathieke Canadese gezelschap Ohbijou zorgt voor een verfrissende couscous van pop, folk en blues. Een eigenwijze aanpak van die indiestyle wordt overtuigend gebracht.
Onze fotograaf Sindy Mayot was erbij. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s …
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Tiny Vipers

Tiny Vipers: ijl en broos, bezwerend en huiveringwekkend

Geschreven door

Tiny Vipers had zich deze avond in de Witloof Bar geen meer symbolische concertlocatie kunnen inbeelden. Net als Brussel’s exportdelicatesse bij uitstek verdroegen de intimistische folksongs van de 24-jarige Amerikaanse Jessy Fortino erg weinig daglicht en gedijden ze uitstekend in de donkere, met gewelven versierde kelderverdieping van de Botanique. Gelukkig liet de frèle zangeres zich niet intimideren door deze Gotische (of is het Romaanse?) setting. Openingsnummer “Eyes Like Ours” sloeg de zaal meteen met verstomming, en die behaaglijke stilte zou blijven duren tot en met het wegsterven van de laatste noten van bisnummer “Rainfalls”. Enkel vergezeld van een akoestische gitaar en reverb microfoon slaagde Tiny Vipers er moeiteloos in om het attente publiek te blijven boeien met haar getormenteerde songs, nu eens ijl en broos, dan weer bezwerend en huiveringwekkend.

Jessy Fortino is afkomstig uit ‘grungetown’ Seattle, maar nummers als “Time Takes”, “Development” en “Slow Motion” klonken eerder als reisverslagen van jarenlange omzwervingen langs Keltische kusten, vol van ontbering en heimwee. Vergelijkingen met Joanna Newsom en Cat Power liggen steeds op de loer bij vrouwelijke singer songwriters die vandaag de dag met een spaarzame instrumentatie het podium durven opstappen. Wij daarentegen ontwaarden in het doorleefde stemgeluid van Tiny Vipers vooral zielsverwantschap met de rauwe dramatiek van Sinead O’Connor en met de droomachtige weemoedigheid van This Mortal Coil.
Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld “Dreamer”, een ingetogen meesterwerkje dat na verloop van tijd uitmondde in een emotionele uitbarsting die nog lang bleef nazinderen. Alleen al voor dit nummer zijn uw oren het beluisteren van de recent op het Sub Pop label (o.a. Nirvana) verschenen plaat ‘Life on Earth’ zeker waard.

Tiny Vipers nu al vergelijken met PJ Harvey is wellicht (nog) te veel eer voor deze jonge beloftevolle artieste. Toch deed haar optreden naar meer smaken, bij voorkeur deze keer ergens in een met kandelaars verlichte, ver afgelegen middeleeuwse burcht.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 344 van 386