logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Bloc Party

Bloc Party messcherp en genadeloos

Geschreven door

We zagen de Britse beloftevolle band Bloc Party voor de derde maal aan het werk op een kleine acht maand tijd: in het voorjaar te Lille, toen ze hun Europese tournee startten, op het Werchterfestival en woensdag ll  in de Lotto Arena. Het toont de groei en de erkenning aan van het kwartet onder zanger/gitarist en componist Kele Okereke.
De tweede cd ’A weekend in the city’ was een verfijnde, bedachtzame plaat binnen een gekruide mix van energieke, frisse en sfeervolle postpunkpop. Live bleek het viertal perfect op elkaar afgestemd: een gesmeerd, messcherp, overtuigend en genadeloos optreden, waarbij de groep een mooi evenwicht speelde uit hun twee cd’s en  met de huidige “Flux” een vernieuwende aanpak aandurfde, wat hun muzikale creativiteit en diversiteit onderstreepte. Hun muzikale beperkingen van het voorjaar waren als stof in de wind…

De band kon rekenen op een uitzinnig publiek, wat hen duidelijk motiveerde het beste van zichzelf te geven. Wat een wisselwerking en wederzijds enthousiasme! Een ongekende spontaniteit. Iedereen zat in de juiste stemming. Een stevige “Song for Clay (disappear here)” vatte bezield en vol overgave de anderhalf durende set aan, gevolgd door oudjes “Positive tension” en “Blue light”, die een broeierige opbouw hadden en diverse tempowisselingen ondergingen. Een vleugje elektronica, beats en xylofoon hoorden we op de recente “Hunting for witches” en “Waiting for the 7.18”. “Banquet” werd luidkeels meegezongen.
De verbondenheid met het publiek en intense spanning behielden ze met “This modern love”, het dreigende “The prayer” en het groovend dansbare “Flux”. Op “Uniform” volgde een liefdesverklaring van twee meisjes aan de zanger (weten ze wel z’n seksuele geaardheid?!). Het meeslepende “So here we are” lieten ze naar het eind ontaarden. “Like eating glass” beeïndigde handjeswuivend en –zwaaiend de set.
Een feestelijke bis werd het, waarbij Okereke eerst verkleed was in een rood pluchen apenpak. Op de koop toe liep hij van de ene naar de andere kant en dook het publiek in. Ze speelden een krachtige finale: “Luno”, “Sunday (twee drums)”,  “She’s hearing voices” en “Helicopter”. Onder luid applaus kwamen ze  een tweede keer terug; een snedig, noisy klinkend “Pioneers” besloot definitief de set.

We hadden nog maar en goed wel het optreden van Editors verteerd of  het volgend groots optreden van 2007, Bloc Party, werd in ons geheugen gegrift. Ze palmden de Lotto Arena in!

I Love Techno heeft nog maar net z’n laatste beat vorige zaterdag erdoor gejaagd of daar was Metronomy met een batterij elektro, ‘80’s wave, trancegerichte soundscapes en repeterende ritmes van traag, meeslepende, monotone beats. High in the sky music en een vleugje Kraftwerk die door het publiek voldoende respect afdwong. Ze leken me de  ideale elektronicasoundtrack voor “La soupe aux choux” met Louis de Funès, twintig jaar terug met marsmannetjes die ajuinsoep maakten voor de aardbewoners …en een betere leefwereld…

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Future Of The Left

De muzikale wervelwind van Future of the Left

Geschreven door

Moederschip Millionaire stuurt z’n zijprojecten de muziekwereld in. Weyers amuseert zich momenteel met Radio Infinity en de heren Aldo Struyf en Dave Schroyen hebben Creature With The Atom Brain. De naam ontleenden ze aan een jaren ’50 B-film. Toen ik ze in 2005 voor de eerste maal aan het werk zag, lieten ze een sterke indruk na: vontuurlijke stoner’woestijn’rock refererend aan het oude Kyuss, QOSA, Butthole Surfers en natuurlijk Millionaire. Op de koop toe waren ze gekleed in witte overalls, gehuld met pleisters en zwarte plakband en het gezicht omwonden met  plasticfolie. De sound was aanstekelijk, hard en noisy.
Twee full EP’s en een debuutcd ‘I am the golden gate bridge’(met hulp van Mark Lanegan en Tom Barman) verder, toont CWTAB z’n ware gelaat en klinken ze meer gestroomlijnd. Live had dit z’n weerslag: ze boetten in aan kwaliteit en puik materiaal; hun rauwe gitaarrock was minder boeiend en er was te veel gesoleer, wat de spanning deed afnemen. Het waren vooral “Mind your own God”, “Broken flowers grow”, “Blackened roses, …” en “Funker”, die als vroeger meeslepend, dreigend, duister en messcherp klonken. The Creature  is braver geworden en is z’n tentakels kwijt!

Andere koek was het noisepoptrio uit Wales Future of the Left, ontstaan uit McLuskey. Ze leverden één van de debuutcd’s van het jaar af met ‘Curses’. Ze laveren ergens tussen ‘80’s Virgin Prunes en ‘90’s Shellac/Barkmarket en voegen er soms een vleugje leuke psychedelicatoetsen aan toe.
Live hoorden we een sterk op elkaar ingespeeld trio, een geoliede machine, energiek en gebald. Dit was één brok dynamiet: een scherpe, venijnige gitaar, een allesomvattende dreunende en ronkende bas en een opzwepende percussie. De verbeten samenzang injecteerde de broeierige, spannende noisepopsongs. Zelfs de meer gemoedelijke psychedelica songs, “Manchasm” en de single “Suddenly, it’s a folk song” moesten eraan geloven en kregen een dosis push forward; de songs raasden in een snelvaart tempo voorbij. De bassist nam een prominente rol in, en z’n hoekige danspassen namen we er maar al te graag bij!
Het trio slaagde en verve het tempo hoog en strak te houden. Ze speelden een vijftiental songs in een klein uur, waaronder één nieuwe “Cat”. Elke song, van opener “Kept by bees” tot  afsluiter “Adeadenemyalwayssmellsgood” overdonderde… The lord hates a coward”, “Plague of onces”, “Fuck the countryside alliance” en “Small bones, small bodies” waren een muzikale wervelwind.

Dit is een band die ‘er staat’ en zeker niet mag ontbreken op Pukkelpop.  Een gemiste kans voor wie hen niet aan het werk zag. Je bent gewaarschuwd…

Org: De Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Laïs

Het herbronnen van de romantiek van The Ladies Sound van Laïs

Geschreven door

De drie dames van Laïs, Jorunn Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathalie Delcroix, gaven met de cd ‘Douce victime’ (2004)  al de aanzet dat ze anders zouden klinken. De vorig jaar verschenen ‘Documenta Box’ bevestigde dit, dwz geen breuk met vroeger, wel een ommezwaai, een logisch vervolg.
‘The Ladies’ Second Song’ biedt een breed perspectief, o.a. door de vernieuwde samenstelling van hun begeleidingsband, waaronder de gitaristen Elko Blijweert en Bjorn Eriksson. Laïs verlaat het pad van hun jeugdig a capella kampvuursongs en poppy folkpop. Accordeon en violen komen er niet meer aan te pas.
Ze behouden de sterke stemvaardigheid en samenzang, bepaald door een donker, dreigende klankkleur van gitaren, elektronica, contrabas, cello en drums.
Ze bewandelen ten dele het pad van de freefolk. De teksten van dichters als Yeats en Verlaine zijn welig vertier op de nieuwe plaat, aangevuld met enkele eigen songs van Jorunn.

De romantiek van de drie dames wordt reeds gesymboliseerd op de cd hoes: de trouwjurken en de zwaan vertolken de liefde van Leda aan Jupiter, die haar bezoekt in de vorm van een zwaan. En die zwaan stond centraal op het podium in de Ha’. Laïs stelde de nieuwe cd bijna compleet voor, met mondjesmaat kwam een oudere song aan bod; de klemtoon kwam op het gitaristenduo, de distortion en de fuzz, naast de vrouwelijke samenzang. Hun sfeervol dreigende sound onderging diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, zonder in te boeten aan melodie, wat door het publiek sterk werd geapprecieerd.
De eerste twee songs “Agamemnon” en “Tumbling” werden ingezet zonder percussie. Op de titelsong van de cd kwam alvast hun stemmenpracht naar voor en zetten ze de eerste danspassen in. Op “Ni vandaag” en “Joskesong” hoorden we nog Laïs’ onschuldige karakter, maar vanaf  “Iten – Sortilegium” klonk het uitgebreide collectief grimmig, verbeten en grauw; het geëxperimenteer van hun stemmen betekende een heksentocht doorheen de romantische pracht; een hoogtepunt, samen met “Sudden blow”.
Ze wisselden Nederlands-, Engels- en Franstalig gezongen nummers af: “Hymne”, “Mirror mirror” en “Marie Madeleine”. De leden van Värttina waren die avond ook aanwezig (op 10 november in de Ha’!), wat werd beloond met de cover “Kapee”, een heel mooie folkpopsong. “De witte bij” beëindigde na bijna anderhalf uur de set.
Laïs was hun ‘oude’ kampvuurstijl in de bis nog niet verloren: zwierige rockende songs als “Babour” en “’t Smidje” besloten definitief de set.

Aan de reacties van het publiek te horen bleek Laïs tot veel in staat; ze verbreden hun muzikale horizont en overtuigden met de vernieuwende aanpak.

Het beloftevolle Gentse kwartet The Bony King of Nowhere zagen we al twee keer aan het werk (Folkdranouter en 25 jaar De Vooruit). Ze bewezen sterk op elkaar te zijn ingespeeld. De gitaartokkels, de ingehouden percussie, de kleurrijke keyboards en de overwaaiende vocals zorgden voor een broeierige spanning in hun verstilde, ingetogen en melancholische pop. Adembenemend. Voer voor fans van Cowboy Junkies, Bonnie Prince Billy en Low.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Wilco

Drie op een rij voor Wilco

Geschreven door

Wilco was dit jaar al tweemaal te bewonderen in ons land, namelijk op het Dour Festival en eind mei in de Gentse Vooruit. Vooral dat laatste concert werd door pers en publiek alom met superlatieven overladen en blijft nog steeds nazinderen.

De vraag was dan ook of Wilco in Brussel die status zou weten te behouden en hoe het gesteld zou zijn met de gemoedstoestand van Jeff Tweedy. De zanger en spilfiguur van de groep was de voorbije jaren verslaafd aan pijnstillers in de hoop aldus zijn regelmatig terugkerende migraine te bestrijden en bovendien had hij ook af te rekenen met paniekaanvallen, wat er toe leidde dat tournees afgelast dienen te worden en op een bepaald ogenblik de toekomst van de groep sterk gehypothekeerd werd. Jeff Tweedy kreeg zijn problemen gelukkig onder controle, er kwam dit jaar  een nieuw, op roots rock geënt album ‘Sky Blue Sky’ uit en zoals al aangegeven, gaf de groep de voorbije maanden het beste van zichzelf op de podia.

Al snel werd afgelopen dinsdag duidelijk dat er geen reden tot twijfel diende te zijn en dat ook het publiek in Brussel zou beloond worden op een prachtige muzikale avond.
De opening van de set was enigszins verrassend te noemen met “Sunken Treasure” uit het album ‘Being There’ en met “When The Roses Bloom Again”, een onuitgegeven song uit de ‘Mermaid Avenue’ sessies, waarbij Wilco samen met Billy Bragg enkele teksten van Woody Guthrie van muziek voorzag. Met “You Are My Face” en “Side With The Seeds” werd vervolgens een eerste keer in ‘Sky Blue Sky’ gegrossierd.
Via “She’s A Jar (Summerteeth)” werd een rustig moment ingelast waarbij Jeff Tweedy, getooid met een witte Stetson, het nummer een extra mooie klankkleur gaf via mondharmonica. Nadien werd enkele versnellingen hoger geschakeld. Het op luid applaus onthaalde “I Am Trying To Break Your Heart”, afkomstig van het uitstekende ‘Yankee Hotel Foxtrot’ album, werd voorzien van een chaotisch maar berekend elektronische intro en een uitzinnig rockende outtro en hiermee werd meteen de toon gezet. “Pot Kettle Black”, “Handshake Drugs”, “A Shot In The Arm” (gitaren werden zelfs tegen de versterkers aangeschuurd), “Impossible Germany” (dat in het middenstuk zelfs wat weg had van The Eagles en waarbij de input van gitarist Nels Cline zeker dient vermeld te worden) en vooral “Via Chicago” (waarbij het leek alsof Jeff Tweedy het gezelschap had gekregen van The Crazy Horse) ondergingen allemaal een extra stevige rock and roll behandeling.
Er werd via “Too Far Apart” ook teruggegrepen naar het debuut ‘A.M.’ waarvan Jeff Tweedy er – verkeerd - van overtuigd was dat dit album in België nooit was verschenen. Ietwat ingetogener nummers zoals “Jesus, Etc.” en “I’m The Man Who Loves You”, allebei uit opnieuw ‘Yankee Hotel Foxtrot’, “Walken” uit het recente album en “Hummingbird” uit ‘A Ghost Is Born’ sloten het eerste deel van de set af.
Maar de trouwe fans wisten dat er nog een mooi toemaatje zou komen en de groep vulde via twee uitgebreide bisrondes de verwachtingen in. Passeerden de revue: “Hate It Here”, “Poor Places”, een ruim tien minuten durende “Spiders (Kidsmoke)”, “Califonia Stars” (een nummer uit het ‘Mermaid Avenue Vol.1’ album), het erg knappe “Heavy Metal Drummer” om uiteindelijk af te sluiten met drie nummers uit ‘Being There’, zijnde “Red-Eyed And Blue”, “I Got You (At The End Of The Century” en “Outtasite (Outta Mind)” waarbij alle groepsleden zich de naad uit het lijf speelden.
Jeff Tweedy beroerde zijn gitaar, kon/wou een glimlach niet wegsteken en genoot duidelijk van het enthousiaste en naar zijn zeggen gedisciplineerde publiek. “Ik wil iedereen gelukkig maken in de zaal”, liet hij weten.

Welnu, 24 nummers en 2 uur verder, was de slotsom dat hij dit ook verwezenlijkt had. Maar niet alleen hij, op het podium stond de gehele avond een collectief sterke, op elkaar ingespeelde groep waarvan elk lid zijn rol te vervullen heeft.
Wilco deed het dus opnieuw en scoort een duidelijke drie op drie!

Organisatie: Live Nation.

Beoordeling

O’Death

O’Death doopte MaZ om tot hun stamcafé

Geschreven door

Het New Yorkse gezelschap O’Death krijgt voet aan grond met hun tweede cd ‘Head Home’. Hun rauw rammelende rock’n’roll, folk, country en punk is zowel opwindend, feestelijk als ingetogen. Een weirdo, waanzinnig boeiend geluid! De intieme MaZ doopten ze om tot hun stamcafé; het ging hier van intiem pakkend, traag meeslepend tot ambiance en uitbundigheid.
Als een stoomtrein konden ze tekeer gaan door een fors tokkelde banjo en een opzwepende percussie, die soms strak of metaalachtig kon klinken door het ranselen met een ketting op de drums en cimbalen (de cimbalen werden praktisch na elk nummer omgewisseld (lees: op de grond gegooid!)).
In de songs zaten zanger/gitarist Jamie en banjospeler Darling eerst rustig op hun stoel en veerden, in het opgevoerde tempo, plots recht; evenals in de onvaste zweverige vocals van Jamie, die eerst de toon zette, haakten de anderen vocaal  in, zongen en schreeuwden luidkeels, en klapten mee. “Down to rest”, “Allie Mae Reynolds”,  “Olee O” en “Busted old church” waren de smaakmakers van deze feestelijke band. In het midden van hun klein uur durende set waren er een paar sfeervolle songs als “Travellin man” en “Jesus look down”.
O’Death laveerde ergens tussen The Pogues, The Pixies (ze trakteerden ons zelfs op “Nimrod’s son”), The Sadies, Arcade Fire en Tom Waits.
O’Death was de band bij uitstek voor een geslaagd kroegentochtfeestje en lonkt naar de komende festivalzomer, met de Biertent van Folkdranouter als orgelpunt.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

Strange Death of Liberal England

Strange Death of Liberal England raast als een orkaan

Geschreven door

Strange Death of Liberal England is een beloftevol Brits vijftal. Ze debuteerden onlangs met de  EP ‘Forward March!’, die ze live kwamen voorstellen aangevuld met enkele nieuwe songs. Ze behielden die avond alvast het explosieve karakter van hun voorganger O’Death: een uitstraling van een 65daysofstatic en een energieke en een uiterst gedreven sound, soms kleurrijk door toetsen en xylofoon. Ze raasden, bezield en vol overgave, als een orkaan door hun korte set van 45 minuten heen, wisselden gretig van instrument, en er was geen enkele meter op het podium hen teveel. Hun songs kondigden ze aan op borden, o.a “Just another folk song” en “Oh solitude.
Ook zanger Adam Woolway onderscheidde zich: de hoge, zweverige schreeuwzang van deze jonge Roger Daltrey (The Who)/Andrew Stockdale (Wolfmother) krullenbol/loolalike, kon door merg en been gaan en was bij deze rammelende, melodieus ontketende sound ideaal geschikt. “In a day another day” porden ze het publiek aan het refrein “We are bandini” mee te schreeuwen. Ze gingen naar een climax met “Goddamn broke & broken hearted” , “An old fashioned war” en “I saw Evil”, in te lijsten songs van hun EP. Overrompelend!
In het oog te houden, dit bijzonder bandje uit Portsmouth.

Organisatie: Cactus Club Brugge

Beoordeling

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis: een nog steeds prima functionerende teletijdmachine

Geschreven door

Nauwelijks een jaar na ‘Foxtrot’ bracht Genesis in 1973 het al even indrukwekkende ‘Selling England By The Pound’ uit. Dit album kan - net als haar voorganger - niet enkel als één van de hoogtepunten uit de artistieke carrière van de groep beschouwd worden maar mag zelfs tot één van de absolute meesterwerken uit de geschiedenis van de progressieve en symfonische rock gerekend worden.
De kwaliteit van de epische songs kwam ook tijdens de daarop aansluitende tour duidelijk naar voor, niet in het minst omdat Genesis een nieuwe dimensie wilde geven aan het begrip rockconcert en via een kruisbestuiving tussen muziek en theater een – zeker voor die tijd - schitterend spektakel bracht.
Genesis startte de ‘Selling England By The Pound’ tour in september 1973 met enkele concerten in Europa waarna men ook naar de VS en naar Canada ging om nadien in januari tot midden februari 1974 opnieuw enkele bijkomende voorstellingen in Europa te geven (waaronder eentje in Brussel). Deze concerten staan bekend als de ‘White Shows’. Vanaf maart tot mei 1974 voegde Genesis ook nog eens een aantal shows toe in de VS en Canada maar zij veranderden daarbij heel wat aan het visuele aspect ervan. Zo kwamen er bijvoorbeeld zwarte gordijnen, twee grote ronde projectieschermen en alle instrumenten en accessoires werden zwart geschilderd. Deze voorstellingen, de zogenaamde ‘Black Shows’, werden nooit in Europa gebracht en er bestaan ook slechts enkele foto’s van.
Toen eind vorig jaar werd aangekondigd dat Genesis na 15 jaar opnieuw op tournee zou gaan, werd door de fans van de ‘vroege Genesis’ (de periode dat Peter Gabriel nog deel uitmaakte van de groep) gehoopt dat dit in de topbezetting zou zijn, namelijk: Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford. Maar al snel werd duidelijk dat de droom geen werkelijkheid zou worden want zowel Peter Gabriel als Steve Hackett haakten af, allebei om de officiële reden dat zij al een overdruk programma af te werken hadden.

Gelukkig is er ook nog de Canadese groep The Musical Box die zich sinds halfweg de jaren ‘90 toelegt op het met minutieuze precisie nabootsen en -spelen van concerten die Genesis begin de jaren ’70 gaf. En dat dit tot in de kleinste details gebeurt, getuigt het feit dat élke noot, élke beweging, élke make-up, maskers, kostuums en élke projectie of lichtshow wordt gekopieerd. Er wordt daarbij zelfs gebruik gemaakt van originele stukken (zoals de geprojecteerde dia’s) die zij als enige via een officiële licentie mogen gebruiken van Genesis en Peter Gabriel. Zelfs de verhaaltjes die Peter Gabriel als bindtekst tussen de nummers vertelde, worden door de zanger Denis Gagné woord voor woord nagesproken (in Brussel weliswaar in het Frans).
The Musical Box is dus veel meer dan een gewone covergroep en wil het publiek via een virtuele teletijdmachine dertig jaar terug in de tijd slingeren en daarbij de illusie wekken dat zij de echte Genesis te zien en te horen krijgen. Afgelopen zaterdag toen ze in het Koninklijk Circus de voormelde legendarische ‘Black Show’ van de ‘Selling England By The Pound’ tour brachten, trokken ze alle registers open om in hun opzet te slagen.
Op de tonen van de mellotron bespeeld door David Myers werd in aanvankelijke volle duisternis geopend met “Watcher Of The Skies” afkomstig uit het ‘Foxtrot’ album. Terwijl alle andere groepsleden in een wit kostuum getooid waren, was zanger Denis Gagné gehuld in een lange cape voorzien van vleermuisvleugels. Zijn ogen waren omringd door fluorescerende make-up en keken de toeschouwers indringend toe, terwijl op de grote ronde schermen ook nog eens ogen werden geprojecteerd die zijn voorbeeld leken te volgen.
Bij “Dancing With The Moonlit Knight” dat gaat over het mythologische verleden van Engeland, verscheen Denis Gagné op het podium met een ridderhelm op het hoofd en met een borstplaat met daarop de afbeelding van de Union Jack.
Vervolgens werd na het vertellen van een aangepaste versie van het Romeo en Julia verhaal, “The Cinema Show” ingezet met een harmonieus gitaargeluid waarbij een draaiende glitterbal verlicht door twee lampen, het Koninklijk Circus voorzag van een intieme sfeer.
“I Know What I Like (In Your Wardrobe)” werd via een verhaal over de vijf rivieren opgevolgd door het prachtig gespeelde “Firth Of Fifth” waarbij een klassiek aandoende piano intro onder meer werd aangevuld met dwarsfluit en een lange gitaarsolo van François Gagnon. Nadien kwam ‘The Musical Box’, een surrealistische song handelend over dood, reïncarnatie en lust uit ‘Nursery Cryme’ (1971), aan de beurt.
Volgend op “Horizons”, een kort instrumentaal stukje uit ‘Foxtrot’ dat solo gespeeld werd door François Gagnon, werd onder luid applaus “The Battle Of Epping Forest”, ingezet. Bij dit nummer werd niet alleen erg knap gemusiceerd maar het werd ook expressief uitgebeeld.
Een meer dan 20 minuten uitgevoerde versie van “Supper’s Ready”, het afsluitende nummer van ‘Foxtrot’, vormde het orgelpunt van de set door onder meer de klank van drie simultane gitaren, waaronder een authentieke Rickenbacker double neck (bass en een semi-akoestische gitaar) bespeeld door Sébastian Lamothe. Ook werd hier opnieuw voorzien in een visueel mooi spektakel omdat Denis Gagné – een constante gedurende het volledige concert trouwens - geregeld van kleding wisselde, zoals het bekende bloemenmasker en het fluorescerende rode geometrische masker.
De échte Genesis hield er van om af te sluiten met “Supper’s Ready” maar in enkele shows werd ‘The Knife’ uit het album Trespass (1970) als toegift gebracht. Ook The Musical Box deed dit in Brussel. Het meest rockende nummer uit de Peter Gabriel periode slaagde er ook nu weer in om via een krachtige riff, doeltreffend keyboard, zware bas, dwarsfluit en een aldoor goede drumpartij van Gregg Bendian een publiekslieveling te zijn.

Was het nu 1974 of 2007? Als toeschouwer kan men best voor zichzelf uitmaken in welke mate men zich laat meeslepen door het spektakel van The Musical Box maar een concert van deze Canadezen is voor al wie houdt van Genesis, en in de eerste plaats van het meer arty deel van hun discografie, alsook voor iedere liefhebber die progressieve en symfonische rock een warm hart toedraagt, een sterke aanrader.
We geven alvast mee dat The Musical Box volgend jaar opnieuw naar België zou komen, en meer bepaald op 11 en 12 oktober. Zij brengen dan respectievelijk in Luik (Le Forum) en Brussel (Koninklijk Circus) een voorstelling van de ‘A Trick Of The Tail’ tour.

Het voorprogramma werd overigens verzorgd door het Italiaanse The Watch, die hun nieuwe album ‘Primitive’ kwamen voorstellen en die, afgaande op hun groepsgeluid, duidelijk óók zijn beïnvloed door de vroege Genesis.

Setlist:
Watcher Of The Skies, Dancing With The Moonlit Knight, The Cinema Show
I Know What I Like (In Your Wardrobe), Firth Of Fifth, The Musical Box, Horizons, The Battle Of Epping Forest, Supper's Ready, The Knife

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Beoordeling

Wolf Eyes

De Halloweentocht van het Amerikaanse Wolf Eyes

Geschreven door

De dreigende, onheilspellende dronenoise van Wolf Eyes en hun support acts nodigden uit om de Halloweentochten te eindigen in de Kreun. De opwarmers waren Hellvete en Bear Bones, Lay Low, twee éénmansprojecten die na een klein half uur samen opereerden.

In de voetsporen van Pan Sonic hoorden we van Bear Bones, Lay Low een geluidsterreur van dreunende, donkere neurotische soundscapes, traag, monotoon, repeterend, een helle-tocht in de leefwereld van deze jonge gast. Het huiveringwekkend elektronisch tapijt vulde hij aan met gitaardwarrels en – distortion door de pedaaleffects, onder z’n zweverig, galmende, op het achterplan gedrukte zang.
Hellvete zorgde voor een apocalyptische soundtrack door een overstuurd experimenterende gitaarsound en een repetitief opbouwend drumritme. De sound kronkelde zich daadwerkelijk in de aderen om zich meester te maken van het menselijk brein. Stephen King kon likkebaarden.

Het Amerikaanse trio Wolf Eyes, al tien jaar bezig, ging nog een stapje verder. Hun angstaanjagende, extreme sound dreef ons terug naar de ‘80’s “Horror Movies” van The Bollock Brothers, de ‘80’s noise-elektronica van Swans, (‘Filth’, ‘Cop’ en ‘Greed’),  de gitaarnoise van Sonic Youth, Steve Albini’s Big Black en Rollins Black Flag, en tenslotte het experiment van de onvolprezen Godflesh, God, en Pain Teens.
Een meeslepende sound van breed, uitgesponnen songs  waarvan hun wolfsogen en -klauwen de trommelvliezen pijnigden: een elektronica terreur van hoge sonar geluiden, lome beats en ritmes, een lage, ronkende éénsnarige bas, een vervormde, op hol geslagen sax, en distortion, fuzz en noise door de pedaaleffecten, in een golf van krijsende vocodervocals.

Kortom, Wolf Eyes: indrukwekkend, angstaanjagend en oorverdovend …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Pagina 382 van 389