logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk - events

Wilde Westen, Kortrijk - events Concerten 2026 03-01 Black Saturday XIII, alt NYE 16 + 17-01 De grote Crate Records Muziekquiz 18-01 Marc Matthys & friends 23-01 Hairbaby, Fulco 24-01 Vincent Coomans ‘dark dog’ @Concertstudio 25-01 Jazz cats: Mobilhome @Hof…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kim Deal - De R...
Kim Deal - De R...
Geert Huys

Geert Huys

The Chameleons - Post-punk erfenis met toekomstperspectief

Wanneer de reikwijdte van een muzikale invloed op latere generaties omgekeerd evenredig blijkt met het commerciële succes, wordt een band al snel tot ‘cult’ bestempeld. Dat geldt ook voor de Engelse band The Chameleons die die reputatie al sinds de vroege jaren tachtig trots met zich meedragen. The Charlatans, Oasis, Smashing Pumpkins, Interpol – stuk voor stuk vermelden ze platen van deze mistroostige post-punk pioniers als life-changing albums. En zoals het echte culthelden betaamt, verliep hun parcours grillig, maar opgeven bleek nooit echt een optie. Na twee allesbehalve vriendschappelijke splits, een reeks weinig opvallende zijprojecten en zelfs een periode als eigen tribute band (ChameleonsVox), is het nu opnieuw de beurt aan The Chameleons v3.0.

Op deze druilerige herfstavond leek Kortrijk wel heel even op Manchester, de grauwe metropool waar het erfgoed van The Chameleons ooit uit de barsten en kieren van de post-industriële samenleving ontsproot. Frontman Mark Burgess is in interviews echter duidelijk: met het nieuwe album ‘Arctic Moon’ – hun eerste in ruim twee decennia  – wou zijn band nadrukkelijk géén herhalingsoefening afleveren.
Tijdens het concert in een aardig volgelopen De Kreun bleek dat voornemen stand te houden. De vijf nieuwe nummers op de setlist klonken onderling erg verschillend en verruilden het strakke post-punk keurslijf voor melodieuzere, soms lang uitgesponnen composities die uit uiteenlopende tijdsgewrichten leken te stammen. We noteerden 90ies indie rock bij opener “Where Are You?”, een subtiele knipoog naar stadsgenoten The Smiths (“Lady Strange”) en zelfs orkestrale 70’s pop (“Feels Like The End Of The World”). Degelijk comebackmateriaal, dat zeker, maar wellicht niet allemaal bestand tegen de tand des tijds. Een langere houdbaarheidsdatum lijkt weggelegd voor de bevreemdende psych-pop ode aan de Thin White Duke “David Bowie Takes My Hand” – waarbij Burgess heel even zijn trouwe bas verruilde voor een akoestische gitaar – én voor het door melomane influencers en wereldleiders aangespoorde “Saviours Are A Dangerous Thing”, dat moeiteloos het predicaat ‘vintage Chameleons’ verdient.
Maar eerlijk is eerlijk: deze ‘Arctic Moon’ tour trekt in de eerste plaats volk omdat de Engelse veteranen kunnen bogen op een muzikale erfenis om ú tegen te zeggen. Hun 42 (!) jaar oude debuut album ‘Script Of The Bridge’ blijft hierbij de onverwoestbare ruggengraat van elke Chameleons show. In Kortrijk passeerde zowat de helft van dat epos de revue, met smaakmakers als het door merg en been gaande “Pleasure And Pain”, het naar vroege U2 neigende “Second Skin” en de onvervalste post-punk evergreen “Up The Down Escalator” voorop.  Stuk voor stuk nummers die nog altijd staan als een huis, gedragen door de tegelijk onderkoelde en melancholische stem van de inmiddels 65-jarige Burgess, die de vele emotionele veldslagen in zijn working class hero bestaan moeiteloos heeft overleefd. In zijn schaduw doemde de sinds kort teruggekeerde gitarist van het eerste uur Reg Smithies op, die met hoorbare métier nog maar eens kwam bewijzen waarom hij geldt als de ware architect van het etherische Chameleons geluid.
Voor de meest indringende momenten van de avond greep de band terug naar haar laatste grote wapenfeit, ‘Strange Times’ uit 1986. Gedragen door onheilspellende percussie groeide “Soul In Isolation” uit tot een episch relaas over de moeizame zoektocht naar menselijke verbinding – een thema dat vandaag even relevant klinkt als toen. Burgess illustreerde dat treffend met een reeks citaten uit classics van Buffalo Springfield, The Doors en The Beatles, die hij ter plekke door het nummer heen weefde. Ook “Swamp Thing” riep met een eigenzinnige mix van neo-psychedelica en complexe arrangementen diezelfde grootse melancholie op die het oeuvre van The Chameleons zo tijdloos maakt.
Tijdens de encores waanden Burgess & co zich heel even opnieuw de brutale post-punk broekjes uit hun prille begindagen. Het claustrofobische, aan The Sound schatplichtige “Monkeyland” fungeerde als opmaat voor de dubbele uppercut waarmee de avond werd afgesloten: de weergaloze debuutsingle “In Shreds” en het ultieme mental support anthem “Don’t Fall”.

Ruim anderhalf uur laveerden de Engelse veteranen heen en weer tussen uiteenlopende muzikale gedaanten – van invloedrijke legacy act tot verkenners van nieuwe sonische horizonten. Juist – dáárom heten The Chameleons precies The Chameleons!

Pics homepag Anne-Marie Van Rijn

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Lokerse Feesten 2025 – DAG 7 – Rewind met Air ‘Moon Safari’  en dEUS ‘Worst case scenario’
Lokerse Feesten 2025
Grote Kaai
Lokeren
2025-08-07
Geert Huys

Ter gelegenheid van het Belgisch-Frans onderonsje op donderdagavond mocht de organisatie van de Lokerse Feesten nog eens het ‘sold-out’ bordje bovenhalen. De jonge Franse synthpop hype Zago de Sagazan had De Grote Kaai al aardig doen vollopen, maar toen Sylvie Kreusch (***) en haar zeskoppige begeleidingsband het podium betraden werd het pas écht gezellig druk. De Antwerpse heeft met een reeks radiovriendelijke singles – “Ding Dong” en “Hocus Pocus” staken helemaal voorin haar set – intussen een zeer breed publiek veroverd. Maar die nieuw verworven mainstream status heeft ook een keerzijde: Kreusch’ recentste liedjes zijn sterk geproducet en onmiskenbaar catchy, maar ontdaan van alle scherpe randjes die haar vroegste werk zo intrigerend maakten. Niet toevallig waren het de aan de onderkoelde elektropop van The Knife schatplichtige debuutsingle “Seedy Tricks” en de Natacha Atlas knipoog “Just A Touch Away” uit één van haar vroegste EP’s die in Lokeren als echte hoogtepunten overeind bleven.
Ook in haar outfits zoekt Kreusch graag de franjes op. In Lokeren dook ze met volle overgave op als een theatrale Sneeuwwitje-lookalike. Echter, voor die inzet  kreeg ze weinig terug. Het publiek leek matig geïnteresseerd en bleef eindeloos keuvelen over exclusieve reisverhalen of, waarom niet, dat nieuwe behangpapier. Zo werd ter plekke het woord van het jaar geboren: festivaletiquette!

Club StuBru blijft tijdens de Lokerse tiendaagse hét trefpunt voor wie graag buiten de gebaande paden wandelt. Vele zomers geleden zagen we Johannes Verschaeve en zijn Van Jets nog vlammende glamrockriffs afvuren op De Grote Kaai, maar die wilde jaren liggen echter achter hem; nu is het tijd voor introspectie. Onder zijn nieuwe nom de plume Johannes Is Zijn Naam (***½) stapt Verschaeve het podium op met niet meer dan een oude laptop, waaruit sobere beats, ijzige synthgolven en rake gespreksfragmenten stromen. Zijn nieuwe werk onderzoekt de sociale drijfveren van de moderne mens – en die blijken zelden fraai.
In “Apparaat” legt hij genadeloos de asociale fundamenten van sociale media bloot. “Symptomen” beschrijft hoe we vroeg of laat allemaal last krijgen van echte of ingebeelde kwaaltjes. Verschaeve is in dat opzicht een scherpe observator, wars van illusies over wat echt en wat fake is. Na een zware depressie beleeft hij opnieuw een sterke festivalzomer, en zijn terugkeer als “Party Boy” op het podium verdient niets minder dan een diepe buiging voor zijn veerkracht.

Rewindconcerten blijven een feest voor liefhebbers van het volledige albumformaat. Alle lof dus voor de programmatoren die vanavond twee klassiekers centraal zetten. Het Franse duo Air (****) beet de spits af met ‘Moon Safari’, hun debuut uit ‘98 en inmiddels een referentiepunt in het chill-out genre. Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel namen plaats in een witte lichtbox, enkel vergezeld door een drummer. Het decor oogde als een retrofuturistisch soundlab, met rijen Moog-synths en vocoders als laboratoriumapparatuur. Al bij de zwoele opener “La Femme d’Argent” werd duidelijk waarom dit nog steeds hun onbetwiste signature song is: de Franse cool van Serge Gainsbourg’s ‘Histoire de Melody Nelson’ gemengd met eigen dreampop en psychedelica. De tijdloze radiohits “Sexy Boy” en “Kelly Watch the Stars” klonken zó perfect dat het bijna onwerkelijk was dat alles live werd gespeeld. Voor het ingetogen “All I Need” nam Dunckel zelf de zangpartij over van de afwezige Beth Hirsch – een ingetogen hoogtepunt dat hun vakmanschap onderstreepte. Omdat de set slechts een uur mocht duren, beperkten Godin en Dunckel de terugblik op ‘Moon Safari’ tot een ‘demi version’.
Aanvullend serveerden ze publieksfavorieten uit latere albums, waaronder “Cherry Blossom Girl” en “Highschool Lover”. Wie dreigde weg te dromen in de etherische perfectie, werd op het eind bruut wakker geschud door de futuristische krautpop van “Don’t Be Light”.
Slotsom: Air leverde in Lokeren een foutloze, zij het veel te korte trip.

Met een jaar vertraging viert dEUS deze festivalzomer het 30-jarig jubileum van hun kaleidoscopische debuut ‘Worst Case Scenario’ (****½). In Lokeren brachten Tom Barman & co het volledige album, maar gooiden ze de oorspronkelijke volgorde van de nummers door elkaar om de spanningsboog strak te houden. Na de jazzy opener “Jigsaw You” kreeg de nieuwe, nog wat onwennig ogende Noorse gitarist Simen Følstad Nilsen in “Via” meteen de kans te tonen dat hij de grote schoenen van voorganger Mauro Pawlowski op termijn wellicht wel  zal kunnen vullen.
Hét hoogtepunt van de avond volgde toen mede-oprichter Stef Kamil Carlens midden in “WCS (First Draft)” zijn rol in de geschiedenis van de invloedrijkste band van ’t Stad heel even terug kwam opeisen. Het publiek omarmde hem als een verloren gewaande jeugdvriend met wie het, ondanks decennia afwezigheid, meteen weer klikte. Tegelijk werd pijnlijk duidelijk dat dEUS zonder de blonde alleskunner langzaam is geëvolueerd van volstrekt uniek naar ‘gewoon’ een heel goede band. De Zappiaanse gekte van “Morticiachair”, het intieme kampvuurmoment “Hotellounge (Be the Death of Me)” en het allesverzengende “Let’s Get Lost” kregen merkbaar extra glans wanneer Carlens meezong of zijn bas over de melodie liet huppelen. En ja, toen de special guest 159 keer “Friday!” mocht schreeuwen tijdens “Suds & Soda” ging Lokeren zonder aarzeling in collectieve extase. Met “Roses” en “Fell Off the Floor, Man” als toegiften sloot dEUS af met wat in de annalen van het festival mag worden bijgeschreven als een beklijvende les in vaderlandse muziekgeschiedenis.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8159-lokerse-feesten-2025?ltemid=0

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Bonnie ‘Prince’ Billy - Het concert was veel beter dan de plaat

Met Will Oldham gaat tegenwoordig alles prima, zeker nu hij naast zijn ruim dertigjarige muzikale carrière intussen ook de rol van echtgenoot en vader heeft opgenomen. Die nieuwe status als familieman laat wel wat sporen na op de grillige Americana van zijn nom de plume Bonnie ‘Prince’ Billy. De weinig toonvaste DIY zonderling van weleer lijkt op de jongste paar platen baan te hebben geruimd voor een keurig articulerende vijftiger die hoop boven wanhoop verkiest. En alsof dat nog niet genoeg is sloeg de songwriter uit Louisville vorig jaar zijn tenten op in Nashville om er met ‘The Purple Bird’ een gepolijste country plaat in te blikken.

Welke richting Oldham ook uitgaat, zijn publiek blijft hondstrouw en wordt bovendien steeds talrijker. Omdat De Kreun te klein leek voor zijn doortocht in de Vlaamse ‘Wild West’ werd uitgeweken naar de nabijgelegen Depart zaal, maar ook die locatie hing al snel het ‘sold out’ bordje uit. Wie net als ondergetekende een beetje had gevreesd voor de stereotiepe clichés van het genre werd meteen gerust gesteld: in Kortrijk vielen geen cowboyhoeden, geruite hemden of line dancers te bespeuren. Integendeel, het openingsnummer “Boise, Idaho” stond mijlenver van de netjes afgeborstelde classic country van de nieuwe plaat. We kregen nauwelijks toonvaste vocals, jankende gitaren en rommelige percussie - kortom, alle ingrediënten die van lo-fi dé meest ontwapenende muziekstroming van de jaren ’90 maakten. Alle vooroordelen overboord dus: dit was de onversneden versie van Oldham zoals we hem kennen sinds zijn begindagen als Palace (Brothers/Songs/Music), en waarmee hij nog altijd stevig verankerd zit in onze topcategorie ‘eigenzinnige treurwilgen’.

Die treurnis zit overigens vooral in de teksten, niet in de performance. In Kortrijk treffen we een bijzonder goedgemutste versie van Bonnie ‘Prince’ Billy, die dolt met het publiek en maar wat graag de artistieke kwaliteiten van zijn drie begeleiders bewierookt. Met multi-instrumentalisten Jacob Duncan en Thomas Deacon heeft Oldham zowat een halve brassband mee op tour. Door hun injecties van klarinet, saxofoon, trompet en dwarsfluit krijgen de sobere Americana liedjes niet alleen een andere vorm, maar ook flink wat meer glans.
Het resultaat neigde de ene keer naar etherische Anglo-folk (“Downstream”), een andere keer naar een dronkenmanwals (“Guns Are For Cowards”). Het typeert Oldham ten volle dat hij in dat laatste nummer een heikel onderwerp als het recht op wapendracht in zijn thuisland aankaart met - jawel - een kermisdeuntje.
Het werd zo mogelijk nog gezelliger in Depart toen ook het Australische voorprogramma Mess-Esque zich bij Oldham & co op het podium voegde. Het Dylanesque “Strange Trouble” - in Kortrijk fraai aangekleed met backing vocals van zangeres Helen Franzmann, die onvermijdelijk deden denken aan Emmylou Harris - rekenen we zeker tot de hoogtepunten van de set.
Uiteraard was er herkenningsapplaus toen de back catalogue van Palace Music in een zoete countrysaus werd gedoopt met “New Partner” en “Brute Choir” - beiden uit Oldham’s samenwerking met wijlen Steve Albini, ‘Viva Last Blues’ (’95) - en met de monumentale single “Gulf Shores”. En ook zijn wellicht enige pensioennummer - met dank aan Johnny Cash - spaarde Oldham niet op tot de encores. Tijdens een verstilde, bijna onherkenbare versie van “I See A Darkness” hoorde je elke bierbeker vallen.
Net voor het doek definitief viel, werd het publiek nog verwend met een versie van Sally Timms’ en Jon Langford’s alt.country classic “Horses”. Toen iemand als ultieme uitsmijter om ‘A song for Gaza!’ riep, repliceerde Oldham gevat ‘They all were! Weren’t you listening?’.

En zo viel na anderhalf uur alles ineens op zijn plaats: de krakkemikkige treurwilgmuziek van Bonnie ‘Prince’ Billy is als een pleister op de wonde voor alle miserie in de wereld.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

The Sheila Divine - Honingthee voor de stem, gitaren voor de ziel

Toegegeven, het is wellicht wat balen voor bands die na een kwarteeuw moeten vaststellen dat hun debuutschijf het belangrijkste wapenfeit uit hun catalogus blijkt te zijn. Iets dergelijks overkwam het Amerikaanse gitaarcollectief The Sheila Divine, dat op de valreep van de 90ies met ‘New Parade’ een stevig pensioenplan in elkaar timmerde.
Fans van dat eerste uur moesten deze en vorige week wel érg goed hun best doen om de sympathieke veteranen niet tegen het lijf te lopen in het Vlaamse clubcircuit: zowel in Rijkevorsel, Brugge, Leuven, Antwerpen, Kortrijk en Arendonk werden hits uit De Afrekening van 25 jaar geleden stevig meegebruld.

De perstekst rond de viering van een kwarteeuw ‘New Parade’ deed de Kreun moeiteloos uitverkopen, maar die boodschap bleek al snel een beetje misleidend. The Sheila Divine wil immers niet louter teren op het verleden en maakte dat meteen duidelijk met de epische opener “The Darkness” uit het vorig jaar verschenen ‘I Am The Darkness. We Are The Light’. Net als alle releases sinds de reünie in 2010 is dat nieuwe album beslist geen hoogvlieger, maar door er met “Lillydale” en “The Rapture” de beste brokken uit te halen leverde dat in Kortrijk toch een ongemeen sterke setlist op.
De energieke Bostonians ploegden zich als een goed geoliede machine met een rotvaart doorheen een dik uur rechttoe rechtaan gitaargeweld zonder ook maar één zwak moment. Vier clubconcerten op bijna evenveel dagen hebben echter wel enige tol geëist van boegbeeld en enig oorspronkelijk bandlid Aaron Perrino’s schreeuwerige emo strot. Heel erg rock’n’roll zag het er niet uit, maar die tas met dampende honingthee leek wel broodnodig om de frontman heelhuids door de avond te loodsen.
Na een blits start richtte de voor de rest eerder zwijgzame Perrino zich voor een eerste keer tot zijn favoriet publiek. ‘This one’s for all Belgians to sing along to’, en daar bleek geen woord van gelogen toen het eerste (en enige) rustpunt “Countrymen” werd ingezet. Het nummer stamt reeds uit 2001, maar toen we onszelf betrapten op het meezingmoment ‘All your patriots are just millionaires’ werd de profetische betekenis van Perrino’s woorden in de huidige Trump/Musk context ineens toch pijnlijk duidelijk. Enig politiek en sociaal engagement zijn The Sheila Divine trouwens nooit vreemd geweest. Perrino’s zijproject na de eeuwwisseling werd dan ook niet toevallig Dear Leader gedoopt, en warempel, niet minder dan vier songs uit die periode waaronder het onweerstaanbaar strakke radiohitje “Raging Red” haalden vanavond de set.
Wie voor een klassiek rewind concert naar Kortrijk was afgezakt kreeg zoals eerder aangegeven misschien wel een kleine ontgoocheling te verwerken. Uit ‘New Parade’ kwamen uiteindelijk amper vijf tracks aan bod, maar laat dat detailkritiek zijn. Ondanks de fraaie hooks en een hoog emo-indie gehalte zijn “Awful Age”, “Spacemilk” en “I’m A Believer” dan wel geen radiohits geworden, in Kortrijk werd nog maar eens duidelijk dat hun eeuwigheidswaarde onaangetast blijft. “Automatic Buffalo”, een beklijvend epos met fraaie visuals over het emotionele keurslijf van een geroutineerd leven met bijhorende financiële zekerheid, blijft misschien wel het beste nummer van The Sheila Divine.  Luc De Vos dacht er ooit net zo over en vernoemde zijn kortlevende Engelstalige band naar dat ene nummer, waarmee de speciale band tussen Perrino en Vlaanderen wellicht in een definitieve plooi werd gelegd. Dergelijke hechte band werkt trouwens in twee richtingen: met ”Like A Criminal” lanceerden de Amerikanen hun laatste sloopkogel, de fanbase incasseerde die maar wat graag en deed De Kreun prompt daveren van de voorste rijen tot aan de achterste toog.
Ergens in de set zat ook de nagelnieuwe single “Kim Deal Or No Deal” verscholen. De melodieuze knipoog naar Perrino’s stadsgenote verzekerde zich al van daily rotation op Willy, waarmee de cirkel na 25 jaar terug rond lijkt. Achter The Sheila Divine schuilt geen strak marketing plan, daarvoor dringt hun heartland indierock te diep door in de ziel.
Vanuit het land aan de overkant stelde Luc De Vos met pretoogjes vast dat het goed was, dat is een onweerlegbaar metafysisch feit.

Lees gerust de review van hun optreden in Cactus Club, Brugge op 3 mei 2025 + bijhorende pics
The Sheila Divine – 25 Y, Indie-Rock met een grote R en de puntjes op de ‘I’ … Uitbundig, krachtig, pakkend

Pics @ Geert de Dapper
Cmon Cmon
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7481-cmon-cmon-03-05-2025?ltemid=0

The Sheila Divine
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7482-the-sheila-divine-03-05-2025?ltemid=0

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

vrijdag 04 april 2025 09:42

Gavin Friday – Tijdloze decadentie

Gavin Friday – Tijdloze decadentie

Ruim 13 jaar na het degelijke doch weinig opzienbarende ‘Catholic’ album hadden we eerlijk gezegd de hoop laten varen op een muzikale wedergeboorte van Gavin Friday. Eigenzinnigheid is echter altijd al de grootste deugd geweest van de bijna 66-jarige Ier, dus in plaats van een samenwerking met hip en jong producerstalent te overwegen zocht hij inspiratie bij zijn oude maatje en voormalig Soft Cell-brein Dave Ball. Het opmerkelijke verhaal van het vorig jaar verschenen resultaat van die samenwerking, het elektronisch getinte ‘Ecce Homo’, begint reeds bij de album hoes. Met een theatrale knipoog naar de veroordeelde Jezus met doornenkroon laat Friday er de sporen zien die zijn leven als mens én als performer hebben nagelaten, en dan moeten de eigenlijke songs nog binnenkomen.

Met het verlies van zowel zijn moeder, zijn trouwe hond én boezemvriendin Sinéad O’Connor kreeg de Ierse songwriter afgelopen jaren genoeg emotionele munitie in handen om dé ultieme afscheidsplaat te maken. Niet voor niets dus koos Friday als intro voor Allegri’s boetepsalm “Miserere” om een matig gevulde VIERNULVIER collectief onder te dompelen in een intiem begrafenissfeertje. Dramatiek en catharsis moesten echter al snel baan ruimen voor extravagantie en decadentie. Met extatische beats, opgezwollen synths en zwoele vrouwelijke backing vocals flitsten openers “Lovesubzero” en “Ecce Homo” ons prompt terug naar de 90ies rave cultuur die door Underworld en The Prodigy in de grote massa werden gedropt. De ijle downtempo elektropop van “The Church Of Love” en “Stations Of The Cross” trok het publiek vervolgens nog een decennium verder in de tijd met echo’s van Friday’s generatiegenoten Soft Cell, Depeche Mode en John Foxx. Opgejaagd door een van Gary Glitter geleende glamrock beat landden we met “Lady Esquire” tenslotte in 1972, het jaar waarin Friday naar eigen zeggen voor het eerst kennis maakte met de androgyne David Bowie en het eerste zaadje van de latere Virgin Prunes werd geplant.

De elektronische inslag van het nieuwe album vertaalde zich live in een sobere muzikale omlijsting met veel voorgeprogrammeerde beats, en dat was best wel even wennen. Gavin Friday is echter het soort ras performer die op z’n dooie eentje het gewicht van een show kan dragen zonder dat er een imposante band aan te pas hoeft te komen. Neem nu “Apologia” vanop diens solo debuut uit ’89, een even majestueuze als theatrale synthese van Brel, Piaff en Weil waarop de Ier zijn rol als dramaticus ten volle wist uit te spelen enkel begeleid door de klarinet van de Parijse multi-instrumentalist en trouwe huurling Renaud Pion. De meest opvallende figuur op het podium was wellicht een als non verklede zangeres, die Friday midden in de set ook nog eens assisteerde met zijn vestimentaire transformatie van maatpak crooner tot losgeslagen performance artiest in rafelige vodden. Als een verraderlijk schattig duo zetten ze vervolgens “Sandpaper Lullabye” in, een deep cut uit de legendarische ‘A New Form Of Beauty’ EP reeks waarmee The Virgin Prunes zich als één van de meest avant-gardistische post-punk bands van de prille 80ies profileerden. Een bijna onherkenbaar “Caucasian Walk” uit het opus magnum van de Prunes ‘…If I Die, I Die’ sloot daarbij naadloos aan, gevolgd door alweer een nieuwe stijlbreuk met de luchtige 90ies pop van “King Of Trash” en de mijmerende flashback naar vroeger en beter in “When The World Was Young”.
Tijdens de encores moest Friday één en ander kwijt over hoe artistieke vrijheid steeds dieper wegzinkt in de maatschappelijke draaikolk waarin we ons momenteel bevinden. Met een kort citaat uit “London Bridge Is Falling Down” moest duidelijk worden dat de Engelse hoofdstad niet langer de attractiepool van weleer is voor kunstenaars, en dus rest er weinig anders dan persoonlijke herinneringen aan de metropool te koesteren in “Cabarotica”. De permanente onrust op sociale media kreeg er van langs op “Daze”, waarbij Friday zijn publiek laconiek bedankte om hun schermtijd tot een minimum te beperken en op de tonen van het zwoele “Angel” definitief achter de coulissen verdween.

In tegenstelling tot zijn jeugdvrienden van U2 weet Gavin Friday keer op keer zijn reputatie hoog te houden zonder te vervallen in pathetische poenschepperij. Meer nog, vanavond bewees de muzikale kameleon dat hij niet eens hoeft te teren op zijn muzikale erfenis. Dertien jaar wachten bleek meer dan de moeite waard, maar Mr. Friday, laat het vervolg op ‘Ecce homo’ gerust wat sneller komen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Rock Zottegem 2024 – zaterdag 13 juli 2024 met Hellmut, Brihang, John Fogerty en Daan - Potige vaderlandse en internationale rock
Rock Zottegem 2024
Bevegemse Vijvers
Zottegem
2024-07-13
Geert Huys

Met 30 jaar op de teller mag Rock Zottegem zich zonder schroom een vaste waarde in het segment van de middelgrote zomerfestivals noemen. Wie last heeft van keuzestress kunnen we gerust stellen, want overlap met het tegelijk lopende Cactusfestival is er eigenlijk nauwelijks. Potige vaderlandse en internationale rock zitten al sinds het prille begin stevig verweven in het DNA van Rock Zottegem, maar omdat risicospreiding nu eenmaal cruciaal is in dit competitieve wereldje krijgen ook pop en beats steeds nadrukkelijker een plaats op de affiche.
Toegegeven, de line-up oogt daardoor soms wat eclectisch. De headliners op vrijdagavond, Joost en Toto, zijn in zowat elk opzicht elkaars tegenpolen, maar in Zottegem werkt die zotte combinatie van ‘upcoming & onstuimig’ en ‘retro & gezapig’ klaarblijkelijk wel.

Probeerden de weergoden op de openingsdag het verjaardagsfeestje aan de Bevegemse Vijvers nog enigszins te vergallen, dan kon het publiek tijdens de tweede festivaldag laarzen en poncho’s met gerust gemoed thuis laten. De aftrap op zaterdag leek overigens wel weggelopen uit een vorige editie van Graspop.
Na de opwarmingsronde door plaatselijke metal helden Ironborn en het nu-metal tribute gezelschap Bizkit Park liep de tent een eerste keer helemaal vol voor Hellmut Lotti Goes Metal (***). Broer en metalhead Johan kan trots zijn: hij bracht destijds immers de hardrock platen binnen ten huize Lotigiers waarmee de crooner carrière van Helmut decennia later een onwaarschijnlijke draai zou nemen. Vergezeld van een erg strakke band borduurde Lotti in Zottegem doodleuk verder op zijn veelbesproken maiden trip in de Metal Dome van Graspop nu een goed jaar geleden. Genre classics als “Poison”, “Smoke On The Water”, “Breaking The Law” en de uit de hand gelopen Radio Willy grap “Run To The Hills” gingen er bij een overwegend 45+ publiek in als gesneden koek, maar dé strafste momenten in de set waren toch diegene waar de Gentenaar knipoogde naar zijn eigen crooner verleden. “Tiritomba” klonk ineens behoorlijk credible dankzij een ferme speedrock injectie, en een bijna onherkenbaar “That’s Alright Mama” verzoende Elvis met Lemmy op de tonen van “Ace Of Spades”. Ook Whitesnake’s “Here I Go Again” kreeg een Hellmut remake; hij puurde er zowaar een hoogstpersoonlijke levensles over emotionele heropstanding uit waardoor dit stroperig gedrocht ineens toch een gans andere lading kreeg.
Kortom, Lotti bewees in Zottegem dat hij een sympathieke lefgozer is die, wie weet, volgend jaar zo maar even met een hip hop plaat op de proppen kan komen.

Terwijl andere vaders van 31 met hun kroost op vakantie trekken schuimt Brihang (***½) deze zomer de festivalpodia af. En of er hierdoor brood op de plank komt: één week na Rock Werchter en daags na het Cactusfestival was de man met de pet alweer te bewonderen in Zottegem. De opdracht was duidelijk maar verre van simpel: hij moest en zou een publiek meekrijgen dat op papier niet echt het zijne is. Brihang hield na de doortocht van Hellmut nog een half gevulde tent over, maar nog belangrijker: hij hield stand! De West-Vlaming speelde een aantal nieuwe troeven uit in vergelijking met een paar jaar geleden toen we hem als the next big thing in een overvolle tent op Pukkelpop zagen debuteren.
Vooreerst heeft de DJ van toen intussen plaats geruimd voor een tweekoppige begeleidingsband. Live drums en synths zorgden voor een voller geluid waardoor de minimale poëzie van Brihang meer wind in zeilen kreeg tot in alle uithoeken van de tent. Ook het bijna iconische trapladdertje van weleer is ingeruild voor een podium vullende modulaire metalen constructie waardoor de rapper letterlijk de hoogtes en laagtes van het leven kan verkennen.
Niet voor niets is “Berg” één van de sterkhouders op zijn vorig jaar verschenen derde plaat ‘Droomvoeding’: ‘Waarom zou ek al m’n tijd aan een berg spenderen/der is nog zoveel van de heuvels te leren’. Als filosoferende woordkunstenaar scheert hij hoge toppen, maar in het échte leven moet ook hij toegeven dat de stap van ‘voldoening’ naar ‘onderscheiding’ soms een (te) grote tol vergt. ‘Hebben jullie al een beetje gerockt?’ vroeg de guitige Brihang met een knipoog naar de grootste gemene deler van het festival. Het mooiste antwoord dat hij kon terugkrijgen was een zachtjes meegefluisterd “Steentje”.

Hoe verdienstelijk of genietbaar de voorgaande acts ook waren, toch werden ze allen moeiteloos overschaduwd qua reputatie, overlevingsdrang en energie door de niets minder dan legendarische John Fogerty (*****). Het gros van die aandacht dankt de kranige Californiër aan de pakweg vijf jaar waar hij als songschrijver, zanger, gitarist én producer de creatieve kracht was achter het in oer-Amerikaanse traditie gewortelde Creedence Clearwater Revival, oftewel CCR.
Aangevuurd door een band met twee Fogerty juniors in de rangen schoot de CCR jukebox met een verschroeiend tempo uit de startblokken in Zottegem. We zijn amper 10 minuten ver in de set, of met “Bad Moon Rising”, “Up Around The Bend” en “Green River” zijn reeds drie onvervalste evergreens de revue gepasseerd. Meteen valt op dat Moeder Natuur behoorlijk mild is geweest voor Fogerty’s rauwe howl, en bovendien kon de ouwe knar al die jaren terugvallen op de goede zorgen van vrouwlief Julie die hij vanavond uitgebreid in de bloemetjes zet. Zij zorgde er immers voor dat de 79-jarige veteraan zich pas vorig jaar kon loswrikken uit het wurgcontract met CCR’s toenmalige platenlabel Fantasy Records. ‘I finally got my songs back, and tonight I’m gonna play every single one of them’ klonk het triomfantelijk, en om dat te vieren -dit is tenslotte zijn ‘Celebration’ tour- liet Fogerty prompt een magnum fles Duvel aanrukken.
Het siert de Amerikaanse veteraan bovendien dat hij naast massaal meegebrulde anthems als “Have You Ever Seen The Rain” ook deep cuts uit de CCR catalogus opviste waaronder de alt.country avant la lettre uppercut “Effigy” en de broeierige swamprock stamper “Keep On Chooglin’”. Met het even simpele als onsterfelijke “Rocking All Over The World” en het door een hitsige sax aangedreven “Proud Mary” serveerde Mr. CCR de match uit met een ace.
En nu we toch volop  met superlatieven strooien: onze bucket list is na vanavond één item armer, onze tijdloze live top 10 daarentegen een nieuwkomer rijker.

De uittocht was al goed begonnen toen Daan (****) ruim na middernacht de twijfelachtige eer kreeg om de tweede festivaldag af te sluiten. Zijn azuurblauw maatpak en statige zonnebril om half één ’s nachts herinnerden ons er prompt terug aan: wie live van Daan wil genieten moet er de flamboyante en kitscherige persona bijnemen. In ware Ennio Morricone stijl greep de Leuvenaar meteen onze aandacht vast met de instrumentale opener “Western” wiens verstandshuwelijk tussen banjo en beats de komende jaren wellicht zal uitgroeien tot een nieuwe vaste waarde op de setlist. Ook in zijn begeleidingsband is er, op trouwe drumster Isolde Lasoen na, altijd wel sprake van enige vernieuwingsdrang. Na o.a. Pieter-Jan De Smet, Arno en Triggerfinger heeft nu ook Daan meestergitarist Geoffrey Burton weten te strikken. Burton weet als geen ander platgetreden Belpop classics als “Exes”, “Icon” en “Everglades” opnieuw in te kleuren met avant-gardistische weerhaakjes waardoor ze ineens toch weer verfrissend klinken.
Midden in de set bewees Daan overigens dat hij in principe helemaal geen band nodig heeft. Enkel begeleid door een elektronisch klank- en lichtspektakel zette hij een ronduit imponerende versie neer van “Woods”, naar eigen zeggen één van ’s mans favorieten uit zijn Dead Man Ray periode.
En ja, na zijn passage in ‘Liefde voor Muziek’ hoort ook “Dag Vreemde Man” enigszins onvermijdelijk tot zijn live cover repertoire. Wanneer Daan & co vervolgens dieper gaan putten uit de recentste plaat ‘The Ride’ gaapt er meteen een pijnlijke kloof met de impact van het oude werk. Dat ligt niet aan de drummende nachtegaal Lasoen of de diepe croon van haar broodheer, maar wel aan de nummers zelf die spanning lijken te hebben ingeruild voor meligheid.
Gelukkig is er nog altijd dat bonkende pensioennummer “Housewife”: steeds raak om een set op een euforische noot mee af te sluiten én bovendien verdomd moeilijk uit je systeem te krijgen richting parking.

Zottegem: de meesten onder jullie waren gewoonweg fantastisch!

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rudeboy plays UDS feat. DJ DNA - Alive and kicking in the fast lane

Wanneer tram 6 lonkt kan je als frontman van een ter ziele gegane band maar beter een wel doordacht pensioenplan klaar hebben. In het geval van Patrick Tilon lag die opportuniteit redelijk voor de hand: hij kroop terug in de huid van zijn legendarische stage persona Rudeboy Remington, overtuigde zijn vroegere maatje DJ DNA om diens draaitafel af te stoffen, en hopla, Rudeboy plays Urban Dance Squad feat. DJ DNA was geboren. Commercieel gezien geen slechte zet, maar toch rest er nog die ene uitdaging: hoe hou je de muzikale erfenis en live reputatie intact van één van de meest toonaangevende bands die Nederland ooit heeft gebaard?

Dé grootste uitdaging afgelopen vrijdagavond, zo bleek, lag niet bij de hoofd act zelf maar wel bij de 40- en 50-plussers die met slechts bescheiden getale uit hun zetel konden worden gelokt richting de voormalige industriële Bolwerk site. Het contrast met het energiepeil waarmee de afgetrainde brulboei met Surinaamse roots meteen van zich afbeet tijdens opener “Selfsufficient Snake” kon moeilijk scherper. Met elastieken benenwerk dat onmiskenbaar naar de prille James Brown lonkte en raps die werden uitgespuwd alsof het een verhitte bijeenkomst van de Black Lives Matter beweging betrof werd het laatste restje twijfel genadeloos weggevaagd: deze donkere jongen van 60 komt nog steeds zo hard.

Verbeten, ja zelfs op het militante af, werkten Rudeboy & co zich anderhalf uur doorheen een eigenzinnige selectie uit de UDS back catalogue waar rap, funk en rock zodanig stevig in elkaar haakten dat er eind jaren ’80 een apart genre etiket werd voor bedacht: ‘cross-over’. In Kortrijk koos het Nederlands gezelschap niet voor een veilige hap-slik-weg selectie van louter singles, maar was er minstens evenveel aandacht voor deep cuts uit voornamelijk de eerste drie albums die UDS tussen ’89 en ’94 op de wereld losliet. Energiebommetje “Brainstorm on the U.D.S.” vanop het door wijlen Jean-Marie Aerts ingeblikte debuut klonk nog steeds als de perfecte mash-up tussen Public Enemy en de vroege Red Hot Chili Peppers. Ook de downtempo grunge van “Alienated” kwam stevig en waarachtig binnen wanneer een opsomming van persoonlijke frustraties uitmondde in een eindeloos herhaald ‘I got to keep my head up’, een mantra voor iedereen die moet leren omgaan met roadblocks op het levenspad.
Dat Rudeboy als vanouds kon uitpakken met festival anthems uit een ver vervlogen tijdsgewricht zoals “No Kid”, “Good Grief!” en “Demagogue” was niet enkel en alleen zijn verdienste. Om het even wie zijn ex-UDS maatjes Silly Sil (bas), Magic Stick (drums) en Tres Manos (gitaar) moest vervangen heeft grote schoenen te vullen, maar op een paar details na kon deze UDS versie 2.0 toch behoorlijk stevig wedijveren met de oorspronkelijke line-up. DJ DNA van zijn kant liet geen enkel moment onbenut om vooral tussen de nummers door subtiel in zijn vinylbak te duiken. Erg essentieel was het op zich allemaal niet, maar toch voegde zijn kennis van de muziekgeschiedenis een dosis speelsheid en spanning toe die het UDS DNA moeilijk te kloneren maakt.
Het laatste eindje van de lont brandde uiteindelijk helemaal op met de snedige punk uppercut “Fast Lane” en de Oosters gekruide trip hop van “Bureaucrat Of Flaccostreet”.

Geen idee met welke schimmige voorstellen onze eminente regeringsonderhandelaars straks zullen naar buiten komen, maar één ding staat na vanavond toch al vast: het pensioenplan van Rudeboy werd getest, gesmaakt, en goed bevonden!

Organisatie: Blender ifv Schouwburg Kortrijk + Wilde Westen

Stef Kamil Carlens & The Swoon - Funky ode aan vriendschap en non-conformisme
Stef Kamil Carlens & The Swoon

Een vlakke loopbaan is niet besteed aan een muzikale kameleon als Stef Kamil Carlens. Na twee eerder ingetogen singer-songwriter albums én zijn lockdown project met The Gates Of Eden waarmee hij Bob Dylan op een soulvol eerbetoon trakteerde laat de Antwerpenaar nu de funkateer in zich los. Op het nieuwe album ‘Be Who You Wanna Be’ mag er dus al eens gedanst worden, het liefst voor een spiegel waarin het publiek een maatschappijkritische blik op de wereld kan werpen.

Daags na de langverwachte release van hun kersverse worp stonden Stef Kamil Carlens & The Swoon al in vol ornaat te blinken op de planken van de Gentse Ha Concerts. Een nieuwe bandnaam die toch vertrouwd in de oren klinkt, net zoals een paar van de klasse muzikanten die Carlens op diens nieuwe tour vergezellen. Na de eerste paar nummers werd meteen duidelijk wie dé nieuwe sterkhouder van dienst is. Niemand minder dan Arno’s boezemvriend en voormalige muzikale spitsbroeder Mirko Banovic liet zijn mighty bass zodanig lekker rollen en stuiteren dat we hem ervan verdenken een grote Chic fan te zijn. Quasi op zijn ééntje vormde hij de ruggengraat van een eclectische set waar funky escapades en melancholische downtempo vibes naadloos in elkaar overliepen.
Zei daar iemand ‘eclectisch’? De broeierige opener “Bombo” katapulteerde ons ineens 30 jaar terug in de tijd, toen Carlens & co vermomd als Moondog Jr. nog op een dieet leefden van Dr. John’s voodoo funk gekruid met wat avant-garde blues uit het receptenboek van Captain Beefheart. Of wat te denken van de daaropvolgende zwoele dub reggae versie van de Zita Swoon classic “I Feel Alive In The City” die zo leek weggelopen uit de Black Ark studio van Lee ‘Scratch’ Perry.
Na nog een tweede opwarmertje uit de Zita Swoon back catalogue “Still Half My Friend?” werden de spotlights dan eindelijk gericht op het nieuwe album. Hierbij heeft Carlens niet enkel oog voor zijn eigen schrijfsels, maar ook die van zijn muzikale helden. Zo kreeg Alain Bashung’s “C’est Comment Qu’on Freine” een hoekig spacefunk jasje aangemeten waar ook een 80ies band als Shriekback al eens mee op straat kwam. Wie funk zegt komt vroeg of laat ook uit bij His Purple Highness. Het bijna vergeten Prince hitje “The Future” uit de soundtrack van Tim Burton’s ‘Batman’ film (’89) werd naar onze bescheiden mening moeiteloos overtroffen in de groovy funkrock versie van The Swoon. Jammer genoeg verandert niet elke song die Carlens aanraakt eensklaps in goud. Dez Mona’s “Suspicion”, de derde en laatste cover vanop de nieuwe plaat, blijft na de eerste paar luisterbeurten toch futloos klinken en kreeg ook live het niet voor elkaar om het meesterlijke origineel van zijn stadsgenoten te doen vergeten.
Geen idee of het lag aan valse bescheidenheid of aan een overdreven gevoel van introvertie, maar opvallend was wel dat Carlens zelf met geen woord repte over zijn eerste album met eigen materiaal in vijf jaar tijd. Dat hoefde ook niet, want in tal van zijn nieuwe songs steekt een niet mis te verstane boodschap. Onderwijzers en bankiers slaan jong en oud om de oren met regeltjes, en als het even tegen zit, sancties. Lead single “Walk On Red, Stop On Green” is naast een funky oorworm ook een niet mis te verstane uitnodiging tot een non-conformistische tegenreactie. De anders zo introverte Antwerpenaar voerde zijn protest nog verder op tijdens de furieuze album afsluiter “So Much Love”, een grillige brok electro funk die eigenlijk niet eens had misstaan op de jongste worp van, jawel, dEUS. ‘Fuck politics/Your dirty scams and dirty tricks/There is no progress to be made in the selfish way you operate!’: een treffender lijflied kunnen de naar schatting half miljoen Belgen die als ‘De Afgehaakten’ de politiek de rug hebben toegekeerd zich niet wensen.
Omdat je nu eenmaal meer indruk maakt als je samen op de barricaden staat ,vond Carlens het geen moeite om ook wat laidback songs in de set te smokkelen die een ode zijn aan vriendschap en verbondenheid. “Love Me Like A Prayer” en “Take A Little Time” kabbelen rustig en onopgemerkt voorbij wanneer je thuis het nieuwe album beluistert, maar kwamen live een pak beter uit de verf eens de frontman in zijn flashy roze pak naar crooner modus overschakelde.
De eigenzinnige Antwerpenaar liet een dozijn aan crowd pleasers en radiohits links liggen en koos moedig voor de Zita Swoon deepcut “JosieWitchGirl” als afsluiter. Niet de groovy funk maar de rauwe blues kreeg vanavond dus het laatste woord. Maar ach, gedaantes en genres zijn louter bijzaak.

Vanavond bewees Stef Kamil Carlens vooral dat hij als muzikale kameleon nog steeds op eenzame hoogte staat én dat nederigheid en non-conformisme perfect hand in hand kunnen gaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics naar de set @De Casino, Sint-Niklaas op 15 mei 2024 @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/6060-stef-kamil-carlens-15-05-2024.html?ltemid=0 

Organisatie: Ha Concerts ism Democrazy, Gent

G. Love & Special Sauce - Return of the laid back groove

Weinig straatmuzikanten hebben dankzij hun muzikaal talent de goot zo vakkundig weten te vermijden als het in Philadelphia samengeraapte trio G. Love & Special Sauce. Begin jaren ‘90 gooiden de voormalige buskers de schijnbaar onverenigbare genres blues en hip hop in een unieke melting pot die hun titelloos debuut uit ’94 tot niets minder dan een genre-bending classic maakte. De drie decennia op de teller vormen dus reden genoeg om na lange tijd nog eens de Grote Plas over te steken voor een Europese tour van de R&B (lees: Rap ’n Blues) veteranen.

Terwijl fans van een economisch lucratief balspelletje steeds verder wegzonken in diep-filosofische bespiegelingen rond de Brugse derby voltrok zich even verder op in de stad een minstens even gezellig als memorabel event. De Cactus Club mag namelijk met recht en rede trots zijn om na 15 jaar nog eens G. Love & Special Sauce te kunnen strikken voor een exclusieve set op Belgische bodem. Nog een extra bonus? Vanavond treedt de band op in de oorspronkelijke bezetting die 30 jaar geleden de fundering van hun ongeëvenaarde laidback groove in het collectieve muziekgeheugen heeft verankerd. In eigen land is bassist van het eerste uur Jim Prescott trouwens niet meer te overhalen om van hot naar her te trekken, maar een (laatste?) Europees avontuur zag de man blijkbaar wel nog zitten.
Met een back catalogue van zeven band albums en nog eens vijf solo releases van G. Love zou menig frontman al eens worden overmand door keuzestress, maar het trio omzeilde die klip op een veilige manier door zich comfortabel te nestelen in de tijdscapsule van hun gloriejaren op MTV. In Brugge passeerde zo nagenoeg de volledige debuutschijf die volgend jaar 30 kaarsjes mag uitblazen.
Het olijke openingstrio “The Things That I Used To Do”, “Blues Music” en “Garbage Man” werd opgediend als een uitgelezen staalkaart waar de groep toen voor stond: blues als hoofdingrediënt, afwisselend gekruid met hip hop, jazz en folk. Met zijn lome raps, virtuoze gitaarcapriolen en roestige mondharmonica vormt G. Love op zich al een éénmansband, maar de onweerstaanbare Special Sauce groove is en blijft toch de verdienste van zijn twee kompanen.
Normaal gezien zijn we redelijk allergisch voor ingestudeerde - en meestal oeverloos lange - solo momentjes van bandleden, maar vanavond verveelde het ons geen seconde toen alle spotlights even werden gericht op Jim Prescott’s double bass  of Jeffrey Clemens’ elastieke drums.
In de alfabetisch geordende platenkast van G. Love & co staat Leadbelly broederlijk naast LL Cool J en komt Blind Lemon Jefferson vlak na Beastie Boys. Geen wonder dus dat de 50ste verjaardag van het hip hop genre ook in hun repetitiehok niet onopgemerkt is voorbij gegaan. Als stijlbreuk kon het wel tellen, G. Love die zo ineens zijn trouwe barkruk opzij schoof om als volbloed rapper het publiek op te hitsen met een lang uitgesponnen tribute medley aan alle MCs die zijn muzikale opvoeding hebben gekleurd. Met een magistraal bruggetje naar hun eigen bluesrap evergreen “Cold Beverage” toonde het Philly trio zich trouwens opvallend immuun voor het stoffige imago dat wel eens vastkleeft aan veel van hun generatiegenoten.
Ook in de lang uitgesponnen encores zaten nogal wat momentjes met een hoog chill gehalte. Op eenvoudig verzoek van een vrouwelijke fan vertolkte G. Love op z’n dooie eentje “Sunshine”, een sober niemendalletje vanop zijn eerste en nog steeds beste solo album ‘The Hustle’ (’04) maar vanavond klonk als een bloedmooi liefdesliedje.
Toen hij even later zijn twee makkers terug in de ogen keek regende het ineens anekdotes over de woelige ontstaansgeschiedenis van het moeilijke tweede album ‘Coast to Coast Motel’ (’95): moe van het touren, bijna gesplit, weinig inspiratie, hier en daar een pilletje teveel en uiteindelijk gestrand in New Orleans voor opnamesessies in de studio van muzikale held Allen Toussaint.
En verdraaid, het werd ineens wel erg moeilijk om niet aan The Night Tripper himself aka Dr. John te denken tijdens de funky opener van die plaat “Sweet Sugar Mama”.

Met de feelgood vibes van het onvermijdelijke “Baby’s Got Sauce” als uitsmijter kon het Amerikaanse trio terugkijken op een geslaagde uitmatch. De voorspelling door de introman van de Cactus Club was er boenk op. Brugge - G. Love & Special Sauce : 0-1.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Notwist - Een perpetuum mobile van veelzijdigheid en improvisatie talent

Met wonderbaarlijke albums als ‘Shrink’ (’98) en ‘Neon Golden’ (’02) op hun kerfstok kan de invloed van het in Munchen geboren The Notwist moeilijk worden overschat. Want zeg nu zelf, zonder hun ongrijpbare spielerei in de schemerzone tussen indie, krautrock en elektronische avant-garde pop haalden de post-‘OK Computer’ releases van Thom Yorke & co beslist niet de roemrijke status die ze nu genieten.
Na een radiostilte van ruim zeven jaar en bijna twee decennia na hun voorlopig opus magnum gaven de introverte Duitsers (ja, ze bestaan echt!) met ‘Vertigo Days’ opnieuw een teken van leven dat zowaar zonder schroom naast bovengenoemde classics kan prijken.

Zoals zovele albums raakte ook ‘Vertigo Days’ in het vervloekte coronajaar 2021 een beetje ondergesneeuwd, maar toch wist het immer creatieve gezelschap het momentum enigszins vast te houden met de vorig jaar verschenen live herwerking ‘Vertigo Days - Live From The Alien Research Center’. Altijd leuk voor thuis, dat wel, maar wie afgelopen vrijdag de weg vond naar De Kreun zal volmondig beamen dat The Notwist toch vooral een band is die je moet zien, horen én voelen. Broederpaar én oerleden Markus en Micha Acher laten zich tegenwoordig vergezellen van vijf erg veelzijdige muzikanten. Het zevental is gewapend met een uitgebreid instrumentarium, gaande van een draaitafel tot een trombone; een naamswijziging in ‘The Notwist Orchestra’ zou niet eens misstaan. Aandachtige toeschouwers, en dat waren er opvallend veel in Kortrijk, kwamen dan ook ogen en oren tekort om elke muzikale nuance te kunnen volgen.

Tijdens het eerste halfuur kijken de Duitsers voornamelijk in de achteruitkijkspiegel. Indierock parels uit de 90ies (“Another Planet”), 00ies (“One For The Freaks”) en 10ies (“Kong”) worden met een stevige trap op het gaspedaal de zaal in geslingerd. Acher & co laten ze allesbehalve klinken als een nostalgische herhalingsoefening, want aan elke oude song lijken nieuwe details te zijn toegevoegd. Nooit eerder hoorden we “Kong” binnenkomen als een cross-over tussen de kille strakheid van Joy Division, de noisy rafelrandjes van Dinosaur Jr. en de zoetgevooisde pop feel van Death Cab For Cutie. Rustpuntje “Pick Up The Phone” toonde voor het eerst de breekbare kant van de band. Tegen een achtergrond van stuiterende indietronica eisten de wanhopige vocals van Markus Acher tot helemaal achterin de bar de aandacht op, il faut le faire in tijden van cognitieve overprikkeling.
Pas wanneer een paar nummers van ‘Vertigo Days’ de revue passeren valt op welke muzikale metamorfose The Notwist de laatste jaren heeft ondergaan. Door het vertrek van programmer en indietronica architect Martin Gretschmann en de komst van multi-instrumentaliste Theresa Loibl klinkt de band ineens een pak menselijker en organischer. Gewapend met basklarinet, harmonium en ouderwetse synths sloopt Loibl met sprekend gemak het glazen plafond in het voormalige mannenbastion.
De nieuwe muzikale aanpak waar ook krautpop, freejazz improvisaties en trip hop invloeden zijn binnen geslopen betekent geenszins dat er wordt ingeleverd op experimenteerdrift. “Into Love / Stars” start als een intiem en krakkemikkig electro pop liedje, maar gaat halverwege over in een repetitieve Suicide trance modus. Tijdens de vooruitgeschoven single “Ship” wordt de afwezigheid van Saya, de helft van het Japanse avant-pop duo Tenniscoats, even efficiënt als creatief opgevangen door de sample machine.
The Notwist sloten hun zoveelste triomftocht op Belgische bodem af zonder crowdpleasing concessies. Prijsbeesten “Chemicals” en “Pilot” bleven in de kast, in plaats daarvan werden met “Gloomy Planets” en “Gravity” twee vergeten parels opgevist uit het voor de rest weinig memorabele album ‘The Devil, You + Me’ (’08).
Als klap op de vuurpijl volgde ook nog een nagenoeg onherkenbare performance art interpretatie van Cypress Hill’s “Illusions” waar de leden van voorprogramma (én streekgenoten) What Are People For? de show mochten komen stelen.

Met amper of gewoonweg geen pauze tussen de nummers had dit optreden veel weg van een  perpetuum mobile waar het Duitse zevental hun heden en verleden on the spot lijken te remixen. Ineens moesten we terugdenken aan de spitsvondige flard Indeep die DJ Markus Acher eerder op de avond gebruikte om twee nummers aan elkaar te lijmen: “Last night, The Notwist saved live music from becoming a boring experience”.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Pagina 1 van 18