logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_09
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

zondag 03 april 2016 03:00

At The Drive-In - Heftige come back


At The Drive-In -
Legendarische band ? yes.  Cultband ? absoluut. De enige band die het emo-genre cool kon doen klinken ? zo is dat.

In 2000 maakte At The Drive-In het alom geweldige ‘Relationship Of Command’, een album die geboekstaafd staat als één van de absolute meesterwerken van de indie-rock. Net toen de wereld begon door te krijgen dat hier om een hoogst unieke band ging, splitten de heren al. Ontzettend jammer, maar de split bracht dan weer twee nieuwe fantastische bands aan de oppervlakte, The Mars Volta en Sparta, twee groepen die op hun beurt ook weer een stapeltje onsterfelijke platen afleverden. Gitaarwonder Omar Rodriguez Lopez bracht ook nog een handvol soloplaten uit waarin hij zijn virtuositeit langs diverse avontuurlijke wegen loodste.
In 2014 kwamen de heren Cedric Bixler-Zavala en Omar Rodriguez Lopez alweer met een geslaagd projectje Antemasque opzetten, een nieuwe equipe die steeds dichter kwam bij de punky en opvliegende sound van At The Drive-In. De cirkel was rond, hier moest wel een reünie van deze buitengewone band van komen. Een in een wip uitverkochte AB mocht er mee van proeven.

Geen nieuw werk, voorlopig althans, want de band kondigde vanavond hoopvolle toekomstplannen aan, ze komen weldra terug met een nieuwe plaat.
We moesten het stellen met de oudjes, stuk voor stuk zinderende songs die de tand des tijd probleemloos doorstaan hebben en anno 2016 zelfs nog straffer en verbetener klonken. We hebben hier 16 jaar moeten op wachten, maar de doortocht van At The Drive-In in de AB zalm nog lang blijven nazinderen.
Hardvochtige power, tomeloze energie, snedige hardcore, ziedende punkrock en de meest driftige indie-rock uit het beste Fugazi-hout gesneden. At The Drive-In was weer helemaal die band waar we destijds verliefd op waren geworden. Stroomstoten van songs als “Arcarsenal”, “Pattern Against User” en “Cosmonaut” deden de AB uit zijn voegen barsten en een hemels “Invalid Litter Dept” bracht ons gewoonweg in extase.
Bijna het volledige ‘Relationship Of Command’ werd hier op de meest hectische en uitzinnige manier door de speakers gejaagd, alsof de songs met zijn allen vers van de pers kwamen gerold. Cedric Bixler Zavala was briljant, hij schreeuwde elke song naar een hoogtepunt toe, zong daarbovenop nog eens ijzersterk en gooide zichzelf tot twee keer toe het uitgelaten publiek in.
Niet alleen omwille van Cedric’s indrukwekkende rock’n’roll afro-kapsel, maar ook omwille van die ongebreidelde energie die het hele zootje teweegbracht deed At The Drive-In ons meermaals aan MC5 denken. Muzikaal liggen beide bands misschien niet zo dicht bij mekaar en er zitten ook wel een paar generaties tussen. Maar de stormkracht, het venijn en de primitieve oer-instincten die uit dit gezelschap sproot, hebben we nog maar aan weinig andere bands kunnen toeschrijven.

At The drive-In had het waanzinnige “One Armed Scissor” tot het eind opgespaard, kwestie van de boel nog eens compleet in lichtelaaie te zetten. Een meer denderend slot hadden we ons niet kunnen voorstellen.

At The Drive-In was geweldig, furieus, heet en heftig. De come back van het jaar! Uw tweede kans : Op vrijdag 01/07 op de mainstage van Rock Werchter. Vergeet alle andere bands die dag.


Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 31 maart 2016 03:00

Baskenland

Het is nu al enkele maanden dat wij in het pikkedonker bij het raam zitten te wachten op de aangekondigde komst van de nieuwe Swans, maar ondertussen kunnen we onze met teer gevulde pap ook wel koelen met ‘Baskenland’ van El Yunque.
In het kielzog van lotgenoten als The Germans, The Black Heart Rebellion en The Guru Guru is dit alweer een Vlaamse band die zich met tegendraadse rock en noise ver uit de buurt houdt van de radiovriendelijke en ongevaarlijke eenheidsworst waarmee we de laatste dagen overspoeld worden.
De Limburgers doen regelrecht hun zin en houden zich niet in om een apocalyptische song van ruim 18 minuten op hun plaat te murwen en die de naam ‘Kabeldraad’ mee te geven. Een kronkelende kabeldraad met weerhaken naar ons gedacht, een onrustwekkend schouwspel waarin serieuze brokken gemaakt worden die dan averechts terug aan elkaar gelijmd worden, een klomp geniale pokkenherrie die niet zou misstaan op ‘The Seer’ of ‘To Be Kind’ van Swans.
Bij El Yunque vliegen de gitaren al eens uit de bocht en slaan ze geregeld linksaf daar waar ze eigenlijk naar rechts moeten, wat helemaal niet erg is, bij Captain Beefheart was dit ook voortdurende zo, en hoe geniaal was die niet ?
Ondanks de talrijke hindernissen en dwarsliggers valt alles bij El Yunque opmerkelijk in zijn plooien, er zit structuur in het lawaai en er zit lijn in de stoorzenders. Het is een beetje zoals bij de vroege Sonic Youth, hoe extreem de herrie ook mag klinken, er is altijd een doelgericht spoor.
Eentje met een verslavende werking en één van onze favorieten is “Noztechtransch”, een song die net iets toegankelijker klinkt dan zijn titel laat vermoeden en die drijft op een onweerstaanbare riff waarop we wel een dansje zouden durven wagen, meer bepaald de paringsdans van een dolle chimpansee die zwaar aan de LSD heeft gezeten. Ook de ontspoorde krautrock van “Nátwoord” bijt voortdurend in onze kuiten, we menen er zelfs een flard Primus in te horen, maar dan met een Les Claypool die pas uit een moordlustige nachtmerrie is ontwaakt.
U merkt het, ‘Baskenland’ is geen plezierbestemming om via Neckermann reizen te boeken, het is eerder een avontuurlijke trip doorheen een nog nader te ontdekken rioolnetwerk.

donderdag 10 maart 2016 02:00

Pillars Of Ash

Er schuilt een drama achter dit gortige metal-album. Tijdens de opnames is zanger/bassist Jonathan Athon omgekomen bij een verkeersongeluk. Even leek het alsof alles voorbij was maar de overige bandleden stonden erop dit werk af te maken. Gelukkig maar, het is een krachtig eerbetoon geworden.
Black Tusk is er voor wie zijn metal graag rauw en hardvochtig lust. Zoek het in de richting van uw favoriete doom- en sludgemetal-groepen en trek er nog een vette streep hardcore onder. Dit is harder dan Kylesa, brutaler dan Baroness en vuiler dan Mastodon. De herrie is verpakt in 11 songs die er in amper 35 minuten met een sloophamer worden doorgejaagd. Tonnen agressie gaan er uit van hardcore kopstoten als “Punkout” en “Desolation In Endless Times” en er heerst een brute kracht over “Bleed On Your Knees” en “Damned In The Ground”. Als er dan nog een tandje moet bijgestoken worden doet Black Tusk dat met “Born Of Strife”, een gemene brok trash-metal die naar Slayer neigt.
Dit is gure straight forward metal van het betere soort. Niet voor gevoelige oren, maar die van ons zijn wel wat gewoon.

donderdag 10 maart 2016 02:00

Global Chakra Rhythms

Jeff The Brotherhood uit Nashville kunnen we op zijn minst een boeiende, avontuurlijke en veelzijdige band noemen. Daar waar ze op de vorige plaat nog het best te omschrijven waren als Weezer die zich aan stoner-rock waagt, zitten ze nu volledig in het land van de psychedelische rock en krautrock.
De plaat klokt ruim boven het uur af en is gevuld met lange jam-songs die zich in verschillende windrichtingen begeven. De albumtitel doet het al een beetje vermoeden, JTBHD gaat hier volledig loos en lapt de vaste songstructuren aan zijn laars ten gunste van lekker zwevende songs die de tijd nemen om een breder universum te exploreren. Een songtitel als “Deep Space Bound On The Edge Of Reality” is veelzeggend, hier wordt in de hogere lagen van de kosmische atmosfeer rondgedobberd. De titelsong is al meteen een groovy krautrock excursie die gaandeweg steeds spannender wordt en middels een ontspoorde sax, jungle drums en in LSD gemarineerde sixties-gitaren naar Oosterse oorden reist. Eén en ander vertaalt zich in Neu! die Hawkwind vertolkt, of omgekeerd als u wil. Die krautrock- invloeden worden nog eens dik rondgesmeerd op “Solstice Canyon”, een fijne instrumental die ook al lijkt te zijn weggelopen uit een plaat van Neu!
JTBHD toont zich van zijn meest wreedaardige en donkere kant in de hypnotiserende rock van het lange “Mary Of Silence”, een verslavende song voorzien van een stel snijdende gitaren die dwars de donkere wolken scheuren.
Elders is het dan weer chillen op een luie sax in “Chilled To Bones” en heerst er een relax hippiesfeertje in “Pillars Of Creation” en “Pringle Variations”, twee songs die van Thievery Corporation konden zijn mochten die wat meer paddenstoelen tot zich nemen.
Elektronica overheerst dan weer op het bevreemdende “Liquid Inox” waarin gretig wordt geëxperimenteerd met freaky synths.
JTBH lijkt er aanvankelijk rustig uit te gaan op afsluiter “Whatever I Want”. De song start als een rustig kabbelend hippie-beekje tot men met een logge doomhardrockriff de modder nog eens komt omwoelen.
Fascinerende plaat.

donderdag 10 maart 2016 02:00

II

Dit is nog maar de tweede plaat van dit venijnig rockende gezelschap, maar het zijn hoegenaamd geen groentjes. De helft van Id!ots heeft er met Ugly Papas al een heus rock’n’roll verleden opzitten, ze weten hoe ze een portie vettige en zweterige rock op de wereld moeten loslaten. Dat er na al die jaren nog serieus wat snee op zit bewezen ze al met hun potige eersteling en ze komen het nu meteen al zonder weerga uit de doekjes doen met de felle opener “Backk”, een striemende kopstoot van amper anderhalf minuutje, een kogel met het Jon Spencer- kwaliteitslabel, dat is wat men noemt nog eens een frontale binnenkomer.
Id!ots gaan daarop lustig door met een stel vettige klompen buffelrock waarin de gitaren lekker onstuimig uit hun voegen mogen barsten en waarbij ouwe rot Luc Dufourmont danig wat animo in zijn vocals legt, in “Pakistan” zet hij zelfs een overtuigende Mick Jagger neer. Onze favoriet is de stormachtige rocker “Bricks To Dust” waarop het combo enkele keren drastisch ontploft, het is een song die ontworpen is om de daken van diverse concertzalen aan flarden te spelen.
Pas met slotsong “Never Look Backk” mag de voet van het gaspedaal, maar gewoon bruusk stoppen was naar ons gedacht beter geweest. Die afsluiter is eigenlijk maar een mak niemendalletje dat een beetje ongepast aan de staart van een ontembaar beest hangt. Doch laat dit de pret niet bederven want de tweede plaat van Id!ots is een heftig ding waar de onbesuisde rock’n’roll in dikke lagen van af druipt.

vrijdag 25 maart 2016 02:00

Spectres – Trommelvliesterreur

LFDY, oftewel Live Fast Die Young is een nieuw concept waarbij Democrazy nieuwe jonge en luide bands programmeert. Spectres mocht de spits afbijten.

Luide bands, jazeker, we zullen het geweten hebben.
Als wij quasi  een uur aan een stuk overstelpt worden met de meest striemende noise waarover wij dan een zinnig woord moeten verzinnen dan komen wij met een pak al dan niet zinnige commentaren, referenties en trefwoorden opzetten :  Sonic Youth meets My Bloody Valentine met de stofzuiger op 2000 Watt, knarsende distortion, barstende feedback, trommelvliesterreur, boormachines, slijpschijven, kettingzagen, straaljagers, bloedende oren, openspattende hersenen, ontstemde gitaren, kapotte knalpotten, krakende pantserdeuren, knarsende vingernagels op een krijtbord, formule-1 race in de houtzagerij, ontspoorde Jesus and Mary Chain in een roestige vleesmolen,…

Ja, wij zijn fan van ‘Dying’, het overweldigende album van Spectres, en dit omwille van de fijne een genuanceerde combinatie van noise en shoegaze die in een stel spannende songs wordt gegoten. Dit is trouwens de reden waarom wij vandaag naar de Charlatan waren getrokken. Maar de live vertolking van dit straffe album verdrinkt zodanig in een overdaad aan lawaai dat het haast niet meer houdbaar is. De vocals komen nooit boven het gedruis uit, de songs zijn onherkenbaar en verzuipen in een zee van rumoer.
Wij zijn nochtans wat gewoon, we zweren bij de meest scheurende Sonic Youth, we kunnen met de ogen toe genieten van een brandend concert van A Place To Bury Strangers en we brengen onze kinderen groot met Swans loeihard in de stereo, maar dit hier is er toch wel over. Zowat alles is bedolven onder een striemende golf van kabaal waaruit elke vorm van raffinement vakkundig is weggehaald.
Bovendien blijken de groepsleden er weinig zin in te hebben. Hun enthousiasme-meter komt niet boven het minimum uit en ook de interactie met het publiek zit onder het vriespunt. Het lijkt alsof ze opzettelijk alle nuances uit de songs hebben weggehaald en die vervangen hebben door een muur van geraas. Geen idee wat hun bedoeling was, een uurtje pokkenherrie komen maken en even de gitaren (ont)stemmen ? Zijn ze in geslaagd.

Doch, we blijven erbij, ‘Dying’ is een dijk van een album. De plaat is beter dan het concert.

Organisatie: Democrazy, Gent

We Are Open 2016 – vrijdag 12 februari 2016
We Are Open 2016
Trix
Antwerpen
2016-02-12
Sam De Rijcke

Als u ons om onze top drie van de beste Belgische platen van 2015 vraagt, dan zullen wij u prompt antwoorden : Steak Number Eight (‘Kosmokoma’), The Black Heart Rebellion (‘People, When You See the Smoke, Do Not Think It Is Fields They’re Burning’) en Flying Horseman (‘Night Is Long’). Als u ons vervolgens vertelt dat deze drie bands op dezelfde avond geprogrammeerd staan op het Trix showcase-festival We Are Open, dan draaien wij u spontaan een regelrechte tongzoen en springen wij als de bliksem in onze wagen om koers te zetten richting Antwerpen. Dat we er terloops nog wat ontluikend talent kunnen ontdekken, is lekker meegenomen.

We kunnen van tijd tot tijd wel een goeie pot noise verdragen, maar dan vragen we ook dat er een stel goede songs achter het lawaai schuilen, wat helaas niet het geval is bij het luidruchtige Gentse combo Crowd Of Chairs. Veel herrie en geschreeuw, geen songs.

Heel snel nog een nummertje meepikken van het duo Onmens. En net op het moment dat we denken van “Hey, zijn dit de Compact Disk Dummies niet ?” is het helaas al gedaan. Het klinkt wel bijzonder cool, en wij beseffen dat we met Crowd Of Chairs de verkeerde keuze hebben gemaakt.

Quasi in zijn eentje verantwoordelijk voor misschien wel het beste Belgische album van het afgelopen jaar (‘Night Is Long’) is Bert Dockx. Met zijn band Flying Horseman brengt hij weidse grootstadsblues met prachtige gitaren die geregeld naar een broeiende climax groeien, ergens tussen Richard Hawley, Television, Chris Forsyth en Roxy Music in. De geest van die schitterende nieuwe plaat dwarrelt ook over het podium dankzij prachtsongs als “Faithfully Yours” en “Brother”. Mooi, heel mooi zelfs, en veel te kort. Dat heb je dan met showcasefestivals.

Hadden ze naast het café, de club en de bar in muziekcentrum Trix nu ook nog een pikdonkere diepe kerker gehad, dan was dat de plaats waar de beangstigende klanken van The Black Heart Rebellion het best zouden gedijen. Helaas moeten ze het hier in de bar doen en daar gaat hun doorgaans hypnotiserende sound een beetje in het gewoel verloren, maar onheilspellende songs als “Body Breaker” en “Flower Bone Ornaments” blijven overeind. Sorry dat we het steeds blijven herhalen, maar dit zijn de Belgische Swans. En dit bedoelen we 100% als compliment.

Op naar de jeugdige stormrammen van Steak Number Eight. Amai mijne frak! wat een maturiteit! wat een overtuiging! wat een sound! wat een power! Steak Number Eight is een goed geoliede West-Vlaamse machine die loeiend hard en extreem krachtig op het hoogste toerental draait. We hadden het al door met die prachtige nieuwe plaat ‘Kosmokoma’ dat de groep er zowaar nog een paar flinke stappen op vooruit is gegaan, live zetten ze dat nog eens extra in de verf. Brent Vanneste is een geweldige frontman  die middels  moordsongs als “Your Soul Deserves To Die” en “Gravity Giants” zijn band naar hogere oorden schreeuwt. Dit rockt als een op hol geslagen bizon bij wie de stoom meedogenloos en onbegrensd uit een stel kollossale neusgaten gutst. Het is keihard, pokkenluid, loodzwaar en hondsbrutaal, maar het is van een zelden geziene klasse.

De Brusselse psychedelische retro rockers van Moaning Cities hadden we al eens eerder aan het werk gezien, en ze zijn nog geen haar veranderd (’t is hoogstens wat gegroeid). Ze zijn speciaal op een vliegend tapijt van Brussel naar Antwerpen gevlogen om er een stel in LSD gerijpte songs te komen spelen. Eén en ander wordt met een sitar nog wat extra opgefleurd om de hippiegeest nog sterker te verruimen. Soms ietwat te langdradig doch best wel aangenaam, maar de Black Angels-referenties liggen er nog steeds te dik op. Er is dus nog veel werk aan het ontwikkelen van een eigen smoel, maar ze zijn aardig op weg.

Van de papavervelden terug de garage in, alwaar Double Veterans met een stel korte en viriele garage-rocksongs de Trix Club in vuur in vlam zetten. Het is het bandje van Lee Swinnen, zoon van Guy, maar voor de rest heeft dit helemaal niets met The Scabs te maken. Double Veterans brengen met een heuse punkspirit een batterij simpele rechttoe rechtaan songs met een gortig kantje. Swinnen is duidelijk de baas van dit trio en hij jaagt zijn songs er door met een coole en vinnige nonchalance waarmee hij de zaal innig aan het pogoën krijgt. Faut le faire. Een bandje met pit, en volgens ons ook een toekomst.

Mag van ons met de prijs voor beste groepsnaam weglopen :  Cocaine Piss. Deze Waalse band is all the way to Chicago gevlogen om er met de legendarische producer Steve Albini hun debuutplaat op te nemen. Albini, die zelf is opgegroeid in de Amerikaans hardcore-punk scene, is nu wel aardig wat gewoon, maar hiervan zal hij toch ook wel even geschrokken hebben. Cocaine Piss verspreidt met name een hels kabaal, het is straight-in-your-face-hardcore met schreeuwerige female vocals, verschroeiende herrie waar zelfs Perfect Pussy een stapje voor achteruit zou zetten. Zo eindigt de avond als ie begonnen is, met een aanslag op onze trommelvliezen.

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Temperance Movement + Paceshifters
Kreun
Kortrijk
2016-02-04
Sam De Rijcke

Nooit eerder van gehoord, maar wel zeer aangenaam verrast door de Nederlandse jonkies van Paceshifters. Een pittige zanger/gitarist die met allure naar de titel van Nederlands Kurt Cobain solliciteert, een frisse grungy sound die gaten in het beton scheurt, een gitaar die neigt naar The Smashing Pumpkins van toen die nog buskruit in de ballen hadden, een drummer die met volle overgave een stomende versie van de Who-klassieker “Baba O’ Reilly” inzingt en een stel splijtende songs die ons perplex doen staan. Het moet geleden zijn van de gloriedagen van Marco Van Basten dat we nog eens zo versteld stonden van onze Noorderburen.

The Temperance Movement is wel degelijk een Britse band, hoewel je hen op basis van hun sound ergens in het diepe Amerikaans zuiden zou willen situeren. Spilfiguur is zanger Phil Campbell, een tengere slangenmens die zich op het podium in alle bochten wringt (hij is waarschijnlijk De Kreun langs het sleutelgat binnengedrongen) en ondertussen een indrukwekkende rauwe bek opentrekt. Die indringende strot spoort in de richting van de jonge Rod Stewart of Chris Robinson, de zingende joint van The Black Crowes. Zo weet je meteen ook waar je de invloeden van The Temperance Movement moet gaan zoeken, het is authentieke rock die volle lepels mosterd is gaan halen bij The Faces en the Black Crowes en zich daarmee nestelt naast generatiegenoten als Rival Sons en Delta Saints. Geen super originele sound dus, maar wel een pot soulvolle rock die geserveerd wordt met veel bezieling.
The Temperance Movement komt in Kortrijk het nieuwste en tweede album ‘White Bear’ voorstellen en doet dat met een pak meer grinta en power dan er op de plaat te bespeuren is. Wij waren een beetje  bevreesd omwille van de soms iets te gladde sound van de plaat, maar dit euvel wordt live verholpen door de songs een flinke scheut rauwe power te injecteren. De melige momentjes zijn tot een minimum herleid en als een song dan al een beetje slijmerig begint (“Pride” en helemaal op het eind “Lovers & Fighters”) , dan groeit ie middels een paar fikse gitaarpartijen toch uit tot een kloek rockbeest.
The Temperance Movement heeft in hun korte bestaan ook al een paar heuse classics bij mekaar geschreven, songs die de gensters uit de muren van de concertzaal doen spatten. Check “Get Yourself Free”, “Take It Back” en vooral publiekslieveling “Only Friend”, een absolute kraker die De Kreun op zijn kop zet en meteen ook het hoogtepunt van de avond is.

Een dik uur pure rock met een emotievol kantje, strak, soulvol en met passie gebracht. Meer moet dat soms niet zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/paceshifters-04-02-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-temperance-movement-04-02-2016/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

donderdag 14 januari 2016 02:00

Lioness

De Noorse band Madrugada is jammerlijk genoeg in 2007 mee ten onder gegaan toen gitarist Robert Buras overleed. Ze hielden het wel nog een jaartje vol met een vervanger, maar uiteindelijk leek het gemis toch te groot om de groep in leven te houden.
Zanger Sivert Hoyem had zich eerder al aan een solo uitstapje gewaagd, nu leek de weg noodgedwongen vrij om hiermee full time door te gaan. Maar hoewel de volbloedzanger een ontegensprekelijk talent bezit, heeft hij tot op heden met zijn solo werk nog nooit de magie van schitterende Madrugada-platen als ‘The Nightly Disease’ of ‘The Deep End’ kunnen evenaren. Ook deze ‘Lioness’ kunnen we op zijn best als een moedige poging beschouwen maar ook nu weer is de spoeling veel te dun. Natuurlijk is daar nog die warme bariton die het midden houdt tussen Nick Cave, Richard Hawley en Stuart Staples, maar de songs zijn te flets en te glad om er diep mee in het vlees te kunnen snijden. Bij Madragada konden ze dat wel en bovendien kwam daar niet alleen de nachtelijke crooner maar ook de venijnige rocker in Hoyem naar buiten. Deze keer moeten we het enkel met die eerste stellen, en hij staat dan nog half op automatische piloot.
Het songmateriaal is veel te mager en een omzwachteling met overdadige strijkers moet dan maar de meubelen redden, maar zoals zo vaak is dat niet de oplossing. Integendeel, het is pas wanneer de violen aan banden worden gelegd en er een integere akoestische gitaar en een resem fragiele pianotoetsen overblijven dat Hoyem echt kan schitteren. Zo is op “It Belongs To Me” en “The River Of Hades” alle ballast overboord gegooid en laat Hoyem zich van zijn mooiste teergevoelige kant bewonderen, maar het blijken eenzame lichtpuntjes op een plaat die voor de rest verzuipt in ongeïnspireerde oppervlakkigheid.
Het beste wat wij van Sivert Hoyem dezer dagen hebben mogen horen is “Black & Gold”, de fantastische theme song van die al even schitterende Noorse TV serie ‘Occupied’. Helaas is de song op ‘Lioness’ nergens te bespeuren, u zal hem wel moeten van het internet plukken.

donderdag 17 december 2015 02:00

Light And Shade

Blues Karloff is een stel ouwe bluesratten uit Vilvoorde die zichzelf oriënteren richting Britse bluesboom van eind jaren zestig. Daar is veel van aan, ze gaan voluit voor gespierde bluesrock met hete riffs en dito solo’s. Daar gaan ze natuurlijk de prijs voor originaliteit niet mee winnen en we gaan hen ook zeker niet vrijspreken van overmatig cliché gebruik, maar het moet gezegd dat hier guts, power en adrenaline uit stroomt.
Hun voornaamste betrachting is het neerzetten van vinnige en potige bluesmuziek, en daar zijn ze heel bedreven in. Alfie Falckenbach heeft die rauwe bluesstem die het genre vereist en geregeld legt hij een gekscherend tintje in zijn vocals waarmee hij in de buurt komt van de geniale Alex Harvey. De flitsende gitaartandem van Paul ‘Shorty’ Van Camp (in een vroeger leven nog actief bij Belgische metalpioniers Acid) en Thomas Vanhaute zet daar een stel felle gitaarpartijen tegenover. Niet verwonderlijk dus dat die gitaren al eens durven neigen naar Gary Moore (nu die gast al een tijdje onder de zoden ligt moet er toch iemand de draad opnemen) of Pat Travers.
Volgens de aloude gewoontes eigen aan het genre graait Blues Karloff gretig in de grote bluescoverbak, maar ’t is niet altijd prijs. “Take These Chains” is slappe kost en “It’s All Over Now” is al zo veel gecoverd dat niemand daar nog iets zinnigs kan mee aanvangen, Blues Karloff duidelijk ook niet. Ook het akoestische Stones afleggertje “Looking Tired” heeft weinig of niks te bieden. De poweruitvoeringen van de Willie Dixon songs “Superstitious” en “Evil” zijn dan wel zeer te pruimen, vooral die laatste is even sterk als de gloeiende versie die wij kennen van de Amerikaanse oer-hardrockers Cactus.
Een covertje minder had dus wel gemogen, zeker als we merken dat deze groep zelf een span stevige bluessong op poten kan zetten. De eigen composities komen er immers verdomd sterk uit (nu ja, eigen composities, dit is bluesrock, alles is wel ergens gejat). Het is stevig rollebolllen met “Blackout Blues” en “I’m A Bluesman”, en we mogen lekker languit chillen (whiskeytje binnen handbereik) op de bluessleper “Don’t Lie To Me”. De ouwe rotten kennen dus best wel de knepen van het vak.
Natuurlijk staat deze plaat bol van de macho bluesrock en bijna plat gespeelde bluespatronen, maar eigenlijk stoort dat niet want Blues Karloff doet het met grenzeloze schwung, kracht en gedrevenheid. Dit is sowieso een genre waarin je onmogelijk nog origineel voor de dag kan komen, je kan dan meer beter een gortige portie grinta in je bluesrock steken.
Hadden we nu een Harley Davidson staan in onze garage, we waren er al lang opgesprongen om met onverantwoorde snelheid het ganse land te doorkruisen.

Pagina 35 van 112