logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Epica - 18/01/2...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 22 april 2010 02:00

WHB

Het trio uit Manchester, We Have Band, is maar al te graag bezig binnen de electropop en punkfunkstyle. We Have Band gaat van een dromerig , sfeervolle popgroove van “Piano” en “Buffet”, naar de dansbare stijl van Friendly Fires en Hot Chip met songs als “Divisive”, “Oh” en “Centerfolds & empty screens”. Ze borduren hier op de gekende stijl van The Klaxons, !!!, LCD Soundsystem, de ‘70’s funk en ‘80’s Talking Heads, Gang Of Four en de electro van New Order. De dansspieren worden aangesproken door de aanstekelijke beats en percussie. En na deze ravesound maken ze een brede bocht naar de onderkoelde Human League elektronica en de warmte van Pet Shop Boys, waaronder “How to make friends”, “Honey trap” en “Hear it in the cans”. Samen met de drie afsluitende songs tappen ze hier ietwat teveel uit hetzelfde zalvende vaatje waardoor de songs zich niet echt meer van elkaar onderscheiden. Op die manier merken we dat We Have Band deel uitmaakt van de grote meute bands met hun mix tussen indie en elektronische popmuziek. 

Twee uur lang werden we overspoeld door de retroBritfolk van het uitgebreide collectief Midlake uit Texas, onder Tim Smith. Het rootsrockende karakter van de vorige cd ‘The trials of van Occupanther’ mag dan op het achterplan zijn geraakt, een handvol songs van deze cd zaten mooi verweven binnen de setlist van de nieuwe songs op ‘The courage of others’ en vormden op die manier een aangename variant van het huidige Midlake recept. In de bijna uitverkochte grote Trix zaal vierde Midlake z’n eucharistie van dromerig, sfeervol vernuftig in elkaar gestoken neofolk. De uiterst subtiel gearrangeerde songs hebben een melancholische klankkleur door toetsen, dwarsfluiten en een ingehouden bezwerende drums, naast de vier gitaaropstelling en heerlijke zangstem van Smith, die ondersteund werd door de backgroundvocals van Eric Pulido.
Midlake heeft zich verdiept in de ‘70’s Britfolk van Fairport Convention, Steeleye Span en integreert invloeden van dezelfde geestesgenoten Focus (luister maar eens naar de flutes op de nummers), Pink Floyd (altijd al een voorname invloed voor Midlake!) en de bard Angelo Branduardi.
We konden ons net als Smith onmiddellijk neerploffen op de uiterst verzorgde en mooi uitgesponnen “Winter dies”. De daaropvolgende “The horn” en “Small mountain” vulden de gemoedelijkheid van hun stadsgeörienteerde folkrock aan. De nummers van de vorige cd klonken iets directer en zaten netjes verdeeld in het nieuwe materiaal. “Bandits”, vooraan in de set, de rustig sfeervolle, de dromerige retrorockers “Van Occupanther” en de single “Roscoe”, middenin de set, stortten ze in een genadeloze jam, en tot slot “Headhome” die overtuigend kon besluiten.
Tussenin was het genieten van het variërende aanbod van de warme luistersongs en de feeërieke droomwereld van Midlake, “The courage of others” door de meerstemmige zang, de flutes op “Fortune”, het zalvende ‘birds en the bees’ gevoel van “Rulers, ruling all thing”, “Bringdown”, de huidige single “Acts of man” en de forsere aanpak op “Children of the ground” en “Core of nature” die op het eind van de set werden gespeeld.
De groep was onder de indruk van de ruime belangstelling en de respons en bedankte dan ook uitgebreid z’n publiek. Na de voorstelling van het uitgebreide ensemble (btw met 7) en zes personen op één rij, werd op sobere, ingehouden wijze de set beëindigd met “Branches”, die een pakkende piano/gitaarsoli meekreeg.

Het harmonieuze samenspel, het verdiepen in de instrumentatie en de hemels heerlijk zang beroerde en ontroerde het publiek. Tja, dit leek wel een Crosby, Still, Nash x 2. Midlake heeft zo z’n eigen muzikale misviering. De foto van enkele groepsleden in habijt aan tafel, refererend aan de 12 apostelen tijdens het Laatste Avondmaal, versterkt dit idee maar.

Support The bear that wasn’t aka Nils Veresen trekt gedurende een jaar op de fiets (in oktober gestart) ons landje rond met z’n akoestische gitaar. Hij is graag uitgenodigd op een lokaal logeerpartijtje, houdt haltes in je living room, doet gewoon een parochiezaaltje aan of is te bewonderen met andere bands in het clubcircuit, solo of met andere muzikanten. Een jaar lang gratis leven, dat is zijn uitdaging. En dan is elke verdiende euro graag meegenomen. Verhalen kunnen vertellen en levenservaring opdoen, als inspiratie voor nieuw materiaal.
Songs van het debuut ‘And so it is morning dew ‘ bracht hij op akoestische gitaar; af en toe werd hij bijgestaan door een tweede gitarist. De puur oprechte en goudeerlijke fluisterliedjes straalden emotie uit, ergens tussen Elliott Smith, Tom Mc Rae en Tom Helsen. We koesterden alvast deze jonge gast met z’n dozijn slaapwelliedjes en de single “Headphones” als hoogtepunt.

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 15 april 2010 02:00

How to make friends

Uit IJsland zijn ze afkomstig het leuke electrokwartet FM Belfast … en ze hebben meteen vrienden gemaakt met hun debuutplaat. Het kwartet draait rond de stemmen van Loa Hlin Hjolmtysdottir en Runar Hlödversson, die vocaal refereren aan Roisin Murphy en het duo Els – Danny van Vive La Fête.
We horen binnen die popelektronica lekker wegdromende en hitgevoelige dance/electro, die af en toe eens durft te ontregelen.
Ze voegen flarden bekende pophits toe in de intens broeierige, zuigende nummers. Openers “Frequency” en “Underwear” werken aanstekelijk op de dansspieren door de groove; ze gaan dan over in een spaarzaam gehouden “I can feel love” of ze gaan de ‘80’s electro achterna met songs als “Lotus” en “Optical”. Ook overtuigen ze met en traag slepende minimale “Pump up the jam” van Technotronic. Het afsluitende “President” klinkt intrigerend en brengt al de variaties van de vorige songs samen en heeft een venijnig, repeterende opbouw. Mooi, leuk plaatje dus.

donderdag 15 april 2010 02:00

A curious thing

Eén van de grootste zomerhits was “This is the life” van de jonge Schotse singer/songschrijfster Amy Macdonald. De grootste solohit voor een vrouwelijke artieste! Het zorgde ervoor dat ze meteen naam en faam maakte en maar liefst drie miljoen exemplaren verkocht van haar debuut, die aanstekelijke, meeslepende, frisse en sfeervolle poprockfolk bevatte. Niks nieuws onder de zon, maar het werkte .. en het werkte goed.
De opvolger werd opgenomen in de studio’s van Paul Weller, die zelfs een handje meehielp. De songs zijn meer rock, minder folk, en ze haalt vocaal ook minder uit. Alles klinkt meer gematigd, komt op die manier op z’n plooi en biedt een coherente afwisselende plaat, zonder veel tierlantijntjes.
Af en toe durft onze lieftallige dame zelfs nog steviger, luchtiger en uitbundiger te klinken; de openers “Don’t tell me that it’s over” en “Spark” springen meteen in het oog. “Love Love”, “Ordinary life” en “Next big thing” hebben een broeierige, spannende opbouw. En ze wisselt een rocker met een sfeervolle popsong af, die door akoestische gitaar, toetsen of strijkarrangement kleur en intensiteit krijgen, zoals bij “No roots”, “Give it all up”, “My only one” en “Troubled soul”. Een emotievolle “What happiness means to me” op piano sluit de gepolijste melodieuze plaat af. Als toetje krijgen we iets verderop nog een akoestische “Dancing in the dark” van Bruce te horen.
De ‘Mrs rock’n’roll’ heeft alvast een volwaardige tweede plaat uit die weldegelijk naast het debuut kan staan door het meer pop- en rockgehalte.

donderdag 15 april 2010 02:00

Arrow

De sprookjes van Grimm …Elfjes dansen in het rond … De zondagse aperitief … Lekker wegdromen bij de avondzon of de ideale ‘Morgenstemming’ plaat …Een ongedwongen, losse sfeer creëert het duo Clare Muldaur en Oliver Manchon.
We horen op hun tweede plat ‘Arrow’ sfeervolle, dromerige composities die minimaal, spaarzaam worden begeleid of een breed instrumentarium (strijkers, blazers, flutes, piano, toetsen) toegewezen krijgen. De melodieuze rijkdom, de subtiliteit en de finesse staan duidelijk voorop bij de muzikale familie Manchon – Maudaur, want Clare haar ouders zweren trouw bij de traditionele wortels van jazz en blues. Dochterlief houdt bij de pop en brengt een relaxte, gevarieerde sprookjesplaat. Met alles erop en eraan, met zwermen ‘birds & bees’ om ons heen.
Leuk en fijn klinken de songs, luister maar eens naar “All the wine”, “Ooh you hurt me so”, “You getting me”, “This is the story of” en “Perdue a Paris”. De Genesis cover “That’s all” overtuigt door de blazers. Af en toe is er een vleugje elektronica mee gemoeid, maar dat nemen we er graag bij in het droomlandschap van Clare & The Reasons.

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Axelle Red bundelde haar muzikale carrière samen in de huidige ‘Acoustic Tour’. Al ruim 15 jaar is de Belgische dame bezig met sfeervolle, indringende en lichtvoetige Franstalige pop, met een soulfunky groove; de laatste jaren is haar geluid breder door Engelstalige popsongs. Begin vorig jaar verscheen de dubbelaar ‘Sisters & Empathy’ (mmv o.a. Mauro/Barman/ Wigbert) die net de brug maakt tussen haar gekende Françoise stijl en het Engelstalige lied. Het toont aan dat ze een veelzijdige artieste is die het hart op de juiste plaats heeft, maatschappijkritisch is en opkomt tegen het onrecht (lees maar: de aanklacht tegen misbruikte vrouwen, kindermisbruik – en uitbuiting). Een houding en een zicht om U tegen te zeggen!
Ze schrijft goede songs die live mét begeleidingsband als sober duidelijk overeind blijven staan. En daar zitten haar muzikanten én zijzelf voor iets tussen. Vanavond was dit met akoestische en elektrische gitaar, piano, (contra)bas en een softe percussie. Ze levert door haar sensuele, breekbare stem een belangvolle bijdrage aan het materiaal.

Bijna twee uur lang dook ze in haar oeuvre. Ze vatte de set aan, in een spaarzame begeleiding, met enkele Engelstalige songs uit de recente 2CD, “Higher level”, “Mum tell your daughter”, “Don’t want to know” en “Sister”. Ze spuwde letterlijk de indrukken van haar af van de trips die ze maakte aan de andere kant van de wereld. Muzikaal hoorden we in deze songs referenties aan Jim Morrison, Janis Joplin en de Rolling Stones. Iets forser en krachtiger klonken “Présidente” en “A song called chip”. Om dan terug over te stappen naar een integere aanpak. Op z’n Ry Cooders speelden ze “Consolo pensarlo” bepaald door een intens gitaarspel.
De overstap naar het Franse lied was er o.a. met een ingehouden “Vendredi soir” en ze vatte het overzicht aan met een broeierige “Pas compliquer”, “La claque” en “Le monde tourne mal”, die lekker in het gehoor lagen door de lichte swing en de toevoeging van verschillende tunes, waaronder “Sweet home Alabama”. Regelmatig konden we zelfs wegdromen door de begeesterende soli.
Op “Rester femme” betrok ze het publiek, die het refrein zachtjes mee neuriede. Het besluitende “Sensualité” kreeg een portie sensualiteit door de broeierige opbouw, het huppelende gitaargetokkel en de handclaps. Ze kon reken op een warm onthaal van het rustige, genietende publiek, die de modale dertiger, veertiger betrof, en op die manier eens in Het Depot geraakte.
We hoorden nog een ruime bis en ze keerde zelfs twee keer terug op het podium; ze startte met een donker, dreigende trippoppende versie van “Je me fache”, die door de gitaarexperimentjes en pianoloops een alternatief trekje kreeg, en des te meer overtuigde. Ze reflecteerde naar haar studententijd in Leuven en bracht innemende en spannende songs als “Naïeve”, “Perdre un ami” en “Kennedy boulevard”, die verrassende wendingen hadden en wat meer uptempo durfden te klinken.

Een mooie muzikale rit ondernam ze met haar materiaal, spaarzaam of in een bredere omlijsting. Enkel begeleid van haar gitarist bracht ze nog een ingetogen “Je t’attends”, “Manhattan” en in het Nederlands gezongen, “Amsterdam”, door akoestische gitaar en haar stem uiterst breekbaar.
De sfeerschepping, de maatschappijkritische bril en het talent stonden alvast in de spotlights van de frêle Axelle Red en haar begeleidingsband. Ze grossierde in het rijkelijke oeuvre en hield eventjes halt bij de recente ‘Sisters & Empathy’. Op onze sympathie mag ze alvast de komende jaren blijven rekenen!

Organisatie: Depot, Leuven

De Zweedse tweelingzusjes Miriam & Johanna E.Berhan, Taxi! Taxi! debuteerden vorig jaar met hun ingetogen semi-akoestische pop ‘Still standig your back door’. De jonge dames brengen zachte, kwetsbare songs op akoestische en elektrische gitaar, piano, toetsen accordeon en worden soms begeleid door een spaarzame drum. Hun wisselende en vocale samenzang is de voornaamste troef binnen de sober gearrangeerde songs.
Net als bij Isbells kon je lekker wegdromen op hun zeemzoeterige pop. De zusjes voelden elkaar perfect aan om in sound en vocals variatie te steken. We hoorden een ingehouden gevoelige “Birdful eyes”, “To hide this way”, “While I hold on” en “Old big trees”. Een forsere aanpak had o.a. “Still standing” en het afsluitende “Mary”. Vocaal kon het duo soms sterk uithalen. Overtuigende set. En ook een dag later onderstreepten ze het close, emotievolle karakter in de Witloof Bar van de Bota …

En dan was er de dromerige, knetterende haardvuurpop van Isbells. We zagen hen nu al drie keer de voorbije maanden. Ondanks griepale symptomen van zanger Vandewoude, kon er een lachje en een grapje vanaf. En ze hadden er zin in. De eenvoudige, doeltreffende, straffe songs en de heerlijke zangpartijen van op plaat werden perfect samengebracht in een oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Aan het herfstig materiaal gaven ze af en toe een opbouwende en krachtige tic … Mooi wat het kwartet wist te verwezenlijken met akoestische gitaar, mandoline en steelpedal, én het breder kon omlijsten door sober gehouden jambee, vibratoets en vingertics.
Het liep zoals het hoorde en er waren geen aanwijzingen om de sound bij te stellen. Hun zalvende pop beklijfde door het zachte stemgenre en -timbre en meerstemmige, hemelse vocals. De singles “As long as it takes“ en “Reunite” koesterden we alvast.
Ze speelden een uiterst genietbare set of het nu het intieme “BB Chevelle”, opener van de set, betrof, of het sfeervol gehouden “Without a doubt” of met “My apologies” en “Dreamer”, die een broeierige opbouw hadden en door het getokkel en tics kleurrijker klonken. Het broze “Maybe” op z’n beurt werd omfloerst door de gitaarslides, en vormde de aanzet tot de elegante “I’m coming home”, “Time is ticking” en een goed uitgewerkt “I know” op mandoline en akoestische gitaar , één van de nieuwtjes. Ook het andere “Letting go” kreeg door de samenzang elan. De obligate “oohoohs” en “hoohoos” in de nummers waren een duidelijker meerwaarde.

De poulains van admiraal Tom Van Laere, onder het talentvol sing/songwriterschap van Gaëtan Vandewoude speelde een intimistische, gevoelige, onderhonden set. Sterker konden ze hun flikkerlichtjespop niet maken. ‘What a sweet time’ in de Balzaal.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 25 maart 2010 01:00

Tarot Sport

We waren al onder de indruk van het debuut ‘Street Horrrsing’ van het uit Bristol afkomstige, intussen naar Londen uitgeweken, Fuck Buttons. Op hun debuut was er eerder sprake van dronesoundscapes, psychedelica, noise en avantgarde. Een soort ‘stoorzendergeluid’, in zes langgerekte hypnotiserende stukken, die ritme, melodie en verrassende wendingen hadden en durfden uit de bocht te gaan. De laatste twee songs kregen een beat en werkten aanstekelijk op de dansspieren.
Die basis vormde de aanzet van de tweede cd. De intrinsieke schoonheid en het avontuurlijke geluid klinkt meer toegankelijk en kleurrijk. Verantwoordelijk voor de gelaagde sound is producer Andrew Weatherall (remember Sabres Of Paradise in the nineties!); synths en gitaren worden samengebracht in een muzikale driehoek van dansbeats, noise en experiment, repetitief opbouwend van trance en groove ritmes, die in elkaar overgaan of in elkaar lopen. … spannende, bevreemdend, schurend en neurotisch. “Surf solar”, “The Lisbon Maru”, “Olympians” en het afsluitende “Flight of the feathered serpent” zijn intrigerende, lange stukken lappen elektronica en rock in een web van ruis. Zeven songs staan er op de plaat en praktisch zijn ze allemaal van zo’n kaliber.
Herrie en terreur - ”They sound like music for aliens” - hoorden we nog van de eerste cd; op ‘Tarot Sport’ zijn de aliens aardser en toegankelijker geworden. Een logische stap voorwaarts, wat de cd overtuigender maakte.

Pagina 135 van 180