logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...
Interviews

An Pierlé

An Pierlé - De 'new-wave'-jaren hebben mijn muzikale inspiratie sterk beïnvloed"

Geschreven door

Vanmorgen ben ik echt blij: ik word uitgenodigd om een koffietje bij An Pierlé te komen drinken. Met haar partner Koen Gisen, woont ze in het centrum van Gent, in de buurt van Sint-Jacobskerk. Ik heb de Vlaamse zangeres altijd sterk geaprecieerd, maar haar nieuw door [PIAS] uitgegeven album, ‘Arches’ , heeft een gevoelige plek in mij geraakt. Het is donkerder, meer mystiek dan de vorige albums, vooral dankzij de orgels, alomtegenwoordig, en de 'dark' sensuele composities.

De woonkamer ziet eruit als een mooie puinhoop. Tussen het speelgoed van Isadora, de dochter van An, de slangenhuiden en de oude vintage meubels, is er een prachtige zwarte vleugel. Ik kan de verleiding niet weerstaan ​​en speel de eerste noten van "Wuthering Heights". An neuriet de melodie terwijl ze de koffie voorbereidt en zegt :"Wow! Je speelt goed ! Ik zou dit nummer moeten coveren !"
Wat in An Pierle opvalt is haar ongelooflijke eenvoud. Ze heeft een manier om je met een zo'n warme glimlach te verwelkomen dat je je meteen op je gemak voelt, alsof je deel van de familie bent.

Uiteraard beginnen we het gesprek over de jaren '70/'80, de hoogtijdagen van de pop-rockmuziek die ons allebei zo veel hebben gemarkeerd. Ik vraag haar welke nummers de 'click' maakten toen ze jong was. "Ik werd sterk beïnvloede door de radio ; er was een lied waar ik in opging, i kwas erdoor gefascineerd,  en plotseling stopte de wereld met draaien. Ik had dit met "Such A Shame" van Talk Talk, een lied dat ik eigenlijk daarna coverde. Hetzelfde met Gary Numan en "Are Friends Electric?", btw de cover van dit nummer speelde ze tijdens de Humo Rock Rally in 1996 en werd er mee bekend. Er was ook "The Cold Song", van Klaus Nomi, en uiteraard, Kate Bush. Ik hield ook van Siouxsie, Jona Lewie en Men Without Hats, bijvoorbeeld de video van "Safety Dance." Deze nummers waren voor mij als een film, een wereld waarin ik mezelf kon onderdompelen. De 'new-wave'-jaren heeb mijn muzikale inspiratie sterk beïnvloed."

Deze invloeden vinden we allemaal terug in de zes albums die de zangeres totnutoe  uitheeft, van ‘Mud Stories’ in 1999 tot ‘Arches’ in 2016. Het nieuwste product markeert toch een opmerkelijke evolutie op gebied van composities, arrangementen en sferen. Hoe gebeurde het ? "Het kwam natuurlijk. Ik werd benoemd tot stadscomponist van Gent, wat mij in nauwer contact bracht met kerkmuziek en met het orgel. Deze elementen waren een klein zaadje, die langzaam groeide. Wij hebben tamelijuk veel tijd gehad om te schrijven, over een periode van twee of drie jaar. Dat is de reden waarom het album klassiek gericht is, met het orgel en een zeer plechtige sfeer."

Het nummer dat in ‘Arches’ het meest opvalt , is ongetwijfeld "Birds Love Wires". De melodie is boeiend en charmeert bij de eerste luisterbeurt. De sfeer is romantisch, middeleeuws. Maar wat is het thema? "Het is een nummer dat begint met een visie : vogels op telefoondraden. Het is een jeugdvisie omdat deze kabels tegenwoordig allemaal ondergronds zijn.  Ik heb deze visie geassociëerd met de visie van opgehangen vrouwen , wat gebeurt in sommige Oost-Europese landen. Daar hangen ze vrouwen voor kleine foutjes." Is het proces in de compositie dan vooral visueel ? "Ja, het zijn altijd beelden die komen, vooral als ik op wandel ben. Of het zijn melodieën die komen als ik piano speel. Ik ontwierp het nummer tijdens de soundcheck van het Boombal festival. Ik had al een paar ideeën, en ik profiteerde van het feit dat alles was goed opgesteld ;  de geluidstechnicus was aan het opnemen om de song te improviseren. Toen ik later het nummer aan Koen voorlegde, zei hij dat het perfect was, dat er niets moest veranderen was , wat ook niet gebeurde ! (lacht)

Sprekende van Koen... An besluit mij de studio te tonen, die een verdieping lager is. Koen is daar bezig te werken met een lokale groep, North. Hier is de sfeer gedempt door de Oosterse tapijten op de  vloer en op de muren. Je vindt oude Revox-machines en buizenversterkers maar ook splinternieuwe computers met Pro-Tools.
We spreken over de producties van hun label: Helikopter, getalenteerde Vlaamse bands als Kiss The Anus Of A Black Cat, The Black Heart Rebellion of The Bony King of Nowhere . Koen vertelt hoe uitdagend het was om het orgel van de Sint-Jacobskerk om het ‘Arches’ album op te nemen. "We moesten 's nachts opnemen om het lawaai van de stad te voorkomen. Later moest ik ook deze enorme, met reverb beladen, geluid in de structuur van de nummers integreren. Veel werk met de frequenties, de effecten en de positionering !" Het resultaat is, onnodig te zeggen, perfect.

We keren terug naar de woonkamer want daar is een verrassing voor mij. ‘Cluster’, het  mini-album dat het tweede deel van het tweeluik "Arches/Cluster" zal zijn, is al ver gevorderd en ik krijg recht op een 'preview'! "Road To Nowhere" is indrukwekkend. Het is een langzame bezwerende trip, die zich ontwikkelt in een zeurende , bijna dissonante progressie. De andere titels zijn in de lijn van ‘Arches’, maar zorgen ook voor een meer experimentele dimensie. Een 'sequel'-album dat belooft! Het moet in september uit zijn, maar de planning kan verschuiven omwille van de latere 'release' van ‘Arches’ in Frankrijk.

Het gesprek gaat door. An spreekt over haar favoriete artiesten en Wovenhand komt ter sprake. Tiens, het is precies bij An dat Pascal Humbert de repetities deed voor het film-concert « Les Premiers, Les Derniers » van Bouli Lanners op de Nuits Botanique." Ik leer ook dat ze vóór 16 Horsepower in Nederland opende. Ze herrinnert zich Mensen Blaffen, de post-punk band uit Ath ; z hield ervan in de jaren '80, zonder te weten dat hun saxofonist later de man van haar leven zou worden. Helaas, na meer dan 2 uur, komt ons interview ten einde. An moet aan muziek werken voor de kinder-show, waar haar dochter zal aan deelnemen.

Ik dank mijn gastheren. Terwijl ik in de in de straten van Gent wandel, zei ik tegen mezelf dat ik niet enkel een tof interview deed van een begaafde artieste, beter zelf, ik ontmoette iemand die in de toekomst een echte vriend zal worden, hoop ik tenminste.

Volgende concerten van An Pierlé:
23 juli: Boomtown (Gent)
7 augustus: Dranouter Festival
13 augustus: BSF (La Madeleine)
8 september: De Roma (Antwerpen)
10 september: CU Festival (Luik)
23 september: Muziekgieterij (Maastricht - NL)
29 september: Orgelfestival (St Niklaas)
5 october: Eglise Saint Eustache (Paris - FR)
22 oktober: Sint-Jacobskerk (Gent)

Review van het concert in de Dominicaanse kerk (Les Nuits Bota) lees hier (in het Frans): http://musiczine.lavenir.net/fr/festivals/festival/les-nuits-botanique-2016-jeudi-12-mai/.

Bekijk de video van « Birds Love Wires": 
https://www.youtube.com/watch?v=nPxy75r6hAo

www.facebook.com/anpierlemusic
www.pias.be

Foto : Philippe Blackmarquis Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

The Lighthouse

The Lighthouse - Belgische indiepop met Brits kantje

Geschreven door

Onlangs brachten de jongens van The Lighthouse hun debuutep uit. Indiepop die wel uit het Verenigd Koninkrijk lijkt te komen, maar het is wel degelijk in Leuven gemaakt. Musiczine had een praatje met deze opmerkelijke nieuwkomers.

Hallo, laten we maar gewoon beginnen met de eenvoudigste vraag die er is. Stel jullie zelf eens voor en hoe zouden jullie je muziek zelf omschrijven?
The Lighthouse is een vijftal uit het Leuvense dat catchy, dansbare indiepop speelt. Onze muziek wordt gekenmerkt door meezingbare refreinen, subtiele samenzang en een algemene positieve vibe. De afwisseling tussen de gitaren en de keys/synths die afwisselend de lead durven pakken, is daarbij ook een belangrijke factor.

Toen ik jullie ep ‘Let’s Make A Scene’ hoorde, herkende ik weliswaar een bekend geluid, maar eerder eentje die ik niet met België associeer. Klopt het als ik stel dat The Lighthouse niet echt een Belgisch geluid heeft, als zo iets al bestaat...
We halen onze invloeden uit verschillende hoeken. We hebben ook alle vijf een uiteenlopende persoonlijke smaak, maar de Britse indiescène (The Wombats, Two Door Cinema Club, The 1975, etc.) heeft zeker zijn invloed op onze muziek. Langs de anderen sluipen er ook enkele– meer elektronisch getinte - elementen in onze nummers die misschien eerder met Amerikaanse popproducties geassocieerd worden. De Belgische sound blijft een vaag begrip die zich volgens mij vooral laat kenmerken door het eigenzinnige en een beetje tegendraadse karakter van sommige Belgische bands. Ik denk dat het vooral onze ambitie is om onze eigen sound nog verder te ontwikkelen, trouw aan onze stijl, maar met een eigen smoel. Of dat dan binnen de categorie van hét Belgisch geluid valt, zal de tijd moeten uitwijzen.

Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen, want als ik jullie foto zie, lijken jullie allemaal jonge kerels.
De basis van de band bestaat al langer en gaat terug tot de zanger en de toetsenist die elkaar in het lokale jeugdhuis vonden door een gemeenschappelijke liefde voor muziek. Enkele transformaties later heeft de band een vaste bezetting gevonden, maar steeds op een organische manier. We hebben nooit een zoekertje moeten plaatsen voor extra muzikanten, maar op één of andere manier hebben we elkaar steeds via via gevonden.

Op een jaartje tijd hebben jullie ook een aardig parcours doorlopen met belangrijke optredens en zelfs aandacht van de grote media. Hoe doen jullie dat? Ik bedoel, zo eenvoudig is het nou ook weer niet om op te vallen, niet?
Eerst en vooral door hard te werken. We zijn er allemaal dagelijks mee bezig en gaan 100% voor de band. Naast het muzikale, kruipt er veel werk in promo, planning en andere bijkomende taken. Er is inderdaad een heel groot aanbod aan zeer goede bands in ons kleine landje en dan is het niet altijd eenvoudig om daar bovenuit te steken. Het lot heeft ons gelukkig al wel een paar handjes geholpen. Door enkele wedstrijden te winnen is het allemaal wat sneller gegaan dan we hadden kunnen hopen, maar we geloven graag dat de kwaliteit van onze muziek daar toch ook iets mee te maken heeft.

Jullie speelden zelfs in Hongarije, hoe geraakten jullie daar?
Het Sziget festival is zo’n resultaat van een wedstrijd die we in een redelijk vroeg stadium van de band kunnen winnen hebben. Het was een fantastische ervaring die op zijn beurt ook weer wat andere zaken in gang gezet heeft. Door hard toe te werken naar die show hebben we onszelf verplicht om enkele stappen te zetten waar we nu nog de vruchten van plukken. Hadden we niet op Sziget gestaan had het misschien allemaal toch net iets langer geduurd.

Jullie brachten onlangs jullie ep ‘Let’s Make A Scene’ uit. Ik zal wel niet beweren dat jullie feestvarkens zijn, maar jullie muziek straalt toch een zekere positieve vibe uit, niet? Jullie label heet zelfs Feels Like Friday Records...
Feels Like Friday Records is eigenlijk een beetje een inside joke, maar uiteindelijk vertaalt dat wel perfect het gevoel dat we willen overbrengen met onze songs. Dat moment wanneer het weekend voor de deur staat en je zin hebt om een feestje te bouwen. Daar streven we toch naar met onze liveset, maar ook op de plaat willen we die positieve vibe kunnen laten doorstralen.

Jullie werkten samen met Erik van der Horst, een man die met grootheden als Anouk en Hooverphonic werkte. Was hij dan niet superstreng?
Erik was vooral heel aangenaam om mee samen te werken. We hadden maar beperkte tijd in de studio. (Een studio van dat kaliber komt namelijk met een prijskaartje.) En Erik heeft op die korte tijd echt het onderste uit de kan gehaald voor ons. We hadden zelf al best veel in preproductie gedaan, sommige lijnen op de ep zijn zelfs gewoon nog opnames van op onze kamer. Zo had Erik de tijd om de troeven van de studio zoveel mogelijk te benutten. De strengheid viel dus wel mee, hij wist heel goed wat hij er kon uithalen en voor minder is hij uiteraard nooit gegaan.

Ik hoor vijf vrolijke tracks, maar ook vijf compleet verschillende tracks. Ik veronderstel dat dit een zeer belangrijke factor voor jullie is, niet? 
Dat is misschien ook wel eigen aan een debuutrelease. De songs die we hebben gekozen voor de ep zijn uiteindelijk geschreven over een redelijk lange tijdspanne. Sommige songs – zoals “Down They Go” – gaan echt al mee van het prille begin van The Lighthouse. Onze schrijfskills zijn natuurlijk door de tijd mee geëvolueerd en die evolutie hoor je ook wel ergens terug in de nummers op de EP. Daarnaast vinden we het toch ook belangrijk om een beetje afwisseling in te bouwen zonder onze rode draad uit het oog te verliezen. “Come To Me” is bijvoorbeeld een iets rustiger nummer, maar éénmaal het refrein aanbreekt valt het weer helemaal op zijn plaats als een ‘Lighthouse-nummer’.

Meestal is een ep een aanzet tot een lp. Hoe zit dat bij The Lighthouse?
Er zijn zeker plannen voor een volgende release, maar hoe die er uit ziet, is momenteel nog onduidelijk. Het belang van een langspeler is er natuurlijk niet op vooruit gegaan de laatste jaren. We vinden het zelf ook fijner om momenteel nog iets constanter met iets nieuw te kunnen komen. Dus we hopen zeker begin 2017 al iets nieuws klaar te hebben, misschien zelfs vroeger. De exacte vorm laten we nog even in het ongewisse.

In feite, wat kunnen we in de toekomst van jullie zoal verwachten?
Ik denk dat we zeer tevreden zijn met het pad dat we tot nu toe hebben afgelegd. En we willen dat dan ook zeer graag op deze manier verder zetten. We proberen zelf zoveel mogelijk kansen te creëeren, maar we merken wel dat het zonder airplay wat lastiger is om dat volgende stapje te zetten. Maar we gaan gewoon proberen zoveel mogelijk zieltjes te winnen met onze muziek door zo veel mogelijk te spelen en ondertussen broeden we verder op nieuw materiaal en andere plannetjes.

Twee vraagjes om af te sluiten, die ik steeds stel: wat is jullie favoriete plaat aller tijden en waarom?
Zoals gezegd hebben we vijf uiteenlopende persoonlijke smaken van Snarky Puppy over Coldplay tot The Acid en NOFX. Dus dat gaat heel breed. Binnen de verzamelde muziekgeschiedenis één nummer of album kiezen is dan ook echt onmogelijk. Maar het toeval wil dat we onlangs voor een ander interview de discussie al gevoerd hebben. Toen zijn we uiteindelijk gestrand op een recent nummer dat ten tijde van de opnames van de EP voor heel de band diende als een soort inspiratie van waar we naar toe wilden met onze sound. “Greek Tragedy” van op het laatste album van The Wombats was en is voor ons het voorbeeld van de perfecte indiepopsong. De mix van elektronisch en akoestisch, de dansbaarheid en de mooie balans tussen alternatief en pop maken het toch tot één van onze favorieten.

En de laatste, met wie zou je het niet erg vinden om 8 uur in een lift mee te zitten en wat zou je dan doen?
Dua Lipa mag ons altijd eens contacteren voor een muzikaal of ander duetje in de lift. 8 uur lukt nog net!

Pics homepag: Diederik Craps

Interview Didier Becu

10cc

10cc - 10cc frontman Graham Gouldman - songsmid pur sang

Geschreven door

Met spilfiguur Graham Gouldman bracht 10cc tien studioalbums uit waarvan een goeie 30 miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Tien tijdloze singles haalden de hitparade. “Cijfers die tellen,” zou mijn wiskundeleraar gezegd hebben.
Gouldman is stichtend lid, bezieler en songschrijver van 10cc. Ik interview Mr. Gouldman om 10 uur ’s morgens. Hiermee ontkrachten we het cliché dat artiesten tot ’s middags in hun vlooienbak liggen. Als introductie vertel ik hem: “Ik leerde je kennen via James Last. De LP Non stop dancing, volume 11, niet stuk te krijgen.” Hij lacht smakelijk.

“Natuurlijk ken ik James Last. Wie niet? De slechtste versie van één van onze songs – I’m not in love – staat zonder twijfel op naam van Petula Clarck. Een discoversie, verdorie. Check het op YouTube. Afgrijselijk en tegelijkertijd om je een breuk te lachen.”

Op 19- en 20-jarige leeftijd schreef je 3 hits: For Your Love (The Yardbirds), No Milk Today (Herman’s Hermits) en Bus Stop (The Hollies). Dacht je niet dat je genoeg royalty’s ontving om al te rentenieren?
(Zonder aarzelen). Nee! Ik schrijf nooit songs om het geld. Wel omwille van het plezier en om het te doen. Kortom, het is een passie.

Vanwaar de naam 10cc?
Voorheen heten we Hotlegs en scoorden een hit met “Neanderthal Man”. Het was producer Jonathan King die afkwam met 10cc. Hij had gedroomd over een wereldbekende groep met die naam. Hij bedacht ook de naam Genesis voor de groep rond Peter Gabriel en Phil Collins. Het verhaal gaat dat 10cc haar naam ontleent aan de hoeveelheid sperma die de gemiddelde man kwijtraakt per zaadlozing (9cc). Aangezien wij net iets meer waren dan de gemiddelde man, moest de naam 10cc worden. Maar, dat is een verzinsel.

De meeste nummers zoals Dreadlock Holiday, The Wall Street Shuffle, I’m not in love, Art for Art’s Sake, I’m mandy fly me … schreef je samen met Eric Stewart. Wie schreef de muziek en wie de teksten?
Het was een samenwerking, we schreven die samen. “Dreadlock Holiday” van het album ‘Bloody Tourists’ gaat over een toerist die in Jamaica doorlopend wordt lastiggevallen door mensen die geld van hem willen. Het verhaal is deels geïnspireerd op de ervaring van Eric Stewart tijdens een vakantie op Barbados. Ik neem de lead vocals voor mijn rekening plus bas en gitaar. Eric zit aan de toetsen. Het nummer werd een wereldsucces.
The Wall Street Shuffle” gaat over de economie, de dollar en andere valuta en de teloorgang van het Britse pond. Inspiratie kwam via Lol Creme. We reden na het succes van “Rubber Bullets” in een limousine over Wall Street. Creme dacht meteen aan de titel Wall Street Shuffle.

Ik val nog altijd voor het basintermezzo halverwege “I’m not in love”.
Thank you very much, my friend.

Toen ik 16 was zong ik “I’m so in love”. Tijdens mijn vakantiejob aan de kust raakte ik tot over mijn oren verliefd op de caissière van de Unic. Helaas, het werd niks.
Dat is jammer. “I’m not in love” is origineel in bossanovastijl geschreven met percussie. But that was crap. Het kwam uiteindelijk in balladevorm uit. Het nummer is befaamd geworden vanwege het veelvuldig dubben van de zangstemmen, nog in het analoge tijdperk. Kevin Godley kwam aandraven met het idee om geen instrumenten te gebruiken maar enkel stemmen. A wall of sound met stemmen, ongeveer 250. Eric verzorgde de lead vocals. We voegden er nog wat toetsen, gitaar en Moog synthesizer aan toe. De stem die fluistert Be quiet, big boys don’t cry komt van onze secretaresse Kathy. Trouwens, wat was de naam van je vlam? (lacht)

Voel je op voorhand welk nummer een hit wordt?
Helaas niet. Het is onvoorspelbaar. Soms ben je overtuigd dat het een giller wordt en het raakt in de vergetelheid. Het omgekeerde gebeurt gelukkig ook.

Heb je nog altijd de behoefte om songs te schrijven?
Dit gaat niet over. Ik schrijf voortdurend nieuwe songs. Het is mijn gave, zo ben ik. Het zit in mijn DNA.

Is er nog contact met je vroegere kompanen Stewart, Godley & Creme?
Met Kevin Godley klikt het nog altijd. Hij is muziekvideoregisseur en maakt clips voor bijvoorbeeld U2, Sting, Eric Clapton… We schreven een album en toerden samen. Een fantastische kerel.

Naast muzikant ben je ook producer. Je produceerde in 1981 het album Pleasant Dreams van The Ramones.
Jawel. Een leuke ervaring. The Ramones waren wie ze waren. Beleefde gentlemen in leren jekkers en gescheurde jeans. Zowel getalenteerd als origineel, professioneel als punctueel. Jammer genoeg was de rivaliteit tussen Joey en Johnny Ramone al merkbaar. Een dispuut over de muzikale richting en een vrouwenkwestie zoals gewoonlijk.

Welke is de meest vreemde plaats waar je optrad?
Noord-Vietnam. Ik was daar op trektocht en had een gitaar bij me. Ik speelde nummers rond het kampvuur en de arme plaatselijke bevolking kwam uit hun tent gewikkeld in dekens. Dan merkte ik dorpsbewoners op met verbazingwekkende rode kapsels. Dat was het vreemdste publiek waarvoor ik ooit gespeeld heb. Na mijn optreden liepen ze geruisloos van waar ze gekomen waren. Vreemd, heel vreemd.

The Beatles of The Stones?
Zonder twijfel The Beatles.

Of ga je eerder voor The Beach Boys?
Euh, jawel. Wat een stemmen en wat een productie! Zo’n geweldige songschrijvers. Weet je wat? Momenteel draai ik hun cd ‘Smile’ in mijn wagen.

Wat is volgens jou de definitie van een perfecte popsong?
Een lied dat je pakt en verbindt, je doet bewegen of huilen.

Wat mogen we verwachten van de komende optredens?
Voor mezelf wordt dat de camaraderie van een groep en het plezier om met een team vrienden te werken. Het publiek mag zich verwachten aan een hechte en met plezier spelende band. Naast mezelf (bas & zang) staan op het podium PAUL BURGESS (drums, mee op tour sinds het begin), RICK FENN (gitaar & zang sinds Dreadlock Holiday), MIKE STEVENS (sax, keyboards, zang sinds 1999) en MICK WILSON (gitaar, percussie, zang ook sinds 1999). We brengen alle hits aangevuld met een resem albumtracks. Eén song kreeg zelfs een ander arrangement mee.

Zoveel is duidelijk, Graham Gouldman is een gentleman. In 2014 werd hij meer dan terecht opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. De herinneringen aan de kassierster van de Unic gelardeerd met een James Last soundtrack worden met de spreekwoordelijke mantel der liefde bedekt. We go for the real thing… en hopen van jou hetzelfde.

Wat: concert 10cc
Wanneer: zaterdag 27 februari – 20 uur
Waar: cc Zomerloos Gistel
Toegang: 28 euro
Info & reservaties: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 059 27 98 71

Arbeid Adelt

Arbeid Adelt! – Marcel Vanthilt - Hyperactieve tweeduizendpoot

Geschreven door

Je hebt van die mythische spreuken. Zo hing er in het toilet van mijn grootmoeder - een respectabele vrouw - een bordje met Doe stille voort. Nog zo’n gezegde is Arbeid adelt: van hard werken word je een beter mens. De Arbeid Adelt! waarover we het hier hebben is een opmerkelijk muzikaal trio. Duizendpoot Marcel Vanthilt, vooral bekend van zijn tv-werk, neemt de teksten en de zang voor zijn rekening. Grafisch ontwerper Jan Vanroelen zorgt voor de elektrobeats. Luc Van Acker speelde gitaar bij Shriekback en het controversiële Revolting Cocks. Het nummer “Zanna” van zijn solo-lp ‘The Ship’ werd een klassieker.
Arbeid Adelt! start in 1981 heel opvallend. Hun eerste concert, in het voorprogramma van Fad Gadget, duurde welgeteld 7 minuten: de a- en b-kant van de single “Ik sta scherp”.
Ik interview Vanthilt omwille van drie redenen. Hij is de frontman van de groep. Ik heb hem al een paar maal eerder ontmoet. En hij is een Facebook vriendje. We zijn beiden mee met onze tijd.

Marcel, gezien jouw tempo aan activiteiten, slaap je eigenlijk wel?
Jawel, ik slaap goed en vooral ’s nachts. Gemiddeld zeven uren. Hoe ik al mijn bezigheden gerealiseerd krijg? Simpel, door die één na één te doen.

Hoe zou jij Marcel Vanthilt omschrijven? Je mag Fuck you antwoorden.
Shit, dat begint hier goed. Het is verdomd moeilijk om dat over jezelf te zeggen… (stilte). Dit is een mooie typering: Marcel Vanthilt is altijd met iets bezig.

Eind jaren ’70 presenteerde je op de vrije radio FM Bruxel het programma ‘Met een stijve naar het front’.
Dat was samen met Dominique Deruddere. FM Bruxel was een grote stadsradio. We draaiden new wave maar ook zaken als John Cale en The Residents. We kraamden veel onzin uit. Eigenlijk was het een soort Leugenpaleis, een kolderprogramma. We waren interactief met de luisteraars bezig en verzonnen spelletjes. Eén ervan was om ter snelst spreuken omgekeerd aframmelen. Hilarisch.

Wat was jouw aandeel in TC Matic, de legendarische groep rond Arno?
Tja. Ik heb het einde van Tjens Couter meegemaakt. Paul Couter wou meer bluesrock. Arno ging voor meer hoekige muziek. Jean-Marie Aerts werd aangetrokken en zo ontstond TC Matic in 1980. Arno vroeg me op een bepaalde nacht in een Brusselse dancing of ik bij hen lichtman wou zijn. Zo trok ik twee jaar op met TC Matic, tot en met hun tweede lp. We toerden in Denemarken en Zweden met een gamel busje. De beginperiode van de groep was hard. Ieder concert startte met lauwe reacties, maar halverwege de set stond de zaal in vuur en in vlam. Ik ben gestopt omdat Arbeid Adelt! succes begon te krijgen. Mijn functie werd overgenomen door Danny Willems, vriend en huisfotograaf van Arno.

Eén van je projecten waren The Yéh Yéhs. Jullie deden toen een try-out in De Kreun.
The Yéh Yéhs hebben inderdaad daar getry-out want daags nadien speelden we op het Seaside festival in De Panne. Wij, dat waren: Hugo Matthysen (gitaar), Bart Peeters (drums), Peter Celis (bas) en ik (zang). The Yéh Yéhs zijn ontstaan op een verjaardagsfeest. Het was in feite eenmalig. Toch hebben we zo’n 40 concerten verzorgd die zomer. We brachten een hele goede single uit: The “7 kings of rock ’n roll”.
Dat concert in De Kreun blijft me bij. Bart Peeters was te geweldig geweest en had de dag nadien een ontsteking aan zijn arm. Hij moest cortisone nemen. Het scheelde niet veel of we konden niet optreden. Dat was Seaside ‘86. Man man man… na ons stonden The Ramones, een mytische groep.
Ik vertel hem dat ik ooit The Ramones rond gevoerd heb in mijn Citroën CX, een voiture die lichtjes omhoog gaat bij het starten. De gitarist riep vol verwondering: “Wow, a French car.” (Marcel lacht uitbundig)

Van ’87 tot ’90 kon je aan de slag bij MTV. Hoe ben je daar binnen geraakt?
Heel toevallig. Op café in Brussel hoorde ik dat ze op zoek waren naar presentators. Ik heb hen een videoband met staaltjes van mijn tv-werk bezorgd. En ik kon naar Londen. Het was een heel leuke periode. Allemaal internationale sterren. Glamoureus.

Erna woonde je vier jaar in Amerika. Waarom denk je dat je het er niet gemaakt hebt?
Ik kon daar werken en verblijven omdat ik destijds getrouwd was met een Amerikaanse. Ik heb het er niet gemaakt omdat ik te Europees was. Ik heb het geprobeerd en veelvuldig gesolliciteerd. Maar, je moet er van boven in geraken. Mijn kennissen waren tekenaars en cartoonisten. Niet de juiste relaties. Ik had ook geen management. Enfin, het is niet gelukt.

Welk tv-programma dat je presenteerde is je favoriet?
Naast MTV, zonder twijfel de reeks Villa Vanthilt. Het was echt live, het programma kon niet stopgezet worden. Het vond plaats zowel binnen in ‘de villa’ als buiten. Er werden verschillende steden aangedaan. Mooie herinneringen.

Wat heb je met Oostende?
Het is een stad aan zee. Zelfs buiten het hoogseizoen is het er nog levendig genoeg. Oostende blijft ook in de winter een stad: winkels, cafés, galerijen, musea… Tijdens het laagseizoen heb je het voordeel gemakkelijker een parkeerplaats te vinden. Ik vertoef en leef graag in een stad.

Welke muziek staat er bovenaan je lijstje, zowel Belgisch, internationaal als specifiek Nederlandstalig?
Voor de vuist weg wat betreft Belgische muziek: TC Matic, Soulwax en Mauro. Ook Stromae heeft heel wat in zijn mars. Van TC Matic blijft “Willie Willie” één van mijn lievelingen. En uiteraard “Viva Boema” (patatten met saucissen) omdat ik voorkom in dat nummer: “Viva Marcel et les mademoiselles”. Het zit zo, ik speelde een soort van vriendinnencoach voor Arno. Hij had een lief zitten, maar was ondertussen backstage iemand anders tegen het lijf gelopen. Dus moest ik het eerste lief bezighouden, terwijl hij in het hotel met een andere bezig was. Haha… Voor alle duidelijkheid, iedereen die wat te maken had met TC Matic wordt vermeld in Viva Boema. De dubbele single met “White Rhythm” blaast me nog altijd van mijn sokken. Het begint met een eenvoudige ritmebox met dan die fantastische keyboards erboven op.
In de categorie internationale muzikanten zet ik Wire bovenaan, samen met Talking Heads. Niet te vergeten de samenwerking tussen opperhoofd David Byrne met Brian Eno, te horen op ‘My life in the bush of ghosts’. De groep Television staat ook bovenaan met hun klassieker ‘Marquee moon’.
Bij het Nederlandstalige werk vind ik Spinvis geweldig. De Jeugd van Tegenwoordig, een Nederlandse rapformatie, weet me enorm te bekoren dankzij hun heerlijke teksten. En de niet te evenaren Drs P. Ik zal er nog een Vlaming aan toevoegen: Flip Kowlier. Hoewel ik niet alles van zijn West-Vlaamse teksten versta, heb ik grote bewondering hoe hij speelt met taal. Alles zit juist. De muziek, de cadans… Luister maar eens naar “Mama nowo homme hon (we kun ier toch niet bluven stoan)”.
Spontaan beginnen Marcel en ik het refrein te zingen.
Heerlijk.

Welk werk van Arbeid Adelt! behoort tot je persoonlijke voorkeur?
Onze allereerste single “Ik sta scherp” en eerste lp ‘Jonge Helden’ (ze moeten sterven), in een sublieme productie van Jean-Marie Aerts (gitarist van TC Matic). De meeste van die nummers staan nog op onze set-list. Op eenvoudig verzoek spelen we zelfs “Roodborstje”. Eigenlijk is dat een kinderliedje, een cover. Het nummer staat op naam van ene Thomas Bayly en werd zelfs gecoverd door Glenn Miller. En gij nu: jouw favorieten?
Marcel, zonder nadenken: De man die alles noteert (met een Parker pen). Nogal wiedes voor een interviewer.

Tijd om over te schakelen naar Arbeid Adelt!
Momenteel doen we veel interviews en we zijn stevig aan het repeteren. De apparatuur is verbeterd. Oude synthesizers als een Korg zijn terug beschikbaar in een betere versie. Retromodellen werden geüpdatet. Je zult merken dat onze nieuwe plaat ‘Slik’ – de titel moest kort en krachtig zijn - meer uniform is qua geluid. Al zeg ik het zelf, er staan straffe nummers op de nieuwe cd. De recensies zijn zeer positief. De opnames van het nieuwe werk zijn heel vlot verlopen. We waren alle drie enthousiast. Live brengen we natuurlijk ook nog ons ouder werk want dat klinkt nog altijd fantastisch. We zijn tevreden dat we terug de baan op gaan en doen dit met heel veel plezier. Nu duik ik het repetitielokaal in. Jan Vanroelen en Luc Van Acker zitten anders met hun vingers te draaien.

Ik denk terug aan mijn grootmoeder. De spreuk Doe stille voort gaat niet op voor een Duracell konijn als Vanthilt. Gelukkig maar.

Arbeid Adelt! _ cd-voorstelling voor West-Vlaanderen
voorprogramma: Ex-RZ (ex Red Zebra)
zaterdag 16 januari – 20 uur
cc Zomerloos Gistel
http://www.ccgistel.be
reserveren: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 059 27 98 71
toegangsprijs: € 15

IAMX

IamX – Een herrezen IamX....

Geschreven door

Chris Corner, aka IAMX, was bijna dood. Anderhalf jaar terug was  hij in een diepe depressie gesukkeld. De Engelse muzikant, die het grote publiek vooral kent van de hit « Spit It Out ", kreeg een mokerslag van het vele toeren en de 'rock'n roll' levensstijl. Gelukkig kon hij zich herpakken, verhuisde naar Los Angeles en hervatte zijn muzikale carrière. Vandaag is hij ‘alive & kicking’ in de AB, Brussel om zijn (uitstekend) nieuwe album ‘Metanoia’ voor te stellen. Als fervente fan van IAMX -  sinds het ontstaan tien jaar terug, ben ik erg gelukkig , gezien ik de kans kreeg om de ‘Electro-rock Prins ‘ te interviewen.

Het eerste onderwerp van het interview, is natuurlijk het nieuwe album. Chris Corner zegt dat de plaat waarschijnlijk de meest eerlijke, meest spontane is. "Ik wilde praten over de moeilijke tijd die ik had gekend en over mijn ervaringen. ‘Metanoia’ is dus zeer intiem en close tot wat ik ben. Qua productie ook, wilde ik eenvoud en eerlijkheid. Het is gewoon een man met een computer in een kamer."

De muzikant wilde terug naar ‘de bron’ van zijn kunst, naar de wortels van zijn inspiratie. Maar het was niet gemakkelijk. Tot op het punt dat hij dacht te stoppen met muziek. "In de moeilijkste periode, leefde ik als een kluizenaar. Ik zag mijn vrienden niet. Ik stopte met muziek omdat ik dacht dat mijn kunst mijn vijand was geworden en mij mentaal, emotioneel had verwoest. Een zware last om te dragen. Ik vroeg me af of ik wilde muziek blijven maken. Het duurde enige tijd om de smaak terug te krijgen en te beseffen dat muziek mij niet doet lijden, maar mij doet voeden."

In de herstelfase, was de steun van de fans van fundamenteel belang. "Inderdaad! Ik begon te praten op een blog over wat ik doormaakte en hoe ik evolueerde ; ik kreeg onmiddellijk de onvoorwaardelijke steun van enorm veel fans. Dat gaf me vertrouwen om terug te komen." Mijn ziekte gaf me ook de gelegenheid om naar de muziek van mijn jeugd te luisteren. En de muzikant die hij benoemt als 'idool' en zijn belangrijkste inspiratiebron is David Sylvian, de bekende leider van Japan, die een discrete maar hoogwaardige solo-carrière ontwikkelde. "Mijn oom introduceerde D. Sylvian", zegt Corner. "Hij heeft mij echt geïndoctrineerd, in de goede zin van het woord. Hij luisterde ook naar minimalistische muziek, zoals Philip Glass en Steve Reich. Ik had deze muziek lange tijd niet beluisterd, want ik was gefocust op mijn producties ; op de een of andere manier, was ik bang van de muziek van anderen, ik weet niet waarom. Vorig jaar, voelde ik de behoefte om de band te herstellen met de muziek van mijn jeugd."

Wij kennen « Brilliant Trees », de prachtige elpee van David Sylvian, maar het was vooral « Secrets of the Beehive » die Chris Corner hier opsmijt. Verrassend is dat de jonge muzikant ook van Frankie Goes To Hollywood hield : zijn zus had hem de single "Relax" van in de jaren '80 aangeboden. Corner lacht bij deze herinnering. Frankie had een grote invloed later, als hij de  erg 'hotte' nummers van IAMX componeerde.

Maar het is natuurlijk David Sylvian die hem de push gaf om een ​​professioneel muzikant te worden. "Sylvian was ook de inspiratie om geen commerciële muziek te maken. Hij gaf me veel vertrouwen om uit de popmuziek te blijven. Het was een aanmoediging om iemand als hem te zien, met zijn alternatieve muziek , en succes te hebben. Flood heeft ook een invloed gehad in mijn uitbouw als producer. Hij heeft veel meesterwerken geproduceerd. Ik had de kans al vroeg met hem te werken op het eerste album van Sneaker Pimps. Dit had een grote invloed op mijn eigen muziek. Hij kon enorm veel verschillende dingen doen. Dit zette me aan  producer als solo-artiest te worden, met alle componenten die nodig zijn om een ​​plaat te maken."

Picasso zei: "De slechte kunstenaars kopiëren, maar de goede kunstenaars stelen". Deze zin citeer ik dikwijls in mijn interviews ; muzikanten doen reageren, vindt Corner positief. "We stelen allemaal. In muziek, vooral in mijn genre, werd alles al gedaan. Maar goede muziek is altijd een weerspiegeling van het unieke van het individu. Als je iets kan 'stelen' en het  jouw zelve maken, dan zal het altijd uniek zijn. Het enige wat we hebben is het individu en zijn uniciteit. Dus, voor mij, is het interessant het individu te verkennen. Als je niets te zeggen hebt, zal het in je muziek te horen en te zien zijn. Als je een unieke persoonlijkheid hebt, kan je een zeer eenvoudig rocknummer goed doen klinken, mét een ziel."

Inderdaad, als je naar IAMX luistert, vind je vele referenties: muzikaal is het dicht bij Depeche Mode, Placebo, Ladytron, Interpol en Radiohead ; op het podium, doet Corner denken aan Prince, Bowie of T. Rex maar al die invloeden worden getranscendeerd door de unieke persoonlijkheid van de muzikant, zodat het resultaat 100% origineel is.

Voor de productie van ‘Metanoia’ deed Corner een beroep op crowdfunding via pledgemusic.com. Sinds het begin van zijn carrière, heeft hij een speciale , erg emotionele band met zijn fans. Via de pledge hadden ze de mogelijkheid om verschillende pre-order formules te kiezen, van de gewone cd tot de package met CD, LP (ondertekend), vermelding op de cover, meet-and-greet met de artiest, enz. Je kon zelfs Corner vragen om één van je eigen stukken voor te stellen , te producen  of een video te doen. Een innovatieve aanpak, maar van essentieel belang als je vandaag de dag als muzikant wilt overleven. "We hebben het geluk om een ​​lange band  en steun te hebben van de fans. Transparantie is altijd de beste aanpak. We zeiden : ik kan dit album niet maken als je me geen geld geeft. Het is onmogelijk geworden om muziek zonder steun te maken. Dat is de waarheid. En fans weten dat we dit niet voor het geld doen. We zijn niet verslaafd aan roem, het interesseert ons niet om rijk en beroemd te worden! Bovendien is de relatie met de fans zo uniek. Het is een zeer heldere, diepe communicatie. Het is moeilijk om dat soort relatie in het normale leven te hebben. Dus ben ik bevoorrecht in deze positie ."

Nu dat hij in België terug is, bevestigt Chris Corner dat hij een speciale band met ons land heeft. Dit is één van de eerste landen waar IAMX in het begin succes had. "Ja, ik sta bij jullie in de krijt ! En het is zo leuk om hier terug te komen. In feite was mijn ziekte op een zekere manier goed. Het liet me toe om te zien wat voor mij belangrijk is en muziek maken is duidelijk mijn passie. En België heeft me veel geholpen in mijn carrière, daar ben ik dankbaar voor. "

Ik vroeg Chris Corner waarom hij aan het eind van de show de fans niet meer op het podium uitnodigt, zoals in het begin van zijn carrière. Als ik in de stemming ben om dit vanavond te doen in de AB, dan nodig ik de fans mee te feesten op het podium! "Chiche" zegt hij.
Uren later, na een memorabel concert, werd ik uitgenodigd om op het podium te gaan tijdens « Your Joy Is My Low", gevolgd door een tiental andere fans. Een onvergetelijke herinnering...

Foto's van het concert zie je hier:
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/iamx-07-11-2015/

Om "Metanoia" aan te kopen: http://www.pledgemusic.com/projects/iamxmusic

vertaling : Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Axelle Red

Axelle Red - populaire zangeres met het hart op de juiste plaats

Geschreven door

Bestaat toeval of niet? Voor ik naar het werk vertrok, werd op Radio 2 volgende schlager uit de jaren 70 gespeeld:
Meisjes met rooie haren, die kunnen kussen, dat is niet mis.
Meisjes met rooie haren, kunnen je zeggen, wat liefde is.
Ja ja ja… ‘


De Limburgse juriste Axelle Red staat met meer dan 5 miljoen cd’s en singles in de Top 25 van bestverkopende Belgische muziekartiesten. Ze draagt het hart op de juiste plaats want vanaf 1997 is ze vrijwillig ambassadrice van Unicef. Als moeder van drie dochters slaagt ze erin dit te combineren met haar succesvolle zangcarrière.

Na Bob Dylan en Arno ontving ze in Frankrijk de belangrijke culturele onderscheiding Chevalier dans l'Ordre des Arts et des Lettres.

Ik mocht de wereldster om 9.30 uur ’s ochtends interviewen en kreeg daarvoor het gsm-nummer van haar manager. Na een halve liter sterke koffie ben ik nog zenuwachtiger. Ik besluit het erop te wagen, vergeet mezelf voor te stellen en te vragen of ze nog in kamerjas rondloopt. Het ijs breken met small talk helpt altijd:

Heb je last van ochtendhumeur?
Helemaal niet. Ik ben een ochtendmens. Ik ben verplicht vroeg op te staan want naast mijn job heb ik ook een gezin. Je treft het met mijn humeur.

Mick Ronson, gitarist en rechterhand van David Bowie, kwam je in 1985 opzoeken in Hasselt.
Inderdaad, een man met een geweldige staat van dienst. Hij wou met mij in zee op basis van een democassette en mijn stemgeluid. Zijn platenlabel zag een samenwerking echter niet zitten. Een ingewikkelde historie. Ik heb geen contact meer met hem gehad want kort daarna werd hij ongeneeslijk ziek.

Je werkte samen met een indrukwekkende lijst van muzikale grootheden. Om er enkele te noemen: Isaac Hayes (Shaft), Steve Cropper, Stephan Eicher, Albert Hammond, Charles Aznavour… Heb je met sommigen nog contact?
Het zijn allemaal indrukwekkende artiesten en ongelofelijke muzikanten. Ik hou er mooie herinneringen aan over. In 1998 zong ik bijvoorbeeld een duet met Youssou N’Dour voor enkele miljoenen tv-kijkers bij de opening van het wereldkampioenschap voetbal. Het contact is vooral op professionele basis. Met Stu Kimball, de gitarist van Bob Dylan, is er een vriendschappelijke band blijven bestaan. Ook met Willy Weeks, bassist bij Eric Clapton.


Vertel wat meer over die muzikale grootheden.
Met sommigen heb ik getoerd. Het is me te doen om de muzikale klik. Niet voor de vedette, want het zijn soms grote ego’s. Met bepaalde heb ik contact. Voor alle duidelijkheid, ik zie ze niet wekelijks. Steve Cropper, gitarist bij Booker T & MG’s, heb ik graag. Dit zijn talentvolle mensen. Er is een duidelijke wisselwerking bij de studio-opnames. Ik ben altijd onder de indruk van hun muzikaliteit. Maar het zijn mensen, gewone stervelingen met goede en minder goede karaktertrekken.

Je meest succesvolle duet zong je met Renaud.
Dat klopt. Dat was het geëngageerde Manhattan-Kaboul. Uitgebracht in 2002 in de naweeën van de 11 september aanslagen en de oorlog in Afghanistan. Renaud is een half-god bij onze zuiderburen. Het lied werd een dikke hit. Alleen al in Frankrijk gingen er meer dan een half miljoen singles over de toonbank. Het nummer werd gecoverd door Joan Baez.


Op welke Franse muziek ben je zelf gek?
Om er enkele te noemen: Michel Berger - de overleden echtgenoot van France Gall -, Charles Aznavour, niet te vergeten Joe Dassin, uiteraard Jacques Brel - wat een teksten! - en Serge Gainsbourg die muzikaal heel breed gaat.
Tekstueel heb ik een zwak voor de Franse taal. Muzikaal word ik eerder beïnvloed door Amerikaanse muziek.


Hoe verklaar je jouw keuze voor de Franse taal?
Dat is eerder toevallig. Ik heb de taal in mijn jeugd geleerd. Bij ons thuis werd er geregeld Frans gesproken. Mijn eerste cd Sans plus attendre was Franstalig en erg succesvol. Het album was een schot in de roos en haalde zowel in België als in Frankrijk platina. Vandaar dat ik de ingeslagen weg verder bewandelde. Ik hoop iets nieuws aan het Franse chanson bij te dragen. Bijvoorbeeld door de mix van francofone teksten met een Amerikaans geluid.

The States! Je hebt een boontje voor soulmuzikanten. Wist je dat Marvin Gaye in Moere gewoond heeft?
Nee, helemaal niet. Ik ben ervan op de hoogte dat hij in Oostende verbleef. Ik moet zeker eens die villa op de Moerdijk bezoeken.

Tijdens je nieuwe tour speelt Wigbert akoestische gitaar. Hoe kom je bij hem terecht? Een kleurenwissel van ebbenhout naar rode lokken?
(Lacht uitbundig). Ik ken Wigbert al lang. Kort na het verschijnen van zijn hitje Ebbenhout blues heeft hij twee nummers voor mijn debuutalbum geschreven. We hebben contact gehouden. Hij is een uitzonderlijk goede akoestische gitarist die soul en americana kan vermengen. Hij is bovendien uitstekend in arrangementen. Eigenlijk had ik aanvankelijk Bill Withers (Ain’t no sunshine) in gedachten.

Je staat bekend om je engagement ondermeer in Azië. Ken je de Tuol Sleng gevangenis in Cambodja? Bij de overledenen hangt een foto van iemand die op Joe Dassin lijkt.
Ik kwam al op voor Vietnam en Cambodja toen de grenzen nog gesloten waren. Ik heb mijn hart verloren in Azië en Afrika. Iets meer in Azië omwille van het culturele aspect. Ik heb dat gruwelijke schooltje in Phnom Penh bezocht. Dat blijft in je kleren hangen. Ik wist niet dat die langharige Australiër per ongeluk met zijn boot aanmeerde in Cambodja en dacht in Thailand te zijn. Daardoor tekende hij zijn doodsvonnis. Wat een akelige toevalligheid: hij werkte in mijn branche, meer bepaald als roadie voor een Australische band.

Je cd ‘Sisters & empathy’ heeft geëngageerde teksten.
Dit was bovendien mijn eerste Engelstalig album. De teksten gaan zowel over empathie als sadisme. Dat is een deel van de mensheid, een nadeel van de intelligentie die de verkeerde kant opgaat. Ik ben er lang ongelukkig door geweest. Ik probeer me te fixeren op het goede van de mens. Eén procent bestaat uit psychopaten, zes procent uit helden.

Je vader, advocaat Roland Demal, was jarenlang schepen van sport in Hasselt voor de VLD. Heb je dezelfde overtuiging?
Ik ben een sociaal-democratische liberaal die neigt naar de partij D66 in Nederland. Ik ben heel sociaal voelend maar sta erop onafhankelijk en vrij te zijn. Ik vind bijvoorbeeld president Obama een fantastische figuur.

Ik heb me laten wijsmaken dat je West-Vlaamse roots hebt.
Inderdaad, mijn moeder is afkomstig uit Ieper. De kattenstoet is mij welbekend. Zonder twijfel, de grootste en beste patatten komen uit West-Vlaanderen.

Ik zag je ooit op een benefiet voor Amnesty International een cover brengen van Que pasa.
(duidelijk welgezind). Was je erbij? Ik ben een grote fan van TC Matic en Arno. Evenzeer van The Clash. Ik hou van veel muziekstijlen. Ik val voor goede teksten, vooral in het Frans. Teksten die iets te vertellen hebben en waar er met woorden gespeeld wordt.


Even overschakelen naar het niveau van de rioolpers. Ben je effectief roodharig?
Mijn haar is geverfd. Op de cd ‘Sisters & empathy’ zie je mijn natuurlijke kleur. Ik ben al langer roodharig dan anders. Mijn dochters kennen mij zo. En het rood past bij mij.


Ik wou nog wat meer vragen stellen over Parijs, haar onderscheidingen, de keuze van de muzikanten… Maar dan zegt ze plots dat ze weg moet. Na meer dan een half uur komt er een abrupt einde aan het gesprek. In ieder geval kijkt ze uit naar het concert in Gistel. Ik bedank haar uitvoerig en val hierbij enkele malen over mijn woorden.

Toen ik de telefoon neerlegde, spookte die schlager terug door mijn hoofd:
‘Meisjes met rode haren, kunnen je zeggen, als je ze kent,
of je de grote liefde, de grote liefde voor altijd bent.

Dirk Ghys

Axelle Red – Acoustic
zaterdag 17 oktober – 20 uur
cc Zomerloos Gistel
toegang € 31 http://www.gistel.be

The Soft Moon

The Soft Moon - existentieel – introspektief en diep

Geschreven door

Het derde album The Soft Moon, 'Deeper', komt op 30 maart uit . Dit Amerikaans project van de Californische muzikant Luis Vasquez is een bron voor een nieuwe generatie van alternatieve groepen. Meer nog : The Soft Moon krijgt nu zelfs toegang tot booking-programma's op een hoger niveau, resultaat daarvan kunnen we zien en horen op 17 mei in Brussel tijdens  «Les  Nuits Bota». We ontmoetten Luis Vasquez in Brussel ter gelegenheid van zijn promotie- en media-tour.

Net als het gelijknamig debuutalbum van The Soft Moon, werd 'Deeper' door Luis Vasquez in bijna totaal isolement samengesteld; en heeft op die manier een zeer introspectieve dimensie . Hij bevestigde: "Het album weerspiegelt mijn ontwikkeling als componist. Ik wilde mijn innerlijke fors verder verkennen, daarom de titel 'Deeper'. Ik wilde ook experimenteren met meer gestructureerde composities en de vocale melodieën. »

Hiertoe besloot hij naar Italië te gaan . "Ik wilde op onbekend terrein zijn, alleen. Ik vestigde mij voor een aantal maanden op het plattelad in de omgeving van Venetië, op 10 minuten van het eiland. Ik wilde zo puur en eerlijk mogelijk mij kunnen geven , expressie, zonder invloeden van buitenaf ..." Zoals in de meeste compo's van The Soft Moon gaan de lyrics over de pijn van het leven, de 'Weltschmerz'. In « Feel » b.v. roept Vasquez: « Why Am I Alive, Why Are We Alive'. In « Being », fluistert hij: « I Can't See My Face. I Don't Know Who I Am ». Volgens hem zijn er « maar een paar thema's die ik elke keer hanteer ». »

Over zijn invloeden
In sommige songs van 'Deeper', vinden we een gelijkenis met Nine Inch Nails. "Dat is niet bewust", zegt hij. "In feit ken ik NIN niet echt goed. Ik heb slechts twee albums, 'Downward Spiral' en 'The Fragile'. Maar ik denk dat Trent Reznor en ik 'soul mates' zijn. Wij hebben eenzelfde gevoel van woede, van 'Fuck You'. We zingen op het scherpst van de snede, op basis van onze kwetsbaarheden. We vechten tegen de depressie, om te overleven en om gelukkig zijn.»
Kent hij Belgische groepen? Het antwoord verbaast me niet: "Natuurlijk! Front 242, The Klinik ... Snowy Red is ook Belgisch, geloof ik?" Natuurlijk, natuurlijk! "Onlangs kocht ik een van zijn platen, een reprise. Er is ook Neon Judgement: Ik heb een vriend bij Dark Entries, die hun eerste nummers heeft heruitgebracht"(Nota : het gaat om het album 'Early Tapes', gepubliceerd in 2010).
Op het vlak van invloeden vermelden we ook John Foxx, de legendarische new-wave pionier, met wie Vasquez 'Evidence' realiseerde. "We hebben elkaar in Londen ontmoet," zegt hij. "Dit is een heel aardige vent, een genie, maar hij is erg bescheiden, een echte gentleman. Hij wil hem 'Sir' noemen", concludeert hij met een glimlach.
Maar de belangrijkste ontmoeting voor hem was die met Depeche Mode. The Soft Moon is inderdaad zeer gelukkig geweest om als support een deel van de 'Delta Machine'-toer mee te kunnen maken. "Een ongelooflijke ervaring, zeer emotioneel en erg grappig! In 2009 was ik in mijn kamer bezig te componeren en plotseling, vier jaar later, zie ik mij spelen voor 20 000 mensen per avond, het was gewoon te gek. Ik blijf erg dankbaar en nederig tav deze unieke kans. Elke avond moest ik mezelf in de kaak knijpen om het te geloven. »
De samenghorigheid  tussen Luis en Martin Gore was duidelijk. "Martin heeft veel humor! Een avond, toen we een beetje dronken waren, vertelde ik hem dat ik heel gemakkelijk huil als ik droevige films bekijk. Vanaf dat moment, wanneer ik iets aan het vertellen was, antwoordde hij lachend: 'Oh, en huilde je daarna ?' »

De oorsprong
De originele muzikale ervaringen van onze gesprekspartner gaan terug naar zijn kindertijd en behoren tot de wereld van heavy metal en punk. « De eerste cassette die ik kocht was 'Seventh Son of a Seventh Son' van Iron Maiden (1988). Dan was er Slayer en later, Bad Religion. » Het was pas later dat hij muziek ontdekte, met The Cure.
In 2010, toen hij zijn eerste opus uitbracht, droeg hij bij aan het ontstaan ​​van een nieuwe muzikale stijl ergens tussen post-punk, shoegaze, darkwave, electro en psychedelica. Maar het is niet duidelijk of The Soft Moon (California), of liever The KVB (Engeland) de beweging lanceerde. Volgen Luis Vasquez, « is het een product van het collectief onbewuste. Evenementen kunnen gelijktijdig duizenden kilometers van elkaar plaatsvinden. Uiteraard hou ik ervan om het alter-ego van deze beweging te zijn; maar ik denk liever dat het een synchronisme was. Ik herinner me dat er in die tijd een donkere golf op alternatieve muziek was en deze golf is vandaag nog steeds actief. »

Berlijn
Na zijn Italiaans avontuur, verhuisde Vasquez naar Berlijn. Een zeer grote verandering alvast ten opzichte van San Francisco! "Berlin inspireert me. Daar voel ik mij zeer creatief. De stad brengt een gevoel van verdriet en tegelijkertijd proberen de mensen zich te amuseren." Toen hij in San Francisco leefde , voelde hij de behoefte zich te verzetten tegen zijn omgeving door zwarte en obscure muziek te componeren. "Ja, ik ben een 'antiloquist' (= iemand die de geest van tegenstrijdigheid heeft). Ik wil altijd het tegenovergestelde doen of zeggen van wat iemand anders doet of zegt. Als ik op het strand zou leven, zou ik als een gothic verkleed zijn, bijvoorbeeld." (Lacht)
« Nu dat je in Berlijn woont, zal je dan 'surf music' componeren ? », vraag ik lachend. "Ha Ha Ha! Heel grappig!", antwoordt Luis...
Daarna leer ik (of the record) , dat Luis aan een nieuw project samen met John Foxx werkt en dat hij van plan is een solo 'side project' te creëren, meer 'noise' georiënteerd. Wordt vervolgd !!

The Soft Moon concerteert op 17 mei op Les Nuits Bota in Brussel. Voor meer informatie : http://botanique.be/en/activity/soft-moon-170515

Met dank aan Geert Mets (Konkurrent) voor het interview.

Website : www.thesoftmoon.com

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - ‘Somebody called me Sebastian …

Geschreven door

Cockney Rebel was zowat de eerste rockgroep met viool en zonder elektrische gitaar. Bij de start begin jaren 70 trekt frontman Steve Harley de aandacht door het nichterige van David Bowie, het zeurderige van Bob Dylan en het artistiekerige van Bryan Ferry in één persoon te verenigingen. Dit levert een aantal wereldhits op met het debuut Sebastian, gevolgd door Judy Teen, Make Me Smile (Come up and see me) en de bewerking van de George Harrison klassieker “Here Comes The Sun”. Harley blijkt een intellectuele literatuurliefhebber te zijn die liever in het theater zit dan op het strand te liggen. Hij leunt meer aan bij Hemingway dan bij pakweg The Stones.

Steve Harley was vroeger bekend om een zekere arrogantie. Hij won in ‘75 de NME (New Musical Express) award voor rotzak van het jaar (sorry, Steve). Met het ouder worden, is hij gemilderd. Het sarcasme maakt plaats voor spitsvondige humor. Toen ik hem de laatste maal aan het werk zag in De Zwerver, deed hij na het derde nummer een fotograaf na. Foto nemen, schermpje kijken, en opnieuw, en opnieuw. Harley vroeg met een brede glimlach om het toestel in de lockers te leggen.

Niettemin, vóór het interview leen ik uit veiligheid een pamper – een verse - van een jonge moeder. Ik probeer onmiddellijk het ijs te breken.

Ik herinner me dat ik als veertienjarige voor het eerst het nummer Sebastian zag en hoorde op tv. Mijn ma was geshockt door de make-up en de extravagante kledij. ‘Ze nemen allemaal drugs,’ wist ze me te vertellen.
(Bingo, want hij lacht hartelijk). The drugs came later, my friend.

Steve Harley is niet je originele naam. Ben je een motorfan?
Nee, ik ben geen motard noch Harley-Davidson dweper. Het is gewoon een pseudoniem dat goed bekt.

Om nog eventjes bij de etymologie te blijven: vanwaar de naam Cockey Rebel?
Ik ben van Londen en kom uit een arbeidersmilieu. Een Cockney is een inwoner van Londen uit de arbeidersklasse. Het is ook de variant van het Engels die door Cockneys gesproken wordt. Op twintigjarige leeftijd bezocht ik folkclubs en schreef ik zelf gedichten. Mijn moeder vond mijn aantekenboekjes met mijn vroege probeersels. Haar oog was gevallen op de titel van een gedicht - weliswaar slechte poëzie - met de titel Cockney Rebel. Aardige naam, vandaar.

Je startte als muziekjournalist. Hoe is je relatie met de pers?
Dat ik muziekjournalist geweest ben, is een cowboyverhaal dat me blijft achtervolgen. Ik werkte als reporter, nieuwsverslaggever. Mijn verstandhouding met de muziekpers was soms gespannen. Dat had bijvoorbeeld te maken met de rivaliteit tussen twee bladen. Melody Maker hield onvoorwaardelijk van mij. NME daarentegen kwelde me opzettelijk.

Hoe dan ook, je was journalist. Welke vraag zou je stellen aan Steve Harley?
Hoe slaagde de jonge Steve erin om songs te schrijven? Met het ouder worden, is dit moeilijker geworden. Nochtans, thuis heb ik twee piano’s en een gitaar staan in drie verschillende kamers. Ik zet me aan het klavier en soms komt er niet veel bijzonders uit. Althans, het is zeer moeilijk om zelf over het resultaat tevreden te zijn. Iedere keer als ik het huis verlaat, heb ik een notitieboekje en balpen op zak. Ideeën zijn makkelijk maar ze omvormen tot een song is andere koek. Het stemt me tot grote tevredenheid dat mijn muziek heel wat impact gehad heeft, ook op collega-muzikanten. Zo vertelde Peter Hook van Joy Division en New Order, toch een heel ander genre, me dat Cockney Rebel van grote invloed geweest is. En Elbow startte met het coveren van Mr Soft.

Je maakte 15 albums. Welke is je persoonlijke favoriet?
Zeg vriend, dat is een moeilijke. Laat ons zeggen dat ik persoonlijk zeer te spreken ben over The Quality of Mercy uit 2005. Ik speel er live nog veel stukken uit.

Over naar je debuutsingle en hit: Sebastian. De betekenis van de naam is ‘de aanbedene’. Autobiografisch?
Sebastian werd bestempeld als een ‘ghotic love song’. Het is een zeer duister en mysterieus nummer. Autobiografisch? Ik verkies dat de mensen er zelf over nadenken bij het aanhoren. Gebruik je eigen verbeelding. Iedere maal als ik het nummer breng, is het iemand anders.
Sebastian sloeg onmiddellijk aan in Nederland en België. We stonden er twee weken op de eerste plaats. Waarvoor dank, folks. En we werden geboekt op Pinkpop.

Alan Parsons was geluidstechnicus bij de opnames van The Beatles en later een invloedrijk producer. Je werkte samen met Parsons voor de cd The Best Years of Our Lives, juist nadat hij Dark Side of The Moon ingeblikt had. Vertel.
Ik heb een immens respect voor Alan. We werkten samen voor de single Judy Teen (the queen of the scene …) en voor mijn tweede plaat The Psychomodo. Ook The Best Years of Our Lives, met de millionseller Make Me Smile, werd door hem geproduceerd. Hij laat me mijn verbeelding gebruiken, laat me mijn ding doen. Bij hem voel ik me artistiek vrij. Trouwens, ik zing op het nummer The Voice uit de I Robot cd van The Alan Parsons project. Een geniale bas-intro, nietwaar?

Klopt het dat je Make Me Smile (Come Up and See me) geschreven hebt nadat zowat de hele band ontslag nam?
Inderdaad, ik heb daaruit inspiratie geput. Een nuance, het gaat niet over hen maar over mij. Zij verlieten mij. Vergeet niet dat de naam Cockney Rebel bestond vooraleer de bezetting er was. Wist je dat Marc Bolan van T. Rex akoestische gitaar speelde op Make Me Smile? En Patricia Paay behoorde tot het achtergrondkoortje. De song sloeg wereldwijd aan. Er bestaan 120 coverversies van waaronder Duran Duran en Suzi Quatro. Het staat bovendien op sommige filmsoundtracks. Het werd zelfs gebruikt in een Carlsberg reclamespot. Het groepsontslag heeft me een aardige duit opgebracht.
Het lied leidt een leven. Ik nam onlangs in Rusland de taxi en Make Me Smile werd op de radio gedraaid. De chauffeur zong in gebrekkig Engels uit volle borst mee terwijl hij op het stuur het ritme aangaf. Hij wist niet dat het mijn compositie was. Héérlijk.

Ben je rijk geworden met de royalty’s van je hits? Er gingen bijvoorbeeld meer dan één miljoen exemplaren van Make Me Smile over de toonbank. Staat er een Maserati voor je deur?
Een Mase.., een Masiwhat… een Miserati? Iets als een Ferrari? (Lacht) Nee, ik rij met een degelijke BMW. Ik kan een goed leven leiden en ik kan doen wat ik wil. Mijn kinderen bezochten een goede school.

Zijn er artiesten waar je jaloers op bent?
Niet echt, ik ben tevreden met mezelf. Ik zou wel graag een groter publiek hebben en nog meer optredens.

Je verzorgde het voorprogramma van The Rolling Stones in 2007. Werden jullie vrienden?
We speelden tweemaal als opener op Palace Square in St.-Petersburg voor een massa volk. Schitterende locatie. Ik heb groot respect voor The Stones, maar ik ben niet zo bevriend met muzikanten. Musici, mezelf inbegrepen, zijn etters (lacht).

Je hebt een carrière van meer dan 40 jaar. Denk je soms om met pensioen te gaan of wil je als een echte op het podium sterven?
Ik raak mensen en besef hoe gelukkig ik daardoor ben. Dus, ik denk er niet aan om met pensioen te gaan. Ik hou ervan om te zingen, het is mijn leven. Luchthavens, tickets, het on the road zijn, soundchecks, het ontdekken … ik hou van deze levensstijl.
Ik verafgood België. We scoorden er het allereerst met onze debuutsingle Sebastian. Belgium has been good to me. Daarnaast hou ik van jullie keuken, de restaurants, noem maar op. Antwerpen heeft het excellente Wijnhuis, Brussel is schitterend om te ontdekken met paard en koets. Bovenal ben ik gek op Brugge. Zo charmant, zo mooi …
Bedank alvast op voorhand het Belgische publiek. They have been good to me, I’ll be good to them … Ik zal in Gistel de lange uitvoering in plaats van de single-versie van Sebastian brengen. Als het moet zelfs tweemaal. Beloofd.
Dat ziet er goed uit. Ik vertel hem nog dat de voorverkoop heel vlot verloopt. Wat een aangename boeiende man, die Steve Harley. Hij stelt voor om na het optreden samen een glas wijn te drinken. Zoiets sla ik nooit af. Hij vraagt wie ik ben en wat ik doe. Ik vertel hem dat ik naast journalist ook de promotor ben van het concert. ‘Dan moet je job vet betaald zijn,’ grinnikt hij.
Na het interview loop ik al fluitend naar het toilet om de droge luier uit te doen.

Steve Harley & Cockney Rebel

exclusief concert voor het vasteland – full band
zaterdag 18 april - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
Toegang € 20

Avatar

Avatar - Vrouwen bewonderen, mannen aan den toog: ideaal optreden

Geschreven door

Avatar
Avatar – interview + liveset
Naar het schijnt zijn Scandinaviërs goed in metal. Een van deze exponenten blijkt Avatar te heten. Niets te maken met een of andere oosterse godsdienst, wel met wat je denkt. In 2001 gestart als een eerder klassieke melodische metal band, zijn Johannes en co intussen geëvolueerd tot een heuse melodische technische death ’n roll ensemble met de nodige show en parfums. Ik mocht zanger en bezieler Johannes Eckerström interviewen. Tijdens het interview een ietwat frêle sympathieke knul, om later met een heus alter ego het podium te bestijgen. Johannes kon netjes in het Zweeds vertaalde vragen uitpikken. Je zal maar eens familie hebben die in hetzelfde dorp woont.

Hoe komt heavy metal in het landelijke Lindome? (Nabi j Göteborg)
Omdat metal nu eenmaal landelijk is! Niet dat we geen keuze hadden, maar van alle jeugdculturen en subculturen leek metal het meest voor de hand liggende. Zeg maar rebellie tegen die eeuwig durende Hillbilly cultuur in Zweden. Het is moeilijker om in pakweg Berlijn te starten met een metal band dan in het landelijke Lindome.  In  het nabije Kungsbacka, waar je schoonbroer woont, valt er nog minder te beleven. Je kan niet anders dan naar Göteborg trekken om iets op te snuiven. Ik heb daar als jonge snaak ooit eens AC/DC mogen zien.

Hoe schrijf je jouw songs? Start je met een tekst, een idee, of als een gitarist – je startte met een Mexican Fender Telecaster – met een rif?
Eigenlijk was ik als snaak een piano en een trombonespeler, redelijk klassiek dus. De puberteit vroeg achter een gitaar. Nu start ik eerder met een tekst, maar  ook in samenspraak met de anderen een mix van alles. Trouwens, ik verkocht ooit die gitaar en nu wil ik dat verdomde ding terug.

Is het schrijven van nummers van anderen en van elkaar stelen, of is er een ‘Big Brain’ die alles beslist?
Zoals ik al zopas vertelde, zijn we geïnspireerd door elkaar. Er komt iemand aanzetten met iets, en als iedereen er van houdt, pikken we dit op. Vandaar de eeuwige angst dat, als we iets hebben, het al eens ergens zou kunnen bestaan. We doen liever aan het betere jatwerk, zoals bijvoorbeeld een reggae basslijn transponeren naar een heuse metalriff. Een beetje creativiteit kan geen kwaad. Ik zou eerder iets van Bach of Bob Marley stelen dan van Judas Priest. Je kan moeilijk Breaking the Law herschrijven in een gelijkaardig  genre.

Waarom ‘ something in the way ‘?
Was gestart als B-kantje. We hadden even studiotijd over en the Ramones moesten het afleggen tegenover Nirvana. Niet voor Cobain hoor, we zijn enorm gefascineerd door Dave Grohl. Daarbij, iedere metalband covert een metalnummer, vaak met wat ironie. Wij deden iets anders en dan nog eens serieus.

Als iggy Pop naar de bank gaat, is hij duidelijk James Osterberg. Enkel op het podium is hij zijn alter ego Iggy. Kan dit een verklaring zijn waarom je op het podium make up en een outfit draagt?
Je doet me denken aan Alice Cooper. Je bent op het  podium iemand anders, maar toch dezelfde. Denk aan The Dice Man. Iedereen sprokkelt ikjes, maar je blijkft dezelfde. Nu ben je ander ikje als je mij interviewt. Vanavond ben je een ander ikje als je tegen je vrouw praat. Niets fake dus.

Ben je religieus?
Je lijkt op een leraar godsdienst! Ik ben ook leerkracht geweest. Zweden is wat moeilijk. Als je religieus bent, moet je overdrijven.  Next!

Hoe belangrijk zijn jullie clips? Ze zijn gewoonweg briljant en zeer goed geproduced!
Zie het als een totaalconcept. Ik streef ernaar om de muziek, het imago, een clip als allemaal onderdelen die van het geheel meer maken dan de som van die delen. Pure Gestalt dus.

Geef eens advies aan Steak Number 8.  
Goeie band. Veelbelovend. Leg de lat hoog en neem je vak ernstig. Zoek een eigen identiteit is plaats van anderen te willen nadoen. Vergelijk je dus niet met een andere band. Repeteer tot vervelens toe en zorg dat je net iets beter bent. En vooral, wees eerlijk, ook met jezelf. Identiteit en eerlijkheid zullen altijd overleven. We zijn niet Mili Vanilly, hé.

En je spreekt zo zacht, en nochtans heb je een misthoorn van een stem!
Je speelt ook wat gitaar, jij, hé? Je kan maar spelen als je oefent, constan oefent. Dit is wat ik doe met mijn keelgat, jong.
Nu worden we wel onderbroken zeker! De sympa zal zich direct transformeren in een eerder clowneske podiumgig en toch zichzelf blijven.

Even later stalkt Johannes het podium met een geschminkte kop, een hooghoed, lederen handschoentjes en een heuse stok. Hij verkent het podium en dirigeert zowaar het publiek. Gitarist Tim Öhrström en Jonas Jarlsby , samen met  bassist Henrik Sandelin, openen de show, want dit is het wel, door unisono hun afro en andere kapsels cirkelgewijs rond te draaien terwijl drummer John Alfredsson in een waas van rook gehuld zat.  
We krijgen dus een portie metal in ons strot geramd met de nodige bombast en theatraliteit. Clown Eckerström nam even zijn hoed af en zette  “Torn Apart”in.
Intussen hitste hij het volk verder op met zijn staf, dronk uit een vreemde beker en bracht zijn metalcircus naar een climax. Een resem fans stonden mee te springen alsof hun leven ervan afhing. Drie kwart van het vrouwelijke gedeelte gingen volledig mee, terwijl hun mannen de zekerheid van den toog verkozen, bij wijze van spreken dus.
“Dying to see you dead” mokerde het best. Het publiek bleef geduldig en enthousiast wachten en meeschudden tot de clown zijn zogezegd persoonlijke en eigenzinnige show afgewerkt had.

Ideale show, maar niet bijster origineel. Toch wel succesvol, ophitsend en redelijk fantastisch, ideaal voer voor de kenners en fans. “Something in the way” werd achterwege gelaten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/avatar-10-12-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-defiled-10-12-2014/

Organisatie: Alcatraz ism Kreun , Kortrijk

Elliott Murphy

Elliott Murphy - An American in Paris

Geschreven door

Ik was zot content. Elliott Murphy stemde toe om het interview in de Franse hoofdstad af te nemen. Mijn hoofredacteur tekende echter bezwaar aan. ‘Ghys, het is crisis. Er moet bespaard worden!’. Uiteindelijk vond het vraaggesprek telefonisch plaats.

Ik lees hem mijn introductie voor: ‘Lang geleden arriveerde je als een rockster op een optreden met een Volvo break met Zwitserse nummerplaat en geblindeerde ramen.’
Murphy: ‘Helaas, dat was de wagen van mijn manager.’
‘De kleedkamer bevond zich boven. Het was zichtbaar moeilijk voor jou en je puntschoenen om boven te raken.’ (hij lacht)
Je schreef in het gastenboek: ‘Everything was fine, but there were only five bananas … ‘ (lacht harder).

Elliott Murphy is niet de eerste de beste. Hij staat al 40 jaar op de planken, heeft meer dan 30 cd’s op de teller, gaf 5 boeken uit en speelde zo’n dikke 3000 concerten. Wat meer is, hij mag zich de persoonlijke vriend van Bruce Springsteen noemen.

Hoe lang woon je al in Parijs en waarom verliet je New York?
Ik woon 25 jaar in Parijs. Ik was er voor het eerst in 1971 en speelde toen in de metro. Ik hou van Europa met steden als Amsterdam, Brussel, Barcelona … Ik bracht 4 platen uit in de jaren 70 en ze hadden meer impact in Europa dan in Amerika. Mijn meeste shows waren in Europa en ik had er een groter publiek. Vandaar. De concerten in Frankrijk trokken veel volk. Hoewel het niet duidelijk was of ze mijn teksten verstonden (lacht). Eenmaal per jaar ga ik terug naar New York.

Ben je zeker dat het geen vrouwenhistorie was?
You make me laugh again. Neen hoor, ik ontmoette mijn vrouw Françoise pas in 1983.

Wat in de Franse cultuur trekt je aan?
Eerst en vooral de Franse geschiedenis. Zelfs rock ’n roll is er een deel van de cultuur. Uiteraard stel ik de niet te evenaren gastronomie op prijs. En last but not least de vrouwen. Zoals alles in Frankrijk hebben die stijl.

Hoe sta je tegenover hun wijncultuur en alcohol in het algemeen?
Dat is een individuele zaak. Ieder moet dit voor zich uitmaken. Lang geleden besliste ik om te stoppen met drinken.

Hoe ontmoette je jouw gitarist Olivier Durand?
Via een journalist van het prominente Franse muziektijdschrift Rock & Folk. Ik was op zoek naar een gitaarspeler. Olivier speelde in de bekende Franse groep Little Bob Story en is van de havenstad Le Havre. Dit is zowat het Liverpool van Frankrijk.

Aha, The Beatles waren eigenlijk Fransen.
You are a funny guy.

Op welke van je cd’s ben je het meest fier?
Ongetwijfeld op mijn debuutalbum Aquashow uit 1973 dat opent met Last of the Rockstars. Deze lp werd samen met Bruce Springsteen’s tweede album in het magazine Rolling Stone beschreven als de beste Dylan sinds 1968. Zo kregen we beiden een ‘Nieuwe Dylan’ stempel. Trouwens, Aquashow werd recent uitgeroepen tot Album Classic door het prestigieuze Uncut magazine van Engeland.
Aan de cd ‘12’ uit 1990 heb ik hele goede herinneringen omdat dan mijn zoon Gaspard geboren is en de recente EP Intime omdat hij die geproduceerd heeft.

Op welke van je songs ben je het meest trots?
Songs zijn als je kinderen. Je houdt van allemaal. Sommige ervan zijn evergreens zoals bepaalde tracks op Aquashow. Ik beschik over een goeie 200 composities en kies uit zo’n 115 wat ik live zal spelen.

Op welke songs van andere artiesten ben je jaloers?
Daar vraag je me wat.
Like a Rolling Stone van Dylan of Born to Run van Springsteen. Ik wens dat ik ze geschreven had. Ik verkies vooral singer-songwriters als Leonard Cohen, Joni Mitchell en Bob Dylan.

Naast muzikant ben je ook schrijver. Welke boeken beveel je aan?
Zonder twijfel On the Road van Jack Kerouac en Julian Barnes met A Sense of an Ending.

Je werkte samen met Patrick Riguelle.
Ik liep hem tegen het lijf in een studio in Brussel. We speelden enkele shows samen. Hij verzorgde de background vocals en speelde lap steel op mijn cd’s Soul Surfing en Murphy gets Muddy. Hij heeft een verbazingwekkende stem ondanks het feit dat hij rookt als een schoorsteen. Patrick kan alle genres aan.

Je bent persoonlijk bevriend met Bruce Springsteen. Vertel.
Ik ken Bruce al sinds ‘73 en heb regelmatig contact met hem. We zijn even jong en komen beiden uit de rand van New York. Hij was onlangs op bezoek bij mij toen zijn dochter Jessica deelnam aan een jumpingconcours. Hij nodigt me iedere maal uit als hij in Europa toert. Zo hebben we samen Rock Ballad van mijn album Just a Story From America gespeeld. Samen met Bruce en mijn zoon Gaspard brachten we Born to Run. Ik was behoorlijk nerveus toen we het podium opwandelden. Zijn manager kalmeerde me: ‘Elliott, het is precies als in de goede oude tijd. Enkel voor meer mensen.’ (lacht)

Ben je jaloers op Springsteen?
Neen hoor. Hij verdient het en werkt er hard voor. Hij heeft bakken energie, is op en top professioneel en is super getalenteerd. Op de koop toe, wat een ongelooflijke showman. Ik ben wel jaloers op zijn tourcondities, zijn entourage, de catering … Kortom, alles wat errond hangt.

Je werkte samen met een karrenvracht beroemdheden. Ik neem je de biecht af.
Ik heb respect voor alle artiesten die op mijn platen meegespeeld hebben. Op Night Lights hebben we Jerry Harrison van Talking Heads en Billy Joel. Phil Collins en Mick Taylor van The Rolling Stones waren te gast op Just a Story From America. Zonder het duet met Bruce te vergeten op Selling the Gold. Op dat nummer zingt ook B.J. Scott mee, een fenomenale Brusselse zangeres van Amerikaanse origine. Of Ernie Brooks van The Modern Lovers die me geregeld tijdens concerten komt ondersteunen.
David Johansen van The New York Dolls is gastvocalist op mijn live-cd Montreux ’84. Vroeger speelde ik het voorprogramma van deze excentrieke New Yorkse punkband.
Toch een extra compliment voor Mick Taylor, want dit was een onvergetelijke ervaring.

Vertel iets over Paul Rothchild, de wereldbefaamde producer van The Doors.
Hij verzorgde de opnames voor mijn tweede lp Lost Generation in diezelfde Elektra studio. Hij vertelde me heel wat over Jim Morrison. Deze leefde in het L.A. Cienega Motel in de kamer boven de parkingdoorgang. Zonder telefoon, stel je voor.

Is het gemakkelijk om als artiest te leven?
Neen, het is niet makkelijk. De condities zijn moeilijk.

Denk je er soms aan om met pensioen te gaan?
Ik heb de pensioengerechtigde leeftijd maar denk er niet aan om te stoppen. Ik kan alleen maar beter worden. Moest het te herdoen zijn, zou ik juist hetzelfde doen. Je kan je natuur niet veranderen.

Heb je suggesties voor jonge muzikanten?
Simpel: concentreer je op je muziek, het publiek en vermijd drugs.

Wat denk je over België als Amerikaan die in Parijs woont?
Certainly I do love Belgium. Het beschikt over een goed publiek met een open geest. Er zijn zeer goede muzikanten. Ik heb er al enkele genoemd maar ik denk ook aan Jacques Brel, Arno en Stromae. Jullie hebben een uitstekende muzikale cultuur.

Elliott Murphy bedankt me uitvoerig. Hij kijkt ernaar uit om opnieuw in Gistel te concerteren. Hij vindt het indrukwekkend dat de grote Marvin Gaye er gewoond heeft. Murphy speelde tijdens zijn vorige passage Sexual Healing, nota bene op Valentijnsdag. Dit was de enige maal dat hij een nummer van Marvin Gaye coverde.

Voilà, nu haast ik me naar het perron om de TGV richting Parijs te halen. Mister Murphy stond erop dat ik de drukproef persoonlijk bracht.

Elliott Murphy speelt op zaterdag 25 oktober 2014 in cc Zomerloos Gistel. Toegang € 17

Pagina 38 van 40