logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Afghan Whigs
garbage_olt_riv...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

dinsdag 03 maart 2009 18:57

Springlevende AC/DC na al die jaren!

Het mogen dan al rockers op leeftijd zijn, AC/DC is anno 2009 springlevend. Ze zijn op vandaag populairder dan ooit, ook al is hun sound in al die jaren geen zak veranderd. Bij vele bands is verandering een zegen, bij AC/DC zou het een regelrechte zonde zijn. Hun handelsmerk is keiharde rock’n’roll die schittert in al zijn eenvoud en die zich vertaalt in onsterfelijke hard-rock songs. Natuurlijk is een AC/DC concert voorspelbaar, so what, ons hoorde u vanavond zeker niet klagen, samen met die 18.000 andere fans aanwezig in de zaal. Zij kregen wat ze verwachtten: Harde rock’n’roll, decibels, power, snedige gitaarsolo’s en potige riffs. Alles nog even strak en fenomenaal als vroeger, we hadden ook niet minder verwacht.

Klokslag 21.00u werd de “rock’n’roll trein” op het spoor gezet met die verbluffende eerste single uit dat oerdegelijke laatste album ‘Black ICe’, twee uur later werd de aftocht geblazen met de oorverdovende kanonnen van “For those about to rock”. De show werd gedragen door de scherpe strot van Brian Johnson en, uiteraard, het schitterende gitaarspel en de truukjes van Angus Young die in “Let there be rock”, wat ons betreft nog steeds de ultieme AC/CD song, helemaal loos mocht gaan. De man speelde trouwens zoals steeds het hele concert uit met dezelfde gitaar (effectenpedalen zijn hem helemaal vreemd), gewoon vooruit met de geit. De vuile blues van het onmisbare “She’s got the jack” was alweer geweldig, heel eventjes dachten we hoe dit zou moeten geklonken hebben als Bon Scott nog onder ons zou geweest zijn, maar die Brian Johnson is toch ook een schatje. Natuurlijk waren de andere klassiekers ook van de partij, “Highway to hell”, “Whole lotta Rosie”, “Hells Bells”, “Back in black”, “Thunderstruck”, “Dirty deeds” ,heel de reutemeteut, met zijn allen werden ze er briljant doorgeramd. Een vijftal nieuwe songs werd er netjes tussenin geweven en deze moesten niet blozen tussen hun grote broertjes, ze klonken stevig, gebald en gingen er lekker in bij het uitzinnige publiek.
Natuurlijk hadden wij ook nog graag “High Voltage”, “Jailbreak”, “Riff raff”,  “Rocker”, “Rock’n’roll damnation”  of “Problem child “ gehoord, drie uur AC/DC was nog beter geweest, maar ja, een mens kan niet alles krijgen. Nooit content, zeker ? Maar hetgeen we kregen was verbluffend.

AC/DC is een band die zijn gelijke niet kent, oerdegelijke no-nonsens stampende rock’n’roll van een stelletje geroutineerde ouwe kwajongens die doen waar ze het best in zijn : rocken als de beesten. De clichés namen we er dan ook graag bij.

Organisatie: Live Nation

donderdag 19 februari 2009 01:00

It’s all good met Seasick Steve

Seasick Steve, een laatbloeier en bluesman in hart en nieren, geniet nu met volle teugen van het succes dat hem te beurt valt na zijn legendarische passage bij Jools Holland, zo’n kleine twee jaar geleden. De man maakt handig gebruik van de aloude idee dat de blues moet verkondigd worden door lui die met niks op zak het hele land hebben doorgereisd en daarbij een hoop ellende hebben meegemaakt. In Steve zijn geval is dat ook geen beetje overdreven, hij verliet het ouderlijke huis toen hij veertien was, trok de wilde wereld in en verdiende de kost met allerhande vuile jobs en met gitaar spelen. De titel van zijn laatste plaat luidt niet voor niks ‘Started out with nothing and still got most of it left’. Maar het geluk is aan zijn kant komen staan op zijn ouwe dag. Vroeger speelde hij voor twee man en een paardenkop, nu voor uitverkochte concertzalen. Het kan verkeren. Nochtans is zijn sound geen moer veranderd en speelt hij nog steeds op tot op de draad versleten gitaren. Gewoon geluk gehad. We gunnen het hem.

Naar de AB was ook nog een drummer mee afgezakt die de doorleefde blues en boogie van Steve voorzag van een stevige onderbouw. Seasick Steve begon al direct met vuurwerk in “Thunderbird”, prijsbeest van de laatste plaat, en zette zo de toon voor anderhalf uur potige blues, tot hij eindigde in een climax met de absolute kraker “Dog house boogie”, de motherfucker van een song waarmee de hele hype rond zijn persoon in gang werd gestoken. Wat daar tussenin zat was een aaneenschakeling van venijnige en primitieve roots- en bluessongs met een ziel en met de nodige brokken emotie. Seasick Steve ontpopte zich op het podium tot een ware entertainer die zijn publiek wist te vermaken met tragi-komische verhalen over zijn hond en zijn asshole van een vader.
De man is tevens voorzien van een doorleefde bluesstem en zijn sound leunt nog het dichtst aan bij John Lee Hooker, maar dan iets feller en meer verbeten. Steve’s gitaren (de ene was het inmiddels gekende vehikel met amper drie snaren, de ander een omgebouwde sigarenkist) mochten net iets meer huilen en janken. Met een prachtige lovesong “Walking man” wist Seasick Steve tevens de gevoelige snaar te beroeren, een bevallige jonge dame mocht zelfs even het podium op om vlak naast Steve te komen genieten van deze mooie song.

Anderhalf uur was het publiek, dat lang niet alleen uit bluesliefhebbers bestond, in de ban van deze rasperformer. Of hoe simpele, eerlijke en primitieve rootsmuziek zo een kracht kan uitstralen. Thank you, Steve.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 08 januari 2009 01:00

Doomsdayer’s holiday

Wie in de donkere spelonken van de underground graait zal daar de plaat ‘Doomsdayers holiday’ van Grails vinden. Een vreemd en onheilspellend maar beklijvend album met haast angstaanjagende klanken uit een onontgonnen wereld. Er wordt geen noot gezongen, de songs zijn fraaie lappen instrumentale hypnotiserende rock,  filmische stuiptrekkingen van doodverklaarde hippies, aanzwellende stukken postrock die een constant aanhoudende dreiging ademen.
Dit is de soundtrack van een nooit gemaakte film waarin het gevaar immer aanwezig is, waar hyena’s en giftige adders op de loer liggen, waar ieder moment een serial killer kan verschijnen, maar een plaat die ook ontroert en zalft. Ik weet niet wat u zich hierbij voor de geest haalt, maar u zal wel begrepen hebben dat het om een ongewone en evenmin toegankelijke plaat gaat. In onze oren klinkt ze echter wonderlijk (wij hebben dan ook geoefende oren).
U houdt van de duistere soundscapes van Barry Adamson ? En van de ingehouden dreiging van Brightblack Morning Light ? En van de donderwolken van Earth ? Dan is dit uw ding.
Vreemde en intrigerende plaat, te beluisteren in het pikkedonker.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

Dark shades of blue

Wie van Ben Harper houdt, maar net als ons vindt dat die de laatste tijd maar wat inspiratieloos aan het aanmodderen is, kan maar best zijn toevlucht nemen tot de platen van Xavier Rudd. Hij doet meermaals denken aan Harper, maar zijn laatste platen klinken authentieker, doorleefder en intenser dan hetgeen Harper de laatste jaren gebracht heeft.
Op deze ‘Dark shades of blue’ is de toonaard iets donkerder dan wat we van deze Australiër gewend zijn,  de titel deed het ook al een beetje vermoeden. Het is een plaat die soms doet  denken aan ‘Din of ecstacy’, de donkerste maar ook ruwste plaat van wijlen Chris Whitley. Toch is Xavier Rudd iets avontuurlijker en laveert hij zonder veel moeite van aardse blues en folk (het mooie ingenomen “Hope that you’ll stay” en het Dylanesque “Home”) over rootsy wereldmuziek (“Guku”) naar lekker ritmische reggae (“Secrets”) tot vlijmscherpe rock (“Up in flames”, “Dark shades of blue” en het fantastische “Uncle”).
Deze schijf mag dan al iets minder vrolijk en wat moeilijker verteerbaar zijn dan zijn vorig werk, ze snijdt wel dieper en blijft langer hangen. Die typische Rudd geluiden zijn ook niet verdwenen, de man zijn afkomst wordt nog steeds verraden door perfect ingewerkte didgeridoo-geluiden in “Edge of the moon” en “Up in flames”.
Xavier Rudd is vooralsnog de enige die een didgeridoo echt kan laten rocken, als u er zo nog kent mag u hen altijd even komen voorstellen.
‘Dark shades of blue’ is een uiterst aangename en boeiende plaat van een Australiër die dringend meer erkenning moet krijgen buiten zijn geboorteland.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

The chemistry of common life

Zullen we u hier even verblijden met een kanjer van een plaatje, een regelrechte djoef op uw bakkes, een harde trap in uw onderste regionen, een hardcore mokerslag, een smerige pot razernij ? Dat doen we, met ‘The chemistry of common life’ van het geweldige Canadese Fucked Up. Of hoe een groepsnaam niet beter kan gekozen zijn. Dit venijnige album raast door een betonnen muur, is gloeiend heet en vernielt alles wat het op zijn weg tegenkomt.
Fucked Up komt uit de hardcore scene, Black Flag is een groot voorbeeld maar men heeft ook selectief de mosterd gehaald bij Sonic Youth en Husker Du.
De band onderscheidt zich van de hardcore wereld door dingen die in het genre normaal taboe zijn op een fantastische manier in hun sound te verwerken, zoals synthesizers, blazers en zelfs een fluit (in opener “Son of the father”). De songs zijn doorgaans ook een stuk langer en heel zeker creatiever dan de modale hardcore song en er schuilt een gezonde melodie onder de agressie.
“Days of last” en “Crooked head” zijn allesverslindende fenomenale lappen punkrock die een beklemmende razernij in zich dragen. “Royal Swan” heeft iets van een op hol geslagen Alice Cooper en “No epiphany” is een rauwe brok modderige punk die flirt met een shoegazer sound. Instrumentals als “Looking for God” en “Golden Seal” zijn aangename rustpunten die voor de nodige variatie zorgen op dit stomend en brandend schijfje.
De plaat eindigt met het machtige titelnummer, een vernietigend statement van een keiharde band die een magistrale kopstoot heeft uitgedeeld en voorgoed zijn stempel heeft gedrukt op de kaart van de rauwe en gemene rock. Een dijk van een plaat.

 

dinsdag 06 januari 2009 01:00

Ron Asheton van The Stooges overleden

De eerste rockdode van het jaar is een feit
Het is gedaan met The Stooges. Gitarist Ron Asheton zijn hart heeft het deze morgen begeven. Herinner u de fantastische Stooges concerten in Lokeren en Werchter Classic en u weet wat de wereld zal missen. Wij treuren.

Voor een avondje pure fun moet je bij Gogol Bordello zijn. Zelf noemen ze hun muziek Gypsy Punk, wij zouden het niet beter  kunnen omschrijven. Onze pogingen: Kozakkenrock? Pogues Go Balkan ? Ramones in Kazachstan?
Feit is, we hebben hier een stomend en kolkend stoofpotje fun gekregen. Opgehitste accordeon, ontsnapte violen, zatte gitaren en een zanger met een uiterst sympathiek Kozakken-accent. Gewoon heerlijk, wie hierbij blijft stilstaan is nog een grotere droogkloot dan Yves Leterme.

Vanaf de eerste seconden zat de vlam erin en stond Le Splendid, overigens een fantastisch zaaltje, op zijn kop. Die Fransen waren goed gek, en dan zeker wanneer de Bordellos zich waagden aan “Mala Vida” van de Franse nationale trots Mano Negra.
Gogol Bordello bracht een kleine twee uurtjes pure energie, geschifte folk-punk die gebeten is van een gedrogeerde Kazachse tsé-tsé vlieg die aan de wodka heeft gezeten. Hun platen klinken al lekker prettig gestoord (onze aanraders: ‘Underdog World strike’ en ‘Super Taranta’, aanschaffen die handel), maar op een podium maakte Gogol Bordello er echt een bruisende cocktail van, heet, swingend als de pest en uitpuilend van een overdosis gezonde energie. Bij momenten stond het podium ook goed vol, een paar bevallige lustige dames waren meegereisd om het geheel nog wat op te vrolijken en af en toe kwamen ook een stel blazers de boel nog een beetje ophitsen. Wat een vrolijke bende ! En ,o ja, zelfs een verhakkelde emmer maakte deel uit van het feest. 

Gogol Bordello speelde aan een razend tempo met een overtuiging van een bende overenthousiaste circusartiesten en met een nooit geziene speelvreugde. Dit was met name een pot fijne compromisloze herrie met het hart en de ballen op de juiste plaats. Meer van dat!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

dinsdag 16 december 2008 01:00

The Black Angels: Sluipend gif

Een dik jaar geleden hebben de Black Angels ons ook al eens omvergeblazen, toen nog als voorprogramma van The Black Keys, in Gent. Nu mochten ze dit voor een goed gevulde Botanique nog eens overdoen, inmiddels met de nieuwe plaat ‘Directions to see a ghost’ op zak, een weliswaar goed album maar eentje die toch wel wat variatie mist waardoor hun debuutalbum ‘Passover’ nog steeds hun meest indrukwekkende plaat tot op heden is.

Vooraf vreesden wij dan ook een beetje dat Black Angels in hun live set iets te weinig variatie voor de dag zouden leggen, maar hier hadden we gelukkig verkeerd gedacht. Wat op plaat ietwat naar eentonigheid neigt, vertaalde zich op het podium naar een donkere bezwerende imposante sound die perfect paste in het kader van deze geknipte concertzaal. De bandleden hielden zelf bovendien de spanning en de variatie erin door om de haverklap met elkaar van instrument te wisselen. De songs klonken als sluipende gifslangen die dreigend en sissend dichterbij kwamen en zich weer terugtrokken om dan met een venijnige beet nog een keer genadeloos toe te slaan. De ietwat schuchtere zanger Alex Maas haalde bijwijlen fel uit en refereerde met enkele Jim Morrison uitspattingen meermaals naar The Doors. Had Jim Morrisson destijds zijn duivels ontbonden met de Velvet Underground in plaats van The Doors achter zijn rug, dan had dit een beetje als deze Black Angels geklonken. Ook bands als The Warlocks, Pink Mountaintops, Brightblack Morning Light en Woven Hand kwamen ons voor de geest, zo dat sfeertje.
De set duurde een klein anderhalf uur en greep ons toch de hele tijd naar de keel. Hoogtepunten: “Science killer” met een diepe dreigende bass en “You in color” van de nieuwe plaat, ”Young men dead” en “The First Vietnamese war” uit het onovertroffen debuutalbum ‘Passover’. De dreiging en spanning bleven het hele optreden behouden, de psychedelica en de obscure sixties sound verstrengelden zich mooi met de duistere en bezwerende eighties galmen. Zo hebben deze Black Angels een nieuw eigen geluid gecreëerd maar hiermee sluipt ook meteen het gevaar binnen om in deze sound te blijven rondhangen. We blijven The Black Angels hoog in het vaandel dragen, maar het spook van de gewenning ligt op de loer, waarmee we willen zeggen dat ze in de toekomst hun muzikale horizonten toch wat zullen moeten verbreden willen ze een band van betekenis blijven. Doch, laat dit duidelijk zijn, de passage in de Brusselse Botanique was meer dan geslaagd.

Opwarmers van de avond, de Brusselse rockers Driving Dead Girls waren hier volledig miscast. Een zanger die zich van wat Jon Spencer jatwerk bediende en een groep die weliswaar hard en strak speelde, maar die ook geen enkel cliché omzeilde en die helaas niet één onvergetelijke song heeft. Op zijn best konden we hier het woord “verdienstelijk” bovenhalen, maar dan zijn we al heel mild geweest.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 102 van 113