logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 19 januari 2012 01:00

Crawl Home

Geen idee of het de bedoeling geweest is maar “Black hole”, de openingssong van ‘Crawl home’, doet ons sterk denken aan Girls Against Boys. En dit is een compliment, want  het inmiddels al lang ter ziele gegane GvsB is één van de meest onderschatte bands van dit heelal.
En we blijven in vuile spelonken, want In “Turn” komt er zelfs een scheut Jesus Lizard tevoorschijn en in “Comfortably Numb” (heeft verder overigens niets met Pink Floyd te maken) is Henry Rollins aardig aanwezig.
Om maar te zeggen, die van Influenz weten hun voorbeelden te vinden in de betere oorden, daar waar de riffs log en zwaar mogen klinken, de bassen gortig en de vocals dreigend, wat resulteert in dit vettig en stevig EP’tje.
http://www.facebook.com/influenz.band

James C. Heat alias Reverend Horton Heat had het idee opgevat om in chronologische volgorde van elk van zijn platen een song te spelen, zo doorliep hij zijn carrière tot op heden in elf song.

Niet zo een slecht idee trouwens, zo zat de vlam er van bij het begin in met een hitsig “Psychobilly freakout” waarbij de poppen in de frontzone al meteen aan het dansen gingen om voor de rest van de set niet meer te stoppen. Er volgden vlijmscherpe versies van “400 bucks”, “Jimbo song” en “Galaxie 500”. The Reverend hemzelve speelde alweer een magnifiek en stomend potje gitaar en de rock’n’ roll stroomde met beken door de Trix.
Nadat album nr 11 ‘Laughin’ and cryin’ with RHH’ (laatste wapenfeit tot op heden) aan de beurt was geweest kreeg het publiek inspraak en werd het zowaar een verzoekprogramma met ondermeer geweldige versies van “Wiggle stick” en de fijne instrumentale surfsong “Big sky”.
Heat zorgde dan weer zelf voor een wervelend einde met een vlammend “Big red rocket of love”, een hitsig “Death metal guys” en een paar rake covers zoals een stomend “Folsom Prison” van Johnny Cash, zowat de favoriet van het voltallige publiek, en Motorheads anthem “Ace of Spades”, voor de gelegenheid gezongen door een opgehitste roadie.

The Reverend Horton Heat blijkt toch met voorsprong één van de betere acts te zijn in het genre. Waar anderen (zoals bvb het voorprogramma Phantom Rockers) blijven steken in de beperkingen van het psychobilly genre (beetje punk, een scheutje rockabilly en veel lawaai) is The Reverend iemand die meerdere horizonten opzoekt en de songs laat ademen en uitwijken naar country, blues en fifties. En wat James Heat vooral onderscheidt van het peloton is zijn sublieme gitaarspel, Brian Setzer achterna zeg maar.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Drunkbelly)

Vanavond hebben we onze post rock tour 2011 vervolmaakt. Waarmee we willen zeggen dat we de drie groten van het genre in één jaartje hebben gezien. Begin dit jaar Godspeed You Black Emperor en in maart Mogwai. Met Explosions In The Sky was ons lijstje dus volledig.
De fijne concertzaal van de Kreun was tot de nok volgelopen voor deze post rockers. De dag voordien hadden ze reeds in Hasselt aangetreden en eerder op het jaar was de AB ook al eens volledig uitverkocht. Er is dus duidelijk wel een publiek voor dit soort aangrijpende en meeslepende rock. Veel zal ook te maken hebben met de alweer uitmuntende nieuwe plaat ‘Take care, take care, take care’ die hier vanavond met kracht, gevoel en finesse werd voorgesteld tussen het al even sterke oudere materiaal.

Explosions In The Sky is een groep van weinig woorden, in hun songs wordt geen letter gezongen, maar ook tussenin de songs richtten ze géén enkel woord tot het publiek. De muziek moest dan maar voor zichzelf spreken, en deed dit ook. Het was een lange trip met verstilde momenten, gloeiende uitbarstingen en openbarstende gitaren.
De bandleden gingen zelf nogal op in hun muziek, aan hun mimiek te zien kon je stellen dat ze zich volledig lieten meedrijven in de indrukwekkende soundtrip die ze op het podium wisten neer te zetten. En ook wij gingen gewillig mee, wij surften als het ware op de golven die soms heel lichtjes om ons heen walsten om ons daarna via een geweldige storm brutaal over kop te doen gaan.
De hoofdrol leek duidelijk weggelegd voor het bezwerende samenspel tussen drie gitaren. Geen strijkers dus en een minimum aan elektronica, daarin onderscheidde Explosions In The Sky zich van die andere twee post rock grootheden. Minder avontuurlijk dan Godspeed en niet zo almachtig als Mogwai, maar even innemend en begeesterend.

Weinig adempauzes werden ons gegund, de ene song was nog niet volledig beëindigd toen een ander blik alweer werd opengetrokken. Daardoor werd het één lange adembenemende trip van anderhalf uur. Na de slotnoot kwam er geen bis meer, en dat was ook niet nodig, Explosions In The Sky hadden hun punt gemaakt.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Stephen Malkmus mag dan al het boegbeeld geweest zijn van de fantastische en invloedrijke indie band Pavement, het zou de fans toch ook niet mogen ontgaan zijn dat hij inmiddels al 5 soloplaten gemaakt heeft die qua klasse niet moeten onderdoen voor het grensverleggende werk van zijn voormalige band. Toch spreekt de naam Pavement blijkbaar veel meer tot de verbeelding dan Stephen Malkmus. Het Pavement reünie optreden van een klein jaar geleden in de AB was op slag uitverkocht terwijl vanavond de zaal Trix amper voor de helft was volgelopen.

Nochtans is het nieuwe album ‘Mirror Traffic’ alweer een bescheiden pareltje. Voor insiders althans, de rest heeft -zo vermoeden wij- de moeite nog niet gedaan om het fijne plaatje een kans te geven, getuige de magere opkomst.
The Jicks hadden er weinig erg in. In een sobere basisopstelling en zonder enige vorm van scrupules (een geposeerde rock’n’roll attitude of uitgedokterd imago zijn zeker niet aan Malkmus besteed) speelden ze met overtuiging een resem sprankelende songs. Spontaniteit en af en toe spitse humor kenmerkten het optreden. En niet te vergeten natuurlijk, een hoop frisse en bruisende songs.
Op een ogenschijnlijk slordige, maar spitse en efficiënte manier speelde Malkmus gitaar. Zijn stijl deed ons meermaals denken aan die van Tom Verlaine, een nummer als “Real Emotional Trash” beschouwen wij als Malkmus’ eigenste “Marquee Moon”. Die schitterende song (goed voor 10 minuten genieten van muzikale hoogstandjes) spaarde hij als apotheose op tot aan het einde van de set nadat hij ons al meermaals had laten smullen van zijn speelse maar vernuftige gitaarstijl.
Het was duidelijk dat Malkmus een vette streep getrokken heeft onder Pavement, elke song of verwijzing naar zijn voormalige band werd gemeden. Centraal stond de nieuwe plaat ‘Mirror Traffic’ waaruit maar liefst 11 songs gespeeld werden, met als uitschieters een gedreven “Senator”, een prachtig “Brain Gallop” (met heerlijke sologitaar) en fijne popsongs als “Tigers” en “Stick figures in love” , die allebei gebouwd zijn op lekker rollende rifs.
Bij momenten stonden Stephen Malkmus & The Jicks ook hevig en driftig te musiceren, zoals in “Tune grief”, de felle punksong die werd opgedragen aan The Kids (de enige echte Belgisch punkband die er toe doet) en in de bisronde met een puntig “Baby C’mon”.

Malkmus kon ons ten zeerste overtuigen zonder één noot Pavement. Daarom moet u, als u er niet bij was, dringend eens ‘Mirror Traffic’ een flinke luisterbeurt geven. Gegarandeerd bent u de volgende keer wel van de partij en speelt Malkmus ten minste voor een volle zaal, en dat verdient hij.

Organisatie: Trix, Antwerpen

zaterdag 12 november 2011 01:00

My Morning Jacket - Fenomenale marathonset

Een mens zou gedacht hebben dat optredens van twee en een half uur niet meer van deze tijd zijn, maar dat is buiten My Morning Jacket gerekend. De band heeft met ’Circuital’ alweer een dijk van een plaat afgeleverd die ze uitgebreid kwamen voorstellen in de Trix.

Het was een geweldige belevenis, My Morning Jacket wisselde pure schoonheid (met een hoofdrol voor Jim James’ stem) af met elektrisch geweld waarin de band ongeremd loos kon gaan.
Het eerste half uur was wild en gretig, na de twee knappe openers van de nieuwe plaat (“Victory dance” en “Circuital”) was de band al volledig op kruissnelheid en overdonderden ze de Trix met hevig gitaargeweld in wel zeer potige versie van onder andere “Off the record”, “I’m amazed” en “At dawn”. Pas daarna ging de storm wat luwen en kwam Jim James voor eerste keer zijn hemelse stem showen in het wondermooie nieuwe “Wonderful the way I feel”, ook het oudje “Heartbreakin Man” zorgde voor kippenvel en het nagelnieuwe “Slow slow tune” was een vocaal pareltje. In dergelijke songs hoorde je duidelijk waar de neo folkies van Fleet Foxes de mosterd vandaan hebben, maar eenmaal bij Morning Jacket het gaspedaal terug werd ingedrukt, namen ze meteen kilometers voorsprong daar waar die van Fleet Foxes steeds verder zouden blijven neuzelen.
Een lang uitgesponnen “Steam Engine” bracht ons helemaal terug naar de seventies, de song moet zo een kwartier geduurd hebben zonder ook maar een seconde te vervelen. Zo te horen hebben de heren van My Morning Jacket flink wat platen van Neil Young & Crazy Horse, Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers in huis. Maar overschakelen van pure seventies naar onvervalste hedendaagse rock met een portie elektronica was geen probleem, getuige de daaropvolgende uitmuntende vertolking van die verduiveld sterke single “Holdin’ on to black metal”, zonder meer één van de hoogtepunten van de avond.
Het dromerige en ronduit schitterende “Movin’ away” en de wonderlijke epische rocker “Magheetah” vormden het gedroomde slot, maar de band had er zoveel zin in dat ze er nog een wervelende en goed gevulde bisronde aan breidden met ondermeer kleppers als “Wordless Chorus” en als grote finale een openbarstend “One big holiday”. Fenomenaal.

Voor wie net als ons het live album ‘Okonokos’ uit 2006 een fantastische beleving vindt, was het een avond om echt van te smullen, My Morning Jacket presteerde het om diezelfde sfeer, pracht en intensiteit aan de dag te leggen. Zowaar een glansprestatie.
Vijfsterrenoptreden !

Organisatie: Trix, Antwerpen

zaterdag 05 november 2011 01:00

Alice Cooper - Ouwe horrorrocker kan het nog

Ouwe rot Alice Cooper staat nog steeds garant voor rock entertainment van de bovenste plank. Een perfecte balans tussen de gekende horror showelementen en stevige no nonsens hardrock.

Natuurlijk was het allemaal een beetje kitscherig, cliché en héél Amerikaans, maar dat deerde ons niet want de show stond het rockgehalte nooit in de weg. De stevige rocksongs klonken nergens gedateerd en waren nog even potent als in the good old days. Alice Cooper heeft trouwens met ‘Welcome 2 my nightmare’ een niet onaardige nieuwe cd uit maar die werd met uitzondering van de pittige rocker “I’ll bite your face off” volledig over het hoofd gezien. De setlist bestond voornamelijk uit quasi alle klassiekers, tot grote vreugde van de fans. Al vroeg in de set kregen we achtereenvolgens “I’m eighteen”, “Under my wheels”, “Billion Dollar babies” en “No more Mr Nice Guy” ! Dit kon wel tellen, Cooper leek even vitaal als vroeger en zijn verdomd heerlijk denderende band (met maar liefst drie gitaristen!) bracht de vette songs met de nodige power waardoor ze immer fris klonken. Een absoluut hoogtepunt was een lang uitgesponnen “Halo of flies” met solomomenten voor zowat alle bandleden, een heerlijk staaltje hardrock.
Er zat trouwens flink wat vaart en tempo in het ganse optreden, Alice Cooper waagde zich maar aan welgeteld één ballad, het fraaie “Only Woman Bleed” waarin hij innig aan het dansen ging met een nogal morbide lappenpop om ze vervolgens genadeloos af te troeven en hardhandig tegen de grond te smakken. Nadat een reuzenhoge Frankenstein de show was komen stelen en  Alice Cooper ook nog eens vakkundig werd onthoofd, kwam de grote finale eraan met een schitterend “School’s out” waarin heel passend een flard “Another brick in the wall” was verwerkt. Als ultieme genadestoot mocht een formidabel “Elected” er een joekel van een punt achter zetten.

Het concert beantwoordde aan al onze verwachtingen : Solide en uitstekende harde rockmuziek gespeeld door schitterende muzikanten, en een hoog show- en entertainmentgehalte met in de hoofdrol een prettig gestoorde halve zot die perfect wist zijn publiek te bespelen. Echt van genoten.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille


vrijdag 04 november 2011 01:00

Patti Smith - Gesmaakte akoestische set

Na een geslaagde doortocht op Sinner’s day in Hasselt trekt Patti Smith met haar band door Frankrijk voor een kleine akoestische tournee. Jawel, akoestisch, wat wil zeggen dat de volledige band (inclusief oudgediende gitarist Lenny Kaye) present is, maar dat de stekker niet wordt ingeplugd. En dat heeft zo zijn gevolgen, ook akoestisch weet Patti Smith moeiteloos te overtuigen, maar toch hadden wij de ganse set door de drang om uit onze stoel te veren en de stekker in het contact te gaan steken.

Patti Smith is niet bepaald de mooiste dame van de planeet, je kan gerust stellen dat ze het sex appeal heeft van een blinde mol, maar het mens heeft een huizenhoog charisma waardoor het publiek uit haar hand eet. Uiterlijk en imago zijn voor Patti Smith nooit belangrijk geweest, het is nog steeds de meest respectvolle voddenmadam die we ons kunnen voorstellen.
De kracht en intensiteit van haar stem zijn er hoegenaamd niet op achteruitgegaan. Integendeel, in deze intieme akoestische sfeer  van het Théâtre Sébastopol, een locatie die nostalgie ademt, was die stem het belangrijkste en meest intrigerende instrument van de avond. In combinatie met een pak onsterfelijke songs als “Pissing in a River”, “Ghost dance” en “Redondo beach” zorgde dit voor adembenemende momenten.
Toch bespeurden wij enkele mindere passages, zo werd de klassieker “Because the night” een beetje zielloos op automatische piloot afgehaspeld. Patti Smith was ook gans het optreden een beetje te goedgeluimd naar onze mening, ze bleek nogal overdreven dankbaar voor het wel zeer enthousiaste en weinig kritische Franse publiek.
Wij hadden ze liever een beetje kwader gezien, zoals in haar beginjaren toen ze niet voor niets in één adem werd genoemd met de belangrijke punkiconen van de jaren zeventig. Net die kwade punk spirit misten we een beetje vanavond, hoewel er op het einde van de set een glimp van tevoorschijn kwam in intense vertolkingen van “Gloria” en “Rock’n’rol nigger”, meteen ook de hoogtepunten van de avond.

Maar goed, het concert was zonder meer overtuigend en was volledig gebouwd op klasse, emotie en beresterke songs. Maar de volgende keer toch graag weer elektrisch, Patti.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

donderdag 27 oktober 2011 02:00

The Joy Formidable - snedig en scherp

Die fameuze debuutplaat ‘The Big Roar’ heeft nu toch al een jaartje een bevoorrechte positie op onze i-pod, we blijven het ding heropzoeken en kunnen er maar niet genoeg van krijgen. We moesten er dus wel bij zijn in de Bota. In maart overtuigde The Joy Formidable nog in de Rotonde zaal (een recensie van JM, onze man ter plaatse en de opper-guru van de alternatieve muziek, vindt u terug op deze site). Nu mochten ze aantreden in de Orangerie en alweer overweldigden ze ons met een ronduit indrukwekkend concert.

De snoezige en immer lieflijke jongedame Ritzy Bryan mag dan al een uiterst knuffelbaar exemplaar lijken, éénmaal ze haar gitaar omgordt komt er een kwade dame tevoorschijn die al haar energie en woede er uitspuwt. De indrukwekkende sound van The Joy Formidable neigt naar een soort van opwindende shoegaze (Raveonettes en My Bloody Valentine zijn altijd in de buurt) waarbij de melodie en noise perfect met elkaar in evenwicht blijven. En dat zorgde meteen voor gensters in “A heavy abacus” en in de vlammende uppercut “The magnifying glass’. En we moesten echt niet lang wachten op het geniale “Austere”, die heerlijke eerste single die hier voorzien werd van een heel ingetogen middenstuk waarbij de zaal muisstil werd, om dan terug volop te ontploffen. Ook een stomend “Buoy” en een fraai “The greatest light is the greatest shade” hielden de zaal flink in hun greep.
De ultieme Joy Formidable song tot op heden en een onvermijdelijke klassieker, is het ongelooflijke “Whirring”. Die moordsong pakte de Bota bij het nekvel en mondde uit in een regelrechte apotheose waar die van Sonic Youth stikjaloers mogen op zijn. Hiermee was The Joy Formidable al aan het eind van de reguliere set toe, maar de bisnummers zouden nog een smakelijk toetje brengen. Op verzoek van de meest bedrijvige fan in de zaal speelde de band het fijne “I don’t want to see you like this”, waarop de jongeman spontaan het podium op klauterde om er onmiddellijk terug met het nodige risico af te diven. Een eerder onzachte landing belette hem niet om de rest van het concert uitbundig verder te staan springen, de kus van een attente Ritzy Bryan helemaal op het eind van het concert had hij dan ook meer dan verdiend.
Afsluiter “The everchanging spectrum of a lie” (de titel is misschien een beetje arty-farty, de song is een meeslepende killer) was er ook eentje om in te lijsten, de prachtsong (die nota bene dat sterke album ‘The Big Roar’ opent) evolueerde naar een explosieve uitspatting van overstuurde gitaren en een muur van distortion. Meteen het decibelrijke einde van een geweldig concertje.

Ritzy Bryan kondigde tussendoor aan dat de band aan een nieuw album bezig is. Een ernstige uitdaging is het om daarmee het torenhoge niveau van ‘The Big Roar’ te evenaren. Na hetgeen we vanavond mochten meemaken, hebben we er alle vertrouwen in.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

vrijdag 21 oktober 2011 02:00

Band Of Skulls - Strak, bluesy en vettig

Het nieuwe album van Band Of Skulls zit er aan te komen en voortgaande op hun meer dan geslaagde doortocht in de Botanique belooft het een voltreffer te worden.
Hun huidige reeks concertjes dienen we immers als een soort ‘try-out’ te zien voor het nieuwe materiaal dat zal uitgebracht worden begin volgend jaar, met daaropvolgend een nieuwe tournee ondermeer in het voorprogramma van The Black Keys. En we mogen in ons handjes wrijven, want ze zouden ons landje niet links laten liggen.

Band Of Skulls openen hun set al meteen met enkele nieuwe kleppers als “Sweet sour” en “Got it going on” en we merken dat de spirit van hun debuutplaat onaangeroerd is gebleven, rauwe indie bluesy rock met snedig en spetterend gitaarwerk verpakt in zweterige rocksongs. Ook de moddervette nieuwe single “The devil takes care of his own” kan als rake adrenalinestoot wel tellen.
Het is ons meteen duidelijk dat de nieuwe plaat gaat vlammen. Het trio weet hun invloeden (Black Keys, White Stripes, Blood Red Shoes, Led Zeppelin) goed te verwerken, Russel Marsden laat zijn gitaar flink schreeuwen, kraken en barsten, doch hij gaat nooit over de rooie. Hij soleert bij momenten bedrijvig door, maar minutenlange instrumentale intermezzo’s zijn niet aan Band Of Skulls besteed, de sound is steeds hitsig en altijd ‘to the point’ en de songs staan fier op hun poten.
Natuurlijk komen er ook een handvol geweldige songs uit ‘Baby Darling Doll Face Honey’ de boel opvrolijken, want laten we niet vergeten dat het debuutalbum, dat inmiddels alweer dateert van 2009, een ferme kopstoot van een plaat was.
“Light of the morning”, “Patterns” en “Death by diamons and pearls” razen over de Botanique en publiekslieveling “I know what I am” is uiteraard een hoogtepunt.
In de bissen gaat het er nog een stuk steviger aan toe, “Hollywood bowl” ontpopt zich als een ijzersterke song en vooral “Impossible” bezorgt ons het nodige kippenvel.
Russell Marsden mag dan al de belangrijkste pion zijn in deze groep, zijn kompane Emma Richardson op bass, en geregeld ook op vocals, is een bijzondere meerwaarde voor het geluid van de band. Het geheel doet dankzij haar inbreng een beetje denken aan Blood Red Shoes, The Kills en The White Stripes, allemaal bands waar de combinatie man/vrouw resulteert in een buitengewone chemische reactie. Het strakke drumwerk van Matt Hayward doet de rest en zorgt voor een hechte en compacte totaalsound.
Vooral een lekker vettige sound, zeg maar, beetje retro, maar toch steeds met beide voeten in het heden.

Beetje voorbarig misschien, maar mogen wij nu al een warme oproep doen naar de concertorganisatoren voor de volgende festivalzomer. Zet dit opwindend bandje op de affiche, het zal u niet beklagen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 13 oktober 2011 02:00

Punk & poetry

De derde plaat al van deze knapen die wel eens kwaad kunnen worden, getuige de pisnijdige punksong “We are fucking angry”, een agressieve sneer naar het Britse establishment.
The King Blues hun muziek komt voort uit een welgesmaakte mélange van The Clash, Public Enemy, The Specials, Jamie T. en The Streets. De betere punk vermengd met snedige ska en kwade hiphop, een geslaagde cocktail zo blijkt. Laat u dus niet in de war brengen door de groepsnaam want de blues is één van de weinige stijlen die we hier niet op terug vinden.

Frontman Jonny ‘Itch’ Fox heeft een boodschap voor de wereld en spuwt of rapt die eruit, zijn lyrics zijn nogal politiek en kritisch getint en de vertelstijl (beetje à la Jamie T. of Mike Skinner van The Streets) strookt goed met de agressiviteit en spontaniteit van de songs.
“The future’s not what it used tot be” is een heerlijk nummer die aanzet met een luchtige marriachi trompet op een reggae beat, maar die iets verder een fel stuk venijn wordt. Het spitse rockertje “I want you” doet wat aan Bloc Party denken en “Headbutt” is gewoon een ongelooflijke catchy motherfucker van een song, een hit als u het aan ons vraagt, helaas vraagt niemand het aan ons. “Does anybody care about us” en “Everything happens for a reason” zijn eerder radiovriendelijk, meer pop dan punk als je wil, maar nergens banaal.

Ook al is niet alles even scherp en pittig, er zijn geen misstapjes te vinden op ‘Punk & poetry’ en de albumtitel lijkt ons geheel gerechtvaardigd. Waarmee we maar willen zeggen, fijn plaatje.

Pagina 79 van 112