Cactusfestival Brugge 2011: zondag 10 juli 2011 - Junip, Iron & Wine en Mogwai bezorgden Brugge de mooiste verjaardagsgeschenken
Toen we afgelopen zondagmiddag het Brugse Minnewaterpark betraden om ons op te maken voor de derde en afsluitende dag van het Cactusfestival merkten we op dat er al veel vroege vogels aanwezig waren en dan hadden we niet meteen onze gevederde vrienden in het vizier maar wel het aantal toeschouwers op die er op tijd bij waren om de eerste groep aan het werk te zien.
Intergalactic Lovers (***)
Verwonderlijk was de mooie opkomst op het vroege uur niet want met Intergalactic Lovers stond één van dé Belgische beloftes op het podium. Sinds hun op diverse rockconcours bijeengesprokkelde overwinningen en hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum ‘Greetings And Salutations’, gaat hun naam vlot over de tongen en dit is ook de programmatoren van clubs, concertzalen of festivals niet ontgaan. Het aantal evenementen waar Intergalactic Lovers niet present tekenen, is wellicht op één hand te tellen.
Ook in Brugge klonk de bij wijlen donkere, dromerige en sensuele indiepop en –rock mede door vooral de aan Leslie Feist en Chan Marshall (Cat Power) verwante vocalen van de in het oog springende frontvrouw Lara Chedraoui overtuigend. Het openingsnummer van hun debuut, « Shewolf », was meteen ook het startschot van hun set en Chedraoui leverde geruggensteund door Maarten Huygens (gitaar), Raf De Mey (basgitaar) en Brendan Corbey (drums), een mooie prestatie af. Onder meer de singles « Fade Away » en « Delay » werden gezwind gebracht en vooral bij laatstgenoemde was de aanleiding tot heupwiegen laagdrempelig van aard.
De toekomst van deze vanuit Aalst opererende groep oogt veelbelovend.
Junip (****)
José González, de in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Met behulp van een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij – mede door een Sony reclamefilmpje – harten over de hele wereld veroverd. Getuige vooral zijn totaal uitgeklede akoestische versie van « Hartbeats », oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.
Mede door zijn crescendo gaande solocarrière dienden de activiteiten van zijn oorspronkelijke groep Junip waarvan González samen met Tobias Winterkorn (keyboards) en Elias Araya (drums) deel uit maakte, enkele jaren op non-actief gezet te worden. Pas vijf jaar na het debuut, de EP ‘Black Refuge’, verscheen vorig jaar dan toch het prachtige fullalbum ‘Fields’.
Er zou zelfs een tournee aan gekoppeld worden maar het Europese luik ervan, inclusief het geplande concert in februari van dit jaar in De Kreun in Kortrijk, diende noodgedwongen geannuleerd te worden ingevolge oververmoeidheid bij González.
Maar intussen gaat het met hem al heel wat beter want we zagen González enkele maanden terug aangevuld door het ensemble ‘The Göteborg String Theory’, nog schitteren als afsluiter van het Domino festival in de Brusselse AB.
En meer zelfs, voor wat betreft Junip kreeg ons land een herkansing doordat zij deze zomer niet alleen op Les Ardentes zouden aantreden maar daags nadien ook op het Cactusfestival geprogrammeerd stond.
Op het podium bleek het trio uitgebreid te zijn tot een vijftal en waar González doorgaans concerteert in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar, bleek hij de nummers van Junip rechtopstaand uit te voeren en oogde hij zelfs erg opgewekt.
De extra inkleuring via percussie, synthesizer, moog, basgitaar en al dan niet elektronische drum gaf de nummers extra cachet. « Without You » klonk Oosters en bezwerend, « Far Away » was bijzonder ritmisch en « Always » voelde erg zomers aan en nodigde het publiek uit om languit en wegdromend in het park te gaan liggen. Waarop een deel van het publiek de daad bij de gedachte voegde. « In Every Direction » was dan weer een erg expressieve afsluiter met bepalende piano- en synthesizerklanken.
De groep speelde secuur en had duidelijk oog voor details, te rekenen vanaf iedere intro tot en met de bijhorende outro. Dit leidde tot een set die in alle betekenissen af was en Junip zorgde daarmee voor een eerste hoogtepunt van de nog prille dag.
Staff Benda Bilili (****)
Veel minder ingetogen maar des te uitbundiger en feestelijker ging het er na aan toe met het Congolese Staff Benda Bilili. De kern van deze formatie bestaat uit mindervalide muzikanten die ingevolge polio gedwongen zijn tot een bestaan in een rolstoel of zich dienen te behelpen van krukken. Omdat geen enkele andere groep hen wou, besloten ze samen te spelen en werden ze omringd door enkele jongelingen die het harde straatleven van Kinshasa probeerden te ontvluchten. Eén van hen is Roger Lunda die via het bespelen van de zogenaamde Satongé, een zelfgemaakt instrument louter bestaande uit een blik met daaraan verbonden een stukje hout en één gitaarsnaar, sterk bepalend is voor het geluid van de groep.
Mede door Vincent Kenis, gespecialiseerd in Congolese muziek, werd hen de mogelijkheid geboden een album, getiteld ‘Très Très Fort’ (2009), te maken in de zoo van Kinshasa en deze te laten verspreiden via Crammed Discs. De documentaire ‘Benda Bilili!’ die vorig jaar in de selectie van het Cannes filmfestival werd opgenomen, bezorgde hen een terechte en grotere bekendheid.
Vooraleer u als lezer denkt dat een concert van Staff Benda Bilili een meelijwekkende aanblik biedt, geven we meteen mee dat de groepsleden steevast het tegendeel bewijzen door met een brede glimlach en een ferme dosis expressie te musiceren aan de hand van - wegens geldgebrek - primitief ogende instrumenten. Dit alles werkt aldus zo aanstekelijk dat het hen na onder meer eerdere passages op enkele festivals wereldwijd, waaronder ook Couleur Café van vorig jaar, weinig moeite koste om ook Brugge te laten onderdompelen in de rijkelijke combinatie van Congolese rumba, blues, funk en reggae.
Joan As Police Woman (***)
Ook de Amerikaanse Joan Wasser kende haar portie ongeluk toen haar toenmalige vriend, zanger en liedjesschrijver Jeff Buckley, na een zwempartij in de Mississippi vroegtijdig het tijdige voor het eeuwige diende te verruilen.
Na dit verlies maakte ze onder meer deel uit van Antony and the Johnsons en begeleidde ze ook Rufus Wainwright maar ze vond stilaan haar eigen weg en is sinds enkele jaren een eigen carrière aan het uitbouwen onder de artiestenbenaming Joan As Police Woman. Na eerder ingetogen platen als ‘Real Life’ (2006) en ‘To Survive’ (2008) verscheen dit jaar het hoopvolle en opgewekte ‘The Deep Field’ (2011). Daarop kiest ze ook voor een meer uitgebreide instrumentatie en gaat ze tevens meer de blues- en soulsfeer opzoeken.
En dit vormde ook de rode draad doorheen haar concert in Brugge. Of moeten we zeggen ‘witte draad’ want het trio trad nagenoeg helemaal in het wit op.
« The Action Man » klonk nog wat aarzelend maar met « Magic », « Chemmie » en « Flash » werd dit helemaal weggewerkt. Wasser bespeelde deels gitaar deels keyboards en klonk erg zelfverzekerd. Er werd ook ruimte vrijgemaakt voor interactie met het publiek, getuige het feit dat toen een fan een bordje omhoog hield met daarop gepend - zinspelend op haar artiestennaam - de boodschap dat hij schuldig was en ze hem in de handboeien mocht slaan, repliceerde dat hij haar maar beter niet uitdaagde. Ondertussen knipoogde ze naar haar begeleiders van dienst, drummer Parker Kindred en toetsenist Rob Gentry.
De stemvervormer waarvan ze op geregelde tijdstippen gebruik maakte, had voor ons echter niet gehoeven. Gelukkig waren er ook nog sporen terug te vinden van de melancholie van weleer en als dit werd gecombineerd met een hoeveelheid zachte soul gaf dit mooie resultaten zoals bij « Kiss The Specifics » en « Save Me » (opgedragen aan alle vrouwen, en dit naar aanleiding van het feit dat Snoop Dogg op Les Ardentes – waar Joan As Police Woman ook had opgetreden – opmerkelijke vrouwen bij zich had).
Nadat ze heel wat mensen uit haar entourage en de platenfirma dankte, sloot ze haar set met een strak en stevig « I Say Yes » af.
Gentleman & The Evolution (**)
Veel minder overtuigend was het concert van Gentleman & The Evolution. Frontman Tilmann Otto uit Duitsland houdt vooral van reggae en dancehall en wil dit aan de gehele wereld kenbaar maken. Alleen was het jammer dat dit alles nogal klinisch en te gepolijst klonk om te bekoren en daarbij heel wat goedkope clichés en te gekende gadgets uit de kast werden gehaald die het verjaardagsfeestje van Cactus – het festival was aan zijn dertigste editie toe - geen extra glans verschaften. Vragen om met de handjes te zwaaien (had Regi Penxten daar geen eigendomsrecht op verworven?) en de oproep om het gebruik van marihuana te legaliseren, klonken iets te geprogrammeerd in de oren. Het gevolg was dat de door Otto geliefkoosde verruimende middelen hun doel voorbijschoten (of in casu –rookten) en dat behalve de eerste rijen het overgrote deel van het park verstoken bleef van de lust- of roesopwekkende effecten die de formatie hoopten te brengen.
Tilmann Otto kwam de plaat ‘Diversity’ voorstellen maar de diversiteit bleef uit. Ook de achtergrondzangeressen die met hun vocalen wat extra gelaagdheid aanbrachten konden de balans niet naar het positieve doen overhellen.
Iron And Wine (****)
Neen, dan kon het concert van Iron And Wine veel meer bekoren én verrassen. Want deze groep onder aanvoering van Samuel Beam, een Amerikaanse singer-songwriter, onderging de jongste jaren een opvallende gedaantewisseling. Zo is er sinds de plaat ‘The Shepherd’s Dog’ (2007) geen sprake meer van loutere lo-fi miniatuurtjes maar wordt gebruik gemaakt van een uitgebreider instrumentarium, een gegeven dat zich helemaal doorzette op de recentste plaat ‘Kiss Each Other Clean’ (2011).
Ook op het podium werd dit nog eens onderstreept en zelfs geaccentueerd doordat Beam met acht begeleidende muzikanten optrad. Dit bezorgde het songmateriaal een vollere en rijkelijkere klank. En dit pakte goed uit.
Een opvallende rol was er weggelegd voor de saxofoon of klarinet die bijvoorbeeld een mooie aanvulling vormde voor de twee achtergrondzangeressen tijdens « Summer In Savannah » of « House By The Sea » met samenwerking van enige drums en percussie een mooi ritme aanmat.
Andere hoogtepunten waren onder meer « Walking Far From Home », het rustige « My Lady’s House » en « Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) » waarbij volgend op een subtiele intro een lang uitgesponnen instrumentaal tussenstuk, voorzien van elektronica, stevige gitaarpartijen en bijhorende wah wah effecten, zich aanbood maar de groepsleden er toch in slaagden om uiteindelijk het nummer in alle rust een zachte buiklanding te laten maken.
De passage van Iron And Wine was er eentje voor de fijnproevers.
Arsenal (***1/2)
Als u weet dat onze Belgische Arsenal in april van dit jaar in een mum van tijd vijfmaal de Brusselse AB liet vollopen nog vooraleer de nieuwe plaat ‘Lokemo’ het daglicht zag, zal het u wel aannemelijk klinken dat de groep rondom het producersduo Hendrik Willemyns en John Roan weinig of geen introductie behoeft.
Wat kan gezegd worden voor Intergalactic Lovers geldt evenzeer voor Arsenal. Tenzij u deze zomer een wereldreis maakt of blijft opboksen tegen een onoverwinnelijke festivalvrees, is de kans dat u als muziekliefhebber de groep ergens op een podium mist, nagenoeg onbestaande.
En waarom zou u ze eigenlijk willen ontlopen? Hun mix van warme, exotische en opzwepende geluiden en ritmes leunen zich uitstekend om live te brengen. En wat de groep zondag op de planken tentoon spreidde, vormde hierop geen uitzondering. Er mocht gedanst worden en naar believen gebeurde dit ook massaal bij nummers als « Estupendo », « Personne Ne Bouge », « Lokemo », « Saudade » (opgedragen aan Mario Vitalino Dos Santos die zich in het publiek zou hebben bevonden) of de nieuwe klassieker in wording « Melvin ».
Ook bij « Mr. Doorman » (met een mooie elektronisch intro die donderslagen imiteerden) en « One Day At The Time » was het een hele opgave om stil te blijven staan.
In tussentijd was er ook ruimte voor wat rustigere passages in de vorm van « Pacific » en « High Venus » uit de nieuwste plaat en voor een stevige versie van « Longee » met puik gitaarwerk van Bruno Fevery.
Arsenal kwam, speelde maar overwon net niet helemaal. Net als bij de gelijknamige Engelse voetbalclub die jaar na jaar bij de aanvang van de competitie in de Premier League als gedoodverfd titelkandidaat naar voor wordt geschoven maar uiteindelijk de beker met de grote oren toch ziet ontglippen, was dit met ons muzikaal uithangbord niet anders. De groep leek ons iets te gretig om er een echt feest van te maken en draaide het geluidsvolume van de instrumenten aanvankelijk dermate open dat de mooie stem van Leonie Gysel hierdoor ongelukkig overspoeld werd en wat naar de achtergrond verdween.
Was dit erg? Neen. Zette dit een domper op de feestvreugde? Helemaal niet. Bovendien werd dit euvel na enkele nummers rechtgezet en vormde het slechts een detail in een voor de rest voortreffelijk concert waarbij deze keer geen beroep werd gedaan op enige gastzangers. Het was louter net niet voldoende om de vier sterren binnen te rijven. Maar ach, niemand die daar wakker van zal liggen.
Mogwai (****)
Met het in 1995 opgerichte Mogwai als absolute headliner naar voor te schuiven hadden de organisatoren van het Cactusfestival het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. De Schotten mogen weliswaar rekenen op een trouwe aanhang maar grote bekendheid genieten ze nog niet bij het doorsnee publiek. Bovendien brengen ze een instrumentale postrock (enkele uiterst spaarzame door vocoder gestuurde vocalen buiten beschouwing gelaten) die melodieus maar bovenal loeihard gespeeld wordt en die aldus geen hapklare brok vormt.
Bovendien hadden ze hun reputatie in Brugge wat tegen want hun vorige passage op het Cactusfestival in 2007 was geen onverdeeld succes. Als vervanger van The Explosions In The Sky hadden ze toen af te rekenen met enkele technische problemen en waren ze duidelijk geïrriteerd door het feit dat tijdens hun concert The Gotan Project hun decor reeds aan het opbouwen waren.
Van dit laatste hadden ze deze keer dus geen last en ook de setting beviel hen uitstekend (zo lieten ze duidelijk verstaan dat ze verheugd waren om in het Minnewaterpark te mogen vertoeven en aldus hun support voor Skunk Anansie op het voormalige industrieterrein van het Neapolis Festival in Napels de avond ervoor, naar de vergetelheid konden spelen).
Het publiek reageerde erg enthousiast en de gevreesde uittocht kwam er niet. Heel wat mensen lieten zich onderdompelen in de bij momenten sferische wereld van Mogwai. En wie er bij was, zal het beamen:
Mogwai was op dreef, leidde elk nummer geduldig naar een climax en leverde een glansprestatie af. Ook bewees het vijftal dat ze zichzelf met hun zevende, begin dit jaar uitgebrachte studioplaat ‘Hardcore Will Never Die, But You Will’ – hoe minutieus soms ook – blijven vernieuwen. Met recht en rede mogen ze dan ook nog steeds als vaandeldragers van de postrock beschouwd worden.
Samengevat vormden ons inziens op de afsluitende dag Junip, Iron And Wine en Mogwai de lekkerste kersen op de verjaardagstaart van het Cactusfestival editie 2011. Maar worstelt u met het antwoord op de zomervakantiepuzzel “Waar is dat feestje?” en dient een zevenletterwoord beginnende met een ‘A’ ingevuld te worden waarbij u als gouden tip meekrijgt: ‘bekende Londense voetbalclub spelend in rode uitrusting’, dan zouden wij u ten stelligste aanraden ‘Arsenal’ in te vullen. Gegarandeerd dat u in de prijzen valt.
Wie zich sowieso ook tot winnaar mochten kronen, zijn de mensen van het Cactus Muziekcentrum. Ondanks een grote concurrentie (datzelfde weekend vond ook Rock Zottegem en Werchter Classic plaats, alsook mocht er enkele dagen vooraf nog stevig in de portefeuille of portemonnee getast worden wou men ook de passage van Prince op het Gentse Sint-Pietersplein niet missen) blijven ze er in slagen om een mooie en opvallend gevarieerde affiche samen te stellen en mogen de ticketprijzen nog steeds als democratisch beschouwd te worden. Zeker als men voor ogen neemt dat er aan de bezoeker nog niks aangerekend wordt voor de gezellige sfeer en ontvangst, de kindvriendelijkheid en de prachtige locatie. Men moet het maar kunnen !
Organisatie: Cactus Club, Brugge