logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Epica - 18/01/2...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 09 oktober 2014 01:00

Strand Of Oaks - Potig en intiem

Met ‘Heal’ heeft Timothy Showalter, alias Strand Of Oaks, al één van de betere platen van dit jaar uitgebracht, een album waarop losjes overgeschakeld wordt van eighties pop naar felle rock.

Een tiental dagen geleden stond hij al in de Trix, nu kwam hij langs in de 4AD en was hij vol lof over dit sympathieke clubzaaltje.
Een enthousiaste, gedreven en bijzonder dankbare Showalter gaf meteen het beste van zichzelf en dropte al een eerste hoogtepunt heel vroeg in de set met een bevlogen “Heal”, een schitterende song die op plaat flink in de synthesizers is gemarineerd, maar die er op het podium als een bijzonder felle rocksong (met uitmuntende gitaarsolo) uitkwam.  In “Goshen ’97” ging Strand Of Oaks vlotjes op dat elan verder, de gitaarpartij van J. Mascis van op het album mistten we niet, Showalter wist daar vakkundig raad mee. We hadden algauw door dat we hier niet alleen met een talentrijk songschrijver maar ook met een voortreffelijke gitarist te maken hadden.
Het volgende en absolute hoogtepunt was “JM” , een briljante song met al even sublieme gitaren. Bij momenten kwam “JM” wel heel dicht in de buurt van Neil Young’s “Cortez The Killer”, maar dit zagen we als een onvoorwaardelijk pluspunt, als wij ergens Crazy Horse menen in te herkennen gaan onze oren immers altijd flapperen.
Na zoveel fraaie krachtpatserij stuurde Showalter zijn band even achter de coulissen om ons in vervoering te brengen met een trio songs waarin hij zich van zijn meest intieme kant liet bewonderen. Het was niet minder dan prachtig, “Woke up To The Light” bezorgde ons trouwens een pak meer kippenvel dan de albumversie, minder stroop, meer gevoel.
De knappe songs van Strand Of Oaks deden ons wel eens denken in de richting van Bob Dylan en Tom Petty, bijgevolg dus ook aan Showalter’s al even bevlogen generatiegenoten van the War On Drugs (een uiterst knap “Shut In” kon gemakkelijk door Adam Granduciel zijn geschreven). 

En tot slot nog dit, wij hebben het nooit gehad voor de opgezwollen pathos van Bruce Springsteen, maar wat Showalter helemaal in zijn eentje op het einde deed met The Boss zijn “Used Cars” was van een adembenemende schoonheid. “Used Cars” staat trouwens op ‘Nebraska’, niet toevallig de meest naakte plaat van Springsteen.

Op voorhand had het duo Scrappy Tapes de zaal op een alleraardigste manier opgewarmd met hun ranzige bluesrock in de trend van .. tja hoe kan het ook anders, The White Stripes, The Black Keys en de minder bekende maar even wonderlijke Soledad Brothers. Hoewel de invloeden niet weg te denken waren, overtuigde dit duo met een eigen smoel dankzij een set verbluffende songs en een resem verdomd fraaie en vunzige gitaaruithalen. Hun kersverse album heet ‘Pickin’ Marmelade’ en u mag het wat ons betreft blind kopen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scrappy-tapes-07-10-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/strand-of-oaks-07-10-2014/

Organisatie: 4AD, Diksluide

Bij ons is Triggerfinger ondertussen al een mega-groep geworden, in Rock Werchter werd voor dit zwaar rockende trio de mainstage voorbehouden en in december is de rocktempel Vorst Nationaal aan de beurt.
Wie Triggerfinger graag ietwat kleinschaliger wou aanschouwen moest dus de grens over. In Tourcoing startte de band hun eigenste Tour De France, en gezien dit gehucht op amper een kwartiertje rijden ligt van Kortrijk mocht men zich hier wel aan een flinke opkomst van Belgen verwachten. Niet te verwonderen dus dat het bordje Sold Out al enkele weken geleden werd bovengehaald.

Triggerfinger had er goesting in, heel veel goesting. Hier was geen sprake van eventuele vermoeidheid na een drukke zomer, het krachtige trio speelde gretiger dan ooit. Na al die open air optredens van de afgelopen maanden vond de band het inspirerend om eindelijk nog eens het echte zweet van een clubzaal te mogen proeven. Ook wij mochten dat letterlijk meevoelen in die stomend hete Grand Mix, een uiterst aangenaam concertzaaltje waar al een resem puike bands zijn gepasseerd.
Triggerfinger stoomde , kolkte en bruiste als nooit tevoren.
Le Grand Mix ontplofte met furieuze rockuitbarstingen als “Black Panic”, “On My Knees”, “There She Was Lying in Wait”, “Is It”, “First Taste” en “Let it Ride”. Tempo, power, adrenaline en geestdrift, daar kwam het op aan, Triggerfinger ging recht op doel af en de motor draaide op volle toeren.
Stilaan een constante in elke set, “My Baby’s Got A Gun”, Triggerfinger’s versmachtende interpretatie van de blues, was nog maar eens het ultieme hoogtepunt van de avond.
Ruben Block liet zich vanavond ook meermaals verleiden tot een stel scherpe en scheurende gitaarsolo’s, onder meer in een openbarstend “Camaro” en in de withete funk van “All This Dancin’ Around Again”, waarin trouwens ook de drumsolo van Mario Goossens voor één keer niet op de zenuwen werkte. Ook de flauwe grap “I Follow Rivers” was nu eindelijk uit de setlist geweerd, dus bijna alles zat perfect vanavond. We merkten welgeteld één klein haperingetje, de niet te bijster fantastisch klinkende nieuwe single en halve Bowie persiflage “Of The Rack” kwam ook in zijn live versie niet van de grond. Maar aan het eind van zo een verpletterende show konden ze zich dat missertje wel permitteren.

Als ze dit tempo en die brute power blijven aanhouden zal ook de rest van Europa voor de bijl gaan. We hebben er het volste vertrouwen in.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/triggerfinger-02-10-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 25 september 2014 01:00

Songs Of Innocence

Dat U2 (alweer) een zwakke plaat heeft gemaakt verbaast ons niks. We zouden pas geschrokken zijn mochten ze plots een kwaliteitsvolle knaller hebben voortgebracht. De Ierse miljonairs hebben immers al sedert ‘Zooropa’ uit ‘93 geen treffelijk album meer bij mekaar kunnen knutselen. Een handvol sterke songs, dat wel, maar een volledig album ? No way.
Natuurlijk mogen we het belang van deze jongens niet onderschatten. Ze joegen een frisse post-punk wind doorheen de jaren tachtig en hebben met enkele cruciale albums, met als absolute mijlpaal ‘Achtung Baby’, definitief hun stempel op de geschiedenis van de rockmuziek gedrukt .
Op vandaag is de relevantie van een groep als U2 echter al ver beneden het vriespunt gezakt. Om de zoveel jaar komen ze nog eens met een mega show op de proppen met als motto ‘the sky is the limit’, maar op artistiek en creatief gebied gaat de band er al lang niet meer op vooruit. Al dat mega spektakel trekt nog steeds ettelijke duizenden trouwe aanhangers naar de grote stadiums, maar die fans zitten daar toch altijd weer ongeduldig te wachten op het werk uit het tijdperk 1980-1993, de periode waarin U2 er wel toe deed.
Mocht u zich al half bedrogen gevoeld hebben met ‘Pop’, ‘All  That You Can’t Leave Behind”, ‘How To Dismantle An Atomic Bomb’ en ‘No Line On The Horizon’ dan heeft u nu pas echt een kat in een zak gekocht (of gedownload, U2 heeft dit ding immers gratis op het internet gegooid, alsof ze zelf wisten dat ze de fans hard aan het bedriegen zijn mochten ze hier geld voor vragen).  
Hoe zeer de groep ook probeert om pittig en krachtig als in hun beste jaren uit de hoek te komen, U2 klinkt op ‘Songs Of Innocence’ vooral als een flauw afkooksel van zichzelf. Daar waar er op elk van de vorige vier platen nog een paar uitschieters stonden die het geheel enigszins overeind hielden, is deze keer zowat alles van inferieure kwaliteit. Wij hebben enkele pogingen ondernomen, maar werkelijk niets is blijven hangen, geen melodie, geen riff, geen spitse solo, laat staan een goeie song. Zowat alles wat hier op staat hebben ze al eens eerder gedaan, maar dan stukken beter. Dit is met voorsprong het slapste wat U2 ooit heeft naar buiten gebracht.
Het zou hen, en hun muzikale toekomst, goed doen mochten ze dat zelf stilaan ook gaan beseffen, maar we vrezen er een beetje voor.
Er zal hier vanzelfsprekend wederom een grootse tournee op volgen waarbij u onvermijdelijk een stel van die nieuwe gedrochten door de strot geduwd zal krijgen vooraleer u zich mag gaan verkneukelen aan toppers als “One”, “Where The Streets Have No Name”, “Bullet The Blue Sky”, “Bad”, “I Will Follow”, “Beautiful Day”, “Vertigo”, “Even Better Than the Real Thing”, “With Or Without You”, “The Fly”, “Elevation”, enz…. U heeft het er voor over, want u bent fan. We kunnen het begrijpen, U2 heeft immers een indrukwekkende songcatalogus, maar deze keer werd daar niets, maar dan ook niets, aan toegevoegd.
Tijd voor herbronning ? Of gewoon tijd om er definitief een punt achter te zetten ? Dat ze er zelf maar moeten uitkomen.

donderdag 25 september 2014 01:00

Live

Gary Clark Jr. is een supertalent die zichzelf op de wereldkaart heeft gezet met het beloftevolle ‘Blak and Blu’, een plaat waar hij zijn op de blues geënte gitaarvernuft afwisselt met wat r&b geflirt. Dat laatste mocht hij van ons gerust achterwege laten, maar de formule heeft hem geen windeieren gelegd. De plaat ging in de States vlotjes over de toonbank en de fortuinlijke Gary Clark Jr. deelde ondertussen al het podium met o.a. Alicia Keys, The Rolling Stones en Eric Clapton. Leuk voor het CV, maar hij heeft al die big shots niet nodig, Gary Clark Jr. is een fenomeen op zich en wanneer hij op een podium stapt springen er sowieso vonken en elektriciteit uit. Live klinkt hij immers veel ruiger en authentieker en verklaart hij volledig de liefde aan de blues. Reeds twee maal zijn wij daar al bevoorrechte getuige van geweest in de AB (check onze reviews), telkenmale stond het schuim op onze lippen.

Dit nieuwe live album bevestigt wat wij al langer wisten, het is een prachtige illustratie van Gary Clark Jr. zijn onbegrensde gitaartalent, zijn begeesterd songschrijverschap en zijn diepe adoratie voor de blues. Zoals in de goeie ouwe seventies traditie is dit zelfs een heuse dubbelaar geworden, met tussen de ruige eigen songs ook superbe en vaak lange bewerkingen van blues classics van grootheden Muddy Waters (“Catfish Blues”), BB King (“Three O’ Clock Blues”), Albert Collins (“If Trouble Was Money”) en Leroy Carr (“When The Sun Goes Down”).
Gary Clark Jr. solliciteert hier meermaals naar de titel van de nieuwe Jimi Hendrix, een etiket die hem sowieso al meerdere keren werd toegeschreven en die hij nog wat krachtiger in de verf zet met een uitmuntende versie van “Third Stone From The Sun”. Je voelt gewoon dat Hendrix vanuit de eeuwige jachtvelden goeddunkend zit mee te knikken.
Ook Clark’s eigen composities ontluiken hier als wilde ongeslepen parels die barsten van power, gevoel en adrenaline. Het is smullen van hevige pronkstukken “When My Train Pulls In”, “Ain’t Messin’ Round”, “Numb” en “Bright Lights”, machtige bluesrockers die stuk voor stuk gezegend zijn met bruisende gitaarhoogstandjes. In “Travis County” en “Don’t Owe You A Thing” komt hij aanzetten met onversneden en hitsige rock’n’roll en tijdens “Please Come Home” komt de tedere soulman in hem naar boven met als extraatje nog maar eens een wondermooie sensitieve gitaarsolo.

Een meesterlijke live plaat van een artiest die op een podium al zijn kwaliteiten ten volle tot ontplooiing laat komen. Als doorwinterde Jimi Hendrix fan hebben wij nog maar weinig artiesten geweten die zo dicht in de buurt komen van de meester.

donderdag 02 oktober 2014 01:00

Suuns - Sonische krautrock

Het Canadese Suuns had met hun tweede plaat ‘Images Du Futur’ al één van de betere albums van 2013 uitgebracht. Beetje eigenaardig dat de zomerfestivals deze band links lieten liggen (zeker Pukkelpop heeft hier een kans gemist), maar nu mocht Suuns in de Gentse Vooruit  één en ander komen bewijzen, en ze hebben die kans met beide handen gegrepen.

De band leek ondertussen al een opwindende live sound te hebben ontwikkeld, een bruisende mengeling van elektronica, dissonante gitaren, psychedelische soundscapes en licht opzwepende beats, en dit alles in de juiste verhoudingen. Suuns leek veel te hebben opgestoken van de Duitse krautrock pioniers Neu! en van de neurotische klanken van Suicide. Met deze ingrediënten plus een stel verkwikkende hedendaagse klanken en psychedelische diafragma-beelden op de achtergrond, slaagde Suuns er in om de halfvolle Balzaal mee te nemen in een aangename trip. Als de beats de bovenhand voerden zat Suuns in de buurt van pakweg Caribou en Jagwar Ma, als de gitaren overheersten kwam zowaar een scheut onvervalste Sonic Youth naar boven.
Er zat heel wat groove in songs als “2020”, “Arena” en een zeer opzwepend “Bambi”, maar evenzeer passeerden er snerende gitaren die helse geluidsgolven veroorzaakten in “Powers of Ten” en in de stomende herrie van een haast niet te herkennen “Sunspot”. Suuns week dus bij een hoop songs nogal wat af van de studioversies, er werd flink wat sonische power en experiment toegevoegd, en dat maakte het geheel bijzonder borrelend en scherp.

Een knap en bedrijvig concert dus van een band die met diverse invloeden bijzonder creatief omspringt. Geen idee wanneer er een nieuwe plaat uitkomt, maar het wordt iets om naar uit te kijken.

Organisatie: Vooruit Gent

donderdag 18 september 2014 01:00

Lullaby and… The Ceaseless Roar

Wanneer gaan al die critici en recensenten eens ophouden met het bejubelen van Robert Plant zijn solowerk ? Als men diens platen blijft de hemel in prijzen, dan zal ie waarschijnlijk nooit meer Led Zeppelin terug in het leven roepen, waarom zou hij ?
Het is al langer dan vandaag gekend dat Plant een voorliefde heeft voor folkdeuntjes, Keltische tonen en Afrikaanse ritmes, een mens wil al eens wat verandering. Maar het is nu al sedert ‘Dreamland’ uit 2002 dat hij met al die invloeden zit te klooien, en hij blijft maar koppig volhouden. De wereld blijkt dit dan nog fantastisch te vinden ook. Wij niet.
Wij kregen terug een sprankeltje hoop toen Plant in 2005 op ‘Mighty Rearranger’ terug aan het rocken sloeg, maar dat was helaas maar tijdelijk. Daarna dook hij op ‘Raising Sand’ samen Alison Krauss in de country stroop en trad hij op ‘Band Of Joy’ terug het folk circus binnen, wederom werd hij bedolven onder de lovende recensies, wij maakten ons daarentegen snel uit de voeten.
Ook nu weer wordt ‘Lullaby and… The Ceaseless Roar’ alle lof toebedeeld. Wij snappen er niks meer van, we horen brave vocals, softe pianoriedeltjes, ongevaarlijke afro ritmes (voor de gevaarlijke moet je bij Goat zijn), belegen Irish Pub folk, geblondeerde exotische instrumenten en afgestofte banjo’s. Allemaal fijn om gezellige theekransjes mee op te fleuren op het Engelse platteland, maar wat is er in hemelsnaam met de rocker in Robert Plant gebeurd ? Deze is alweer in geen mijlen te bespeuren op dit album. Het is niet omdat Plant koppig blijft weigeren om naar de coiffeur te gaan, dat hij daarom zijn wilde haren niet kan kwijt zijn. Met deze verzameling brave songs begint hij trouwens meer  en meer op beertje Paddington te gelijken.
Naar het schijnt heeft Robert Plant een weergaloos en bijzonder krachtig concert neergezet op de laatste Rock Werchter editie. Het verbaast ons dan ook niet dat hij daar nauwelijks iets gespeeld heeft uit deze nieuwe plaat, maar wel onder andere een zestal onvervalste Zep klassiekers. Er is dus nog hoop.

donderdag 18 september 2014 01:00

Hypnosis Sessions

Wat is Ozzy hier toch geweldig op dreef ! En wat een vlijmscherpe en gortige riffs schudt Tony Iommi  uit zijn mouw ! Black Sabbath is scherper dan ooit !
Alleen, dit is Sabbath niet, maar Spiral Shades, een Noors-Indisch duo die zich heeft ingegraven in de doom metal van de prille jaren 70.
Tot onze grote verbazing vernemen we dat deze plaat eigenlijk  een specailleke is, want beide heren hebben geen minuut samen met elkaar in de studio doorgebracht. Ze hebben hun bronstige gitaar-, drum en baspartijen via internet en het nodige é mail verkeer in elkaar geknutseld.  Dergelijk virtuele platen zijn schering en inslag in de wereld van de elektronische muziek, maar voor de metalwereld is dit toch wel uniek. We weten zelf niet echt wat we daar moeten van denken maar we moeten alleszins kwijt dat het album heel organisch, consistent en vooral fantastisch klinkt. Het is er dus hoegenaamd niet aan te horen dat dit met computers aan elkaar is gelast, integendeel.
Dit is de beste Black Sabbath plaat die niet door Black Sabbath gemaakt werd, de gelijkenissen (die stem ! die riffs !) zijn zo treffend dat je bezwaarlijk van een nieuw geluid kunt spreken, maar de songs zijn zo monsterlijk goed dat je hier absoluut niet omheen kan.
Virtuele metal, het kan.

zaterdag 27 september 2014 01:00

Swans - De soundtrack van de apocalyps

Er zijn zo van die bands die nooit echt bovengronds komen, die in alle omstandigheden hun eigenheid behouden en steeds hun eigen dwarse ding doen, maakt niet uit of de mensen hun platen kopen of niet. Swans is zo een band die al jaren in de underground vertoeft, het daar helemaal naar zijn zin heeft, en inmiddels al een enorme cultstatus heeft verworven. Wereldwijd zijn er zonderlinge vleermuizen die de volledige collectie van Swans in hun kast hebben staan, ook in België leken er volgelingen genoeg te zijn om de AB quasi vol te laten lopen voor de pikdonkere Swans hoogmis.

U kwam maar beter op tijd, want reeds om 20.15 hr. begon Swans aan een bezweringsronde die bijna twee en een half uur zou duren, en dit in amper zes songs. Zes lange brokken onheil, noise, dreiging, donder, overstuurde gitaren, drone geluiden, diepe bassen en bezeten vocals. Kortom, Swans op zijn best, een band die met niets of niemand te vergelijken is, wegens nog krankzinniger dan het smerigste van Grinderman, Einsturzende Neubauten, Sonic Youth, Birthday Party en Foetus.
Uit deze imposante avond halen we gewoon geen hoogtepunten, dit was een monumentale totaalbeleving die we moesten ondergaan en waar we niet heelhuids uitkwamen, een ontzagwekkende hoogmis voor allerlei gespuis die zich niet graag aan het daglicht blootstelt. Wie niet vertrouwd was met Swans’ donkere, onheilspellende en meedogenloze muziek was hier waarschijnlijk al na tien minuten in paniek de zaal uitgerend, doch alle aanwezigen waren doorleefde Swans adepten die uit Michael Gira’s handen aten, die openstonden voor zoveel hemels lawaai, die zich lieten verzwelgen in die verslavende sound en die Swans adoreerden in alles wat ze deden.
En Swans gaf veel terug, de band speelde woest en bezeten, ging de strijd aan met al hun demonen en kleurde meer buiten de lijnen dan er binnen. Michael Gira zette geregeld zijn gitaar aan de kant om zich te bezondigen aan een soort indianendans om zo het sjamanistische karakter van de set nog wat kracht bij te zetten. Swans scheurden hun songs open en lieten ze bloeden tot in het oneindige, tot boven de pijngrens en terug. Striemende noise ging over in onheilspellende post-rock of gitzwarte blues, maar dan de blues die in stukken werd gereten en met een voorhamer en roeste klinknagels terug in elkaar gezet. Wij lieten ons hier zo onverbiddelijk en hardvochtig in meegaan dat wanneer u ons met een loden staaf op de kop zou hebben geslagen, we het nog niet eens gevoeld hadden.

Na twee en een half uur van het meest indrukwekkende kabaal volgde vanuit de zaal een minutenlang hartstochtelijk applaus. Toen wisten wij dat iedereen -maar dan ook iedereen- dit even straf, majestueus en overweldigend vond als wij.
Dit was onze eerste live kennismaking met Swans, wij waren compleet overdonderd, we hadden zopas de perfecte soundtrack bij de ondergang van de wereld meegemaakt. Een unieke, haast bovennatuurlijke ervaring.

Als toemaatje kregen we op de terugweg nog een onverwacht gevolg op deze apocalyptische avond. Op de E40 was een vrachtwagen zijn lading slachtafval verloren. Bijzondere ervaring, zo na een avondje moordende Swans-waanzin tussen de rottende kadavers en de stinkende beuling terug naar huis rijden. Perfect timing.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/swans-25-09-2014/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 11 september 2014 01:00

Commune

Deze Zweeds weirdo’s gooien funk, psychedelica, Zappateske rariteiten, fuzzy gitaren en Afrikaanse ritmes in hun kolkende mallemolen. Hetgeen er uit voortkomt is, net als op de al even wonderlijke voorganger ‘World Music’, niet minder dan verbluffend, hoogst origineel en bijzonder heet.
Funkadelic meets Bombino, Grails meets Zappa, Ty Segall meets A Silver Mt. Zion, The Slits meets Tinariwen. Wij zeggen maar wat, omdat we dit geniale stoofpotje gewoon niet kunnen thuisbrengen. Doch het klinkt allemaal geweldig, en ook een beetje vreemd, een stel niet nader genoemde verdovende substanties kunnen u hier misschien wel bij helpen. Probeer het eens in de AB op 21/09.

donderdag 11 september 2014 01:00

Violent Shiver

Benjamin Booker, een jonge snaak uit New Orleans, heeft  de rauwe rock’n’roll lucht al eens mogen opsnuiven in het voorprogramma van Jack White. Een postje waar hij zich maar al te zeer in zijn sas voelde, want de man heeft net als Jack White een voorkeur voor ruige, onopgesmukte blues en rauwe soul. Zelf haalt hij als invloeden The Gun Club, Blind Willie Johnson en T Rex aan. Daar is duidelijk iets van aan, maar wij zien er ook een halfbroertje in van Black Joe Lewis of een bastaardneefje van Gary Clark Jr.
Op dit veelbelovende debuut floreert Benjamin Booker  van felle, gruizige rock (“Violent Shiver”, “Have you seen my son”) naar diepgewortelde soul (“Slow Coming”) en integere blues (“By the evening”).  Van elke song gaan er ettelijke liters bezieling uit en Booker  stort er zijn hele hebben en houden in.
Een veelbelovend debuut van een talent waar de ruwe kantjes nog niet zijn van afgevijld. Houden zo.

Pagina 48 van 111