logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
The Wolf Banes ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 07 januari 2010 01:00

Run Rabbit Run

’Run Rabbit Run’ is een door het Brooklynse strijkwartet Osso uitgevoerde herinterpretatie van Sufjan Stevens ‘Enjoy your rabbit’ uit 2001, met arrangementen van o.m. Michael Atkinson en Nico Muhly. De dames van Osso waren ook al te horen op Stevens’ meesterwerk ‘Illinois’ (2005). In de uitvoering van Osso zijn de songs bijna klassieke composities geworden en ondanks de verbouwing blijven ze duidelijk herkenbaar, die ook de gekte van het origineel behouden.
De kamermuziek klinkt allemaal wel leuk als tussendoortje, maar we kijken halsreikend uit naar nieuw werk van de grootmeester zelf.

donderdag 07 januari 2010 01:00

The Living and the Dead

De 33 jarige Texaanse zangeres Jolie Holland komt in de spotlights met dit solo album ‘The Living and the Dead’. Zij is tevens mede oprichter van The Be Good Tanyas. Ze onderscheidt zich in eenvoudige traditionele sing/songwriterpop, geworteld in blues, country, folk en jazz en wordt gerekend tot de nieuwe lichting vrouwen americana. Ze heeft een kritisch scherpe blik en schrijft over de zelfkant van de maatschappij. We horen in de sfeervolle, dromerige en ingetogen nummers invloeden van Dylan, Waits, V.U., Janis Joplin en Lucinda Williams. “Mexico City”, “Corrido por Buddy” en “Your big hands” zijn de meer krachtige songs van de cd. Ze kreeg hierbij medewerking van Marc Ribot, Matt Ward en Rachel Blumberg. Een handvol ingetogen nummers als “You painted yourself in”, “Sweet loving man” en de gekende traditional “Love Henry” (ook nog door Dylan gespeeld) zijn uiterst sober gehouden en bezorgen ons kippenvel. Met simpele middelen overtuigt ze op de plaat en geeft ze de vrouwelijke songwriterpop een tijdloos karakter.

donderdag 07 januari 2010 01:00

Upper air

Het Amerikaanse Bowerbirds uit North Carolina, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, onder de tandem Phil Moore en Beth Tacular, ontdekten we in 2008 als support van Bon Iver. Meteen viel op dat dit een bandje was met potentieel. Hun folky americana ligt ergens tussen de freakfolk van Banhart/Newsom, de lofi van Mountain Goats en de pop van Lavender Diamond, maar had vooral iets mee van de americana/countryrock van Band Of Horses en South San Gabriel. We beluisterden dan hun debuut ‘Hymns for a dark horse’, dromerige herfstige muziek, die met regelmaat krachtiger klonk en kon rocken; de sfeervolle songs op hun beurt straalden gemoedsrust uit.
De tweede plaat ‘Upper air’ draait ‘em specifiek rond de tandem Moore – Tacular en is een uiterst sober gehouden plaat. Ze leunen op het akoestische gitaarspel van Moore, soms voorzien van de ritmische begeleiding van toetsen, viool, spaarzame drums en zwierige accordeon.
De charismatische band houdt het op dromerige folkpop op de tien nummers. Ze intrigeren net voldoende om te spreken van een rustig, gezellig, weemoedig plaatje, waarbij vooral de ‘bredere’ omlijsting van “House of diamonds”, “Teeth”, “Silver clouds” en “Chimes” het sterkst overtuigen, naast de ‘intimiti’ op plaat, die knus zijn, maar minder beklijven dan op hun debuut. Maar ze slagen er nog steeds in een optimaal thuisgevoel te creëren, en da’s het belangrijkste … 

woensdag 30 december 2009 01:00

Fantasies

Het Amerikaans/Canadese Metric plaatste zich in de spotlights met hun dynamische live optredens op Les Nuits Bota en Pukkelpop. Ze zijn al toe aan hun derde cd, die de definitieve doorbraak in Europa betekende. Terecht, want we horen een afwisselend fris sprankelend en innemend album van synthgitaarpop van melodieus fijne en uitgebalanceerde composities. We zijn onder de indruk van hun groovy, opzwepende en hun sfeervol rustige songs, onder de bedwelmenende, dromerige zang van de bevallige spring-in-‘t-veld Emily Haines.
Het is radiovriendelijke muziek met puike synthrockende singles “Help, I’m alive”, “Sick muse”, prikkelen met “Stadium glove” en “Dead disco” en sluiten moeiteloos aan met het ingetogener werk als “Twilight galaxy” en “Collect call”. Een beklijvende acoustic gitaar/pianoversion van “Help I’m alive” besluit op overtuigende wijze de cd!
Ze komen vervaarlijk in de buurt van The Yeah Yeah Yeahs, halen rockinvloeden aan van The Breeders, Juliana Hatfield en graaien graag in het synthbakje van Garbage, Veruca Salt, Echobelly, Lush, Elastica en zorgen voor een heropfrissen van de ‘70s pop van Blondie.

woensdag 30 december 2009 01:00

Imidiwan: Companions

De Touareg nomaden van Tinariwen zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren.
Tinariwen brak definitief door met de vorige plaat ‘Aman Iman’. Europa was onder de indruk van hun hypnotiserende retro/world/woestijnblues. Het zijn fascinerende songs die een sterke melodielijn hebben en je in een onweerstaanbare trance brengen door de bedwelmende klanken en ritmes. De gitaargrooves, de bluesy licks en worldpop laten je niet los en krijgen een zuiderse prikkel door de gevarieerde samenzang en de hoge vrouwenstemmen.
Invloedrijk zijn Jimi Hendrickx, Led Zeppelin, Robert Plant, Santana en geestesgenoten Ali Farka Touré en Nusrat Fateh Ali Khan. Ze eigenen zich terecht een plaatsje binnen de Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
Het is heerlijk luisteren naar hun pittige, aantrekkelijke en aanstekelijke songs als “Imidiwan afrik tendam”, “Lulla”, “Tenhert” en “Tahult”, de sfeervolle “Enseqi ehad didagh”, “Tamodjerazt assis” en de onheilspellende trance op de instrumentale afsluiter.
Tinariwen behouden hun roots en deden beroep op hun producer van het eerste uur. Ze zijn een toegankelijke band die het nomadenbestaan vertolken en hun medereizigers een hart onder de riem steken in de Sahara.

woensdag 30 december 2009 01:00

Wall of arms

Het kwintet uit Brighton, The Maccabees, verrast aangenaam met de tweede cd ‘Wall of arms’. Ze overtuigen met aanstekelijke, broeierige en snedige indiepoprock; de opbouwende songs beschikken over een boeiende melodielijn en zijn gelinkt aan de ‘80’s waverock. Onmiskenbaar is de invloed van Arcade Fire en de zang van Win Butler. Maar we horen ook in de zang van Orlando Weeks Finn Andrews van The Veils weer. Trouwens, The Maccabees deden beroep op Markus Dravs, die eerder al instond voor het materiaal van … jawel Arcade Fire.
De eerste songs “Love you better”, “One hand holding” en “Can you give” vormen de toon van de sterke plaat. Persoonlijk kapen “Young lions” en “No kind words” de hoofdprijs. De afsluitende sfeervolle “17 hands” en “Bag of bones” onderstrepen de klassepopindie. We kunnen enkel maar zeuren over de aartslelijke hoes …

woensdag 30 december 2009 01:00

Let’s change the world with music

’Let’s change the world with music’ …wat een droomtitel van een plaat. Niet verwonderlijk, de romantische songwriter Paddy McAloon van het Schotse Prefab Sprout zit hier achter. Hij intrigeerde midden de jaren ’80 met een paar puike platen dito singles. We plaatsen het even op een rijtje: doorbraak ‘Steve McQueen’ (’85): “Faron young” – “Appetite” – “When loves breaks down”; ‘From Langley Park to Memphis’: “King of rock’n’roll” – “Cars & girls” – “Hey Manhattan” en tot slot ‘Jordon: the comeback’ in ’90, één van de meest prestigieuze en perfect stilistische popplaten, minutieus uitgewerkte sprookjespop van het songschrijftalent, die zich probleemloos naast een John Lennon kon plaatsen.
Na deze meesterlijke plaat, hoorden we nog sporadisch van McAloon: in ’97 verscheen het bleke ‘Andromedia heights’, en de laatste jaren bracht hij solo nog een tweetal platen uit. Getergd van de muziekbusiness en geplaagd door partiële blind- en doofheid trok hij zich terug.
’Let’s change the world with music’ is een demoversie van een verkapt conceptalbum na ‘Jordon: the comeback’ die, ruim vijftien jaar later, ‘opgekalefaterd’ werd door Calum Malcolm. Ze werd toen na een handvol mislukte opnamesessies weg gekieperd. We horen restanten van hun meeslepende elegante, vakkundige, sfeervolle pop/soul/gospel. De eerste songs “Let there be music” en “Ride” hebben wat meer groove en drive, maar de daaropvolgende songs laten de fijnzinnig- en subtiliteit doorschemeren van heerlijke, ingetogen pop als “Music is a princess”, “Falling in love” en “Angel of love”. Een beetje zoals ‘The spirit of Eden’ van die andere befaamde perfectionistische songwriter, Mark Hollis van Talk Talk.

woensdag 23 december 2009 01:00

Further Complications

Britpop en Pulp zijn de eerste gedachten als het over muzikale duizendpoot Jarvis Cocker gaat. Een man van vele gezichten, die z’n rijkdom aan ideeën en stijlvarianten plaatst binnen uitbundige, aanstekelijke, broeierige en intieme songs . Momenteel staat Pulp op non-actief en hoorden we hem in enkele gastrolletjes op platen van o.a. Air en Marianne Faithfull. Opmerkelijk is de samenwerking met Steve Albini die de Cocker sound compacter en directer maakt. Eenvoudige, doeltreffende pop dus.
Hij brengt stomende en dynamische Britpopgekte in “Angela”, “Richard” en de titelsong, maar koppelt het aan enkele ingetogen  nummers als “Leftovers” en “Hold still”. Of je hoort een dromerige crooner “I never said I was deep”. Op het afsluitende uitgesponnen “You’re in my eyes” stort hij zich in de ‘70’s soul/disco, die de sfeer ademt van Rose Royce en Marvin Gaye. Het onderstreept mans veelzijdigheid op het tweede solo –album, drie jaar na ‘Jarvis’.

woensdag 23 december 2009 01:00

We’re on your side.

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Wat een guur winterweer moesten we trotseren om een avondje electroclashende bitchpunk van Peaches aka de Canadese Merrill Nisker te kunnen bijwonen. Twee supports had ze mee om op te warmen en onze gedachten op iets anders te zetten dan de toe gesneeuwde wegen …
Ze had het alvast door en wist anderhalf uur lang een ludieke geilshow op te zetten …

De inmiddels 40 jarige bitchqueen kwam in de belangstelling met de cd ‘Fatherfucker’ en haar duet met Iggy Pop “Kick it”. De electropunk werd breder op ‘Impeach my bushes’ door uitstapjes naar de wave, hiphop, r&b en trancy, opzwepende en pompende dansbeats. De sound werd toegankelijker en liet zelfs een meer emotievolle, kwetsbare kant horen op de laatst verschenen sfeervolle cd ‘I feel cream’. Peaches deed beroep op de electro – en knoppenfreaks Digitalism, Simian Mobile Disco en Soulwax en gaf de indruk ouder en wijzer te zijn op plaat.
Live is het nog steeds andere koek. Ze bleef van zich afbijten … afgeilen met een pittige, gedreven, seksueel prikkelende, fantasierijke show. Vettige basses, pompende synthbeats en aanstekelijke, vunzige refreintjes van ‘tits’, ‘dicks’ ‘fucks’, … vlogen om de oren. De spectaculaire show werd op poten gezet met lasereffects, rookgordijnen, de outfits en verkleedpartijen die een ‘Moulin Rouge’ voor ogen hielden, tot de verbeelding sprekende, uitdagende bewegingen, sensuele danspassen en tot slot lichtsabel - achtige instrumenten die het geheel kleur gaven. Het kwartet werd soms aangevuld met enkele schaars geklede danseressen.
Gehuld in een rookgordijn kwam ze op de catwalk … podium gewandeld in een speciaal kostuum, wat deed denken aan de kostuums van Fever Ray en Grace Jones. Op de eerste niet evidente dreigende donkere “Blade runner” en “Mud” werd ze al op handen gedragen; in de daaropvolgende nummers “Talk to me” en “Fxx like a billionaire” voegde ze de daad bij het woord, want ze stapte al wankelend letterlijk op haar publiek. Wat een nummertje voerde ze hier op! Samen met de tweede dame op synths en haar danseressen shakete ze haar ‘tits’ op “Shake your …”. Naast de show en electrobeats hoorden we een steeds krachtiger wordende gitaar en opzwepende drums. Ze deelde wespensteken uit, prikkelde en varieerde haar sound; ze stapte van de aanstekelijke electropop over naar de traag, slepende beats en van wave doordrenkte “I U She”, “Tombstone” en “More”, die een kruising waren van het oude Suicide, Fad Gadget en de Star Wars tunes. Na “Slippery dick”, waarbij ze showde met een levensgrote fluorescerende ‘dick’, kwam in het tweede deel van de set de rockbitch op het voorplan: eerst waren er “Boys wanna be her” en “You love it”; in de bis ontspoorde het in regelrechte electropunk dito attitude van korte, krachtige en snedige songs, “Rock it”, “Rock’n’roll” en “Set it off”, waarbij ze de eerste rijen vroeg hun t-shirts uit te doen of te zwieren met de beha’s. Intussen hadden we ook een paar lekker groovende songs gehoord als “Lose you” en de singles “I feel cream” en “Fuck the pain away”. Tot slot waren we onder de indruk van de lasers en die lightsabel instrumenten op de dreunende trance van “Operate” en “Take you on”. Dankjewel Peaches voor deze goed gevonden act!

De ophitsende uitgekiende show van de dame is alvast met de eindejaarsperiode in ons geheugen gegrift!

We werden voldoende opgewarmd door het Belgische Vermin Twins, een dj project van Lotte Vanhamel (zus van …) en Micha Volders (El Guapa Stuntteam). Geflipte electro/funk/industrial/hiphop ergens tussen Aphex Twin, Prince, Stijn en Leftfield. Zij zong en krijste, bewoog als een spook met een wit tafellaken, huppelde en danste als een bezetene over het podium. Hij leefde zich uit op z’n mengtafel, laptop en knoppen en vervormde z’n vocals. Een tweede MC kwam af en toe een handje toesteken. Ze verwerkten een tweetal covers, Michael Jackson/George Michael, in hun weirde elektronische sound, die op het eind uitmondde in een wild losgeslagen geluid.
We konden even op adem komen op Hawney Troof, een hyperkinetisch Amerikaans duracell konijn die een leuke one man show bracht in een naar Consolidated en Beastie Boys neigende sound. Allemaal om het publiek op te zwepen naar de closing final van Peaches.

Organisatie: Trix Antwerpen

Pagina 289 van 338