logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 september 2015 01:00

Mutilator Defeated At Last

Het gaat snel voor John Dwyer. Met zijn band Thee Oh Sees brengt hij nu al sedert 2006 jaarlijks een nieuw album uit, blijft hij ondertussen de wereld rond toeren en houdt hij er bovendien nog een paar zijprojectjes op na. Geen idee hoe hij het doet, maar elke Thee Oh Sees plaat is steeds weer een avontuurlijke trip doorheen een land van snedige hard-rock, Ty Segall gelieerde garage-rock en bruisende psychedelica. ‘Mutilator Defeated At Last’ is daar geen uitzondering op. De gitaren draven er lustig op door tot en met het geweldige “Lupine Ossuary”, dan gaan ze gezamenlijk aan de LSD zitten om weg te dromen bij het trippy “Sticky Hulks”, vervolgens dartelen ze even tussen de bloemenweide op het akoestische intermezzo “Holy Smoke” om dan nog eens deftig keet te gaan schoppen op het furieuze punkertje “Rogue Planet”. Afsluiter “Palace Doctor” hapt tenslotte nog wat naar adem tussen de vreemde paddenstoelen en dan zit het er na amper 33 minuutjes al op. Hop, met zijn allen naar die repeat knop!
Wederom een heerlijk stomend Thee Oh Sees plaatje, samen met ‘Carrion Crawler/The dream’ en “Floating Coffin’ zelfs één van hun beste.

donderdag 10 september 2015 01:00

The Story Of Sonny Boy Slim

Met het bijzonder sterke en bijwijlen zwaar rockende album ‘Blak and Blu’ kreeg de talentvolle gitarist Gary Clark Jr al meteen het predicaat ‘De Nieuwe Hendrix’ opgeplakt. De plaat werd echter een beetje besmeurd door enkele zoetsappige r&b misstapjes die bij de Amerikanen lekker in het gehoor bleken te liggen. Wij vreesden dus al lichtjes voor de richting die deze wonderboy hierna wel eens zou durven uitgaan en we hebben spijtig genoeg gelijk gekregen.
Door al de lofbetuigingen van het jetset wereldje (tot President Obama toe!) is dit supertalent recht in de val gelopen. Zijn bootje zet niet langer koers naar de Mississippi Delta maar vaart richting mondaine haven waar de jachten van de rijkelui liggen aangemeerd.
De titel doet nochtans een authentieke bluesplaat vermoeden, maar niks is minder waar. Het nieuwe album is slachtoffer geworden van een overproductie, een afgelikte sound en te veel songs die richting aalgladde r&b neigen. De blues is zonder pardon naar de achterste rij verwezen en Jimi Hendrix is terug wandelen gestuurd. Bijzonder jammer is dat, want wij hoopten op zijn minst op een stel rauwe bluesrockers van het kaliber “Numb”, “When My Train Pulls In” en “Bright Lights”, maar met uitzondering van het stevige “Stay” zijn we er aan voor de moeite. In de plaats krijgen we netjes opgepoetste soul, funk, r&b, veel Prince en zelfs een melige streep gospel. Niet echt wat we verwacht hadden, maar mocht daar nog de nodige ziel zijn ingepompt dan konden we er tenminste van genieten. Helaas zijn quasi alle songs zo grondig gedesinfecteerd dat er maar weinig authenticiteit meer te beleven valt. Het gros van die songs mag u al onmiddellijk in de honingpot opbergen om die daar nooit meer uit te halen, maar gelukkig sijpelen er elders nog wel enkele flarden van dat ongebreidelde talent door. In “Shake”, zowat het enige nummer waar Mr Proper niet is bij geraakt, huist er nog wat primaire rock’n’roll en “Grinder” klinkt dan misschien wel wat te netjes, het wordt ten minste nog aangewakkerd met een stel van die heerlijke gitaaruithalen die op de rest van de plaat alleen maar schitteren door afwezigheid. Een magere buit, want verder valt er eigenlijk niks positiefs te melden.
‘The Story Of Sonny Boy Slim’ zal het qua verkoopcijfers ongetwijfeld goed doen, maar wij vinden het een jammerlijke verspilling van talent.

Als u deze wonderlijke gitarist in volle glorie wil bewonderen dan sturen wij u onmiddellijk door naar dat schitterende live album dat vorig jaar verscheen. U mag ook altijd een live gig van die gast gaan bijwonen, de liters stroop van de nieuwe plaat zullen op het podium vermoedelijk wel ingeruild worden voor een portie abrupt gitaargeweld.

donderdag 10 september 2015 01:00

Little Victories

Van ‘Snapshot’, het debuut van The Strypes, kon je moeilijk zeggen dat het een origineel werkstukje was, maar de spontaniteit en energie spatten er wel van af. De piepjonge band kwam niet bepaald met een nieuw geluid aanzetten maar ze brachten de erfenis van The Yardbirds en Dr. Feelgood op een heel vinnige manier terug naar een jong publiek.
Op de opvolger ‘Little Victories’ zeggen ze vaarwel tegen de snedige rock’n’roll en bluesrock van het debuut en lijkt het of ze van verschillende walletjes willen eten, met wisselend succes. Geen covers dit keer, de snotneuzen hebben er moedig voor geopteerd om volledig voor eigen songs te gaan,  maar ze vallen wat dat betreft een paar keer hard op hun bek. The Strypes lijden compleet aan gezichtsverlies door op een stel songs (“A Good Night’s Sleep And A Cab Far Home” en “Eighty-Four”) te nadrukkelijk Arctic Monkeys achterna te willen hollen en elders kiezen ze voor een goedkope soort rock met waardeloze hard-rock gitaarsolo’s. Een blèrende ballade als “I Wanna Be Your Everyday Day” had op hun sprankelende debuut nooit gekund, maar hier is die jammer genoeg representatief voor de alomtegenwoordige bloedarmoede die over ‘Little Victories ’heerst.
De bijtende rhythm and blues van de sprankelende eerste plaat komt maar heel sporadisch nog eens naar boven, dit is het geval op “Status Update” en met een beetje goede wil ook op openers “Get Into It” en “I Need To Be Your Only”, en dat is het zowat.
Nog een geluk dat wij hier de Deluxe Edition op de kop hebben getikt, met een paar bonustracks die plots wel de moeite waard zijn : “Fill The Spaces In”, “I Can’t Lie” (daar is plots terug dat rock’n’roll vuur van ‘Snapshot’), “Rejection” (fel rockertje), “G.O.V” (met een vleugje ska er in lijkt het wel Rancid in betere tijden) en een ultra korte punky cover van de MC 5 klassieker “Kick Out The Jams”. Deze laatste is nu niet de meest originele versie maar het toont wel aan dat The Strypes nog verdomd kwaad uit de hoek kunnen komen, als ze willen.

De plaat van de gemiste kans, maar als u ons niet gelooft mag u altijd naar de AB trekken op 21/10. We hopen voor u dat ze daar nog flink uit ‘Snapshot’ graaien, anders zou u zich wel eens lelijk bekocht kunnen voelen.

donderdag 10 september 2015 01:00

Thunderbitch

De groepsnaam doet een bronstige metalband vermoeden, maar dit is gewoon een zijstapje van Brittany Howard, de volumineuze Alabama Shakes frontdame met een stembereik van hier tot in Timbuktu. Op het soulvolle ‘Sound & Color’, de nieuwe van Alabama Shakes, komen weliswaar al haar talenten uitvoerig bovendrijven, maar hoe mooi ook die prachtige strot haar werk doet, toch is het allemaal wat clean en braafjes. Om zeurpieten als ons de mond te snoeren lost Howard dat op haar eigen manier op. Ze bedenkt het alter ego Thunderbitch, smeert haar stem met onverdunde motorolie, laat de hyena in zichzelf los en spuugt er in een half uurtje een stel teugelloze rock’n’roll songs uit. De soul maakt plaats voor rauwe rock en de kreukjes en plooien hoeven niet langer te worden gladgestreken, integendeel, er worden nog wat extra scheuren en barsten bij gemaakt.
“I Don’t Care”, “I Just Wanna Rock’n’Roll”, “Eastside Party” en “Wild Child” zijn snerende rock’n’roll beestjes die er met pure punkspirit worden uitgespuwd. “Closer” is een trage gemene sleper die rechtsreeks uit een smerige garage komt gekropen en “My Baby Is My Guitar” is een vuile blues die dwars door het beendermerg snijdt. Het album barst van de rauwe rock maar eindigt met een onbesuisde en hartstochtelijke soulsong “Heavenly Feeling”, een ruwe diamant die helemaal niet hoeft geslepen te worden.
‘Thunderbitch’ is een heftig plaatje en Brittany Howard is in alle opzichten een ferm wijf.

donderdag 10 september 2015 01:00

Too

De ongedwongen fun-punk van Fidlar’s debuut heeft een logisch vervolg gekregen op ‘Too’. Het tweede album staat weer vol met aanstekelijke skate-punk songs die zich zonder omkijken een weg banen doorheen een zorgeloos party-wereldje waar het bier rijkelijk vloeit. Deze keer zijn er wat Weezer extracten aan toegevoegd (“Why Generation”, “Sober”, “Bad Medicine”) die het geheel nog meer in het West Coast zonnetje zetten.
Net als op het debuut weet Fidlar compacte en pittige lellen van songs te produceren die op diverse podia weer voor menig moshpit feestje zullen zorgen (met “Punks” en “Drone” in de voorlinie). Wanneer ze iets serieuzer voor de dag proberen te komen vallen ze door echter de mand, deze band is niet gemaakt voor gevoelige songs, dingetjes als “Overdose” en “Stupid Decisions” zijn melige afleggertjes die ze beter aan anderen overlaten.
Toch weer een fijn en onbevangen plaatje.
Fidlar is punk in een Hawai hemdje, wat meteen ook hun gebeurlijke outfit verklaart, ga dat checken in de AB Club op 22/11.

donderdag 10 september 2015 01:00

Everybody’s Boogie

Psychedelische bluesjams, die van Endless Boogie zijn daar absolute sterkhouders in, maar bij Dommengang kunnen ze er ook weg mee. Ze houden de songs wel iets korter, maar toch kan er nog vrij in rondgezweefd worden zonder echt goed te weten waar men uitkomt. Soms gaat het hard en rechtdoor, elders neemt het dan weer een hallucinerende omweg rond de kosmos.
“Hats Of To Magic” is een hitsige instrumentale jam die van ZZ Top naar Hawkwind gaat en weer terug. In het aanzwellende “Her Blues” voelen we Ten Years After overvloeien in The Doors en het mijmerende intermezzo “Wild In The Street Blues” komt uit een woestijn waar de kamelen zwaar aan de hasj hebben gezeten. “Extra Slim Boogie” had van Follakzoid kunnen zijn, mochten die ondertussen al de blues ontmoet hebben. Het opzwepende “Burning Of The Years” is Neu! die met Sonic Youth en Hookworms een potje poker speelt en de bevreemdende space rock op “CC” is Black Sabbath die de gitaren in Crazy Horse modus schakelt, ook weer een unieke ervaring.
Stevig, bezwerend en indrukwekkend plaatje die soms wel eens beïnvloed is door allerlei paddenstoelen of vreemde plantenextracten, maar het rockt en zindert dat het geen naam heeft.

donderdag 20 augustus 2015 01:00

What’s Your Rupture?

Royal Headache is een Australische band die rauwe soul, garage-rock en punk op een bijzonder catchy wijze bij elkaar brengt op hun fijne tweede album ‘High’. Het is punksoul die we ook al wel eens bij The Dirtbombs en Reigning Sound gehoord hebben.
Wij horen The Jam met een jonge Paul Weller in het snelle halve punkertje “Another World” en elders neigen onze gedachten ook nog naar The Replacements.
In amper een klein half uurtje worden tien tomeloze songs er met een geduchte slagkracht doorgejaagd. Gemene rockers als “Garbage” en “Little Star” worden afgewisseld met soulvolle ballads “Wouldn’t You Know” en “Carolina” (waarin Paul Westerberg ronddwaalt).  “Electric Shock”, een hondse punkkopstoot van anderhalve minuut is de daadkrachtige afsluiter van dit hartige straight-to-the-edge plaatje.

woensdag 19 augustus 2015 03:00

A Dream Outside

Alweer een nieuwe naam van een groepje die uit Engeland komt overgewaaid, maar deze keer eentje om te onthouden. Het veelbelovende debuut van Gengahr staat vol met aanstekelijke, bijna verslavende, psychedelische pop. Hier en daar neigt de band wat naar Temples, maar de Londenaars creëren toch een heldere eigen sound via een handvol frisse songs die ons blijven prikkelen.
Tintelende gitaartjes versieren lentefrisse songs als  “Dizzy Ghosts”, “She’s A Witch” en het bitterzoete en wonderlijke “Bathed In Light”. Met het zonnige instrumentaaltje “Dark Star” wordt ons humeur danig opgefleurd en “Powder” brengt ons tot bij het beste van My Morning jacket.
Misschien duurt het allemaal ietsje te lang want de laatste twee songs “Lonely As A Shark” en vooral “Trampoline” flirten een beetje met meligheid, maar groeifoutjes als deze zien we met plezier door de vingers.
Psychedelica kan ook boeiend klinken zonder dat de gitaren gedurig uit de bocht moeten vliegen, dit plaatje is daar het levende bewijs van.

Baroness - Sloop die muren met een fluwelen hamer
Baroness
Grand Mix
Tourcoing
2018-08-27
Sam De Rijcke

Tussen de zomerfestivals door (Pukkelpop en Dynamo zijn er geweest, Leeds en Reading zitten er aan te komen) neemt Baroness ook graag nog eens een cluboptreden mee, daarin zijn ze immers niet aan een strakke tijdstabel gebonden en kunnen ze een volwaardige set spelen voor een publiek dat volledig dat van hen is (dit is trouwens in een notendop de reden waarom wij zaaloptredens altijd zullen prefereren boven de festivals).

Het is overduidelijk dat een begeesterd Baroness vanavond met volle teugen geniet van deze clubset en ze smijten zich helemaal, wat van het publiek trouwens ook kan gezegd worden. We herinneren ons nog levendig hun wervelende passage in dezelfde zaal zo een twee jaar geleden, toen ter gelegenheid van het schitterende dubbelalbum ‘Yellow & Green’. U mag er gerust onze review van oktober 2013 terug bij halen, een copy paste is hier verantwoord. We komen tot identieke bevindingen :  zelfde gedrevenheid, beestige power afgewisseld met finesse, gitaren die melodie en brute stoomkracht in evenwicht houden en een massieve sound met subtiele ademruimtes.
Kortom, dynamische metal met ballen, brains én gevoel. Als geen ander kan Baroness zalvende intro’s laten overvloeien in granieten metalsongs die staan als een bunker. Het zijn mokerslagen van songs, maar dan toegediend met een fluwelen hamer, check onder meer “Eula”, “The Line Between”, “Isak” , “The Gnashing” en “Take My Bones Away”. Dit is nog zo een zeldzame metalband waar de songs even belangrijk zijn als de decibels die ze veroorzaken.

De setlist is in grote lijnen dezelfde als bij hun vorige Grand Mix doortocht met alweer een flinke hap uit dat fantastische ‘Yellow & Green’ album. De band zit nochtans op een nieuwe plaat te broeden (zou voor het najaar moeten zijn) maar laat het nieuwe materiaal zo goed als links liggen. Dat is het enige jammere aan de avond, we zijn uiteraard zeer benieuwd naar vers gerief en blijven wat dat betreft op onze honger zitten.
De band kondigt echter aan zo snel als mogelijk hier met een nieuwe tournee terug te komen, ons ticket is bij deze al gereserveerd.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

dinsdag 25 augustus 2015 14:39

Cayo

Black Tolex speelt stevige melodische rock met een grunge randje. Ze creëren daarmee een sound die dezer dagen misschien niet meer zo sexy lijkt -de nineties zijn al een tijdje achter de rug- maar die wel eerlijk en zonder gène uit de speakers knalt.
Tegenwoordig is het al een unicum voor een Belgische band dat men niet de hippe Britse bands of de nichtenpop van Oscar & The Wolf als voorbeeld neemt, maar wel oerdegelijke rockbands als Mad Season, Bad company en Pearl Jam. Bij die laatste ligt het er trouwens wel vingerdik op, we herkennen Vedder en co in zowat elke riff en song (’t is ook niet voor niks dat de frontman om de haverklap met een Pearl Jam t-shirt op het podium verschijnt).
Het geheel klinkt bij momenten heel Amerikaans en een paar rockballads (“Someday”, “Watch Me Fall”) overschrijden een beetje te pijnlijk de slijmbalgrens, maar toch is dit een potige rockplaat die moeiteloos een kroegentocht langs de bruinste bikercafés kan ondernemen.
Bezieler van deze band is Milo Meskens, een uiterst begaafde gitarist  die in een ander leven ook wel eens solo optredens pleegt op te fleuren met een stel songs die nogal neig stinken naar Milow (u kent hem wel, de singer/songwriter die evenveel rock’n’roll in zijn lijf heeft als haar op zijn hoofd). Bij Black Tolex blijft Meskens gelukkig in een stomende rock modus en gooit hij geregeld een Hendrixiaanse solo in de ring, en in combinatie met een strak spelende rockband geeft dat geregeld vonken.
Puike rockplaat.

Pagina 40 van 112