logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
giaa_kavka_zapp...
Geert Huys

Geert Huys

zondag 04 november 2007 00:00

Arcade Fire lost schulden af

Na het onovertroffen ‘Funeral’ uit 2004 en de fraaie opvolger ‘Neon Bible’ werd dit voorjaar door pers en publiek opnieuw halsreikend uitgekeken naar de live doortocht van het zevenkoppige pastorale popgezelschap Arcade Fire. Tot ontgoocheling van menigeen moest een groot deel van de Europese tournee, inclusief het geplande concert in de Hallen van Schaarbeek, echter worden afgelast vanwege problemen met de weerspannige sinussen van frontman Win Butler. De groep zou vervolgens op het afgelopen Pukkelpop festival haar gemiste rentree voor het Belgische publiek goedmaken, maar daar stak de krakkemikkige geluidsweergave op het hoofdpodium vakkundig een stokje voor. Na twee gemiste kansen was het dus erop of eronder voor de Canadezen in een goed gevuld doch niet uitverkocht Vorst Nationaal.

Het publiek werd alvast opgewarmd door een zwarte TV predikante die vanop het projectiescherm alle geboden uit de ‘Neon Bible’ de zaal in schreeuwde en pas de mond werd gesnoerd toen het 10 man sterke Arcade Fire orkest het rode tapijt betrad. Zichtbaar gebrand op een revanche, liet de groep niets aan het toeval over door meteen twee up-tempo radiohits de zaal in te vuren: “Keep The Car Running” en een lang  uitgesponnen versie van de recente single “No Cars Go”. Beiden zijn perfecte orkestrale popnummers waarbij Butler’s stem dit keer wel tot vol ornaat kwam en live extra werden ingekleurd door toevoeging van twee strijkers en twee blazers. Na het furieuze “Neighborhood #2 (Laïka)” uit het memorabele debuut ‘Funeral’ dreigde de delicate geluidsbalans de groep toch eventjes in de steek te laten; het gitzwarte “Black Mirror” werd ontsierd door heen-en-weer gevloek van Win Butler met de geluidsman, terwijl tijdens het tweeledige opus “Black Wave/Bad Vibrations” de vocals van Régine Chassagne nagenoeg verloren gingen in de geluidsbrij. De groep herpakte zich daarna wonderwel tijdens een aantal intimistische nummers waarvan wij vooral “Ocean of Noise” onthouden. De leden van Arcade Fire staan tijdens hun optredens niet bepaald bekend als vlotte praters, maar Butler moest tussendoor toch even zijn sociaal engagement kwijt. De frontman bedankte het publiek voor hun ‘vrijwillige’ donatie van €1 per ticket aan Partners in Health, een ideale inleider trouwens voor het anti-Amerikaans getinte ‘Antichrist Television Blues’.
Het eerste deel van de set werd afgesloten met een stomende versie van het inmiddels klassieke en luidkeels meegezongen “Rebellion (Lies)”, waarna de groep voor één bisronde uit de coulissen terug keerde. Uiteraard mocht “Intervention” hier niet ontbreken, en alsof het klaarwakkere publiek daar nog een boodschap aan had, werd het oudere “Wake up” als laatste encore de zaal ingevuurd.

Slotsom: derde keer, goede keer voor Arcade Fire, een band die is uitgegroeid van een speelse spontane bende ten tijde van hun optreden in het Koninklijk Circus ruim twee jaar terug tot een meer introverte wereldgroep met bijhorende wereldsongs anno 2007.

Organisatie: Live Nation

zondag 16 september 2007 02:00

Eigenzinnige Weller niet overweldigend

Precies 30 jaar na zijn eerste muzikale wapenfeit met de legendarische punkrock band The Jam onderneemt Paul Weller dit najaar een kleinschalige akoestische tournee onder de titel ‘Variations of a Dream’. Enkel begeleid op gitaar en synth door ex-Ocean Colour Scene gitarist Steve Cradock citeert de Modfather of Britpop langsheen Europese concertzalen uit drie decennia Britse rockgeschiedenis, van The Jam over The Style Council tot zijn eigen succesvolle solo carrière.

Wie afgelopen donderdag naar de al maanden op voorhand uitverkochte Ha’ te Gent kwam afgezakt voor een feest der herkenning kwam echter bedrogen uit. Alhoewel Weller inmiddels een paar dozijn radiohits op zijn palmares heeft prijken, had de oude rot welgeteld één single, de ballad “You do something to me”, in zijn setlist opgenomen. Al snel werd duidelijk dat Weller voor de ‘Variations of a Dream’ tour een zeer eigenzinnige selectie uit zijn back-catalogue heeft gemaakt die enkel door echte kenners op herkenningsapplaus worden onthaald. Uit de indrukwekkende catalogus van The Jam werd bijvoorbeeld gekozen voor “English Rose” uit ‘All Mod Cons’ (1978) en voor de twee illustere B-kantjes “The butterfly collector” en “Liza Radley”. Naast een tweetal minder evidente nummers van The Style Council, waarbij Weller nog eens de hoge stem aanhief die zo kenmerkend was voor de sound van deze groep, werd voorts vooral geput uit de eerste drie solo albums van Weller. Uit het titelloze debuut herkenden we o.a. “Into tomorrow” en uit zijn doorbraak album ‘Wild Wood’ koos de modfather wederom niet voor de evidente titeltrack maar wel voor “Foot of the mountain”, “Hung up” en een lang uitgesponnen door Cradock psychedelisch mooi ingeklede versie van “Shadow of the sun” die het eerste deel van het optreden op indrukwekkende wijze afsloot.
De modfather staat live niet bepaald bekend om zijn interactie met het publiek, en behalve een beleefde ‘thank you’ viel er inderdaad weinig te beleven tussen de nummers door. Ook het al wat oudere publiek was er één van het beleefde soort, en liet zich pas echt gelden om Weller terug te roepen voor een paar bissen. Het ijs leek heel even gebroken toen beide Britten de eerste en overigens enige bisronde aanvatten met een korte rookpauze waarbij Weller spontaan een die-hard fan op de eerste rij trakteerde op een smoke. De nicotine werkte alleszins niet inspirerend op het hitgevoel van Weller, die publiekslievelingen zoals “Going Undergound” en “That’s Entertainment” ook tijdens de bissen in de kast liet. In de plaats haalde Weller o.a. zijn versie van “Wishing on a star” boven uit het in 2004 verschenen coveralbum ‘Studio 150’, het onbetwiste hoogtepunt van de bissen.

Na goed anderhalf uur bleef ondergetekende met een halfverzadigde concert appetijt achter: ja, dit was een goed optreden waarbij de chef echter zodanig veel lekkere aperitiefhapjes serveerde dat hij dan maar besloot om het hoofdmenu niet op te dienen...

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Laten we eerlijk zijn, het mag een half wonder heten dat alt.country pioniers Wilco nog bestaan, laat staan dat ze met een langverwacht nieuw studioalbum onder de arm een korte Europese tour ondernemen en daarbij op de koop toe nog eens de Gentse Vooruit aandoen. Als we de geruchten mogen geloven sukkelde boegbeeld Jeff Tweedy de afgelopen jaren immers van de ene depressie in de andere, en bleef hij als een getormenteerd man achter na artistieke meningsverschillen met andere bandleden en het overlijden van zijn moeder. 
Enkel en alleen al uit de titel van het nieuwe Wilco album ‘Sky Blue Sky’ valt af te leiden dat Tweedy en zijn sterk vernieuwde vijfkoppige band voor een positiever en toegankelijker geluid hebben gekozen. Twee tracks uit dit album, “Side with the Seeds” en “You are my Face”, trokken de set in De Vooruit op gang, en meteen werd ook duidelijk waarom de band tegenwoordig meer airplay krijgt op Radio 1 dan pakweg op StuBru. Voor de klankkleur van ‘Sky Blue Sky’ gingen Tweedy & co immers grasduinen door de catalogus van de populaire Amerikaanse rootsrock medio begin jaren ’70, waarbij we echo’s van iconen zoals The Band, Jackson Browne en Fleetwood Mac horen weerklinken. Deze retro-invloeden staan haaks op het meer experimentele geluid dat Wilco sinds 2002 produceerde op het inmiddels tijdloze ‘Yankee Hotel Foxtrot’, en het was maar zeer de vraag welke nummers uit die periode de set zouden halen. Het publiek kreeg hierop al vrij snel antwoord, en bedankte met spontaan herkenningsapplaus wanneer het van cynisch zelfbeklag doorweekte “I am Trying to Break Your Heart” en de schijnbaar vlotte popdeun “Kamera” uit voorgenoemd album werden ingezet. Op plaat contrasteren deze oudere nummers nogal fel met het nieuwe, meer gepolijste werk zoals “Shake it off” en “Hate it Here”, maar live viel hier weinig van te merken o.a. door de spaarzame doch bijzonder gedreven uithalen van nieuwe gitarist Nels Cline. Deze laatste vervulde een hoofdrol in “Impossible Germany”, volgens ondergetekende het beste nummer uit het nieuwe album dankzij de magistrale gitaaroutro die live heerlijk lang werd uitgesponnen. 
Toen we tegen het einde van de set even links en rechts van de PA Frank ‘De Mens’ Vanderlinden en Tom ‘Freebee’ Vanlaere goedkeurend het hoofd zagen meewiegen, beseften we dat niet enkel de doordeweekse concertgangers maar ook de elite van de Vlaamse rockscene met volle teugen schijnbaar genoten van de Belgische doortocht van Wilco. Ook Tweedy zelf, die nochtans niet bepaald bekend staat als een vrolijke Frans, ontpopte zich tussen de nummers door als een would-be entertainer die elke enthousiaste reactie uit het publiek spontaan counterde met een portie droge Amerikaanse humor. Yep, hier kan het echte enfant terrible van de alt.country scene, Ryan Adams, een puntje aan zuigen!
Uit de eerste bisronde onthouden we vooral “Spiders (Kidsmoke)” uit “A Ghost is Born” (2004), een langgerekt nummer dat na een repetitieve aanloop plots explodeert in een gitaarriff die zo lijkt weggelopen uit de back-catalogue van Neil Young & Crazy Horse. Het publiek vroeg en kreeg meer. In een tweede reeks toegiften werd o.a. gekozen voor “Heavy Metal Drummer”, alweer een klassieker vanop ‘Yankee Hotel Foxtrot’ en werd afgesloten met het mijmerende “On and on and on”, tevens het slotnummer van het nieuwe album.

Na een bijna twee uur durende set mag het duidelijk zijn: Wilco hebben na een aantal moeilijke jaren de titel van ongekroonde alt.country koningen terug opgeëist. Noot voor de afwezigen: Tweedy & companen ruilen binnenkort de sfeervolle en tot de nok gevulde Vooruit in voor een rafelige doch oergezellige concerttent op het komende Dour festival!

Organisatie: Vooruit Gent


Tot diep in de jaren `90 was Kevn Kinney muzikaal actief als frontman van Drivin' n' Cryin', een groep die met haar combinatie van powerrock en folk weliswaar een trouwe schare fans voor zich wist te winnen doch echter nooit aansluiting heeft gevonden bij de toenmalig populaire grungescene. Een aantal van die fans kwamen afgelopen zaterdagavond ongetwijfeld ook afgezakt naar de Ha' alwaar Kinney een tweede keer op korte tijd aantrad, doch deze maal vergezeld van een volledige begeleidingsband. Parallel aan zijn D'n'C periode heeft Kinney ondertussen een al bijna even indrukwekkende solo carrière uitgebouwd, waarbij hij schijnbaar moeiteloos laveert tussen folk, country, blues en southern rock..

?Welcome to the Sun Tangled Angel Revival? uit het gelijknamige album uit 2004 leek meteen de perfecte opener. Kinney's nasale stem steeg nog net uit boven de 12-string folkchords, de gitaaruithalen van zijn jonge gitarist en de strakke ritmesectie: velen hadden meteen het gevoel dat dit een memorabele avond zou worden. Voor het samenstellen van de (overigens onvindbare) playlist werd voornamelijk geput uit Kinney's laatste twee solo albums, doch hier en daar werden de trouwe fans bedankt met a trip down memory lane zoals tijdens ?MacDougal Blues? uit diens eerste solo-album (1990) en ?When You Come Back?, een zeldzaam D'n'C nummer in de set uit hun ronduit stevigste album `Smoke' (1993). En wat dan te denken van de ruim 10 minuten durende medley die plots opdook in het midden van de set? Naast Kinney bleken plots ook de rijzige dreadlock bassist en de lijkbleke tengere drummer over vocaal talent te beschikken, en werd muzikaal eerbetoon gebracht aan achtereenvolgens John Lennon (?Working Class Hero?), The Monkees (?Steppin' Stone?) en Nirvana (?All Apologies?). Het siert Kinney dat hij ook nummers eerder ver verwijderd van zijn muzikale roots in een nieuw kleedje wil steken, maar even later verschafte hij toch tekst en uitleg over een ontmoeting met zijn ware muzikale held Johnny Cash aan wie ?The Country Song? uit Kinney's recentste album `Comin' round again' werd opgedragen. Ook Dylan en Guthrie bleven niet afzijdig tijdens het handvol akoestische nummers die Kinney solo voor de bissen speelde, en waarvan we vooral ?This town? onthouden. Kinney en band werden uiteraard voor een encore teruggeschreeuwd. De lang uitgesponnen countrytune ?This Train Don't Stop at the Millworks Anymore? werd door Kinney zelf aangekondigd als zachtaardige maatschappijkritiek, maar pas met een stomende versie van ?I Shall be Released? verdiende het optreden van Kinney & band het etiket `memorabel'. Tijdens dit laatste nummer mocht ook Mick Hart even komen meejammen, en heel even hadden we zelfs de indruk middenin een jamsessie van wijlen The Allman Brothers te zijn terechtgekomen.

Net toen iedereen, de groep incluis, dacht dat het optreden afgelopen was dook Kinney beleefd doch vastberaden het publiek in om zijn allerlaatste troef uit te spelen. Spaarzaam begeleid door mondharmonica, gitaar en handgeklap van het publiek werd een traditioneel kampvuurlied vol levenswijsheid ingezet. Kinney kreeg hiervoor een `staande ovatie' van het publiek, en knikte even later goedkeurend toen zijn gesigneerde CD schijfjes gretig van eigenaar verwisselden. Tot volgend jaar, Kevn?

In het voorprogramma stond de sympathieke Australische singer-songwriter Mick Hart die zijn zopas verschenen, mooie nieuwe plaat `Finding Home' kwam voorstellen. Ondanks het feit dat hij de voorbije jaren het voorprogramma mocht verzorgen van onder meer Bob Dylan, Coldplay, Sting, Paul Weller, Zwan, The Pretenders en The John Butler Trio, verscheen hij duidelijk zenuwachtig en onder de indruk op het podium. Maar dit belette hem echter niet om vergezeld van louter een akoestische gitaar, lapsteel en mondharmonica, in zijn eentje het publiek warm en stil te maken voor zijn mix van folk, pop, roots en blues. Zijn manier van zingen en spelen roept vooral een vergelijking op met Vic Chesnutt en Ben Harper (trouwens een goede vriend van Mick), terwijl zijn coverversie van één van zijn favoriete nummers, ?Mad World? van Tears For Fears, erg dicht aanleunde bij die van Gary Jules.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

 

zaterdag 27 januari 2007 04:00

The Beauty & The Beast

De Vooruit ontvangt doorgaans de betere rockband, van trendy tot tijdloos, maar zelden gespeend van decibels. Niet zo afgelopen zaterdagavond dus, toen de Schotse engel Isobel Campbell en de Amerikaanse grunge-survivor Mark Lanegan met hun intieme luisterliedjes in de Gentse rocktempel neerstreken voor een uitverkochte affiche. Pers en publiek zijn het er over eens dat dit gelegenheidsduo met het album ?Ballad of the Broken Seas? verantwoordelijk was voor één van dé muzikale wapenfeiten van 2006. Op dit album laten ze zich spontaan een soort Beauty & The Beast imago aanmeten onder de vorm van een onwaarschijnlijke combinatie van frèle en rauwe vocals die eerder reeds Lee Hazelwood & Nancy Sinatra of Nick Cave & Kylie Minogue (muzikale) hoogtepunten lieten bereiken.

Vergezeld van een vierkoppige begeleidingsband bleek opener ?Revolver? meteen een welgemikt schot in de roos. Ingeleid door spaarzame percussie en desolaat gitaargetokkel zette de gedeclameerde samenzang van de zeer statische Campbell & Lanegan de toon voor de rest van de avond. Tot de andere hoogtepunten waar het etherische engelengezang van Campbell en de door rook en levenspijn doordrongen stem van Lanegan wonderwel samenvloeiden behoorden zeker ook ?Deus ibi est? en ?(Do You Wanna) Come Walk with Me??. Nagenoeg alle nummers op ?Ballad of the Broken Seas? zijn van de hand van Campbell, geen wonder dus dat dit ex-lid van Belle & Sebastian nu en dan zelf de show mocht stelen met ?Black Mountain?, ?Saturday's Gone? of het aan Nick Drake schatplichtige instrumentaaltje ?It's Hard to Kill a Bad Thing?. Op de tonen van ?The Circus is Leaving Town? kreunde Lanegan ?The party's over now, so draw the curtains down?, een passend einde van het eerste deel van het concert. Tijdens de twee bissen werd de gemoedelijke sfeer een ietsje venijniger. Na een klein fysiek opstootje ter hoogte van de bar zetten Campbell & Lanegan passend ?Ramblin' Man? in, een doorleefde cover van een Hank Williams original die van een vuil countryblues randje werd voorzien.

Het was meteen het sluitstuk van een geslaagd anderhalf uur in een onbezwete Vooruit, ondergetekende dook voldaan en stilletjes neuriënd op het refrein van ?Saturday's Gone? de nacht in ...

Pagina 18 van 18