Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass. Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.

En live … kwam ze het nieuwe materiaal voorstellen met een sobere begeleiding van twee gitaristen (waaronder haar rechterhand Erik Della Penna) en een celliste. Ontdaan van alle franjes viel het me op waar de huidige lichting folky vrouwelijke sing/songwriters de mosterd vandaan haalden.
We kregen na elk nummer een gefundeerde uitleg van de geportretteerde schrijvers met hun dichtbundels en kindercartoons en ze stoffeerde het in slides op een groot scherm. In een uitverkochte AB Flex was iedereen letterlijk aan haar lippen gekluisterd om de levenswandel en de bundels van de schrijvers te horen.
En het was ook negen jaar geleden dat ze nog op een Belgisch podium te zien was. Meer dan ooit was het een happy en aangrijpend weerzien en ze werd dan ook na elke song terecht warm onthaald!
Ruim anderhalf uur grossierde ze in de selectie songs van ‘Leave your sleep’ en stelde ze er enkele voor die de cd nét niet haalden, waaronder de intieme opener “Vain & careless”, die ons terugbracht naar de begindagen van Robert Johnson en Leadbelly, bepaald door akoestisch gitaargetokkel, een verloren gewaande cello en gedragen door haar indringende vocals. Op het dromerige, broze “No one marries me” en de op British geënte folk “The sleepy giant” zette ze enkele tapdanspasjes vooraan het podium. Of ze imponeerde met de jazzyfolkblues van het lieflijk verleidelijke “The janitor’s boy” (van Nathalia Crane).
Boeiend en leuk waren de verhalen van Mother Goose “The man & the wilderness” en Edward Lear’s “Calico pie”. Deze laatste kreeg een zwierige countryswing. Kippenvel bezorgde ze ons van Lydia Huntley Sigourney’s “Indian names”, die door cello werd bepaald en de aanvaarding van de verlieservaring van een kind op het aangrijpende “Spring and fall to a young child” (Gerard Manley Hopkins). Net als Merchant moesten we even diep ademhalen. Ze barstte zelfs in tranen uit! Wat een intens emotioneel moment.
Het sprookjesachtige, feeërieke “The equestrienne” had een helende werking, bood wat luchtigheid en werd uitgeroepen tot single van de cd.
En op die manier wisselde zij de songs mooi af van gevoel, zwaarte en intensiteit. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde. De kinderparty van “The land of Nod” sloot het stevige pakket af.
Ze speelde nog een uitgebreide bis over haar soloplaten heen. Een pleidooi om Moeder Natuur te vrijwaren van alle ecologische rampen, “Motherland”, “Break your heart” en “Carnival” vulden het muzikaal in; “Cowboy romance” zong ze in duet en op “Tell yourself” gaf ze het publiek de ruimte het refrein zachtjes mee te zingen en te neuriën. Tot slot konden we haar uitwuiven met “Kind & generous” en een acapella versie van Vera Lynn’s klassieker “From the time we say goodbye”.

In deze sobere vorm bleven de songs duidelijk overeind. Met een boek vol kennis ging ze met haar begeleiding ruim twee uur gepassioneerd te werk …Een aandachtig publiek werd moeiteloos ingepalmd … met een lach en een traan. Dit optreden zinderde na …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zondag 02 mei 2010 02:00

Falling down a mountain

In navolging van de vorige cd ‘The hungry saw’, die de reünie van Tindersticks inluidde, verschijnt er nu twee jaar later ‘Falling down a mountain’. We horen tien heerlijke, boeiende, romantische luistersongs, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De songs klinken broeierig en intens spannend … de opener en titelsong van de cd geeft alvast de toon, wat verder gezet wordt op “No place so alone”, “Factory girls” en “She rode me down”, dat zelfs wordt overstelpt met flutes. “Harmony around my table” en “Black smoke” zijn de meest krachtige nummers. Het ballad en melancholie gehalte is te vinden op “Keep you beautiful” en het in duet gezongen “Peanuts”.
De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door toevoeging van piano, toetsen, blazers en strijkers. Het filmische “Piano music” besluit de lieflijke, afwisselende plaat!

donderdag 06 mei 2010 02:00

Heligoland

Samen met Portishead was het Britse Massive Attack één van de trendsetters midden de jaren ’90 van de triphopscène. De groep liet een tijdje op zich wachten om nieuw materiaal uit te brengen; ‘100th Window’ dateert al van 2003, maar de band onder spil Robert ‘3D’ Del Naja zat intussen niet stil, want na de tour in 2003-2004, verscheen er een ‘best of’ en waren er optredens op Pukkelpop en op de Lokerse Feesten. In het najaar van 2009 verscheen de EP waarop die sterke groovy tripdubbende song van Horace Andy als vocalist te horen is.
De nieuwe plaat staat bol van de guestvocalisten: Tunde Adebimpe (Tv on the radio), Guy Garvey (Elbow), Martina Topley-Bird (solo nu na Tricky), Hope Sandoval (ex Mazzy Star), Damon Albarn (Blur) en natuurlijk Horace Andy die met de meest zinnenprikkende songs gaan lopen is , want naast ‘Splitting the atom’ hebben we met “Girl I love you” het tweede puike Massive nummer door z’n broeierige intensiteit en opbouw.
De songs hebben een eigen unieke triphopstemming en zijn mooi uitgekiend en uitgebalanceerd in die duistere multigelaagde sound. “Paradise circus” klinkt zalvend door de pianoloops en strijkers en het uitgesponnen “Atlas Air” graaft als vanouds in het vertrouwde Massive Attack landschap van diep repetitief bezwerende, hitsige en stuwende gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. Tot slot keerde ook Daddy G naar het Massive front terug , wat we maar konden toejuichen.

donderdag 29 april 2010 02:00

One Good Thing

Vorig jaar dachten we even dat er wel een nieuwe plaat van Lamb op stapel ging staan door de onverwachtse reünietour met Andy Barlow. Maar het trippoppende drum’n’bass duo was maar een tijdelijke opleving. Het is wel zo dat de derde soloplaat van znageres Lou Rhodes werd opgenomen in diens studio, zonder dat hij ook maar aan de knoppen moest komen. ‘One good thing’ belicht haar folky sing/songwriter kwaliteit en is een sober gehouden plaat. Ingetogen nummers, vorm gegeven door haar het akoestische gitaarspel, aangevuld met een stemmige strijker (= cello ) en gedragen door haar breekbare, zwoele, ijzige en pakkende vocals.
De plaat onderscheidt zich toch van het eerder onopvallende tweede ‘Bloom’, dat alvast een bredere omlijsting had, en plaatst zich naast het debuut ‘Beloved one’.
Indrukken van de verhuis naar het platteland en het (plotse) verlies van haar zus Janey zijn de thema’s van de cd. De elf songs liggen in elkaars verlengde. De ingetogen folky popballads genieten een intieme pracht met de titelsong voorop.

’An end has a start’, de tweede plaat van het Britse kwartet Editors uit Birmingham, plaatste hen naast geestesgenoten Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs, Bloc Party, Kings Of Léon en The Killers, de pijlers van de rockscène van de laatste vijf jaar. We zagen hen met de jaren groot, groter, grotesk worden. Na de twee succesvolle albums, kwam dan vorig jaar de derde, ‘In this light and on this evening’, die de band een andere richting deed uitgaan: koele (electro) synths wisselden met de waverockende sound van vroeger af. Een donkerder geluid, in navolging van Joy Division, die door de repeterende ritmes sfeervol, intens broeierig en breekbaar klonk en af en toe eens kon exploderen. De single “Papillon” steekt er met kop en schouders bovenuit, een nummer dat op live optredens al op de steigers stond en iedereen deed recht veren door z’n dansbare beats. En natuurlijk telt hierbij de warme, melancholische maar tegelijkertijd helder overtuigende, krachtige stem en podiumact van zanger/ componist en multi-instrumentalist Tom Smith.
De band is intussen het clubcircuit ontgroeid en werd eerder een stadionact om op grote podia en festivalweides te staan. De Hallen Van Schaarbeek en Vorst Nationaal waren in een mum van tijd uitverkocht. Momenteel concerteert Editors in de Lotto Arena. Maar de GrandMix crew hebben Editors nog eens kunnen strikken en overtuigen ‘back to basics’ te gaan  in een klein zaaltje …, zoals in de Bota of in de Vooruit.

Ondanks de uiterst gebalanceerde, perfecte sound, de afwisselende set en de sterke vocals van Smith, was het me na de set duidelijk dat Editors niet écht meer stilstaat bij een kleinere zaal. Het schoentje wrong bij Smith als persoon, want hoe betrokken, communicatief vaardig en een podiumbeest hij wel was tijdens de voorbije tour, hoe verdiept was hij nu in de huidige Editors sound en tekstvellen. Hij hield het bij de obligate “merci beaucoups” en liet een coole indruk na. Nochtans de blik die hij z’n fans af en toe gunde, straalde zo’n kracht uit, dat het concert in zo’n zaaltje van 800 man uit z’n voegen kon barsten, terwijl het nu eerder routineus de klus afwerken was. Ik hoop alvast dat Editors die valkuil op tijd kunnen ontwijken om op dezelfde begeesterende, energieke wijze als vroeger interactief te zijn.
Maar na het punt van kritiek, slaagde Editors er wel nog steeds in een sprankelende, gevarieerde en emotievolle liveset te spelen; het is een sterk op elkaar ingespeelde en geoliede band die de frisse Britwaverockers afwisselt met de ‘coldwave’synthloops van het huidig sfeervolle, broeierige materiaal.
De setlist tijdens de huidige tour houden ze aan; Smith en de zijnen openden met de moedige, donker spannende titelsong van de huidige cd, op piano en toetsen ingeleid en aangevuld met aanzwellende drumslagen, wat Cave-iaans aanvoelde. De sfeervolle synthpopsong “You don’t know love” zat iets verderop in de set en werd voorafgegaan door de broeierige waverockers “Lights” en “An end has a start”. Ze vuurden de songs in een sneltempo af en het typeerde de afwisselende aanpak van Editors, waarbij ze putten uit de drie cd’s.
Naast Smith verdienen de 3 andere leden evenveel aandacht: er waren de intrigerende, meeslepende, scherpe en gierende gitaarlijnen van Chris Urbanowicz, de diepe strakke basstunes van Russell Leetch (hij was nu diegene die het dichtst bij het publiek stond!) en de bezwerende, opzwepende drums van Ed Lay.
Na het krachtige “Bones” en het electro slepende “A life as a ghost” groef Editors diep in de Joy Division ‘Closer’ catalogus met de repeterende, dreunende beats van de laatste single “Eat raw meat = blood drool” en de weemoedige, dromerige opbouwende “The big exit” en “Last day” door het electrogehalte en synthloops. De broeierige “Blood”, “Escape the nest” en “Bullets” verdeelden ze er netjes in. Ondanks de beperkte interactie ging Editors naar een hoogtepunt met de stroomstoten en het meezinggehalte van “The racing rats”, “Smokers outside the hospital doors” en het strakke “Munich”.
In de intiem gespeelde solo op piano “No sound but the wind” voelden we letterlijk de wind om de oren. “Bricks & Mortar” explodeerde halfweg en leidde het pompende, dansbaar dreunende “Papillon” in, die de ganse GrandMix deed ontploffen. De danskraker bij uitstek! Nu pas leek het erop dat Smith een feestje wou bouwen, hij hotste heen en weer en hitste het publiek op; een stevige versie van het opzwepend oudje “Fingers in the factories” besloot na anderhalf uur de set.
Spijtig genoeg lieten ze één van de sterkste songs van ‘In this light and on this evening’, “Like treasure” aan zich voorbij gaan … het is de ideale overgangsong tussen het ouder werk en de nieuwe Editors stijl. Maar OK, de band heeft nu meer dan ooit een eigen gezicht en bood voldoende variatie aan, maar lijkt door de electrogehalte nu zelf wat onderkoeld …

Het uit Leeds afkomstige IlIketraIns is mee op toer met Editors. ‘Dark music for happy people’ is hun motto. De donkere melancholie en dramatiek in de voetsporen van hun ‘Elegies to lessons learnt’, van traag, slepende aanzwellende melodieën van wavepostrock, overspoeld door feedbackgeraas, werden afgewisseld met levendiger, directer en krachtige waverock, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd, die momenteel wordt voorafgegaan door de EP ‘Sea of regrets’. Met een knipoog naar de opbouw van Joy Divisions “Atmosphere”.
En het was al vroeg in de avond leuk vertoeven in de GrandMix met de sfeervolle, catchy melodieuze indierock van het eerder onbekende Airship.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Wat een gekte en show zagen en hoorden we van het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike) uit Toronto. Crystal Castles klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt. Maar we mogen op de nieuwe plaat uitstapjes verwachten naar dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop à la Vive la Fête.
Het duo, niet zozeer de meest sociaal actieve, kwam met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples. Energieke livesets op Pukkelpop, Dour en in de AB Club deed het duo onderscheiden, die live aangevuld worden door een drummer.

Live werden we letterlijk meegezogen in de electro ‘onder’wereld van het trio. Pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screams en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal ergens bleef hangen bij een Rolo Tomassi. De zang moest opboksen tegen de instrumenten, die beiden schreeuwden en beukten om het hardst, in een hallucinant decor van stroboscoops en sobere spotlights. Kortom, het trio haalde alles uit de kas om het door de elektronische mallemolen te draaien. En frontdame Alicia gaf de indruk haar weekenddagje vrij te hebben van een verblijf in de plaatselijke ontwenningskliniek, er eens voor het volle pond te gaan en in het publiek te zweven.
Het publiek ging totaal loos op de elektronicasalvo’s en -gefreak. De nieuwe songs gaven een beetje meer kleur tav hun doorgeslagen tsunami-electrovoer. De eerste nummers, de nieuwe “Fainting spell” en “Baptism”, toonden meteen die bredere elektronicalaag en waren de warming up voor wat volgde. Op “Courtship dating” werd het tempo verhoogd en was het hek helemaal van de dam. De zangeres hotste heen en weer en sprong op de drums om dan tot slot te eindigen in het publiek. In de chaotische brij bleven we eventjes verdwaasd achter. “Insecta” en “Doe deer” sloten goed aan. “Celestica” begon met dromerige, zalvende beats, maar ontspoorde algauw door de krachtige elektrobeats en noise erupties. “Crime wave” en “Reckless” waren binnen dit weirde concept nog de meest toegankelijke en zorgden voor wat ademruimte. Soms deden ze me hier zelfs denken aan het tien jaar oude “Blue” single succes van Eiffel.
Maar daarna was het bloem-klatsch-patat. Iedereen werd wild van “Air war” en de instant klassieker “Alice practise”. Tot slot drongen de dreunende, repeterende beats van “Intimate” en “Black panther” in elke zenuwbaan. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar. Zelfs de PA man was niet meer te houden …

De nummers volgden elkaar in een onnavolgbaar tempo op. Ondanks het feit dat vele songs meer-van-hetzelfde zijn, en eigenlijk 1 concept vormen , probeert het Canadese duo, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Velen beleefden hun dansavondje sinds jaren, anderen hadden het nakijken. Verbluffend! Mooi meegenomen dus!

Het Franse Team Ghost leunde aan de shoegaze en dromerige slowcore van Slowdive, Pale Saints, Loop, Ride, het dromerige Cocteau Twins, My Bloody Valentine en de early indie van Galaxie 500 en Kitchens Of Distinction.
De eerste songs konden ons nog niet meteen boeien, maar het tweede deel had nét dat broeierige karakter, repeterend opbouwende gitaarlagen en aanzwellend krachtiger voer. Niet voor niks had de zanger een t-shirt van ‘shoegazer’.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 22 april 2010 02:00

There is no enemy

Built To Spill, onder Doug Martsch, zijn samen met Galaxie 500 één van de pijlers van de ‘independant’ indierock eind’80’s. Slepende, hemels klinkende gitaren, repetitief opbouwende en uitgesponnen gitaarlagen gelinkt aan Neil Young’s Crazy Horse en The Feelies, gedragen door de dromerige, melancholische en breekbare stem van Martsch. Ook de nieuwe plaat, ruim vier jaar na de vorige cd, moet écht niet onderdoen aan het vroegere materiaal. De sympathieke band heeft met “Good ol’ boredom”, “Done”, “Things fall apart” en “Tomorrow” enkele uiterst genietbare gitaarparels uit, songs soms aangevuld met blazers.
Mijmerende, aanstekelijke, aantrekkelijke hoogstaande gitaarpracht horen we op de songs, die knipoogt naar hun oudbakken formule, maar ook ruimte biedt voor een breder instrumentatie. Met opgeheven hoofd slaagt BTS er na al die jaren nog in zich te manifesteren in de huidige indie-boom. Ontegensprekelijk besluiten we dus met respect voor zo’n band!

donderdag 22 april 2010 02:00

Congratulations

Een goede twee jaar terug waren zij één van de meeste hippe bands, Management aka MGMT, het leuke gezelschap onder Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden. Hun geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica zetten ze om in enkele meesterlijke hits als “Time to pretend”, “The electric feel” en het meezingbare- fluitende “Kids” van de plaat ‘Orucalar Spectacular’. De plaat werd een wereldsucces. De band, die tuimelt in de ‘70’s retrosychedelica, haalde de sound van Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkind, Bowie, The Doors en jongere bands Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles van onder het stof. Ze maakten er een kleurrijke ‘peace en love’ van.
De opvolger ‘Congratulations’ is andere koek. Het duo verbleef lange tijd op het strand van Malibu voor het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Ze putten uit een creatief psychedelisch vaatje en borgen de hitgevoeligheid op. Een drietal toegankelijke nummers horen we binnen hun poppsycherock, “Flash delirium”, “Brian eno” en de titelsong. “ Siberian breaks” is het epos van de cd, ruim twaalf minuten, én wel in vier stukken verdeeld: een dromerig concept, verrassende, onverwachtse en gewaagde wendingen, slepende melodieën, (vocoder) stemmen, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Samen met “Lady Dada’s nightmare” is er sprake van een lang instrumentaal stuk en een elektronische outtro. Eerbetoon aan The Beatles en Brian Eno zijn op z’n plaats.
Ze benaderen op die manier wat Flaming Lips op hun laatste plaat deed. Pete Kember, die in de ‘90’s deel uitmaakte van de poppsychedelica van Spacemen 3 en Sonic Boom stond mee in voor de productie.
’Congratulations’ is een apart plaatje, apart muziek, een muzikale rijkdom, maar waar soms geen touw aan vast te knopen is …

Binnen de Britse folkrock kunnen we momenteel niet omheen de zusjes Rachel en Becky Unthank uit Northumberland, UK. Ze brachten al een paar platen uit en kwamen vorig jaar in de spotlights met ‘The bairns’, toen nog onder de groepsnaam Rachel Unthank & The Winterset. Ze zijn te situeren binnen de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy.
De wisselwerking tussen Rachels ongepolijste en Becky’s lieflijke zang vormen een meerwaarde aan de folkroots van de band met o.m. echtgenoot Adrian McNally op piano en toetsen. Verder worden ze nog bijgestaan door 2 multi-instrumentalisten, die gitaar, bas, contrabas en drums afwisselen en 2 dames waaronder een celliste en supportlady Lucy op viool.

De zusjes speelden sober, ingehouden materiaal maar ook songs die een vollere instrumentatie hadden; de gevarieerde aanpak gaf elan aan het vakmanschap, die we in de nummers horen. Tekstueel groeven ze in ijzingwekkende geschiedenisverhalen en klaagliederen. Het familiale gezelschap zorgde voor een amicale sfeer en bracht ons in de pittoreske Rotonde nog dichter bijeen. Ze lieten ons lekker wegschuiven, dagdromen en huiveren in hun neofolky, ideaal passend bij een tea-set op zondagavond. De songs kwamen van de drie cd’s ‘Cruel sister’, ‘The bairns’ en de huidige cd ‘Here’s the tender’.
De stemmenpracht van de zusjes kwam meteen in de spotlights: de traditional “Sandgate” door Rachel geopend, “Riverman” door Becky en samen zongen ze, ergens middenin de set, “John dead” en “The testinomy of patience Kershaw”. Voor de rest wisselden ze hun intens ingetogen songs als “20 long weeks”, “Lucky gilchrist” en “Annachie Gordon” af met elegante, broeierige, soms aanzwellende “Sad february”, “Sexy sadie” en “Flowers of the town”. Naast de brede omlijsting in deze nummers, was er ietwat ruimte voor de leuk meegenomen footsteps/tapdance van de twee zusjes, wat het geheel soms deed denken aan een balorkest. En ook support Johnny sprong bij op toetsen.
Vooral een ouder publiek was te vinden voor de ingetogen, warme, gezellige muziek van het sympathieke Britse gezelschap. Terecht werden ze dan ook sterk onthaald …

Johnny en Lucy leidden de Unthanks in.  We hoorden sobere traditionele folkpop op akoestische gitaar en viool. De zangpartijen vulden elkaar aan. Tussenin vertelden ze verhalen en indrukken van hun tour.

Kijk, The Unthanks als Johnny en Lucy bezorgden ons een fijne, sfeervolle, ontspannende avond; ze straalden gemoedelijkheid en rust uit en waren de geleiders om een stressvolle werkweek aan te kunnen vatten!

Organisatie: Botanique, Brussel

woensdag 30 september 2020 10:57

Mumford & Sons: speelse, frisse dynamiek

Het concert van het uiterst sympathieke neofolky ensemble Mumford & Sons was in een mum van tijd uitverkocht in de AB. Tja, de ongelukkigen zaten wat op z’n honger en zaten te zoeken waar het kwartet nog zou optreden. En dan, een geschenk uit de hemel. Tijdens hun Europese tour hielden ze halt voor een paar concerten in Frankrijk en deden ze het even leuke zaaltje Grand Mix in Noord-Frankrijk aan.
Resultaat: drie vierden van de zaal werd overspoeld door Vlamingen die toch nog één van hun favoriete bands aan het werk kon zien en de afstand naar Brussel niet moest trotseren. Dit aspect hadden band als organisatie ook gezien, want de band besefte maar al te goed dat ze in Frankrijk nog hun sporen moest verdienen, maar dat de Belgen duidelijk vielen voor die country/americana, folkpop en bluegrass. Hun drie singles “Little lion man”, “Winter winds” en “The cave” zijn niet weg te branden uit de hitparade.
Even waande ik me op één van de kasseistroken van Paris – Roubaix door de massastroom aan Vlamingen. Dat het concert uitverkocht was, was alvast mooi meegenomen voor de organisatie, die op die manier (nogmaals) aantoont dat er in Noord-Frankrijk (muzikaal) veel te beleven valt …

Mumford & Sons … Het kwartet haalt de mosterd bij de songwriting van The Byrds, Fairport Convention, Leonard Cohen en Crosby, Stills, Nash, laat de retro van Kings Of Leon en de country/americanarock van Green On Red, Arcade Fire en Seasick Steve indringen. De band wordt gedragen door Marcus Mumford, de singer/gitarist/drummer. Hij wordt bijgestaan door Winston Marshall, banjo/dobro/zang, Ben Lovett, vocals/keys, en Ted Dwane, vocals/bassist.
Eén plaat hebben ze nog maar uit, maar ze staan er overduidelijk op een podium en zullen de komende festivalzomer vele zieltjes winnen. Ze hebben een forse stap voorwaarts gezet om een grootse band te worden, én ze genieten van het succesverhaal van vandaag … Anderhalf uur speelden ze een overtuigende set van aanstekelijke, speelse songs die een boeiende, broeierige opbouw hebben en voldoende afwisseling boden in de songstructuur. Ze praatten er zich wat uit in een soort brabbelFrans (op Marshall na!).
Het eerste half uur stonden ze netjes op een rij met akoestische gitaren, synths, contrabas, banjo, dobrogitaar en een bassdrum. Het was mooi om hen op die manier te zien, bepaald door de vocale stemmenpracht van de vier, die werd geleid door de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Mumford. Tja, Local Natives, Megafaun, Grizzly Bear konden er wel een puntje aan zuigen.
De langzame start, de opbouw en de explosies van de songs intrigeerden. Elegant klonken de eerste songs “Sigh no more”, “Awake my soul”, “Roll away your stone” en “White blank page” met dit instrumentarium, die door het (krachtige) gitaargetokkel, de footsteps, de bassdrum en Mumfords vocals zeggingskracht hadden. Ze palmden moeiteloos de Vlamingen als de Noord-Fransen in en we smolten als sneeuw in de zon. “Untitled” legde de klemtoon op de vocale capaciteit van de vier en met “Little lion man”, middenin de set, bereikten ze een hoogtepunt. Termen als emotionele diepgang, schoonheid en kracht zijn hier op hun plaats. De folky stijl ging richting poprock op het nieuwe “Lover polite” en “Thistle en weeds”. Mumford toonde aan van vele markten thuis te zijn, want hier speelde hij drums én nam hij de leadvocals op zich …En dan gingen ze terug ‘back to basics’. Johnny Flynn vervoegde op “Winter winds” de band op trompet. Het speels ontspannende lentegevoel hielden ze aan met de huidige single “The cave, die middenin explodeerde, en een snedig, krachtige “Dustbowl dance”, waarbij ze totaal loos gingen op hun instrumenten. Een verbluffende finalereeks, die toonde wat de band in z’n mars had en hoe sterk ze er wel staan als band. Broeierig, bezwerend, zwierig en leuk … Het enthousiasme droop er van af.
En voor de laatste maal knoopten we de rockende folktoon goed in de oren met “I gave you all” en het afsluitende “Whispers”.

De speelse, frisse dynamiek, het gevarieerde geluid en de charisma van de band zijn troeven die Mumford & Sons een ontdekking meer dan waard zijn.

De support Johnny Flynn en z’n band waren de ideale geleider op Mumford & Sons. Ze leunden aan hun muzikale stijl, wisselden sfeervoller met krachtiger voer af, lieten dobro en viool doorklinken en gaven het gevoel weer dat de boeren hebben na het binnenhalen van de oogst: feestje bouwen of even mijmeren aan een  kampvuur met een …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Pagina 284 van 339