logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_07
Epica - 18/01/2...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Organisatie: Botanique, Brussel

dinsdag 04 november 2008 01:00

Heerlijk wegdromen op de tunes van Swell

Het uit San Francisco afkomstige Swell onder David Freel is al bijna 20 jaar bezig en is een goed bewaard geheim binnen het indie circuit, samen met American Music Club, Red House Painters, en zoals iemand terecht zei Arab Strap (dankjewel dus).
De groep zweert trouw bij sfeerschepping, melancholie en sfeerschepping. Een boeiend broeierig en dromerig geluid.
Onlangs verscheen ‘South of the rain and snow’, dat klinkt als de oude plaatjes ‘41’ en ‘Too many days without thinking’. Maar eigenlijk brengen ze al jaren dezelfde plaat uit. Het zijn sober gehouden songs door het akoestische gitaargetokkel, niet al te dwingende ritmes, een krachtiger klinkende (slide)gitaar, die daar doorheen snijdt, en een bezwerende drums, omfloerst door synth/soundscapes. Songs met een repetitieve slepende en hypnotiserende opbouw, die zich langzaam van je meester maakt, onder die zachte, grauwe zanglijn van Freel.

Het trio speelde een onderkoelde set en liet zich leiden door de rustig, voortkabbelende soms zwoele songmelodie. De nieuwe songs “Trouble loves you” en “Good, good, good” openden de set. En op die manier ging het rustig verder, zonder echte ups & downs, maar waar vervaarlijk verveling kon toeslaan. Middenin de set waren het vooral het sfeervolle “What I always wanted” en het opbouwende “Sunshine everyday”, toevallig beiden uit ’97, die het meeste respons verkregen. Het intieme nieuwe “Saved by summer” mocht na een goed uur de set besluiten. Ze speelden nog twee overtuigende songs in de bis, een lang uitgesponnen “Bridgette, you love me” en titelsong van de nieuwe cd ‘South of the rain & snow’. Freel en de zijnen bedankten voorzichtig hun publiek. Tot een volgende keer dan maar, binnen een paar jaar!

Ook het uit Los Angeles afkomstige Radar Bros kreeg ruim de tijd om hun sfeervolle ingetogen indie americanasongs voor te stellen. ‘Auditorium’ is hun recentste plaat, waaruit ze rijkelijk putten: een sferisch klanktapijt, voortsjokkende ritmes en de warme stem van zanger/componist/gitarist Putnam. Fijngevoelige en heerlijk wegdromende muziek, die af en toe iets forser klonk, maar net als bij Swell schuilt de factor voorspelbaarheid en verveling om de hoek.

De Cactus Club kon op geen beter tijdstip als de zondagavond deze twee bands programmeren. Goed gevonden.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

donderdag 30 oktober 2008 01:00

Modern Guilt

Beck Hansen brengt op het eerste zicht misschien geen wereldplaten meer uit als in het begin (‘Mellow gold’, ‘Odelay’, ‘Midnite vultures’), toch weet hij ons telkens te raken , ook al werden de twee vorige cd’s ‘Guero’ en ‘The information’ grotendeels links gelaten door het brede publiek.
Hij is en blijft een begenadigd songschrijver en performer. Vakmanschap en kunde! Het recente ‘Modern Guilt’ is een frisse, leuke ontwapende plaat, klinkt gevarieerd en staat garant voor popsongs, die een rauw tintje kunnen hebben ( “Soul of a man” en “Profanity prayers”) of hij combineert ze met folk, funk, soul, hiphop, dance en psychedelica. Luister maar eens “Orphans”, “Gamma ray”, “Walls” en de titelsong. “Replica” is de meest avontuurlijke song. Brian Burton aka Danger Mouse (van Gnarls Barley ) zorgde voor die formule toegankelijkheid vs heerlijke experimentjes. Overtuigende plaat.

donderdag 30 oktober 2008 01:00

Weather’s coming

Phoebe Killdeer was één van de twee zangeresjes van het Franse Nouvelle Vague. Op haar debuut, die btw werd geproduced door het meesterbrein van Nouvelle Vague, Marc Collin; weet de Australische zangeres/componiste met haar gevoelige stem te raken. Van eigenwijze covers van new wave klassiekers is er op haar debuut geen sprake. De songs zijn een mix van pop, jazz, blues en film noir soundscapes. Ze benadert ergens Waits, Cave, Feist, Joan As Police Woman en Twin Peaks in haar geluid en stem.
De songs klinken broeierig en dreigend (verraderlijk vrolijk!) op “Paranoia” (wat een huiveringwekkende opener), “He’s gone”, “Never tell a lie” en “Looking for a man”. Iets sfeervoller en dromerig zijn “Jack” en “Lilorice skies”. De donkere songs “Stuck inside” en “He’s late” worden bepaald door toetsen, cello, xylo en soundscapes. “How far” is de meest poppy song van de plaat. En op het eind horen we Killdeer op haar best, met een acapella “Somebody”.
Het zuchtende , kreunende meisje op de platen van Nouvelle Vague onderstreepte dat ze meer in haar mars had en ze deed dat met een geslaagde debuutplaat die qua songstructuur en stemkwaliteit hoog scoort.

donderdag 23 oktober 2008 02:00

Ten Stones

Al een hele poos zei de domineeszoon en religieus predikant Dave Eugene Edwards 16 Horsepower vaarwel en kwam voor de dag met het (nog meer) mystieke en mysterieuze Woven Hand, die een geheel brengt van americana, gospel, kerkmuziek, gothic en pop. De vorige cd klonk huiveringwekkend door de begeesterende gitaartokkels, de diepe bas, de bezwerende percussie, banjo, accordeon en toetsen. Een duistere sound, dat bij ‘Ten Stones’ iets minder het geval is.
Woven Hand rockt als 16 Horsepower van vroeger. De songs zijn directer, ondanks dat de onderhuidse spanning en de verbijsterende vocale voordrachten van Edwards behouden blijven; hij verloochent die gospelachtige kerkmuziek niet. ‘Ten Stones’ bevat dreigende rock met een beklemmende melodie, iets minder subtiel en donker dan vroeger. Het blijft een adembenemende en unieke overrompelende luisterervaring: “The beautiful axe”, “Not one stone”, “Cohawkin road” en “Kicking bird”. Variatie is er met het dromerige “Quiet nights of quiet stars” en het sfeervolle “Iron feather”. Edwards geeft op “White knuckle grip” een zwierige tint. De donkere soundscapes op “Kingdom of ice” en de huiveringwekkende outtro hebben dan terug iets apocalyptisch.
Hemel, aarde, hel en verdoemenis, je hebt ze allemaal samen op de zondagsmis van deze songschrijver Dave Eugene Edwards. Verbijsterend plaatje!

donderdag 23 oktober 2008 02:00

Everything is borrowed

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, is er na twee jaar opnieuw bij met een erg sfeervolle plaat. Skinner is het voorbije jaar in de boeken gedoken, las enkele grootse filosofen en hop, weg zijn z’n wildste verhalen en dagdagelijks gezeur over zaken. De mengelmoes van stijlen van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step zijn in een lager tempo en klinken lichter en toegankelijker. Er zijn minder orkestraties en neurotische beats. Enkele songs zijn uitmuntend (“Heaven for the weather”, “The way of the dodo”, “Never give in”, “The strongest person” en de titelsong), maar anderen, waaronder “The sherry end” missen nu écht de bocht om boeiend te kunnen klinken. Ideeënarmoede schuilt om de hoek. Het wordt maar best dat Skinner nog één plaat zal uitbrengen, vooraleer de muzikale kaars volledig uitgedoofd is.

donderdag 23 oktober 2008 02:00

Knowle West Boy

De laatste cd van de grillige Tricky dateert al van 2003 ‘Vulnerable’, dat duister, beklemmend en broeierig klonk en waaraan de Italiaanse muze Constanza Francavila meewerkte. Tricky maakte in de jaren ’90 al furore onder Massive Attack en debuteerde in ‘95 met ‘Maxinquaye’. Samen met bands als Portishead stond hij aan de wieg van de triphopscene en gaf er eigen swing aan door donkere , dreigende geluidscollages, duistere elektronica en tegendraadse ritmes, in een ondoorgrondelijke mix van pop, blues, hiphop, r&b en drum’n’ bass, onder z’n half brabbelende rapstijl.
Met de jaren klinkt de sound wat lichter, luchtiger en directer. Het recente werkstuk ‘Knowle West Boy’ behoudt de link met z’n wonderbaarlijk debuut: “Puppy toy”, “Bacative”, “Joseph” en “Veronika”. Er zijn enkele sfeervolle songs - vooral op de tweede helft van de cd -, als “Past mistake”, “Cross to bear”, “Baligaga”, “Far away” en “School gates” en tenslotte horen we een tweetal snedige rockers: “C’mon baby” en “Slow”. “Council estate” is het meest avontuurlijke nummer, met een vleugje experiment en psychedelica.
Hij kon terug beroep doen op verschillende zangeressen, waaronder Veronika Coassolo, die er een verleidelijk tintje geven aan deze grimmige trippop. Producer was Bernard Butler trouwens.
’Knowle West Boy’ is een lekker klinkende, gevarieerde plaat, en misschien de welgemeende terugkeer binnen het popfront.

Het Britse Blood Red Shoes, van het man - vrouw duo Laura –May Carter (de haren voor de ogen en als een Chrisse Hynde lookalike op gitaar) en de Muppet ‘Animal’ meppende drummer Steve Ansell, overrompelde ons met een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang. Meer moest dat eigenlijk niet zijn!

Ze leverden met ‘Box of Secrets’ één van de meest veelbelovende debuten van het jaar af! Live waren we al eens onder de indruk toen ze als support optraden van Maxïmo Park, van hun passage tijdens les Nuits Bota en op Pukkelpop, toen ze in de Clubtent besloten na de show van Metallica. Ook vanavond verwezen ze naar dit optreden, met enige nuance en relativering naar hun mega reuzengrote peter en speelden ze “Forgive nothing”. Kijk, dit goed op elkaar ingespeelde duo gaf andere gitaarrockende duo’s als The White Stripes, The Kills , The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken! In snelvaart gaven ze een overtuigende straffe, energieke en retestrakke set! Ze imponeerden op het (overwegend) jonge publiekje, die met plezier hun speelse, ongedwongen attitude van “We’re the Blood Red Shoes en we hope you like this one” onderging. Fris en snedig klinkende rock, waarbij de eerste rijen naar hartelust mochten pogoën, skydiven en op de koop toe mochten meedansen tussen de twee artiesten op het podium.
In een decor van ‘lampedeires’ en een rode gloed openden ze meteen met een paar opwindende knallers als “Doesn’t matter much” en “Say something, Say anything”. Laura –May Carter liep langs alle kanten van het podium, wat de groepscohesie intenser maakte. Na de mokerslagen op “You bring me down”, stelde het duo een paar nieuwe tracks voor, die even dynamisch en opzwepend klonken als hun ander materiaal. Opbouwend en aanstekelijk waren “Try harder”, “Take the weight” en “It’s getting bored by the sea”.
Het zijn allemaal nummers binnen een dozijn, die net door dié kleine variant interessant, boeiend en attractief zijn. “I wish I was someone better” mocht na een goede 45 minuten het stomend setje besluiten om even op adem te komen, want de groep was al meteen te vinden voor een rauwe bluesy instrumental in de bis, wisselden moeiteloos van instrument en koppelden er een “Smells like teen spirit” aan; “Adhd” kreeg zelfs een adrenalinestoot door de galmende schreeuwzang. Ansell liet zich finaal letterlijk op handen dragen door een uitgelaten menigte, wat het rock’n’ roll feestje compleet maakte.

Noteer het maar in uw agenda: Blood Red Shoes: talentrijke band voor de toekomst. Zeg niet dat we het niet gezegd en geschreven hebben!

Support act The Xcerts wist ons ook al aangenaam te verrassen. Dit jonge Britse trio is de eerste keer op tournee in Europa en stond garant voor broeierige en pittige indiepoprock, en had de kunst om goede songs te schrijven …én te spelen. Een intense opbouw, mooie ritmischer overgangen, een vleugje durf, boeiende soli en een warme stem . Check ‘em out!
Ze waren onder de indruk van een terecht enthousiast publiek. Op het eind stak Ansell (van Blood Red Shoes) zelfs een ‘handje’ toe, wat kon tellen voor een band die zich wou onderscheiden als support.

Organisatie: Botanique, Brussel

Een avondje stevige Minnemeers te Gent, lekker gitaargeweld van drie fris dynamisch klinkende bands, waarvan twee van eigen bodem, die hun debuut voorstelden, en de derde die ons trakteerde op een potje strakke hardcore/punk.

Het Antwerpse The Hickey Underworld won als underdog twee jaar terug de Humo’s Rock Rally. Ze speelden een paar opmerkelijke supports, interessant om podiumervaring op te doen en om hun noiserock verder te exploreren. Ze namen de tijd voor hun onlangs verschenen full cd. De band speelde in de zomer op Dour en Pukkelpop en doen nu uitgebreid het clubcircuit aan.
De groep zweert aan de ‘90’s noiserock, goochelt met bands als The Pixies en Mudhoney, haalt de gebalde sound aan van The Cult en Quiksand en weet het pittig te kruiden met de stoner van QOSA. Ook het strakke, avontuurlijke van Millionaire en Mauro en de retro van The Van Jets hoorden we. Maar so what, het kwartet speelde met lef en in een hels moordend tempo een stevige, rauwe set met songs als “Sick of boys”, “Zero hour”, “Blonde fire”, “Future words “ en de toegankelijke single “Mystery bruize”. Het enthousiasme droop van het kwartet! Wat een muzikale stroomstoot! De grauwe, onvaste  en schreeuwerige vocals stoorden totaal niet, integendeel zelfs, het paste mooi binnen hun muzikaal concept!

Het Amerikaanse The Bronx, genoemd naar één van de vijf wijken in NY, is merkwaardig genoeg afkomstig uit Los Angeles. The Bronx is toe aan hun derde (titelloze) cd. Dit kwintet is al een kleine zes jaar bezig en krijgt gaandeweg meer armslag binnen de hardcore/punk scene. De energieke band deed denken aan Sick of it All, New Bom Turks en Rocket from the Crypt. Een krachtige, strakke, rechttoe-rechtaan aanpak. Zanger Caughthran was een publieksmenner eerste klas en hield zich niet in om het alle-leeftijden-publiek op te hitsen en aan te manen tot skydiven. De groeiende fanshare ging op de eerste rijen totaal uit z’n dak.

Openingsact waren de jonge Limburgse twintigers The Rones, die deze kans optimaal benutten om hun debuut ‘Sinner songs’ (waaraan Luuk Cox van Shameboy en Aaron Perrino (van Sheila Divine /Dear Leader) meewerkten nota bene!) voor te stellen;. Muzikaal was het kwintet nauw verwant aan The QOSA, zelfs de zanger was een Josh Homme lookalike. Ze dompelden hun intense stonerrock onder in stevige, gierende gitaren, op zoek naar een eigen identiteit…

Organisatie: Democrazy, Gent

Elliott Smith - Steven Paul Smith – geboren 6 aug 1969, gestorven 21 oktober 2003 in Californië. Deze Amerikaanse singer/songwriter viel op met de singles “Miss Misery” (uit de film ‘Good Will Hunting’) en “Waltz 2”. Medio de jaren ’90 bracht hij puik platenwerk uit met ‘Either/Or’, ‘X/O’ en ‘Figure 8’. Z’n muzikale stijl: weemoedige songs met een ’60’s gehalte die subtiel gearrangeerd zijn met full band of intiem, pakkend klinken door gitaar en z’n dromerige, warme stem. Maar vijf jaar terug maakte hij een eind aan zijn leven.
Tim Vanhamel, artist in residence’ in de Trix dit jaar, fungeerde als ‘host’ voor een hommage aan Elliott Smith. Naast de songs die hij met z’n band bracht, had hij enkele vrienden - muzikanten (Pascal Deweze, Bert Ostyn , Elkie Vanstiphout en Yannick van Pornbloopers) uit Antwerpen en Gent uitgenodigd om een ode te brengen aan het oeuvre van Smith.
Het was alvast geen makkelijke klus om het sentiment en de gedachtekronkels van deze kwetsbare songwriter voor de fans te spelen. Een ‘nice try’ was de conclusie van de avond, niet meer dan dat.
Vóór de start zagen we eerst een korte documentaire, ‘a day in the life of’ Elliott Smith. We zagen Vanhamel & artists een goed aan uur aan het werk. De artiesten hadden zich duidelijk verdiept in Smith’s werk en probeerden de juiste stemming van het intens gevoelige gitaarspel en mans emotievolle stem zo sterk mogelijk te benaderen. Ze speelden een afwisselende, gevarieerde set van poprock en sober ingehouden materiaal.
De solomomenten van Pascal Deweze en Bert Ostyn creëerden de beste sfeer, met songs als “Angel in the snow” en “Needle in the hay”. Deweze speelde zelfs een eigen compositie om Smith’s dwarrelende leefwereld te weerspiegelen, wat een intense spanningsboog verwezenlijkte tussen artiest en publiek. Yannick van Pornbloopers ondernam een moedige poging om “Stupidity tries” en “Baby Britain” (twee ingenieuze nummers van opbouw en intensiteit!) te spelen.
Tim stopte met z’n band “Sweet Adeline”, “Bottle up & explode” en “Amity” in een krachtiger en strakker jasje: Maar Tim is spijtig genoeg niet de beste zanger; z’n stem was soms te onvast om composities als “Waltz 2”, “Between the bars” en “No name” te kunnen dragen. Op z’n gitaar kon hij er een eigen swing aan geven.

Maar de passie voor muziek van deze bekende artiesten aan het adres van Elliott Smith leverde de ‘tribute show’ een verdiende pluim op!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 308 van 337