logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 19 juni 2008 03:00

To survive

In 2006 debuteerde Joan Wasser met een opmerkelijke plaat ‘Real Life’. Ze werkte voorheen bij een resem bands als Sparklehorse, Antony & The Johnsons, Rufus Wainwright, Cave en Lou Reed. Bassiste Rainy Oteca is het enige vaste lid van Wassers Joan As Police Woman. Op de ingetogen titelsong is Rufus zelfs te gast.
Het uitgangspunt van het debuut is bewaard gebleven; we horen gevoelige en emotievolle pop, soul, jazz en klassiek, maar de songs op de tweede plaat klinken nog intenser en hartverscheurend. Ze hebben een spaarzame begeleiding, waarbij vooral stem en piano op het voorplan treden; luister maar naar “Honor wishes” (met een praktisch onhoorbare David Sylvian), “To be lonely” en “To survive”.
Joan Wasser is een bijzonder songschrijfster, die alle emoties laat horen: bitterheid, hoop, verdriet, angst en liefde. Tijdens de release van de plaat verloor ze haar moeder aan kanker. Het maakt de plaat écht persoonlijk.
”Holiday”, “Hard white wall” en “to America” zijn de meest poppy nummers. “Macpies” en “Start of my heart” laten de soul en jazz ferm doorklinken. Een lichte groove horen we op het uptempo “Furious”.
’To survive’ is een erg gevarieerde cd binnen een sfeervol geheel, waarbij Joan Wasser zich ontpopt als een jonge vrouwelijke Tom Waits. Overtuigende tweede cd!

donderdag 19 juni 2008 03:00

Viva La Vida or death and all his friends

Het Britse Coldplay, onder Chris Martin, ontpopte zich tot een wereldband na de tweede cd ‘A rush of blood to the head’, die het in 2000 verschenen debuut ‘Parachutes’ opvolgde. ‘X & Y’ uit 2005 klonk intenser en verfijnder, maar liet al af en toe ruimte voor een  avontuurlijker aanpak.
De songs van Coldplay zijn broeierig, slepend en hebben een sterke melodie en opbouw. Vanuit dit oogpunt zonk het kwartet niet weg in een moeras van voorspelbaarheid. Ze zochten inspiratie bij Brian Eno, namen de plaat op in Zuid-Amerika en in enkele kerken te Barcelona. De plaat gaat buiten hun geijkte paden en behoudt z’n spanning en intensiteit: boeiende poprock, sfeervolle toetsen , aanzwellende synths, aangevuld met nieuwe geluidjes, beats en instrumenten. Maw een juiste en gepaste dosis onverwachtse wendingen binnen het hitgevoelig karakter. ‘Viva La Vida or death and all his friends’ is een verrassende plaat met een pak overtuigende songs: opener “Life in technicolor” verwijst naar het ‘80’s “Somebody up there likes you” van Simple Minds, “Lovers in Japan” en “Reign of love” laten de soundscapes doorklinken. We horen Indische world op “Yes”, intimiteit op “The escapist” en “Lost” klinkt forser door de beats. “Death and all his friends” refereert aan de IJslandse pop van Sigur Ros en Bjork, en “Cemeteries of London”, “Chinese sleep chant”, “Viva La Vida” en “Violet hill” is typical Coldplay-poprock. Tenslotte onderstreept “42” de muzikale diversiteit van de band.
De fundamentele kracht van acht jaar Coldplay is gebundeld in deze overtuigende plaat!

zaterdag 21 juni 2008 03:00

Musiczine.net on myspace

Musiczine.net op myspace

http://www.myspace.com/musiczinenet
Het New Yorkse kwartet Liars, onder de weirdo zanger Angus Andrew, staat garant voor avontuur en experiment in hun punk/emo/indie/postrock sound. Ze leunen aan het oude Swans, Cave’s Birthday Party, PIL’s ‘Metal Box’ en ‘Flowers Of Romance’, de indie van Yo La Tengo en de noisepsychedelica van Butthole Surfers. Een apocalyptische, filmische soundtrack door de repetitieve, bezwerende en opzwepende drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica, gedragen door de zoemende praatzang van Andrew. Dit geluid was vooral te horen op de vorige cd ‘Drum’s not dead’. De recente plaat, simpelweg ‘Liars’ genaamd, klinkt terug iets harder en directer.

De projecties van een knetterend haardvuur aan een muur, achteraan het podium, injecteerden het dreunende, dreigende geluid. Liars vloog er meteen in met de stevige “Leather prowles” en “Clear islands”, waarbij ze niet vies waren de pedaaleffecten in te drukken om een noisemuur te creëren . De songs van het vroegere werk klonken intrigerend en aanstekelijk door de repeterende opbouw en de verrassende wendingen. De verdwaalde gitaardwarrels, de diepe bas, de elektronica en de logge, bezwerende en opzwepende drumritmes maakten het geheel wat nerveuzer en gejaagder. Andrew ging als een bezetene tekeer; een podiumbeest wat deed denken aan Mauro en Cave in z’n jonge jaren.
Een catchy elfenpopnummer bracht het publiek en band wat op adem. Genadeloos werd besloten met het strakke “Plaster casts of everything”.
De groep kon rekenen op een sterke respons, wat nog twee pittige songs in de bis opleverde: een stevig “7” en een zweverig, door elektronica en drums gedragen, “Movie …”.

Liars nam z’n publiek op sleeptouw en loodste hen doorheen hun bizarre muzikale kronkels; ze riepen het beeld op van een stel psychotisch dansende heksen rond hun ketel!

Het Gentse Penguins Know Why kaapten vorig jaar al de hoofdprijs weg op het Oost-Vlaamse rockconcours ‘De Beloften’. Het jonge kwartet refereerde aan de rauwe rammelende rock van Pavement en voegden er een vleugje postrock en een gekruid ‘80’s The Sound aan toe. Een muzikale evenwichtsoefening tussen een catchy, traditionele songstructuur en een gewaagder aanpak. “Antfucker”, “Catchers”, “Xoyo” en “Nifty” waren alvast enkele opmerkelijke songs.

Organisatie: 4AD, Diksmuide


donderdag 12 juni 2008 03:00

LP

Holy Fuck is een bandnaam die makkelijk in de mond ligt. Het duo uit Toronto verdiept zich in elektronicagefreak en wordt bijgestaan door een bassist en twee drummers . Ze creëren een broeierig, aanstekelijk en opwindend, energiek geluid. Hun muziek past in het rijtje van de grillige weirdo psychedelicarock van Battles en Trans Am, integreert de ‘90’s elektronica soundscapes van The Aloof en Sabres Of Paradise, verhoogt de trippende sound van Sigur Ros, en haalt een vleugje indie en drum’n’bass aan.
Hun quasi instrumentale sound klinkt groovy, dansbaar en doet ons bewegen in een ‘bevreemdende brave new world’. De negen songs op hun tweede plaat zijn allen even sterk, wat meteen een verdiende doorbraak mag betekenen!

donderdag 12 juni 2008 03:00

Saturnalia

Het is er uiteindelijk van gekomen dat Dulli en Lanegan eens samen een plaat gingen uitbrengen. Na talrijke los/vast uitwisselingen van Twilight Singers en Mark Lanegan Band, zijn beide Amerikaanse cultsterren van de alternatieve rock te horen onder The Gutter  Twins. Ze doopten hun cd ‘Saturnalia’, net als het Britse The Wedding Present, een kleine vijftien jaar terug.
Het is een eenvoudig op te splitsen plaatje geworden waarbij we het donker dreigende geluid van Lanegan horen en de sensueel prikkelende, dromerige, broeierige soulrock van Dulli. Je kunt duidelijk horen wie vocaal steeds het voortouw neemt.
Een snedig Afghan Whigs en Twilight Singers klinkt duidelijk door op “The stations”, “God’s children”, “Circles the fringes” en “Each to each”; het zijn stevige songs met een sterke groove en een vleugje bombast. Zelfs Lanegan rockt  … luister maar naar “All misery flowers” en “Idle hands”, waarbij hij nauw refereert aan het vroegere Swans.
Beide heren klinken sfeervoller op songs als “The body”, “ Who will lead us?”, “Bête noire” en de afsluitende track “Front street”.
’Saturnalia’ bevat overtuigend eenduidig songmateriaal van een sterk op elkaar ingespeeld duo. Wat een verbroedering! Interessant om weten is dat praktisch elke song in een andere bezetting werd gespeeld.

Het was een unieke kans om het Japanse Melt-Banana uit Tokyo aan het werk te zien in ons landje, want het kwartet toert maar om de 2 à 3 jaar eens door Europa. Ze hielden enkel halt in het kleine, donkere zaaltje van de Kreun. Melt -Banana heeft zes cd’s en maar liefst 23 EP’s uit; vorig jaar verscheen ‘Bambi’s Dilemma’, met een uitgebreide tournee tot gevolg!
Hun noiserock, gekenmerkt met metal en punk, kent onnavolgbare tempowisselingen en bengelt tussen melodie en aritmiek. Ze zijn verwant aan Steve Abini’s Shellac, Sonic Youth, Barkmarket en aan de Mike Patton -John Zorn projecten.

Een woest, beestig geluid en een muzikale ontlading, waarbij de gebalde, samengeperste energie uit hun tenger lichamen wordt gespeeld! Gitarist Ichirou Agata (met mondmasker!) haalde alles uit z’n kast en overspoelde het publiek met jachtige ritmes, noisesounds en pedaaleffecten; de bassiste Rika MM’ liet diep ronkende en snelle basriiffs horen en bracht in de beste Primusstijl de bassnaren onder een continue intense spanning. En tenslotte was er het retestrakke tempo door de opzwepende drums. In deze wall of sound zweefden daar ergens de gierende, gillende hysterische vocals van zangeres Yasuko Onuki.

Een 50 minuten keiharde, (on)toegankelijke unieke liveshow van ogenschijnlijke chaos, herrie en gepolijste broeierige melodieën van soms one-two minute songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen. Ze raasden als een orkaan over ons heen. Een soort oerknal. “They were Melt-Banana from Tokyo, Japan” en we hebben het duidelijk geweten.

Het Gentse kwartet The Germans hebben hard gewerkt, wat hen een indrukwekkend debuut ‘Elf shot lame witch’ opleverde. Live kozen ze voor een rauwe, avontuurlijke aanpak in hun frisse aanstekelijke, mooi uitgewerkte noisepop, waarbij Ampe de songs aan elkaar zingt, schreeuwt en krijst. Hun speldenprikjes bezorgden een opgefokt, nerveus geluid. Muzikale gekte en schoonheid! Onderschatte band op hoog niveau!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

De Kreun te Kortrijk programmeerde een alternatief tof dubbeloptreden, Deerhunter en High Places. Twee bands het ontdekken waard.

Het Amerikaanse kwintet Deerhunter is al zo’n zeven jaar bezig en heeft drie full cd’s uit. Ze debuteerden in 2005 met ‘Turn it up faggot’.Vorig jaar verscheen ‘Cryptograms’ en binnenkort is er de opvolger ‘Microcastle’. Van deze uit Georgia, Atlanta afkomstige band zijn de graatmagere gitarist Bradford Cox en percussionist Moses Archuleta de spil. Ze zijn nauw verwant aan Electrelane, Liars en Yeah Yeah Yeahs, wat betekent dat er sprake is van langgerekte en repetitief opbouwende gitaarlagen onder een bezwerende drums. Door de snedige en slepende ritmes creëerden ze een intens spannend sfeertje, gedragen door de nasale, dromerige zang van Cox. Een wall of sound die het publiek in z’n greep hield, maar door het feit dat Cox ziek aan het optreden begon, moest hij na twee songs noodgedwongen op een stoel neerzitten om te kunnen verder spelen.
Deerhunter hield het een kleine 50 minuten vol met hun aanstekelijk materiaal, waarbij ze vooral het nieuwe werk promoten. Live klonken ze direct en ongepolijst, was er ruimte voor de instrumenten en ondergingen de songs soms frisse en verrassende wendingen. Op plaat is er eerder sprake van een breder concept, door gitaarslides, accordeon, orgel en synthesizer. Gedoseerde noiserock, met een ‘80’s gehalte, die terecht gelinkt werd aan de indie van The Feelies, iets wat ze zelf omschrijven als ‘ambient punk’.

Het uit Brooklyn, NY afkomstige duo High Places bracht een niet alledaags geluid van Caribische en exotische elektronica, zalvende, freakende grooves, trancegerichte soundscapes, dwarrelsounds en drumbeats, onder zweverige vrouwelijke vocals en stemvervorming. Het geheel klonk vrij toegankelijk, leuk, dansbaar en fijngevoelig.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

donderdag 05 juni 2008 18:36

Jukebox

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

donderdag 05 juni 2008 03:00

Sunday at the devil dirt

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Pagina 314 van 337