logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_09
Suede 12-03-26
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 14 augustus 2014 01:00

Turning rocks

Thus Owls is een band rond de Zweedse  zangeres Erika Angell en de Canadese gitarst Simon Angell , die nog in de begeleidingsband van Patrick Watson zat . Het duo , man – vrouw , is al toe aan hun derde cd trouwens, maar ze leveren nu met begeleiding een broeierig avontuurlijk plaatje af waarbij de songs volgende kenmerken hebben: een rauw , donkere randje, galmende, subtiele gitaren, orgelpartijen die ruimte krijgen , zelfs een soundscape gevoel creëren  en de indringende vocals van de lady.
Natuurlijk kan je niet omheen de creatieve invloed van Watson , maar ook Cave en Wovenhand sluimeren om de hoek .
We hebben dan ook een reeks spannende , intens sfeervolle , broeierige songs , die per luisterbeurt hun schoonheid prijsgeven . Mooi , intrigerend wat het duo met hun (nieuwe) begeleidingsband presteerde .

donderdag 14 augustus 2014 01:00

Out among the stars

Een goede tien jaar na zijn overlijden werden onder supervisie van zoon John Carter Cash een dertiental nummers gerestaureerd en afgewerkt . Het zijn banden van twee opnamesessies uit de eerste helft van de jaren 80  met de toonaangevende Nashville producer Billy Sherrill. De toen nog levende countrylegende brengt met z’n begeleidingsband een reeks leuke , frisse zwierige  songs , in volle vocal glorie, die nog niet meteen dat donker randje laten uitschijnen hier. De geluidsdynamiek mag misschien wat zijn bijgeschaafd , het is aangenaam dit materiaal te horen .
Twee duetten zijn er met vrouwlief June Carter (“Baby ride easy” en “Don’t you think it’s come our time”) . Ook met kompaan Waylon  Jennings hebben we het uptempo “I’m movin’on”. Na de ‘American recordings’ van de jaren 90 - 2000 hebben we alvast een goede opfrisbeurt van dit materiaal van ‘de ongekroonde koning van het donkere levenslied’ uit de 80s.

woensdag 20 augustus 2014 01:00

Pukkelpop 2014 – donderdag 14 augustus 2014

Pukkelpop 2014 – donderdag 14 augustus 2014
Pukkelpop 2014
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2014-08-14
Johan Meurisse

Pukkelpop
kreeg (opnieuw) terecht het bordje uitverkocht . Pukkelpop maakte na al die jaren z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek. De organisatie heeft een prachtige variatie klaargestoomd over de drie dagen , een lijst namen van beloftevolle ontdekkingen, gevestigde waarden en een rits artiesten en bands die de Belgische trots uitdragen in de Wablief?! en op de andere podia.
Tja niet voor niks is hun logo dit jaar ‘You’re being part of PKP#14 …’
Kleurrijk wordt het festival ingedeeld door de dance acts en dj’s, die qua belangstelling op de rockbands en artiesten steeds meer winst maken en het publiek naar zich toetrekken.  De beats halen het meer en meer dus … De terreindecoratie, de randanimatie, de kermisattracties, de immense diversiteit van eet- en drankstandjes en het ecologisch bewustzijn sieren het geheel. Respect!
Een fijne affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber zijn bijeen en konden hun muzikaal hartje ophalen …
Een uitverkocht festival – Ideaal festivalweer , zon of geen zon - Geen stress van de vorige dagen toen de Clubtent instortte – Een gevoel van samenhorigheid, de selfies met Chokri en Uiterst genietbare muziek.
Kortom,
Pukkelpop heeft een meer dan geslaagd weekend achter de rug. Er waren elke dag 66000 festivalbezoekers . De 30ste editie lonkt …

Een overzicht van ons parcours


dag 1 – donderdag 14 augustus 2014
Heel wat bands zagen we die de dansspieren aanspraken. In die reeks was het Zuid-Afrikaanse Die Antwoord op de mainstage diegene die de meeste bijval had, met hun onrustige, hyperkinetische, energieke , opwindende , beukende en trancy neurotische beats’n’sounds van DJ Hi-Tek en de afwisselende, op elkaar afgestemde vocals en raps, vlijmscherp van Ninja en de frêle, orgasmatische van Yo-Landi.
Zij staan ook bekend voor hun ranzige videoclips.  “Pitbull terrier”, “Cookie thumper”, “I think you’re freaky …” sloegen in als een bom en zijn er al 3 die in het geheugen gegrift zijn.
De drie traden op in een oranje fluorescerend trainingspak, geflankeerd door twee zangeressen. Al gauw hitsten ze het publiek op . ‘Fuck your rules’ scandeert Ninja, die totaal opgaat in de bruisende set.  Het mag misschien platjes klinken en muzikaal weinig om het lijf hebben, plezierig, dampend , sexy was het wel. Een Major Lazer populariteit is nog wat veraf , maar hier viel toch een volle weide te noteren waar iedereen graag uit de bol ging! Was dit een vulgair daverend feestje? Ja hoor! En één die we niet rap zullen vergeten. (dank ook aan Masja De Rijcke)

We hadden het beloftevolle Mo, te situeren binnen de  electrorock, die qua taal soms niet moet onderdoen van Die Antwoord . De Deense Karen Marie Orsted steekt in haar toegankelijke sound diepgang en klinkt zelfs gewaagder door  de vleugjes hiphop , soul  en pop , waardoor  ze een intense spanning behoudt in haar materiaal . Het koel Scandinavisch geluid, niet vies van wat Knife invloed , beklijft en intrigeert . De Deense had heel wat belangstelling in de dance hall .

Of een Clean Bandit (dance hall) , (die net als Ella Eyre iets later) er een luchtige dansbare sound van maakte. Samen met twee zangeressen én met live instrumenten (waaronder viool en cello) wordt drum’n’bass, soul en funk toegevoegd. We ervaren een discothequegevoel en voelen nog de vakantie door de ontspannende, zomerse tunes . Ze komen aardig in de buurt van Rudimental . Closing final van hun summer vibes waren Robin S‘ “Show me love” en hun feelgood single “Rather be”  met die leuke vioolpartijtjes.

We pikten in het genre ook nog Say Lou Lou (Marquee) op die in de voetsporen traden van Chvrches. Hun debuutplaat moet nog verschijnen . Onschuldige aantrekkelijke 80s synthpop , die zich niet direct onderscheidt, maar waarbij een paar aardige groovy singles als “Julian” en “Everything we touch” overtuigden.

Een volle Castello hadden we voor Jungle , die hun mishmash aan stijlen (pop, soul , funk , disco, nightclubbing, …) glad en toegankelijk speelden en hun publiek in trance brachten. Het collectief , gerund door twee heren, zijn live een heuse band met ritmesectie, percussionisten en twee achtergrondzangeressen . Tijdens Les Nuits Bota waren ze nog maar net bekend , maar nu zijn ze één van de hypes van het moment . Muzikaal heeft hun materiaal steeds wel  diezelfde groove en basstune, gedragen door meerstemmige zangpartijen, en worden we meegesleept in een aangenaam dansclubsfeertje. “Time” en “Busy earnin’ “ waren alvast twee kleppers .

Iets later is er feest door het uitgebreide collectief van een pak artiesten , Atomic Bomb! (Marquee) die een eerbetoon brachten aan Willliam Onyeabor , een vergeten Nigeriaanse zanger . De wereldmuzikant kwam vanavond in de spotlight en de eerste world tunes, naast de synths , disco en funk , hoorden we. We hadden o.m. Alexis Taylor van Hot Chip, Luke Jenner van The Rapture , Marie Daulne van Zap Mama, Money Mark (vroegere Beasties) en ga zo maar door . Ook Young Fathers waren hier te zien.  Een zinderend optreden van hypnotiserende afrotunes. Sterk!

Tegen de avond namen we even een kijkje in de Shelter waar August Burns Red hun show op ons afvuurde. Een Amerikaanse metalcoreband. Niet voor gevoelige luisteraars dus. Als je zin had om even alles kapot te slaan wat zich te dicht in uw buurt begaf stond je daar wel op de juiste plaats. (dank aan Masja De Rijcke)

Outkast (mainstage) was één van de eerste top-acts die na jaren van onder het stof werd gehaald. Net als Gangstarr gingen zij creatief met ‘oldskool’ hiphop en waren ze te zien met twee backing vocalistes en een bassist.  Beetje verbaasd van de grote belangstelling blijven ze na al die jaren nog steeds sterk gerespecteerd. André 3000 en Big Boi – in gekke outfit – probeerden het publiek bij de set te betrekken , enkele jonge meisjes konden het podium op. Singles als “Ms Jackson” “Roses” en “Hey ya!” deden de nostalgie opflakkeren, maar echt veel om het lijf had het niet.

Editors (mainstage) van Tom Smith maakte de link van hun oudere werk en het nieuwe waarop keys en beats hun broeierige waverock onder druk zette. Een dwarsdoorsnee van hun oeuvre hoorden we van een gretig spelende band en een zanger vol overgave . Editors bezorgt ons (nog steeds) een aangenaam avondje. “Munich, “An end has a start” en “All sparks” zetten de toon. Het op gepaste wijze stoeien met keys ontgoochelde niet . Net als op Rock Werchter houdt het  Pukkelpop publiek van hun Editors . “Racing rats” en “Smokers outside hospital doors” klinken nog even snedig en fris . En solo ontroerde Smith  de ganse weide met o.m. een innemende “No sound but the wind”. Knap wat de band nog verder presteerde en naast “A ton of love” dompelden ze het zwierige “Papillon” meer onder in gitaren . Editors mag dan al veel keer te zien zijn geweest , echt routineus haspelden ze hun set niet af , en dat konden we ten zeerste waarderen.

Verder pendelden we in de PP ontdekkingstocht naar beloftevolle bands , die het festival sieren. Opende bands op het vroege uur waren  St. Lucia (Marquee) en American Authors (mainstage), synthrock en rock’n’roll, die werd opgezweept door kenmerkende Bastille singalongs en percussie . Ze slaagden in hun missie om het publiek in de juiste stemming te brengen . Tja niet voor niks is één van de hitjes van American Authors “Best day of my life” …
.
De enthousiaste bende van St. Lucia zorgde er meteen voor dat de vroege vogels zich in tropische sferen voelden. De elektronische indiepop werd door het publiek goed bevonden waardoor er niemand in de tent stilstond. Met “Closer Than This” als tweede nummer werd al meteen een hit gespeeld van het eerste album. De toon werd meteen gezet voor een gezellig optreden. De zon kwam zelfs even piepen waardoor het concert, letterlijk en figuurlijk, alleen maar heter werd. Afsluiter “Elevate” deed iedereen nog voor een laatste keer springen waarna de band, die zwaar onder de indruk was van al de mensen in de tent, nog voor een laatste keer bedankte voor het enthousiasme. (dank aan Niels Bruwier)

Het Australische Vance Joy (Marquee) rond James Keogh viel op met bezwerende, licht dromerige semi- akoestische folky/americanapop. Het debuut verschijnt pas in september , maar Vance Joy heeft met “Riptide”  een sterke single uit . De popsongs zijn misschien nog niet allemaal even boeiend , maar ze zijn subtiel uitgewerkt en sterk emotioneel .

De sing/songwriting van de studentikoze Dan Croll (Club) integreert met songs als de single “From nowhere” heel wat aangename, aanstekelijke grooves.
De zanger die afgestudeerd is aan de door Paul Mccartney opgerichte Liverpool Institute for Performing Arts maakte dus een goeie indruk. Zelf slaat hij een brug tussen Bastille en The Whitest Boy Alive. Als echte frontman zorgde hij met zijn gezellige indiepop voor een aangename sfeer. Ook het publiek keek goedkeurend, iedereen werd gelukkig van zijn muziek. Zijn hoge stem zorgt ervoor dat de muziek zeer gezellig in de oren klinkt. “Compliment Your Soul” en “In/Out” waren zeer ophitsende nummers die live goed overkwamen . “Can You Hear Me” en “From Nowhere” zorgden er dan weer voor dat de zware gitaren boven gehaald werden, in het gezelschap van enkele goeie solo’s. Afsluiter “Home” klinkt helemaal anders dan zijn vorige nummers, het klinkt typisch singer-songwriter: een idyllisch einde. (dank aan Niels Bruwier)

The Strypes (mainstage) op hun beurt zijn één van de opkomende bands binnen de  garagerock’n’roll.
Deze jonge knapen speelden een daverende set met een paar stevige gitaren en een tikkeltje arrogantie. Hun eerste nummer “Mystery Man” was meteen een schot in de roos en de daarop volgende nummers hebben er voor gezorgd dat het publiek geen minuut kon blijven stiltaan. Dit was een potje stevige rock and roll en in coolness overtuigden ze na Rock Werchter opnieuw en kunnen ze dus een pak fans bijwinnen (dank aan Masja De Rijcke) …

Young Fathers (Castello), deels uit Schotland btw!, is een nieuw talent die hiphop een frisse wind biedt met een geluidsarchitectuur op z’n TV on the Radio . In een donker decor gaven zij een even donker geluid , dat verrassende , grillige wendingen onderging. Hun bezwerende en opzwepende beats gaven een zicht op hun muzikale rijkdom, naast de goed op elkaar afgestemd zang en raps. Een  boeiende set dus door die bredere kijk, die een intense, broeierige spanning creëerde; warm aanstekelijke songs hoorden we , “Deadline”, “Queen is dead” en “Rumbling naast het meesterlijke “Get up”.

Perfect Pussy (Marquee) , de groepsnaam en de opgebouwde fantasie terzijde gelaten , is één van die experimentjes in de voetsporen van Rolo Tomassi, Be your own pet en Bikini kill; we hebben het dan over ontregelde, ontspoorde noiserock en hardcore/punk , die zelfs totaal geschift kan zijn. De heren zetten de boxen onder hoogspanning met hun gitaren, elektronica, drums en drukten met plezier hun effectpedalen in; de zangeres , in een soort  elfenkleed, schreeuwde gevoel en frustratie van zich af .  Terreur noise, die je best niet zoekt op het internet of je komt nog meer … tegen dan in de film ‘From dusk till dawn’ …

En in onze tocht hadden we nog meer mooie muzikale paden. Een volle Club hadden we voor het Ierse talent Hozier, die we nog wat konden zien. Hij was enorm onder de indruk van de respons op z’n emotievolle pop/gospel/soul/blues. De single “Take me to church” is er eentje om te koesteren , net als de “One thing” cover. Die Hozier houden we zeerzeker in het oog , want songs als “Someone new” en “Like real people do” boeiden en staken  écht goed in elkaar. Veelbelovend!

Belgisch werk in de Wablief, het beloftevolle The Spectors die pop, indie en shoegaze in elkaar konden verweven . Ze hebben een sterke single uit “Nico” , die natuurlijk warm  werd onthaald . In de eerste songs was de band nog wat onwennig, maar de stress ebde weg en de band speelde vol vertrouwen . Hun  zalvende dreampop op z’n Lushs kreeg dan een extraverte push door een rockend concept en de beheerste input op de effectpedals . Een opstelling van het vroegere Eden op het podium was niet vreemd .

Oscar & the Wolf
(Marquee) rond Max Colembie is erg populair op korte tijd geworden,  en terecht , gezien deze band duidelijk , met hun hemels dromerige, zweverig toegankelijke theatrale indiepop, door de bezwerende beats, een zorgeloze mood toveren. Hij
plaatst je in een aparte droomwereld  van palmbomen en glitters en breidt er zelfs een leuke, overtuigende act aan , wat het materiaal naar een hoger niveau tilt, van een “Joaquim”, “Somebody wants you” naar een “Strange identity, “Undress”, “Killer you” en een prachtig uitgediepte versie van de single “Princess” met heel wat confetti. Tja, na een overtuigende Rock Werchter  en Pukkelpop gaat de band een mooie toekomst tegemoet op de andere festivals en in het clubcircuit … 

The Kyle Gass Band (The Shelter) -
Bij gebrek aan Jack Black moesten we het maar met Kyle Gass doen. Zonder ook maar één nummer van ‘Tenacious D’ te spelen werd dit concert toch een onvergetelijk concert. Met opener “Manchild” werd er meteen gerockt zoals dat enkel te verwachten valt van een rockband uit de jaren ‘70. Een opmerkelijk feit is dat Kyle Gass zelf maar enkele nummers zingt, ook in zijn eigen band rekent hij op een andere zanger John Konesky. Kyle Gass zorgt toch mee voor de sound van de band, door op geheel eigen wijze het publiek op te jutten. De samenzang van Kyle en John zorgt voor een treffende gelijkenis met Tenacious D. Kyle Gass heeft nog een geheim wapen bij zich: een blokfluit. Hiermee doet hij veel solo’s waardoor het publiek nog meer werd opgehitst. Het concert was zeer rockend, met telkens een rustig begin en daarna hun typerende gitaarsolo’s. Volgend jaar Tenacious D? (dank aan Niels Bruwier)

We vergaten de sierlijk hemels bezwerende retrostonerrock van Temples (Club) niet waar je zalig kon op wegdromen . De jonge gasten, krullenbollen en lange haren, pasten ideaal in het plaatje. Net als Tame Impala was er aandacht voor die fijne, subtiele psychedelische geluidjes en bleeps , zonder zich te verliezen of overdreven in het genre  te klinken. Songs als “A question isn’t answered”, “Move with the season”, “Shelter song” en de titelsong van hun plaat “Sun structures” waren  live nog sterker en interessanter.

De bruine rock’n’roll van Black Lips (Club) sloeg een brug tussen James Dean en The Clash
Het leek alsof ze nog maar net uit de garage kwamen.  Geen enkel nummer duurde langer dan twee minuten. Meer hadden ze niet nodig om bij ieder nummer het volledige publiek aan het headbangen te krijgen. Ja, er werden zelfs moshpits ontwikkeld die je enkel in The Shelter zou verwachten. “Modern Art” en “O Katrina!” vormden een hoogtepunt, het klonk ook heel wat steviger dan op plaat wat het publiek wel kon smaken.
De beste zangers zullen ze nooit worden en dan kwam er nog eens bij dat het nagenoeg onverstaanbaar waren. Dit werd dan weer gecompenseerd door stevige gitaren en een drummer die zo hard sloeg dat zijn drum het bijna begaf.  Afsluiter “Bad Kids” zorgde met een optimistische melodie voor een meezingmoment in de Club. (dank aan Niels Bruwier)  

Tot slot na twintig jaar konden we terug genieten van de dromerig hemelse shoegaze van Slowdive (Club), die meteen deed denken aan begin 90s Ride, Swerverdriver en Loop . Na Primavera en Best Kept Secret waren zij nu op Pukkelpop. Zij waren in de beginjaren 90 één van die goed bewaarde muzikale geheimen in het genre; net als Temples was het feedbackgeraas uitermate beheerst en was het mooi verweven in hun bezwerende,  meeslepende sound , die op die manier zijn schoonheid verried; net als bij de huidige sound van de postrockers Mogwai dweept en explodeert Slowdive lichtjes. “Slowdive” , “Catch the breeze” , “Souvlaki” en “Golden hair” waren hier de interessantste nummers. Slowdive bracht een heerlijk genietbare , overtuigende trip en  backcatalogue.

Alvast hebben we genoten van een fijne eerste Pukkelpopdag …


Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2014/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

woensdag 20 augustus 2014 01:00

Pukkelpop 2014 – vrijdag 15 augustus 2014

Pukkelpop 2014 – vrijdag 15 augustus 2014
Pukkelpop 2014
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2014-08-15
Johan Meurisse

Op deze Hemelvaartsdag konden we opnieuw terecht voor een rits interessante bands en artiesten op dag 2 Pukkelpop.
Parcours dag twee.
Jong en oud waren verenigd bij Drenge vs Thurston Moore . De twee jonge wolven van Drenge (mainstage) gingen er gretig en vol overgave tegenaan op het vroege middaguur met ruwe, rauwe, smerige garagerock’n’roll, die naar eind meedogenloos , slepend, explosief en destructief  klonken. Moeiteloos werd je meegezogen in de ‘Drenge’ poel van de twee broers, die teruggreep naar het oude Nirvana.  Schitterende start van de dag …
Niels Bruwier: Voor een grotendeels lege weide moesten de twee broers bewijzen dat hun grunge en garagerock ook op een groot podium tot zijn recht kon komen. Dit gebeurde deels wel, met opener “Face Like A Skull” demonstreerden ze meteen waar ze goed in zijn: met enkel een gitaar en een drum een sound creëren die net tussen Nirvana en The White Stripes ligt. Toch lukte het hen niet om de volledige weide mee te krijgen. Het podium was te groot en de sound was te eentonig. Toen het begon te regenen bleef er zelfs bijna niemand meer over. Dit lieten ze niet aan hun hart komen en toen er middenin de set van gitaar werd gewisseld werd het concert alleen maar beter. Met “I Want To Break You In Half”, “Necromance Is Dead” en “Bloodsports” waren er verschillende hoogtepunten. Afsluiter “Let’s Pretend duurde acht minuten, en het waren ook acht minuten van echte Rock n Roll. Zanger Eoin Loveless haalde voor de gelegenheid zijn beste geschreeuw boven. Mooie afsluiter van een set die tegelijk rommelig en strak was.
Masja De Rijcke: Deze post grunge band wist van jetje te geven en aangezien er geen massale opkomst was voor hen doordat zij een vroege shift draaiden was er aan enthousiasme van het publiek geen tekort. We zien jullie graag nog eens terug jongens!

Thurston Moore (Club) op z’n beurt zorgde voor een Sonic Youth rewind , net als in de midden jaren 80 , met lekker ontspoorde noisy songs . Hij had o.m. Steve Shelley , Debby Googe (My Bloody Valentine)  mee en dat weet je het wel , rauw, onversneden materiaal die avontuurlijke wendingen ondergaan , effectpedalen die ingedrukt blijven en boxen die onder hoogspanning staan . Het album komt in september uit , en zoals het nu klonk , kijken we hier toch sterk naar uit . In de nummers hebben we gitaarlagen over elkaar, heerlijk uit hun melodie ontrafeld en uitgesponnen; met de tekstvellen erbij of doodleuk instrumentaal. Chelsea Light Moving was al een Thurston in goede doen , dit is de overtreffende trap . De kaars van ‘Daydream nation’ knetterde …
 
Ook The National zorgde voor een stevig setje , snedig , strak en ‘zwart in het pak’ met eigenlijk niks anders dan prachtsongs die op de mainstage extravertie en emotionaliteit bevatten. Daarvoor hadden we een erg overtuigende band op scherp, met een frontman Matt Berninger, die op erg passionele wijze zijn publiek in een wurggreep hield . Wat een begeestering en devotie straalt hij uit rond z’n microstatief , beweegt van de ene naar de andere kant , dweept zijn band op en is tot slot bij zijn fans te vinden . En die band is ongenaakbaar en stuwt de temperatuur naar eenzame hoogtes . We werden meegezogen in die muzikale kolk , die door de blazerssectie nog intenser, kleurrijker en gevoeliger was . Een opvolging van onstuimig vertier zonder de melodie uit het oog te verliezen. Muzikale hoogstandjes dus!  Bij The National verandert water in wijn , van “Don’t swallop the cup”, “Bloodbuzz ohio”, “Mistaken for strangers” naar “Squalor victoria”, “Abel”, “Fake empire” tot “Mr November” , ”Terrible love”  of een intiemere “Slow show” en “ I need my girl” . Een uitermate sterk en bezield optreden van een band die hier de topacts van Rock Werchter naar huis speelde …  Onvoorwaardelijk respect voor The National!

Onder de indruk waren we evenzeer van War On Drugs en Kurt Vile & Violators (Club). Ok, samen zijn ze niet meer op het podium te zien, hoewel dat dit vandaag de ideale kans was , gezien ze op dezelfde stage stonden, wat dan ook gebeurde ... 
War On Drugs (Club) trok meer de kaart van die  aantrekkelijke rootsy psychepop van de laatste plaat ‘Lost in the dream’ . Adam Granduciel ontpopte zich als een meesterlijk songwriter , in de voetsporen van Tom Petty , Karl Wallinger’s World Party en  het oude Waterboys van Mike Scott .  De gitaar , keys , piano en drums  kregen voldoende ademruimte en tilden songs als “An ocean between the waves”, “Eyes to the wind” en natuurlijk de single “Red eyes” naar een hoger niveau . De  extra track “In reverse” namen we er al te graag bij! Klasse!
Kurt Vile heeft intussen met The Violators (Club) een prima band achter zich en zij speelden doorleefde broeierige ‘southern’ retrorock., waarbij we optimaal konden genieten van het gitaarspel van de heren met hun lange haren . Hun materiaal heeft een zekere verslavende werking en is een intens beleven waaronder het warme , boeiende “Girl called Alex”. Pur sang!

In onze ontdekkingstocht hadden we verder al vroeg in de morgen
The Bohicas in de Club. Vier Britse mannen die een geweldig potje indierock-‘n-roll speelden. “XXX” en “Swarm” waren de enige nummers die ons bekend in de oren klonken, en eigenlijk meteen ook de beste. Dit was voor ons één van de verrassingen en we hopen hen zo snel mogelijk terug te zien in België! (dank aan Masja De Rijcke).


De dames van het New-Yorkse Lucius (Club) maken dankzij hun samenzang heerlijke muziek. Ondanks het vroege uur was de tent toch aardig volgelopen. Op het podium vielen veel drums te zien, vijf stonden er op het podium met ieder zijn eigen drum. Hierdoor kreeg de folkrock zijn eigen sound die je het best kan vergelijken met Haim.  In het begin van het concert werden “Don’t Just Sit There” en “Wildewoman” gespeeld. Hierdoor werden meteen alle melodieuze nummers gespeeld. Dit zorgde ervoor dat het concert in een dal viel. De twee blonde zangeressen probeerden alles te redden door enthousiast heen en weer te lopen, tevergeefs. Al moet toegegeven worden dat het lijkt alsof hun stemmen samenkomen in één stem wat ervoor zorgt dat het niet saai wordt. Op het eind kwamen ze nog even uit het dal gekropen door met “Turn It Around” toch een mooi einde te breien aan hun wat eentonige set.
(dank aan Niels Bruwier)

De sing/songwriting van Nick Mulvey (Marquee) intrigeerde … Warme , innemende gitaarpop , gebaseerd op akoestische gitaarklanken en zijn indringende stem. De songs waren de moeite door de subtiele uitwerking van  de reeks instrumenten van zijn band , waaronder “Cucurucu”, die het geheel nog oprechter, eerlijker maakte . Deze Mulvey speelde een boeiend interessant optreden,  vroeg op de middag …  

De aangenaam onderhouden folky/americana pop van Boy & Bear (Club) kent zijn doorbraak met de huidige ‘Harlequin dream’ waarbij  het bescheiden hitje “Bridges “ één van de hoogtepunten vormt in het genre . Het kwintet heeft al een reeks een reeks interessante songs uit met een knipoog naar The Veils , die balanceren van sfeervolle ingenomenheid tot frisse vrolijkheid, “Old town blues”, “3 headed woman” en “Parttime believer”, gedragen door een subtiele samenzang. Dit is nu muziek die lekker klonk en niet verveelde!

We konden later nog iets meepikken van de donkere romantiek van Sharon Van Etten (Club) die ingenomen , weemoedig , bezwerend tot dwars klonk. En toch straalde de gitariste nabijheid en warmte uit; moeiteloos lieten we ons meedrijven op haar aparte dreampop.

Het optreden van Cage The Elephant (Marquee) begon met 10 minuten vertraging doordat de band te kampen had met technische problemen. Ze lieten dit weliswaar niet aan hun hart komen en met “In One Ear” en “Aberdeen” vlogen ze er meteen in. De microfoon van de zanger had soms nog te kampen met defecten waardoor je hem niet altijd goed kon verstaan. Naarmate het concert vorderde kwam de micro erdoor, hetgeen geen verdere defectjes met zich meebracht. Zanger Matt Shultz is een brok adrenaline die al snel zijn T-shirt uitspeelde, waarna hij bleef rondspringen op het podium. Toen Matt voor het eerst van het podium kwam om in het publiek te springen bleef hij daar rondlopen. Wanneer de gitarist naar beneden kwam tijdens “Come A Little Closer”, smeet hij zijn gitaar gewoon weg om alle frustraties weg te werken. Het orgelpunt kwam er met “Shake Me Down”, voor een laatste keer gaven ze zich volledig wat resulteerde in nog maar eens een crowdsurfende zanger. (dank aan Niels Bruwier)
Cage The Elephant heeft hun set in de Marquee mogen opvoeren. Omdat zanger Matt Shultz meer in het publiek stond dan op het podium , hebben we deze schoonheid meerdere keren van dicht kunnen bewonderen. Helemaal niet erg als je het mij vraagt! Hun songs moet ik jullie waarschijnlijk niet leren kennen maar “Take Me Down” heeft deze keer weer de hoofdvogel afgeschoten. Well done guys! We zullen jullie niet rap vergeten! (dank aan Masja De Rijcke)

Af en toe zorgde een plensbui voor meer verkoeling en werd de aandacht verscherpt, zeker bij de snedige retrorock van de Neanderthalers van het baardige , opwindende trio Kadavar (Shelter) , uit Duitsland btw! In hun strak gedreven potige ‘hardorck’, kregen de instrumenten voldoende ruimte; de gitaren konden gieren , de bas kon grommen en de drummer mepte er op z’n Animals op los . Een heftig stomende, genietbare 70s retrotrip zondermeer …
Niels Bruwier: Om de gouden jaren van Black Sabbath te herbeleven moest je in de Shelter zijn, waar Kadavar het beste van zichzelf gaf. De Duitse hardrockers deden hun naam alle eer aan en speelden muziek alsof het net uit een doodskist kwam. Met hun lange haren en baarden kon je maar moeilijk afleiden hoe ze er effectief uitzagen. De tent was behoorlijk volgelopen, hetgeen ook te wijten kon zijn aan de hangende regenbui. Hoewel ze de gitaar goed behandelden klonk ieder nummer hetzelfde, veel creativiteit werd er dus niet gebruikt tijdens hun set. Hun drumtoestel stond ook helemaal vooraan waaruit bleek dat ook de drum een belangrijke rol speelde. De drummer was ook zeer enthousiast en door volledig in alle nummers op te gaan met zijn weelderige haardos, had dit wel een leuk effect. “Doomsday Machine” was een van de enige hoogtepunten, het klonk veel strakker dan op plaat en kwam dus veel beter over live. Op het einde bleven de gitaarsolo’s komen en ontbrak het aan melodie waardoor het leek alsof ze in de jaren ‘70 waren blijven steken zonder enige nieuwe inspiratie.

Ook de psychedelische stoner van het Zweedse Truckfighters in diezelfde Shelter overtuigde sterk .  Het trio ging even gretig , gemotiveerd en vol overgave te werk als hun voorgangers , deden Kyuss opborrelen door de korrelige, slepende ritmiek , de broeierige intensiteit , de snedige tempowisselingen en de ruimte aan de gitaarriffs en de gortdroge, logge drums . Door die donkere ondertoon kwam zelfs Tool even aankloppen . Ook hier een heerlijke trip dat het stof deed opwaaien . 
Kortom, desertmusic is terug ‘IN’!

We hielden van de dromerige folkycountrypop vol ‘positive vibes’ van de Zweedse zusjes First aid kit (Club). Hun recentste ‘Stay gold’ wordt ongelofelijk veel op radio 1 gedraaid; “King of the world” en “My silver lining” zijn  twee prachtsongs, het toonbeeld van vocale harmonieën aan een klankpalet van akoestische gitaar, pianootje, steelpedal  en drums. “Love interruption” van Jack White kreeg een rockend jasje toebedeeld en tot slot “Emmylou” onderstreepte de stemmenpracht.  De zomeravonden zijn nog niet voorbij als deze zusjes langskomen … Fijn gevoelig dromerig setje!

Evenzeer klonk de lieflijke arty/folkyrootspop van het Britse  Wild Beasts (Club) van Hayden Thorpe en Tom Fleming mooi . Emotionaliteit creëerden ze door dromerige, broeierige , spannende songs die getuigen van finesse, subtiliteit en verrassende wendingen . Centraal werd de nieuwe plaat ‘Present tense’ geplaatst .
De falsetzang van Thorpe is een bepalende factor binnen de sfeerschepping. Hij kan soms hoog uithalen en wordt net op tijd opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming; op die manier verglijdt het niet in een theatraal aandoende sound.

The amazing snakeheads (Castello), in ontbloot bovenlijf , brachten intense garagerock’n’roll. Na hun set tijdens Les Nuits Bota , wonnen zij hier rockende zieltje met hun overtuigende set …
Hun sluimerende gitaren en vrij donkere sound maakte hun set compleet. Ook het prachtige taaltje van zanger Dale Barclay mocht niet ontbreken. (dank aan Masja De Rijcke)

Balthazar
(mainstage) uit Kortrijk - Eén van de enige keren dat we hen dit jaar aan het werk konden zien. Ze kregen een mooi kans toebedeeld en hadden  de ‘time of their life’ . Balthazar draait rond de zangers/gitaristen/componisten Jinte Deprez en Maarten Devoldere, die elk een aparte zangstijl hebben; drie sterke groepsleden vervoegen hen en het is een band die op elkaar afgestemd is. De gretig spelende band had ingenieuze songs klaar en is niet vies van een grimmig dEUS randje , “Do not claim them anymore”, “Sinking ship” en het huiveringwekkende “Blood like wine”, die eindigde in een adembenemend kippenvel a capella outtro , zijn maar een paar voorbeelden . Balthazar is intussen groots geworden en dat kan maar door hun klasse …

Wat een comeback van Neneh Cherry, die
25 jaar terug van zich afbeet met haar debuut ‘Raw like sushi’ en ‘Homebrew’. “Buffalo stance” , ” Manchild” , “Inna city mamma” waren maar enkele krakers uit haar beginperiode . Verder waren er nog “Money love” , “Woman” en “7 seconds” met Youssou N’dour.  Ze mag nu intussen 50 zijn geworden , ze kwam na wel 17 jaar aandraven met ‘Blank project’ met de geluidskunstenaars van Rocketnumbernine , in de Castello. Nog meer dan op plaat overtuigen ze met die eigenzinnig nerveuze  als toegankelijk bezwerende trippy sounds. Cherry en haar begeleiding hielden je bij de leest door de intense spanning en kracht. Ze haalde er zelfs Robyn bij (later op de avond te zien met Röcksopp), een uniek samenzijn op “Out the black”. “Buffalo stance” werden in een vernieuwd jasje gestoken .  Sterk !

We zijn trots op onze Belgische bands. The Hickey Underworld (Wablief stage) heeft dit weer eens bewezen. Tijdens de nummers “Blonde Fire” en “Future words” kon ik alleen maar denken aan het feit dat ik trots mag zijn om Belg te zijn. Het was een wervelende show met alles erop en eraan. Een feest zoals deze wil ik zo vlug mogelijk opnieuw meemaken. Go Belgium! (dank aan Masja De Rijcke)

Op de mainstage trok de jonge sing/songwriter Ed Sheeran een even jonge volkje naar zich toe; stem en akoestische gitaar deden het , samen met de vooraf opgenomen gitaartunes en vocals. Hij is nog maar toe aan z’n tweede plaat en palmde eigenlijk – moeiteloos en alleen - de grote wei in. Hij entertainde z’n publiek met die formule en hij zorgde door vier grote gigantische schermen achter zich , met beelden van de performer en zijn publiek , dat zij nog dichter bij elkaar stonden en een ‘band’ – gevoel creëerden .
Wat een présence noteerden we door die wisselwerking; een uitermate boeiende set van opbouwende rocksongs en ballads, gedrenkt in zijn zang en rapzang. “Lego house”, “Give me love”, “You need me , i don’t need you”  zijn er al drie waar hij variaties instak . Hij en zijn publiek werden één en dat voelden we nog duidelijker aan de closing final “A team”; “I see fire” en “Sing” . Je moet het maar kunnen. Hij is groot geworden , die jonge Sheeran, die al instond voor Taylor Swift en de credits van de tweede Hobbit film .

Tot slot waren  Macklemore & Ryan Lewis (mainstage) niet te stoppen . Een hitmachine die natuurlijk de jongeren aanspreekt . Na Couleur café vorig jaar, zijn deze heren nog niet op de achterbank geraakt . Integendeel ook hier gaat performance, glitter & glamour , acts, muziek en publiek samen ...“Can’t hold us”, “thrift shop …Tja , je moet er voor zijn , maar duidelijk was dat het feestweekend verder kon worden ingezet.

We waren tevreden van die gevarieerde tweede dag , met talloze verrassingen.

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2014/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

woensdag 20 augustus 2014 01:00

Pukkelpop 2014 – zaterdag 16 augustus 2014

Pukkelpop 2014 – zaterdag 16 augustus 2014
Pukkelpop 2014
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2014-08-16
Johan Meurisse

Op de afsluitende Pukkelpop hadden we ook een reeks interessante bands en artiesten aangestipt . Met Queens of the Stone Age had de organisatie een derde grote klepper, die de rock’n roll kon besluiten op de mainstage , verder een Portishead triphop ‘rewind’ in de Marquee en tot slot Calvin Harris , die kon het dansminnend publiek doen hunkeren naar Tomorrowland . Voor elk wat wils dus.

Ons parcours op dag 3
Op het vroege middag uur werden we opgezogen door de intense sound van het NYse Big Ups (Marquee). Hier versmelten bands als Schellac, Jesus Lizard, Pixies en … Slint ; inderdaad, in de rustige passages van hun overigens rauw , gruizige verbeten sound hadden we die broeierige  repetitieve loops van Slint . Het kwartet klonk gemotiveerd, energiek en gedreven. Big Ups intrigeert, bouwt op , explodeert en in de tempowisselingen was er soms muzikale gekte . Al meteen noteerden we een fijn jong bandje .

Ook het Canadese Pup (Shelter) moest niet onderdoen in hitsig, venijnig, heftig,  furieus materiaal als evenzeer frisse, heldere rock . Heerlijk genietbaar rollende songs, ondersteund door de meerstemmige zang , die ietwat kon overstuurd zijn door de opkomende schreeuwzang. Net als Big Ups had deze Pup heel wat in hun mars.

Een volle Club was er voor ons eigen Float Fall . Het tot kwartet uitgebreide duo hadden we al in het oog met het bescheiden hitje “Someday” , gevoelige pop met elektronica. Hun luistersongs zijn duidelijk beïnvloed door de donkere romantiek van The xx. Er was die  kenmerkende spaarzame, subtiel uitgewerkte geluidskunst en zangpartijen die etherisch als in een verteltrant zaten . De gitaarriedels en keys hadden een slepende ritmiek; blazers en een hoorn vulden de herfstige sound soms aan . Een trippende sound dus , die door de variaties een reeks spannende songs opleverde als “Little words”, “Hard time lovin you” , “Shiver “ en “Hearts”, naast die gekende single.

Evenzeer in het oog te houden zijn Little Trouble Kids (Wablief stage) , die intussen tot een trio zijn uitgegroeid. De rauwe intensiteit op z’n Kills krijgt door de percussie nog meer armslag, naast hun vroegere stompbox . Zwierig en levendig gingen ze te werk in de zompig doorleefde , ongepolijste rock, die roots’n’blues een goed hart toedragen. De DIY aanpak van hun charmant broeierig, stevig materiaal was bijgevolg meer dan de moeite!

Het Britse Glass Animals (Marquee) bracht ons in een bezwerende trance met hun aangenaam aantrekkelijke, prikkelende  indiegrooves, die de dansspieren aansprak. Een zweverige zang waaide over de sound heen . Ze klinken melodieuzer en gestroomlijnder dan Alt-J , Yeasayer en Animal Collective in het genre. We konden lekker dwalen op hun kleurrijk gegoochel.
Toegegeven, de gelijkenissen met Alt-J zijn nog treffender wanneer je Glass Animals live aan het werk ziet. De vierkoppige band maakt wel gebruik van het uitgebreide podium in de Marquee. Ze zijn alle vier ver verwijderd van elkaar, waardoor de samenhorigheid ver zoek is. Live wordt er veel meer gebruik gemaakt van effecten op de stem en muziek, ook de gitaar is opvallender aanwezig. De tent is aangenaam volgelopen wat de band even uit hun lood slaat, maar het werkt toch een set af die je in hogere sferen brengt.  Vlak voor hun laatste nummer “Pools” aanvangen lijkt het alsof de synthesizer het heeft begeven. Maar na enkele minuten sleutelen lukt het alsnog om een goeie set af te ronden. Volgende keer beter een klein podium waar de diepe pop/R&B beter tot hun recht komen. (dank aan Niels Bruwier)

Spijtig genoeg konden we op die manier maar deels het concert oppikken van Bill Callaghan (Club), die piekte in melancholie en ontroering . De sing/songwriter achter Smog gaf met z’n begeleiding een voortreffelijke set , een kruisbestuiving van roots/americana/country en dubs; Matt Kinsey nam een glansrol op zich door z’n gitaarpartijen en erupties. Callaghan voerde ons met z’n baritonzang nog meer mee in verdwaalde paranoïde , huiverende trips. In de goede veertig minuten kregen we een unieke weemoed te horen; hij perste z’n backcatalogue samen naast het nieuwe ‘Dream river’ incl. dubversie .

De pubers van Jimmy Eat World (mainstage) lijken nooit oud te worden, al viert hun tweede album ‘Futures’ dit jaar al zijn tiende verjaardag. Dit lieten ze ook blijken in hun set, met “Pain” als opener vlogen ze er meteen in. Daarna bleef het concert wat slabakken tot ze weer aan hun oudere nummers begonnen. Vanaf “Work” kreeg Jim Adkins de weide weer aan het dansen. Bij ieder nummer dat volgde zong het volledige publiek uit volle borst mee, hier maakte Jim dan ook dankbaar gebruik van. Wat volgde waren veel nummers van ‘Futures’. Afsluiters “The Middle” en “Sweetness” konden nog steeds op het meeste belangstelling rekenen. Zo zie je maar dat zelfs 13 jaar na ‘Bleed American’ ze nog steeds op hetzelfde succes kunnen teren. (dank aan Niels Bruwier)

Hemelse schoonheid hadden we dan van de Ierse sing/songwriter James Vincent McMorrow (Marquee). Zijn fraai gearrangeerde, gelaagde folky/rootspop kreeg nog meer elan door z’n fluwelen falsetzang (denk Bon Iver , maar dan zonder die overdubs). Heel veel druk werd dus gelegd op die vocals .  Onthaastingspop. Niet voor niks kwam hij voor de dag met een albumtitel als  ‘Post tropical’. Een goed musicerende band zagen we , waarbij ook de bassiste vocaal sterk voor de dag kwam, wat nog meer een mooie (na) zomerse avond kon prikkelen …

Op naar het gehypte FKA Twigs (Castello), die eerder al  een voorrondje speelde in de Bota. De jonge frêle zangeres Tahliatt Barnett koppelt haar soul/r&b aan loodzware, traag slepende, lome  elektronica, drum’n’bass en diepe grommende basstunes , die dwars door je lichaam trillen. Inderdaad een kruising van postdubstep ( denk James Blake), donker minimalisme (denk The xx) , beats op z’n Breakbeat Era en de spannende tripsoul van Massive Attack. De aparte sound huiverde en was donker , mysterieus en paranoïde; in de hoog vocale uithalen ervaarden we warmte en sensualiteit . Een hobbelig muzikaal parcours op z’n Paris-Roubaix.

De Britse songwriter Fink –aka Fin Greenall – (Marquee) trok ons moeiteloos mee in een bedwelmende  luistertrip. In de reeks opbouwende folkyrockende gitaarloops hadden we een klanktapijt van soundscape elektronica en talrijke effects. Een onderhuidse spanning creëert hij door de  introspectieve aanpak te laten aanzwellen , die op gepaste, beheerste wijze kon openbarsten. Z’n verleden als DJ verloochent hij hier niet en hij mag er misschien wat vervaarlijk uitzien, de charismatische man ontroert en overtuigt met die innemende pop. Songs als “Hard believer”, “Warm shadow”, “Perfect darkness” en het sober gehouden hypnotiserende “Pilgrim” klonken sterk .

Tourist (Castello) - Een recensie van een dj schrijven is niet het makkelijkste wat er is, maar Tourist is niet zomaar een dj. Het was zijn eerste concert ooit in België en qua populariteit kan hij niet klagen, de Castello stond helemaal vol. Hij maakt gebruik van een synthesizer en een drumstick om live zijn sound te bepalen. De Deep House dat het handelsmerk is van Tourist, komt live nog meer over wanneer hij zware drops maakt die perfect weergalmen in de tent. Maar Tourist beschikt niet alleen over dj-skills, hij heeft ook nog eens prachtige songs en een indrukwekkende lichtshow. Zo kon het publiek nummers als “Patterns” en “I Can’t Keep Up” wel smaken.  De set kon nooit eentonig worden genoemd en net op de momenten wanneer het bijna vervelend werd deed hij iets nieuws. William Philips was onder de indruk van het enthousiaste publiek en bedankte met een mooie foto die hij voor altijd bij zich zal dragen. (dank aan Niels Bruwier)

De Shelter stage had  twee interessante bands voor ons . Touché Amoré en Red Fang. Touché Amoré is al z’n derde plaat toe en bracht een verfrissende wind binnen de posthardcore; korte , kernachtige verbeten songs speelden ze,  op het scherpst van de snede,  onder de schreeuwerige zang van Jeremy Bolm.
Iets later hadden we het uit Portland afkomstige opwindende, dynamische Red Fang , vette, snedige, harde retrorock en stoner. Spannend bleef het alleszins door de talrijke tempowisselingen . Dit is een band die op ‘welkdanook’ rockfestival kan overtuigen.
Als Queens Of The Stone Age net iets te soft is, dan vormt Red Fang de perfecte oplossing. De Shelter is weer aardig volgelopen voor deze band uit Portland. Ja, er ontstonden moshpits en ja, er werd geheadbangd. Maar dat hoort er bij, de band kwam met hun laatste album ‘Whales & Leeches’ naar Pukkelpop afgezakt. Het metal-gehalte bij Red Fang ligt zeer hoog, mannen met baarden die met goeie solo’s schitterende muziek maken. Veel bier kon niet ontbreken bij de band alsook humoristische bindteksten. “Blood Like Cream” en “No Hope” waren zeker een hoogtepunt in de set. Iedereen die getuige was van dit concert kon alleen maar zeggen dat het goed was. “Prehistoric Dog” werd ingezet om af te sluiten waarna de zware gitaren bleven ronken, Chokri mocht blij zijn dat de tent nog rechtstond. (dank aan Niels Bruwier)

Intussen hadden we Brody Dalle (Club), vriendin van Josh Homme als we goed geïnformeerd zijn. Bon soit , al bij de eerste rocktunes konden we niet omheen het geluid, de looks en de stem van Courtney Love en haar Hole. De vroegere Distillers frontdame rafelt ruim 15 jaar later deze Hole terug op en brengt met haar band heftige melodieuze punk, grunge , rock en pop. Vooral in het begin klonk het nogal erbarmelijk en zat ze er vocaal naast , maar het beterde. Een handvol sterke levendige songs noteerden we , maar of ze evenveel brokken zullen maken als Hole, blijft totnutoe een open vraag … 

Enkele jaren terug zagen we hier een flets klinkende  Kelis, koel , afstandelijk  en routineus,  terwijl het anders kon met haar feelgood  r&b, soul en die aangename discotunes en beats. Kelis lijkt herrezen met het nieuwe ‘Food’ album , dat geproduced werd door Dave Sitek (Tv on the radio , Foals , …). Wat een return. Een volle Marquee . Deze keer waren we verrast en intrigeerde ze door de toevoeging van broeierige elektronica  , 70s organ, sax en diepe basses, gedragen door haar warme , sensuele stem. Ze kwam iets later dan voorzien op de stage, maar “Bounce” en “Trick me” waren al meteen twee sterke knallers. Ook “Jerk ribs” en“Friday fish fry” klonken aantrekkelijk en groovy door die mix van hiphop, soul , r&b, funk , jazz en pop, niet vies van een 50s tune op z’n Parov Stelars ... Af en toe kreeg ze nog de support van een tweede rapper .  Hoogtepunt blijft “Good stuff” en “Milkshake” die dus iets breder en minder heftig klonken, maar classics waren om de tent te doen ontploffen.

St. Vincent (Club) van Annie Clark is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken . Zij was in deze set de Mauro van het avontuur . De eigenzinnigheid , de grilligheid, de experimentjes en de verrassende wendingen van  haar ‘hinkstapspringend’ materiaal was rauw, hoekig, messcherp, snoeihard en doordrongen van electro .  Op haar gitaar speelt ze de frustraties van zich af en freakt ze er op los. Een zoektocht naar toegankelijkheid. Allerhande schokkende, robotachtige pasjes kwamen erbij. Op het eind zagen we geniale losgeslagen gekte door de ziedende gitaarpartijen en de industriële noise .

Queens of the Stone Age - Opnieuw een topper waardig op de mainstage. Rock’n’roll in al z’n concepten of het nu stevig, broeierig, oude stoner of  ballad was . Josh Homme en de zijnen speelden een strakke, verschroeiende set en lieten maar af en toe het gaspedaal los. “You think I ain’t worth a dollar, but i feel like a Millionaire” ging al meteen over in het geweldige prijsbeest “No One knows”.  We wisten al meteen hoe laat het was . De band reeg de klassiekers aan elkaar, en die werden loeihard en zonder omzien op de festivalwei gejaagd.  Homme jutte zijn publiek op en liet hen opgaan in het kenmerkende Queens geluid van “My God is the sun” , “I sat by the ocean”, naar de funky pop van “If I had a tail” , “Make it with chu” , naar kleppers  “Little sister”, “Feel good hit of the summer” en “The lost art of keeping apart” . “The vampyre of time & memory” stond in voor een ingetogen moment met een Homme achter de piano . Het kookpunt werd bereikt met de genadeloze krachtstoten van “Sick sick sick” , “Go with the flow” en “A song for the dead” die mooi en smerig werden uitgediept. Verwoestende rock’n’roll . Heftig, spannend . QOSA speelde op scherp en trok zondermeer een dikke vette streep onder deze editie qua rockbands.

We vergeten zeerzeker Portishead niet. Het Bristolse trio Geoff Barrows (knoppenfreak), Adrian Utley (gitaar) en Beth Gibbons (zang) kwamen aandraven met een nieuw geluid,  triphop, medio de jaren ’90. Intussen kijken we reikhalzend uit naar een nieuw album, sinds hun return in 2008 .  Een bloemlezing van hun twintigjarige carrière kregen we, een huiverende trip die met de jaren strakker en straffer klinkt . Een intense, onderhuidse spanning ervaren we , die kippenvel bezorgt door die elektronicakronkels , verloren gewaand gitaargetokkel , scratches en drums , onder die declamerende vocals van Gibbons . De projecties op het achterplan waren subliem, ook de verborgen camera’s aan de zijkanten van hun instrumenten waren een creatieve vondst, wat hun sound nog meer kracht bijzette, en een aparte sfeer en stemming deed opborrelen . Af en toe gaven ze hun songs een  zwaardere  pulserende beat en draai .
Portishead slaat ons nog steeds met verstomming. Songs als “Mysterons”, “Sour times”, “Glory box”, “Threads” , “Roads”,  het reutelende “Machine gun” en het meesterlijke “We carry on”  staan na al die jaren nog steeds als een huis. Een sterke afsluiter in de Marquee dus. 

Tot slot Calvin Harris , waar elke dansfreak voor samentroepte aan de mainstage.  Nu kwam er heel wat volk uit de dance hall en  boiler room  om een dansavondje op z’n Tomorrowlands te beleven. Allerlei hitjes en eigen remixens verweefde hij moeiteloos aan elkaar en dweepte de massa op . Feestelijker kon deze editie niet worden besloten.
Tja, na de rockbands komen rond middernacht de ‘smiley‘ dansacts en DJs,  de vaste formule geworden de laatste jaren op elk groot festival .

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2014/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

donderdag 07 augustus 2014 01:00

Do to the beast

De ‘men in black’ van Greg Dulli zijn sinds  twee jaar aan hun volgende adem toe en er kwam nu uiteindelijk een nieuwe plaat‘ Do to the beast’. Van Greg Dulli konden we intussen al eens genieten van zijn uitstapjes met Gutter Twins en Twilight Singers , waar die andere nachtburgemeester ‘grootheid’ Mark Lanegan graag van de partij is .
Midden de jaren ’90 intrigeerden ze met drie meesterwerken ‘Congregation’ , ‘Gentlemen’ en ‘What jail is like’ . In hun diep getrokken, broeierig , donkere rocksound is doorleefde soul verweven , is er een intense spanning te noteren en durft de song te exploderen .
Live kan de band strak , krachtig zijn, boeien ze door die extatische uithalen en een Dulli die de ziel uit zijn lijf schreeuwt . 
Op plaat is er meer ruimte voor emotionaliteit en gevoeligheid , maar die spooky neurotische invloed is nooit veraf .
We hebben alvast een heel sterke plaat , met nummers als “Parked outside”, “Matamoros”, “Algiers”, “Lost in the woods” , “The lottery” en “Can rova”.  Enkel op het eind zakt het ietwat en boet de band wat in , maar die innemende , sfeervolle songs zijn nog goed genoeg. Blazers en orkestratie vullen soms aan en zorgen voor de nodige variatie.
Die Dulli is een fenomeen en zorgt ervoor dat Afghan Whigs aan een prachtreturn is begonnen , die er even scherp als vroeger op staat .

donderdag 07 augustus 2014 01:00

Everyday robots

Damon Albarn - een man van vele samenwerkingen als muzikant en producer, een muzikale kameleon die zijn muzikale ervaringen samenbalt op deze soloplaat . De veelzijdige ‘do-it-all‘ heeft ons al onderhouden met werk van Blur naar Gorillaz,  The Good , The Bad , The Queen, Rocket Juice & The Moon tot nu die broeierig, innemende soloplaat ‘Everyday robots’, de meest ingetogen totnutoe . Zijn vakmanschap wordt nog maar eens geëtaleerd.
De nummers zijn subtiel uitgewerkt  en hebben onderliggend een speelse ritmiek . We hebben een stijlvol amalgaan van sing/songwriting , Britpop, elektronica, soul, gospel, Afrikaanse ritmes en dubsounds. “Mr tembo” , “Heavy seas of love” en de titelsong springen het sterkst in het oog door de leuke, ontspannende soms zwierige deuntjes; een lichte groove en swing intrigeert verder op “You & me” en “Photographs (you are taking now)”, jazzy  tunes hebben we op “The selfish giant” en op “Hostiles”, “Lonely press play” en “The history of a cheating heart” scoort de intimiteit en emotionaliteit hoog. En tussenin zijn er de paar instrumentaaltjes.
Op die manier horen we allerhande varianten en krijgen we een uitermate boeiende plaat , die duidelijk inwerkt op onze stemming. Enorm veel respect dus voor wat deze charismatische Brit met z’n band (The Heavy Seas) presteert op deze soloplaat.

donderdag 07 augustus 2014 01:00

The take off and landing of everything

Nog steeds imponeert de uit Manchester afkomstige Elbow onder Guy Garvey. Ze zijn toe aan de zesde cd . Inderdaad de groep is net als The National populairder per plaat geworden, en heeft momenteel een wereldstatus bereikt . ‘The seldom seen kid’ uit 2008 was de aanzet .
De band sleept je mee in een ongeëvenaarde luistertrip met hun knap ingenieuze, subtiel uitgewerkte en uitgebalanceerde sfeervolle songs , die groots , majestueus als dromerig, innemend zijn, een intense spanning hebben of doodleuk een gewone popervaring kunnen zijn.
Het zijn elegante hemelse popsymfonieën , waarbij elk lid van de band een belangvolle bijdrage heeft geleverd op zijn unieke manier om deze composities in elkaar te boksen , wat respect afdwingt . Ze refereren hierbij aan een Beatlesque aanpak .
Het geheel klinkt nostalgisch, vertederend, ontroerend , en balanceert van romantiek tot grootse dramatiek, wat hun handelsmerk intussen is geworden, zonder echt bombastisch kitsch  aan te doen .
Oorstrelende pop die ons moeiteloos meevoert in Elbow’s beleven, er voldoende variaties op nahoudt in het genre en het dus boeiend maakt. We hebben de broeierige “The blue world” , “Fly boy blue/lunette”, “My sad captains” en “Colour fields”  en verder klinken “Charge”, “New York morning” en de titelsong sfeervoller . Middenin de cd ervaren we een kleine dip . Het ingetogen ,breekbare “The blanket of night” trekt een mooie, dikke streep onder deze overtuigende cd!

Feest in Dranouter , want ze hebben één van die pittoreske festivals die we maar al te graag koesteren , de 40ste editie trouwens . In juni vierden ze het nog waar het ooit begon, aan ’t Klein Koerke, om nu al dag en dauw gehuisvest te zijn op een groot terrein in de Koudekotstraat.

Het festival staat voor een groen, gezinsvriendelijk en gemoedelijk driedaags muziekfeest en straalt een gezellige ambiance en een erg warme, amicale , rustige sfeer uit. Naast de gevarieerde programmatie zoekt en staat de organisatie voor nieuwe milieu uitdagingen en een sfeervolle terreinaankleding, die jong en oud , jonge gezinnen met kinderen en de rasechte muziekliefhebber aanspreken .

Het festival is door de jaren geëvolueerd. Ze voegden een ‘baseline’ toe , ‘Festival of new traditions’, met het accent op de hedendaagse traditie. Het woord ‘folk’ verdween, blijft invoelbaar en kreeg een bredere perspectief onder ‘roots’, met aandacht voor de traditie . Een fijne selectie van internationale en Belgische acts , afgewerkt met te ontdekken bands over de verschillende stages. Op die manier blijft Festival Dranouter toonaangevend. 
De kleinere podia tekenden voor een geslaagde intimiteit; de Folk-Off stage, die vorig jaar nieuw was , kon opnieuw rekenen op voldoende bijval. Jonge wolven krijgen de kans zich te onderscheiden in de folkwereld. Ook de Nekka stage, met het Nederlandse lied staat verdiend in de spotlight ...
Zeg dus niet dat het hier in Dranouter niet beweegt …

De 40ste editie was opnieuw een voltreffer met 60000 bezoekers over de drie dagen . De weergoden waren het festival gunstig gezind. De organisatie kan tevreden terugblikken .
Een editie van sterke live acts, waarvan de mix werd gesmaakt: de sing-songwriting op vrijdag , een volksfeest op zaterdag en een zondagse twinkelende, kleurrijke matinée …

vrijdag 1 augustus 2014 – dag 1
Op de eerste volwaardige festivaldag kwam alles rustig op gang om dan ‘s avonds een piek te ervaren bij Billy Bragg , Novastar , Delrue en Eriksson Delcroix . 

Een greep van ons parcours
Billy Bragg is één van de Britse sing/songwriters die ons overdondert en overspoelt met z’n maatschappijkritische blik. Nog steeds even vurig en rebels krijgen we z’n ‘politic statements of citycism to make a better world’ te horen . Respect voor wat hij staat , die de veertig plusser kan raken , maar waar de jongere wat over zich laat gaan.
De 57 jarige bard brengt nog steeds platen  uit, was hier met band te zien, en plaatst zijn materiaal met de jaren meer in de folkamericana. Naast een sfeervolle start van o.m. “No one knows nothing anymore” zijn het de oudjes  die samen met enkele Woodie Guthrie covers uit de ‘Mermaid Avenue’ (“I ain’t got no home”, “All these fascists are bound to me” en “California stars”) muzikaal de meeste respons opleverden: “Sexuality”, “Greetings to the new brunette”, “Waiting for the great leap forward”  en “New England” overtuigden  door dat vleugje extravertie en rauw randje .

Op het podium stond het met grote letters, ‘Risquons tout ‘, de soloplaat  van Klaas Delrue, die eventjes z’n Yevgueni ‘onhold’ heeft geplaatst om zich in het Frans te wagen . Die Franstalige wortels zijn hem niet vreemd , gezien hij van het grensgebied afkomstig is. In het materiaal treedt hij als chansonnier in de voetsporen van Brel , Arno, Daan , Axelle Red en komen ook verder Zita Swoon en dEUS in de buurt. Zijn liefde voor Gainsbourg, Dutronc, Aznavour , Noir désir en vooral Renaud en Georges Brassens is groot .
Inderdaad , een erg gevarieerde set kregen we, van ingenomen dromerige tot meer broeierige uptempo’s en zwierige songs , wat een aandachtig luisterend publiek opleverde. Puike prestatie! 

Eriksson Delcroix - Partners en een Muzikaal duo , die  nu hun eerste echte soloplaat uithebben en te situeren zijn binnen de noemer van de rootscountryfolk . Ze waren met een uitgebreid combo en brengen The Broken Circle Breakdown, Emmylou Harris en Howe Gelb samen op één podium. Hier hadden we klasse door de enorme afwisseling in stijlen , hun  gretigheid en hun dynamiek op de stage.
Een huppelende en ingenomen ritmiek , maar ook mystiek en een soundtrack gevoel sluimerden door. Door hen mag het countrystof terecht nog wat meer opwaaien. Check die najaarstournee …

Het is Novastar die vanavond de hoofdvogel  is . Joost Zweegers is en blijft een podiumbeest, die z’n songs live een extra push geeft en dat wordt enorm gewaardeerd . Eerst kregen we duidelijk het nieuwe materiaal van de vierde ‘Inside outside ‘, die een 60s/70s sfeertje ademen en geleest zijn op een traditionele instrumentarium en op z’n akoestische slaggitaar, die hij in allerlei standen omgordt en speelt.
De 43 jarige sympathieke artiest geeft door z’n hyperkinetische gretigheid kleur aan het materiaal. “Light up my life”, “Tumulus man” en “Closer to me” zijn kleppers van de nieuwe plaat , die ergens aan een World Party doen denken.
De herkenbare Novastar krijgen we iets verderop te horen waarbij het pianospel en z’n stem meer op het voorplan treden , of het nu ingetogen, gevoelig of iets opbouwender,  extraverter is . “When the lights go down on the broken hearted” leidde het al in , die songs op z’n piano zijn tijdloos, “Lost & blown  away”, “Just because” en “Wrong”; solo palmden “The best is yet to come” en “Never back down” het publiek in . Hij betrekt er hen graag bij , laat hen meeneuriën , tokkelt, klopt op de desk van z’n piano en hitst hen op als een Jerry Lee Lewis op z’n piano.  Oorstrelende pop , die finesse, emotie en rauwheid in elkaar doen verweven en door de dynamiek nog beter zijn …

Dag 1 stond duidelijk in het teken van sing-songwriters - we kregen er vanavond nog enkele te horen …
Eerder was er het Eerbetoon, aan Wannes Van De Velde. Hij werd gerespecteerd door een achttal muzikanten onder Jan De Smet. Onze Vlaamse troubadour werd in de bloemetjes gezet op deze veertigste editie . De 100 jaar WO I oorlog borrelde op , en met “De brug van Willebroek” weerklonk hij overal . Hier kwamen diverse generaties liedjesschrijvers tesamen. Een mooie start van de 40ste editie …
 
Met Joey & Slow Pilot kregen we een reeks fijn uitgewerkte poprocksongs. Joey Brocken kwam in de belangstelling in de ‘Beste SingerSongschrijver van Vlaanderen . Jong talent krijgt hier kansen …

De pensioengerechtigde London Wainwright III  mag dan maf , grappig zijn en op het podium komen met z’n sloffers , korte broek , hoog opgetrokken kousen, bermuda hemd en pet op , hij beschikt over tonnen charisma en zorgt solo op akoestische gitaar of op piano voor een reeks oerdegelijke aantrekkelijke, pakkende songs uit z’n uitgebreide catalogue. Als een volleerd doorwinterde rat , weet hij zijn publiek te boeien , te animeren en zijn sentiment en cynisme blijven twee belangrijke kenmerken. “Swimming song”, “Man with a dog in the city”, “Harlan county” , “ Unhappy anniversary” en “Your mother & i” , al ruim 40 jaar oud , zijn high moments. De verwevenheid met z’n ex Kate en z’n ‘sons & daughters’  is groot!

We pikten intussen ook nog iets op van de countryfolk van de Amerikaan Sam Amidon , sober, naakt , puur , innemend, en Hermitage , muziek van eigen kweek, die met hun Nederlandstalige pop de kleine Nekka stage inpalmde met fijnzinnig, subtiel uitgewerkte songs op gitaar , xylo en cello/bas  

Boban & Marko Markovic konden de eerste Dranouterdag besluiten met een feestje . Vader en zoon worden door een brassband, een uitgebreid blazerscombo, accordeonist , drummer begeleid op een reeks Balkan hoempapa songs, die authentiek , leuk, vermakelijk, dansbaar en gevoelig klonken .

Een heerlijke eerste dag Dranouter  

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter  

Festival Dranouter 2014 – zaterdag 2 augustus 2014

Op de tweede Dranouterdag was er heel wat volk, sfeer  en ambiance . Een volksfeest op het festivalterrein en als je er de programmatie op nahield , evenzeer op het podium , gezien vandaag Urbanus & De Fanfaar, Rocco Granata en de jongere generatie met Flip Kowlier en James Blunt op het appèl stonden.

Inderdaad, Urbanus kon niet beter z’n 40 carrière in de bloemetjes plaatsen op deze 40ste Dranouter . Zijn return kregen we onlangs met de nieuwe cd ‘Wan Troe Tie’ en de prachtsingle “Zetpilcar” (met Isolde) . Een verwevenheid van z’n sketches en natuurlijk z’n songs , van toen wij nog klein waren, werden hier in een ongedwongen , speels, gemeten rock’n’roll jasje gestopt door De Fanfaar . Een sterke begeleidingsband trouwens, die spitsvondigheden, verrassende wendingen, tempowisselingen en wat cabaret stopten in die songs van Urbanus . En dat werkte heel aanstekelijk en werd met de glimlach en handclaps ontvangen .
Urbanus entertainde z’n publiek en werd één van de surprises van de dag. Deze comedian heeft de tand des tijds doorstaan . Die pak hits als “Quand les zoiseaux chantent”, “Hittentit”, “Kodazuur”, “Als moeder zong” en ga zo maar door , werden gespeeld. Een knipoog ook naar Natalia , de Ram Jam’s “Black Betty” en Nirvana “Smells like teen spirit” tunes, de wijze waarop de  tekstvellen van “Plastic” werden gebracht en  “Je mag naar huis gaan” uitsmijter. Mooi gevonden allemaal! Iedereen was hier wel & tevree …

Een paar jaar terug zagen we Adamo nog , nu was het de beurt aan Rocco Granata. Op z’n 76ste  zal Rocco Granata een streep trekken door z’n rijkelijk gevulde carrière . De film ‘Marina’ biedt nu op dit eind een frisse wending én een breder publiek. De uitgelezen kans om opnieuw een fijne herinnering te koesteren .
Hij was vanavond te zien met een balorkest , backing vocalistes en pianist Michel Bisceglia, de componist van de soundtrack, die de immer sympathiek glimlachende Belgische Italiaan begeleidde.
Toegegeven , niet direct heb ik affiniteit van wat hij in zijn 50 jarige carrière heeft gepresteerd; mijn ouders en grootouders zullen nog meer die swing en romantische, melancholische songs dicht bij de borst vastgehouden hebben .
Onvoorwaardelijk respect is op z’n plaats van wat er hier te beleven viel. We kregen een heel gevarieerde set te horen van “La chittarra” , “l’Amore comincia tu, “Jessica”, “Buono sierra signorina”, “Manuela”, naar het schlagerconcept van “Zomersproetjes” , “Volare” tot “Noordzeestrand” en het volkslied voor elke West-Vlaming, dat luidkeels kon worden meegezongen . Een talenknobbel toch , die Nederlands, Italiaans en zelfs Duits door elkaar vermengt . Een warme , zomerse, zuiderse sound , die nog meer elan kreeg door de ondergaande zon aan de glooiende heuvels van Dranouter . Jan De Smet zette de accordeon nog wat glans bij en ook de ‘Italian Blues’, zoals Toots Thielemans omschreef over Rocco, sijpelde af en toe door . “Marina” werd het kroonstuk van het sterk gevulde oeuvre van deze zanger/componist die door de jaren  ook zijn plaatsje terecht heeft verdiend op de affiche van Dranouter.

Wie ook niet moest onderdoen qua gezegende leeftijd was Richard Thompson . 65 is hij intussen . De Britse troubadour/folklegende is een graag gezien gast en kon dus niet ontbreken op deze feesteditie. De begenadigde singer/songschrijver en getalenteerd gitarist, zorgde bij de enige echte plensbui van de avond , voor een intens beklijvende set. Ohja,  steeds te zien met baret en gitaar, bepaalt hij samen met een Billy Bragg en Tom Robinson het unieke songwriterschap van rebelse, maatschappijkritische songs, die ontdaan zijn van enige franjes, en doorleefd, spannend en emotievol klinken door het intens meesterlijke gitaarspel en -getokkel. Met nummers als “Good things happen to bad people”, “Saving the good stuf for you”, “Valerie” en “The ghost of you walks” scherpte hij de aandacht  , maar het waren  o.m. “I misunderstood”, “Feel so good “ en “1952 Vincent Black Lightning” uit ‘Rumour & Sigh’ van ’91 , drie classics te koesteren in zijn rijkelijk gevulde oeuvre , die hier op de meeste herkenning en respons konden rekenen . Sjeik wat deze doorwinterde folkie sing/songwriter nog steeds weet te presteren …

De jongere generatie kwam tussenin aan bod met een Flip Kowlier . Ook hij kon niet ontbreken  . De Gentse West-Vlaming slaagde er op zijn manier het publiek naar zijn hand te zetten . Heel wat leuke tunes in zijn sing/songwriting ‘mishmash’, die aangenaam, leuk , ontspannend , oppeppend, maar ook bittere ernst kon zijn; vreugde en tristesse liggen dicht bij elkaar , ze worden met de glimlach ontvangen en geven net dat tikkeltje meer door z’n “Zie je ’t ne bikkn zittn” . Samen met vaste partners Lazy Horse en Peter Lesage loodst hij ons door een pak songs heen als “Mo Ba Nin”, “Bjistje In Min Uoft”, “In de fik”,  het rockende “De grotste lul van ’t Stadt” tot de luilekkere skareggae van zijn laatste werk ,“Detox Danny” en “Zwembad”. Het samenhorigheidsgevoel werd nog onderstreept met de classics “Welgemeende” en het onvermijdelijke dronkemanslied “Min Moaten” met swingpartijtjes en handjes in de lucht …

James Blunt  was de knuffelbeer voor het jonge volkje . Zijn succes mag dan misschien al een kleine vijf jaar terug zijn , nog steeds wordt hij op handen gedragen . We kregen een reeks melige, stroperige popsongs te horen , die ergens een MNM of Q Music doen opborrelen, maar niet vies waren van een stevig randje . Hij brengt ergens ‘70’s Elton John, Chris de Burgh, Leo Sayer en Gilbert O’Sullivan samen.
Ook hij entertaint zijn publiek , wil de band tussen hemzelf en het publiek zo klein mogelijk maken, laat hen mee neuriën en zocht het contact op door zich in het publiek te laten rollen. Het hoort er allemaal bij en geeft dynamiek .
Hij trakteerde ons op een knus avondje waar emotie en gevoeligheid zich opdringen én ruimte bood in maatschappijkritiek, wat we zagen in de projecties. 
Muzikaal staat de akoestische gitaar, de piano en Blunts emotievolle warme stem centraal . Hij is een publiekslover , zoveel was zeker, met nummers als hartenbrekers “Goodbye my lover”, “You’re beautiful” en “So long Jimmy”, evenzeer  boeide hij met compacte songs als “So far gone”, “High” , “Carry you home”, “Postcards” en “Bonfire heart”.

Verder stonden we stil bij beginnend talent van Barefoot & The Shoes die nog onlangs de Jonge Wolven prijs in Gent kaapten , en dus veel in huis hebben . Groot potentieel, gezien hun songs een broeierige intensiteit hebben, en houden van melodie en avontuur; door de toevoeging van keys hebben ze zelfs een ondraaglijke spanning . Sterk. In het oog te houden , die gasten!
Iets verder hadden we de Finse Kardemimmit. Hun heldere, indringende stemmen staan tegenover een traditioneel klassiek instrumentarium en leveren pakkende , dromerige , zwierige songs op in een gepaste intieme setting.

Voor wie Novastar nog intenser wou beleven , kon  vanavond Joost Zweegers solo zien op akoestische gitaar en piano. Natuurlijk kon je niet omheen de classics van gisteren , maar de wijze waarop hij ze speelt , brengt de nodige emoties los en blijft een unieke beleving. Ook Pascal Deweze kwam erbij , De Beatles cover “Don’t let me down” kreeg een rauw extravert tintje en de huidige single “Light up my life” klonk door de acapella’s en de handclaps gevoelig en aangrijpend. Die Joost Zweegers - Groots talent!

Tot slot kon er ook in de clubstage gefeest worden , de  Antwerp Gipsy Ska Band brachten ons zaterdagavondgevoel op dreef, door aanstekelijke uptempo grooves . Blazers, keys en de zangpartijen gaven net dat extra tikkeltje swing en opwinding. Het sextet straalt heel wat uit op het podium, wat moeiteloos naar het publiek werd overgezet!

Volksfeest dus op deze tweede dag - Knap!

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter  

Pagina 49 van 180