logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

American Music Club

Een staalkaart uit het ruime oeuvre van American Music Club

Geschreven door

Parkeerproblemen zorgden ervoor dat het voorprogramma zijn laatste noten bracht toen wijzelf de Handelsbeurs betraden. Veel valt er door ons dus niet te vertellen over het optreden van het Nederlandse Blaudzun, behalve dan dat de enkelingen die we na afloop spraken een tevreden indruk overhielden aan hetgeen zij meteen als de ontdekking van de maand bestempelden. Op de eerste dag van de maand is zulks uiteraard nogal relatief, maar diezelfde enkelingen durfden ons op basis van hun kennismaking garanderen dat we in de nabije toekomst nog wel zullen horen van de groep rond Johannes Sigmond. Op 29 oktober concerteert Blaudzun samen met Swell in de Ancienne Belgique, bij deze beschouwen we dit dus meteen als onze tip van de maand…

In tijden van economische malaise is het niet verwonderlijk dat de mensenmassa de beurzen mijdt, maar het verraste ons desondanks wel dat de Handelsbeurs zo’n schaars publiek (hooguit 200 toeschouwers) mocht ontvangen voor de herenigde American Music Club. Niet enkel de beurscrisis treft blaam, de magere opkomst zal ook wel te maken hebben met het feit dat Mark Eitzel dit jaar al voor de derde keer met zijn bende in een Belgische concertzaal opduikt. Deze keer verschilde de bezetting echter dankzij het toevoegen van Jonathan Heine (gitarist) en Dana Schechter (bassiste, ook bekend als spil van Bee and Flower) aan de vertrouwde namen (gitarist Vudi en drummer Steve Didelot). Heine bewees zijn meerwaarde o.a. door al spelende een spectaculaire koprol uit te voeren, Schechter door zich met haar beheerste basspel naadloos te integreren in de subtiele sound die haar mannelijke collega’s uit hun instrumenten toverden.


Het gebrek aan publiek betekende echter niet dat er ingeboet werd aan sfeer, temeer daar de organisatoren perfect inspeelden op het thema van de avond door de zaal in te richten als een stijl- en sfeervolle club. Voor het podium konden een 50-tal gelukkigen comfortabel plaatsnemen aan lage tafeltjes (met kaarsverlichting!), de latere vogels konden rechtstaand hun drankje koel houden dankzij enkele tafeltjes op elleboog-hoogte. Men waande zich waarlijk in ‘a real American music club’, één waarin het heel aardig toeven was. Applaus dus voor diegenen die het interieur zodanig ingericht hadden dat het iets oudere publiek in comfortabele omstandigheden kon genieten van het optreden. Ook Mark Eitzel voelde zich duidelijk in zijn sas en stak van wal met “What holds the world together” (uit ‘San Fransisco’). Na het eerste van de vele welverdiende applausjes bracht men met
“What Godzilla said to God…” een nummer uit ‘Mercury’, het donkere album uit 1993 dat de grootste bron van de avond bleek, want later in de set volgden ook nog “If I had a hammer”, “Gratitude walks” en “Apology for an accident”. Ook uit het recentste album (‘The Golden Age’) werden er uiteindelijk vier songs gebracht (waaronder een bloedmooi “All my love”). Gewoontegetrouw excelleerde de frontman even veel tijdens de bindteksten als tijdens de liedjes zelf. Naast een flard van “Dreamer” (een cover van het door hem verguisde Supertramp) trakteerde hij ons op allerhande anekdotes. ‘s Mans liederlijke levensstijl (die hij ondertussen in grote mate afgezworen zou hebben) heeft zijn verhalentrommel aardig gevuld en hij liet niet na om het publiek te plezieren met een selectie eruit die o.a. duidelijk maakte dat hij gefascineerd is door vensters (ieder zijn afwijking, nietwaar?). Muzikaal viel er verder nog genot te puren van “Fearless”, “Animal Pen”, “Nightwatchman” en “Another morning”.
De reguliere set werd na een uur afgesloten door “Windows on the world”. Tijdens de inleiding van dit laatste nummer ondernam sympathieke Mark – net als enkele maanden terug - opnieuw een poging om de verbijstering te beschrijven die hij ervaarde toen hij een half jaar voor 9/11 op een decadent feestje bovenaan de WTC-torens belandde. Zijn soms cynische commentaren vonden bijval bij het tolerante publiek, iets wat naar verluidt niet overal het geval zou zijn.
Als bis-nummers noteerden we het heerlijke “Home” (uit comeback-plaat ‘Love Songs for patriots’) en “Outside this bar” (dat ons gisteren duidelijk maakte waar de Counting Crows de mosterd gehaald hebben voor het niet-zeurderige gedeelte van hun repertoire). Op het einde bracht Eitzel solo-versies van “The sleeping Beauty” en “Jesus’ Hands”.

Zijn soms krakkemikkige gitaarspel stoorde niet, vooral omdat je een aimabel man met tonnen zelfkennis, -kritiek en -relativering weinig verwijten kan. Zeker niet na een simpelweg geslaagd optreden dat variatie bracht door een staalkaart te puren uit het ruime oeuvre (maar liefst zeven verschillende albums kwamen aan bod!). Crisis of niet, we blijven eeuwig sparen want American Music Club zal altijd op onze bijdrage voor het lidmaatschap kunnen rekenen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

American Music Club

The golden age

Geschreven door

We leerden een kleine twintig jaar terug de Californische band AMC, onder zanger/gitarist en singer/songwriter Mark Eitzel, kennen met ‘United Kingdom/California’. Eigenwijs baanden ze zich een weg binnen de weemoedige indie/americana pop, waarbij Eitzel over een inktzwarte pen beschikte. Latere albums als ‘Mercury’ leverde de band een cultstatus op.
Doch in ’95 liet Eitzel z’n AMC voor wat het was en ging op solopad. En kijk, in 2004 kwam hij met een nieuwe AMC plaat ‘Love songs for patriots’, samen met z’n vaste gitarist Vudi.
Eitzel verloor door de jaren niks van z’n tristesse, maar deze ‘The golden age’ laat toch een handvol lichtvoetige, zelfs luchtige songs horen. Hoop dringt zich op, naast een dosis melancholie en wanhoop. Luister maar eens “Decibels and little pills” en “I know that’s not really you”. Andere nummers als “One step ahead”, “The windows on the world en “On my way “ schuwen een vleugje gitaarnoise niet en klinken ietwat forser dan de doorsnee AMC song. Voor de rest horen we druilerige ‘on the road’ songs, die rustig voortkabbelen, een sfeervolle opbouw hebben, of donker, ingetogen zijn door een semi –akoestische aanpak, waaronder “All my love”, “The John Berchman Victory Choir” en de afsluitende track “The grand duchess of San Francisco”.
Onderhuids refereert de plaat aan de intieme kant van Prefab Sprout en Lemonheads. Maar door de gevarieerde sound en het toegankelijk karakter lukt het hen misschien wel deze keer een breder publiek aan te spreken …

American Music Club

AMC: Eitzel & co blijven goed bewaard geheim

Geschreven door

Wie afgelopen zondag de 4AD buiten wandelde zonder enig gevoel van sympathie of medelijden had die avond duidelijk iets gemist. Na een troosteloze rit van honderden kilometers langsheen Duitse en Belgische wegen in een veel te kleine bestelwagen landden frontman Mark Eitzel en diens American Music Club uiteindelijk toch in Diksmuide … om even later te verschijnen voor slechts een handvol trouwe fans. Medelijden ook met de 4AD organisatie die in hun jubileumjaar alweer een cultgroep van formaat wist te strikken, maar met lede ogen moest toezien hoe AMC een maand eerder de AB Club moeiteloos deed vollopen doch in eigen huis slechts op een zeer matige publieksopkomst kon rekenen. Bovendien wordt de jongste AMC worp ‘The Golden Age’ op eerder gemengde gevoelens onthaald bij pers en publiek, zodat het ook voor de selecte aanwezigen afwachten was of en hoe Eitzel & co op het einde van een slopende Europese tour toch een memorabel optreden konden afleveren.

Na Eitzel’s cynische ‘a day in the life’ schets van een rockster op een miezerige zondag werd het innemende “All My Love” ingezet, één van de vele ogenschijnlijk rustig voortkabbelende nummers op ‘The Golden Age’. De zichtbaar vermoeide Eitzel bleek wonderwel uitstekend bij stem, een indruk die al snel werd bevestigd tijdens het onstuimige “Home” uit de come-back CD ‘Love Songs for Patriots’ (‘04). Voor het eerst in de set trad ook gitarist Vudi op de voorgrond, samen met Eitzel het nog enige resterende lid uit de originele AMC line-up. Zijn typerende feedback erupties staan altijd in teken van de song, en monden zelden of nooit uit in oeverloze noise experimenten. De nieuwe ritme tandem Sean Hoffman en Steve Didelo oogde aanvankelijk heel geconcentreerd, maar leek uiteindelijk moeiteloos haar weg te vinden in AMC’s unieke doorleefde mix van rock, folk, country en blues.
Eitzel, zoals steeds met karakteristieke hoed en getooid in versleten bruin maatpak, ontpopte zich gaandeweg als de getormenteerde vertolker van levensverhalen tussen hoop en wanhoop. Door de laidback songs uit ‘The Golden Age’ zoals het opmerkelijke “All the Lost Souls Welcome You to San Francisco” af te wisselen met ouder werk behoedde de groep zich voor een saai en ééntonig optreden. In het nieuwe “Windows on the World” verwijst Eitzel op cynische wijze naar één van zijn voormalige stamkroegen op het dak van de WTC torens, tijdens “Blue and Grey Shirt” uit het meesterlijke ‘California’ (‘88) herinnerde hij zichzelf aan het afscheid van een dierbare AIDS vriend en het up-tempo “Red Light District anthem” ‘Hello Amsterdam’ (‘94) hoefde al helemaal geen introductie. AMC mag dan wel een typische albumgroep zijn, met de single “Johnny Mathis' Feet” uit het gitzwarte ‘Mercury’ (‘93) kregen Eitzel & co begin jaren ’90 eventjes de zo verdiende airplay. Een doorleefde versie van deze AMC classic beëindigde het eerste deel van de set.

Ondanks de vermoeidheid bleken Eitzel en Vudi nog niet aan het einde van hun latijn, en werden tot tweemaal toe door het nog zeer wakkere publiek het podium opgetrommeld. Een bloedmooie akoestische versie van “Jesus’ Feet” afkomstig van het klassieke ‘Everclear’ album (’91) vormde hierbij het laatste hoogtepunt van een set die ietwat tragisch werd ingeleid doch na goed anderhalf uur toch triomfantelijk werd afgesloten. Ook na hun doortocht in Diksmuide blijft AMC één van de best bewaarde muzikale geheimen van de jongste 20 jaar. Zolang de 4AD deze geheimen in een uniek clubcircuit kader blijft ontsluieren hoort U ons niet klagen!

De bio van opwarmer Lisa Papineau mag dan indrukwekkend ogen (oprichter van de cult bands Pet en Big Sir, een stekje op de soundtrack van ‘The Crow: City of Angels’ en guest vocals op twee Air albums), op het podium gedraagt deze naar Parijs uitgeweken Amerikaanse zich wat onwennig. Vergezeld van een drummer en een gitarist bracht ze minimale emopop met avontuurlijke uitstapjes naar de triphop, en op één nummer kon Mark Eitzel alvast zijn gekwelde stem smeren in combinatie met Papineau’s ijzige voordracht. Deze eigenzinnige band willen we zeker nog wel eens terug zien, waarom bijvoorbeeld niet in de Pukkelpop Chateau?

Organisatie: 4AD, Diksmuide