Bijna vier jaar geleden was het, Babyshambles op Belgisch grondgebied. Hun doortocht op De Lokerse Feesten in 2010 was tevens hun laatste optreden voor dik drie jaar. Je kon de vertoning op z’n minst interessant noemen. Was Paul Weller (die voor Babyshambles aantrad) nog het toonbeeld van een piekfijn, tot in de puntjes geregeld optreden dat bijna even strak zat als Paul’s kostuum, dan was Babyshambles de totale anarchie. Ontstemde gitaren, een stomdronken Pete die de champagne rijkelijk deed vloeien, gespeelde vechtpartijtjes met gitarist Mik Whitnall tijdens “Fuck Forever”, een klein meisje uit het publiek op het podium tijdens “Albion”. Perfect georkestreerd was het niet, wat je gerust als een verademing kunt noemen in tijden waarin bands hun bindteksten instuderen en op hun setlist aangeven wanneer ze zo nodig aan een sigaret moeten leuren, zodat hun roadie deze op tijd kan rollen. Ze zelf aansteken lukt hen nog net.
Geruisloos verdween Babyshambles dus na hun passage in Lokeren uit de picture, Peter zijn solotour bleef maar verder slabakken en kende meer lows dan highs, en dan hebben we het wel degelijk over de kwaliteit van de optredens, niet over zijn geestestoestand. Pete is natuurlijk een soort hedendaagse versie van de Byronic Hero uit de Romantiek. Zelfdestructief, emotioneel getormenteerd, intelligent, mysterieus, een lak aan regels en een mal du siècle gevoel. Noem het gerust een wonder dat hij nog rondloopt.
Waar iedereen vermoedde dat Babyshambles en bij uitbreiding Pete zelf nooit meer op het hoogste niveau zou terugkomen, deed de band plots het onverwachte: met “Nothing Comes To Nothing” begin juli een nieuwe single uitbrengen. Het was met voorsprong ons favoriet (zomer)nummer van 2013. Diezelfde dag nog speelden ze voor het eerst terug samen op Soirs d’été in Parijs. “Vive la republique”, schreeuwde Pete in de microfoon alvorens de openingsakkoorden van “Fireman” in te zetten. Liberty, equality, fraternity, Doherty. Babyshambles is terug.
De heuse Europese tour bracht hen op 16 januari naar een hopeloos uitverkochte AB in Brussel.
Amper een handvol minuten te laat waren ze. Misschien hadden ze wel rekening gehouden met het feit dat dit optreden volledig live gestreamd werd. Wat ook vrij snel bleek is dat we te maken hadden met een, voor zijn normen, vrij sobere Pete. Want voor iedereen die dacht dat hij compleet lazarus was, we’ve seen worse, far worse. Dit was: niet té veel blabla en gewoon zoveel mogelijk nummers er door rammen in een klein anderhalf uur.
Opener “Delivery” zette de toon, een uitzinnig publiek deed z’n best zo goed mogelijk in beeld te komen. Het had naadloos moeten overgaan in “Nothing Comes To Nothing”, ware het niet dat de drummer Adam Falkner niet helemaal bij de les was. Ze speelden doodleuk de outro van “Delivery” opnieuw om de overgang wel te doen kloppen. No worries lads, die mannen van de montage knippen dat er wel uit. Tijdens de uitzending op Acht op 8 februari zal je hier niks van merken.
Al tijdens derde nummer “Seven Shades” liet Doherty zich in het publiek vallen. Het typeerde de losse sfeer. Skanummers “Stone Me” en “I Wish” (met een refrein dat een voetbalkreet kon zijn), “Fall From Grace”, “Beg Steal Or Borrow” en “UnBiloTitled” waren de ideale ‘rust’momenten tussen opzwepende songs als “Gang of Gin”, “Fireman”, “Baddie’s Boogie”, “Side Of The Road”, “8 Dead Boys” en “Pipedown”. Stuk voor stuk zo verschroeiend gespeeld en enthousiast onthaald dat het wel leek alsof we op 1 of ander punkoptreden beland waren.
Natuurlijk was niet alles even strak. Het eerder genoemde “Gang of Gin” bijvoorbeeld was zo rommelig als de studeerkamer van een universiteitsstudent in volle examenperiode. (Geloof me, ik weet waarover ik het heb) Wie wel een retestrakke Babyshambles wil horen legt beter hun platen op, de optredens zijn steevast een ode aan de rommel, en dat was nu niet anders. Het is een heuse live-ervaring die elke muziekliefhebber eens zou moeten meegemaakt hebben. Pete die sigaretten en aanstekers in het publiek gooide, op z’n eentje een onbekend nummer speelde, vroeg of dit land nu eigenlijk al een regering heeft, verhalen vertelde over hoe hij kids ruiten zag inslaan in Brussel, meer op de grond lag dan hij op z’n benen stond, portretten aannam, zijn gitaar richting roadie gooide en vervolgens diezelfde roadie die het uitzinnig publiek van het podium moest duwen zélf het publiek induwde. Er gebeurde altijd wel wat en je verveelde je geen seconde.
Opnieuw bleek wat voor een ideale afsluiter ze hebben met “Fuck Forever”. Een gevoel van blijdschap (yes! Fuck Forever!) en tristesse (fuck! het beste optreden van 2014 zit erop), overvalt je. Niet dat het publiek zich daar wat van aantrok, zij dansten nog een laatste keer en zwaaiden vervolgens met pijn in het hart Pete and the boys uit. Tot een volgende keer. Op Rock Werchter bijvoorbeeld. Tenzij een zwangere kat er een stokje voorsteekt lijkt vlak voor Arctic Monkeys ideaal, kwestie van het contrast tussen Het Perfecte Optreden en Het Vermakelijkste Optreden extra in de verf te zetten. Als het nog niet duidelijk was: wij kiezen resoluut voor het tweede. Fuck Forever.
Edit: Ondertussen is Babyshambles al bevestigd voor Rock Werchter. Geachte organisatie, nu jullie blijkbaar toch meelezen: polsen jullie eens bij The Strokes ook? Dankuwel.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/babyshambles-16-01-2014/
Organisatie: Live Nation