logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

GA-20

GA-20 - Adembenemende blues dankzij een injectie rock-'n-roll

Geschreven door

GA-20 - Adembenemende blues dankzij een injectie rock-'n-roll

Ondanks alle ellende liep ik de afgelopen dagen in jubelstemming rond want mijn favoriete bluesband was opnieuw in het land. Zo zullen er wellicht nog meer geweest zijn, want de N9 liep behoorlijk vol voor alweer een passage van GA-20 in ons land.

Maar eerst mocht een ander groepje dat me ook nauw aan het hart ligt het podium inpalmen: het Gentse Harvesters. Ik zag ze ongeveer een jaar geleden nog in het voorprogramma van James Leg in de 4AD waar ze vertelden dat ze druk bezig waren met hun tweede plaat. Die is nu af maar blijkbaar nog niet uit.
De officiële voorstelling staat pas gepland op 30 april in de Missy Sippy. Zo lang hielden ze ons echter niet in spanning want ‘Do some good’, zo heet de nieuwe plaat, werd  in de N9 integraal en met veel gretigheid door de boxen gejaagd. Allemaal nieuwe nummers dus - enkel de vooruitgeschoven single "Blackbird" was me bekend - waaruit bleek dat Harvesters resoluut de kaart van de seventies rock heeft gekozen. Americana en rootsrock invloeden leken definitief verdampt.
Een opmerkelijke keuze want de seventies worden - punk buiten beschouwing gelaten - vaak gezien als de meest dorre periode uit de rockgeschiedenis. Dat neemt uiteraard niet weg dat ook toen tal van uitstekende platen verschenen. Harvesters was ook zo slim om de stadionsound die toen voor het eerst de kop opstak links te laten liggen en te kiezen voor een onopgesmukt geluid dat eerder de geur van verschaald bier en rokerige pubs opriep.
De bas van Bart Soens en de drums van Lion De Clerck (Leopard Skull, Straight Shooter) zorgden voor een robuuste verankering terwijl de gitaren van Paul Lamont (Hitch, Grand Blue Heron), tevens verantwoordelijk voor de donkere, korrelige stem, en Miguel Moors (Blackup) voortdurend de sterren van de hemel speelden. Black Crowes, Robin Trower en Tom Petty worden wel eens naar voor geschoven als inspiratiebronnen, maar dat heb ik er niet in gehoord. Wel riepen de melodieuze gitaarlijnen een enkele keer herinneringen op aan Bad Company.
Eén nummer (een titel kan ik er helaas niet op plakken), dat een vergeten klassieker uit de seventies had kunnen zijn, sprong er zo uit dankzij de heldere, meteen vertrouwd aandoende gitaarriffs. De andere songs hebben wellicht wat meer tijd nodig om zich helemaal te laten doorgronden. Ondanks het ontbreken van de parels uit hun eerste plaat, ‘At Rosie’s Palace’, werd het een knappe set die me in ieder geval nieuwsgierig maakt naar de nieuwe elpee.

Nadat Matthew Stubbs na jarenlange dienst bij Charlie Musselwhite op de keien werd gezet, begon hij in 2018 een eigen bluesbandje om zo de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Met GA-20 schuimde hij eerst de café's en restaurants van zijn thuisstad Boston af maar al snel bleek zijn rauwe, compromisloze blues aan te slaan bij een breder publiek en begon hij heel intensief te touren, zowel in Amerika als Europa.
Zo kon ik de groep maar liefst zeven keer aan het werk zien zonder daarbij verre verplaatsingen te moeten maken. In 2024 leek het noodlot toe te slaan toen zowel Pat Faherty (zang, gitaar) als Tim Carman (drums) de groep totaal onverwacht de rug toekeerden. Vooral Pat Faherty, toch het uithangbord van de band, leek met zijn punk charisma onvervangbaar. Maar Matthew Stubbs is een doorzetter. Hij zocht en vond twee vervangers bij Ward Hayden & The Outliers (het vroegere Girls Guns And Glory), een old school country band die enkele keren had geopend voor GA-20.
Faherty en Carman begonnen van hun kant een eigen band, Canyon Lights, waarmee ze begin mei te zien zijn op twee Nederlandse bluesfestivals: Moulin Blues en Rhythm & Blues Night. Maar hun debuut, ‘Breathe easy’, waar ik hoopvol naar uitkeek, valt me serieus tegen .
Vorig jaar zag ik GA-20 voor het eerst in de nieuwe bezetting in café De Zwerver en toen bleek al dat de groep niets aan kracht had ingeboet. In de N9 kwamen ze zo mogelijk nog sterker uit de verf. Cody Nilsen zal zijn voorganger, Pat Faherty, nooit helemaal doen vergeten. Daarvoor was die laatste, met zijn immense krullenbol en onorthodoxe sprongen, te nadrukkelijk visueel aanwezig. Maar nu ik hem een tweede keer bezig zag, dringt de conclusie zich op dat Nilsen vocaal minstens even sterk is en als gitarist zelfs de betere.
En gitaren, daar draait het toch om bij GA-20. Twee gitaristen mochten, zonder dat een bassist hen voor de voeten liep, elkaar op het voorplan afwisselen: de melodieus en wat bedaarder spelende Matthew Stubbs en de scherpere en venijniger uithalende Cody Nilsen. Stubbs mag dan herhaaldelijk zijn liefde voor Chicago Blues hebben uitgesproken, maar wat GA-20 bracht was zoveel meer dan dat. 95% van de contemporaine Chicago blues vind ik eigenlijk strontvervelend. Maar GA-20 geeft de blues, met een gezonde injectie rock-'n-roll en een uitgekiende songkeuze, een extra dimensie. De blues heruitvinden doen ze niet - dat is ook helemaal niet nodig - maar ze laten haar wel weer fris en opwindend klinken. 
De set werd meteen schitterend geopend met het opgewekte "Cryin' & Pleadin'" van Billy Boy Arnold, misschien wel het beste nummer van hun laatste plaat, ‘Orphans’. Er zouden nog vier nummers uit die plaat volgen maar ook het oudere werk kwam ruimschoots aan bod. Zoals de twee rauwe Hound Dog Taylor covers, "Give me back my wig" en "She's gone", altijd goed voor een hoogtepunt. Bo Diddley's "Crackin' up" werd dan weer wat onderkoeld gebracht. Voor mij had het wat feestelijker gemogen, maar het was in elk geval eens wat anders.
Halverwege de set verlieten Stubbs en drummer Josh Kiggans het podium en worstelde Cody Nilsen zich door Lightnin' Hopkins' "I'm leaving you now". Hoewel de laatste plaat niet zo heel lang geleden verscheen, had een aantal nieuwe nummers al zijn weg naar de setlist gevonden en zeker niet de minste. "Can't hold out" van Elmore James, geschreven door Willie Dixon en "Crazy Love", ook al uit de pen van Willie Dixon maar in 1965 op single uitgebracht door Buddy Guy. Vooral dat laatste was opnieuw een openbaring!
De opbouw van de set bleef ongewijzigd met ook hier tegen het einde ruimte voor een uitstapje tussen het publiek. Maar waar Pat Faherty vroeger als een razende de menigte in dook, zoekt Cody Nilsen het rustig op om daarna te proberen de stilste noot ooit te spelen.
Als uitsmijter zorgde het aan Little Richard schatplichtige "Be my lonesome" nog voor een brok zinderende rock-'n-roll. En omdat zowel Stubbs als Nilsen 'Dale' als tweede naam hebben werd "Nitro" van Dick Dale gekozen als bis.
Een alweer adembenemende set kon nauwelijks mooier eindigen dan met deze spetterende surf-instrumental.

Organisatie: N9, Eeklo

GA-20

GA-20 - Ook in de nieuwe bezetting blijft GA-20 ongeëvenaard

Geschreven door

GA-20 - Ook in de nieuwe bezetting blijft GA-20 ongeëvenaard

Nadat Matthew Stubbs na 16 jaar dienst bij de tourband van Charlie Musselwhite (tijdelijk) de bons kreeg, besloot hij zelf een bluesband te beginnen teneinde de rekeningen te kunnen betalen.
In 2018 startte hij GA-20, genoemd naar een gitaarversterker uit de jaren '60, waarmee hij de lokale clubs van zijn thuisstad Boston afschuimde. Dat waren meestal plaatsen waar ze nog nooit van de blues gehoord hadden waardoor hij de slogan, die hij ook als opschrift voor een t-shirt gebruikte, "If you don't like the blues, you're listening to the wrong shit" bedacht.
Hun rauwe, compromisloze blues bleek aan te slaan en de groep begon uitgebreid te touren, ook in Europa.
Ik zag GA-20 voor het eerst in 2022 op Roots & Roses waar ze een overrompelende indruk op me nalieten. Daarna zag ik ze nog vier keer en telkens wisten ze me in euforische stemming te brengen. Ik maakte me al op voor een nieuwe extatische roes maar plots leek dat niet meer zo evident te zijn. Het was verdomd schrikken toen ik het nieuws vernam dat zowel gitarist Pat Faherty als drummer Tim Carman er niet meer bij waren. Vooral Faherty, die toch het gezicht van de band was, leek me onvervangbaar. Op de vraag waarom ze vertrokken waren wist Matthew Stubbs niet veel te vertellen: "Ze waren gewoon ineens weg".
Dat de twee intussen een nieuwe groep hebben, Canyon Lights, die onlangs nog als voorprogramma van George Thorogood and The Destroyers mocht opdraven, beweerde hij ook niet te weten. Hun vervangers vond hij bij Ward Hayden & The Outliers (het vroegere Girls Guns And Glory), een old school country band die enkele keren opener voor GA-20 is geweest. Drummer Josh Kiggans en zanger-gitarist Cody Nilsen zijn tevens twee gepokt en gemazelde sessiemuzikanten terwijl die laatste ook een solo-cd, ‘Living is killing’, gemaakt heeft maar veel stelt die niet voor. Het werd toch bang afwachten wat die drastische personeelswissel zou geven.

GA-20 opende de set met het vertrouwde "Cut you loose", een funky rhythm & blues knaller uit 1963 van Ricky Allen dat ook op het repertoire staat van Charlie Musselwhite, gevolgd door een bijzonder smaakvolle uitvoering van Jimmy Reed's "I'll change my style" dat ik nooit eerder van hen hoorde. Ik kon meteen opgelucht ademhalen: de muzikale koers bleef ongewijzigd. Een opzwepende mix van sterke eigen nummers en minder voor de hand liggende maar wel raak gekozen covers.
Matthew Stubbs beweert altijd dat hij de traditionele blues wil laten heropleven maar zijn muziek is zoveel meer dan dat. We hoorden vooral rhythm & blues gespekt met wat soul en een ruime portie rock-'n-roll. En als het dan toch pure blues was klonk die ruig zoals in het gebruikelijke tweeluik "Give me back my wig" en "She's gone" uit hun Hound Dog Taylor tributeplaat uit 2021. Echt traditioneel kan je dit trouwens ook niet noemen want Hound Dog Taylor, die net als GA-20 zelf, zwoer bij een twee gitaren/drums opstelling, was toch een buitenbeentje in de blueswereld.
Vlak na deze uppercut volgde het solospotje voor Cody Nilsen, net zoals Pat Faherty dat vroeger ook mocht doen. Alleen kregen we dit keer geen RL Burnside maar wel "I'm leaving you now" van Lightnin' Hopkins. Het was zeker niet de enige keer dat de nieuwe gitarist de podiumact van zijn voorganger leek te kopiëren. Zo wandelde hij bijvoorbeeld ook al gitaarspelend tussen het volk naar de uitgang. Waarom ook niet. Hij bleek trouwens meer dan een waardige vervanger te zijn met een stem die verrassend goed leek op die van Faherty. Een echt gitaarbeest ook, meer nog dan Faherty, terwijl de drummer evengoed erg onstuimig te keer ging.
Aan het muzikale concept leek er niets veranderd, ook de twee nieuwe en uitstekende nummers "Stranger blues" en "Cryin' & pleadin'" pasten perfect in het plaatje. Eén van de talloze hoogtepunten vond ik het instrumentale "Crackdown" waarin het meer bedaarde gitaarspel van Matthew Stubbs wat meer in de kijker kwam. Maar ook die schitterend gekozen covers lieten me telkens zwijmelen: "My baby is sweeter" (Little Walter), "I don't mind" (James Brown), "Sitting at home alone" (nogmaals Hound Dog Taylor) en "Just one more time" (Ike Turner).
Dit mocht nog uren doorgaan maar met "Easy on the eyes" kwam er toch een einde aan waarna er nog één bis, "Be my lonesome" volgde.

Meer dan ooit was duidelijk dat GA-20 het geesteskind is van Matthew Stubbs, die zich zelfs door een dramatisch personeelsverloop niet uit het lood laat slaan. De twee nieuwkomers slaagden cum laude maar helemaal de oude bezetting laten vergeten zat er toch niet in. Daarvoor was het punk-achtige charisma van de immer in het zwart geklede Pat Faherty te groot en zijn onorthodoxe motoriek te uniek, hoewel ook  Cody Nilsen zich al eens aan een bokkesprongetje waagde.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

GA-20

GA-20 - Heerlijke vintage blues

Geschreven door

GA-20 - Heerlijke vintage blues

De blues, een te vaak platgetreden pad waarin men soms het bos door de bomen niet meer ziet. Om er hierin bovenuit te steken moet men al uit het goede hout gesneden zijn. Met GA-20 hebben we op dat gebied wat ons betreft een voltreffer.

Het basloze trio grijpt volledig terug naar de echt authentieke blues van grootheden als John Lee Hooker en vooral Hound Dog Taylor. Ze blijven trouw aan de primaire structuren van het genre, maar doen dit op zo een frisse, vitale en energieke manier dat het hen tot één van de meest opwindende blues-acts van het moment maakt.
Zowel Matthew Stubbs als Pat Faherty zijn fenomenale gitaristen die om de beurten met verrukkelijke solo’s voor de dag komen zonder daarbij in het Bonamassa syndroom te vervallen. Waarmee we willen zeggen dat hun solo’s volledig in functie van de songs staan, en niet van een opgeblazen ego.
Wat GA-20 ook uitzonderlijk maakt is de soulvolle stem van Pat Faherty, waarmee hij traditionals als “Just Because” (Lloyd Price) en “My Baby’s Sweeter” (Little Walter) naar een hoger niveau tilt. Met pareltjes als “I let Someone In” en “Easy On The Eyes” toont Faherty dat hij zelf ook een verdomd goed songschrijver is die de blues in een gloedvol bad soul doopt. Er is ook tijd voor een heerlijk solomomentje, wanneer Faherty in zijn eentje RL Burnside eert meet een naakte versie van “Come On In”.
Op hun rauwst klinken ze wanneer ze “Give Me Back My Wig”, “She’s Gone” en “Sitting At Home Alone” onder handen nemen, allen songs van hun grote voorbeeld Hound Dog Taylor die ze trouwens al eerden met een volledig album, het uitstekende ‘Try It… You Might Like It’.

GA-20 is een band die de blues laat schitteren op een uiterst vinnige en dynamische manier. Heel wat anders dan de talrijke blues-artiesten die misschien wel technisch heel bedreven mogen zijn, maar wiens blues te vaak oubollig, saai en belegen klinkt. GA-20 is the real thing.

Een pluim ook voor support act Hideous, met hun stevige rock misschien niet bepaald de ideale opwarmer voor een avondje retro blues, maar met een handvol puike rocksongs weten ze toch het publiek te overtuigen. Hideous lijkt in de eerste plaats toch wel het ding te zijn van Guillaume Lamont, in een ander leven ook gitarist van RHEA.
Bij RHEA, een band die hardnekkig een copy paste tracht te zijn van Royal Blood, moet hij in opdracht van zijn mede bandleden mooi binnen de uitgetekende lijntjes kleuren, maar in Hideous kan hij wel degelijk loos gaan. De looks en attitude heeft hij al, maar hij blijkt hij ook nog eens gezegend te zijn met een stem die helemaal in het rockplaatje past. Qua haardos, maar ook wel qua sound, denken we meermaals in de richting van Wolfmother en in de gitaarriffs bemerken we hier en daar zelfs een flard Black Sabbath, van ons mogen ze gerust nog wat meer die kant uitgaan.
Echt origineel is het allemaal niet, we hebben dit al vaker gehoord, maar er komt heel wat stuwkracht, pit en energie uit. En dat is wat telt.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

GA-20

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Geschreven door

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Met GA-20 en Scott H. Biram had de 4AD een gedroomde double bill beet. Twee acts met een bijzonder stevige live-reputatie die touren alsof hun leven ervan afhangt.

Bij Scott H. Biram mag je dat zelfs vrij letterlijk nemen want toen hij in 2003 na een frontale botsing met een vrachtwagen zowat verpletterd was, bevond hij zich nog geen twee maanden later al opnieuw op een podium, zij het in een rolstoel en met het infuus nog bungelend aan zijn arm. Nadat hij in 2006 zijn Belgisch debuut maakte in de Brusselse Beursschouwburg was hij een jaar later al eens te gast in de 4AD, toen in het voorprogramma van de Black Diamond Heavies.
Op die memorabele avond moest hij bij aanvang van zijn optreden het publiek nog vragen om wat dichterbij te komen. Die vraag hoefde hij dit keer alvast niet meer te stellen want intussen heeft hij een trouwe schare volgelingen die aan zijn lippen hangt.
Omringd door een resem versterkers wist The Dirty Old One Man Band, zoals de 49-jarige Scott H. Biram uit Austin, Texas zich wel eens laat noemen, een stevige en erg gruizige sound te creëren. Rammend op aftandse gitaren en af en toe briesend op de mondharmonica verkende hij het schemergebied tussen country, blues en hillbilly terwijl hij ook één keer het tempo flink de hoogte injoeg voor een dartelend bluegrassnummer. 
Zijn verwrongen songs met eigenwijze, duistere verhalen zingt hij met een akelig krassende stem. Daarbij geeft een nimmer aflatende stampende linkervoet de kadans aan op een stompbox.
Een paar keer bracht hij ook hulde aan zijn oude helden met covers van Mississippi Fred McDowell en Lightnin' Hopkins. De eerste bracht hij met een heerlijke bottleneck gitaar terwijl die van Lightnin' Hopkins, die hij trouwens vereeuwigd heeft met een tattoo op de arm, een rudimentaire uitvoering kreeg op een krakkemikkige heavy metal gitaar.
Het mooiste nummer vond ik het nieuwe "No man's land" waarin hij terugblikt op zijn jeugd en dat wellicht zal prijken op zijn, dit najaar te verschijnen, nieuwe plaat. Een intense set werd afgesloten met een begeesterende ZZ Top interpretatie. Dit was een halte in zijn 27ste (!) Europese tour en het einde lijkt nog lang niet in zicht.

Matthew Stubbs was dertien jaar lang gitarist bij blues harmonica veteraan Charlie Musselwhite totdat die laatste besloot om te gaan touren met Ben Harper en Stubbs een jaar op non-actief werd gezet. Om toch aan een inkomen te geraken besloot hij een groep te beginnen met zijn oude vriend Pat Faherty en GA-20, genoemd naar een Gibson gitaarversterker uit de jaren '50, werd geboren.
Na wat puzzelen volgde al snel de definitieve  bezetting met drummer Tim Carman. In die beginperiode grepen ze elke kans om ergens op te treden met beide handen aan en speelden zo telkens voor een publiek dat er geen flauw benul van had dat het blues hoorde want bluesclubs waren er blijkbaar niet in thuisstad Boston.
Toen hij na ieder optreden telkens moest uitleggen welke muziek ze speelden, bedacht Stubbs de slogan "If you don't like the blues you're listening to the wrong shit", die zelfs op een t-shirt werd gedrukt. Die t-shirt is intussen al lang uitverkocht maar die harde periode zal hen ongetwijfeld gesterkt hebben in hun idee hoe ze de blues moeten brengen. En die blues staat mijlenver van de Joe Bonamassa's van deze wereld, gelukkig maar.
De mannen van GA-20 openden hun set met het rauwe en wervelende "No no", dat voorlopig op geen enkel album verscheen en alleen als digitale single verkrijgbaar is. Daarna zakte het tempo flink voor "Just because", een cover van de, een paar jaar geleden, overleden Lloyd Price die meer gekend is van zijn hits "Personality" en "Lawdy miss clawdy".
De twee gitaristen, die elk om beurt op het voorplan traden, zorgden voor een magische wisselwerking. Links de statische Matthew Stubbs die zijn gitaar lekker vettig liet scheuren en net iets traditioneler klonk dan de man links. Pat Faherty, helemaal in het zwart en met een zonnebril onder de wilde krullenbol, etaleerde op zijn twee vintage gitaren, waaronder een zeldzame Stratotone Newport, een meer afgemeten en wat punkier stijl die soms aardig in de buurt van Wilko Johnson kwam. Daarnaast is hij met zijn schrille, door merg en been dringende stem een fascinerende zanger en een attractieve performer. Zo stuiterde hij af en toe als een springveer over het podium. Tijdens de apotheose sprong hij zelfs het publiek in om al gitaarspelend even door de knieën te gaan tot groot jolijt van enkele vrouwelijke fans. Daarna vertrok hij solerend door de zaal en zowaar naar buiten maar dat was zonder de geluiddichte deuren van de 4AD gerekend die het signaal tussen gitaar en versterker doorknipten.
Twee gitaristen en een drummer (Tim Carman die voorheen als sessiemuzikant en drumleraar aan de bak kwam deed het trouwens uitstekend), dat was ook de bezetting van Hound Dog Taylor (and The HouseRockers) één van hun grote voorbeelden. In 2021 maakten ze zelfs een tributeplaat voor hem, ‘Try it... you might like it!’waaruit we drie nummers hoorden. Het explosieve "Give me back my wig", het gruizig doordenderende "She's gone" en de ultieme  Hound Dog Taylor song "Let's get funky", vier en een halve minuut scheurend gitaargeweld met wat opzwepende kreten en de intensiteit van de Ramones.
Een andere opmerkelijke cover was "I don't mind" van James Brown, waarmee GA-20 nog maar eens bewees zoveel meer te zijn dan een doorsnee bluesband.
Maar ook met eigen nummers zoals "Fairweather friend", een melodieuze garage rocksong die van The Black Keys had kunnen zijn of het behoorlijk swampy klinkende "Dry run" kleuren ze buiten de lijntjes.
Bovendien blijft de groep voortdurend zoekende. Zo is Pat Faherty momenteel volop R.L. Burnside aan het ontdekken wat hier in het solo gebrachte "Come on in" resulteerde.

Dit was opnieuw een adembenemende set van een groep die ik reeds voor de vierde keer zag. De beste keer ook waarmee ik niet wil zeggen dat de vorige optredens minder waren. Maar dit was de eerste keer dat ik ze zag in een kleine club en dat bleek nog maar eens de meest geschikte plaats om live muziek te consumeren.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

GA-20

GA-20 - De blues heruitgevonden

Geschreven door

GA-20 - De blues heruitgevonden

Dat mijn verwachtingen voor GA-20 hooggespannen waren is nog een understatement. Daar zorgden hun verschroeiende passage op Roots & Roses en vooral hun laatste plaat, ‘Crackdown’, voor. Het moet van 13 featuring Lester Butler (1997) geleden zijn dat ik nog zo in de ban raakte van een bluesgroep, Left Lane Cruiser even buiten beschouwing gelaten.

Maar die rooskleurige perspectieven kregen bij aankomst meteen een flinke knauw. De organisatie had er immers niet beter op gevonden dan de zaal vol stoeltjes te zetten alsof corona hier nog volop woedde. Al zal dat laatste wellicht niet de echte verklaring zijn. Het betrof hier een samenwerking tussen  la Ville de Roncq en het Jazz En Nord Festival en vorig jaar hadden ze hier een jazzconcert gehad. De gemiddelde leeftijd van het publiek lag behoorlijk hoog zodat de meesten er wellicht geen graten in zagen dat dit een zittend concert was al vermoed ik dat de mannen van GA-20 net als wij de ogen toch even moesten uitwrijven toen ze dit zagen.

Alsof deze beproeving al niet erg genoeg was werkte de eerste groep MASSTØ  me ook nog eens flink op de zenuwen. Dit trio uit Amiens opende met het soort mierzoete soul blues waarvoor ik het meteen op een lopen zou zetten. Alleen was er hier in geen velde of wegen een bar te bekennen terwijl ik ook niemand iets zag drinken. Ik zag al een Qatar scenario opdoemen maar tijdens de pauze konden we dan toch in de belendende bibliotheek aan een drankje geraken.
Maar eerst moesten we nog MASSTØ  uitzitten. Ongetwijfeld drie erg getalenteerde muzikanten, van wie gitarist Thomas Orlent ook nog eens over een loepzuivere stem beschikte. Alleen hoopte ik stiekem op een valse noot zodat er toch iets opwindends zou gebeuren. Maar dat bleek uiteindelijk niet nodig want de drie ruilden even over halfweg die aalgladde sound voor wat meer broeierige blues die zowaar herinnerde aan JJ Grey & Mofro. Duidelijk een groep met twee gezichten.

Het voelde bijzonder onwennig aan om een livegroep als GA-20 van op respectabele afstand te moeten bekijken terwijl er voor het podium een zee van open ruimte was. De drie uit Boston trokken er zich niets van aan en vlogen er meteen serieus in met het wervelende "No no", een nummer dat alleen als digitale single verscheen (zo hebben ze er meerdere). Daarna volgden een drietal songs uit de nieuwe plaat met op kop een cover van "Just because" van de vorig jaar overleden Lloyd Price, de man van "Lawdy Miss Clawdy" en "Personality". Niet meteen de meest voor de hand liggende cover en dat was hun tributeplaat voor Hound Dog Taylor, "Try it...You might like it" eigenlijk ook niet. Precies die onverwachte keuzes vormen de sterkte van GA-20.
De groep ontstond in 2018 toen gitarist Matthew Stubbs, tot dan werknemer bij blues harmonica veteraan Charlie Musselwhite, door zijn baas, die op dat moment ging touren met Ben Harper, een jaar op non-actief werd gezet. Omdat hij het niet zag zitten een job te zoeken begon hij dan maar een bandje met zijn vriend, gitarist Pat Faherty. In die beginperiode speelden ze, met succes overigens, voortdurend in clubs die totaal geen affiniteit hadden met de blues. Vandaar wellicht dat hun op traditionele blues gebaseerde muziek zo verfrissend klinkt.
De twee contrasterende frontmannen zorgden voortdurend voor vuurwerk op het podium. Links de bedaarde Matthew Stubbs die zijn gitaar lekker vettig liet scheuren. Rechts de springerige Pat Faherty die met twee vintage gitaren, waaronder een zeldzame Stratotone Newport, een erg afgemeten gitaarstijl etaleerde die soms deed denken aan de pas overleden Wilko Johnson. Die Faherty is niet alleen een begenadigd gitarist maar ook nog eens een intrigerende zanger met een heel aparte, schrille stem.
Intussen bleef het hoogtepunten regenen tot Stubbs plots het podium verliet en Faherty het enkel met drummer Tim Carman moest zien te rooien tijdens Tampa Red's "It hurts me too". Daarna bleek dat Stubbs doodgemoedereerd een biertje was gaan halen in de bibliotheek!

Ondanks het flamboyante spektakel op het podium bleef het met dat zittend publiek wat wringen en dat had Stubbs ook begrepen. Zo'n vijf nummers voor het einde vroeg hij het publiek recht te staan wat meteen gebeurde terwijl de fans die achter de stoeltjes verbannen waren naar voren stormden.
De intensiteitsmeter ging meteen in het rood voor een zinderend slotoffensief dat werd ingezet met "Fairweather friend", een erg aanstekelijke garage rock song die The Black Keys vergaten te schrijven. Na nog drie voltreffers uit de laatste plaat werd afgesloten met "Let's get funky", een obscuur nummer van Hound Dog Taylor dat enkel op een liveplaat te vinden is.
GA-20 maakte er een anthem van waarin funky blues in punk leek te transformeren. Het publiek ging nu helemaal uit zijn dak zodat een bisronde niet kon uitblijven. Die werd afgesloten met een eigenzinnig gebracht "Shake your moneymaker" van Elmore James (zo kregen we dan toch nog een standard) waarin Pat Faherty alle remmen los gooide, zijn eeuwige zonnebril in de hoek smeet en achterin de zaal ging gitaarspelen.

Deze tour bleef beperkt tot Engeland en Frankrijk maar geen nood! Volgend jaar in juni komt België aan de beurt en zijn er geen excuses meer om deze geweldige band te missen!

0rganisatie: Jazz En Nord Festival + Ville De Roncq