Een dikke maand geleden sloot Graham Coxon nog met zijn band Blur de slotceremonie van de Olympische Spelen af in Hyde Park voor zo’n vijftigduizend man. Vandaag moest hij het zonder z’n maats doen en voor zo’n 1/100 van het publiek in Hyde Park.
Maar laten we beginnen bij het begin en dat was het voorprogramma: Organic. Het begon allemaal wat stuntelig: ze kwamen op en de micro bleek niet te werken en ze, sorry jongens, zagen er ook niet al te rock ’n roll uit. Maar toch leverden ze bijzonder aardig werk. Bas, drum, zang, een hoop samples en zwart-wit projecties: meer hadden ze niet nodig. Vooral de projecties waren een goede zet, ze zorgden ervoor dat de aandacht van het publiek niet verslapte. Het klonk een beetje als Fehlfarben en andere Duitse (post) new wave en electronica bands. Maar bovenal klonken ze als geen enkele andere hedendaagse band. Sterk.
Graham Coxon. In de jaren ’90 nam zowat elke verlegen jongen met bril een gitaar vast in ’s man ’s kielzog. Tegenwoordig doet ie ’t zonder bril maar de verlegenheid is er nog steeds. “Spreek ik te stil? Gebeurt altijd. Daarom maak ik zo’n onnozel luide muziek!”. Verlegenheid om een pak lawaai te maken is er dus allesbehalve.
Coxon had een vijfkoppige (!) begeleidingsband met zich mee en ze openden (heerlijk) rommelig met “Advice”, wat de toon zette voor de rest van het optreden. “Spectacular”, “I Can’t Look At Your Skin” en vooral “City Hall” deden denken aan “Bugman” van Blur op de plaat ‘13’, niet toevallig het album waar Coxon groen licht kreeg van de rest van de band om zijn gitaarkunsten te etaleren. Vooral dankzij de noise intermezzo’s tijdens de nummers uit zijn laatste plaat ‘A+E’ kreeg het allemaal iets mee van een jamsessie (we telden op een bepaald moment maar liefst 4 gitaren!). Maar toch slaagden ze erin het publiek aan het dansen te brengen met fantastische songs als “What’ll It Take” en “Running For Your Life”.
Verrassend nieuws! Ondanks dat hij dit jaar dus nog maar net een nieuw album heeft uitgebracht zat er toch al nieuw werk in de set en sprak hij zelfs van een nieuwe plaat die naar eigen zeggen zal uitkomen na een break. “En hopelijk zijn jullie dan al volwassen genoeg om de song te snappen!” Graham, de grapjas. Het nummer zelf, “Billy Says”, klonk minder krautrock en noisy dan zijn laatste wapenfeit maar belooft toch wel weer veel. Vervolgens kregen we met “When You Find Out” een cover van de voor het merendeel van het publiek volslagen onbekende powerpopbandje uit de jaren ’70: The Nerves. Graham, de muziekliefhebber.
“Bottom Bunk”, “You&I” en “Ooh Yeh Yeh” sloten de set af maar Coxon had nog geen zin in ophouden en wou er duidelijk een marathonset van maken. In de 7 nummers lange bisronde kregen we onder andere “Seven Naked Valleys” en “All Over Me”, waarin de 2 achtergrondzangeressen (en soms gitaristen, keyboardspeelsters of tamboerijnspeelsters) het best tot hun recht kwamen. Na de knaller genaamd “Freaking Out” was het time to say bye bye met een elektrische versie van het bloedmooie “Sorrow’s Army”. Graham, de artiest.
Organisatie: Botanique, Brussel