logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (6 Items)

The Black Keys

Delta Kream

Geschreven door

Na de belegen mainstream-rock van hun laatste twee albums ‘Turn Blue’ en ‘Let’s Rock’ hadden wij The Black Keys al bijna bij het grof huisvuil gezet, maar de heren Dan Auerbach en Patrick Carney roepen ons prompt terug met het verrassend frisse ‘Delta Kream’, een plaat waarmee ze teruggrijpen naar hun eerste liefde, de blues.
Met de albums ‘The Big Come Up’ (2002) en onze favoriet ‘Thickfreakness’ (2003) stak het duo destijds de neus aan het venster met de meeste vettige en compromisloze bluesrock die enkel zijn gelijke vond in de eerste platen van The White Stripes. Het is met dit soort blues dat The Black Keys nu terug het mooie weer maken, niet meer zo venijnig en vettig als toen, wel meer relaxed en groovy. Geen eigen werk deze keer, The Black Keys graven in delta-blues originals van John Lee Hooker, RL Burnside en hun all time favorite Junior Kimbrough, die ze ook al prezen met het geweldige ‘Chulahoma’ uit 2006.
John Lee Hooker’s “Crawling King Snake” mag dan al ettelijke keren gecoverd zijn, de Black Keys versie mag er toch maar best wezen met dat heerlijke slide gitaartje die doorheen de song rolt. Een ander prijsbeest is “Going Down South” (van RL Burnside) die bediend wordt van dat hoge soulstemmetje die The Black Keys zich na al die jaren hebben toegeëigend. “Come On And Go With Me” van Junior Kimbrough is ook zo’n soulvolle laidback-blues waarbij wij ons maar al te graag laten doorzakken, whiskeytje binnen bereik.
Niet zelden doen The Black Keys ons denken aan The North Mississippi Allstars, ook al toegewijde bluesadepten uit de entourage van RL Burnside die de blues van een frisse wind voorzien.

Voor Carney en Auerbach, die zich hier trouwens ook laten begeleiden door een stel rasmuzikanten die de stiel rechtstreeks hebben geleerd bij RL Burnside en Junior Kimbrough, is ‘Delta Kream’ maar een corona-tussendoortje. Het heeft hen echter meer dan goed gedaan om even opzij te stappen van hun mega-groep allures, want ze hebben in tijden zo fris en puur niet meer geklonken.
Laat ons hopen dat ze die herwonnen fleur en energie kunnen overzetten op het nieuwe werk dat er nog zit aan te komen.  

The Black Keys

Turn Blue

Geschreven door

Commercieel succes is nooit een vruchtbare voedingsbodem geweest voor creativiteit.  Het verhaal is gekend : Jonge beloftevolle band haalt met enkele puike plaatjes onverhoopt succes, groeit uit tot een mega groep en richt zich vervolgens op het maken van op miljoenenverkoop gerichte platen waaruit alle ziel is verdwenen. Zie U2, Kings Of Leon, Coldplay, Editors en wat ons betreft zelfs ook Arctic Monkeys (al krijgen die nog een even het voordeel van de twijfel). En lap, ’t is weer van dat, bij The Black Keys hebben ze het ook zitten.
Het begint nochtans goed met de classic rock van “Weight of Love”, knappe song, kon van Jonathan Wilson zijn, vloeiend en met heerlijke gitaren, maar het klinkt hoegenaamd niet Black Keys, eerder Pink Floyd. Ook “In Our Prime” is er zo eentje, aangenaam vertier voor in onze hangmat, maar waar zijn The Black Keys godverdomme naar toe ?
De rauwe bluesrock van ‘The Big come up’, ‘Thickfreakness’ en ‘Rubber Factory’ is heel ver te zoeken, zo niet helemaal verdwenen. De scherpe kantjes zijn er volledig afgevijld.
The Black Keys gaan op zoek naar de soul maar stuiten daarbij meermaals op slappe boter. Op ‘Brothers’ vonden ze die soul wel nog, geen idee wat hen nu overkomen is. Het hitje “Fever” mag dan al catchy zijn en aanzet geven tot enkele danspasjes, het is gebouwd op een eerder onnozel deuntje.  Op ‘El Camino’ waren alle elf songs even catchy, maar beter.
Producer Danger Mouse heeft The Black Keys het verkeerde serum ingespoten. Dan Auerbach heeft zanglessen gevolgd (zo helder mogelijk zingen, manneke, en vooral niet buiten de lijntjes kleuren!) en heeft zo te horen ook zijn gitaar in de veiligheidsmodus moeten zetten. Keyboards, synths en strijkers zijn in de plaats gekomen. Wij zijn hier weg.
Onze boodschap aan Auerbach en Carney : Gooi Danger Mouse buiten, ga als de bliksem terug naar Fat Possum, plug die gitaar terug in en kom ons daarna nog eens wakker maken. Ondertussen gaan we nog even ‘Thickfreakness’ opzetten om de kater weg te spoelen.
The Black Keys komen naar Rock Werchter, ’t is de eerste keer dat wij niet uitkijken naar een Black Keys concert.

The Black Keys

The Black Keys - Rauw en catchy as hell

Geschreven door

Hun concert van daags voordien in de Lotto Arena was al weken op voorhand uitverkocht, maar in Frankrijk loopt het blijkbaar nog niet zo storm voor The Black Keys, de Zénith was bijlange niet tot de nok gevuld. De Fransen komen altijd een beetje achter, maar het enthousiasme in de zaal was van een ongeziene intensiteit.

Van The Black Keys kan je op zijn minst zeggen dat ze geëvolueerd zijn. De eerst drie platen waren gedrenkt in rauwe en ongeschoren blues, in het latere werk kwam er een pak soul bij samen met een assortiment catchy grooves en hooks. Het kersverse ‘El Camino’ is wat dat betreft een voltreffer geworden, de plaat gonst en briest dat de stukken er af vliegen en de songs zijn ‘catchy as hell’. Minder soul dan op zijn al even fantastische voorganger ‘Brothers’, maar des te meer spuitende energie.
Op het podium zijn The Black Keys met een extra bassist en keyboardspeler uitgebreid tot een viertal, de songs uit ‘Brothers’ en ‘El camino’ vragen daar ook om. Maar als na een zestal puntige songs de ritmesectie even koffie mocht gaan drinken, barstten Auerbach en Carney pas echt los in de meest vunzige en smerige bluesrock aan deze kant van de planeet. Het wilde intermezzo met zijn tweetjes werd gevuld met “Thickfreakness”, “Girl is on my mind”, “I’l  be your man” en “Your touch”,  rauwe lappen blues uit hun eerste vier albums. Een werkelijk splijtende eruptie die, nu The White Stripes er de brui aan hebben gegeven, we niemand hen zien nadien.
“Little blak submarines”, de meest fantastische song van ‘El Camino’, hadden ze live nog maar amper gespeeld, maar ‘t was er niet aan te merken, al onze haren kwamen recht van opwinding.

Hebben ze ook duidelijk gemaakt : Een uitmuntend “Sister”, de uiterst vinnige nieuwe single uit ‘El Camino’ zal in korte termijn ongetwijfeld het statuut van klassieker mee krijgen en komende zomer volledige festivalweides in vuur en vlam zetten (als de Schuer deze band niet op zijn affiche zet dit jaar, dan is hij een ongelooflijk kieken). Natuurlijk hadden de Zwarte Sleutels prijsbeesten als “Tighten Up” (lichtjes fantastisch) en “Lonely Boy” (de zaal op zijn kop) als toetje tot op het einde gespaard, maar wie dacht dat het hiermee jammerlijk zou gedaan zijn, kreeg nog een aangename verrassing met een bisronde waar geen enkel vuurwerk tegen op kon. Met een hoog Jagger stemmetje en in de rug geflankeerd door een gigantische disco bal, bracht Auerbach “Everlasting love” tot onbereikbare hoogtes om daarna volledig te ontploffen met “She’s long gone” en met wat ons betreft het absolute hoogtepunt “I got mine”, de genadestoot waarin ze, alweer met zijn tweetjes, alle resterende razernij kwijt konden.

De evolutie die te merken is op hun platen weerspiegelt zich duidelijke in de live set. Van ronkende en ruige bluessongs tot uiterst explosieve potente hitgevoelige nummers, met een ongekende rauwheid die steeds behouden blijft, en met in de hoofdrol het ophitsende drumgeroffel van Patrick Carney en de vuile, scheurende en splijtende gitaar van Dan Auerbach.
Natuurlijk was dit het beste concert dat we dit jaar al gezien hebben, we hebben er nog maar eentje meegemaakt, maar dit zou wel eens tot in december kunnen op het hoogste schavotje blijven staan.

Neem gerust een kijkje naar de pics , de dag voordien in de Lotto Arena (van onze vrienden van Indiestyle)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-black-keys-23-01-2012/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Radical Prod)

The Black Keys

El Camino

Geschreven door

The Black Keys zijn geëvolueerd van (Auerbach – Carney) rauwe, ruwe , hitsende Deltabluesrock - met een link naar Led Zep, The Kills, The White Stripes , Jon Spencer  naar een heuse band die retrorock, glamrock, bluestrash, stoner, Britrock funk & soul in een hip daglicht plaatsen. Onversneden, Opwindend, Energiek en Passioneel door het aanbod van  puur oprechte, woeste, stampende, broeierige rockers. In de eerste helft donderen ze over je heen met “Lonely boy”, “Dead & gone” en “Gold on the ceiling”. “Little black submarines” klinkt verrassend en boeit door de semi-akoestische start en de paar stevige klappen iets verderop.
En ze denderen maar door, sie , … tussen eenvoud, venijn en spitsvondigheid .
In het tweede deel zijn de songs meer doorleefd ,o.m. ”Sister” en “Hell of a season”,  zonder in te boeten aan doeltreffendheid. De muzikale weerhaken kunnen wel eens zalvend zijn, “Stop stop” is het lichtvoetige nummer op de plaat .
‘El Camino’ is alvast een erg gedreven plaat, die intrigeert en overtuigt!

The Black Keys

Brothers

Geschreven door

Telkenmale als we de nieuwe Black Keys een draaibeurt geven vinden we hem beter, en we vonden het van in het begin al een heel aardige plaat. Waar gaat dat eindigen ?
Na hun uitstapje met Danger Mouse op de voorganger ‘Attack and release’ zijn Dan Auerbach en Patrick Carney het terug meer bij de roots gaan zoeken, maar het hippe van de Danger Mouse periode hebben ze lekker voor zich gehouden, en net dat zorgt op ‘Brothers’ voor spitsvondigheid, passie en bruisende grooves.
Het duo heeft niet alleen de blues een nieuw elan gegeven, ook met soul en funk spelen ze een heerlijk spelletje. Vooral de intrede van een spits orgeltje doet het een en ander stomen op het tintelende “Tighten up” en het olijk wiegende “The only one”.  Auerbach stuwt bij momenten zijn vocalen richting falsetto en komt hier bijzonder goed mee weg. Over de hele plaat trouwens triomfeert de soulvolle stem van Auerbach, de man zingt beter dan ooit.
Deze keer mag er ook af en toe een basgitaar meedoen. De baslijn van het gloeiende “Sinister kid” zijn ze wel voor een stukje gaan lenen van “Little umbrellas” op Zappa’s ‘Hot Rats’ album, maar dat is dan het betere jatwerk, zeg maar, want eerder had dEUS ook al hetzelfde basloopje gepikt voor “W.C.S first draft” op hun debuut cd.
De vettige Black Keys, zoals we hen kennen van ‘Thickfreakness’, halen het smerigste van de blues naar boven op “She’s long gone” en het instrumentale “Black mud”. Iets verderop smijten ze zich in onvervalste soul met de prachtige plakkers “Too afraid to love” en “Never gonna give you up”. Het duo brengt ons van de ene verleiding in de andere, tonnen variatie maken deze plaat zo sterk.
The Black Keys weten op ‘Brothers’ als geen ander authentieke blues en soul in een hedendaags hip daglicht te plaatsen. Wie de band aan het werk gezien heeft op Rock Werchter weet waarover we het hebben. Voor de rest : herkansing in de AB op 15/11.

The Black Keys

Overtuigende en energieke set van The Black Keys

Geschreven door
Opwarmer van de avond waren The Black Angels die ons eind vorig jaar bijzonder aangenaam hadden verrast met hun verbluffend debuut `Passover', waaruit hier een zestal tracks werden geput in amper een half uurtje, veel te weinig naar onze bescheiden mening.

The Black Angels brachten, met zijn zessen, een donkere sound verpakt in meeslepende songs die teruggrijpen naar The Velvet Underground, Joy Division of het meest duistere van The Doors. Onthoud die naam, The Black Angels, een band die nu al niet meer uit ons hoofd is weg te krijgen.

De hoofdact The Black Keys bracht ons zowaar nog meer in vervoering.

Op hun laatste cd konden we al horen dat dit duo een voorliefde heeft voor retro rock met de wortels in de blues als Led Zeppelin, Cream, Mountain en The Free. In hun live set van vrijdagavond werd deze tendens doorgetrokken, met dit verschil dat The Black Keys hun `70's rock vulden met de meest potige en smerige riffs in plaats van een overdaad aan gitaarsolo's.

De formule was even simpel als efficiënt. Net als bij The White Stripes deden ze het enkel met drums en gitaar, de hoeveelheid energie en intensiteit die daar uitstroomde was werkelijk bloedstollend en moest geenszins onderdoen voor The Stripes. Deze twee heren, Dan Auerbach (gitaar en zang en met een onvervalst passend seventies-kapsel en dito baard) en Patrick Carney (drums) brachten hun potige rock met geweldig veel vuur en enthousiasme. Het was allemaal nog een stuk wilder, feller, vettiger, smeriger en heter dan op hun platen.

Gedurende een vol uur trokken ze geweldig door, het vrij talrijk opgekomen publiek was laaiend enthousiast en juichte om meer. Amper twee bisnummers waren ons deel. Het had gerust nog een uurtje langer mogen duren.

Kortom, The Black Keys zijn op cd al verbluffend, maar live zijn ze fenomenaal.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent