logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

The Cult

The Cult - Door merg en been, door hitte en zweet

Geschreven door

The Cult - Door merg en been, door hitte en zweet

Het Koninklijk Circus in Brussel barstte op woensdagavond bijna uit zijn voegen. Met iets meer dan 1400 verkochte tickets op een capaciteit van 1830 was de zaal nagenoeg uitverkocht – en dat was te voelen. Letterlijk. De warmte, de drukte, de sfeer: alles trilde mee op het ritme van een band die al 40 jaar haar publiek bij de keel grijpt. The Cult kwam, zag, en veroverde opnieuw.

De avond werd op gang getrapt door Kelsy Karter & The Heroines, een glamrockformatie die geen tijd verspilde aan subtiliteit. Met hun energieke presence en een ruige sound zetten ze de toon. Een hoogtepunt? Zonder twijfel hun gewaagde cover van “Cryin’” – een eerbetoon aan Aerosmith dat klonk als een liefdesverklaring met een scherpe rand.

Vanaf de eerste tonen werd duidelijk: The Cult speelt niet voor toevallige passanten. Overal in het publiek doken massaal Cult-t-shirts op – van net aangekochte exemplaren tot vaalgrijze relikwieën uit de jaren '80. En terwijl de temperaturen stegen, dropen fans en muren van het zweet. Toch leek niemand zich daar aan te storen. Dit was een ritueel, geen optreden.
De set opende met een reeks die meteen het vuur aanwakkerde. “Wildflower” was het eerste echte hoogtepunt – brutaal, groovy en onweerstaanbaar – gevolgd door een naadloze overgang naar het duistere “The Witch” en het introspectievere “Hollow Man”. Even later kreeg “Edie (Ciao Baby)” een licht aangepaste, ingetogen versie mee, waarbij het emotionele gewicht van de song extra naar voren kwam.
Zanger Ian Astbury, gehuld in een bandana die zijn ogen amper vrijliet, was de sjamaan van de avond. Hij dirigeerde het publiek.
Bij “Rain” leek het alsof de hele zaal deelnam aan een regendans – een bede om verkoeling in de zwoele hitte. “Spiritwalker” klonk als een oproep aan verloren zielen of een poging ze te verdrijven. En dan “She Sells Sanctuary”, een explosie van geluid, licht en collectieve extase. Alsof de jaren '80 plots terug in de zaal stonden.
De bisronde begon krachtig, maar het slotakkoord liep wat minder soepel. Tijdens “Fire Woman” raakte Astbury hoorbaar buiten adem; halve strofen verdwenen in de hitte of gingen verloren tussen de noten die nét te hoog zaten. Maar zelfs dat kon de magie niet breken. Met “Love Removal Machine” sloot de band af in stijl – als een herbevestiging dat de liefde tussen band en fans nooit verdwenen is.

The Cult in het Koninklijk Circus was geen klinisch perfecte show, maar wel een bezwerende beleving. Een avond voor de gelovigen, zweterig en luid, met momenten van pure extase en rauwe imperfectie. En soms is dat precies wat rock-'n-roll moet zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Kelsy Karter And The Heroines
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7680-kelsy-karter-and-the-heroines-25-06-2025?Itemid=0

The Cult
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7678-the-cult-25-06-2025?Itemid=0

Organisatie: Gracia Live

The Cult

The Cult - Punchy masterclass in afgestofte klassiekers

Geschreven door

The Cult - Punchy masterclass in afgestofte klassiekers

Tja, daar sta je dan als band met ruim vier decennia op de teller: artistiek niets meer te bewijzen, én steeds meer beseffend dat de overgebleven fans toch vooral naar je shows afzakken voor a trip down memory lane. Met het nieuwe album ‘Under the Midnight Sun’ ondernam het naar de States uitgeweken Engelse (goth)rock instituut The Cult vorig jaar toch een moedige poging om dat platgetreden pad te verlaten. Moedig, maar helaas ook wat halfslachtig: een paar puike singles die knipogen naar hun jaren ’80 heyday, maar evenzeer behoorlijk wat filler materiaal dat zelfs doorwinterde adepten naar de ‘Skip’ functie doen grijpen. De aankondiging dat er na 10 jaar eindelijk nog eens een nieuwe Cult tournee mét Belgische halte zat aan te komen deed die kritiek echter snel verstommen.

Ter aftrap van de drie weken durende Europese ‘Under the Midnight Sun’ tour sloeg het Cult circus afgelopen woensdag haar tenten op in een bloedhete AB. Bij het vastleggen van de ‘nieuwe’ setlist trekken kernleden Ian Astbury en Billy Duffy duidelijk de kaart van de veilige keuzes, hier en daar gekruid met een paar creatieve uitspattingen. Voortgestuwd door het furieuze “Rise” uit het bijna-metal album ‘Beyond Good and Evil’ (’01) schoot de band uit de startblokken met een splijtende demarrage. Nooit vies van Het Grote Gebaar of een ferme brok symboliek slingerde The Cult meteen een niet mis te verstaan statement de zaal in: ook in het post-pandemische tijdperk willen de veteranen volop blijven meedraaien in het dolle rock-’n-roll wereldje. Astbury’s bariton klonk in het prille begin van de set nog als een verkouden misthoorn, maar dat euvel werd snel rechtgezet vanaf “Sun King” wiens funky baslijn heerlijk heen en weer kaatste over een legioen ja-knikkende 40-plussers. De charismatische frontman was qua bindteksten trouwens opvallend kort van stof, wat zijn makkers alle ruimte gunde om met een rotvaart door hun impressionante back catalogue te denderen.
Het pleit in het voordeel van The Cult anno 2023 dat ze blijven puzzelen aan inventieve twists om platgespeelde nummers toch fris te houden. Zo kwam tijdens het eerste meezingmoment “Sweet Soul Sister” ineens een flard van The Doors klassieker “L.A. Woman” bovendrijven. Er is veel verloren gegaan tijdens de corona pandemie, maar Astbury’s fascinatie voor Jim Morrison zit voorgoed in ’s mans met een bandana omklemde brein gebeiteld. Ook de door wah-wah gitaar voortgestuwde non-album single “The Witch” pronkte in Brussel op de shortlist met hoogtepunten. Dichter bij de psychedelische groove van de ‘Madchester sound’ dan dit is de band niet meer geraakt. Het beste nummer dat Primal Scream nooit heeft gemaakt? Check!
Het was zonder meer opvallend dat er over het uitgangbord van de nieuwe tour, ‘Under The Midnight Sun’, maar met weinig woorden werd gerept. Met amper twee stuks waren de nummers vanop dat nieuwe album erg dun gezaaid: zouden Astbury & co dan toch recensies lezen? Het dreigende “Vendatta X” was gebouwd op een naar Depeche Mode lonkend industrial synthpop fundament, een gewaagde én geslaagde combinatie die we niet zagen aankomen. Aan de andere kant van het spectrum verscheen “Mirror”, een vrij futloze brok gitaarrock die we nu al vergeten zijn.
Op het moment dat meestergitarist Billy Duffy zijn iconische Gretsch White Falcon laat aanrukken weten de fans van het eerste uur dat er een paar 80ies gothrock classics zitten aan te komen. De band gunt zichzelf nog steeds een nostalgische terugblik naar hun turbulente begindagen door elke avond de ruim 40 jaar oude debuutsingle “Spiritwalker” uit de (Southern) Death Cult periode in de set gooien. Uit doorbraak album ‘Love’ (’85) was een halve noot van de evergreens “Rain” en “She Sells Sanctuary” genoeg voor het AB publiek om over te schakelen naar collectieve extase modus. De zelfverklaarde indie guitar hero Duffy maakte echter het meeste indruk op “Phoenix”, waar de withete riffs en licks een huilende Astbury vergezelden op zijn imaginaire trip richting vagevuur en wedergeboorte.

De uitgebreide bloemlezing uit dat andere opus magnum, ‘Electric’ (’87), mondde tijdens de korte bisronde uit in de dubbele uppercut “Peace Dog” en de Stones rip-off “Love Removal Machine”.
Met een krappe vijf kwartier op de planken leek de groep zich wat te willen sparen voor het komende Europese avontuur, maar het bleek wel meer dan voldoende om de dikke stoflaag die zich 10 jaar lang had opgehoopt op de back catalogue van The Cult met één punchy performance weg te blazen.

Organisatie: Gracia Live

The Cult

Choice of Weapon

Geschreven door

Dit klinkt als een goeie ouderwetse Cult plaat in de trend van Sonic Temple en Electric. Geen verrassingen, wel potige rock met lichte glam invloeden verpakt in een handvol oerstevige songs en een paar old time rock ballads. Ian Astbury is opvallend goed op dreef, hij zingt wat lager dan gewoonlijk en zijn stem overtuigt over het ganse album. Songs als “The Wolf” en “For the animals” hebben die typische Cult vibe in zich, beetje echo maar vooral robuuste rock.
Cult fans kunnen hier meer dan tevreden mee zijn, een nieuw publiek zal niet gewonnen worden, maar dat zal The Cult worst wezen.

The Cult

Masters Of Reality & The Cult: de stoner- en gothrock nostalgie ver voorbij

Geschreven door

Iedereen heeft wel van die avonden die men voor geen geld ter wereld wil missen: de live uitzending van de Miss België verkiezing, de finale van Idool, Clouseau in het Sportpaleis: you name it. Ieder zijn meug natuurlijk, maar wat ons betreft stond de AB affiche van afgelopen dinsdag al maanden vooraf garant voor ‘a night to remember’.
Als vaandeldragers van het betere episch gitaargeweld kunnen zowel Masters Of Reality als The Cult op hun ééntje deze concerttempel vlotjes laten vollopen, dus waarom dan toch kiezen voor de twee-voor-de-prijs-van-één formule? Het antwoord op die vraag schuilt in het jongste project van The Cult, dat voortaan zonder tussenkomst van een platenfirma digitale pakketjes of zogenaamde ‘Capsules’ aanbiedt van nieuwe nummers, live versies van Cult classics en eigenhandig geregisseerde kortfilms. De vier nieuwe nummers uit de twee ‘Capsule 1’ en ‘2’ werden ingeblikt door meesterproducer Chris Goss, die als wederdienst met diens eigen inmiddels mythische Masters Of Reality het voorprogramma van zijn Engelse vrienden mocht invullen.

Het leek een schier onmogelijke en eigenlijk ook wel een ondankbare opdracht voor Goss & co om ruim twee decennia Masters Of Reality in drie kwartier de revue te laten passeren. Dankzij een voortreffelijke songkeuze liet de imposante Amerikaan echter geen seconde onbenut om te bewijzen waar menig stonerrock bandje de mosterd heeft gehaald. Met het splinterbommetje “Domino” uit het moeilijk vindbare titelloze debuut (‘88) en de onweerstaanbare na-na-na-na groove van “Third Man On The Moon” opende het vijfkoppige gezelschap voor een halflege zaal. Mogelijks zat het vroege aanvangsuur daar voor wat tussen, en even hadden we zelfs de indruk dat Goss zich daar een beetje aan ergerde zeker wanneer hij het publiek om enige respons verzocht tijdens het fraaie kampvuur riedeltje “Jody Sings”.
Op het jongste opus ‘Pine/Cross Dover’ (‘09) zijn naast de nodige decibels ook art rock en symfo in het geluid van de groep geslopen, en tijdens de drie nummers die uit dat album werden geplukt konden Goss’ begeleiders hun kwaliteiten uitgebreid etaleren. Opvallendste figuur was hier zondermeer Eagles Of Death Metal gitarist Dave Catching, die in zijn enthousiasme regelmatig de pedalen dreigde kwijt te raken maar eigenlijk een rasmuzikant blijkt te zijn. Ook de niet onaardig ogende bassiste Abby Travis bleek meer dan haar mannetje te kunnen staan in het stoere rockbastion dat Masters Of Reality eigenlijk altijd al geweest is. Tijdens “Always” bleek bovendien dat de zwartharige vamp ook over een fraai koppel stembanden beschikt.
De retestrakke rockabilly pastiche “She Got Me (When She Got Her Dress On)” zette een korte maar krachtige finale in. De zaal was nog steeds amper voor de helft gevuld toen Goss & co met een vertimmerde versie van de miskende stonerclassic “The Blue Garden” hun toebedeelde tijd netjes volmaakten. Masters Of Reality had aan een veldslag van drie kwartier genoeg om zelfs als voorprogramma te imponeren, maar wat graag hadden we Chris Goss zich nog een uurtje langer in het zweet zien werken.

Bij hun vorige passage in de AB tijdens de ‘Love Live’ tournee was The Cult nog goed voor een zeer gesmaakte nostalgie trip, maar gelukkig heeft de creatieve spil Ian Astbury en Billy Duffy intussen niet stilgezeten en werden vorig jaar een beperkt aantal nieuwe nummers ingeblikt. Met één van die nummers, “Every Man And Woman Is A Star”, wordt hun jongste ‘Destroy Europa’ tour elke avond op gang getrokken. Dat de groep hiermee niet meteen potten brak, lag niet aan het speelplezier of het geluid, maar eerder aan de matige muzikale impact en vooral de kleffe tekst van het nummer. Een welkome portie “Rain” kwam net op tijd om dit schoonheidsfoutje weg te spoelen, want voor de rest waren we getuige van een voortreffelijke en strakke set waarin Cult classics werden afgewisseld met een eigenzinnige selectie van tracks uit minder bekende albums én zelfs nummers uit het pre-Cult tijdperk. Zo werden “Horse Nation” en “Ghost Dance” opgediept uit de bescheiden catalogus van Death Cult, het gothrock groepje waarin Astbury en Duffy voor het eerst als muzikaal koppel door het leven gingen maar dat eind ‘83 na amper een paar maanden werd omgedoopt tot The Cult. Ook de keuze van “White” uit ‘Ceremony’ (‘91) en “The Saints Are Down” uit ‘The Cult’ (‘94) kan gerust opvallend genoemd worden. In de 90ies moest The Cult het immers met een pak minder aandacht stellen dan in het decennium ervoor, en werden hun albums genadeloos neergesabeld door de critici. Ook hier brengt tijd raad, want net deze nummers behoorden tot de meest doorleefde van de avond.
Wie The Cult al eerder aan het werk zag weet dat frontman Ian Astbury niet bepaald een spraakwaterval is, en ook deze keer leek het er aanvankelijk op dat de struise zanger zich het ganse optreden lang achter zijn zonnebril zou gaan verschuilen. Met zijn lange gitzwarte haren, dito lederen handschoenen en de nodige stage pose kon hij zelfs gemakkelijk voor Jim Morrison look-alike worden versleten... en zoals later zou blijken was deze vergelijking eigenlijk niet eens zo gek. Naarmate de set vorderde werd Astbury echter steeds spontaner, de zonnebril maakte plaats voor een uitdagende grijns en de frontman waagde zich hier en daar zelfs aan een lichtjes provocerende bindtekst.
Na een splijtend “Wild Flower” richtte Astbury ook een bedankje aan Chris Goss voor zijn productionele kunstjes op het nieuwe “Until The Light Takes Us”. Met zijn strak ritme, dreigende atmosfeer en redelijk verslavende riff heeft dit nummer alles in huis om zich een Cult classic in wording te noemen. Het publiek was meteen opgewarmd voor het bruisende slot. Alle podiumlichten werden gedoofd, behalve die ene spot gericht op Billy Duffy en diens Gretsch White Falcon 1 tijdens de mystieke intro van “She Sells Sanctuary”. Een verplicht nummer, dat wel, maar geen enkele Cult fan lijkt vooralsnog zonder te kunnen. En zoals Astbury het zelf al aangaf: elke andere groep zou na het weggeven van zijn ultiem prijsbeest spontaan de kleedkamer opzoeken, maar The Cult gaf er met “Love Removal Machine” meteen nog een tweede ferme lap op. Drijvend op de beste riff die Keith Richards nooit tot in het repetitiehok van de Stones kreeg, breide dit onweerstaanbaar luchtgitaar anthem een opzwepend slot aan een heel puik optreden.

‘If you want to hear more music, do let us know!’ riep een intussen volledig ontspannen Astbury op zijn weg naar de coulissen. Veel tijd had de groep echter niet meer te goed, want tegenwoordig gaan de schuivers om halfelf onherroepelijk naar beneden in de grote zaal van de AB. Astbury & co leken maar weinig begrip te kunnen opbrengen voor dit soort conservatieve beslissingen, maar persten er met een venijnig “Rise” en de allereerste Cult single “Spiritwalker” toch nog twee fraaie bissen uit. Helemaal op het eind kroop Astbury uiteindelijk dan toch volledig in de huid van Jim Morrison, en nam de groep definitief afscheid met een fraaie interpretatie van “Break On Through (To The Other Side)”.

Wie zin had in nog meer lichtontvlambare gitaren, of gewoon eens wou checken hoe de groep zou flirten met de 100 dB grens, kon achteraf nog terecht in de AB Club bij de jonge Gentse honden van Drums Are For Parades. Voor ons was het echter welletjes geweest, want we kwamen ons er in de eerste plaats van vergewissen dat oude rotten Masters Of Reality en The Cult veel meer zijn dan goed geoliede nostalgie acts. Hun relevantie anno 2011 trekken we niet in twijfel; sterker nog, qua attitude en impact spelen ze volgens ons in een handomdraai de meest hippe rockgroepjes die binnenkort het podium van Rock Werchter zullen bevolken in no time naar huis.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Cult

The Cult anno 1985, maar dan 25 jaar later

Geschreven door

1985… het jaar dat de BRT top 30 werd gedomineerd door Baltimora’s, Sandra’s, A-Ha’s en andere lichtverteerbare hitparadepulp. Liefhebbers van postpunk en gothrock hadden duidelijk weinig te zoeken in deze lijst, totdat plots in maart van dat jaar “She Sells Sanctuary” van The Cult even kwam ruiken aan de onderste regionen van de vaderlandse hitlijst. Deze killertrack met één van de meest mystieke gitaarintro’s uit de 80ies moest de aandacht vestigen op ‘Love’, het tweede en waarschijnlijk ook beste album van deze Engelse groep. Dankzij de unieke combinatie van Ian Astbury’s gekwelde vocals en Billy Duffy’s gotische gitaarlijntjes blijkt ‘Love’ een kwarteeuw later te zijn uitgegroeid tot één van de absolute klassiekers in het genre. Aan de vooravond van de 25ste verjaardag werd het album onlangs heruitgebracht in een geremasterde versie met allerlei extraatjes, en besloten de twee overgebleven originele leden Astbury en Duffy opnieuw de boer op te gaan met de integrale collectie ‘Love’ songs onder de arm. Het Belgische luik van de ‘Love Live’ tour bracht The Cult amper anderhalf jaar na hun vorige passage opnieuw naar de AB voor een niet van enig sentiment gespeende flashback naar 1985.

Lang geleden trouwens dat ik in een concertzaal nog eens werd geflankeerd door muffige T-shirts van Zodiac Mindwarp & The Love Reaction en Fields Of The Nephilim ... dat waren nog eens groepsnamen! Op de tonen van voodoo gezang en onder de troosteloze aanblik van een indiaan op het projectiescherm zette de vijfkoppige band het opzwepende “Nirvana” in. Meteen werd duidelijk dat Ian Astbury’s huilende strot bijzonder goed geolied bleek om dit openingsnummer uit ‘Love’ van de nodige dramatiek te voorzien. Een groot redenaar zal Astbury wel nooit worden, en als alternatief voor overbodige bindteksten verkoos de groep om elk nummer van passende visuals te voorzien. Zo kreeg het publiek een staaltje van Astbury’s uitgesproken fascinatie voor de indianencultuur tijdens één van de zeldzame rustpunten “Brother Wolf, Sister Moon”, en werd een reeks geweldloze wereldverbeteraars opgevoerd in het begeleidende filmpje van een begeesterend “Revolution”. Pathetisch of idealistisch, wat er ook van zij, de symbiose tussen muziek en beeld gaf het optreden wel een extra dimensie. Gitarist Billy Duffy van zijn kant kneep met schijnbaar achteloos gemak de meest loepzuivere akkoorden uit zijn parelwitte Gibson. Tijdens de intro van “The Big Neon Glitter” demonstreerde de blonde virtuoos dat hij eigenlijk niets hoeft te vrezen van The Edge in een robbertje echogitaar, en ontegensprekelijk de muzikale bezieler van The Cult is. De immer coole Duffy had tijdens de intro’s van “Rain” en “She Sells Sanctuary” al aan een halve noot genoeg om de AB keer op keer nabij het kookpunt te brengen, en hij genoot zichtbaar van de kunsten die de talrijke luchtgitaarvirtuozen in het publiek uithaalden tijdens deze gothrock classics. Met een kippevel versie van het profetische “Black Angel” werd het ‘Love’ album en meteen ook het eerste deel van de set besloten.
Na een korte pauze graaiden Astbury en Duffy vervolgens gretig uit de albums die na ‘Love’ The Cult langzaam maar zeker een mainstream publiek opleverden. Reeds vanaf de opvolger ‘Electric’ (’87) hadden de gothic invloeden plaats geruimd voor de rechttoe rechtaan party rock van AC/DC, maar ook na ruim twee decennia klinken “Electric Ocean” en vooral “Wild Flower” nog steeds onweerstaanbaar en werd hier en daar opnieuw de luchtgitaar boven gehaald. De hardste noten kreeg het publiek helemaal op het eind te kraken met het epische “Sun King” en vooral een ongemeen stevig “Rise” uit de onwaarschijnlijke comeback plaat ‘Beyond Good And Evil’ (’01). Met “Dirty Little Rockstar” probeerde The Cult twee jaar geleden zichzelf opnieuw uit te vinden maar mislukten daarin jammerlijk, en het nummer was meteen goed voor de enige valse noot van de avond.

Na ruim anderhalf uur werden de dolle dertigers en veertigers voor het huiswaarts keren nog getrakteerd op een rondje “Love Removal Machine”. En of ze tevreden naar vrouwlief, minnares, moeder, hond of PC konden terugkeren; het zal hen en ons immers worst wezen dat Astbury en Duffy wellicht nooit meer een tweede ‘Love’ op de wereld zullen loslaten. The Cult was vanavond een goed geoliede teletijdmachine waarin meer nog dan sentiment het gevoel van tijdloosheid overheerste.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel