logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
CD Reviews

Pamplemousse

High Strung

Geschreven door

Pamplemousse is, zoals we lezen op hun facebook pagina, een powertrio. Een soort noise-bluesgroep, ergens tussen RL Burnside, Unsane en George Michael . De Franse band bracht in 2017 zijn debuut op de markt. Dat titelloze album bevatte negen aanstekelijke songs die vanaf begin tot einde aan de ribben blijven kleven. Bovendien vermengt Pamplemousse elementen van noiserock met een potje blues, tot post-hardcore maar ook garagerock. Op hen een label kleven is dus bijna onmogelijk. Hoe het met de band ondertussen is vergaan? Pamplemousse is gewoon verder aan zijn eigenzinnige weg aan het timmeren. Medio april kwam een nieuwe schijf uit, 'High Strung', waarop de band grenzen blijft aftasten met oog voor experimenteren met stijlen en geluiden.
Dat laatste is al te merken bij opener “High Strung”. Geen song voor luisteraars die graag binnen de lijntjes kleuren, maar voer voor muziekliefhebbers die eerder houden van bands die graag op avontuur gaan door muziekland. Zowel vocaal als instrumentaal gaat het dan ook letterlijk alle kanten uit, ontstaat een gestructureerde chaos en is absurditeit tot het oneindige eveneens een fijne rode draad doorheen het geheel. Soms flirt de band wel met toegankelijke muziek zoals te merken is op songs als “Losing Control” en “Porcelain”, maar eens de registers - vocaal en instrumentaal - worden opengetrokken gaat Pamplemousse liever over tot lekker eigenzinnig experimenteren en nog maar eens improviseren. Je kunt er kop nog staart aan krijgen en daar houden we wel van, moeten we toegeven.
Nog een opvallend punt is dat de band enorm veel tempowisselingen invoert in zijn songs. Zo horen we eerder ingetogen soundscapes passeren bij “Back In LA”, en worden die prompt de nek omgedraaid door pompende riffs en drumwerk en een schreeuwerige stem die dreigend je de kop indrukt, wisselingen in emoties, veel experimenteren en improviseren.
Is er iets negatief aan deze schijf? Nu, als je houdt van enige structuur in het leven kan dit potje chaotische mengelmoes wat confronterend zijn, dat geven we ruiterlijk toe. Als je echter houdt van het avontuur opzoeken, binnen een brede muzikale omlijsting, dan is deze knappe schijf een plaat die je zonder verpinken in huis kan en moet halen.

Tracklist: High Strung 02:40; Dragon's Breath 02:29; Losing Control 03:35; Porcelain 03:56; Space Out 04:03; Heebie Jeebies 04:12; Back In LA 03:46; Ventoline 02:05; Top Of The Bill 03:33; Hot Fudge Monday 02:36

Luke Appleton

Snake Eyes

Geschreven door

Toen we tijdens het evenement '8 jaar Elpee' Luke Appleton (bekend van o.a. zijn samenwerking met Blaze Bayley en bassist bij Iced Earth) aan het werk zagen, waren we danig onder de indruk van de emotionele manier waarop hij en zijn kompaan Rishi Mehta (Babylon Fire) ons diep wiste  te ontroeren. Eind april bracht Luke Appleton zijn nieuwe schijf 'Snake Eyes' op de markt. Een knappe schijf die bewijst dat Luke niet alleen een getalenteerde muzikant en zanger is, hij draagt zijn rock-'n-roll hart op de juiste plaats.
“Snake Eyes is an emotional rollercoaster of which I’m extremely proud. Lyrically and performance-wise I believe this is some of my best work to-date. I wanted to create something that is much more than ‘just an acoustic album’ and I feel I’ve succeeded in that goal." Zegt hij zelf over deze schijf, en inderdaad een emotionele rollercoaster boordevol lekker aanstekelijke rock riffs is deze plaat zeker geworden.
De kruisbestuiving tussen Luke en Rishi zorgt daarbij voor een uitzonderlijke magie, die aan je ribben kleeft. Dat blijkt al door die eerste song “Inside Out”. Die ingeslagen weg van rockmuziek die snaren raakt, wordt verder ingeslagen op “Medusa”, “Snake Eyes”, “First Star” en “Crocodile Tears”. Allemaal songs boordevol emoties, zonder klef te gaan klinken. Want deze man straalt rock-'n-roll van de puurste soort uit. Dat bewees hij in zijn vele projecten waar hij aan mee werkt. Dat zet Luke Appleton op deze soloschijf gewoon nog wat meer in de verf.

Metaprism-zangeres Theresa Smith levert eveneens een bijdrage aan dit meesterwerk. Haar inbreng mag gezien worden als een meerwaarde voor het geheel. Het is net door zich te omringen door topmuzikanten dat de muziek van Luke Appleton nog het best tot zijn recht komt. De man straalt iets vriendelijk uit op het podium en dat komt ook naar voor op plaat. Het spelplezier, gekruid met een stem en sound die je een krop in de keel bezorgt, is voortdurend aanwezig. 'Snake Eyes' raakt je langs alle kanten en dat is dus in grote mate doordat Luke zich laat omringen door topmuzikanten. Maar ook Luke zelf beschikt over een Hemelse en veelzijdige stem, die de haren op je armen doet recht komen van puur genot. Luister maar naar “Walkers”, wederom gerugsteund door de virtuositeit van Rishi Mehta, een song waarbij Luke zijn stem zo hoog klinkt, dat niet de trommelvliezen barsten maar eerder dat je tranen in de ogen krijgt van innerlijk genot.
Zo intensief, speelt Luke Appleton over heel de lijn met je emoties op deze 'Snake Eyes' dat je - eens in zijn veelkleurige wereld terecht gekomen - wegzakt naar een weemoedig aanvoelende totaalbeleving, binnen een lekker aanstekelijke rock omkadering.
Bovendien weet Luke zich te omringen door al even gedreven muzikanten, die goed weten waar Luke zelf naartoe wil met deze bijzonder emotionele en persoonlijke schijf, waarbij de man in zijn leven doet kijken maar ook jou een melancholische spiegel voorhoudt die je enerzijds tot tranen bedwingt maar waardoor hij anderzijds eveneens een glimlach op je gezicht tovert. Waardoor je dan weer diep onder de indruk van zoveel rock en melancholie pracht, verweest in de hoek van de kamer achterblijft na deze bijzonder veelzijdige trip boordevol uiteenlopende rock emoties.

Tracklist: 1. Inside Out; 2. Medusa; 3. Snake Eyes; 4. First Star; 5. Heart Returns; 6. Crocodile Tears; 7. Stone Broke From My Heart; 8. Walkers; 9. The Other Side; 10. Slay The Hydra; 11. A Man Of A Thousand Words; 12. How Does It Feel to Be Alive? (Live – Bonus Track).

Japan Suicide

Ki

Geschreven door

Japan Suicide ontstond in 2010 en steekt zijn voorliefde voor de typische jaren '80 postpunk niet onder stoelen of banken. In verlengde van bands als Joy Divison, The Cure, Jesus and Mary Chain en Depeche Mode bracht Japan Suicide vorig jaar nog een gloednieuwe schijf op de markt. 'Santa Sangre' trekt vooral de typische postpunkliefhebber over de streep. Maar de band houdt gelukkig ook van grenzen aftasten en buiten de lijntjes van postpunk kleuren en experimenteren. En dat laatste was de reden waarom wij vielen voor deze knappe plaat. Eind april kwam een opvolger op de markt 'Ki'. Waar de band blijft zichzelf heruitvinden, binnen een al even avontuurlijke omkadering.
"Door shoegaze- en postpunkelementen te vermengen met subtiel durven experimenteren, verlegt de band daardoor een grens binnen de typische jaren '80-opleving die van tijd tot tijd de kop opsteekt. En dat is wellicht de voornaamste reden waarom ook wij, als postpunkliefhebbers van de oudere generatie die zijn mee geëvolueerd met hun tijd, nog het meest over de streep worden getrokken", schreven we over voorgaande schijf.
Nu, dat gevoel overvalt ons ook bij die eerste song “Empire” op de nieuwe plaat. Die lijn wordt trouwens verder doorgetrokken op daarbij volgende pareltjes als “Fancy Mate”, “Mishima” en “Fury”. Het dansbare met het beklemmende vermengen, waardoor je binnen donkere walmen staat te zweven over de dansvloer, dat is de rode draad op die songs. En ook op  het volledige album.
Instrumentaal zijn het de catchy en aanstekelijke, typisch naar bands als The Cure refererende soundscapes die ons het meest opvallen. Maar ook de vocale aankleding doet ons terugkeren in die bonte postpunktijden. De band is echter slim genoeg om deze stijl dus weer niet zomaar te kopiëren, maar daadwerkelijk er iets mee te doen. Het postpunkgenre uitkleden en opnieuw uitvinden binnen een eigenzinnige omkadering, zodat zowel de oude postpunkers als de nieuwe generatie over de streep kunnen worden getrokken. Nee, vergeleken met de vorige schijf is er inzake totaalbeleving inderdaad niet zoveel veranderd. Maar de impact op ons is nog steeds even groot en de mysterieuze omkadering blijft daarbij ook overeind staan.
Met het bevreemdend aanvoelende “Kanagawa-ok Nami-Ura” waar Oosterse elementen plots ook komen opduiken, blijft de band ons weer op het verkeerde been zetten.
Om af te sluiten met weer een meesterlijke song die werelden en muziekstijlen verbindt tot een boeiend en avontuurlijk geheel. Het bewijst nog maar eens dat Japan Suicide een band is die niet in het verleden blijft hangen, ook al zijn die vergelijkingen daarmee aanwezig, maar vooral dus naar de toekomst kijkt.
Wel degelijk gebruik makende van typische ingrediënten uit postpunk en shoegaze vindt de band ook op 'Ki' deze muziekstijl opnieuw uit binnen een frisse en montere omkadering. En dat is, net zoals vorig jaar, de grote sterkte van zowel band als schijf. Waardoor we ook nu weer zwevend over de dansvloer, onder hypnose worden gebracht door Oosterse kunsten en Westerse postpunk/shoegaze-krachten. En dansen, dansen, dansen tot de vroege uurtjes.

Tracklist: Empire; Fancy Mate; Mishima; Dance For You; Fury; One Day The Black Will Swallow The Red; Kanagawa-Ok Nami-Ura; The Devil They Know; Erlebnis.

Hunter

Hunter

Geschreven door

Hunter is een collectief van vrienden/muzikanten die met het hart op de juiste heavy metal- en rock-plaats, samen muziek spelen alsof ze terug kind geworden zijn. Echter zonder zichzelf belachelijk te maken, maar eerder toont deze band aan dat ouder worden niet moet resulteren in bij de pakken gaan zitten of ergens in een hoekje voor de tv zitten mijmeren over de tijd van toen. Hunter brengt een strak, gezapig en energiek potje heavy metal van de meest pure soort.
Toen we de heren vorig jaar zagen aantreden op Pluto Metal Fest, schreven we daarover: ''Twintig jaar ervaring kan er namelijk voor zorgen dat een band trapt in de val van het afleveren van een flauwe routineklus. Dat is bij Hunter dus totaal niet het geval. Integendeel. Hier staat een band op het podium boordevol enthousiaste vrienden die in het vel van ouwe rotten in het vak tekeer gaan als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Zonder meer is Hunter dan ook een band om in het oog te houden en de bovendien nodige speelkansen te geven. Want op basis hun status als ervaren muzikanten en de spontaniteit waarmee de band op het podium staat op Pluto Metal Fest, kan Hunter met het grootste gemak er menige daken laten afgaan. Bij deze een oproep aan menig concert organisatie. Boeken die handel! Het loont de moeite." De band brengt nu eindelijk zijn titelloze debuut op de markt en zet eerder ingenomen stellingen nog wat meer in de verf.
Dat Hunter niets nieuws onder de zon brengt, is een beetje het enig kritische punt dat we willen aangeven bij het beluisteren van dit aanstekelijke heavymetalschijfje. Pareltjes als “Dominion”, “Infiltrator” en “Then Comes The Night” laten echter een band horen die verdomd goed weet waar ze mee bezig is. De technische bagage uit het verleden werpt in dit project zijn vruchten voldoende af, om ervoor te zorgen dat kwaliteit wordt afgeleverd van de bovenste plank. Echter zorgt dit niet voor een flauw routineklusje, maar een heel energiek heavymetalschijfje dat aan je ribben kleeft en het beetje heavymetalfan in ons de ene energieboots na de andere adrenalinestoot bezorgt waardoor je prompt lekker zit te headbangen tijdens het beluisteren van deze plaat. Waardoor we dan ook kunnen stellen dat de band in zijn opzet is geslaagd. Dat blijkt ook uit daarop volgende songs als “No Mans Land”, “The Knight Of The Black Rose” en “Glorious”. Eén voor één knappe heavymetalsongs die ons hardrockhart op een strakke wijze doorklieven.
Ga het bij Hunter vooral niet te ver gaan zoeken. Hou je van eenvoudige, oldschool, heavymetal en hardrock zonder al teveel show en franjes? Dan is deze schijf een 'must have' die thuishoort in jouw platenkast. Hunter vindt geen nieuwe muziekstijlen uit, maar doet die typisch lekker oldschool heavymetal alle eer aan die dit genre verdient. En daarvoor kunnen we alleen maar waardering opbrengen. Dat is bij Hunter live het geval, dat wordt op plaat nog maar eens in de verf gezet.

Tracklist: Dominion 04:12; Infiltrator  02:50; Then Comes The Night  03:37; Underground  03:05; No Mans Land 03:44; The  Knight Of The Black Rose 05:29; Glorious 03:49

Hudič

Ne Ergo Dimittas EP

Geschreven door

Hudič is een Belgische doom/blackmetal band, getooid in een pij en andere eerder occulte attributen, die vorige zomer op Frietrock zorgde voor een totaalbeleving waarbij de duisternis letterlijk neerdaalt, zelfs op klaarlichte dag. "Met het angstzweet op de lippen, of eerder de confrontatie met open vizier aangaande? Dat laten we in het midden.  Het is vooral allemaal even aangrijpend wanneer ijzingwekkende klauwen je de adem ontnemen, een krop in de keel bezorgen en uiteindelijk totaal verweesd achterlaten. Want dat is wat Hudič daadwerkelijk met ons doet tijdens die half uur vertoeven in donkere gedachten." schreven we over dat aantreden. Ondertussen bracht de band een eerste EP op de markt ‘Ne Ergo Dimittas’. Een EP die ons eveneens meesleurt naar occulte duisternis waardoor je uw eigen demonen voortdurend strak in de ogen kijkt.
Deze EP straalt bovendien veel opgekropte woede uit, en is enorm gevarieerd samengesteld. Je kunt daardoor op de band geen label kleven, wat ons nog meer over de streep trekt. Elementen uit allerlei muziekstijlen, we menen zelfs streepjes thrash en power metal te ontdekken, worden omgeven door walmen van doom en overgoten met blackmetalsausjes. Maar zelfs deze omschrijving klopt niet helemaal doordat de band je heel bewust op het verkeerde been zet. Na openingssong “Loud Silence & Bright Darkness”, een enorm atmosferisch nummer, zijn we vertrokken voor een trip die je enerzijds murw slaat, anderzijds eerder je donker hart beroert binnen een zelfs intieme doomomkadering. Dat voortdurend schipperen tussen de hersenpan inslaan op een brutale en verschroeiende wijze, zowel vocaal als instrumentaal en anderzijds een zekere donkere gemoedsrust over jou te doen neerdalen is een rode draad die we vinden op elk van de songs als “Dante”, “Fall Of The Morning Star” en “Ne Ergo Dimittas” en afsluiter “Collapsing Whispers”.
En dat is dus eigenlijk de rode draad op de volledige schijf, ook al zit het ene nummer helemaal anders in elkaar dan het andere. Want Hudič presenteert een enorm intensief aanvoelende mengelmoes van muziekstijlen, binnen telkens een donkere en dreigende omkadering. Of dat nu is door je hart ruw uit je lichaam te rukken, of eerder - binnen trage doomatmosferen - je ziel binnen te dringen als een traag gif, het resultaat is telkens hetzelfde. Deze intensief donkere trip doet je naar adem happen en doet de poorten van uw eigen Hel open gaan. Waardoor je u letterlijk apocalyptisch aanvoelende taferelen voor de ogen houdt, die je uiteindelijk zullen confronteren met uw eigen nietigheid.
Duisternis heeft zelden tegelijkertijd zo intens mooi en zo angstaanjagend geklonken als op deze 'Ne Ergo Dimittas'. Een magistrale EP waarbij de instrumentale aankleding aanvoelt als vuurtongen die je voetzolen likken en de uiteenlopende vocale aankleding schippert tussen grunts en growls komende uit die voornoemde Hel. Maar vooral, levert Hudič een pure, intensieve en indrukwekkende EP af die ook bij de uiterst zonnige lentedagen de meest donkere gevoelens bij ons naar boven brengt. Indrukwekkend!

Tracklist: 1. Loud Silence & Bright Darkness 2:26; 2. Dante 5:07; 3. Fall Of The Morning Star 3:27; 4. Ne Ergo Dimittas 4:53; 5. Collapsing Whispers 5:49

Little Jimmy

Blues Rebel

Geschreven door

Ouwe Belgische bluesrat (Marc Claeys aka Little Jimmy en voorheen Don Croissant) laat zich producen door jonge Belgische bluesrat (Tim De Graeve aka Tiny Legs Tim). Waarbij de jonge rat laat weten dat de kunst van het producen van die ouwe rat er eigenlijk in bestaat om hem haast niet te producen. Een hard leven hebben die producers.
Maar goed, we snappen het. De blues van Little Jimmy neigt immers meer naar de ongewassen oerblues van RL Burnside of T Model Ford dan naar de design-blues van Eric Clapton of de anabole steroïden-blues van Joe Bonamassa.
Den ouwen zijn stem heeft jaren liggen rijpen in een mengsel van koffiegruis en whiskybezinksel, het resultaat is een taaie rasp die achtereenvolgens klinkt als Captain Beefheart, David Thomas en Kevin Coyne. Dat zit dus al goed.
Dan is er ook nog Little Jimmy’s gitaar die gesmeed is in de John Lee Hooker stal en die als een trouwe hond altijd blind het baasje volgt. Check het naakte “Wabash Avenue”, een puur brokje emotie die hunkert naar die stokoude John Lee Hooker platen. In “Blues Before Sunrise” mag het beestje wel een dutje doen om zich te laten vervangen door een beschonken accordeon en in “Fred Mambo” trekt Little Jimmy er zelfs zonder zijn trouwe handlanger op uit richting New Orleans.
“Everyhting Looks Spic ’n Span”, dat zich laat opfleuren door een okselfris trompetje, is qua titel de misleider van dienst.
Want als er één ding is wat Little Jimmy op dit album niet doet, dan is het zijn blues oppoetsen met javel. En dat maakt van ‘Blues Rebel’ een heerlijk plaatje. Simpel, eerlijk en op een sympathieke manier altijd een beetje bouwvallig.

Tempel

Tempel

Geschreven door

Het Noorse Tempel werd gevormd door Kvelertak-drummer Kjetil Gjermundrod en zijn boers Espen en Ine. Daarnaast speelt ook hun jeugdvriend Andreas Johnson mee. Door het drukke schema van Kjetil met Kvelertak geeft hij voor de live-optredens de drumsticks door aan Jonas Ronningen.
De muziek straalt kracht en snelheid uit. Het is geen speedmetal maar de nummers zijn wel uptempo en zitten vol riffs. De drums geven ferm van jetje. Daarnaast drijft de muziek op stevige riffs, maar bevat ze ook melodieuze gitaarlijnen. De zang vertoont de nodige gelijkenissen met zangers uit het hardcoregenre. Deze blend vormt dus Tempel.
Op hun eigen manier kan je hen een beetje vergelijken met onze Belgische Brutus. Die energie in de drums en de zang samen met de naar metal neigende gitaren. “Vendetta” bestaat uit een eenvoudige, terugkerende riff en enkele vlugge akkoordwissels. Het is een eerder korte en bondige opener die vrij gemakkelijk in het gehoor ligt. “Wolves” is nog een stuk heftiger en raast voorbij als één brok energie. Op “Uninvited” zit er verrassend genoeg opeens een cleane gitaarriedel in de song. Dat breekt eventjes met de rest om dan verder te voort te jagen tot het einde. Verder bevat de song vele ritmewisselingen en overgangen. “Afterlife” is best een catchy nummer vooral vanwege de gitaarriff en de samenzang in het refrein. “Fortress” begint heel toepasselijk met een door de drums gespeelde mars thema. De middeleeuwen komen zo voor mijn ogen voorbij. “Torches” kent een vrij lang uitgesponnen en sfeerrijke intro. Wie denkt dat die tot een ballade zou uitgewerkt worden komt bedrogen uit. Het tempo ligt misschien wel iets lager dan op de voorgaande tracks maar hij rockt toch goed. “Farewell” bevat enige weemoed in het gitaar- en baswerk. Ook de zang is ditmaal ietsjes anders. In de versen zingt hij ditmaal clean om dan in de refreinen over te gaan naar zijn normale zangstem. Dat levert een mooi resultaat op en doet (terug) sterk denken aan Brutus.
Tempel levert hier een steengoed album af dat vinnig en urgent klinkt. De songs zijn ingenieus opgebouwd. Normaal ben ik niet zo te vinden voor deze zangstijl, maar hier stoort mij dit helemaal niet. Het past goed bij de rest van de muziek. Amai, wat een sterk debuut!

Sun Gods

Pictures of You -single-

Geschreven door

Met covers is het altijd wat uitkijken. Heeft je cover een meerwaarde of een andere invalshoek aan het origineel? Kan je er je eigen ding van maken? En dat is niet gemakkelijk wanneer het om heel bekende covers gaat. Toch durfden de Sun Gods het aan om ervoor te gaan. “Pictures of You” is hun nieuwe single en een cover van The Cure dan nog wel. De peetvaders van de dark new wave. Een riskante business… Ook nog eens vermelden dat “Desintegration” waar het nummer op voorkomt dit voorjaar dertig jaar oud is geworden. Dat moet zowat het geboortejaar van een aantal van die gasten van Sun Gods zijn.
Wat kunnen we van hun prestatie zeggen? Dat het een zeer puike cover is geworden. Ze volgen het nummer vrij trouw maar doen dit met hun eigen instrumentarium. Ze weten de sfeer van het origineel te behouden, maar buigen het wel om in een song die wat grootser klinkt dan die van The Cure. Brent Buckler zingt op dezelfde manier zoals op zijn andere songs en geeft het nummer ook nog wat meer eigenheid. Een karakteristieke stem die mooi blend met de elektronica van de song.
Sun Gods heeft een puike cover gemaakt van “Pictures of You”.
Check intussen ook eens hun singles “Subtle Science” en “Zanzara”. Hou ze in de gaten want intussen werken ze naarstig aan een eerste langspeler.

Matt Watts

Rachel -single-

Geschreven door

Op een nieuw album van de in België aangespoelde Amerikaan Matt Watts is het nog wachten tot volgend jaar. Om het wachten wat te verzachten is er nu single “Rachel”. De track werd opgenomen voor het fantastische album ‘How Different It Was When You Were Here’, maar haalde dat album niet.
Als je “Rachel” hoort, begrijp je ook meteen waarom het nummer dat album niet gehaald heeft. Het lijkt te zomers-opgewekt om niet uit de toon te vallen tussen die van heimwee en melancholische tristesse overlopende break-up-plaat. Daarover schreven we dat als liefdesverdriet een Olympische discipline was, deze Amerikaan met dat album kans maakte op een gouden medaille.
Maar op “Rachel” horen we eens een andere kant van Matt Watts. Hij is geen eeuwige treurwilg en kan zich blijkbaar net zo goed verliezen in een nieuwe verliefdheid. Het duo Eriksson en Delcroix gaat gewillig mee op deze zomerse lovetrip en plaatst er nog wat extra country-accenten bij. Maar dat is allemaal maar schijn, of noem het verpakking. Inhoudelijk gaat dit meer in de richting van een murderballad, psycho-country en het verknipte wereldbeeld van de Velvet Underground. Verrassend knap, opnieuw.

Pop/Rock
Rachel -single-
Matt Watts featuring Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson
Starman Records

The Limboos

Baia

Geschreven door

Spanje is een broeihaard voor retrobands. Het Spaanse label Penniman Records was lang de thuishaven van de retrorockband The Excitements. Met de extraverte zangeres Koko als reïncarnatie van de jonge Tina Turner stonden de Excitements regelmatig op Belgische podia, maar Koko heeft de band inmiddels ingeruild voor een eigen band. Penniman Records schuift daarom deze The Limboos naar voren.
The Limboos zijn nog meer retro dan hun landgenoten van The Excitements, Aloha Bennets of Dry Martina, of in België: Unwanted Tattoo. Dit gaat terug naar de periode van The Shadows, Sam & Dave en Van Morrison toen die nog bij Them zat, met een fijne, licht-dansbare mix van rhythm & blues, maar ook latin, soul, jazz en bubblegumpop.
The Limboos zijn een prima band als geheel, maar twee mensen springen er toch wat bovenuit: zanger-gitarist Roi Fontoira klinkt als een Afro-Amerikaan in de sixties en Sergio Alarcon legt telkens de juiste accenten met gitaar, percussie en een heerlijk huilend orgeltje. Het klinkt allemaal heel authentiek: de instrumenten, de opnames, de composities, de lyrics, … alles zit heel juist. Alleen de typische meezingrefreinen uit de sixties durven ze al eens overslaan op ‘Baia’. Op “Big Shot” lukt dat laatste nog wel, maar daarna, op “La descarga” en op “Till The End Of Time”, lijkt de band zich wat te verliezen in hun zoektocht naar authenticiteit. Een beetje alsof je wel de juiste getallen optelt, maar niet tot de som komt die je zou verwachten.
De sleutel tot succes ligt voor The Limboos in refrein-koortjes. Zodra die er aan te pas komen, klinkt deze band catchy as hell. Behalve voor “Big Shots” telt dat voor “Uncle Sailed Away” en single “Where Did She Go”. Die laatste zou het zelfs goed moeten kunnen doen op Radio 1 en 2. The Limboos zullen het zeker goed doen in het Belgische clubcircuit.

Pagina 130 van 394